VEILIGHEIDBELEIDSPLAN Aanleiding Voor de werkzaamheden die verricht worden door de Stichting Landschapsbeheer Aa-dal (SLA) is het van belang aandacht te hebben voor de veiligheidsrisico s. Overduidelijk is dat de veelal buitenactiviteiten risico s voor vrijwilligers en andere betrokken groepen met zich meebrengen. De praktijk leert dat het ontoereikend is hier alleen mondeling, in het veld, aandacht voor te vragen. De handelswijze met betrekking tot het aspect veiligheid, dienen vastgelegd te worden in een vast te stellen beleidsplan. Doel Dit beleidsdocument is opgesteld om het vrijwillige landschapsbeheer op een veilige manier te realiseren en zo de kwaliteit van het vrijwillig landschapsbeheer te verbeteren. Door middel van een risico-inventarisatie worden de risico s inzichtelijk zijn gemaakt, beheersbaar gemaakt en daarmee ongevallen voorkomen. Op basis van een jaarlijkse evaluatie wordt het plan waar nodig aangepast. Organisatie In 2013 is door een aantal in het Brabants Landschap actieve vrijwilligers de ambitie uitgesproken om een grotere rol te willen spelen in het lokale landschapsbeheer. In 2014 heeft dit geresulteerd in de oprichting van Stichting Landschapsbeheer Aa-dal. Het bestuur van de stichting bestaat uit een voorzitter, secretaris en penningmeester, bijgestaan door adviseurs. Voorliggend veiligheidsplan is onderdeel van het beleid van de stichting. Werkwijze Dit veiligheidsplan geeft aan op welke wijze de stichting (haar vrijwilligers) invulling wil geven aan haar doelstelling op een veilige manier verbeteren van de kwaliteit van het lokale landschapsbeheer. Hierbij dient als leidraad de ARBO-catalogus bos en natuur (bijlage 5). Deze ARBO-catalogus is een praktisch hulpmiddel bij het opzetten van een gezonde en veilige bedrijfsvoering. De ARBO-catalogus is geschreven voor iedereen die werkt in de agrarische en groene sector. Voor de meest voorkomende knelpunten en aandachtsgebieden in het werk zijn oplossingen en aanbevelingen omschreven. Plan van aanpak Voor het werk begint wordt door de projectleider die door het bestuur is benoemd- een plan van aanpak voor de klus (project) opgesteld. In hoofdlijn komt het er op neer dat omschreven wordt: a. wat er gedaan moet worden (wat het project behelst); b. waar het gedaan wordt (exacte locatie); c. wanneer het gedaan wordt (data, tijd); d. hoe dat het wordt uitgevoerd (werkwijze, gereedschappen ); e. welke risico s daaraan verbonden zijn. Dit laatste gebeurd door het opzetten van een risicoinventarisatie en evaluatie-model (RI&E). Voor het opstellen van het plan van aanpak kan gebruik worden gemaakt van de gegevens van het werkdagformulier (bijlage 1). De projectleider neemt ruim voorafgaand aan de start van de werkzaamheden contact op met de grondeigenaar/opdrachtgever. Dit kan zijn Brabants Landschap, een overheid (Waterschap, gemeente) of anderzins. De afspraak is dat een dergelijk gesprek altijd met twee personen van de SLA plaatsvindt. Zij spreken met de grondeigenaar/opdrachtgever het plan van aanpak door. Tevens wordt met deze instantie de verzekeringssituatie besproken (is sprake van een vrijwilligersverzekering of anders). Van dit gesprek met de grondeigenaar/opdrachtgever wordt een verslag gemaakt t.b.v. het bestuur. 1
