Niet technische samenvatting Project - MER

Vergelijkbare documenten
Niet technische samenvatting Project - MER

Niet technische samenvatting Kennisgeving/ontwerp Project MER

Sint-Niklaas - Lokeren

college van burgemeester en schepenen Zitting van 10 april 2015

Hervergunning en verandering van Bayer Antwerpen

Bestaand regionaal bedrijf

Ontheffing tot het opstellen van een MER

Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen

Goedkeuringsverslag milieueffectrapport

Tabel 1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wet luchtkwaliteit stof toetsing van grenswaarde geldig stikstofdioxide (NO 2 )

Project-MER-Verslag. Goedkeuring milieueffectrapport. Project: MER Prayon te Ruisbroek. Initiatiefnemer: Prayon NV Gansbroekstraat Ruisbroek

Steenbakkerij Floren en Cie NV

Niet technische samenvatting Project MER

Eurotank Amsterdam BV Aanvraag omgevingsvergunning (bouw) Inkoopstation elektriciteit terminaldeel Octaanweg

Aanvraag omgevingsvergunning Dijkdoorvoer en overkluizing tankput H43 even. 24 december 2015 Versie 1.0

PROJECT MER HERVERGUNNING

Het project betreft het plaatsen van windturbines in het industrieterrein Skaldenpark

Roeselare - Tielt. 1. Reservegebieden voor woonwijken (KB 17/12/79)

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

Scopingsadvies Project-MER Aanleg infrastructuur industrieterreinontwikkeling Kluizendok te Gent

Aanvraag omgevingsvergunning Pompput C januari 2016 Versie 1.0

Tankenpark Total Raffinaderij Antwerpen Vestiging Beveren-Melsele. MER voor de hervergunning. 29 oktober

MLAV1/ /RP/si

Richtlijnen voor het Project-MER Oiltanking AGT

afbakening zeehavengebied Antwerpen

AFDELING VOORWAARDEN MET BETREKKING TOT GASTURBINES EN STOOM- EN GASTURBINE- INSTALLATIES

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

Vlaams beleid luchtverontreiniging en. milieuvergunningsaanvragen

Gemengd regionaal bedrijventerrein Polderhoek te Zonnebeke

bestemmingsplan Ambachtsezoom e.o. BIJLAGE 7 Onderzoek Luchtkwaliteit OD 205 SL stedenbouw + landschap 103

Milieuvergunningsaanvraag Magazijnen Blauwhoef I en II Moerstraat 9/ Antwerpen VOPAK Logistic Services Belgium nv

WINDENERGIEPROJECT Zulte - Leiekanaal

Aantal pagina's 5. Doorkiesnummer +31(0)

OUD-TURNHOUT RUP De Hoogt Aanvulling screeningsnota

Vormen van milieueffectrapportage in Vlaanderen

BETEKENIS VAN HET AFKOPPELINGSBELEID VOOR P-BEDRIJVEN NA DE RECENTE AANPASSING VAN 4 JULI 2003

Beschikking Wet milieubeheer

Bezwaarschrift aanvraag pluimveehouderij Yvan Moonen, Kriekelswarande zn Diest

OVER DE MEDEDELING VAN VERANDERING VAN DE N.V. BP CHEMBEL MET BETREKKING TOT EEN CHEMISCH BEDRIJF, GELEGEN TE 2440 GEEL, AMOCOLAAN.

Notitie. Aan : Roel Volman (SO, team bestemmingsplannen) Van : Paul Bruijkers (SO, Ingenieursbureau) Datum :

Infomoment Verapazbrug

Historisch gegroeid bedrijf

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

Notitie Herziening bestemmingsplan Zuiderpoort fase 2 te Apeldoorn; luchtkwaliteitsaspecten

Oude Tempel Soesterberg Milieukundige onderzoeken luchtkwaliteit en bedrijven en milieuzonering

RAPPORT LUCHTKKWALITEIT

historisch gegroeid bedrijf Aertssen te Stabroek

PERSMEDEDELING VAN DE VLAAMSE OVERHEID 7 november 2012 VLAAMSE REGERING KIEST VOOR BREED OVERLEG BIJ UITVOERING PLANNEN HAVEN VAN ANTWERPEN

Vormvrije m.e.r. versie 30 november 2016

MONITEUR BELGE Ed. 2 BELGISCH STAATSBLAD

VLAREM-trein 2013 een toelichting

Gewestplan 1978 tot GRUP

Impact van CLP en Reach op het VLAREM

ADVIES VAN 28 JANUARI 2015 OVER HET VOORONTWERP RUP INSTEEKHAVEN LUMMEN

BIJLAGE 1. Toelichting op lijst van bedrijfsactiviteiten

gemeenteraad Besluit Onderwerp: Aanvraag stedenbouwkundige vergunning NR. 2017/ Kuhlmannlaan/Riemekaai - zaak van de wegen - Goedkeuring

Uitbreiding olieopslagterminal VOPAK te Rotterdam Europoort Toetsingsadvies over het milieueffectrapport

Transcriptie:

Niet technische samenvatting Project - MER Uitbreiding opslagterminal Vopak Chemical VOPAL CHEMICAL TERMINALS BELGIUM NV VOPAK TERMINAL LINKEROEVER HAVEN 1313 HAANDORPWEG 1313 9120 BEVEREN UITGAVE : JANUARI 2008 REF. : BASIS_VTL_MER_EINDVERSIE_NTS.DOC REV. : EINDVERSIE Sertius CVBA Environmental & Safety Services Kantoor Leuven Remy-toren Vaartdijk 3, bus 202 B-3018 Wijgmaal (Leuven)

NIET TECHNISCHE SAMENVATTING INHOUD 1. ALGEMEEN...1 2. VOPAK TERMINAL LINKEROEVER (VTL)...1 3. TOETSING MER-PLICHT VAN HET PROJECT...2 4. RUIMTELIJKE SITUERING VTL...3 5. EFFECTVOORSPELLING EN -BEOORDELING...3 5.1. WATEREMISSIES...3 5.2. RISICO-ACTIVITEITEN M.B.T. BODEM EN GRONDWATER...4 5.3. LUCHTEMISSIES...4 5.4. GELUIDSEMISSIES...6 5.5. MOBILITEIT...6 5.6. EXTERNE VEILIGHEID...6 5.7. RUIMTE-INNAME T.G.V. AANLEG 4DE TANKENPARK...6 5.8. VISUELE ASPECTEN...7 6. MILDERENDE MAATREGELEN...7 Lijst van figuren Hierna wordt een overzicht gegeven van figuren die in dit document vervat zijn. Figuren aangeduid met vindt men terug op het einde van dit document. Figuur F.1 Uitreksel gewestplan en RUP Waaslandhaven fase 1 en omgeving

NIET TECHNISCHE SAMENVATTING Pag. 1 1. Algemeen Koninklijke Vopak NV is een wereldwijd opererende, onafhankelijke tankterminal operator, gespecialiseerd in de op- en overslag van vloeibare chemie- en olieproducten. Desgewenst levert Vopak logistieke diensten voor klanten van de terminal. Vopak exploiteert 74 terminals met een opslagcapaciteit van ruim 21 miljoen m 3 in 30 landen. Te Antwerpen beschikt de Vopak-organisatie momenteel over 3 tankterminals, namelijk Vopak Terminal ACS (VTA), Vopak Terminal Eurotank (VTE) en Vopak Terminal Hemiksem (VTH). Vopak Chemical beschikt, sinds oktober 2006, over de nodige vergunningen voor de bouw en de exploitatie van een terminal op de Linker Schelde Oever, kortweg Vopak Terminal Linkeroever of VTL genoemd, meer bepaald aan de oostelijke zijde van het Verrebroekdok aan de Haandorpweg (gemeente Beveren). 2. Vopak Terminal Linkeroever (VTL) VTL is een terminal voor de op- en overslag van chemische vloeistoffen die bij opmaak van onderhavig MER nog in aanbouw was. De in aanbouw zijnde terminal omvat 60 opslagtanks met een totale waterinhoud van 100.000 m³ en heeft een totale opslagcapaciteit van 95.000 ton chemische vloeistoffen. Het thans vergunde bedrijfsterrein waar VTL gesitueerd is, biedt nog ruimte voor één bijkomend tankenpark met 16 opslagtanks van elk 2500 m³. Door de ingebruikname van dit nieuwe tankenpark zal de totale opslagcapaciteit van de terminal toenemen tot 133.000 ton chemische vloeistoffen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de vergunde toestand versus de geplande toestand.

