Train met de tempo trainer

Vergelijkbare documenten
7UDLQLQJYRRU*HUW-DQ. Datum : maandag 19 juli 2004 Doel : aëroob 0-1, techniek, snelheid. Vooraf : drinken (minimaal 1 glas!!!

ZWEMTIPS EN SCHEMA S 11STEDENZWEMTOCHT

Open water zwemmen. Tips en trainingssuggesties

Trainingsschema s Gert-Jan Schep

Screenshots. RW, maart 18. Zwemanalyse van. Datum Maart 2018

Dit is een gedeelte uit de reader die is geschreven ter ondersteuning van de KNZB bijscholing Het MOMZ; doelgericht training geven aan Masters.

Naam: Naam: Vereniging: Vereniging: Na start- en/of keerpunt meer dan één arm-doortrekbeweging onder water gemaakt.

Handleiding afnemen van SwimKick techniekwedstrijden


Stroomschema doorstroomcriteria Jeugdopleiding A jeugdopleiding B jeugdopleiding C

Hoe gebruik je een hartslagmeter bij je training?

Voorbereiding Zwem4daagse. Training 1: schoolslag. Doel Verbeteren ligging bij de schoolslag

ZPC Woerden. Selectiecriteria wedstrijdzwemmen

Borstcrawl keerpunt: - De benadering - De rol - Voeten plaatsen / afzet - Handbeweging

Pvo LAAT ZE MAAR LOPEN.. MAAR WEL MET EEN HART

Vet-killer 320 Workout Introductie (eerste deel) Door: Jesse van der Velde

TRAININGSSCHEMA SPIERATHLON

Schema Sprint-triatlon (1/8 triatlon)

Zwemmen. 6 Weeks cyclus. Beginnende zwemmer. 1 x per week zwemmen. Zwemtraining. 1 Danny Piet

Trainingstips voor afstanden langer dan 50 km.

TRAINING DESLY HILL : VOORBEREIDING OP HET NIEUWE SEIZOEN

Vet-killer 320 Workout. Door: Jesse van der Velde Personal Trainer & Coach. Copyright 2010 Jesse van der Velde Alle rechten voorbehouden.

Dit systeem is ontworpen voor een loopband. De handleiding bestaat uit de volgende hoofdstukken:

Naam: Naam: Vereniging: Vereniging: Gestart voor startsignaal bij de 1 e (1 start regel) of 2 e start.

Wanneer? Dinsdag 21:00 22:00u & Woensdag 20:15u 21.15u 7 nov Balans, ligging & video. 28 nov Overhaal & doorhaal

Laten wij eens kijken uit welke hoofdonderdelen de zwemtecniek van een race bestaat. (Zie de weergave op bladzijde..)

Les 2 Talentontwikkeling Opdrachtenblad

15 km Zevenheuvelenloop

7 km Zevenheuvelenloop

Tabel 2 Trainingsvorm Duur Intensiteit *)

Vet-killer 320 Workout. Door: Jesse van der Velde Copyright 2011 Jesse van der Velde Alle rechten voorbehouden.

Veel lees- en trainplezier! Namens de WTC, Yolanda Mante, Frank van den Haak en AnneMarie Smit

Hardloop Apps met GPS routes vergeleken

1. Beenbeweging. Doel: Beschrijving van de test: Uitleg voor de sporter: Aandachtspunten testleider: Scorebepaling: Materiaal:

Toelichting. TOELICHTING schema halve marathon De Heurne GW Enschede +31(0)

2.2 Verbanden tussen datarepresentaties

gedragsregel in verhaal: blessures

Zwemanalyse. Hellas Borstcrawl groepen. Zwemtechniek. made with

Huiswerk tips! Speciaal voor jou! Praktijk voor reflexintegratie & kindercoaching

G.S.Z.V. DE GOLFBREKER. Techniekoefeningen. Oefeningen per slag. Trainers G.S.Z.V. De Golfbreker 24/09/2013

Laurens Lindeman Personal Training

Inhoud. Zwemtrainingen Wedstrijd Periode 2 (WP2) Week

Zwemschema voor gevorderde zwemmers

Hoe werken rond capaciteiten met jeugdzwemmers?