Bij het opstellen van een risico-inventarisatie wordt gebruik gemaakt van een speciaal daartoe ontwikkelde methode (bijlage 2, risico-inventarisatie en evaluatie-model (RI&E)). Eerdere ervaringen worden gebruikt om het toegepaste model te verbeteren. De (eventuele) wijzigingen en aanpassingen worden ingegeven door de ervaringen in het voorafgaande jaar. Als blijkt dat werkzaamheden verkeerd zijn ingeschat zullen deze worden bijgesteld. Deze wijzigingen zullen rood worden gemarkeerd, zodat (vaste) deelnemers aan de werkdagen kunnen zien welke aanpassingen er gemaakt zijn. De deelnemers van de werkdagen worden door de projectleider vooraf door middel van het plan van aanpak geïnformeerd en worden tevens door de bijgevoegde risico-inventarisatie op de hoogte gebracht van de veiligheidrisico s. Onderdeel hiervan is welke middelen ingezet worden om het risico s op ongevallen/letsel te voorkomen (persoonlijke beschermingsmiddelen PBM s). Jaarlijks zal aan het eind van het seizoen beoordeeld worden welke aanpassingen er noodzakelijk zijn. Nieuwe activiteiten waarvoor nog geen risico-inventarisatie is opgesteld worden aan de bijlage toegevoegd. Jaarlijks wordt aan het begin van het werkseizoen een informatiebijeenkomst georganiseerd, waar het onderwerp ARBO een vast agendapunt is en met de vaste deelnemers aan werkdagen besproken wordt. Schematisch weergegeven bestuur SLA project projectleider opstellen Plan van Aanpak opstellen RI&E overleg met opdrachtgever bestuur SLA communicatie met vrijwilligers start uitvoering evaluatie aanpassingen Verantwoordelijkheid delen Het is bij nagenoeg alle taken die door vrijwilligers worden uitgevoerd het beleid van de SLA om dit niet alleen te doen maar met twee personen. Of het nu een gesprek met de gemeente is, afspraken met eigenaars, het opstellen van een plan of het inschatten van risico s. Het met tweeën werken (een als trekker en een assistent) biedt twee voordelen; 1) er kan worden gediscussieerd over een op te lossen probleem, de groep is dan niet afhankelijk van de mening van een persoon, en 2) als de (ARBO)trekker op een bepaalde werkdag niet aanwezig is, is er altijd iemand met verstand van zaken waarop kan worden teruggevallen. Wat is veilig? het bewust nemen van aanvaardbare risico s 2
Taak van het bestuur Het bestuur kent de inhoud van het plan van aanpak en de risico-inventarisatie. Het bestuur geeft de twee ARBO-coördinatoren het mandaat om tijdens een werkdag bij het niet opvolgen van instructies maatregelen te nemen. Voorbeelden hiervan zijn indien er met gevaarlijk gereedschap wordt gewerkt, (bijvoorbeeld een motorzaag) of als door een persoon met gebrek aan ervaring of met een bepaalde mate van onhandigheid hiermee wordt gewerkt, moet er worden opgetreden. Er kan immers gevaar voor de hele groep ontstaan. Door het bestuur of door de ARBO-coördinator, maar altijd op last van het bestuur, wordt aan de desbetreffende persoon medegedeeld dat er een einde moet komen aan de ongewenste situatie en dat er naar een alternatief moet worden gezocht. Risico-Inventarisatie & Evaluatie (risicomodel Fine & Kenneth) De risico-inventarisatie (bijlage 2) is voor de meest gangbare werkzaamheden standaard ingevuld. Hierbij zijn de risico s ingeschat zoals deze normaliter te verwachten zijn. De groep dient de risicoinventarisatie voor hun eigen activiteiten nog goed na te lopen. Het is denkbaar dat er werkzaamheden verricht gaan worden die door de aard van de locatie of de aard van het element extra risico met zich mee brengen. Probeer de risico s zo goed mogelijk in te schatten. De