Groene vormgeving en verkoop De CO 2 -voetafdruk van dit drukwerk is berekend met ClimateCalc en gecompenseerd bij: treesforall.nl www.climatecalc.eu Cert. no. CC-000057/NL
cmyk 70 0 70 0 rgb 73 177 112 #48b170
Groene vormgeving en verkoop
WEGWIJZER Deze module bestaat uit drie hoofdstukken. Elk hoofdstuk bestaat uit zes vaste onderdelen: Oriëntatie, Theorie, Opdrachten, Eindopdracht, Terugblik en Begrippen. Elk onderdeel is herkenbaar aan een eigen kleur. In het onderdeel Theorie staat alle theorie van het hoofdstuk achter elkaar. Aan het eind van de meeste theorieparagrafen staat een verwijzing naar de bijbehorende opdracht of opdrachten. Je herkent dit op de volgende manier: Opdracht 6 Datzelfde geldt voor het onderdeel Opdrachten. Aan het begin van de meeste opdrachten staat een verwijzing naar de bijbehorende theorie. Je herkent dit op de volgende manier: De meeste inhoud van deze module is voor alle leerlingen bedoeld. Soms is een paragraaf, stukje tekst of opdracht alleen voor leerlingen uit een bepaalde leerweg bedoeld. Bijvoorbeeld voor leerlingen die Basisberoepsgerichte (BB) of Kaderberoepsgerichte (KB) leerweg volgen. Dit kun je dan herkennen aan de letter BB of KB in de kantlijn. Bij dit leerwerkboek ontvang je een tweejarige licentie op de bijbehorende Servicepagina. Op de Servicepagina vind je interactieve extra s zoals video s, animaties, infographics, werkbladen en formulieren. In de module wordt regelmatig door middel van een computersymbool verwezen naar deze extra s. Meer informatie over het activeren van de Servicepagina vind je op bijgevoegde voucher. Wij wensen je veel succes bij het doorwerken van deze module. Theorie 3.5 De auteurs. Colofon Auteurs: Gertjan Fok, Susan Leppink, Karin Meskers Redactie: Clazien Rodenburg, Tekstbureau RoMein Beeld: ARKA Media BV, Bart Nijs Ontwerp: Studio Bassa Het Ontwikkelcentrum heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Bent u desondanks van mening dat we u hebben benadeeld, dan kunt u contact met ons opnemen. 2016 Ontwikkelcentrum, Nederland E-mail: info@ontwikkelcentrum.nl Internet: www.ontwikkelcentrum.nl Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opname of op enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het Ontwikkelcentrum. Eerste druk, 2016
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Groene producten verkoopklaar maken Hoofdstuk 2 Groene producten presenteren Hoofdstuk 3 Groene producten verkopen
Hoofdstuk 1 Groene producten verkoopklaar maken 6
ORIËNTATIE 8 THEORIE 10 1.1 Verschillen tussen winkels 9 1.2 Assortiment 13 1.3 Duurzaamheid 15 1.4 Verschillende winkelconcepten 19 1.5 Handel en inkoopkanalen 22 1.6 Het bestellen van producten 25 1.7 Goederenontvangst en -verwerking 28 1.8 Het verwerken van geleverde producten 32 1.9 Het verzorgen van kamer- en tuinplanten bij aankomst in de winkel 35 1.10 Het verzorgen van snijbloemen bij aankomst in de winkel 39 1.11 Het plaatsen van producten in de winkel 43 1.12 Het verzorgen en beheren van producten in de winkel 47 OPDRACHTEN 51 1 Een verslag maken over verschillen tussen winkels 51 2 Een product uit het assortiment onderzoeken 53 3 Een poster maken 55 4 Een duurzaam gerecht samenstellen BB 57 5 Een menu met streekproducten samenstellen KB 59 6 Een PowerPointpresentatie over inkoop maken 61 7 Producten bestellen 63 8 Een bestelling controleren BB 65 9 De bestelling controleren KB 67 10 Vier verpakkingen van agrarische producten onderzoeken BB 69 11 Verpakkingen van agrarische producten onderzoeken KB 71 12 De snijbloemen verkoopklaar maken BB 73 13 Snijbloemen verkoopklaar maken KB 75 14 De kamerplanten verkoopklaar maken BB 77 15 Kamerplanten verkoopklaar maken KB 80 16 Producten spiegelen 82 EINDOPDRACHT 84 TERUGBLIK 86 BEGRIPPENLIJST 87 7
1 Groene producten verkoopklaar maken ORIËNTATIE Oriëntatie Praktijkschets Groene producten verkoopklaar maken, hoe doe je dat? Eén van de kenmerken van producten verkoopklaar maken is producten bestellen. Dit vraagt van de winkelmedewerker dat hij goed overzicht kan houden en voorruit kan plannen. Als winkelmedewerker moet je namelijk altijd zorgen dat er voldoende producten aanwezig zijn in de winkel. Daarvoor heb je bijvoorbeeld kennis nodig over het assortiment en moet je weten wat concurrenten verkopen. Ook moet je het leuk vinden om de producten in de winkel te verzorgen. Bekijk de volgende video over inkopen: VGB over bloemenveiling in RTL-programma Bedrijf in Beeld. Is het wat voor jou? Zie jij jezelf aan het werk in een winkel waar je bestellingen doet, ontvangt en verwerkt en zorgt voor de presentatie van de producten in de winkel? Wat lijkt jou mooi aan het werken in een winkel? Wat wil je leren/onderzoeken/ontdekken/uitproberen in deze lesperiode? Wat ga je doen? Je gaat leren hoe je groene producten verkoopklaar maakt. Je leert onder meer welke soorten winkels er zijn in de groene sector en welke producten ze verkopen. Vervolgens leer je hoe je producten bestelt, bestellingen verwerkt en producten in de winkel plaatst en verzorgt. 8
1 Groene producten verkoopklaar maken THEORIE 1.1 Verschillen tussen winkels Alle winkels zijn verschillend. Ken jij een winkel waar je graag komt? Waar jij je thuis voelt? Dat is wat winkels graag willen. Elke winkel is opgezet volgens een winkelconcept. En dat concept is weer verder uitgewerkt in de winkelformule om mensen zich thuis te laten voelen én om producten te verkopen. Wat weet ik al? Naar welke winkel ga jij het liefst? Afb. 1.1Als je in een tuincentrum werkt, ben je onderdeel van de winkelformule van het tuincentrum. Hoe ziet die winkel eruit? Waarom kom je daar graag? Weet jij tot welke doelgroep jij behoort? Welke winkelconcepten ken jij? WINKELCONCEPT Er bestaan allerlei soorten winkels waar je producten kunt kopen. Bij het starten van een winkel bedenkt de ondernemer wat voor een soort winkel hij wil starten. De soorten winkels die er zijn, heten ook wel winkelconcepten. Een winkelconcept is een opzet voor een winkel in grote lijnen. Als de ondernemer gaat nadenken over zijn winkel in grote lijnen denkt hij bijvoorbeeld aan: Welke producten wil ik gaan verkopen? Hoeveel ruimte heb ik nodig om mijn producten te verkopen? Hoe wil ik verkopen? In een winkel? Via een webshop? Voorbeelden van winkelconcepten in de groene sector zijn: een warenhuis, een supermarkt, een bouwmarkt, een speciaalzaak (bloemist, slager, viswinkel, bakker), een webshop en een tuincentrum. 9
1 Groene producten verkoopklaar maken THEORIE Afb. 1.2Bloemen kun je verkopen in verschillende winkelconcepten, bijvoorbeeld op de markt. Afb. 1.3Bloemen kun je ook verkopen in een supermarkt. Afb. 1.4En bloemen kun je verkopen in een bloemenspeciaalzaak. 1.1 Kruis drie winkelconcepten aan. boerderijwinkel speciaalzaak verkoper webshop reclamefolder WINKELFORMULE De ondernemer wil graag dat mensen zich thuis voelen in zijn winkel. Daarom heeft hij een winkelformule bedacht. Dat is een manier om de winkel in te richten, de producten te presenteren en ze te voorzien van productinformatie. Ook de presentatie van acties en aanbiedingen hoort erbij. Elke winkel heeft bijvoorbeeld een eigen huisstijl en logo. De kleuren binnen (interieur), maar ook buiten (exterieur) de winkel zijn op elkaar afgestemd. Zelfs de winkelroute en het gedrag van het personeel zijn onderdeel van de winkelformule. Zo krijgt elke winkel zijn eigen imago. Het imago van de winkel is het beeld dat mensen hebben van de winkel. Het imago bepaalt vaak of mensen graag naar de winkel gaan of niet. De winkelformule is niet alleen van toepassing op de winkel zelf, maar ook op de webshop. De winkelformules van de Bijenkorf en de HEMA zijn anders. Ook al zijn het alle twee warenhuizen. De winkelformule bepaalt voor een groot deel ook de sfeer in een winkel. De sfeer in een winkel geeft mensen een indruk, een gevoel. Sfeer in een winkel kan gecreëerd worden door bijvoorbeeld muziek, een bepaalde geur in de winkel of de verlichting in de winkel. 10
1 Groene producten verkoopklaar maken THEORIE Afb. 1.5Het gedrag en de kleding van de medewerkers zijn onderdelen van de winkelformule. Afb. 1.6Ook op de bedrijfsauto s zie je de winkelformule terug. Afb. 1.7De opstelling van de kassa is een onderdeel van de winkelformule. 1.2 Wat is de winkelformule? de manier waarop de winkel zijn producten aanbiedt onderdelen van de winkel het beeld dat mensen hebben van de winkel de tekst waarmee de winkel altijd reclame maakt WINKELKETEN Er zijn ondernemers die een eigen winkelformule bedenken. Bijvoorbeeld een bloemenwinkel, een slager of een bakker. Maar veel ondernemers sluiten zich aan bij een winkelketen. Een winkelketen is een bedrijf met meer vestigingen die allemaal dezelfde uitstraling hebben. Voorbeelden van winkelketens zijn: Intratuin, Pet s Place, Zuivelhoeve, Welkoop en Albert Heijn. Ondernemers van een winkelketen hebben geen invloed op de winkelformule van hun eigen winkel. Die staat vast. Ze maken gebruik van gezamenlijk ingekochte producten en materialen en een gezamenlijke promotie. Overal waar je in een winkel van dezelfde winkelketen komt, zijn de winkelkleuren, de kleding van het personeel en de aanbiedingen hetzelfde. Afb. 1.8Welkoop is een winkelketen met een eigen winkelformule; in elke winkel zie je hetzelfde interieur, dezelfde bedrijfskleding en dezelfde aanbiedingen. Afb. 1.9Intratuin is een winkelketen met winkels door het hele land; in elke winkel zie je dezelfde reclameuitingen en tref je veel dezelfde producten. Afb. 1.10Kleine bloemenwinkels horen vaak niet bij een winkelketen en hebben een eigen winkelformule. 11
1 Groene producten verkoopklaar maken THEORIE 1.3 Wat is een winkelketen? een groep winkels in dezelfde winkelstraat een bedrijf met meer vestigingen bedrijven die dezelfde producten verkopen een bedrijf met heel veel verschillende soorten producten DOELGROEP Elke winkel richt zich op een bepaalde groep klanten aan wie de winkel zijn producten graag wil verkopen. Dit is de doelgroep. De doelgroep is een groep klanten met ongeveer dezelfde kenmerken. Zo zal de doelgroep van een winkel die scooters verkoopt vooral bestaan uit jongens tussen de 16 en 20 jaar. Dat is een smalle doelgroep. De doelgroep van Intratuin is heel breed, want Intratuin richt zich op oude én jonge mensen, zelfs op mensen die een dagje uit gaan. De grootte van de doelgroep wordt mede bepaald door de grootte van het assortiment en de prijs van de producten. Hoe Afb. 1.11De doelgroep voor festivals bestaat voornamelijk uit jongeren. meer verschillende producten een bedrijf heeft, hoe groter het assortiment is. Hoe groter het assortiment is, hoe meer verschillende klanten daar producten kunnen kopen. En dus wordt hierdoor ook de doelgroep groter. Hoe hoger de prijs van de producten is, hoe kleiner de doelgroep wordt. 1.4 Wat is de doelgroep van een babyspeciaalzaak? baby s kinderen van 0 10 jaar aanstaande ouders 65-plussers Opdracht 1 12
1 Groene producten verkoopklaar maken THEORIE 1.2 Assortiment Alle producten in een winkel vormen samen het assortiment van de winkel. De ondernemer kan beslissen of hij een breed of een smal assortiment wil hebben. Wat weet ik al? Heb jij al eens van het woord assortiment gehoord? Afb. 1.12Praxis verkoopt niet alleen materialen om te klussen. Ook planten horen tegenwoordig tot het assortiment van Praxis. Ken jij een winkel waar veel verschillende soorten producten worden verkocht? Heb jij wel eens te horen gekregen: Helaas, dit product zit niet meer in ons assortiment? BREED OF SMAL ASSORTIMENT Of een winkel een breed of smal assortiment heeft, kun je zien aan de hoeveelheid productgroepen. Hoe meer verschillende productgroepen een winkel heeft, hoe breder het assortiment is. Een voorbeeld van een winkel met een breed assortiment is de HEMA. Hier is van alles te krijgen op het gebied van kleding, voedingsmiddelen, huisinrichting en cosmetica. Een winkel met een smal assortiment specialiseert zich doorgaans in één of enkele productgroepen, zoals een bloemenspeciaalzaak of een bakkerij. De breedte van het assortiment wordt wel Afb. 1.13In een tuincentrum worden veel verschillende producten verkocht. Een tuincentrum heeft een breed assortiment. 13
1 Groene producten verkoopklaar maken THEORIE eens verward met de diepte van het assortiment. De diepte van het assortiment zegt iets over de hoeveelheid verschillende soorten van hetzelfde product binnen één productgroep. Verkoopt een winkel bijvoorbeeld veel verschillende soorten chips, dan is het assortiment diep. Want chips behoort tot één productgroep. Vaak gaat een diep assortiment samen met een smal assortiment. Bijvoorbeeld in een speciaalzaak. 1.5 Welke winkel heeft een breed assortiment? autogarage slagerij boekenwinkel Bijenkorf A- EN B-MERKEN Een winkel kan producten van A-merken en/ of B-merken in zijn assortiment hebben. Een A-merk is een merk dat een grote naamsbekendheid en goede reputatie heeft. Voor A-merken wordt vaak reclame gemaakt om de naamsbekendheid van het merk te vergroten. Producten van A-merken worden bij verschillende winkels verkocht. Een B-merk is een merk dat minder bekend is, bijvoorbeeld een huismerk. De kwaliteit hoeft niet per se minder te zijn dan van een A-merk. Een B-merk is vaak wel goedkoper dan een A-merk. B-merken worden in minder verschillende winkels verkocht. Bijvoorbeeld: Afb. 1.14Een huismerk, bijvoorbeeld van Albert Heijn, is een B-merk. cola. Het A-merk is Coca Cola en het B-merk is de cola van het huismerk Albert Heijn of Plus. 1.6 Welke twee producten zijn producten van een A-merk? cola van Coca Cola een worst van HEMA koffie van Douwe Egberts afwasmiddel van Jumbo mascara van Etos Opdracht 2 14