Educatief pakket +7 jaar
Beste leerkracht Kinderen en verkeer: geen gemakkelijke combinatie. Daarom neemt de Plopsa-groep het initiatief om de verkeerskennis van kinderen bij te spijkeren via de K3-verkeersklas. Elke school die een schoolreis boekt naar Plopsaland De Panne, Plopsa Indoor Hassselt of Plopsa Indoor Coevorden kan zich hiervoor gratis inschrijven. En K3? Die wijst de leerlingen alvast de goede weg! Een Plopsa-politieagent maakt de leerlingen tijdens een les in een echte verkeersklas wegwijs in het verkeer. Aan de hand van ludieke opdrachten leren de leerlingen alles over de agent, verkeerslichten, verkeersborden en oversteken. De theorie wordt daarna meteen aan de praktijk getoetst in het K3-verkeerspark. Wil jij jouw leerlingen nog beter voorbereiden op een schoolreis? Voor u ligt het nieuwe educatieve voorbereidingspakket. Dit pakket bestaat uit een aantal leuke werkblaadjes en een creatieve doe-opdracht. Met behulp van dit pakket worden de verkeersregels al lichtjes geïntroduceerd. Maar niet enkel het verkeer wordt aangehaald: ook tellen, kleuren, oriëntatie, komen aan bod. Elke leerling die met succes het voorbereidingspakket heeft gemaakt en de K3- verkeersklas heeft gevolgd, krijgt op het einde van de schoolreis een leuk diploma! Dit pakket werd volledig opgesteld volgens de decretale eindtermen. Feedback werd voorzien door Frederik Raes, onderwijskundige verbonden als lerarenopleider aan de Karel de Grote-Hogeschool te Antwerpen. Veel plezier!
Op deze en volgende pagina kunt u een volledige opsomming vinden van alle gebruikte eindtermen. ICT 4: De leerlingen kunnen zelfstandig leren in een door ICT-ondersteunde leeromgeving. Leren-leren 4: De leerlingen kunnen eenvoudige problemen op systematische en inzichtelijke wijze oplossen. Nederlands-schrijven 4.3: De leerlingen kunnen (verwerkingsniveau = structureren) een brief schrijven aan een bekende om een persoonlijke boodschap of belevenis over te brengen. 4.5: De leerlingen kunnen (verwerkingsniveau = structureren) een formulier invullen met informatie over henzelf. Sociale vaardigheden-relatiewijzen 1.2: De leerlingen kunnen in omgang met anderen respect en waardering opbrengen. 1.4: De leerlingen kunnen hulp vragen en zich laten helpen. 1.5: De leerlingen kunnen bij groepstaken leiding geven en onder leiding van een medeleerling meewerken. Sociale vaardigheden-samenwerking 3: De leerlingen kunnen samenwerken met anderen, zonder onderscheid van sociale achtergrond, geslacht of etnische origine. Wereldoriëntatie-gezondheid 1.20: De leerlingen kunnen de hulp inroepen van een volwassene in een noodsituatie. Wereldoriëntatie-mens 3.1: De leerlingen drukken in een niet-conflictgeladen situatie, eigen indrukken, gevoelens, verlangens, gedachten en waarderingen spontaan uit. 3.2: De leerlingen kunnen beschrijven wat ze voelen en wat ze doen in een concrete situatie en kunnen illustreren dat zowel hun gedrag als hun gevoelens situatiegebonden zijn. 3.6: De leerlingen tonen in een eenvoudige conflictsituatie in de omgang met leeftijdgenoten de bereidheid om te zoeken naar een geweldloze oplossing. Wereldoriëntatie-milieu 1.26: De leerlingen tonen respect en zorg voor de natuur vanuit het besef dat de mens voor zijn levensbehoeften afhankelijk is van het natuurlijk leefmilieu. Wereldoriëntatie-natuur 1.11: De leerlingen kunnen de weerselementen op een bepaald moment en over een beperkte periode, meten, vergelijken en die weersituatie beschrijven. Wereldoriëntatie-ruimte 6.1: De leerlingen kunnen aan elkaar een te volgen weg tussen twee plaatsen in de eigen gemeente of stad beschrijven. Ze kunnen deze reisweg ook aanduiden op een plattegrond. 