ARBOcoördinatoren stellen de risico-inventarisatie op in overleg met de projectleider. Door goed om te gaan met het risico-model (met inventiviteit en vindingrijkheid) wordt het risico op ongelukken verminderd. In principe heeft de RI&E alleen betrekking op de werknemers die in loondienst zijn, maar als in de organisatie gewerkt wordt met gevaarlijke stoffen en / of biologische agentia is de RI&E, voor deze onderdelen ook van toepassing op de vrijwilligers in de organisatie. Tot deze agentia behoren bacteriën, virussen, schimmels (gisten) en parasieten. micro-organismen, bijvoorbeeld virussen, bacteriën schimmels of parasieten, die een infectie, allergie of toxiciteit kunnen veroorzaken. Een van de gevaren van het werken in natuur- en landschap is de teek en het feit dat een tekenbeet de ziekte van Lyme kan veroorzaken. Hier is sprake van een biologische agentia. In onze risicoinventarisatie s wordt duidelijk kenbaar worden gemaakt dat dit gevaar bestaat, en dat deelnemers aan een werkdag na afloop zich goed moeten vergewissen of zij geen teken bij zich dragen. Veilig werken Goede voorbereiding Goed geïnstrueerde personen Passende en veilige arbeidsmiddelen Goede werkbegeleiding Voldoende toezicht HGA geregeld voor als t toch misgaat Voorkomen is beter dan genezen Door een veilige manier van werken kunnen ongelukken - in de meeste gevallen worden voorkomen. Voor het geval er toch wat gebeurd zijn de relevante persoonlijke gegevens van de vrijwilligers bekend bij het bestuur. Op een adressenlijst is, naast naam, adres, telefoonnummer per deelnemer tevens een noodnummer en de bijbehorende naam opgenomen. Dit voor het geval er zich een ongeluk heeft voorgedaan. Het is goed om eventuele bijzonderheden bij deelnemers te kennen. In verband met de privacy van personen kunnen deze veelal medische gegevens bijvoorbeeld in een gesloten, verzegelde enveloppe worden aangeboden en bewaard totdat deze in een geval van calamiteiten nodig zijn om een adequate behandeling te kunnen toepassen. In een aantal gevallen, zoals bij het gebruik maken van een pacemaker is het goed dat dit al van te voren door de drager bekend wordt gemaakt. Op werkdagen is een vrijwilliger aanwezig die of een EHBO- een BHV- (bedrijfshulpverlening) of HGA-cursus (hulpverlening op geïsoleerde arbeidsplaatsen) heeft gevolgd. 3
Deze dient dan ook op de werklocatie te kunnen beschikken over de benodigde materialen om adequate eerste hulp te kunnen bieden. Op iedere werkdag dient ook voor het begin van de werkzaamheden vastgesteld te worden dat een werkende mobiele telefoon beschikbaar is op de betreffende werklocatie. Melding ongeval bij Inspectie SZW Mocht er een ongeluk gebeuren met ernstige gevolgen dan zal dit direct gemeld worden aan de Inspectie SZW van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. (tel. 0800-5151) of via de betreffende website. In bijlage 12 is informatie over de meldingsplicht arbeidsongevallen opgenomen. De 5 hoofdpunten van eerste hulp als er een ongeval plaats vindt zijn: 1. Let op eigen veiligheid. 2. Ga na wat er gebeurd is, en wat het slachtoffer mankeert. 