NIET TECHNISCHE SAMENVATTING Pag. 2 Tabel III.1.1 Vergunde situatie versus geplande situatie Vergunde situatie Geplande situatie # tankenparken 3 4 # tanks 60 76 Totale waterinhoud opslagtanks (m³) 100000 140000 Totale opslagcapaciteit chemische vloeistoffen (ton) 95000 133000 max. # gevaarlijke stoffen 1 Zeer giftige en giftige stoffen Zeer licht ontvlambare (P1/ F+), licht ontvlambare (P1 / F) en ontvlambare (P2) vloeistoffen 20.000 ton (waarvan max. 10.000 ton zeer giftige stoffen) 80.000 ton (waarvan max. 5.000 ton zeer licht ontvlambare vloeistoffen en max. 55.000 ton licht ontvlambare vloeistoffen) 28.000 ton (waarvan max. 14.000 ton zeer giftige stoffen) 112.000 ton (waarvan max. 7.000 ton zeer licht ontvlambare vloeistoffen en max. 77.000 ton licht ontvlambare vloeistoffen) Giftig stoffen (niet seveso) 2 (ton) 20.000 28.000 Milieugevaarlijke stoffen 3 (ton) 60.000 84.000 Irriterende, schadelijke en/of corrosieve stoffen (ton) 90.000 126.000 P3-vloeistoffen (m³) 95.000 140.000 P4-vloeistoffen (m³) 95.000 140.000 1: het betreft hier de hoeveelheid die per vermelde gevaarseigenschap maximaal gelijktijdig on site aanwezig kan zijn. Uiteraard is de totale hoeveelheid chemische vloeistoffen die ongeacht de gevaarseigenschappen van de stof in de terminal aanwezig kan zijn, steeds beperkt tot de totale capaciteit van de terminal. 2: het betreft hier o.a. stoffen die als carcinogeen categorie 1 of 2 zijn ingedeeld. 3: het betreft hier zowel milieugevaarlijke stoffen met R-zin(en) R50 of R51/53 als andere milieugevaarlijke stoffen. Opm. Bovenstaande hoeveelheden omvatten eveneens volgende met naam genoemde stoffen uit bijlage 6 - deel I van VLAREM I: tolueendiisocyanaat: vergund: 10.000 ton gepland: 14.000 ton methanol: vergund: 5.000 ton gepland: 7.000 ton aardolieproducten: vergund: 50.000 ton gepland: 77.000 ton LPG (propaan): vergund: 1,5 ton gepland: 5 ton In het kader van het project wordt eveneens de centrale verlaadplaats voor vrachtwagens uitgebreid met 2 bijkomende verlaadplaatsen. 3. Toetsing MER-plicht van het project Opslagruimten voor aardolie, petrochemische en chemische producten zijn opgenomen in bijlage 2 6 c) van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 1 : Opslagruimten voor aardolie, petrochemische en chemische producten: Installaties voor de opslag van aardolie, petrochemische of chemische producten met een opslagcapaciteit van 100.000 ton tot 200.000 ton. Dit betekent dan ook dat, t.g.v. het geplande project, de drempelwaarde van 100.000 ton zal overschreden worden en dat het vooropgestelde project, conform bijlage 2 13 van het zelfde besluit, MER-plichtig is. 1 Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage (B.S. 17/02/2005).

NIET TECHNISCHE SAMENVATTING Pag. 3 In het besluit van 10 december 2004 is voorzien dat voor projecten die opgenomen zijn in bijlage 2, er een gemotiveerde aanvraag tot ontheffing van de MER-plicht kan ingediend worden. Evenwel is er door Vopak Chemical afgezien van het indienen van een dergelijk verzoek tot ontheffing. 4. Ruimtelijke situering VTL VTL is gesitueerd in de Waaslandhaven ter hoogte van het Verrebroekdok. De situering van het bedrijfsterrein van VTL is getoond aan de hand van een uittreksel van het gewestplan en het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Waaslandhaven fase 1 en omgeving (figuur F.1). Uit de figuur blijkt dat VTL gesitueerd is in een gebied bestemd voor zeehavengebonden en zeehavengerelateerde industriële en logistieke activiteiten, en distributie-, opslag-, overslagactiviteiten die gebruik maken van, en aangewezen zijn op de zeehaveninfrastructuur. De toegang tot de inrichting is zowel mogelijk over het land als over het water. Voor wat de toegang over het water betreft gaat het uiteraard over de aan- en af-voer vanaf het Verrebroekdok. De toegang over het land kan zowel over de weg als over het spoor. Via de weg is de inrichting vanaf de E34/N49 en R2 bereikbaar. Er is een spoorverbinding met de VTL die aansluit op de bundel Zuid en zo toegang geeft tot het spoorwegnet in de haven. De meest nabije woonkern is deze van Verrebroek ten west-zuidwesten van VTL en dit op tenminste 1,5 km afstand. De minimale afstand van de installaties van VTL tot de bestaande bewoning in het koppelingsgebied, bedraagt meer dan 1 km. Het hele gebied van de Waaslandhaven in de nabijheid van de terminal VTL is volgens de huidige Natura 2000-kaart, in vogelrichtlijngebied gelegen, meer bepaald het gebied dat omschreven is als Schorren en Polders van de Beneden- Schelde. Er dient hierbij vermeld te worden dat in het kader van de verdere ruimtelijke ontwikkeling zal voorzien worden in natuurontwikkelingsgebieden ter in stand houding van de natuur, door dergelijke gebieden buiten de zone van de industriële ontwikkeling te voorzien. 5. Effectvoorspelling en -beoordeling 5.1. Wateremissies De huidige kwaliteit van het Verrebroekdok voldoet, net zoals de andere havendokken, niet aan de milieukwaliteitsnorm voor nitrietstikstof en orthofosfaat. Algemeen wordt de fysico-chemische kwaliteit van de havendokken op Linkeroever als aanvaardbaar beschouwd. M OGELIJKE BEÏNVLOEDING KWALITEIT HAVENDOKKEN T. G. V. HET LOZEN VAN GEZUIVERD AFVALWATER Bij de activiteiten van VTL ontstaan verschillende afvalwaterstromen (sanitair afvalwater, reinigingswater, verontreinigd hemelwater, lekvloeistoffen,...) die via een intern rioleringstelsel opgevangen worden en behandeld worden in een biologische waterzuivering. Het gezuiverde water wordt geloosd in het Verrebroekdok. De geplande uitbreiding op zich, leidt slechts tot een (zeer) beperkte toename van de geloosde vuilvrachten. Voor het bepalen van de mogelijke impact van de afvalwaterlozingen op de fysico-chemische kwaliteit van de havendokken, werden voor alle stoffen waarvoor in de huidige milieuvergunning lozingsnormen zijn opgenomen de verwachte immissieconstratiestijgingen begroot.

NIET TECHNISCHE SAMENVATTING Pag. 4 Hierbij werd een absoluut worstcasebenadering gehanteerd: de geloosde vuilvrachten werden berekend door te veronderstellen dat de concentraties in het geloosde effluent continu gelijk zijn aan de lozingsnormen (= maximale concentraties) en tegelijkertijd werd het verversingsvolume van de havendokken (= artificieel debiet) als minimaal ingeschat. Uit de berekeningen is gebleken dat de verwachte immissieconcentratiestijgingen zeer laag zijn in vergelijking met de gehanteerde toetsingswaarden (wettelijke milieukwaliteitsnormen, Nederlandse MTR-waarden of predicted no effect concentrations). De verwachte stijging van de immissieconcentraties variëert tussen 0,48 % en 2% van de toetsingswaarden. Dit betekent dan ook dat de afvalwaterlozingen van VTL in de geplande situatie, noch voor algemene parameters (zoals CZV, stikstof, fosfor,...), noch voor gevaarlijke stoffen (chloorfenolen, chloorbenzenen, zware metalen,...) aanleiding zullen geven tot het overschrijden van milieukwaliteitsnormen of andere toetsingswaarden. L OZING VAN NIET VERONTREINIGD HEMELWATER Niet verontreinigd hemelwater omvat het hemelwater dat afkomstig is van verharde oppervlakken zoals daken en wegenis alsook hemelwater dat opgevangen wordt binnen de inkuipingen van de tankenparken waarvan na controle gebleken is dat dit niet verontreinigd is. Het niet verontreinigde hemelwater wordt geloosd in het Verreboekdok. Door de aanleg van een 4 de tankenpark en bijhorende wegenis, is er een toename van de verharde oppervlakken die afwateren naar het Verrebroekdok. Uit de effectevaluatie is gebleken dat de hoeveelheid hemelwater welke afstroomt van de verharde oppervlakken, een verwaarloosbare invloed heeft op het waterpeil in het Verrebroekdok. 5.2. Risico-activiteiten m.b.t. bodem en grondwater Het grootste risico verbonden aan de exploitatie van een terminal voor op- en overslag van chemische vloeistoffen, houdt verband met de mogelijke infiltratie van (gelekte) chemicaliën en de hieruit voortvloeiende verontreiniging van bodem- en grondwater. In het project zijn evenwel dermate veel bodembeschermende maatregelen geïntegreerd, dat kan gesteld worden dat de kans op het veroorzaken van bodem- en grondwaterverontreiniging zeer klein is. 5.3. Luchtemissies De kwaliteit van de omgevingslucht in de huidige situatie in de omgeving van het bedrijfsterrein van VTL, werd voor diverse parameters zoals zwaveloxiden, vluchtige organische stoffen, (fijn) stof,... in kaart gebracht aan de hand van beschikbare gegevens verkregen via metingen of andere specifieke onderzoeken. Uit de beschikbare gegevens blijkt dat de kwaliteit van de omgevingslucht uitgezonderd wat betreft de parameter fijn stof beantwoordt aan de vereisten die o.a. zijn opgelegd via Europese richtlijnen. Wat fijn stof betreft, blijkt uit de beschikbare gegevens dat overschrijdingen van de luchtkwaliteitsdoelstelling te verwachten zijn tijdens de periodes met temperatuursinversies en in de onmiddellijke nabijheid van bronnen zoals scheeps- en wegverkeer. E MISSIES VAN VLUCHTIGE ORGANISCHE STOFFEN (VOS) Wat betreft de discipline lucht werd er bijzondere aandacht besteed aan de mogelijke impact van de emissies van vluchtige organische stoffen die gepaard gaan met de op- en overslagactiviteiten van VTL.

NIET TECHNISCHE SAMENVATTING Pag. 5 De evaluatie van het project voor de discipline lucht is gebaseerd geweest op diverse scenario s die zowel tot doel hadden om (1) een realistische impact en (2) een maximalistische impact (rekening houdend met de in de vergunning aangevraagde stoffen en opslaghoeveelheden) te evalueren. Ui de effectevaluatie, uitgevoerd aan de hand van dispersieberekeningen, blijkt dat: - de verwachte bijdrage tot de luchtkwaliteit aan vluchtige organische stoffen in het algemeen beperkt tot verwaarloosbaar is; - maximale emissies van de meest kritische stoffen ingedeeld als giftig, carcinogeen, mutageen of giftig voor de voortplanting in de onmiddellijke nabijheid van het bedrijfsterrein geen aanleiding zullen geven tot het overschrijden van luchtkwaliteitsdoelstellingen en dat de bijdrage tot de betreffende doelstellingen beperkt tot verwaarloosbaar is; Voor de meest kristische stoffen bedraagt de bijdrage 1 à 2% van de kwaliteitsdoelstelling; Ter hoogte van de meest nabije bewoning (welke zich op een afstand van meer dan 1 km van het bedrijfsterrein bevindt) de bijdrage van de emissies aan deze stoffen over de ganse lijn verwaarloosbaar is (minimaal een factor 100 lager dan de kwaliteitsdoelstellingen); Aanvullend werden de berekende bijdragen van de emissies van VTL getoetst aan richtwaarden ter bescherming van de gezondheid van de mens die zijn opgenomen in WHO-richtlijnen, de Nederlandse emissierichtlijnen e.d. meer. Uit deze toetsing blijkt de impact van de maximale emissies van VTL op de bewoning gesitueerd in het koppelingsgebied en in Verrebroek, zonder meer als aanvaardbaar kan beschouwd worden. Dit betekent dat er, vanuit emissie immissie standpunt, er geen noodzaak is om bijkomende emissiereducerende maatregelen te voorzien. Bij de toekomstige opslag van giftige en/of CMR-stoffen, welke geen deel uitmaakte van de uitgevoerde evaluatie, is het aangewezen om te evalueren of het risico dat uitgaat van deze stoffen lager is dan van de huidige stoffen. Zo niet, is het aangwezen dat nagegaan wordt wat de mogelijke effecten zijn verbonden aan de op- en overslag van deze nieuwe stoffen. Wat betreft de mogelijke effecten op fauna en flora binnen het vogelrichtlijngebied kan een maximale emissie van de meest kritische stoffen een beperkt negatief effect hebben op fauna en flora. - de maximale emissies van geurhinderlijke stoffen geen aanleiding zullen geven tot geurhinder (noch in de onmiddellijke nabijheid en zeker niet ter hoogte van de meest nabije bewoning). T RANSPORTEMISSIES Het scheepsverkeer dat verbonden is aan VTL neemt slechts een beperkt deel in van het totale scheepsverkeer in de Antwerpse haven. Lokaal, dit is t.h.v. de aanmeerplaatsen aan de kade, werd d.m.v. extrapolatie van meetgegevens t.h.v. de sluizen, de bijdrage aan fijn stof van de scheepsemissies begroot op minder dan 1 µg/m³ (of minder dan 1,5% van de jaargemiddelde doelstelling). Hierbij dient opgemerkt te worden dat in de nabije toekomst deze bijdrage automatisch nog verder zal afnemen t.g.v. de verplichte opgelegde omschakeling naar zwavel-arme brandstoffen welke vanaf 2008 van kracht wordt. De mogelijke impact van de emissies van vrachtwagentransport werd afgeleid uitgaande van een berekening met CAR- Vlaanderen. Hieruit is gebleken dat in de onmiddellijke nabijheid van de weg het vrachtwagentrasport wel voor een impact zorgt, maar dat deze als beperkt beschouwd worden (minder dan 3% van de luchtkwaliteitsdoelstelling inzake NO2 en geen aantoonbare impact voor fijn stof). V ERBRANDINGSEMISSIES De verbrandingsemissies welke het gevolg zijn van het verbranden van aardgas en koolwaterstoffen, zijn dermate beperkt qua omvang dat er, behoudens in de onmiddellijke omgeving waar een zeer beperkte bijdrage kan verwacht worden, er geen impact binnen het studiegebied kan aangetoond worden.

NIET TECHNISCHE SAMENVATTING Pag. 6 5.4. Geluidsemissies Uit metingen is gebleken dat het geluidsniveau in de omgeving van VTL bepaald wordt door industrielawaai en/of (vracht-)- wagenverkeer. De bijdrage van het geluidsniveau geproduceerd door de activiteiten van VTL t.o.v. de omgeving werd in kaart gebracht aan de hand van een overdrachtsberekening, gebaseerd op geluidsemissieniveaus gemeten t.h.v. gelijkaardige installaties bij andere Vopak-terminals of gegevens van de leverancier. Bij de overdrachtsberekening werd uitgegaan van een worst-case benadering: het aantal pompen die simultaan in werking zijn werd maximalistisch vastgelegd, in praktijk zal het aantal pompen die simultaan in werking zijn lager zijn dan het aantal aangenomen voor de overdrachtsberekening; voor het geluidsvermogenniveau van de pompen op zich, werd het hoogste geluidsvermogenniveau (zoals gemeten op een andere terminal) in rekening gebracht. Uit de berekening blijkt dat zowel in de onmiddellijke omgeving van het bedrijfsterrein alsook t.h.v. de meest nabije bewoning, de bijdrage tot het omgevingsgeluid beduidend lager is dan de wettelijke grens- en richtwaarden. Zo is ter hoogte van de meest nabije bewoning het specifiek geluid maximaal 27 dba, daar waar de grenswaarde 45 dba is. Effecten op bewoning kunnen dan ook uitgesloten worden. Wat betreft de avifauna in de nabij gelegen Verrebroekseplassen, kan worden aangenomen dat de avifauna van Verrebroekse plassen gewend is aan verhoogde geluidsdrukniveaus. Het geluid dat uitgaat van de exploitatie van VTL heeft den ook slechts beperkt negatieve geluidseffecten op de Verrebroekse plassen. Na aanleg van het 4 de tankenpark, worden deze beperkte effecten verder ingeperkt, doordat het bijkomende tankenpark een afschermende werking naar de omheen liggende natuur heeft. De bijdrage van het wegverkeer gelieerd aan VTL tot het omgevingsgeluid, is te verwaarlozen. 5.5. Mobiliteit Vrachtwagentransport van en naar VTL maakt gebruik van de grote ontsluitingswegen (E17, R2, A12,...) van en naar de haven in Antwerpen. De bijdrage van het vrachtwagentransport verbonden aan VTL t.o.v. de huidige verkeersintensiteiten op deze wegen, is verwaarloosbaar. 5.6. Externe veiligheid Het extern risico verbonden aan de activiteiten van Vopak Terminal Linkeroever is in overeenstemming met de risicocriteria uitgenomen voor het criterium op de bedrijfsgrens met de typische overschrijding ter hoogte van de kade en de (zeer) beperkte overschrijding aan de zuidwestelijke bedrijfsgrens (waar er evenwel geen bedrijven gesitueerd zijn). 5.7. Ruimte-inname t.g.v. aanleg 4de tankenpark De aanleg van de terminal op Linkeroever veroorzaakt in zijn totaliteit (reeds vergunde terminal + geplande uitbreiding) verlies aan broedgebied van vogels waar al dan niet instandhoudingsdoelstellingen voor zijn opgesteld, een verlies aan leefgebied voor de rugstreeppad en een verlies aan standplaats voor diverse plantensoorten. Om het verlies van het leefgebied van de rugstreeppad, hetgeen reeds geleden is t.g.v. de in aanbouw zijnde terminal, zal een gebied van 6 ha in de ecologische infrastructuur van de haven en de backbone voor de rugstreeppad specifiek voor deze soort worden ingericht. Bij de creatie van de backbone voor de rugstreeppad in de Waaslandhaven draagt Vopak Chemical een medeverantwoordelijkheid van 6 à 8% wat overeenstemt met het procentueel verlies van de populatie rugstreeppad op

