Aantal personen Hele klasgroep Sterkere taalleerders kunnen de minder sterke taalleerders helpen Taalniveau Reproducerend taalniveau Beschrijvend taalniveau Structurerend taalniveau Niveau Verschillende niveaus beschikbaar door verschillende taken en door verschillende taalniveaus Niveau zelf te kiezen Vaardigheden Leesvaardigheid Mondelinge interactie Schrijfvaardigheid Thema Tijd, nacht Evaluatie Appreciatie van deelnemers en ander publiek Activiteit Kunstzinnige doe-activiteit Materialen Foto s/beeldmateriaal rond het thema nacht, papier, werkblad, witte kartonnen wanden, plastic beschermingsmateriaal, verf, karton voor sjablonen, behangerstape, scharen of cutters, fotoapparaat Ontwerp Met dank aan enkele leerkrachten en leerlingen van het H.H.-Instituut in Heverlee.
Voorbereiding De leerkracht voorziet kartonnen wanden of grote vellen papier. Hij voorziet ook beschermingsmateriaal (doeken en/of grote plastic folie) en behangerstape. Er worden ook verf en dikke stiften klaar gezet. De leerkracht beschikt over een aantal foto s/ afbeeldingen rond het thema nacht die hij in het lokaal legt. Verloop 1. In het lokaal liggen een aantal foto s rond het thema nacht. De jongeren vormen groepjes van twee (sterkere en zwakkere) en gaan rond, nemen een foto en zetten zich in groepjes neer. 2. Ze zeggen in groepjes van twee (of in plenum) aan elkaar hoe ze zich voelen wanneer ze naar de foto kijken. Ze zeggen ook wat ze bij de foto denken. Vervolgens wat ze zien en één van beiden schrijft het op een blad (blad 1). Voor een zwakkere groep kan de leerkracht kaartjes met mogelijke antwoorden maken waaruit ze kunnen kiezen. 3. Ze kiezen uit wat ze neerschreven één kernwoord en schrijven dat op een ander blad (blad 2). 4. De leerkracht geeft een korte uitleg over associëren. Associëren is voor jongeren niet zo gemakkelijk. Soms blijven ze bij het eerste woord. 5. Het blad wordt drie keer doorgegeven en telkens maakt een andere leerling/een ander groepje een associatie bij het voorgaande woord. 6. Het blad keert terug bij het eerste groepje. 7. Het groepje kiest uit blad 1 en blad 2 een aantal woorden die ze op een graffitiwand wensen te schilderen. Op een hoger taalniveau kunnen jongeren met de gekozen woorden een vrij gedicht maken. 8. Ze bepalen waar de woorden op de kartonnen wand komen, welk lettertype ze willen gebruiken, in welke kleur(en), en of ze er ook bij tekenen/schilderen. 9. Ze bepalen de taken onder elkaar: - iemand die de sjablonen voor de letters/woorden maakt en uitsnijdt; -iemand die de verf spuit en/of iemand die met stift schrijft - iemand die een illustratie bij de woorden maakt; - iemand die foto s van het proces en het resultaat maakt; - iemand die het beschermingsmateriaal aanbrengt; - samen opruimen 10. De graffitiwanden worden op een zichtbare plaats in de school geplaatst. Evaluatie De betrokkenheid van de jongeren tijdens het hele proces en de appreciatie van de toeschouwers/voorbijgangers bij de graffitiwanden zullen voldoende zeggen. De graffiti wanden kunnen een tijdje tentoongesteld worden. De foto s die van de graffitiwanden gemaakt worden, kunnen een plaatsje in de schoolkrant of op de schoolwebsite krijgen. Tips, alternatieven Voor zwakkere groepen kan de leerkracht kaartjes met gevoelens aanbieden, waaruit de jongeren kunnen kiezen. Voor sommige groepen kan het aangewezen zijn de brainstorm over de gevoelens en gedachten klassikaal te doen. Op de graffitiwand kan ook een combinatie van woorden in verschillende talen geschilderd worden. Bij het tentoonstellen van de graffitiwanden kan men ook muziek laten horen.
Enkele voorbeelden van andere jongeren
Werkblad 1: Ik kies een foto. Hoe voel je je wanneer je naar de foto kijkt? Waaraan denk je als je naar de foto kijkt? Wat zie je op de foto?
Werkblad 2 Kernwoord associatie 1 associatie 2 associatie 3 Woorden die ik in de graffitiwand ga verwerken: