Handleiding. Leraar. groep

Vergelijkbare documenten
Kringgesprek. Inleidende les. groep

Kies 4 kinderen uit en zing de zeppelin. Rijd als een auto door de klas en geef iedereen een autodropje

Ja, ik heb een fietstas./nee, ik heb geen fietstas.

Handleiding. Leraar. groep

Tijdens de verkeerslessen hebben we met de kinderen gepraat over veilig fietsen.

Auditieve oefeningen: ik kan fietsen

Oversteken in een rechte straat

Ouderbrief 1. Kopieerblad 1. Beste ouder/verzorger, Wijzer door het verkeer groep 4

IK LEER FIETSEN! PRAKTIJKBOEKJE VOOR CURSISTEN

Melkweg. Kijk goed uit! Lezen van Alfa A naar Alfa B. Taal en ouders: Veilig verkeer

Lieveling. Kim van Kooten. in makkelijke taal. naar het verhaal van Pauline Barendregt

Themaboekje ouders JONG LEREN IN HET VERKEER

LESMATERIAAL ONDERBOUW. Lespakket CliniClowns Geen kinderachtig effect. Vo or Groep 1-

Spelletjesboekje. voor groot en klein SUPERHELD- Het hele jaar superveilig naar school

dag- en nachtdieren land dag is het dan nacht is aan de andere kant van de wereld de zon op is de zon onder is

Jeugd Verkeerskrant 1

Wat gaan we doen? Waarom is goede fietsverlichting belangrijk? De Lichtbrigade quiz De ANWB Lichtbrigade bij jou op school.

Preborden BASISONDERWIJS. Doelgroep. Ontwikkelingsdoelen. Lesfiche verkeers- en mobiliteitseducatie

Jeugd Verkeerskrant 7 Zie je mij?

Jeugd Verkeerskrant 4

Alles op een rij voor de leerkracht van groep 4

juni 2014 vanaf 4 jaar De wieken van de molen tekst: Marian van Gog muziek: Ton Kerkhof

Theorieles groep 5/6

Auto. Warming-up Doel: Losmaken van lijf en stem; concentratie vergroten; focus op de leerkracht.

De Verkeersbril. lespakket voor groep 1, 2 en 3 van het basisonderwijs

De ANWB Lichtbrigade Fietsverlichtingsactie

Een veilige fiets. A m. œ œ. & œ œ. œ Œ. r œ. Het stuur niet te hoog. œ œ. œ Œ r œ. kun je de weg op. Tot. 1e x naar voorspel

Veilig naar de brugklas

Op Voeten en Fietsen 6

Wat gaan we doen? Waarom is goede fietsverlichting belangrijk? De Lichtbrigade quiz De ANWB Lichtbrigade bij jou op school.

De ANWB Lichtbrigade Fietsverlichtingsactie

Thema 7 Spel en spelen

Licht en donker Licht

Fietsworkshop Opkikker 2016

Tips voor ouders, leraars en begeleiders

GROTE VERKEERSTOETS 2017

januari 2015 vanaf 4 jaar tekst: Marian van Gog muziek: Ton Kerkhof Ik huppel - BVP Hint Music 2015

Max van Olden DE JUISTE MAN. in makkelijke taal

Nationaal VVN Verkeersexamen 2019

Een kar vol muziek. Rotterdam, mijn stad. Een muziekproject voor kleuters

De Grote Verkeerstoets /08/ Ja. 2. Neen, want ik mag hier niet links afslaan. 3. Neen, want ik heb mijn arm niet uitgestoken.

Verkeersbordenspeurtocht

Fiche Leerlingen. De plaats op de openbare weg binnen de bebouwde kom

School Lesbrief 2015

werkboek auteurs: Jo Carmen Gerwin De Decker Rudi Fransen Bart Houwen Raf Van Bortel eindredactie: André Boel nagelezen en goedgekeurd door

Stap 6. Met de z van zien en van zeggen Met de s van schrijven. Wat is er toch aan de hand? Alsmaar drukker en drukker

Vormen van een raket Raketten

Opdracht Fietsband plakken

Algemene informatie. Na het kijken Na het bekijken van de aflevering kunt u gebruik maken van de volgende lessuggesties.

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

Weg oprijden. Gelijkwaardige kruising. Linksaf slaan. Voorrangskruising. Linksaf slaan. Zebrapad.

Keetje zucht. Wat duurt het lang! Maar wacht... Daar komt een auto de straat in rijden. Hij stopt achter de verhuiswagen en er stappen twee mensen

1. Geschiedenis van de fiets

Alles op een rij voor de leerkracht van groep 4

Verkeerseducatie KBS- De Werft, Breda

Jeugd Verkeerskrant 5 Zoveel borden en tekens?!

Warming up. Shuttle tikkertje. Hoe lang? Doel van het spel Wat heb ik nodig? Organisatie. Start. Speelregels Hoe maak ik het makkelijker?

Ik heb een nieuw horloge, zegt papa. Kijk.

verkeersregels voor kinderen

Met mijn rode paraplu

OE 2: Lessen voor digitaal schoolbord. Maaike Fris Haarlem Minor ICT Sacha van de Griendt Wilbert Zwanenburg januari- april

Tweede plaats Verhalenwedstrijd Tamarinde oktober Britt van der Wal (groep 7) Vampiermissie

LESBESCHRIJVING GROEP 1-2

Jeugd Verkeerskrant 5 Kun je veilig eerst?

