Rekenen. Leerwerkboek 1F. Op weg naar 1F

Vergelijkbare documenten
Leerlijnen groep 7 Wereld in Getallen

Noordhoff Uitgevers bv

Hoofdstuk 11A - Rekenen

Reken zeker: leerlijn kommagetallen

Hoofdstuk 5 - Verbanden herkennen

de Wageningse Methode Antwoorden H26 RECHTE LIJNEN HAVO 1

Rekenen Oefenboek (1) Geschikt voor Entreetoets en de LVS-toetsen van het Cito - Groep 7

spiekboek De beste basis voor het rekenen groep

Noordhoff Uitgevers bv

spiekboek spiekboek rekenen plus de beste basis voor het rekenen groep LEERHULP.NL

DIT IS HET DiKiBO-ZAKBOEK VAN

Reken zeker: leerlijn kommagetallen

Aanbod rekenstof augustus t/m februari. Groep 3

Begin situatie Wiskunde/Rekenen. VMBO BB leerling

Stenvertblok Rekenen 4 Antwoorden

Rekenen Oefenboek (2) Geschikt voor LVS-toetsen van CITO 3.0 Groep 6

Hoofdstuk 11A - Rekenen

Leerlijnen groep 5 Wereld in Getallen

WISKUNDE- HWTK PROEFTOETS- AT3 - OPGAVEN en UITWERKINGEN - EX 03 1.doc 1/11

Voorkennis + lijst met standaardintegralen

Kommagetallen. Twee stukjes is

Noordhoff Uitgevers bv

spiekboek De beste basis voor het rekenen

GETALLEN Onderdeel: Getalbegrip Doel: Je bewust zijn dat getallen verschillende betekenissen hebben.

Hoofdstuk 6 Rekenen. Opstap Rekenen. Voor 825 gram kaas moet je 6,60 betalen.

Hieronder ziet u per 2 blokken wat er getoetst wordt in groep 4

Noordhoff Uitgevers bv

INHOUDSOPGAVE. HOOFDSTUK 6 AFRONDEN Inleiding Cijfers Verstandig afronden 48 BLZ

Hoofdstuk 1 Grafieken en vergelijkingen

2.1 Kennismaken met breuken Deel van geheel. Opdracht 1 Welk deel van deze cirkel is zwart ingekleurd?

Noordhoff Uitgevers bv

rekenboek 5a lessen

Rekenen Oefenboek (1) Geschikt voor Cito 3.0, IEP, LVS en andere toetsen

Scoreblad bewis 01. naam cursist: naam afnemer: werkpunt. niet goed. tellen. getalbegrip. algemeen bewerking en. optellen en.

Examen Rekenen/ Wiskunde

spiekboek spiekboek rekenen plus de beste basis voor het rekenen groep LEERHULP.NL

Leerlijnen groep 8 Wereld in Getallen

Leerstofoverzicht groep 3

Klok dag en nacht. Hulpkaart OPTELLEN/AFTREKKEN

Inhoud kaartenbak groep 8

De maximale waarderingscijfers van de opgaven verhouden zich als 30:30:20:20 deel cijfer=score./10

Rekenen Oefenboek (2) Geschikt voor Cito 3.0, IEP, LVS en andere toetsen

tafels van 6,7,8 en 9 X

wat is de som zie ik een instinker bij de antwoorden? het goede antwoord aan

Hoofdstuk 7 Exponentiële formules

Takenoverzicht. Rekenrijk Groep 6.

drs. W.M.F. Beuker, training en begeleiding in onderwijs

Hoofdstuk 12B - Breuken en functies

Strategiekaarten. Deze strategiekaarten horen bij de ThiemeMeulenhoff-uitgave (ISBN ): Rekenen: een hele opgave, deel 2

Overig nieuws Hulp ouders bij rekenen deel 3.

Tafelkaart: tafel 1, 2, 3, 4, 5

Getallen en breuken. 1 Doel: helen in breuken verdelen en helen uit de breuk halen. Herhalen

Kennis van de telrij De kinderen kunnen tellen en terugtellen tot 10 met sprongen van 1 en van 2.

Leerlijnen groep 6 Wereld in Getallen

Ajodakt. Rekenen. Breuken. Breuken groep 8. Colofon. Zelfstandig werken. Antwoorden. Rekenen. Groep 8

Leerlijnen groep 4 Wereld in Getallen

Rekentermen en tekens

Rekenen verhoudingen. Procenten voor 1F

Doelenlijst 5: GETALLEN onderdeel KOMMAGETALLEN

BLAD 16: HAM EN KAAS. b. Bij de maatbeker horen verschillende inhoudsmaten. Hiernaast staan ze op een rij. Schrijf op de stippeltjes wat het betekent.