6.11: De leerlingen kunnen een atlas raadplegen en kunnen enkele soorten kaarten hanteren gebruik makend van de legende, windrichting en schaal. 6.13: De leerlingen beschikken over voldoende reactiesnelheid, evenwichtsbehoud en gevoel voor coördinatie en ze kennen de verkeersregels voor fietsers en voetgangers, om zich zelfstandig en veilig te kunnen verplaatsen langs een voor hen vertrouwde route. 6.14: De leerlingen tonen zich in hun gedrag bereid rekening te houden met andere weggebruikers. Wereldoriëntatie-techniek 2.1: De leerlingen kunnen van technische systemen uit hun omgeving zeggen uit welke materialen of grondstoffen ze gemaakt zijn. 2.4: De leerlingen kunnen illustreren dat sommige technische systemen moeten worden onderhouden. 2.7: De leerlingen kunnen in concrete ervaringen stappen van het technisch proces herkennen (het probleem stellen, oplossingen ontwikkelen, maken, in gebruik nemen, evalueren). 2.10: De leerlingen kunnen bepalen aan welke vereisten het technisch systeem dat ze willen gebruiken of realiseren, moet voldoen. 2.11: De leerlingen kunnen ideeën genereren voor een ontwerp van een technisch systeem. 2.13: De leerlingen kunnen een eenvoudige werktekening of handleiding stap voor stap uitvoeren.
Wereldoriëntatie-tijd 5.1: De leerlingen kunnen de tijd die ze nodig hebben voor een voor hen bekende bezigheid realistisch schatten. 5.2: De leerlingen kunnen een kalender gebruiken om speciale gebeurtenissen uit eigen leven in de tijd te situeren en om de tijd tussen deze gebeurtenissen correct te bepalen. Wiskunde-getallen 1.29: De leerlingen zijn bereid verstandige zoekstrategieën aan te wenden die helpen bij het aanpakken van wiskundige problemen met betrekking tot getallen, meten, ruimtelijke oriëntatie en meetkunde. Wiskunde-meetkunde 3.7: De leerlingen zijn in staat zich ruimtelijk te oriënteren op basis van plattegronden, kaarten, foto s en gegevens over afstand en richting en zich in de ruimte mentaal te verplaatsen en te verwoorden wat ze dan zien. Wiskunde-strategieën 4.1. De leerlingen kunnen met concrete voorbeelden aantonen dat er voor hetzelfde wiskundig probleem met betrekking tot getallen, meten, meetkunde en ruimtelijke oriëntatie, soms zelfs meerdere oplossingen mogelijk zijn afhankelijk van de wijze waarop het probleem wordt opgevat. 4.2: De leerlingen zijn in staat om de geleerde begrippen, inzichten, procedures, met betrekking tot getallen, meten en meetkunde, zoals in de respectievelijke eindtermen vermeld, efficiënt te hanteren in betekenisvolle toepassingssituaties, zowel binnen als buiten de klas.
Inhoudstafel Parkplannen Aftelkalender schoolreis Speel- en werkblaadjes: 1 - Ik voel me veilig in de Plopsa-Parken Geen enkele leerling loopt verloren met dit leuke naamkaartje. 2 - Ik bereid me goed voor op een schoolreis naar een Plopsa-park Elke leerling beseft zelf wat al dan niet kan voor een schoolreis naar een Plopsa-park. 3 - Ik weet waar mijn school staat, waar het Plopsa-park ligt en hoe ik er veilig en vlot heen ga: Stippel zelf je route uit. 4 - Wij ontwerpen samen een attractie Knappe koppen met technische knobbels bedenken fantastische attracties voor de Plopsa-parken. 5 - Ik zoek Josje: Waar is Josje? 6 - Ik zoek de juiste stukken Vervolledig de tekening. 7 - Ik houd van Sudoku Zoek jij de juiste figuren? 8 - Ik schrijf een brief aan mijn favoriete Plopsa-figuur: Maak een verslag van de superleuke dag in het Plopsa-park. 9 - Ik ben een heer/dame in het verkeer: Ontwerp je eigen verkeersbord. Doe-opdracht Maak een K3- of Mega Toby-mobiel en speel het Grote Verkeersspel.
Parkplannen Op onze website kunt u de parkplannen vinden van Plopsaland De Panne, Plopsa Indoor Hasselt en Plopsa Indoor Coevorden (zie het tabblad Ontdek het park, optie Parkplan ). Stippel samen met de leerlingen een dagtraject uit. Zo leren de leerlingen de attracties al op voorhand kennen en kunnen ze zich beter oriënteren. Wat doe ik als ik de juffrouw of meester niet meer vindt? Hoe vinden wij elkaar weer? Decretale eindtermen: wereldoriëntatie-gezondheid: 1.20 / wereldoriëntatie-milieu: 1.26 / ICT: 4 / wiskunde-meetkunde: 3.7 / sociale vaardigheden-relatiewijzer: 1.4 Aan wie kan ik hulp vragen? En hoe doe ik dat? Wat mag ik zeker niet doen?
Parkplannen Decretale eindtermen: wereldoriëntatie-tijd: 5.1 / wereldoriëntatie-ruimte: 6.1 en 6.11 / wiskunde-meetkunde: 3.7 Ik kan een dagtraject uitstippelen. Mijn vrienden doen dit ook. Samen kiezen we het beste dagtraject uit alle voorstellen. Kijk op de plattegrond en stippel het beste traject uit. We spelen een quiz vandaag! Maak elk 3 Plopsa-kaartquizvragen en stel ze aan de klas. Voorbeelden: In welke windrichting ligt de ingang van het park? Het verkeerspark ligt in het midden van het park: waar of niet waar? Ligt het verkeerspark naast het carroussel?
Aftelkalender 10 9 6 7 Kleurplaat 8 4 5 Riesen-Malspaß mit Wickie und Ylvie! 3 Kleurplaat 1 Decretale eindtermen: wereldoriëntatie-tijd: 5.2 2 Hoeveel nachtjes slapen nog?
Werkblad 1 Ik voel me veilig in de Plopsa-parken Geen enkele leerling loopt verloren met dit leuke naamkaartje. Vul het kaartje in, kleur de figuur, kleef het op een stuk dikker papier en laat de leerling het uitknippen. Extra tip: plastificeer het kaartje. Dit heb je nodig: Dikker papier Mijn voornaam: Mijn familienaam: Ik zit in de klas Naam en adres van school: Mijn begeleiders zijn: Decretale eindtermen: Nederlands-schrijven: 4.5 Te bereiken op:
Werkblad 2 Ik bereid me goed voor op een schoolreis naar een Plopsa-park Dit heb je nodig: Ik was al eens in een pretpark en toen Dit verwacht ik van de schoolreis: De weervrouw/weerman voorspelde het weer (omcirkel wat juist is): Decretale eindtermen: wereldoriëntatie-natuur: 1.11 / wereldoriëntatie-mens: 3.1 Zo ga ik me kleden Zo helemaal niet Dit komt ook van pas
Werkblad 3 Ik weet waar mijn school staat, waar het Plopsa-park ligt en hoe ik er veilig en vlot heen ga. Ben jij een goede gids? Dan reis ik graag met je mee naar Plopsaland De Panne, Plopsa Indoor Hasselt of Plopsa Indoor Coevorden. Dit heb je nodig: extra moeilijk! Decretale eindtermen: wiskunde-getallen: 1.29 / wiskunde-strategieën: 4.2 / leren leren: 4 COEVORDEN DE PANNE HASSELT Ik kan + en - punten vergelijken en de beste keuze maken!...... Volgens mij is dit de beste keuze... Omdat: 1... 2... 3... Reis met het openbaar vervoer Vervoermiddel... Biedt plaats aan... personen. Af te leggen afstand:... km. Prijs reis heen en terug/persoon:... Kostprijs per km bedraagt:... Traject...... Vertrekuur... Aankomst... Reis met privé-vervoer Vervoermiddel... Biedt plaats aan... personen. Af te leggen afstand:... km. Prijs reis heen en terug/persoon:... Kostprijs per km bedraagt:... Traject...... Vertrekuur... Aankomst...
Werkblad 4a Wij ontwerpen samen een attractie Dikker papier Wat kan jouw knappe kop bedenken? Maak een ontwerp van jullie nieuwe attractie. Bouw er een maquette voor. Dit heb je nodig: Decretale eindtermen: wereldoriëntatie-techniek: 2.1, 2.4, 2.8, 2.10 en 2.11 / sociale vaardigheden-samenwerking: 3 / sociale vaardigheden-relatiewijzer: 1.2 en 1.5 Mijn ontwerp Naam van onze attractie...
Werkblad 4b Kan jij een technische fiche maken? Dit heb je nodig: Decretale eindtermen: wereldoriëntatie-techniek: 2.1, 2.4, 2.8, 2.10 en 2.11 / sociale vaardigheden-samenwerking: 3 / sociale vaardigheden-relatiewijzer: 1.2 en 1.5 TECHNISCHE FICHE Naam van de attractie:....................................................................................... Plaats in het park:.......................................... Waarom daar?............................................ Wat moet het kunnen doen? Hoe werkt het?..................................................................... Bijzonderheden?.......................................... Welke energiebron drijft het aan?........................... AAN WELKE EISEN MOET DEZE CONSTRUCTIE VOLDOEN? WELKE MATERIALEN EN MIDDELEN ZORGEN VOOR/ Veiligheid:.......................................... Stevigheid:.......................................... Duurzaamheid:.......................................... Pret en beleving:.........................................
Werkblad 5 Ik zoek Josje. Waar is Josje? Josje is verstopt. Vind jij haar terug? Dit heb je nodig:
Werkblad 6 Ik zoek de juiste stukken Kijk naar de tekening. Er ontbreken 3 stukken. Onderaan zie je 5 stukken. Welke 3 stukken moeten in de tekening komen? Knip de stukjes uit en kleef ze in de tekening. Dit heb je nodig: Kleurplaat Kleurplaat
Werkblad 7 Ik houd van Sudoku Een Sudoku bestaat uit negen rijen en negen kolommen. Een Sudoku bestaat ook uit negen vierkanten van 3 keer 3. Elke kolom, rij en vierkant moet ingevuld worden met de volgende figuren: Dit heb je nodig: extra moeilijk! Kleurpl aat Malspaß mit Wickie und Ylvie! Kleurpl Kleurpl aat aat ie und Ylvie! Riesen-Malspaß mit Wick Kleurpl aat ie und Ylvie! Riesen-Malspaß mit Wick Kleurpl aat ie und Ylvie! Riesen-Malspaß mit Wick Kleurpl aat ie und Ylvie! Riesen-Malspaß mit Wick ie und Ylvie! Decretale eindtermen: wiskunde-strategieën: 4.1 / leren leren: 4 Riesen-Malspaß mit Wick Kleurpl aat ie und Ylvie! Riesen-Malspaß mit Wick Kleurpl aat ie und Ylvie! ie und Ylvie! Riesen-Malspaß mit Wick Riesen-Malspaß mit Wick ie und Ylvie! Riesen-Malspaß mit Wick
Werkblad 8 Ik schrijf een brief aan mijn favoriete Plopsa-figuur* over mijn dag in het Plopsa-park. *Kies uit Samson, Gert, K3, Rox, Mega Mindy, Maya de Bij, Dit heb je nodig: Mijn top 3 attractie voor dolle pret: 1)... 2)... 3)... Dit vond ik onvergetelijk......... maar dit vond ik niet zo leuk Wat was dit lief en zacht:...... Decretale eindtermen: Nederlands-schrijven: 4.3 / wereldoriëntatie-mens: 3.1 en 3.2......... Als ik terugdenk aan deze dag, dan voel ik me............ Even wat ik BOOS omdat.........
Werkblad 9 Ik ben een heer/dame in het verkeer! Er bestaan heel veel verschillende verkeersborden. Elke kleur en vorm heeft zijn eigen betekenis. Teken nu je eigen verkeersbord. Dit heb je nodig: Ik MOET-bord Ik MAG NIET-bord Ik LET OP-bord HIER IS-bord Een blauw rond bord betekent dat je iets moet doen. Hier moet je wandelen. Een rood rond bord betekent dat je iets niet mag doen. Hier mag je niet fietsen. Een rode driehoek betekent dat je moet opletten. Hier moet je opletten voor koeien. Een blauwe rechthoek betekent dat er hier iets is. Dit bord betekent dat er een toilet is. Decretale eindtermen: wereldoriëntatie-ruimte: 6.13
Zo maak je een -mobiel Dit heb je nodig: Tandenstokers dopje LINT Dikker papier KLEI 4x Zo maak je het: =LIJM 3 1 2 4 5 VOORBEREIDING: Print (bij voorkeur op dikker papier) voor elke leerling K3-werkblad 1 en -werkblad 2 uit. (zie volgende bladzijden) 1 kleuren: Versier en kleur de auto s en het doosje op de werkblaadjes. 2 knippen: Knip de auto s en het doosje uit langs de rand. Decretale eindtermen: wereldoriëntatie-techniek: 2.13 3 lijmen: Plooi en lijm het doosje op K3-werkblad 2 zoals hierboven aangegeven. 4 wielen: Knip de rietjes iets korter dan de tandenstoker, steek de tandenstoker door het rietje, vul de flessendopjes met klei en duw er een tandenstoker in. 5 afwerking: Bevestig de rietjes met plakband aan de onderkant van de auto ter hoogte van de wielen. Maak een mooie strik en kleef ze op de achterkant van de auto. TIP voor de juf! Als de auto klaar is, kan je in het bakje zelf gebakken koekjes steken en cadeau doen voor vaderdag.
K3 werkblad 1 Tip van Kristel! Kleur de koplampen in met Glitterverf! Zo geven ze precies echt licht.
K3 werkblad 2 Tip van Josje! Print deze pagina af op gekleurd papier, zo heb je meteen een volledig gekleurd bakje. = lijm
Zo maak je een - mobiel Dit heb je nodig: Tandenstokers dopje LINT Dikker papier KLEI 4x Zo maak je het: =LIJM 1 2 3 4 5 VOORBEREIDING: Print (bij voorkeur op dikker papier) voor elke leerling Mega Toby-werkblad 1 en -werkblad 2 uit. (zie volgende bladzijden) 1 kleuren: Versier en kleur de auto s en het doosje op de werkblaadjes. 2 knippen: Knip de auto s en het doosje uit langs de rand. 3 lijmen: Plooi en lijm het doosje op Mega Toby-werkblad 2 zoals hierboven aangegeven. 4 wielen: Knip de rietjes iets korter dan de tandenstoker, steek de tandenstoker door het rietje, vul de flessendopjes met klei en duw er een tandenstoker in. 5 afwerking: Bevestig de rietjes met plakband aan de onderkant van de auto ter hoogte van de wielen. Maak een mooie strik en kleef ze op de achterkant van de auto. TIP voor de juf! Als de auto klaar is, kan je in het bakje zelf gebakken koekjes steken en cadeau doen voor vaderdag.
Mega Toby werkblad 1 Tip van Toby! Kleur de koplampen in met Glitterverf! Zo geven ze precies echt licht.
Mega Toby werkblad 2 Tip van Mega Mindy! Print deze pagina af op gekleurd papier, zo heb je meteen een volledig gekleurd bakje. = lijm
We maken samen een stratenplan Decretale eindtermen: wereldoriëntatie-ruimte: 6.13 / sociale vaardigheden-samenwerking: 3 / sociale vaardigheden-relatiewijzer: 1.2 en 1.5 / wereldoriëntatie-mens: 3.6 Dit heb je nodig: Zo maak je het: 1 VOORBEREIDING: Print (bij voorkeur op dikker papier) voor elke leerling werkblad 3, 4, 5, 6, 7 en 8 uit (zie volgende bladzijden). 1 kleuren: Kleur de straten in, de verkeersborden en de verkeerslichten. 2 knippen: Knip de straten, verkeersborden en -lichten uit. 3 plakken: Plak de verkeersborden en -lichten op een kurk. 4 afwerking: Maak nu met de ganse klas jullie eigen stratenplan en geef de verkeersborden een plaats op het stratenplan. Speel samen het grote verkeersspel! Op het einde van het pakket vind je verschillende doe- en kennis-kaarten om dit leuke verkeersspel te spelen. 2 Kurk 3 TIP Laat uw leerlingen zelf hun eigen straten tekenen. 4