Tip: oefen het examen op beschikbaar vanaf 7 maart

Door de diverse stappen in deze montagehandleiding te doorlopen zorg je ervoor dat he in een handomdraai klaar bent met de montage.

s Speelbrief ZO LEES IK PIPPO PIPPO-thema prentenboeken JULI 2017 Speelbrief - Juli p1

Werkblad. LES 9: Ouders. GROEP 1-2. Bijlage 1. Rood actief inspannen/ sporten. Oranje middelmatig inspannen.

OPA EN OMA DE OMA VAN OMA

TULE inhouden & activiteiten Oriëntatie op jezelf en de wereld - natuur en techniek. Kerndoel 46. Toelichting en verantwoording

Het kasteel van Dracula

de kinderen hier om elkaar te gebruiken als de massa mensen, ze kunnen door elkaar heen lopen en elkaar begroeten etc.).

6. Als fietser veilig in het verkeer

om te zien waarvan sommige uit zichzelf licht geven en andere door mensen gemaakt zijn geen kleuren kunt zien

Door de diverse stappen in deze montagehandleiding te doorlopen zorg je ervoor dat he in een handomdraai klaar bent met de montage.

Oefenen met breuken. Circuitles voor groep 6

Zwarte Piet heeft zich vergist

Tussendoortjes boerderijklas

De Tent Module Dans groep 3-4

Veilig verkeer in de winter. inclusief kennistest

Gelukkig is er een iemand voor wie hij nooit bang is. Dat is zijn oma. Ze is de liefste oma van de hele wereld. Op vrijdagmiddag komt ze hem altijd

Prent 1 : Klaslokaal. De kinderen zingen rond de kerstboom.

Goed voorbereid naar de brugklas

Nieuwsbrief nr

Stap Vooruit 1. Hoe ga jij naar school? Start Veilig lopen. Les 1 Dit ontdek je: groep 4

Het spellenboek. De plaatjes laten zien wat je bij elk spelletje nodig hebt. Hieronder zie je wat elk plaatje betekent:

Lesfiche STOP-principe

molenaarsles Opdracht 1 Welkom in één van de Schatkamers van de wereld. In deze lessen leer je meer over de molens van Kinderdijk. Wat gebeurt daar?

Ik geloof dat er in mijn achterband

Werkbladen In NEMO. Wonderlijke Wetenschap. Naam. School. groep 5-6. Klas

Een gevaarlijke vriend

Op Voeten en Fietsen 1

Verkeerscommissie. Fietscontrole 9-11, 75% van de fietsen is goedgekeurd.

V o o r r a n g s a f s p r a k e n

Leergebied: West Nederland. Besturing

april 2013 vanaf 4 jaar tekst: Marian van Gog muziek: Ton Kerkhof Buschauffeur

LES 41. GROEP: 3 t/m 8 Zwaaien, Springen, Doelspelen

oké, ik kom eraan! Tom grabbelt in zijn rugzak naar zijn fietssleutel. Waarom maken ze die dingen dan ook niet wat groter? In het andere vak dan?

Transcriptie:

Handleiding Leraar 1+2 groep

1 Voorwoord Inhoudsopgave 2 Over Project F.I.E.T.S. Voorwoord 2 In samenwerking met Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Limburg (ROVL) en Veilig Verkeer Nederland heeft Discovery Center Continium voor basisscholen het Project Fun, Information, Education, Technology & Safety, kortweg F.I.E.T.S., ontwikkeld. Inhoudsopgave 3 Leerlingen gaan in dit project aan de slag met de techniek van de fiets in relatie tot veilige verkeersdeelname. De hoofdmoot van het project bestaat uit een projectdag, waar alle groepen van de school aan deelnemen. Na een gezamenlijke opening met de Fietsshow, een korte voorstelling vol experimenten, gaat iedere groep op het eigen niveau aan de slag. Dagplanning 4 Fietsonderdelen 5 Door samen te bouwen, puzzelen, zingen, experimenteren en quizzen wordt de kennis over de techniek van de fiets en veilig fietsen bijna ongemerkt vergroot. De afsluiting van de dag is een knallende Kettingreactie. Maak zelf een fiets 6 Donker, licht en reflectoren 9 Over Discovery Center Continium Tandwielen 12 Discovery Center Continium te Kerkrade is één van de drie provinciale musea in de Provincie Limburg. Als bezoeker ontdek je in het Continium hoe wetenschap en techniek ons dagelijks leven beïnvloeden, niet alleen vandaag, maar ook in verleden en toekomst. Fietslied 14 Het Continium ontwikkelt ook educatieve projecten en activiteiten, die wetenschap en techniek dichtbij de belevingswereld van kinderen en jongeren brengen, zoals Project F.I.E.T.S. Daarnaast biedt het Continium verschillende arrangementen voor het vieren van de leukste kinderfeestjes! Voelkist 18 Stoelendans 20 Touwtrekken 23 Chinese muur 26 Geluidsspel 29 Project F.I.E.T.S. Fun, Information, Education, Technology & Safety 2 3

3 Dagplanning Fietsonderdelen 4 Beste leerkracht, U kunt onderstaande volgorde aanhouden. U mag ook uw eigen volgorde bepalen. Houdt u dan wel rekening met de planning van de workshoponderdelen van groep 1 en 2. Dit in verband met het gezamenlijk te gebruiken materiaal. Alle onderdelen die in de speelzaal gebruikt worden, blijven namelijk staan voor zowel groep 1 als groep 2. Vier workshoponderdelen worden in het klaslokaal uitgevoerd, de andere vier in de speelzaal. De tijden zijn richttijden. Uiteraard kunt u zelf de tijden inkorten of oprekken al naar gelang de voorhanden zijnde tijd en concentratieboog van de leerlingen. Activiteit Tijd Stuur: Fietsbel Stuurvoorbouw Balhoofdset Balhoofdbuis Vorkkroon Voorrem Voorvork Voordrager Voorlicht Wiel: Band Velg Naaf Spaak Pomp Voorspatbord Pedaal(reflector) Cranckarm 1. Onderdelen van de fiets Maak zelf een fiets Alles in balans! Frame en onderdelen Klaslokaal 30 35 min. Donker, licht en reflectoren Zien en gezien worden! Licht en reflector Klaslokaal 10 15 min. Tandwielen Trappen maar! Tandwiel, ketting en versnelling Klaslokaal 15 20 min. Fietslied Hoor je mij? Bellen, toeters en verkeerssignalen Klaslokaal/ speelzaal 30 35 min. Voelkist Pas op remmen! Wiel, band en rem Klaslokaal 10 15 min. Stoelendans* Touwtrekken* Chinese muur* Zien en gezien worden! Licht en reflector Pas op remmen! Wiel, band en rem Pas op remmen! Wiel, band en rem Speelzaal Speelzaal Speelzaal 95 120 min. 10 15 min. 10 15 min. 10 15 min. Zadel: Zadeldek Zadelstrop Zadelpen Zadelpenstrop Trapas Voortandwiel Ketting Standaard Geluidsspel* Hoor je mij? Bellen, toeters en verkeerssignalen Speelzaal 10 15 min. 40 60 min. * Gezamenlijk te gebruiken onderdelen voor beide groepen. Totaal 135 180 min. Achterlicht Bagagedrager Achterrem Achterspatbord Bidonhouder Achtertandwiel Frame: Staande achtervork Bovenbuis Zitbuis Onderbuis Liggende achtervork 4 5

5 Maak zelf een fiets De veiligheid van je fiets is belangrijk. Ontdek spelenderwijs hoe belangrijk een stevig frame is voor je fiets. Uit welke onderdelen bestaat de fiets? Waar gebruik je ze voor? Welke vorm is gekozen om ervoor te zorgen dat het frame stevig is? Alles in balans! Frame en onderdelen 1. A3-paneel met afbeelding fiets 2. Prikplaat 1 3. Prikplaat 2 Klaslokaal 30 35 minuten Leerlingen krijgen een prikplaat die bestaat uit twee onderdelen. Het basisvel kun je inkleuren. Kun je er zelf je naam opschrijven? Of moet de leerkracht even helpen? Het tweede vel is een prikplaat. Hier staan losse fietsonderdelen op die je eerst mag kleuren en daarna moet uitprikken. De losse onderdelen kun je op de basisplaat plakken. De wielen maak je met splitpennen op het fietsframe van de basisplaat vast. Voor de klas hangt een grote uitvoering van de fiets die de leerlingen zelf in elkaar plakken. Aan de hand van de grote uitvoering, benoemen de leerlingen samen met de leerkracht de onderdelen van de fiets. Weet iemand wat veilig is? Welke onderdelen van de fiets zorgen voor veiligheid? Indien de leerlingen de fiets niet afgerond krijgen binnen de tijd of spanningsboog, kan de leerkracht ervoor kiezen op een later moment met de klas verder te gaan met het knutselwerkje, of zelf de schaar of prikpen ter hand te nemen en het werkje voor de kleuters af te maken zodat ze het mee naar huis kunnen nemen.! 4. Prikmatten 5. Prikpennen 6. Splitpennen Kinderlijm, wasco of kleurpotloden (deze zitten niet in de box). 4. Taken van de leerkracht Zet het A3-paneel met de afbeelding van de fiets voor de klas. Deel eerst de prikplaten en de wasco s/kleurpotloden uit. Later pas de prikmatten en -pennen en als laatste de lijm en eventueel splitpennen. Uitleggen opdracht, begeleiden, uitdelen materiaal en helpen waar nodig. 6 7