REKENMODULE GELD. Rekenen voor vmbo-groen en mbo-groen

Hoofdstuk 11 Verbanden

Leerstofoverzicht groep 6

Toetsen oefenen Rekenen deel 1. INZAGE EXEMPLAAR Groep 7&8

Verhoudingen in verband

Groep 7, blok 1, week 1 Passende Perspectieven, leerroute 3

Leerlijnen rekenen: De wereld in getallen

Hoofdstuk 1 Grafieken en vergelijkingen

Examen Rekenen en Wiskunde

i n s t a p b o e k j e

Niveau 2F Lesinhouden Rekenen

Groep 6. Uitleg voor ouders (en kinderen) over de manieren waarop rekenen in groep 6 aan bod komt. Don Boscoschool groep 6 juf Kitty

Leerlijnen voor groep 3-8

Optellen en aftrekken kan: Uit je hoofd Op papier Met een rekenmachine (op je telefoon)

Vrijdag 3, maandag 6 en dinsdag 7 april Kinderen vrij ivm met Pasen en studiedag team

Onthoudboekje rekenen

Sietse Kuipers. Oefenen met rekenen voor groep 7

Bij het cijferend optellen beginnen we bij de eenheden en werken we van rechts naar links:

Rekenportfolio. Naam: cm 2. m 3 + = 1 _ 12

GETALLEN VERHOUDINGEN METEN MEETKUNDE VERBANDEN

Doe eenvoudige opgaven zonder een rekenmachine. XX. Gebruik een rekenmachine bij moeilijke opgaven. Controleer de berekening door te schatten.

Rekenen Oefenboek (1) Geschikt voor LVS-toetsen van CITO 3.0 Groep 6

Groep 5 Leerroute 3< 1F Leerroute 2= 1F (maatschrift) Leerroute 1 = 1S Periode 1

i n s t a p h a n d l e i d i n g

Optellen IT1 Antwoord M3 IT6 Antwoord M

Breuken. Tel.: Website:

Wereld in Getallen Blok 4A groep 6

Handleiding voor leerkrachten : AMBRASOFT REKENEN~ 1 ~

Oefeningenexamen Projectieve Meetkunde: oplossingen

Afspraken hoofdrekenen eerste tot zesde leerjaar

Passende Perspectieven. Bij Rekenrijk 3 e editie

Getallen. 1 Doel: een getallenreeks afmaken De leerlingen maken de getallenreeks af met sprongen van

Het dichtsbijliggende tiental is 860. interval

Tussendoelen domein VERHOUDINGEN 38

Transcriptie:

Rekenen Leerwerkboek 1F Op weg naar 1F

SCORE leerwerkboek Niveau 1F Rekenen Auteur: Basisacaemie, m.m.v. Frank Stolp Reactie: Carla Barkelau Vormgeving: Veel en Ver SCORE werkboeken rekenen overzicht: 978-94-91566-27-1 978-94-91566-28-8 SCORE leerwerkboek 0F SCORE leerwerkboek 1F - Op weg naar 1F Basisacaemie B.V. Groningen 2017 Alle rechten voorbehouen. Niets uit eze uitgave mag woren verveelvouig, opgeslagen in een geautomatiseer gegevensbestan of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij electronisch, mechanisch of oor fotokopieën, opnamen, of enige anere manier, zoner voorafgaane toestemming van e uitgever. Voor zover het maken van reprografische verveelvouigingen uit eze uitgave is toegestaan op gron van artikel 16h Auteurswet 1912 ient men e aarvoor wettelijk verschulige vergoeingen te voloen aan e Stichting Reprorecht (Postbus 3060, 2130 KB Hooforp, www.reprorecht.nl). Voor het overnemen van geeelten in reaers en anere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) kan men zich wenen tot e stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reprouctierechten Organisatie, Postbus 3060, 2130 KB, Hooforp, www.cear.nl/pro). ISBN 978-94-91566-28-8 www.basisacaemie.nl

