Opgave 1: Iteratiediagram



Vergelijkbare documenten
De Logistische afbeelding

Hoofdstuk 2: Grafieken en formules

Het opstellen van een lineaire formule.

1.1 Lineaire vergelijkingen [1]

Compex wiskunde A1-2 vwo 2005-I

Kwadratische verbanden - Parabolen klas ms

Wiskunde 2 september 2008 versie Dit is een greep (combinatie) van 3 uit 32. De volgorde is niet van belang omdat de drie

Theorie: Het maken van een verslag (Herhaling klas 2)

extra oefeningen HOOFDSTUK 4 VMBO 4

Hoofdstuk 9 - exponentiele verbanden. [KC] exponentiële verbanden

opdracht 1 opdracht 2 opdracht 3 1 Parabolen herkennen Algebra Anders Parabolen 1 Versie DD 2014

Hoofdstuk 5 - Recursie

Exact periode 3 Rechte lijn kunde

Hoofdstuk1 Wat analisten willen..

Grafieken jaar. Rekenles over het maken van grafieken. Rekenen. 60 minuten. Weerstation, data, grafieken

de eenheid m/s omrekenen naar km/h en omgekeerd.

Voortoets SE1 5HAVO MLN/SNO

Probeer de vragen bij Verkennen zo goed mogelijk te beantwoorden.

Als l groter wordt zal T. Als A groter wordt zal T

De onderstaande waarden in de tabel zet je dan netjes uit in een xy-assenstelsel: naar boven, een negatief getal schuift de parabool naar beneden.

5.1 Lineaire formules [1]

16.2 TREK AF VAN. Hoofdstuk 16 HAAKJES VWO. 8 a 16.0 INTRO. 1 b De uitkomsten zijn allemaal 3. c (n + 1)(n 1) (n + 2)(n 2) = 3

16.2 TREK AF VAN. Hoofdstuk 16 HAAKJES VWO. 8 a 16.0 INTRO. 1 b De uitkomsten zijn allemaal 3. c (n + 1)(n 1) (n + 2)(n 2) = 3

Hogeschool Rotterdam. Voorbeeldexamen Wiskunde A

7.1 Ongelijkheden [1]

De grafiek van een lineair verband is altijd een rechte lijn.

TENTAMEN INLEIDING ASTROFYSICA WOENSDAG 15 DECEMBER,

2.1 Lineaire functies [1]

opdracht 1 opdracht 2. opdracht 3 1 Parabolen herkennen Algebra Anders Parabolen uitwerkingen 1 Versie DD 2014 x y toename

Examen HAVO. Wiskunde A1,2

3.1 Negatieve getallen vermenigvuldigen [1]

Lesbrief Assenstelsels. Versie 1

Een kogel die van een helling afrolt, ondervindt een constante versnelling. Deze versnelling kan berekend worden met de formule:

Nederland 1% 1% 20% 62% 11% 2% 3% Europa 1% 4% 44% 36% 12% 2% 1%

Opgave 1 Bestudeer de Uitleg, pagina 1. Laat zien dat ook voor punten buiten lijnstuk AB maar wel op lijn AB geldt: x + 3y = 5

vwo: Het maken van een natuurkunde-verslag vs

VAARDIGHEDEN EXCEL. MEETWAARDEN INVULLEN In de figuur hieronder zie je twee keer de ingevoerde meetwaarden, eerst ruw en daarna netjes opgemaakt.

Willem van Ravenstein 2007

Werkblad 2 Kracht is een vector -Thema 14 (NIVEAU BETA)

Opgave 2. Binaire informatie

4900 snelheid = = 50 m/s Grootheden en eenheden. Havo 4 Hoofdstuk 1 Uitwerkingen

Les 2 Kleuren mengen en categoriseren

Deel B. Breuken. optellen en aftrekken

Logaritmen. Het tijdstip t waarop S(t) = is op de t-as aangegeven. Dat tijdstip komt niet mooi uit. Dat tijdstip noemen 5,3

Grafieken veranderen met Excel 2007

Eindexamen wiskunde A havo 2000-I

Examen VMBO-GL en TL. wiskunde CSE GL en TL. tijdvak 2 dinsdag 21 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

4.1 Negatieve getallen vermenigvuldigen [1]

Oefentoets uitwerkingen

Wiskunde - MBO Niveau 4. Eerste- en tweedegraads verbanden

5.0 Voorkennis. Rekenen met machten: Let op het teken van de uitkomst; Zet de letters (indien nodig) op alfabetische volgorde.