5 Maak zelf een fiets Donker, licht en reflectoren 6 A3-paneel met afbeelding fiets voor de klas: 1. Welke onderdelen zitten allemaal aan deze fiets? (Frame staat centraal, vrijwel alles zit er aan vast) 2. Wat is veiligheid? Welke fietsonderdelen zorgen voor veiligheid? 3. Kleur de fiets (prikplaat 1) en de fietsonderdelen (prikplaat 2) in. In het verkeer is het belangrijk dat andere verkeersdeelnemers jou goed zien. Ook als het regenachtig, schemerachtig of donker is. Je fietsverlichting is dan natuurlijk belangrijk, maar deze kan kapotgaan of niet werken. Als extra veiligheid zitten op de meeste fietsen reflectors. Op de trapper, bij het achterlicht, soms bij het voorlicht en ook op de rand van je fietsbanden. Het licht van een auto of ander voertuig schijnt op je reflector en weerkaatst (reflecteert). Zo lijkt het net alsof je toch licht hebt en ben je toch zichtbaar. Maar veel beter is natuurlijk om ervoor te zorgen dat je fietsverlichting gewoon goed werkt. 4. Prik (of knip) de losse fietsonderdelen (prikplaat 2) uit. 5. Zet het voorwiel en het achterwiel met een splitpen vast op het fietsframe. 6. Zet de kettingkast op twee plaatsen met splitpennen vast. Zien en gezien worden! Licht en reflector Klaslokaal 10 15 minuten De kleuters zitten in een halve kring zodat ze allemaal de leerkracht kunnen zien. Eerst wordt gevraagd wie het verschil tussen donker en licht weet. Het prentenboek Wat is het mooi donker laat zien wat er in het donker toch te zien is. Daarna kan in de kring worden besproken hoe belangrijk het is dat je in het verkeer goed te zien bent. Verlichting is belangrijk, maar ook reflectoren. Wie weet wat een reflector is? En waar vind je die? De leerkracht pakt de kijkplaat erbij en vertelt het verhaal van Joran. (Kan ook via het smartboard. Via het smartboard kan de verlichting op de kijkplaat aan en uit worden gezet. Met de knop doen kan digitaal het verschil in verlichting worden getoond, met of zonder zaklamp, autolichten, fietslichten, straatlantaarns en huisverlichting). Bespreek waarom het belangrijk is dat je in het donker opvalt in het verkeer. Link voor verhaal op smartboard: http://www.schoolopseef.nl/lesmateriaal/lesmateriaal-zoeken/zichtbaarheid-en-fietsverlichting?pid=123&sid=309:zichtbaar-in-het-verkeer-verkeersplaat-oktober-2012 8 9

6 Donker, licht en reflectoren Voorleesverhaal bij kijkplaat: Nat Hé getsie, dacht Joran vanmorgen. Hij hoorde de regen tegen het raam kletteren. De dag was al lang begonnen, maar buiten leek het nog wel nacht. De herfst vind ik nou altijd zo gezellig!, zei zijn moeder tijdens het ontbijt. Gezellig als je droog zit, ja, mopperde Joran. Zullen we alsjeblieft met de auto gaan? vroeg hij toen, Ik heb echt geen zin om nat te worden door die vieze regen! 1. Prentenboek over verschil donker en licht: Wat is het mooi donker 4. Taken leerkracht Lees het verhaal voor of laat het verhaal horen via het smartboard. 2. Grote kijkplaat waarop verlichte en reflecterende objecten goed te onderscheiden zijn. 1. Prentenboek Wat is het mooi donker. Kringgesprek over licht en donker, goed zichtbaar in het donker (witte jas) en slecht zichtbaar in het donker (zwarte jas). 2. Zet de kijkplaat voor de klas. (of kijk ernaar via het smartboard). Lees het verhaal voor of speel het af via het smartboard. Het is donker en regenachtig. Wat zie je goed in het donker en wat minder? Hoe komt dat? Kijk goed naar de lampjes die branden. Valt nog iets anders op dat licht geeft? Wie ontdekt overal de reflectors (op jas, band, helm etc.) Wie fietst er zelf wel eens in de regen? Of wanneer het donker is? Heeft iedereen licht op zijn/haar fiets? Zijn dat vaste of losse lampjes? 3. Afsluitend gesprek over goed zichtbaar zijn in het verkeer en vooral in het donker. Denk aan: kleding met felle kleuren, verlichting, reflectoren op kleding, fiets en banden, oranje vlaggetje, etc. 4. Met het smartboard kan de kijkplaat interactief gebruikt worden (zie link en beschrijving workshop). Nou niet zeuren, zei mama, We zijn niet van suiker! Bovendien heb ik wat moois voor je. Ze gaf Joran een mooi nieuw regenpak. Het heeft gekke strepen, zei Joran, toen hij het pak bekeek. Mama lachte om zijn beteuterde hoofd. Voordat hij de deur uitstapte, trok hij zijn capuchon over zijn hoofd. Je moet het touwtje wel goed aantrekken, zei mama. Dat vind ik stom staan. bromde Joran. Niets mee te maken, zei mama, als de capuchon los zit, kun je niet goed naar links en rechts kijken. Nu zit Joran op de fiets op weg naar school. Mama rijdt achter hem. Ze hebben allebei hun lichten aangedaan. De wind maakt het fietsen zwaar. En het maakt ook herrie in zijn oren. Zijn regenpak klappert om zijn benen. Opeens rijdt een brommertje vlak langs Joran. Hij had het niet horen aankomen en hij schrikt er een beetje van. Er rijden auto s door de straat. De lampen van de auto s schijnen op Joran s pak. Ineens ziet hij dat de strepen op zijn pak ook licht lijken te geven! Ze kaatsen het licht van auto s terug! Wow, zegt Joran, dat ziet er cool uit! De voetgangers in de straat lopen met hun hoofd naar beneden. Zo wordt hun gezicht niet nat. Maar het lijkt of ze niet op Joran letten. Joran belt naar een meneer die wil oversteken. De meneer kijkt op en zwaait naar Joran: hij heeft hem gezien! Als ze de hoek om slaan, hebben ze ineens de wind in de rug. Nu krijgt Joran er wel plezier in. In zijn pak heeft hij het helemaal niet koud en hij rijdt nu superhard! Bij school aangekomen, kan hij eindelijk naar zijn moeder kijken. Ze ziet eruit of ze net een duik in het zwembad heeft genomen! Haar haren zitten aan haar hoofd geplakt en haar kleding druppelt. Mama kijkt sip: Ik denk dat ik ook maar een regenpak moet kopen. Joran haalt zijn schouders op: Waarom eigenlijk? Je vindt het toch juist zo gezellig, dit weer? grinnikt hij. [Met dank aan R.O.V. Zuid-Holland] 10 11

7 Tandwielen Ontdek welke vormen in je fiets te vinden zijn. Driehoeken en cirkels bijvoorbeeld. Leer de onderdelen van je fiets te benoemen. Wijs aan welke cirkel groot is en welke klein. Het is belangrijk dat al die onderdelen stevig vast zitten, goed werken en goed worden verzorgd. Welk wiel draait het snelste? Tel met z n allen hoe vaak het achterwiel draait als de trappers één keer rond gaan! En als de riem op een ander wiel wordt gelegd? Trappen maar! Tandwiel, ketting en versnelling Klaslokaal 15 20 minuten 1. Bord met diverse kettingwielen en ketting 2. Bord met grote kettingwielen en ketting 4. Taken leerkracht Het doel is klassikaal vormen herkennen op het bord met de fietsketting. Samen tanden op de tandwielen tellen. Vraag enkele leerlingen naar voren om aan de trapper te draaien. Wat gebeurt er? Welk tandwiel draait sneller? Ontdek de tandwieloverbrenging van de fiets en leer tegelijkertijd tellen. Voor de klas staat een groot tandwielenbord. De leerkracht vraagt een leerling naar voren die aan de fietstrapper mag draaien. Via een aandrijfriem worden tandwielen aangedreven. De aandrijfriem kan worden verplaatst. Klassikaal wordt geteld. Als we draaien, welk tandwiel draait dan sneller? Het grote of het kleine tandwiel? De fietsonderdelen kunnen ook worden benoemd (trapper, ketting, tandwiel). Hoeven de leerlingen niet te onthouden, maar mag wel. Bord met kettingwiel en ketting (aandrijfriem) voor de klas: 1. Welke vormen zien we hier? Cirkel. 2. Welke onderdelen van een fiets zien we hier? Trapper, tandwielen, ketting, as. 3. Wat gebeurt er als je aan de trappers draait? Zonder ketting/aandrijfriem: achterwiel draait niet. 4. Wat gebeurt er als je aan de trappers draait? Met ketting/aandrijfriem: achterwiel draait mee. 5. Laat leerlingen tandwielcombinaties kiezen met grote en kleine tandwielen voor en achter. 6. Draai per combinatie aan de trappers. Welk tandwiel draait sneller? Het grote of het kleine? 7. Als je één keer met de trappers rond gaat, gaat het fietswiel dan ook één keer rond, minder, of meer? 12 13

8 Fietslied In het verkeer moet je niet alleen goed om je heen kijken, ook goed luisteren. Dat is wel zo veilig! Je hoort andere voertuigen aan komen rijden en je hoort waarschuwingssignalen. Welke signalen ken jij? Met je bel kun je als fietser, voetgangers en andere fietsers waarschuwen. Samen zingen we het fietslied met een heleboel verkeersgeluiden. Hoor je mij? Bellen, toeters en verkeerssignalen Speelzaal of klaslokaal 30 35 minuten 1. Fietsstuurtjes met fietsbel 2. Afstandsbediening 3. Beeldscherm 4. USB-stick met fietslied, afspelen via smartboard Soms is het goed dat je je in het verkeer hoorbaar kunt maken. Op de fiets zit daarom een bel. Samen luisteren we naar het fietslied. Daarna gaan we het zingen. Het fietslied zit vol met verkeersgeluiden. De centrale rol in dit liedje (dat de meesten zullen kennen als Kuikentje Piep ) speelt de fietsbel. De kinderen hoeven niet per se de hele tekst te kennen, het gaat vooral om de geluiden. Op het bijgeleverde beeldscherm zijn de afbeeldingen van de verkeersdeelnemers te zien. Zo weten de leerlingen welk geluid eraan komt. Bij elk geluid kan ook nog een beweging/dansje bedacht worden. 4. Taken leerkracht Als het beelscherm wordt aangesloten op het stopcontact, start het fietslied (de speler moet even opstarten en blijft spelen in loop). Met de afstandsbediening pauzeer en start je het fietslied. Uitleg en eventueel voorzingen fietslied. 1. Kort kringgesprek over geluiden van fiets en andere vervoermiddelen. Waarom zit er een bel, toeter of sirene op. Wat hebben deze signalen met veiligheid te maken? Waarschuwings- en herkenningsignalen. 14 15

8 Fietslied 2. Samen luisteren naar het fietslied en proberen de geluiden te herkennen. 3. Samen luisteren en eventueel voorzingen/meezingen (m.n. de geluiden) van het fietslied. De leerlingen hoeven de tekst niet woordelijk mee te zingen, maar proberen de geluiden mee te doen. 4. Optie: de stuurtjes met fietsbellen uitdelen en bij het plaatje van de fietsbel samen bellen. Langzaam tuft n tractor door de straat, langzaam tuft n tractor door de straat, En de tractor tuf en de vrouw klikklik en de trein tjoektjoek en de scooter heng en de bus tsss tsss en de auto tuut en de fiets tring tring en de fiets tring tring en de fiets tring tring en de fiets tring tring. Een meneer die wandelt met de hond, een meneer die wandelt met de hond, 6. Het fietslied (op kuikentje piep) Kom dan gaan we samen op de fiets, kom dan gaan we samen op de fiets, En de fiets tring tring en de fiets tring tring en de fiets tring tring en de fiets tring tring en de fiets tring tring en de fiets tring tring. Op de straat komt er een auto aan, op de straat komt er een auto aan, En de auto tuut en de fiets tring tring en de fiets tring tring en de fiets tring tring en de fiets tring tring en de fiets tring tring. Bij de bushalte stopt nu een bus, bij de bushalte stopt nu een bus, En de bus tsss tsss en de auto tuut en de fiets tring tring en de fiets tring tring en de fiets tring tring en de fiets tring tring. Soms komt er ook een scooter langs, soms komt er ook een scooter langs, En scooter heng en de bus tsss tsss en de auto tuut en de fiets tring tring en de fiets tring tring en de fiets tring tring. Langs de overweg komt ook een trein, langs de overweg komt ook een trein, En de trein tjoektjoek en de scooter heng en de bus tsss tsss en de auto tuut en de fiets tring tring en de fiets tring tring en de fiets tring tring en de fiets tring tring. En de hond woef woef en de tractor tuf en de vrouw klikklik en de trein tjoektjoek en de scooter heng en de bus tsss tsss en de auto tuut en de fiets tring tring en de fiets tring tring en de fiets tring tring. Hé die vrachtwagen rijdt achteruit, hé die vrachtwagen rijdt achteruit, En de vrachtwagen piep en de hond woef woef en de tractor tuf en de vrouw klikklik en de trein tjoektjoek en de scooter heng en de bus tsss tsss en de auto tuut en de fiets tringtring en de fiets tring tring en de fiets tring tring en de fiets tring tring. Om de hoek komt de politie aan, om de hoek komt de politie aan, En de politie tatuu, de vrachtwagen piep, de hond woef woef, de tractor tuf, de vrouw klikklik en de trein tjoektjoek en de scooter heng en de bus tsss en de auto tuut en de fiets tringtring en de fiets tring tring en de fiets tring tring en de fiets tring tring en de fiets tring tring. Een auto scheurt door de bocht, een auto scheurt door de bocht, En de auto kwieieiek, de politie tatuu, de vrachtwagen piep, de hond woef woef, de tractor tuf en de vrouw klikklik en de trein tjoektjoek en de scooter heng en de bus tsss tsss en de auto tuut en de fiets tringtring en de fiets tring tring en de fiets tring tring en de fiets tring. Volgens mij heb ik een lekke band! Volgens mij heb ik een lekke band! En de band psss psss en de band psss psss en de band psss psss en de band... PANG oh oh Kijk daar loopt een vrouw op hakjes langs, kijk daar loopt een vouw op hakjes langs, En de vrouw klikklik en de trein tjoektjoek en de scooter heng en de bus tsss tsss en de auto tuut en de fiets tring tring en de fiets tring tring en de fiets tring tring. 16 17

9 Voelkist Ontdek spelenderwijs welk materiaal en welke structuur de meeste grip heeft op de vloer. Dit materiaal en deze structuur vind je ook terug bij de fietsband. Waarom heeft een fiets ribbels en is hij niet gewoon helemaal glad? Pas op remmen! Wiel, band en rem Klaslokaal 10 15 minuten 1. Twee voelkisten met drie gaten 4. Taken leerkracht Groep verdelen in kleinere groepen per kist. Uitleggen opdracht en afsluitend kort bespreken en conclusie trekken. Twee leerlingen kunnen tegelijk voelen door de drie gaten van de voelkist. In de voelkist zitten materialen met verschillende structuren: van heel glad tot zeer stroef. De gaten hebben een gekleurde rand. Op die manier kunnen de leerlingen aangeven achter welk gat een glad materiaal en waar stroef materiaal te vinden is. Als alle leerlingen in de drie gaten van de voelkist hebben gevoeld, stelt de leerkracht een aantal vragen. Welk van deze materialen zou jij gebruiken om een fietsband van te maken? En waarom? 1. Kort kringgesprek rondom de begrippen glad en stroef met voorbeelden in de klas. 2. Per twee leerlingen voelen door de gaten, onthoud de kleur van het gat en of het voorwerp stroef of glad is. 3. Zit er achter het groene gat een glad of een stroef voorwerp? Etcetera. 4. Van welk materiaal is een fietsband gemaakt? Rubber. 5. Waarom is een fietsband stroef? Door de ribbels die erop zitten. 6. Is dit belangrijk bij het remmen? Ja natuurlijk, met een gladde band glij je verder door. De ribbels zorgen voor meer weerstand. 18 19

10 Stoelendans In het verkeer is het belangrijk dat je goed om je heen kijkt. Wat doen auto s, bussen, vrachtauto s, fietsers en voetgangers op de weg? Je moet ook goed op de verkeerslichten letten! Wat betekent rood licht? En groen licht? Rood licht betekent gevaar, maar ook STOPPEN! Bij groen licht mag je rijden. Let goed op het verkeerslicht! Zien en gezien worden! Licht en reflector 1 aan 2 uit 1 aan 2 uit 1 stoplicht op groen 1 stoplicht op rood 1. Illustratie bediening stoplicht Speelzaal 10 15 minuten In de speelzaal: fietszadelkussens liggen verspreid door de zaal. Voor elke leerling ligt er één kussen. Als de muziek klinkt, rennen de leerlingen door de zaal. De leerkracht neemt een kussen weg. Als de muziek stopt, zoeken de leerlingen een kussen op en gaan erop zitten. De leerling zonder kussen, gaat bij de leerkracht op de bank zitten. Wie blijft als laatste over? Na dit spel gespeeld te hebben, spelen we het met licht in plaats van geluid. Goed opletten dus! De leerkracht bedient het licht. Bij groen rent iedereen door de zaal. Bij oranje zoek je een kussentje op en bij rood moet je zitten op een kussentje. Het zal even wennen zijn dat je niet moet letten op geluid, maar op een lichtkleur centraal in de ruimte. Als dit goed gaat, kun je licht en geluid afwisselen en kun je het spel eventueel uitbreiden met een zwaailicht. Als je het zwaailicht ziet, moet je stil blijven staan op de plek waar je dan bent. 1. Fietszadelkussens 2. Verkeerslicht inclusief mediaplayer en zwaailicht 20 21

10 Stoelendans Touwtrekken 11 4. Taken leerkracht Monteren verkeerslicht, aansluiten zwaailicht en stekker in stopcontact steken. Fietszadelkussens verdelen over vloer van de speelzaal. Ontdek welk materiaal en welke structuur de meeste grip heeft op de vloer. Dit materiaal en deze structuur vind je ook terug bij de fietsband. Waarom is een fietsband van rubber gemaakt en waarom heeft een fietsband ribbels en is hij niet gewoon helemaal glad? Uitleggen spel en kort vertellen over geluiden in het verkeer en het belang van goed luisteren en veiligheid in het verkeer.! Is er te weinig tijd, kies dan uit Touwtrekken of Chinese muur. 1. Kringgesprek: in het verkeer moet je goed opletten, luisteren en kijken naar andere verkeersdeelnemers. Het verkeerslicht speelt hierbij een belangrijke rol: = veilig, je mag verder; = let op; = gevaar, je moet stoppen; = politie / ziekenauto / brandweer, je moet meteen stil staan. 2. Sessie 1: Als de muziek stopt ga je op de fietszadelkussens zitten. Goed opletten, luisteren en kijken. Pas op remmen! Wiel, band en rem Speelzaal 10 15 minuten 3. Sessie 2: = lopen; = zoek een kussentje; = sta stil bij een kussentje. 4. Sessie 3: = politie / ziekenauto / brandweer, je moet meteen stil staan. 5. Nabespreken: met een verkeerslicht en drie of vier kleuren kun je het hele verkeer regelen, maar iedereen moet wel weten wat hij moet doen. Goed kijken en opletten is belangrijk. Denk ook aan het voetgangers- en fietsverkeerslicht. Werkt dit hetzelfde? Touwtrekken 1 tegen 1: in de speelzaal touwtrekken leerlingen 1 tegen 1. De een draagt schoenen met gladde zolen en de ander schoenen met structuur. Alle leerlingen komen aan de beurt. Kan uitgebreid worden met één leerling met structuurzool die trekt tegen twee of drie kinderen met gladde zolen. Samen met de leerkracht wordt besproken welke schoenen het meeste grip hebben. Welk van deze materialen zou jij gebruiken om een fietsband van te maken? En waarom? Gladde schoenen zitten in een kist, stroeve schoenen in een andere kist. Per tweetal neemt de leerkracht één paar schoenen uit beide kisten. Teams of tweetallen zelf indelen! Kies ongeveer naar gelijke grootte en/of gewicht. 22 23

11 Touwtrekken 3. Uitleggen dat je geleidelijk aan het touw trekt niet met rukjes. 4. Leerlingen laten ervaren dat je weg glijdt op de gladde schoen en blijft staan op de stroeve schoen. 5. Als je een fietsband zou moeten maken, welk materiaal zou je dan kiezen? 6. Nabespreken: voordeel van stroeve band (schoen) is goede grip, nadeel van gladde band (schoen) is slippen. Bekijk twee verschillende stukjes fietsband en laat de leerlingen het stroeve voelen. 1. Schoenen met gladde zolen 2. Schoenen met stroeve zolen 3. Touw 4. Taken leerkracht Speciale schoenen klaarzetten. Uitleggen opdracht, afsluitend kort bespreken en conclusie trekken. 1. Kringgesprek: waarom moet je soms remmen om snel stil te staan met je fiets? Belangrijk is dan dat je fietsrem goed werkt. Maar net zo belangrijk is je fietsband. Deze mag niet glad zijn anders slip je of glij je onderuit, of je staat niet op tijd stil en je botst ergens tegenaan. Het begrip glad (glijden) en stroef (grip) met de leerlingen bespreken. Eventueel uitbreiden met structuur van de band: glad, ribbeltjes, knobbeltjes. 2. Leerkracht pakt juiste aantal schoentjes, gelijk aantal glad/stroef. Leerlingen trekken de schoentjes aan. 24 25