werkblad 3
werkblad 4
werkblad 5
werkblad 6
werkblad 7
werkblad 8
UITLEG Het Grote Verkeersspel Speel samen met je leerlingen het Grote Verkeersspel. Er zijn twee soorten kaarten: 1: Doe-kaarten Met deze kaarten leren kinderen al doende weg een verkeersregelement. 2: Kennis-kaarten Met deze kaarten test je de kennis. Dit knipt de juf/meester uit Doe-kaart Doe-kaart Kennis-kaart Kennis-kaart Duid op het bord aan waar je veilig de straat kan oversteken als voetganger en toon welke voertuigen er eventueel stoppen voor je. Geef de kortste weg aan van punt A naar punt B, en rijd die weg door met je zelfgemaakte auto. Let hierbij goed op de verkeersborden. Duid de gebodsborden aan op het stratenplan en leg uit wat dit bord betekent. Duid de verbodsborden aan op het stratenplan en leg uit wat dit bord betekent. Doe-kaart Doe-kaart Kennis-kaart Kennis-kaart Vertel of je al een gevaarlijke situatie hebt gezien/ meegemaakt en speel hem na op het bord. Verzet een verkeersbord of verkeerslicht naar een plaats waar jij denkt dat hij beter past en leg uit waarom. Duid de pas opborden aan op het stratenplan en leg uit wat dit bord betekent. Wat moet je doen als het licht plots op rood springt en je bent nog niet volledig overgestoken? Doe-kaart Doe-kaart Kennis-kaart Kennis-kaart Boots een autoongeluk na met twee auto s op het stratenplan en leg daarna uit wie er fout was en waarom. Wie heeft er voorrang? Zet op een kruispunt willekeurig een auto s. Kijk goed naar de borden en lichten en laat iedereen passeren Als er geen borden staan die de voorrang aangeven, wie mag dan als eerst door? Heeft de auto die van een oprit afrijdt voorrang?
Dit knipt de juf/meester uit Doe-kaart Doe-kaart Kennis-kaart Joker-kaart Op een kruispunt staat een auto die rechtdoor wil en van rechts komt er een fietser. Zet op het grote kruispunt een auto en een fietser neer. Wie mag er eerst? (Wie heeft er voorrang?) Je wilt oversteken met je poppetje, maar er is geen voetpad. Hoe kom je veilig naar de overkant? Laat het zien en leg uit wat je doet. Wanneer je niet verder kan op het voetpad omdat er een vrachtwagen fout op geparkeerd staat, mag je voorzichtig op de weg stappen? Waar of niet waar? Verzin zelf een opdracht of vraag. Doe-kaart Doe-kaart Kennis-kaart Kennis-kaart Je ziet een ongeluk gebeuren. Een auto rijdt tegen, een fietser. De fietser valt. Jij belt met je gsm naar 112 om de ziekenwagen te verwittigen. Speel: doe alsof en bel. Speel een agent die het verkeer op een druk kruispunt regelt na. Met een step of rolschaatsen moet je op het voetpad rijden. Waar of niet waar? Als ik te voet een voetganger voorbijsteek, moet ik mijn arm uitsteken. Waar of niet waar? Doe-kaart Doe-kaart Kennis-kaart Kennis-kaart Bedenk per 3 voor elke letter van het alfabet een woord dat met verkeer te maken heeft. Pictionary: Jij tekent op bord en de rest moet raden. Om ter snelst. Teken een fiets Voetgangers hebben voorrang op een zebrapad. Ze mogen ineens oversteken. Waar of niet waar? Je komt aan bij een verkeerslicht en het is rood. Een agent die op het kruispunt staat doet teken dat je toch door mag rijden (ook al is het rood). Voor de veiligheid blijf je toch maar staan, het is tenslotte rood. Waar of niet waar? Doe-kaart Doe-kaart Kennis-kaart Kennis-kaart Pictionary: Jij tekent op bord en de rest moet raden. Om ter snelst. Teken een spoorweg. Pictionary: Jij tekent op bord en de rest moet raden. Om ter snelst. Teken een politieagent Hoe hard mag je rijden in een woonerf. Wat betekent het als het stoplicht op oranje staat?