Allesoverwielrennen.nl. Het50dagen. trainingsprogramma. Van 0 naar 60 kilometer in 50 dagen

KNZB Infokaart. Naam: Naam: Vereniging: onder water te zwemmen. Bij de rugslag mag zwemmen. en erg veel

1 ONTWIKKELINGSTESTEN

Onco-Move. Bewegen tijdens chemotherapie

3. Als u al na korte tijd pijn in de benen krijgt, moet u het tempo verlagen.

Inleiding Waarom bewegen tijdens chemotherapie?

TRAININGS- HANDLEIDING

Training week 1. Week 1

Trainen met je hartslag. Pieter Breeuwsma Looptrainer 3 Runnersclub Woerden

Nooit Meer Cellulitis

LDT-8850 Computerhandleiding

DOEL VAN LANGE DUURLOPEN Wat is het doel van lange duurlopen op weg naar je marathon?

NAUTA S BOATSHOP FISH FINDER GIDS DEEL 3 WAT ZIE IK? Door Paul Motshagen i.s.m. Yaïr Jelmer Nauta NAUTA S BOAT SHOP

Wij wensen je veel lees- en trainplezier! Namens de wedstrijd- en trainingscommissie: Yolanda, Paulo en Rudolf.

JAARPLANNING TRAININGEN Wedstrijd en Masterszwemmen

Ebook Nooit Meer Afgeleid. Auteur: Mark Tigchelaar. Nooit Meer Afgeleid Mark Tigchelaar 1

Behandeling chronische pijn en vermoeidheid bij tieners

Trainingsschema voor de marathon in München 2013

Training Trainingsintensiteit:

Voorlezen is leuk en nuttig. Maar hoe doe je dat eigenlijk, goed voorlezen? Hieronder vindt u de belangrijkste tips en trucs.

TRAININGSTIPS EN HANDLEIDING L60 loopband

De houding en afzet op het rechte eind

Onco-move. Instructies voor bewegen tijdens behandeling van kanker. Waarom bewegen tijdens chemotherapie?

TRAININGSSCHEMA, DE EERSTE 6 WEKEN

Het stappenplan om snel en goed iets nieuws in te studeren


IN TOPVORM op skivakantie

2 Data en datasets verwerken

PRAKTISCH ALLEEN THUIS BLIJVEN

Efficient trainen. Leendert Parlevliet Wilbert Hilkens

TRAININGSSCHEMA 500 KILOMETER

Handleiding: Virtual Reality Race Trainingstypes

13 Acquisitietips. AngelCoaching. Coaching en training voor de creatieve sector

55 à 60% volgens de formule van Karvonen of 70à 75% van het omslagpunt.

Bewegen tijdens de behandeling van kanker

Inleiding opgaven 3hv

De Veenlopers. De temponummers zijn ook te vervangen voor het trainen met hartslagzones.

SWIMMING TEAM TIENEN VZW

Natasja Maes Luc Smets [VOETBALFYSIEKE STAPPENPLAN] Fysieke training, voorbereidingsfasen, winterstop, krachttraining, sprongkracht, wedstrijden.

algemene tips schema voor beginners schema voor gevorderden schema opslaan als PDF

Beschrijving JUBI-game. Inleiding

PDF Meditatie Ontspanning door te Glimlachen

1. De Fiets De zijkant van de buikspieren worden nog wel eens vergeten bij workouts. Met deze oefening richt je je juist op deze groep spieren.

Dit trainingsschema is ontwikkeld i.s.m. Michael Zijlaard (o.a. ploegleider en coach van team AA Drink/Leontien.nl) en Dick Siliakus (fysiotherapeut)

Verantwoordelijkheid ontwikkelen. Informatiekit om uw medewerkers te helpen bij het voorkomen van werkstress

1. Inzichten en actiepunten Schrijf tijdens de training inzichten en actiepunten op. Noteer ze hier.

TRAININGSSCHEMA 300 KILOMETER


Basis trainingsschema 42 km

Stappenplan: maken van een beloningskaart Je kind stimuleren door aanmoediging

TRAININGSSCHEMA, DE EERSTE 6 WEKEN

Techniek Pieter v/d Hoogenband Stap voor Stap.