Netwerkdiagram voor een project. AOA: Activities On Arrows - activiteiten op de pijlen.

Wiskunde - MBO Niveau 4. Eerste- en tweedegraads verbanden

Kernvraag: Hoe kunnen we onszelf beschermen tegen te veel lawaai?

Examen HAVO wiskunde B. tijdvak 1 vrijdag 17 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Bij alle verbanden geldt dat je, als je een negatief getal in een formule invult, je altijd haakjes om dat getal moet zetten.

rekentrainer jaargroep 7 Fietsen op Terschelling. Teken en vul in. Zwijsen naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs

3.0 Voorkennis. y = -4x + 8 is de vergelijking van een lijn. Hier wordt y uitgedrukt in x.

rekentrainer jaargroep 7 Fietsen op Terschelling. Teken en vul in. Zwijsen naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs

Natuurkunde havo Evenwicht Naam: Maximumscore 47. Inleiding

De grafiek van een lineair verband is altijd een rechte lijn.

Titel: De titel moet kort zijn en toch aangeven waar het onderzoek over gaat. Een subtitel kan uitkomst bieden. Een bijpassend plaatje is leuk.

Examen HAVO en VHBO. Wiskunde A

Opgave 2 Een sprong bij volleyball 2015 I

Deel C. Breuken. vermenigvuldigen en delen

Compex wiskunde A1-2 vwo 2004-I

Benodigdheden Gloeilampje, spoel, condensator, signaalgenerator die een sinusvormige wisselspanning levert, aansluitdraden, LCR-meter

Compex wiskunde A1-2 vwo 2005-I

Eindexamen wiskunde a 1-2 havo I

Magidoku s en verborgen symmetrieën

CQi Kortdurende ambulante geestelijke gezondheidszorg of verslavingszorg

Examen HAVO. wiskunde B. tijdvak 1 woensdag 14 mei uur

Noordhoff Uitgevers bv

Appendix Inversie bekeken vanuit een complex standpunt

Examen HAVO. Wiskunde A1,2 (nieuwe stijl)

Hieronder zie je hoe dat gaat. Opgave 3. Tel het aantal routes in de volgende onvolledige roosters van linksboven naar rechtsonder.

Correctievoorschrift VWO. Wiskunde A1,2 (nieuwe stijl)

UITWERKINGSFORMULIER. Tentamen CTB1110 CONSTRUCTIEMECHANICA 1 3 november :00 12:00 uur (180 min)

9 a met: 100 (a+b) ; zonder: 100 a b b 100 (a+b) = 100 a b. 10 a met: 24 (a b) ; zonder: 24 a + b b 24 (a b) = 24 a + b. 11 a 90 a b 90 + a

Examen VBO-MAVO-C. Wiskunde

Examen VWO wiskunde C. tijdvak 2 woensdag 17 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Leerstijlentest van David Kolb Davy Jacobs, GDD1B

Schriftelijke zitting Systeem- en regeltechniek 2 (WB2207) 29 januari 2009 van 14:00 tot 17:00 uur

3.1 Procenten [1] In 1994 zijn er 3070 groentewinkels in Nederland. In 2004 zijn dit er nog 1625.

Lineair verband vmbo-kgt34

Videometen. Start het programma COACH. Je krijgt dan een scherm te zien zoals weergegeven in nevenstaande afbeelding.

Informatica: C# WPO 5

Examen VMBO-GL en TL 2006 tijdvak 1 dinsdag 30 mei uur

Werkblad drankenbord. Drankje: Smaak: Vul in. 1) Hoeveel suiker? 2) Hoeveel suikerklontjes? Vul in

STADSBOERDERIJ BEZOEKERS

Compex wiskunde A1-2 vwo 2003-I

Deze stelling zegt dat je iedere rechthoekige driehoek kunt maken door drie vierkanten met de hoeken tegen elkaar aan te leggen.