Inhousopgave Hoofstuk 1: Gel en kommagetallen 2 1.1 Gevoel voor getallen 2 Gel tellen 2 Een gelberag noteren en uitspreken 4 De waare van een getal 6 Een kommagetal uitspreken 9 De grootte van een kommagetal 12 De nul is (niet) niks 14 1.2 Uit het hoof of in kla 16 (Gel) optellen en aftrekken 16 Gel optellen met een ron berag 19 Gel rijgen aanvullen en eraf halen 21 Gel cijferen optrekken en aftrekken 24 Schatten rekenen 27 Gel hanig vermenigvuligen 30 1.3 Basisberekeningen 32 Rekenen met gel op e rekenmachine 32 Hanig rekenen met gel 34 Wisselgel: aanvullen tot een ron berag 36 Komma s in grote getallen 38 Kommagetallen afronen 40 Test 1 42 Hoofstuk 2: Breuken, verhouingen en procenten 46 2.1 Breuken 46 Breuken herkennen 46 Breuken optellen en aftrekken 48 Breuken gelijk maken 51 Breuken vermenigvuligen met een aantal 54 Deel van een geheel berekenen 57 Breuken vereenvouigen 60 Breuken als ecimale getallen 62 Breuken vermenigvuligen en elen 65 2.2 Verhouingen 68 Rekenen met verhouingen 68 2.3 Procenten 72 Procenten 72 Percentage van een totaal berekenen 74 Rekenen met één procent 77 Percentages vergelijken 80 2.4 Toepassingen 82 Breuken, procenten, kommagetallen en verhouingen 82 Verhouingen als percentage 84 Test 2 88

Hoofstuk 3: Meten en meetkune 92 3.1 Metriek stelsel 92 Lengte en gewicht (herhaling) 92 Lengte- en gewichtsmaten omrekenen (herhaling) 94 Lengte- en gewichtsmaten omrekenen, van groot naar klein 96 Lengte- en gewichtsmaten omrekenen, van klein naar groot 98 Reken met lengte en gewicht 100 3.2 Meten 102 Rekenen met verhouingen, schalen 102 3.3 Omtrek, oppervlakte 104 Omtrek, oppervlake (herhaling) 104 3.4 Metriek stelsel 106 Inhou, liters en kubieke meters 106 Inhou, liters omrekenen van groot naar klein 108 Inhou, liters omrekenen van klein naar groot 110 Inhou, liters en kubieke ecimeters omrekenen 112 Klokkijken en rekenen met tij (herhaling) 114 Kalener en rekenen met agen, maanen, jaren (herhaling) 116 Hoge igitale tij 118 Rekenen met tij 120 3.5 Meten 122 Rekenen met verhouingen, snelhei 122 Test 3 124 Hoofstuk 5: Verhaalsommen 194 5.1 Getallen 194 Getallen in e praktijk 194 Van verhaal naar som 196 De getallenlijn als hulpmiel 198 Rijen vermenigvuligen 200 Vermenigvuligen en elen in e praktijk 202 Conclusies trekken 204 Hanig vermenigvuligen 206 5.2 Breuken, verhouingen en procenten 208 Verhouingen in e praktijk 208 Breuken in e praktijk 210 Procenten in e praktijk 214 5.3 Meten en meetkune 216 Meten en referentie 216 Afmetingen vergelijken 218 Omtrek en oppervlakte 220 Inhou berekenen 222 Afmetingen vergelijken 224 5.4 Tabellen en grafieken 226 Informatie halen uit grafieken 226 Informatie halen uit tabellen 228 Informatie halen uit een staafiagram en lijniagram 230 Test 5 232 Hoofstuk 4: Tabellen en grafieken 128 4.1 Tabellen 128 Aflezen en maken 128 Rekenen en interpreteren 133 4.2 Schema s en roosters 139 Aflezen en maken 139 Rekenen en interpreteren 144 4.3 Staafiagram 148 Aflezen en maken 148 Rekenen en interpreteren 151 4.4 Cirkeliagram 158 Aflezen en maken 158 Rekenen en interpreteren 161 4.5 Lijngrafiek 164 Aflezen en maken 164 Rekenen en interpreteren 167 4.6 Toepassingen 178 Welke grafiek gebruik je? 178 Welk patroon herken je? 181 Patronen spiegelen 183 Test 4 186