Inleiding. 1. Waarom is bewegen goed voor de gezondheid? 3. Doel. 2. Trainingsvormen

HALVE MARATHON 14-WEEKSE TRAININGSPROGRAMMA

Transcriptie:

Train met de tempo trainer Met de tempo trainer wordt een handleiding meegeleverd. Die is goed bruibaar, maar we hebben toch nog een eigen aanvulling daarop geschreven. 1 De Tempo trainer heeft drie functies: 1. Slagfrequentie (maar het is handiger om functie 3 daarvoor te gebruiken) Tempo-vastheid-training (alhoewel niet daarvoor bedoeld, maar dat leggen we zo verder uit) 2. Tempo-vastheid-training 3. Slagfrequentie We behandelen deze functies in omgekeerde volgorde.

Functie 3: slagfrequentie. Functie drie is een uitstekende hulp om je slagfrequentie constant te houden. Of indien relevant om je slagfrequentie te verhogen of te verlagen. Eerst maar even een definitiekwestie behandelen: A. Sommige trainers zeggen: een slagfrequentie van 50 betekent dat beide armen 50 keer per minuut rondgaan. Deze trainers tellen alleen het insteken van één van beide armen (een slagcyclus). B. Andere trainers zeggen: een slagfrequentie van 50 betekent dat een arm insteekt. Deze trainers tellen dus elke insteek, links en rechts afzonderlijk. Voor de duidelijkheid: zij zouden bij definitie A spreken van een slagfrequentie van 25. 2 Wij gaan uit van definitie B: elke insteek met links of met rechts telt mee. Bij functie 3 hoor je singel beeps. Steek bij elk piepje in en houd dat ritme vast. Wat is de ideale slagfrequentie? Daar is geen eenduidig antwoord op. Het hangt af van: - De afstand die je zwemt - De lichaamsbouw - De zwemtechniek - De getraindheid van de zwemmer Goede zwemmers kunnen makkelijk variëren in slagfrequentie met behoud van de goede techniek: hoger bij sprint en lager bij lange afstand hoger bij onrustig open water en lager bij vlak zwemwater. Bij een té hoge slagfrequentie maakt een zwemmer de slag niet af en haalt dus geen maximaal rendement uit de zwemtechniek. Oplossing hiervoor: De tempotrainer op een lagere frequentie zetten, zodat er wel tijd is om de doorhaal volledig te benutten. Indien nuttig: vanuit die goede techniek kan de slagfrequentie eventueel weer verhoogd worden, maar nu met behoud van slaglengte. Bij een té lage slagfrequentie is de pauze tussen twee doorhalen relatief lang. Zo haalt een zwemmer de continuïteit uit de slag en komt deze te veel stil te liggen. Oplossing hiervoor: Eerst zorgen voor een goede techniek 1 Daarna met kleine stapjes de slagfrequentie opvoeren 1 In sommige gevallen draagt een hogere slagfrequentie bij aan een betere techniek (meer continuïteit -> hogere snelheid -> betere ligging)! In dat geval een hogere slagfrequentie dus gebruiken voor een betere techniek.

Hoe bepaal je de huidige slagfrequentie? Daar zijn meerdere methodes voor, maar een zwemmer kan het niet zelf doen. Iemand op de kant moet assisteren: 1. Gebruik een stopwatch met speciale slagfrequentie-functie (bv van Finis) 2. Zwem 200 meter en laat iemand op de kant de tempotrainer instellen op het actuele zwemtempo aan het eind van de 200 meter. 3. Tel het aantal slagen over 25 meter, neem de tijd op en leidt daar de frequentie uit af (NB: onbetrouwbaar, want bij de afzet en onderwaterfase liggen de armen stil) 3 Hoe bepaal je de ideale slagfrequentie? Dat is best lastig, want de ideale frequentie is ook afhankelijk van de afstand en het tempo waarin gezwommen wordt. Voor een sprint is dat anders dan voor een lange afstand. Maar goed, wat je kunt doen is onderstaande stappen volgen, en deze aanpassen aan de afstand. We gaan nu uit van een slagfrequentie voor 500 tot 1000 meter: Vraag iemand je te assisteren op de kant. Zwem 10 keer 100 meter, met relatief korte rust (maximaal 30 seconden, maar het is wel makkelijk om een vaste starttijd te nemen). Start met de tempo trainer op een comfortabel tempo, dat rustig aanvoelt. Laat je 100 meter tijd noteren en laat het cijfer + woord noteren hoe je het vond zwemmen (0 = easy, 10 = extreem zwaar). Verhoog na 100 meter de tempo trainer met 1 beep. Herhaal de 100 meter. Etc Je krijgt dan een lijstje met slagfrequentie / bijbehorende 100 meter tijd / ervaren zwaarte. Daar kun je interessante gegevens uit halen: bij welke frequentie ben je het snelst, terwijl het ook nog goed voelt? Het resultaat voor een zwemmer met een normale SF van 55 zou zoiets kunnen zijn: SF tijd Hoe zwaar? 1 54 1.42.3 0 Te langzaam 2 55 1.40.5 1 Makkelijk 3 56 1.38.4 3 Oke 4 57 1.37.1 3 Goed te doen 5 58 1.36.1 5 Te doen 6 59 1.35.4 6 Doorzwemmen 7 60 1.34.5 7 Pittig 8 61 1.34.3 8 Hard werken 9 62 1.34.3 9 Heel zwaar 10 63 1.35.6 9 Heel zwaar 11 55 1.41.0 0 Veel te langzaam! Interpretatie: voor deze zwemmer (met een normale SF van 55) zou een SF van 58/59 een goede optie zijn. Het scheelt 5 seconden per 100 meter, maar het is ook nog goed om te doen.

Bij een hogere slagfrequentie wordt het heel hard werken. En je ziet dat aan het einde, bij een té hoge slagfrequentie voor deze afstand, de tijd zelfs weer toeneemt. Dat is een teken van techniekverlies. Het interessante is om deze test altijd af te sluiten met 100 meter normale SF. De meeste mensen vinden dit nu een veeeeeel te langzaam tempop geworden. Als deze zwemmer gaat trainen op een SF van 58/59, zal dat in eerste instantie iets zijn wat niet een hele training / lange afstand is vol te houden. Maar. Zou het niet mooi zijn om daar wel naar toe te groeien? De tempo trainer kan je daarbij helpen, door in je training vaker op dat tempo te zwemmen. Je raakt eraan gewend, het begint normaal te voelen. 4 Alternatief gebruik van functie 3: aandacht voor techniek! In principe is het moment van insteken gelijk aan het piepje. Ligt de focus niet op het insteken, maar op een ander aspect van de slag, gebruik het piepje dan om je daaraan te herinneren. Wil je bijvoorbeeld langer uitduwen? Dan wordt elke piep een uitduwfase. Functie 2: Tempo-vastheid-trainen Met functie 2 kun je de tempotrainer instellen op een aantal (hele) seconden (kortste is 1 seconde interval, langste is 9 minuut 59). Je hoort dan drie biepjes snel achter elkaar. Deze functie kun je goed gebruiken om over langere afstanden constant te zwemmen. Stel, je doel is om de 400 meter in 6 minuut 40 te zwemmen. Je weet dan dat je per baan 25 seconden hebt. Stel functie 3 in op 25 seconden en start zwemmen. Elke keer als je drie piepjes hoort, dan zou je bij het keerpunt moeten zijn. Het helpt je om constant te zwemmen. Voor mensen die van elke training een wedstrijd maken is het een goed middel om rustiger te zwemmen. En voor mensen die een training flink vaart willen maken is het een goede indicator of dat lukt.

Tabel om makkelijk de waarden te vinden om de tempotrainer op in te stellen: Tempo trainer Doeltijd op verschillende afstanden 25 50 100 200 400 500 1000 1500 18" 36 1.12 2.24 4.48 6.00 12.00 18.00 19 38 1.16 2.32 5.04 6.20 12.40 19.00 20 40 1.20 2.40 5.20 6.40 13.20 20.00 21 42 1.24 2.48 5.36 7.00 14.00 21.00 22 44 1.28 2.56 5.52 7.20 14.40 22.00 23 46 1.32 3.04 6.08 7.40 15.20 23.00 24 48 1.36 3.12 6.24 8.00 16.00 24.00 25 50 1.40 3.20 6.40 8.20 16.40 25.00 26 52 1.44 3.28 6.56 8.40 17.20 26.00 27 54 1.48 3.36 7.12 9.00 18.00 27.00 28 56 1.52 3.44 7.28 9.20 18.40 28.00 29 58 1.56 3.52 7.44 9.40 19.20 29.00 30 60 2.00 4.00 8.00 10.00 20.00 30.00 31 62 2.04 4.08 8.16 10.20 20.40 31.00 32 64 2.08 4.16 8.32 10.40 21.20 32.00 5 Voorbeeld trainingssetje 1: 4 keer 400 meter, steeds iets sneller zwemmen volg het piepje. - Doeltijd 1 e keer = 6.40 (stel de beeper in op 50 seconden per 50 meter) - Doeltijd 2 de keer is 6.32 (stel de beeper in op 49 seconden per 50 meter) - Doeltijd 3 de keer is 6.24 (stel de beeper in op 48 seconde per 50 meter) - Doeltijd 4 de keer is 6.16 (stel de beeper in op 47 seconde per 50 meter) Voorbeeld trainingsetje 2 versla het piepje : 6 keer 200 meter. Je starttijd (zwemmen en rusten samen) is 4 minuten. Stel de beeper in op 30 seconden per 25 meter. Alles wat je sneller zwemt, houd je aan extra rust over. Dus als het goed is ga je uitlopen op het piepje, waardoor je extra rust overhoud.

Functie 1: Officieel is functie 1 voor slagfrequentie, alleen op een ingewikkelder manier uitgedrukt. In functie 1 wordt namelijk niet het aantal piepjes per minuut gegeven, maar de intervaltijd tussen twee piepjes. Een slagfrequentie van 50 in functie 3, is gelijk aan een slagfrequentie van 1.20 seconde in functie 3. Hier de conversietabel. Maar advies: gebruik functie 3! Conversietabel tempotrainer in functie 1 en 3 Functie 3 SF Functie 1 tijdsinterval 44 1.36 45 1.33 46 1.30 47 1.28 48 1.25 49 1.22 50 1.20 51 1.18 52 1.15 53 1.13 54 1.11 55 1.09 56 1.07 57 1.05 58 1.03 59 1.02 60 1.00 61 0.98 62 0.97 63 0.95 64 0.94 65 0.92 66 0.91 67 0.90 68 0.88 69 0.87 70 0.86 71 0.85 72 0.83 73 0.82 74 0.81 75 0.80 76 0.79 77 0.78 78 0.77 79 0.76 80 0.75 81 0.74 82 0.73 83 0.72 84 0.71 85 0.70 86 0.69 87 0.68 88 0.67 89 0.66 90 0.65 6 Functie 1 heeft wel een andere handige functie waar het officieel niet voor bedoeld is. Maar doordat de variatie van functie 1 ligt tussen de 0.2 seconde en 99.99 seconde, kun je het nadeel van functie 2 ondervangen. In functie 2 kun je alleen hele secondes instellen. Maar door functie 1 op een alternatieve manier te gebruiken, kun je dat op de 0.1 seconde doen. Bijvoorbeeld: bij functie 2 heb je de keus uit 22 of 23 seconde. Maar bij functie 1 kun je ook alles op 0.1 seconde daartussen instellen, en dat kan handig zijn wanneer je met wat kleinere stapjes wilt variëren dan hele secondes. Meer weten of een keer onder begeleiding uitproberen? Neem contact op met zwemanalyse. Bij ons zijn ook tempotrainers te verkrijgen (goedkoper dan in de winkel)