Cijfers en letters 1 niveau 1 en 2

Schriftelijke zitting Regeltechniek (WB2207) 3 november 2011 van 9:00 tot 12:00 uur

Functies. Verdieping. 6N-3p gghm

Werkbladen 3 Terugzoeken

Transcriptie:

Opgave 1: Iteratiediagram Tot nu toe hebben we de logistische afbeelding beschouwd als een black box, met alleen maar een knop erop (de r-knop).we gaan in deze werkcollege-opgaven eens onder de kap van de logistische afbeelding kijken. De afbeelding van de logistische afbeelding wordt gegeven door: x t+1 = (r + 1) x t (1 x t ). Een voorbeeld van de toepassing hiervan: als x 1 gelijk is aan 0.14, en r vastgesteld is op 1.5, dan kunnen we aan x 2 komen door uit te rekenen: x 2 = (1.5 + 1) 0.14 (1 0.14) = 2.5 0.14 0.86 = 0.30. Deze waarde kunnen we ook met een grafiek bepalen. In de figuur op tekenblad staan horizontaal alle mogelijke waarden voor x t. De dikke lijn bepaalt nu wat x t+1 is als x t gegeven is. In de figuur is al aangegeven dat uit x t = 0.14 volgt dat x t+1 = 0.30 (punt 1). We kunnen nu deze 0.30 weer invullen in de afbeelding om te zien wat er gebeurt voor x t+2. We vullen nu deze 0.30 weer in als waarde op de horizontale as. Hiertoe hebben we een horizontale lijn getrokken van punt 1 naar de diagonaal. Ga na dat het punt op de diagonaal inderdaad als x-coördinaat 0.30 heeft. Nu we deze nieuwe x t+1 = 0.30 hebben ingevuld op de horizontale as, kunnen we de volgende waarde voor x aflezen in de grafiek. Daartoe gaan we weer, verticaal, naar de dikke grafiek, en bepalen zo x t+2 (punt 2). Bepaal de waarde van x t+2 (lees deze af op de verticale as) en vul deze in in de tabel. Bepaal zelf op deze manier de waarde van x 3. Dat wil zeggen, trek vanaf punt 2 een horizontale lijn naar de diagonaal, en vanaf daar een verticale lijn naar de dikgedrukte lijn van de grafiek. Zet bij het gevonden punt een 3. Ga vanaf punt 3, via dezelfde procedure een paar stappen verder om punt 4, 5, en 6 te vinden. Vul de x-waarden, de geschaalde konijnenpopulatie, in in de tabel op de volgende bladzijde(de waarden voor x 1 en x 2 zijn al ingevuld). Wat verwacht u voor de waarde van x 7? En voor x 100? Vergelijk uw antwoord met dat van uw buurman of -vrouw. Opgave 1* (voor gevorderden, mag eerst overgeslagen worden) Bij deze r gaat de populatie kennelijk naar een stabiele waarde. Dan verandert de populatie niet meer, dus er zal gelden: x t+1 = x t. Laten we deze stabiele populatie p noemen. Teken punt p in de grafiek op het tekenvel. Wat is de waarde van p ongeveer? Uit het model weten we dat x t+1 = (1 + 1.5) x t (1 x t ). Als we hierin invullen dat x t+1 en x t allebei p zijn, dan krijgen we een vergelijking waaruit we p kunnen oplossen: p = 2.5 p (1 p).

Ga na dat deze vergelijking waar is voor p = 0. Er is nog een andere oplossing voor p. Deze is niet gelijk aan nul, dus we mogen links en rechts delen door p. Doe dit. Los de overgebleven vergelijking op voor p (hint: deel eerst links en rechts door 2.5). Klopt het antwoord met de grafiek? x 1 0.14 x 2 0.30 x 3 x 4 x 5 x 6 Opgave 2: Iteratiediagram De procedure hieronder komt overeen met die van opgave 1. Het volgende punt kan steeds worden gevonden door van het vorige punt een horizontale lijn naar de diagonaal te trekken, en van daar verticaal naar de grafiek. Het enige verschil met opgave 1 is dat we nu een andere groeifactor r hebben, namelijk r = 2.40. Wat betekent deze groeifactor voor het nageslacht van een konijn, als er genoeg voedsel is? Bepaal de waarde van x 1 en vul deze in in de tabel. Trek een horizontale lijn van punt 1 naar de diagonaal, en van daar weer omlaag naar de dikgedrukte grafiek. Het nu gevonden punt is x 2 (schrijf er een 2 bij). Lees de waarde voor x 2 af op de verticale as, en vul deze waarde in in de tabel. Bepaal op deze manier ook de waarden van x 3, x 4, x 5, en x 6, en vul ze in in de tabel. Wat verwacht u voor de waarde van x 7? Wat verwacht u voor de waarde van x 8? Wat verwacht u voor de waarde van x 100? Vergelijk uw antwoord met dat van uw buurman of -vrouw. x 1 x 2 x 3 x 4 x 5 x 6