Gel tellen 1: Gel en kommagetallen 1.1 Gevoel voor getallen 1 In e aanbieing: één broo voor 1 euro! Je hebt maar een half broo noig. Hoeveel betaal je? Je hoeft niet altij een heel broo te kopen, soms is een halve ook genoeg. Dan betaal je ook maar e helft. Daarvoor gebruiken we e komma: euro cent euro cent In plaats van 1,00 betaal je an 0,50. 4 Hoeveel heb je noig? Betaal met zo weinig mogelijk briefjes en munten. Gel bestaat uit briefjes en munten. Briefjes: Munten: 5 euro, 10 euro, 20 euro, 50 euro, 100 euro, 200 euro, 500 euro 1 cent, 2 cent, 5 cent, 10 cent, 20 cent, 50 cent, 1 euro, 2 euro 75 euro briefjes van 20 euro briefjes van 10 euro briefjes van 5 euro munten van 2 euro munten van 1 euro 63 euro briefjes van 20 euro briefjes van 10 euro briefjes van 5 euro munten van 2 euro munten van 1 euro Met eze briefjes en munten kun je alle beragen maken. 5 Wissel een briefje voor munten. Hoeveel krijg je er? 3 Hoeveel gel ligt hier? 1 briefje van 5 euro = munten van 1 euro 1 briefje van 10 euro = munten van 1 euro 1 briefje van 10 euro = munten van 2 euro 1 briefje van 20 euro = munten van 2 euro 6 Lees het verhaal. Teken het gel op klapapier. Tel an alles op. euro euro Verhaalsom Thom heeft in zijn portemonee nog twee muntstukken van 2 euro, één van 50 eurocent en één van 20 eurocent. Hoeveel gel heeft hij? Antwoor Saner heeft een biljet van 5 euro, een muntstuk van 2 euro en rie munten van 10 eurocent. Hoeveel gel heeft hij? euro cent euro cent Hester heeft haar oppasgel opgetel. Ze heeft rie briefjes van 10, rie munten van 2 euro en rie munten van 50 eurocent. Hoeveel gel heeft ze totaal? 2 3

Een gelberag noteren en uitspreken 1: Gel en kommagetallen 1.1 Gevoel voor getallen 4 Hoeveel euro s en hoeveel cent heeft it berag? 13,50 euro en cent 0,40 euro en cent 20,- euro en cent 1,49 per bakje Zak à 2,5 kg voor 2,49 2 voor 0,99 18,20 18,02 euro en euro en cent cent 1 Hoeveel kosten je booschappen? Hoe spreek je e gelberagen uit? Het euroteken wort in supermarktfolers niet altij gebruikt. Officieel moet het zo: Je schrijft 1 euro en 49 cent als: 1,49 euro of 1,49 Een berag van 15 euro noemen we een ron berag. Je hoeft an niet e nullen te schrijven; je mag ook een streepje zetten. 15 euro schrijf je als: 15,- of 15,00 of 15,- Je zegt: 1 euro 49 of 1 euro en 49 cent of 1 euro en 49 eurocent 5 Betaal met zo weinig mogelijk briefjes en munten. Hoeveel heb je noig? briefjes van 20 euro briefjes van 10 euro briefjes van 5 euro munten van 2 euro munten van 1 euro briefjes van 5 euro munten van 2 euro munten van 1 euro munten van 50 cent munten van 20 cent munten van 10 cent munten van 5 cent 3 Maak e tabel af. Schrijf met een euroteken. Hoe zeg je it? 6 Wat betaal je? Je schrijft: Je zegt: Verhaalsom Antwoor 7,- 7 euro 25 euro Je koopt: 1 kg witlof 1 kg kiwi 125 euro 3 euro en 50 eurocent 0,60 per kg 1,- per kg Hoeveel kost at samen? 8 euro en 75 eurocent 16 euro en 25 eurocent Je koopt: 1 kg spruitjes twee netjes manarijnen 0,90 per kg 1,50 per net Hoeveel kost at samen? 4 5

De waare van een getal 1: Gel en kommagetallen 1.1 Gevoel voor getallen 4 Hoeveel is er betaal? 127,35 127,35 bestaat uit: één briefje van 100 euro twee briefjes van 10 euro zeven munten van 1 euro rie munten van 10 cent vijf munten van 1 cent 100 euro 10 euro 1euro komma 10cent 1cent 3 9 6, 5 0 396,50 5 0 0, 0 5 7 5, 2 5 1 0, 0 5 1 Met welke briefjes en munten kan je it berag hanig contant betalen? komma 127,35 1 2 7, 3 5 503,19 5 0 3, 1 9 1 8 0, 8 5 100 euro 10 euro 1euro komma 10cent 1cent 2, 200,00 5, 3 Hoeveel van ieer briefje en ieere munt gebruik je? 100 euro 10 euro 1euro komma 10cent 1cent 16,-, 6, 2, 2 4, 5 24,-, 130,-, 5 Wat is e waare van het getal? 550,-, 725,-, Wat is e waare van 4 in 432,79? 400,- Wat is e waare van 2 in 432,79? 100 euro 10 euro 1euro komma 10cent 1cent 16,50, Wat is e waare van 9 in 432,79? Wat is e waare van 3 in 432,79? Wat is e waare van 7 in 432,79? 31,30, 52,25, 361,75, 775,05, Wat is e waare van 9 in 934,82? 900,- Wat is e waare van 2 in 934,82? Wat is e waare van 4 in 934,82? Wat is e waare van 3 in 934,82? Wat is e waare van 8 in 934,82? 6 7

Een kommagetal uitspreken 6 Lees het verhaal. Schrijf eerst e som op. Noteer an je antwoor. 1 Hoeveel kost e iesel? Hoe spreek je it berag uit? Verhaalsom Marlena heeft al 345,- gespaar. Voor haar verjaarag krijgt ze vijf keer een briefje van tien. Hoeveel heeft ze nu? Som Antwoor 1,87 spreek je uit als één euro zevenentachtig 1,87 spreek je uit als één euro en zevenentachtig eurocent. 1,87 is één hele, acht tienen en zeven honersten 1,87 is één hele en zevenentachtig honersten Jory wil een nieuwe scooter kopen. Hij heeft al 1299,- gespaar. Van zijn ouers krijgt hij nog twee keer een briefje van 100,- Hoeveel heeft hij nu? Hoe spreek je 1,99 op verschillene manieren uit? Let op: kommagetallen gaan niet altij over gel. Marijke heeft een oppasbaantje waar ze al 270,- mee heeft verien. Ze verient een tientje per uur en past nog vijf uurtjes op. Hoeveel heeft ze an? H T E, t h 3, 4 7, 0 5 2 5, 5 1 Het HTE schema werkt hetzelfe als het schema met gel. H = Honer t = tienen T = Tientallen h= honersten E = Eenheen of Helen Het getal 3,4 kun je uitspreken als: rie komma vier rie helen en vier tienen Het getal 7,05 kun je uitspreken als: zeven komma nul vijf zeven helen en vijf honersten Het getal 25,51 kun je uitspreken als: vijfentwintig komma eenenvijftig vijfentwintig helen, vijf tienen en één honerste vijfentwintig helen en eenenvijftig honersten twee tientallen, vijf helen, vijf tientallen en één honerste. 3 Hoe spreek je het getal uit? Kies het juiste antwoor. 24,5 vierentwintig en vijf vierentwintig en vijf tienen vierentwintig en vijf honersten 12,2 twaalf en twee tienen twaalf en twee honersten twaalf en twee 3,07 rie komma zeven rie helen en zeven tienen rie helen en zeven honersten 2,16 twee helen en zestien honersten twee helen en zestien tienen twee, een tiene en zes 8 9

Een kommagetal uitspreken 1: Gel en kommagetallen 1.1 Gevoel voor getallen 4 Welk getal heeft welke waare? 6 Vul het juiste antwoor in. In welk getal is e 5 vijf honersten? Iin welk getal is e 7 zeven tienen? 514,38 129,76 143,85 297,61 438,51 976,12 385,14 761,29 In welk getal is e 3 rie tienen? In welk getal is e 8 acht honer? Wat is meer: twee en rie tienen of rie en twee tienen? 724,93 358,91 249,37 589,13 Antwoor: 493,72 891,35 937,24 913,58 Wat is meer: honer en twee honersten of honer en twee tienen? Antwoor: 5 Schrijf het woor als kommagetal. Schrijf als een getal met een komma: vijftien en twee tiene. H T E, t h Eén hele en rie tienen Antwoor: Vijftien helen en zes tienen Twintig en twee tienen Honervijf en vijf tienen. Schrijf als een getal met een komma: rie en ertien honersten. Antwoor: H T E, t h Acht helen en tweeënzeventig e. Hoeveel seconen staan er op e stopwatch? honersten Vierenvijftig honersten Antwoor: Honer en twee honersten Tweehoner en één honerste 10 11

De grootte van een kommagetal 1: Gel en kommagetallen 1.1 Gevoel voor getallen 1 Als je op een getallenlijn een vergrootglas tussen e vijf en e zes zet, zie je bij het tweee streepje het getal 5,2. 5 Sprongen maken Maak sprongen van 0,2 5,2 5,4 5,6 8,4 8,6 8,8 Hoe verer een getal achter e komma staat, hoe kleiner e waare is: 21,1 21,3 21,5 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 98,8 99,0 99,2 Maak sprongen van 0,02 5,0 5,1 5,2 5,3 5,4 5,5 5,6 5,7 5,8 5,9 6,0 4,02 4,04 4,06 5,20 5,21 5,22 5,23 5,24 5,25 5,26 5,27 5,28 5,29 5,30 7,46 7,48 7,50 0,12 0,14 0,16 3 Welk getal komt ervoor of erna? Vul e getallenlijn verer in. 70,06 70,08 70,10 6,4 6,5 6,6 6 Lees het verhaal. Welke som herken je? Geef an het antwoor. 12,8 12,9 Verhaalsom Som Antwoor 27,8 27,9 Je weegschaal geeft 62,4 kg aan. Dat is 0,6 kg zwaarer an vorige week. Hoe zwaar was je toen? 3,45 3,46 Je weegschaal geeft 56,2 kg aan. Hoeveel weeg je nog oner e 57,0 kg? 4 Welk berag vul je in bij e pijl? 15,00 16,00 Maaike weegt 62,35 kg. Jos weegt 5,32 kg meer. Hoe zwaar is Jos? 12 13

De nul is (niet) niks 1: Gel en kommagetallen 1.1 Gevoel voor getallen 1 Je typt 0,40 op je rekenmachine. Wat gebeurt er als je aarna op het = -teken rukt? 4 Trek een lijn van het kaartje naar e juiste plek op e getallenlijn. 0,4 0,41 0,40 0,45 0,43 0,48 0,46 0,50 0,49 0,5 5 Plaats op volgore van klein naar groot. 0,02 0,2 0,22 2,2-2,22 22,2 2,02 22,0 0,4 of 0,40? Als je 0,40 intypt op je rekenmachine en je rukt aarna op =, an verwijnt e nul. Je rekenmachine gooit e laatste nul in een kommagetal weg. H T E, t h 0, 4 0, 4 0 Hanig om te weten: 0,4 = 0,40, want bij beie getallen staat e vier op ezelfe plek: namelijk bij e tienen. Het gaat hier us om vier tienen (of veertig honersten). 1,7 0,7 1,07 7, 01 0,07 7, 07-707 - 7,17 Je mag er nog meer nullen achter zetten: 0,4 = 0,40 = 0,400 = 0,4000 = 0,40000 enz. Hoe weet je nu welk getal er bij e pijl hoort? Plaats eerst een extra nul! 0,4 0,5 6 Welk getal ligt in het mien? 0,40 0,50 0,6 0,7 3 Noteer: 0,1 of 0,01 miner en meer. 0,3 0,4 0,1 miner: 0,1 meer: 0,01 miner: 0,01 meer: 2,9 5,6 4,9 2,9 5,6 4,9 7,1 7,2 5,12 5,12 7,55 7,55 14 15

(Gel) optellen en aftrekken 1: Gel en kommagetallen 1.2 Uit het hoof of in kla 1 Je koopt een tussenoortje van 0,75 maar je betaalt met een euro. Hoeveel krijg je terug? 4 Hoeveel moet erbij om één euro te krijgen? Gebruik e getallenlijn. 0,10 0,50 1,00 Onthou: 100 cent is 1 euro. Gepast betalen lukt niet altij. Gelukkig geeft een snoepapparaat je gel terug. 0,50 + = 1,00 0,60 + = 1,00 0,20 + = 1,00 0,70 + = 1,00 0,90 + = 1,00 0,95 + = 1,00 0,75 + = 1,00 0,65 + = 1,00 0,02 + = 1,00 0,35 + = 1,00 Je hebt Het kost Je krijgt terug 5 Wat is samen één euro? Trek een lijn. 1,00-0,75 = 0,25 Vin je minsommen lastig? Je kunt er een plussom van maken! Hoe oe je at? 0,75 +. = 1,00 + 0,05 + 0,20 0,65 + 0,50 0,20 + 0,30 + 0,05 0,60 + 0,15 + 0,25 0,10 + 0, 45 + 0,35 0 0,50 Je hebt al 0,75, je oet er eerst 5 cent bij, aarna 20 cent. 0,75 + 0,05 + 0,20 = 1,00 óf 0,75 + 0,25 = 1,- 0,75 1,00 0,90 + 0,05 + 0,45 6 Wat kost het bij elkaar? 3 Teken wat je terugkrijgt. Je hebt: Je betaalt: Je krijgt terug: Energiereep: 0,60 Dropveter: 0,50 Armban: 0,25 Lollie: 0,35 per stuk Spekjes: 0,05 per stuk Je koopt: Je betaalt: Antwoor: één energiereep en één lollie 0,60 + 0,35 =. één ropveter en rie spekjes één armban, één lollie, één spekje één ropveter, één armban, één lollie 16 17