NIET TECHNISCHE SAMENVATTING Pag. 7 het projectgebied. De verder uitwerking van het compensatiegebied wordt uitgevoerd in opdracht van het Gemeentelijk Havenbedrijf van Antwerpen. Er dient hierbij opgemerkt te worden dat deze verliezen reeds geleden zijn t.g.v. van de aanleg van de vergunde terminal. Voorts dient vermeld te worden dat ten gevolge van de gunstige ligging van VTL t.o.v. de natuurkernstructuur binnen de Waaslandhaven, het project geen effecten van versnippering en barrièrewerking heeft. 5.8. Visuele aspecten Het inplantingsaspect en de mogelijke visuele hinder van de terminal, werd in detail geëvalueerd naar aanleiding van de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning voor de in aanbouw zijnde terminal. Bij de evaluatie werd gesteld dat de in het RUP Waaslandhaven en omgeving voorziene buffer tussen de zeehavenactiviteiten en de omliggende gebieden (in casu Verrebroek - zie ook figuur F.1) de visuele afscherming zal garanderen. 6. Milderende maatregelen Zowel m.b.t. de aanleg / exploitatie van het geplande tankenpark als m.b.t. VTL in zijn totaliteit, zijn reeds heel wat maatregelen voorzien om emissies en de hieraan gekoppelde milieu-impact, tot een absoluut minimum te beperken. Dit blijkt ook duidelijk uit de effectevaluatie die werd uitgevoerd in het kader van het MER. Door de deskundigen werd het dan ook niet nodig geacht om bijkomende milderende maatregelen voor te stellen.

NIET TECHNISCHE SAMENVATTING FIGUREN

NEDERLAND Kieldrecht Deurganckdok Doeldok Waaslandkanaal Verrebroekdok VOPAK TERMINAL LINKEROEVER ICO Noordelijk Insteekdok Schelde Haandorpweg KATOEN NATIE GATE 2 Vrasenedok Zuidelijk Insteekdok Verrebroek KATOEN NATIE GATE 1 R2 Kallo Expresweg N49 Figuur F.1 Uitreksel gewestplan en GRUP 'Waaslandhaven fase 1 en omgeving' 0,0 2,0 km Ruimtelijk Uitvoeringsplan Waaslandhaven fase 1 Gewestplan nr. 13 St-Niklaas - Lokeren Achtergrond topografische kaart (rasterversie 1/100000) - NGI

Legende GRUP Waaslandhaven fase 1 Legende Gewestplan Zone voor zeehaven- en watergebonden bedrijven (art. 1) Zone voor kantoren (art. 2) Koppelingsgebieden (art. 3) Natuurgebied (art. 4-5) Zone voor waterwegeninfrastructuur (art. 6) Reservatiezone voor aan te leggen waterwegeninfrastructuur (overdruk) (art. 7) Reservatiezone voor aan te leggen waterwegverbinding (art. 8) Gebied voor wonen (art. 9) Gebied voor woonuitbreiding (art. 10) Poldergebied (art. 11) Bedrijventerreinen voor bestaande bedrijven, havengerichte bedrijven en herlokalisatie (art. 12) Buffer (overdruk) (art. 13) Leefbaarheidsbuffer (art. 14) Reservatiestrook voor leefbaarheidsbuffer (overdruk) (art. 15) Tijdelijke natuurcompensatie (overdruk) (art. 16) waterwegen Reservegebied voor specieberging (overdruk) (art. 17) Zone voor bestaande weg (art. 18) Reservatiestrook voor infrastructuur (overdruk) (art. 19)