Opgave 3: Iteratiediagram Zie voor de procedures weer opgave 1. Het volgende punt kan steeds worden gevonden door van het vorige punt een horizontale lijn naar de diagonaal te trekken, en van daar verticaal naar de grafiek. We nemen de groeifactor nu eens lekker groot, namelijk r = 3 (het blijven konijnen, nietwaar). Hoeveel nageslacht zullen twee konijnen in een jaar produceren, als er een overvloed aan voedsel is? Lees op het tekenblad de waarde van x 1 af en vul deze in in de tabel. Bepaal door de inmiddels bekende constructie de waarde van x 2 tot en met x 9 (het is hier erg belangrijk om heel secuur te werken!). Wat verwacht u voor de waarde van x 10? En voor x 100? Vergelijk uw antwoorden met die van uw buurman of -vrouw. Geef de door u gevonden waarde voor x 9 door aan een van de begeleiders. x 1 x 2 x 3 x 4 x 5 x 6 x 7 x 8 x 9

Opgave 4: Het bifurcatiediagram In de figuur op het tekenblad staat het bifurcatiediagram afgebeeld dat bij de logistische afbeelding hoort. Horizontaal staan uitgezet de reproductiefactor r, verticaal de (genormaliseerde) konijnenpopulatie die uiteindelijk bij deze waarde voor r ontstaat. Waarop stabiliseert de (genormaliseerde) populatie zich als we de reproductiefactor 1.9 nemen? Uit waarnemingen van biologen hebben we vastgesteld dat de reproductiefactor 2.3 bedraagt. Wat zegt dit over de voortplantingssnelheid van twee konijntjes, als er genoeg voedsel is? Teken in de figuur een verticale lijn bij deze waarde van r. In het jaar 2005 wordt de genormaliseerde konijnenpopulatie x 2005 = 0.83 gemeten. Wat voorspelt het model voor de genormaliseerde populatie in 2006? En wat is de populatie in 2007 volgens het model? In opgaven 2 hebben we ook een specifieke waarde voor r gekozen. Teken bij deze r-waarde een verticale waarde in het bifurcatiediagram. Lees in het bifucatiediagram de waarden af die voorkomen bij deze waarde van r. Vergelijk deze waarden met de waarden in de tabel van opgave 2. Uit de theorie blijkt dat er voor elk getal k een k-baan te vinden is (bij een k-baan springt de populatie heen en weer tussen k verschillende waarden). Zo zijn er 2-banen van r = 2.0 tot r = 2.45, en 4-banen van r = 2.45 tot r = 2.54. Probeer ook een driebaan, een zesbaan en een achtbaan te ontdekken in het diagram. Neem het bifurcatiediagram mee naar huis en hang het boven uw bed.

Tekenblad voor opgave 1 1. r 1.50 0.9 0.8 0.7 0.6 2 x t 1 0.5 0.4 0.3 1 0.2 0.1 0.1 0.2 0.3 0.4 0.5 0.6 0.7 0.8 0.9 1. x t

Tekenblad voor opgave 2 1. r 2.40 0.9 1 0.8 0.7 0.6 x t 1 0.5 0.4 0.3 0.2 0.1 0.1 0.2 0.3 0.4 0.5 0.6 0.7 0.8 0.9 1. x t

Tekenblad voor opgave 3 1. r 3.00 0.9 0.8 0.7 1 0.6 x t 1 0.5 0.4 0.3 0.2 0.1 0.1 0.2 0.3 0.4 0.5 0.6 0.7 0.8 0.9 1. x t

Tekenblad voor opgave 4