Rekenmachine met grafische display voor functies

Vergelijkbare documenten
jaar: 1990 nummer: 06

Dit tentamen bestaat uit vier opgaven. Iedere opgave bestaat uit meerdere onderdelen. Ieder onderdeel is zes punten waard.

Dit tentamen bestaat uit vier opgaven. Iedere opgave bestaat uit meerdere onderdelen. Ieder onderdeel is zes punten waard.

Examen mechanica: oefeningen

TENTAMEN DYNAMICA ( )

TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT Faculteit der Civiele Techniek en Geowetenschappen

RBEID 16/5/2011. Een rond voorwerp met een massa van 3,5 kg hangt stil aan twee touwtjes (zie bijlage figuur 2).

Hoofdstuk 3 Kracht en beweging. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

Klassieke en Kwantummechanica (EE1P11)

In autotijdschriften staan vaak testrapporten van nieuwe auto s. In de figuur op de bijlage is zo n overzicht afgedrukt.

Leerstof: Hoofdstukken 1, 2, 4, 9 en 10. Hulpmiddelen: Niet grafische rekenmachine, binas 6 de druk. Let op dat je alle vragen beantwoordt.

Hoofdstuk 3 Kracht en beweging. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

Tentamen Mechanica ( )

4. Maak een tekening:

Opgave 1 Afdaling. Opgave 2 Fietser

ATWOOD Blok A en blok B zijn verbonden door een koord dat over een katrol hangt. Er is geen wrijving in de katrol. Het stelsel gaat bewegen.

NAAM:... OPLEIDING:... Fysica: mechanica, golven en thermodynamica PROEFEXAME VA 3 OVEMBER 2009

MINISTERIE VAN ONDERWIJS, WETENSCHAP EN CULTUUR UNIFORM EXAMEN VWO 2015

Fysica: mechanica, golven en thermodynamica PROEFEXAMEN VAN 12 NOVEMBER 2008

NATUURKUNDE. Figuur 1

Krachten (4VWO)

jaar: 1989 nummer: 25

Mkv Dynamica. 1. Bereken de versnelling van het wagentje in de volgende figuur. Wrijving is te verwaarlozen. 10 kg

a. Bepaal hoeveel langer. b. Bepaal met figuur 1 de snelheid waarmee de parachutist neerkomt.

TENTAMEN DYNAMICA (140302) 29 januari 2010, 9:00-12:30

Oefenopgaven versnelling, kracht, arbeid. Werk netjes en nauwkeurig. Geef altijd berekeningen met Gegeven Gevraagd Formule Berekening Antwoord

MINISTERIE VAN ONDERWIJS, WETENSCHAP EN CULTUUR UNIFORM EXAMEN HAVO 2015

Technische Universiteit Eindhoven Bachelor College

Extra opdrachten Module: bewegen

a. Bepaal hoeveel langer. b. Bepaal met figuur 1 de snelheid waarmee de parachutist neerkomt.

Inleiding kracht en energie 3hv

Samenvatting Natuurkunde Syllabus domein C: beweging en energie

Naam : F. Outloos Nummer : 1302

VAK: natuurkunde KLAS: Havo 4 DATUM: 20 juni TIJD: uur TOETS: T1 STOF: Hfd 1 t/m 4. Opmerkingen voor surveillant XXXXXXXXXXXXXXXXXXX

CRUESLI. Een pak Cruesli heeft een massa van 375 gram. De bodem van het pak is 4,5 cm breed en 14 cm lang. 1. Bereken de oppervlakte van de bodem.

NASK1 - SAMENVATTING KRACHTEN en BEWEGING. Snelheid. De snelheid kun je uitrekenen door de afstand te delen door de tijd.

Kracht en beweging (Mechanics Baseline Test)

Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 4

BEWEGING HAVO. Raaklijnmethode Hokjesmethode

Space Experience Curaçao

tijd [n*t1] hoek (rad) tijd [n*t2] hoek (rad) 0 0,52 0 0,52 1 0,40 1 0,46 2 0,30 2 0,40 3 0,23 3 0,34 4 0,17 4 0,30 5 0,13 5 0,26 6 0,1 6 0,23

- KLAS 5. a) Bereken de hellingshoek met de horizontaal. (2p) Heb je bij a) geen antwoord gevonden, reken dan verder met een hellingshoek van 15.

Trillingen. Welke gegevens heb je nodig om dit diagram exact te kunnen tekenen?

5,7. Samenvatting door L woorden 14 januari keer beoordeeld. Natuurkunde

c. Bereken van welke hoogte Humpty kan vallen zonder dat hij breekt. {2p}

CRUESLI. Een pak Cruesli heeft een massa van 375 gram. De bodem van het pak is 4,5 cm breed en 14 cm lang. 1. Bereken de oppervlakte van de bodem.

NATUURKUNDE KLAS 5. PROEFWERK H8 JUNI 2010 Gebruik eigen rekenmachine en BINAS toegestaan. Totaal 29 p

Theorie: Snelheid (Herhaling klas 2)

De hoogte tijd grafiek is ook gegeven. d. Bepaal met deze grafiek de grootste snelheid van de vuurpijl.

TOELATINGSEXAMEN NATIN 2009

TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2013 TOETS APRIL :00 12:45 uur

TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2019 TOETS APRIL 2019 Tijdsduur: 1h45

MINISTERIE VAN ONDERWIJS, WETENSCHAP EN CULTUUR UNIFORM HEREXAMEN HAVO 2015

Opgave 2 Caravan. Havo Na1,2 Natuur(kunde) & techniek 2004-II.

Opgave 2 Een sprong bij volleyball 2015 I

Bergtrein. Figuur 2 staat ook op de uitwerkbijlage. a. Bepaal de afstand die de trein op t = 20 s heeft afgelegd.

We hebben 3 verschillende soorten van wrijving, geef bij elk een voorbeeld: - Rollende wrijving: - Glijdende wrijving: - Luchtweerstand:

Advanced Creative Enigneering Skills

Samenvatting snelheden en

Schuiven van een voertuig in een bocht met positieve verkanting

Begripsvragen: kracht en krachtmoment

m C Trillingen Harmonische trilling Wiskundig intermezzo

Welk van de onderstaande reeks vormt een stel van drie krachten die elkaar in evenwicht kunnen houden?

Naam: examennummer:.

Fysica. Indien dezelfde kracht werkt op een voorwerp met massa m 1 + m 2, is de versnelling van dat voorwerp gelijk aan: <A> 18,0 m/s 2.

Mechanica - Sterkteleer - HWTK PROEFTOETS- AT1 - OPGAVEN 1/6

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 8, Bewegen in functies

Leerstof: Hoofdstukken 1, 2, 4, 7, 9 en 10. Hulpmiddelen: Niet grafische rekenmachine, binas 6 de druk. Let op dat je alle vragen beantwoordt.

natuurkunde havo 2018-II

Tentamen Natuurkunde I Herkansing uur uur donderdag 7 juli 2005 Docent Drs.J.B. Vrijdaghs

Tentamen Natuurkunde A uur uur woensdag 10 januari 2007 Docent Drs.J.B. Vrijdaghs. Vul Uw gegevens op het deelnameformulier in

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Biomedische Technologie, groep Cardiovasculaire Biomechanica

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 7, Krachten

je kunt T ook uitrekenen via 33 omwentelingen in 60 s betekent 1 omwenteling in 60/33 s.

Arbeid & Energie. Dr. Pieter Neyskens Monitoraat Wetenschappen pieter.neyskens@wet.kuleuven.be. Assistent: Erik Lambrechts

Een kogel die van een helling afrolt, ondervindt een constante versnelling. Deze versnelling kan berekend worden met de formule:

SO energie, arbeid, snelheid Versie a. Natuurkunde, 4M. Formules: v t = v 0 + a * t s = v gem * t W = F * s E Z = m * g * h F = m * a

Examen ste tijdvak Op spitzen

d. Bereken bij welke hoek α René stil op de helling blijft staan (hij heeft aanvankelijk geen snelheid). NB: René gebruikt zijn remmen niet.

Examentraining Leerlingmateriaal

Hoofdstuk 4 Trillingen en cirkelbewegingen. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal


5.1 De numerieke rekenmethode

Eindronde Natuurkunde Olympiade 2016 theorietoets deel 1

Begripsvragen: Elektrisch veld

Het berekenen van de componenten: Gebruik maken van sinus, cosinus, tangens en/of de stelling van Pythagoras. Zie: Rekenen met vectoren.

Hoofdstuk 4 Trillingen en cirkelbewegingen. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

UITWERKINGEN OEFENVRAAGSTUKKEN 5 HAVO. natuurkunde

KLAS 5 EN BEWEGING. a) Bereken de snelheid waarmee de auto reed en leg uit of de auto te hard heeft gereden. (4p)

jaar: 1989 nummer: 17

Uitwerkingen Tentamen Natuurkunde-1

Samenvatting Natuurkunde Samenvatting 4 Hoofdstuk 4 Trillingen en cirkelbewegingen

Statica (WB) college 12 Friction Ch Guido Janssen

Opgave 1 Millenniumbrug

Naam:... Studentnummer:...

Hoofdstuk 6 Energie en beweging. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2014 TOETS APRIL uur

bij het oplossen van vraagstukken uit Systematische Natuurkunde deel VWO Hoofdstuk 2

Transcriptie:

Te gebruiken rekenmachine Duur Rekenmachine met grafische display voor functies 100 minuten 1/5

Opgave 1. Een personenauto rijdt met een beginsnelheid v 0=30 m/s en komt terecht op een stuk weg waar olie uit een lekkende tankwagen ligt. Een stuk verderop rijdt de tankwagen zelf langzaam met een constante snelheid v=5 m/s. Om een botsing te voorkomen trapt de chauffeur van de personenauto gelijk op de rem maar door de olie op het wegdek bedraagt de eenparige vertraging van de personenauto slechts a=- m/s. Sturen lukt ook niet meer. Het moment waarop de chauffeur van de personenauto begint met remmen noemen we t=0 s en de afstand tussen de achterkant van de vrachtwagen en de voorkant van de personenauto bedraagt op dat moment 150 m. a. Stel de plaats functies van de personenauto en de vrachtwagen op zoals die gelden na t=0 s en schrijf deze plaats functies zo eenvoudig mogelijk. b. Bereken nu op welk tijdstip de personenauto achterop de vrachtwagen botst. Je krijgt twee uitkomsten. Leg uit welke uitkomst goed is en verklaar wat er in de situatie van de andere uitkomst aan de hand is. Opgave. Een sneeuwmobiel trekt op een horizontale sneeuwvlakte een grote zwaarbeladen slede vooruit. De sneeuwmobiel met massa m 1=900 kg kan met zijn speciale rupsbanden een horizontaal naar achter gerichte kracht van 430 N uitoefenen op de ondergrond. Hierdoor kan de sneeuwmobiel aan zichzelf en de slede een versnelling a m/s geven. De slede met belading heeft een massa m =500 kg en ondervindt een wrijvingskracht waarvan de statische en glijdende wrijvingscoëfficiënten even groot zijn, namelijk µ s=μ k=0,15. a. Teken in een krachtendiagram alle krachten op de sneeuwmobiel en de slede wanneer zij eenparig versneld naar rechts bewegen. b. Bereken de grootte van de wrijvingskracht op de slede (gebruik g=10 m/s ). c. Bereken de grootte van de versnelling die het systeem heeft tijdens het optrekken. d. De sneeuwmobiel met slede er achter heeft 10 seconden nodig om optrekkend vanuit stilstand zijn topsnelheid te bereiken. Op de slede werkt tijdens het optrekken een bepaalde spankracht. Bereken de grootte van de arbeid die deze spankracht heeft geleverd gedurende 10 seconden optrekken. /5

Opgave 3. Twee blokken, met massa s van respectievelijk m 1=3 kg en m =5 kg, zijn met elkaar verbonden via een ideaal koord. Blok 1 ligt op een naar beneden hellend vlak met een hellingshoek α=30. Blok hangt aan het koord, wat over een ideale katrol loopt. Het oppervlak van de helling is ruw zodat blok 1 wrijving ondervindt. De statische en de glijdende wrijvingscoëfficiënt zijn even groot, namelijk μ s=μ k= 1 3. 3 Het systeem is aanvankelijk in rust omdat iemand blok vasthoudt. a) Teken een krachtendiagram voor blok 1, bereken de grootte van de wrijvingskracht die werkt op blok 1 (g=10 m/s ) en toon aan dat blok 1 niet uit zichzelf naar beneden zal glijden. Nadat blok wordt losgelaten doorloopt blok van A naar B een verticaal hoogteverschil Δh=7 cm. Uiteraard schuift blok 1 gelijktijdig een stukje omlaag langs het hellend vlak. b) Gebruik de wet van behoud van mechanische energie om te berekenen met welke snelheid de blokken bewegen vlak voordat blok de grond raakt in punt B. Opgave 4. Een kleine kamerventilator kan met twee verschillende snelheden roteren, in stand 1 draait de ventilator met 70 rpm en in stand draait de ventilator met 160 rpm. Wanneer de ventilator draait op stand 1 en de knop voor stand wordt ingedrukt dan duurt het 3 seconden voor de ventilator ook daadwerkelijk 160 rpm heeft bereikt. a) Hoe groot is de eenparige hoekversnelling die de ventilator ontwikkelt wanneer hij in toerental van stand 1 naar stand versnelt? b) Hoeveel omwentelingen heeft de ventilator tijdens het versnellen gemaakt? c) Wanneer de ventilator met 160 rpm draait en de spanning wordt uitgezet maakt hij nog 315 omwentelingen voordat hij echt tot stilstand komt. d) Bereken hoe lang het afremmen tot stilstand duurt. 3/5

Opgave 5. In een goudmijn worden rotsblokken via lopende band modules naar boven vervoerd. Een lopende band module heeft een lengte van 5 meter en vormt de schuine zijde van een 3-4-5-driehoek. De lopende band module bevat twee massieve metalen eindrollen waarvan er één direct door een motor wordt aangedreven. De overbrengverhouding is 1 op 1. Tussen de eindrollen is een zeer sterke band gespannen. De band wordt bij het vervoeren van rotsblokken ondersteund door 10 massieve metalen hulprollen. De eindrollen zijn cilinders met elk een massa m 1=300 kg en een straal r 1=0 cm. De hulprollen zijn cilinders met elk een massa m =6,5 kg en een straal r =8 cm. De band zelf heeft een massa van m b=600 kg en onder normale bedrijfscondities transporteert de band gemiddeld m r=6000 kg aan rotsblokken. a. Bereken het krachtmoment wat de aandrijvende motor moet leveren om de invloed van de zwaartekracht op de rotsblokken op te heffen. Voor de gravitatie-versnelling mag g=10 m/s worden gebruikt. b. Bereken het totale massatraagheidsmoment van het hele lopende band systeem belast met rotsblokken zoals de motor dat bij versnelling moet aandrijven. Gebruik hierbij ook dat het massatraagheidsmoment van de roterende massa in de motor zelf II mmmmmmmmmm =3½ kg m bedraagt. Onder normale bedrijfscondities beweegt de band met een snelheid van 5,4 km/uur. De invloed van alle wrijvingskrachten samen leidt tot een gemiddeld wrijvingskracht moment ττ wwww =61 Nm. Wanneer de lopende band module vanuit stilstand wordt opgestart levert de aandrijvende elektromotor gedurende korte tijd zijn maximale koppel ττ mmmmmmmmmm,mmmmmm. Het blijkt 5 seconden te duren voordat het lopende band systeem met rotsblokbelasting vanuit stilstand is versneld naar de normale vervoersnelheid van 5,4 km/uur. c. Bereken de grootte van het maximale koppel ττ mmmmmmmmmm,mmmmmm wat de elektromotor kan leveren. 4/5

Antwoorden Opgave Oplossing 1 x ( t) = 30t t p a. ; b. t1=10[ s ], t =15[ s ] voldoet niet x ( t) = 150 + 5t v a. b. Fwr =750[ N] ; c. α = 1,[m/ s systeem ] ; d. W=81000[ J ] 3 a. Het blok zal niet vanzelf naar beneden glijden; b. vb =3[ ms / ] ; 4 a. α= 6 π[ rad / s ]; b. 49,5 omwentelingen; c. t=30[ s ] 5 a. τ zw =700[ Nm] ; b. I = 9[. system kg m ] ; c. τ motor =850[ Nm] 5/5