12 Chinese muur Ontdek welk materiaal en welke structuur de meeste grip heeft op de vloer. Dit materiaal en deze structuur vind je ook terug bij de fietsband. Waarom heeft een fietsband ribbels en is hij niet gewoon helemaal glad? Hier ervaar je ook glad en stroef.! Is er te weinig tijd, kies dan uit Touwtrekken of Chinese muur. Pas op remmen! Wiel, band en rem Speelzaal 10 15 minuten! 1. Schoenen met gladde zolen 2. Schoenen met stroeve zolen 3. Fietsstuur met bellen en toeters Pionnen (deze zitten niet in de box). 4. Taken leerkracht Zet de pionnen klaar in het midden van de speelzaal. Soms is het goed dat je je in het verkeer hoorbaar kunt maken. Op de fiets zit daarom een bel. Startopstelling Chinese muur: halverwege de lengterichting van de zaal creëer je met pionnen een muur. De muurwachter blijft tussen deze pionnen. De overige leerlingen staan tegen één van de korte zijdes van de speelzaal. Telkens als de leerkracht een signaal geeft (fietsbel) moeten de leerlingen overlopen. Als ze door de tikker getikt worden, moeten ze tussen de pionnen een muur vormen door met de benen wijd naast elkaar te gaan staan. De twee kinderen die op het uiteinde van de muur staan, mogen ook tikken. De overlopende kinderen mogen door de benen van de muur heen kruipen. De tikker niet. Speel het spel nog eens, maar nu met een aantal spelers met de speciale schoenen, zowel glad als stroef. Hebben ze nu beter grip of glijden ze uit? Hoe zit dat met de fietsband? Zet de speciale schoenen klaar. Zet het fietsstuur met de verschillende bellen klaar. 1. Kringgesprek: waarom moet je soms remmen om snel stil te staan met je fiets? Belangrijk is dan dat je fietsrem goed werkt. Maar net zo belangrijk is je fietsband. Deze mag niet glad zijn anders slip je of glij je onderuit, of je staat niet op tijd stil en je botst ergens tegenaan. Het begrip glad (glijden) en stroef (grip) met de leerlingen bespreken. Eventueel structuur van de band: glad, ribbeltjes, knobbeltjes. 26 27

12 Chinese muur Geluidsspel 13 2. Leg de spelregels uit. 3. Speel het spel eerst zonder de speciale schoentjes, daarna met speciale schoentjes. 4. Bespreek het verschil met de leerlingen, welke schoentjes waren beter, gleed je weg, kon je goed stoppen en bochtjes maken? Ontdek spelenderwijs de fietsbel. Hoe klinkt een fietsbel? Welke verschillende soorten zijn er? Kun je ze uit elkaar houden? En kun je alle fietsbellen even goed horen? Waarom heeft een fiets eigenlijk een bel? 5. Nabespreken: voordeel van stroeve zool is goede grip, nadeel van gladde zool is glijden. Bekijk stukjes fietsbanden en laat de leerlingen het stroeve voelen. 6. Illustratie spelopstelling = Leerlingen; = pionnen; = muurwachter. Hoor je mij? Bellen, toeters en verkeerssignalen Speelzaal 10 15 minuten Soms is het goed dat je je in het verkeer hoorbaar kunt maken. Op de fiets zit daarom een bel. De leerkracht heeft verschillende fietsbellen en -toeters die elk een eigen geluid hebben. Bij elk geluid wordt een beweging afgesproken. Bijvoorbeeld hinkelen, huppelen, kruipen, huppen, kikkersprong Het spel Schipper mag ik overvaren? maar dan met aangepaste tekst: Leerlingen: Mag ik nu al oversteken, ja of nee? Heb ik al goed uitgekeken, ja of nee? Tikker (schipper): Ja Leerlingen: Hoe dan? 1. Spelopstelling Chinese muur Leerkracht: geeft met bel/toeter aan hoe ze naar de overkant moeten. De leerkracht beheert de fietsbellen en -toeters. Een van de leerlingen wordt aangewezen als tikker. 28 29

13 Geluidsspel Er is een langwerpig speelveld. De spelers staan aan één kant van het speelveld achter de lijn opgesteld. In het midden staat een tikker (schipper). De spelers vragen nu al zingend aan de schipper: Mag ik nu al oversteken, ja of nee? waarop de schipper ja antwoord. De spelers vervolgen: Heb ik al goed uitgekeken, ja of nee? waarop de schipper ja zegt en de spelers vragen: Hoe dan? De leerkracht laat een van de bellen of toeters horen. Dit geluid bepaalt hoe de spelers de overkant moeten bereiken, bijvoorbeeld door te wandelen of te hinkelen. Terwijl ze dat doen probeert de schipper ze te tikken. De schipper moet daarbij net zoals de rest van de spelers ook wandelen, hinkelen, etc. Doel van het spel is om zo lang mogelijk over en weer te gaan. Opdrachten kunnen zijn: hinkelen, huppelen, etc. 1. Leg het spel Schipper mag ik overvaren? maar dan met aangepaste tekst: Leerlingen: Mag ik nu al oversteken, ja of nee? Heb ik al goed uitgekeken, ja of nee? Tikker (schipper): Ja Leerlingen: Hoe dan? Leerkracht: geeft met bel/toeter aan hoe ze naar de overkant moeten. 2. Achteraf kort bespreken welke bel het beste te horen is en welke bijna helemaal niet. i Ter informatie de afstand waarop de fietsbellen net te horen zijn: Pex hoorn krul: 232 meter Batavus Safetybel: 65 meter Huis-tuin-en-keukenbel: 57 meter Gazelle draaibel: 51 meter 1. Fietsstuur met bellen en toeters 4. Taken leerkracht Uitleg spel. Aangeven geluiden met fietsstuur. 30 31

Discovery Center Continium Museumplein 2 6461 MA Kerkrade 045 567 08 09 info@continium.nl www.continium.nl