Gel optellen met een ron berag e. Je koopt voor precies 1 euro en wilt in ieer geval een ropveter. Wat koop je nog meer? Lijstje: Som: 1 Veel winkels geven geen eurocenten meer terug. Hoeveel moet je bij e kassa betalen? f. Je koopt voor precies 2 euro en wilt in ieer geval een energie reep. Wat koop je nog meer? Lijstje: Som: Gel afronen naar een ron berag maakt het optellen makkelijker. Bekijk het voorbeel: Sperziebonen 1,99 per zak 500 gram minneolas voor 0,98 Drie broen voor 2,97 Je koopt alle bovenstaane proucten. Hoeveel moet je ongeveer betalen? 1,99 is bijna 2,00 0,98 is bijna 1,00 2,97 is bijna 3,00 Samen 2,- + 1,- + 3,- = 6,- 3 Reken uit met een ron berag. Gebruik e afbeelingen en e prijzen van e uitleg. Je koopt: Som met ron berag: Antwoor: Twee zakken sperziebonen 2,- + 2,- = Eén broo en 500 gram minneolas 1 kg minneolas Zes broen Eén zak sperziebonen en twee broen 4 Teveel betaal? Gebruik e afbeelingen en e prijzen van e uitleg. Je koopt twee zakken sperziebonen Je betaalt 4,- Dit is 0,02 te veel Je koopt één broo en 500 gram minneolas Je betaalt Dit is 18 19

Gel rijgen aanvullen en eraf halen Je koopt 1 kg minneolas Je koopt zes broen Eén zak sperziebonen en twee broen 5 Bekijk e tabel. Hoeveel gel krijg je terug? Het kost: Je betaalt: Je krijgt terug: 4,95 9,95 1 Op een kassabon kun je veel meer aflezen an alleen het berag. Zie jij ook met hoeveel er is betaal? Zie je ook hoe laat at is gebeur? Je moet 1,79 betalen en je geeft 10,00. Hoeveel krijg je terug? Kies voor rijgen aanvullen of rijgen eraf halen. Aanvullen: 1,79 + = 10,00 1,79 + 0,01 = 1,80 1,80 + 0,20 = 2,00 2,00 + 8,00 = 10,00 Je hebt erbij geaan: 0,01 + 0,20 + 8,00 = Eraf halen: 10,00 1,79 = 10,00 1,00 = 9,00 9,00 0,70 = 8,30 8,30 0,09 = 8,21 8,21 Welke manier vin jij makkelijker? Heb je (nep)gel? Gebruik it om mee in te wisselen. 14,95 3 Vul het berag aan tot 10,00. Begin met e kleinste munt. 6 Bekijk e lunchkaart. Vul e tabel in en beantwoor an e vraag. Je bestelt: Dit kost: Je betaalt: Je krijgt terug: Eén brooje tonijnsalae 4,95 5,- Twee kroketten met broo Eén carpaccio Eén brooje binnentuin Lunchkaart 11:00-17:00 uur Broojes Kaas met verse italiaanse kruien 4,75 Rosbief 5,25 Carpaccio 6,95 Lauwwarme geitenkaas 5,25 Tonijnsalae 4,95 Eiersalae 4,25 Binnentuin 6,95 met rosbief, eiersalae, spek pijnboompitjes, roe ui, rucola en tomaat Vul Totaal: aan tot 10,00: 3,45 1 1 1 1 6,55 4,19 5,98 7,69 9,09 4 Vul het berag rijgen aan. 2,55 + = 10,00 4,79 + = 10,00 Je hebt nog precies 10,-. Welke twee gerechten kun je hiervoor bestellen? Twee kroketten met broo 6,95 2,55 + = 2,60 2,60 + = 3,00 3,00 + = 10,00 4,79 + = + = + = 10,00 Totaal erbij: Totaal erbij: 20 21

Gel rijgen aanvullen en eraf halen 1: Gel en kommagetallen 1.2 Uit het hoof of in kla 5,65 + = 10,00 5,65 + = + = + = 10,00 12,25 + = 20,00 12,25 + = + = + = 20,00 5 Bekijk e tabel. Vul e som in. Hoeveel gel krijg je terug? Het kost: Ik betaal met: Som: Antwoor: 3,25 10,00 3,25 = 6,75 Trek e beragen rijgen af. 5,15 12,25 10,00-2,95 = 10,00-2,00 = - 0,90 = - 0,05 = Totaal eraf: 10,00-7,25 = 10,00 - = - = - = Totaal eraf: 17,95 6 Bekijk e aanbieingen. Noteer e som en beantwoor an e vraag. 10,00-6,62 = 20,00-10,75 = Verhaalsom Som Antwoor 10,00 - = - = - = Totaal eraf: 10,75 - = + = + = Totaal eraf: Je koopt een houten tuinbezem. Je betaalt met 10,-. Hoeveel krijg je terug? Je koopt een eco renierkop. Je betaalt met 10,-. Hoeveel krijg je terug? Je koopt een full HD Action Camera en betaalt met 50,-. Hoeveel krijg je terug?. Je hebt 50,- euro en mag twee aanbieingen kopen. Je wilt het gehele berag uitgeven. Wat koop je? Maak zelf een som. 22 23