3. Laat het slachtoffer liggen, stel gerust en zorg voor beschutting 4. Bel 1-1-2 5. Verstrek eerste hulp ter plekke; vraag (desgewenst) telefonische Communicatie Eén maal per jaar wordt een bijeenkomst georganiseerd waarop de deelnemers aan werkdagen op de hoogte worden gehouden van het ARBO-veiligheidsplan. Welke ervaringen er zijn opgedaan en welke verbeteringen er in te voeren zijn voor de toekomst. Het plan van aanpak en de bijbehorende risico-inventarisatie zijn per project in een informatiemap vervat. Deze is tijdens werkdagen in te zien. Door het beschikbaar maken van deze informatiemap wordt aantoonbaar dat werk gemaakt van ARBO-zaken. Dit dossier kan nodig zijn als onverhoopt de Inspectie SZW (sociale zaken en werkgelegenheid), voorheen de Arbeidsinspectie, na een calamiteit op bezoek komt. Er wordt duidelijk gecommuniceerd over de gevaren van tekenbeten. Arbeids-hygiënische strategie Het voorkomen/elimineren van de bron Het beperken/isoleren van de bron Het collectief beschermen van de bron De individuele bescherming Persoonlijke bescherming 4
Bijlagen Bijlage 1 Werkdagformulier ARBO in Excel en in PDF twee werkbladen, checkblad (1a) en verslag werkdag (1b) Bijlage 2 Risico-inventarisatie van de groep Bijlage 3 Adressenlijst (vaste) deelnemers Bijlage 4 Locatie-aanduiding Extra informatie Bijlage 5 Checklist voor de dagelijkse praktijk ARBO-catalogus bos en natuur (checklist zoals deze door de branche is samengesteld). Bijlage 6 Informatieblad Coördinatiepunt Landschapsbeheer; Noodhulp in het veld Bijlage 7 Informatieblad Coördinatiepunt Landschapsbeheer; Verzekering via Coördinatiepunt Landschapsbeheer Bijlage 8 Veiligheid en verantwoordelijkheid bij vrijwilligerswerk (Polman) Bijlage 9 Popelier_2014_Veilig werken voor uilenbeschermers Bijlage 10 Tekenfolder VBNE Bijlage 11 Oefening pleisters plakken Bijlage 12 Meldingsplicht arbeidsongevallen Bijlage 13 Presentatie Coördinatiepunt Landschapsbeheer over veilig werken (in PDF) ARBO-informatiebladen 2 Veilig werken in de werkplaats 4 Veilig werken op hoogte 6 Veilig werken met de ladder 7 Veilig plaatsen en controleren van nestkasten 11 Eerste hulp en levensreddend handelen op locatie 12 Werken bij ongunstig weer Voor de overige ARBO-informatiebladen, zie website van ARBO-catalogus of VBNE instructiebladen gebruik gereedschap 1 instructieblad 1-motorkettingzaag 2 instructieblad 2-bosmaaier 3 instructieblad 3-houtachtige-begroeiingen 4 instructieblad 4-knotten-motorkettingzaag 6 instructieblad 6-snoeien-hoogstamfruit 7 instructieblad 7-nestkasten-plaatsen - veilig-knotten-van-bomen 5
Website s Rijksoverheid: arbeidsomstandigheden http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/arbeidsomstandigheden/arbozorg/risico-inventarisatie-enevaluatie Rijksoverheid: arbeidsomstandigheden bij vrijwilligers http://www.arboportaal.nl/onderwerpen/rechten-en-plichten-werknemers/inhoud/vrijwilliger Rijksoverheid: Inspectie SZW Melding ongevallen http://www.inspectieszw.nl/contact/arbeidsongeval_melden/index.aspx Risicoinventarisatie & evaluatie verplichtingen en vrijwilligers http://www.rie.nl/wetgeving/de-ri-e-verplichting-en-vrijwilligers ARBOcatalogus bos en natuur website: http://www.agroarbo.nl/bos-en-natuur/ PDF-bestand: http://www.agroarbo.nl/pdf/425.pdf Vereniging bos en natuur eigenaren http://www.vbne.nl/content/producten.php?thema=2#zoekresultaten OiRA (Online Interactive Risk Assessment) http://instrumenten.rie.nl/nl/@@login?came_from=http%3a%2f%2finstrumenten.rie.nl%2fnl%2f%3 Flanguage%3Dnl-NL Handleiding ARBO in het Nederlandse Landschap van Landschapsbeheer Nederland http://www.landschapsbeheernederland.nl/uploads/landschapsbeheernederland/misc/products/arbo _in_het_nederlandse_landschap.pdf 6