4.1 Leven van een slaaf



Vergelijkbare documenten
De leerkracht zorgt ervoor dat alle leerlingen een gatentekst en een ontdekkaart hebben.

9.2 Bakstenen. Thema/ onderwerp: Werkblad

De leerkracht zorgt ervoor dat alle leerlingen een gatentekst en een ontdekkaart hebben.

10.2 Literatuur. Inleiding: De leerlingen zitten op hun plaats en luisteren naar de leerkracht. Ze hebben niks voor zich.

5.1 Monumenten. De leerkracht zorgt ervoor dat alle leerlingen een gatentekst en een ontdekkaart hebben.

10.1 Literatuur. Organisatie : Inleiding De leerlingen zitten op hun plaats, hebben niks op hun tafel liggen en luisteren naar de leerkracht.

6.1 Marron. Thema/ onderwerp: Drama

7.1 Scheepsjournaals

een zee van tijd een zee van tijd Werkblad 17 Ω Over Indië en Suriname Ω Les 1: Van Batavia tot Jakarta Naam:

Verwonderen STICHTING KIND EN VOEDING. Groep 7 en 8

WERKBOEK VOOR DE DALTON-VERSIE. Dit werkboek is van:. Ik zit in groep:.

Lesvoorbereiding Onderbouw (groep 3)

Lees het verhaal over master Roelof en slaaf Tomboy (deel 1).

Sta in je recht. Lessen over (kinder)rechten voor PO

Geschiedenis van Suriname : de slavenhandel

Superboom. Kinderen onderzoeken op basis van een detail op een afbeelding hoe de volledige

Deze activiteit MOET worden voorbereid op school, anders kunnen de opdrachten tijdens de excursie niet uitgevoerd worden.

Verwijswoorden begrijpen

Drents Museum. Wat als de stoel van meneer Rietveld kon praten? Groep 3 Les 1 Pratende dingen

Geschiedenis van Suriname e eeuw: de plantage-economie

Zand en klei 1. Van veen tot weiland 2. Blad 1. Heide Een lage plant met paarse bloemen.

Docentenhandleiding. Het leven in een kasteel. Voor leerkrachten van groep 1 t/m 8 van het basisonderwijs

1-Kennismaking met archeologie

Spreekbeurten.info Spreekbeurten en Werkstukken

LEERKRACHTGEDEELTE DOE-ACTIVITEIT: SMS. AMIRA EN ILIAS VAN MAART TOT MEI

!"#$%&'&(%)*#+&,-#./##

8.2 Fort Elmina. De leerkracht bespreekt de vragen met de leerlingen die op hun plaats zitten.

Inhoud van deze lesbrief

Museum De Buitenplaats Kijken is een kunst

21. Lichaamslengte, deel 2: in een grafiek

SOCIALE VAARDIGHEDEN MET AFLATOUN

Werkblad: Vind me dan

Tuin van Heden 5 en 6 Werken met kunst in de paasperiode. Kernles 1: Kunstenaar, wat vertel je mij?

Docentenhandleiding Rijksmuseum Groep 7-8

Projectintroductie e. Projectintroductie les 1

Suggestie De opdracht van het werkblad Plaatsen langs de Schelde kan ook als huiswerk opgegeven worden of in zelfstandig werktijd gemaakt worden.

Geschiedenis van Suriname. De creolen na de afschaffing van de slavernij

een zee Sparta Sparta is een stad in Griekenland. Rond 600 voor Christus waren de steden in

Doelgroep: groep 5 t/m 8 (vraag 9 is vooral geschikt voor groep 7/8. Groep 5/6 kan deze vraag overslaan)

Te veel, te rijk, te weinig. Waterpark Lankheet

1. Wat zie je vanuit de lucht?

De Drakendokter: Gideon

Tuin van Heden 3 en 4 Werken met kunst in de paasperiode. Kernles 1: Kunstenaar, wat vertel je mij?

Antwoordenvel Handel en Wandel, primair onderwijs

BIJLAGE 1 BEELD met toelichting BOEREN IN DE IJZERTIJD

Sammie en opa. - Vakantiebestemmingen - Je dood vervelen

EEN JONGE NAVEL? De Vloer Op Jr. in de klas

2 > Kerndoelen > Aan de slag > Introductie van de manier van werken > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27

De IJzertijd (van 800 tot 12 voor Christus).

Driehoekshandel hv123. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

DE INFOBEURS. Beroepsopleiding, werk, werkervaring, stage. Inhoud. Doelgroep. Vakgebied. Materialen. Doelen STERKE SCHAKELS

Voorbereidende les. Basisonderwijs. Educatieteam

LESBRIEF LES 2 DE THT-LES SAMENVATTING LES 2 BENODIGDHEDEN DUUR LESDOELEN WERKVORMEN LINK ZAAKVAKKENINHOUD VOORBEREIDING

4 Vind me dan. Achtergrondinfo Planten en dieren hebben allerlei manieren om niet op te vallen. Deze kunnen onderverdeeld worden in:

Het gedicht Kampioen

Waar groeit mijn eten? handleiding

29. Kan ik dat nog ruilen of terug brengen?

HUISWERKGIDS SCHOOLJAAR

Team 5: Natuur. Onderzoek naar de natuurlijke zonnecel

werkbladen, telefoons en opnametoestel


Werkbladen Voortgezet onderwijs. Naam leerling:

LESBRIEF. Laat uw leerlingen 10 minuten lezen in 7Days. Uw leerlingen mogen zelf weten welke artikelen ze deze 10 minuten lezen.

Educatief materiaal bij de voorstelling Buurman en Buurvrouw, groep 3 en 4

2. Naar het pretpark!

Je eigen nieuwjaarsbrief

Driehoekshandel hv123. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Werkblad Mijn huis staat in...

SummerLabb: een leerzame combinatie van bijzondere verhalen, proefjes en interactieve experimenten. Opdracht voor in de klas: Poep is Goud

Teken een architect. Lees het volgende verhaal:

Voorbereidende les Het geheim van kapitein Jan May

Groep 8 Verdiepingsles: Lagerhuis (dubbele les) Groep 8 Verdiepingsles: Lagerhuis voorbereiding. Leerkrachtinformatie

Waar groeit mijn eten? handleiding opwarmles

Ze gebruikten bijna alleen maar streepjes omdat ze het snel en makkelijk in stenen wilden krassen. Rondjes waren erg moeilijk!

De exodus. Foto s van het materiaal

DE INFOBEURS. School, regels, wonen, drugs, Inhoud. Doelgroep. Vakgebied. Materialen. Doelen STERKE SCHAKELS 1

Thema 1 Welbevinden. 1. Synoniem (=) 1. Een ander woord met dezelfde betekenis. Bijv. in brand staan = in lichterlaaie staan

Hoe maak je een werkstuk?

Voedselweb van strand en zee

LES: Vallende sommen 3

Geschiedenis groep 6 Junior Einstein

Lesbeschrijving. Projectintroductie les 1

inhoud 1. Slavernij 2. Slavernij in de oudheid 3. Europa in de middeleeuwen 4. Afrikaanse slavenhandel 5. Nederland en slavernij

Verwonderen STICHTING KIND EN VOEDING. Groep 4, 5 en 6

Mentor Datum Groep Aantal lln

Plant in de klas Instructieblad leerkracht Groep 6/7/8

Handleiding. UNICEF Handleiding lessuggestie Schoolplein groep 3-4. Schoolplein

QUESTIONBOXLES PALMOLIE

JE EIGEN BUURT OMSTREEKS 1935

De vragen sluiten aan bij de belevingswereld van de leerlingen en zijn onderverdeeld in de volgende vijftien categorieën:

De kunst van het opzetten

Onder onze voeten Schoolbezoek Min40Celsius. Lesbrief

Gebruik het vragenmachientje en bedenk een onderzoeksvraag

LESBRIEF LES 1 DE VOEDSELKETENLES SAMENVATTING LES 1 VOORBEREIDING BENODIGDHEDEN DUUR LESDOELEN LINK ZAAKVAKKENINHOUD. Wat is voedselverspilling?

De wereld op zijn kop

Transcriptie:

Thema/ onderwerp: Verschillende soorten slaven 4.1 Leven van een slaaf Korte samenvatting van de leeractiviteit: De leerlingen maken kennis met de verschillende soorten slaven en kunnen een dag van één van deze soort slaven beschrijven. In de vervolgles leren de leerlingen gerichter kijken naar het leven op de plantage. Vakgebied(en): Nederlandse taal Geschiedenis Doelstelling(en): De leerlingen ontdekken dat er verschillende soorten (foetoeboys, huisslaven, veldslaven, fabrieksslaven) slaven waren. De leerlingen kunnen beschrijven wat deze soorten slaven voor werk deden. De leerlingen kunnen het leven van één dag van een, zelf te kiezen, soort slaaf beschrijven. De leerlingen kunnen de grote verschillen verwoorden tussen plantageeigenaren en de slaven op een plantage. Didactische werkvormen: Individueel Benodigde tijd: Inleiding: Kern: Verwerking/ afsluiting: Les werkblad: 20 min 30 min 10 min 20 minuten Voorbereiding: De leerkracht zorgt ervoor dat hij/ zij goed ingelezen is in het onderwerp (zie bijlage 15). Organisatie Inleiding: De leerlingen zitten op hun plaats en luisteren naar de leerkracht. Ze hebben niks voor zich. Kern: De leerlingen zitten op hun plaats en hebben een los A4 voor zich dat later in het portfolio gaat. De leerkracht schrijft op het bord welke slaven er zijn en wat ze deden, daarnaast schrijft de leerkracht de eisen die aan de opdracht verbonden zijn op het bord. Verwerking/ afsluiting: De leerlingen zitten in groepjes van vier bij elkaar en vertellen om de beurt hun verhaal over het dag uit het leven van. 1

Lesverloop: Inleiding: De leerkracht schrijft de vier soorten slaven (veldslaaf, huisslaaf, foetoeboy, fabriekslaaf) op het bord en vraagt aan de leerlingen wat voor werk deze slaven deden (zie bijlage 1). De leerlingen reageren hierop en zo wordt de bijlage besproken. Kern: De leerkracht vertelt de leerlingen dat ze een verhaal gaan schrijven over één van de slaven. De volgende eisen gelden voor de stelopdracht: - Waarom kies je voor deze soort slaaf? - Je moet duidelijk in je verhaal vertellen welke werkzaamheden je op een dag uitvoert. - Vertel duidelijk hoe je dag er uitziet: hoe laat sta je op, wat eet je, hoe laat ga je slapen. - Hoe zorgt je eigenaar voor je? Verwerking/ afsluiting: Laat de leerlingen in groepjes hun dag uit het leven van aan elkaar vertellen. Probeer groepjes te vormen waarin alle vier de verschillende dagboeken aan bod kunnen komen. Eventueel kan er voor heel de klas voorgelezen worden. In de vervolgles staat het werkblad Het leven op de plantage centraal. De leerlingen kunnen dit werkblad zelfstandig maken. De antwoorden op de vragen kunnen klassikaal besproken worden. Aanvullende ideeën: Dramales: laat de leerlingen in groepjes van vier de werkzaamheden van de verschillende slaven uitspelen. De overige leerlingen kunnen dan raden welke werkzaamheden gedaan worden en door wie deze werden uitgevoerd. Het werkblad Het leven op de plantage kan ook als klaaropdracht gegeven worden. De leerkracht kan de leerlingen zelfstandig aan het werk zetten met de plattegrond en het werkblad uit de bijlagen. Onderwijsleermaterialen: Bijlage 4.1.a: Verhaal over verschillende soorten slaven Bijlage 4.1.b: Werkblad leven op de plantage Bijlage 4.1.c: Antwoorden werkblad leven op de plantage Bijlage 4.1.d: Plantageplattegrond opdracht bron: Suriname Dominicus reeks, Haarlem 95, Jeanette van Boodegraven Bijlage 4.1.e: Werkblad plantageplattegrond opdracht Bijlage 4.1.f: Antwoorden werkblad plantageplattegrond opdracht 2

Bijlage 4.1.a: verhaal over verschillende soorten slaven Kei- en keihard werken, geen geld krijgen en een baas die met je kan doen wat hij wil. Dat is in het kort het leven van een slaaf. Er waren verschillende soorten slaven: de één werkte op de plantage, de ander in de fabriek. De veldslaven: zij moesten de grond spitten, het suikerriet planten, het riet verzorgen, het riet oogsten en het riet vervoeren naar de fabriek. In de fabriek werkten de fabrieksslaven: zij maalden en kookten het riet. Daarna werd het gezeefd. Vervolgens moest ook het suikerwater moest indrogen. De dikke suikerplak die overbleef moest gestampt en in zakken gedaan worden. Daarna werd het vervoerd naar Europa. Dan had je de groep huisslaven: dat waren slaven, vaak vrouwen, die het werk in huis deden. Er was één speciale vrouw: de Nene. Zij zorgde voor alle kleine leerlingen op de plantage. Tenslotte had je de foetoeboys: dat waren slaven die altijd 'in de buurt van de voeten van hun meester' moesten blijven. Zij kregen allerlei klussen: hun meester koele lucht toewuiven, zijn voeten masseren, een berichtje naar de stad brengen: allerlei klussen die direct te maken hadden met hun meester zelf. 3