Gel cijferen optellen en aftrekken 1: Gel en kommagetallen 1.2 Uit het hoof of in kla 1 5,25 + 3,4 =... Je kunt eze optelsom met kommagetallen op verschillene manieren uitrekenen. Welke manier vin jij het hanigst? 3 Tel rijgen op e manier van Bennie of tel splitsen op e manier van Milou. Welke manier kies jij? 12,45 + 7,3 = 17,75 + 22,5 = 13,99 + 5,75 = 12,45 +7 + 0,3 = Bennie: Ik ga rijgen (je laat het eerste getal heel): 5,25 + 3 = 8,25 8,25 + 0,4 = 8,65 Milou: Ik ga splitsen (je telt e helen en e kommagetallen apart bij elkaar op): 5 + 3 = 8 0,25 + 0,4 = 0,65 8 + 0,65 = 8,65 Jolien: Ik zet het oner elkaar: 5,25 3,40 + 8,65 25,29 + 3,9 = 36,55 + 14,6 = 129,88 + 15,15 = Weet je het nog? 3,40 is gelijk aan 3,4. In het voorbeel van Jolien is at gebruikt om e getallen netjes oner elkaar te kunnen zetten. De komma s moeten namelijk precies oner elkaar staan. 4 Zet goe oner elkaar en tel op. Kommagetallen en gel kun je ook oner elkaar optellen en aftrekken. Weet je nog hoe het gaat met onthouen en met lenen? Kijk nog maar eens in Getallen 2, blz. 4 t/m 7 en blz. 32 t/m 39. Zorg ervoor at e komma s oner elkaar staan. 12,45 + 7,3 = 17,75 + 22,5 = 13,99 + 5,75 = 12,45 7,30 - goe fout 1 1 1 18,75 18,75 3,80 + 3,80 + 22,55 56,75 25,29 + 3,9 = 36,55 + 14,6 = 129,88 + 15,15 = goe fout 1 4 3 42,50 42,50 9,75-9,75-32,75?5,00 24 25

Gel cijferen optellen en aftrekken 1: Gel en kommagetallen 1.2 Uit het hoof of in kla 5 Zet goe oner elkaar en trek van elkaar af. 1 Je koopt rie kleingstukken. Hoeveel kost at ongeveer? 12,45-7,3 = 17,75-22,5 = 13,99-5,75 = 12,45 7,30 + 25,29-3,9 = 36,55-14,6 = 129,88-15,15 = 6 Lees het verhaal en schrijf e berekening op. Geef an antwoor op e vraag. Winkels zetten vaak net geen rone beragen op het prijskaartje: er staat an bijvoorbeel 19,99 in plaats van 20,-. Zo lijkt het veel goekoper. Door te schatten weet je snel wat alles kost. Schatten oe je om snel te rekenen of om een antwoor te controleren. Je kunt gel afronen op hele euro s en rone beragen in e buurt. Een blouse voor 19,99, een topje voor 7,99 en een jas voor 49,99. Hoeveel kost het samen? 19,99 + 7,99 + 49,99 is ongeveer 20,- + 8,- + 50,- 78,-. Verhaalsom Som Antwoor Bennie koopt een broek voor 79,95 en een vest van 85,95. Hoeveel betaalt hij? 3 Bekijk e avertenties. Hoeveel kost het ongeveer? Schat het totaal. Milou koopt een jurk en een top. Beie kosten 34,95. Hoeveel betaalt zij? Jolien koopt nagellak voor 4,95 en een zonnebril voor 14,95. Hoeveel betaalt zij? Wat kost it ongeveer? Schrijf e som op. Hoeveel ongeveer? Je koopt twee keer een kruienset: 2 x Je koopt rie bloembakken: Antwoor Je koopt vier fruitstruiken: 26 27

SCORE Rekenen bestaat uit: Het oefenprogramma SCORE: www.basisacaemie.nl/score SCORE leerwerkboek 0F SCORE leerwerkboek 1F - Op weg naar 1F www.basisacaemie.nl