Bijlage 4.1.b: Werkblad leven op de plantage Werkblad leven op de plantage Zoals je weet waren er dus verschillende soorten slaven, de grootste groep was de groep van de veldslaven. Zij werkten op de plantages. Plantages waren lappen grond die je zou kunnen vergelijken met de akkers van boeren bij ons. Op veel plantages in Suriname werd suikerriet verbouwd. Deze suikerrietplantages hadden veel weg van de maïsvelden die je bij ons in Nederland ziet. Naast de suikerrietplantages werden er op plantages ook grondstoffen* voor koffie en katoen. Ook werd er cacao verbouwd. Waar is cacao de grondstof van?. Op de plantage leefde de plantage-eigenaar, maar ook de slaven. Dat betekende dat er ook woonruimte moest zijn voor de bewoners. De plantage-eigenaar liet een mooi huis bouwen op zijn plantage. Aan dit huis moest goed te zien zijn hoe rijk en belangrijk de plantage-eigenaar wel niet was. Huis plantage-eigenaar Ook de slaven kregen hun eigen huis. Dit was in niets te vergelijken met het huis van de eigenaar van de plantage. Je zou het meer een hut kunnen noemen. De huizen hadden de naam erfhuizen. Hele gezinnen woonden in deze huizen. Huis slaaf *grondstoffen: stoffen die worden gebruikt om een product te maken. Zo wordt bijvoorbeeld de koffieboon gebruikt om koffie te maken. De koffieboon is de grondstof voor koffie. 4

Wat zou de naam erfhuis betekenen? (denk aan iets erven ). Welke verschillen zie je tussen het huis van de plantage-eigenaar en het huis van de veldslaaf? 1.. 2.. 3.. 4.. 5.. Waarom zou het woonhuis van de slaven op palen staan?. Naast hun eigen woonhuis kregen de slaven ook kostgrond. Dit was een lapje grond dat ieder slavengezin kreeg. Op deze grond konden ze hun eigen voedsel verbouwen. Nadat de slavernij door Nederland was afgeschaft in 1863 mochten de slaven hun eigen kostgrond houden. Wel moesten de slaven nog een aantal jaren voor hun baas blijven werken. Zij kregen nu wel een salaris. Met dit salaris konden ze maar net voor genoeg voedsel zorgen voor hun gezin. Waarom was de kostgrond zo belangrijk voor de slaven die vrij waren, na de afschaffing van de slavernij?.... Nog steeds kun je in Suriname oude huizen van plantage-eigenaren en oude huizen van slaven terugvinden. De foto s van de huizen die je net zag zijn nog maar kortgeleden gemaakt. Niet alle huizen van plantage-eigenaren zijn goed onderhouden in de loop van de tijd. Zo kun je ook huizen terugvinden die er nu zoals hieronder uitzien. Een vervallen huis van een plantage-eigenaar. 5

Bijlage 4.1.c: Antwoorden werkblad leven op de plantage Waar is cacao de grondstof van? chocolade Wat zou de naam erfhuis betekenen? (denk aan iets erven ) Een huis dat van generatie op generatie wordt doorgegeven. Welke verschillen zie je tussen het huis van de plantage-eigenaar en het huis van de veldslaaf? 1. grootte 2. stevigheid 3. grote tuin/ geen tuin 4. materiaal: steen/ hout 5. veranda/ geen veranda Waarom zou het woonhuis van de slaven op palen staan? Dan komen de dieren niet naar binnen. Dan komt het water niet binnen. Waarom was de kostgrond zo belangrijk voor de slaven die vrij waren, na de afschaffing van de slavernij? Dan konden ze hun eigen voedsel verbouwen. 6

Bijlage 4.1.d: Plantageplattegrond opdracht, bron: Suriname Dominicus reeks, Haarlem 95, Jeanette van Boodegraven 7

Bijlage 4.1.e: Werkblad plantageplattegrond opdracht 1. Wat zie je op deze kaart? Werkblad plantageplattegrond opdracht 2. Wat valt je op aan de vorm van de stukken grond? 3. Wat valt je op aan ligging van de stukken grond? 4. Wat is de oppervlakte van het stukje grond Oostenhuysen? 8

Bijlage 4.1.f: Antwoorden werkblad plantageplattegrond. 1. Wat zie je op deze kaart? De plantages in Suriname. 2. Wat valt je op aan de vorm van de stukken grond? Rechte stukken. 3. Wat valt je op aan ligging van de stukken grond? De stukken grond liggen aan de rivier zodat er met schepen de producten van de plantages vervoerd kunnen worden. 4. Wat is de oppervlakte van het stukje grond Oostenhuysen? Dat ligt eraan hoe groot de plattegrond wordt afgedrukt. 9