Handleiding SelectionProfessional



Vergelijkbare documenten
Handboek installatie, activering, beheer en deïnstallatie SelectionProfessional

13. Symbool-, Lijnstijlbibliotheek (Resource Editor)... 1

Handboek kasten bibliotheek, materiaal, decoratie elementen SelectionProfessional

SelectionProfessional Online catalogus HettCAD eservice Tools

U kunt aan de linker zijde de gewenste subgroepen selecteren tot u het gezochte artikel weergegeven ziet.

Legal Eagle Agenda handleiding versie 2.8 december 2007

Invoegen... 8 Invulpunt... 9 Nieuwe bouwsteen maken... 9 Bouwsteen opslaan Wijze van werken in Outlook Informatie...

Handleiding NarrowCasting

Head Pilot v Gebruikershandleiding

Handboek oefeningen SelectionProfessional

HANDLEIDING INFOGRAPHIC SOFTWARE Versie 2.3 / jan 2014

Landelijk Indicatie Protocol (LIP)

Net2 kaarten bedrukken

Snelstartgids FiloCAD2

Tekenen met Floorplanner

Inleiding. - Teksten aanpassen - Afbeeldingen toevoegen en verwijderen - Pagina s toevoegen en verwijderen - Pagina s publiceren

TIPS EN HINTS VOOR BEGINNERS. Klik nu in de Menu balk op het menu item ELEMENT. Onder het woord Element gaat er nu vervolgens nu een sub menu open

Lijnen/randen en passe-partouts maken met Photoshop.

Mobile Connect & Apple

BOLB - Bankafschrift import

Snel aan de slag met BasisOnline en InstapInternet

Deel 1: PowerPoint Basis

Elbo Technology BV Versie 1.1 Juni Gebruikershandleiding PassanSoft

Handleiding voor de update naar TouchSpeak 10 op Windows XP

HANDLEIDING Q1600 Fashion

Elementen bewerken. Rev 00

Systeemvereisten en Licentieovereenkomst SelectionProfessional 2.3

Handleiding Japanse puzzels

I. Vorming 4-5 (3&10/05/2012)

Handleiding ComfortTouch App voor Busch-ComfortTouch. Busch-ComfortTouch / / Busch-ComfortTouch / /12-825

1. Inleiding. 1. Inleiding Installatieprocedure De installatie van LisCAD Licentieprocedure...

Handleiding Zorgverzekeraar Winmens versie 7.29

MWeb 4.0. Handleiding Basis Modules Versie 1.0

PTV MAP&GUIDE INTERNET V2 EENVOUDIG OVERSTAPPEN

INSTALLATIE IN PRINT INSTALLEREN. Aan de slag met Communicate In Print

GEBRUIKERSHANDLEIDING MAAKJETRAINING.NL 1

Inhoudsopgave web2work Pagina 1 van 16

Afbeeldingen Module 11

Handleiding wordpress

Cursus KeyCreator. Oefening 3D: Spiltrap

Tabblad Kleur Navigator 6.2.2

Bestanden ordenen in Windows 10

Web Presence Builder. Inhoud

Handleiding Albupad - Album Page Designer versie 1700

Handleiding CMS Made Simple

1. Kennismaken met Impress

EATON Online-catalogus. Content. Handleiding Ver. 09

VITAMINE. VITale AMsterdamse ouderen IN de stad. Tablet Handleiding

HANDLEIDING BEHEER WEBSITE. Vrouwen van Nu

Handleiding voor het raadplegen en wijzigen van percelen

bigfreddy.com Handleiding BigFreddy software Oktober 2012 Big Freddy 3.2 Inhoudsopgave: Pagina Starten:

HTA Software - Klachten Registratie Manager Gebruikershandleiding

U krijgt de melding dat uw browser geen cookies aanvaardt? Volg dan onderstaande weg om ze wel te accepteren.

PowerPoint Basis. PowerPoint openen. 1. Klik op Starten 2. Klik op Alle programma s 3. Klik op de map Microsoft Office

Handleiding Mijneigenweb.nl

Handleiding Albupad - Album Page Designer versie 1600

De indeling van de werkbalken in je browser aanpassen

Deel 1 Stap 1: Klik op de downloadlink om uw persoonlijke versie van de software te downloaden.

Handleiding Agenda. Animana B.V. [Pick the date] Animana B.V.

Website Inhoud Beheerder

Central Station. CS website

Album samenstellen met behulp van de Hema album software.

Uw gebruiksaanwijzing. NAVMAN F-SERIES DESKTOP F20

Handleiding CombinatiePlanner Versie Combinatiefunctionaris

Handleiding internet bestellen voor Top Bakkers klanten

Gebruikershandleiding online vacaturebanken vrijwilligerswerk

SECRETZIP HANDLEIDING

draaimolen programmeren PC

Na het inloggen met de gegevens die je hebt gekregen, verschijnt het overzichtsscherm zoals hieronder:

Handleiding De Biedwedstrijd

Inhoud. MySite Handleiding 1

Windows 8, Windows 8.1, deel II

ONSCREENKEYS 5. Windows XP / Windows Vista / Windows 7 / Windows 8

HANDLEIDING Windows XP Deel 1

Bewerk uw eigen Digibordbij boek


Hoofdstuk 7 Configuratie Bestanden

Declareren. Stap 1 Openstaande behandelingen

Mappen en bestanden. In dit hoofdstuk leert u het volgende:

Uitleg Beddelicious configurator

PLAKKEN Nadat u een gedeelte heeft geknipt of gekopieerd kunt u met dit icoon de selectie weer in het veld plakken.

Gebruikershandleiding Wegener Media Manager (gewone advertentie)

Bijlage Inlezen nieuwe tarieven per verzekeraar

Handleiding Price Checker Slideshow

Handleiding Zermelo. roosterwijzigingen gaat importeren. Allereerst wordt u gevraagd of u de wijzigingen wilt importeren. U kiest hier voor Ja.

Van website naar e-zine Composer template

Internet Explorer 7 (IE7)

Beschrijvings SW gebruikers handleiding (V1.1) Voor Apple Macintosh computers Voor Macintosh Computer

Outlook 2010 tips & trucs

Quick start handleiding versie 1.0

Handleiding CMS Online Identity Webontwikkeling. Handleiding CMS

Altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.

Kies voor een snelle Internet ADSL / BREEDBAND aansluiting

Symbol for Windows Planner Versie 0.8

HANDLEIDING DOIT BEHEER SYSTEEM

Transcriptie:

Handleiding SelectionProfessional

Impressum: Voor dit handboek behouden wij ons alle auteursrechten voor. Zonder onze schriftelijke toestemming is het verboden dit handboek of delen daarvan in welke vorm dan ook te vermenigvuldigen. Voor schade, die door het programma SelectionProfessional of inbegrepen programma s, kunnen wij niet aansprakelijk worden gesteld. Alle rechten zijn beschermd. Volledige- of gedeeltelijke vermenigvuldiging is verboden. Hettich FurnTech GmbH & Co. KG Gerhard-Lücking-Straße10 D 32602 Vlotho www.hettich.com Mag 2009, Printed in Germany

Inhoudsopgave 1. Inleiding...7 1.1 Grondbeginsel...7 1.2 Systeemvereisten...7 1.3 Nieuwheden in SelectionProfessional 2.0...8 1.4 Help...9 1.5 Installatie / Activering...10 2. Eerste stappen...10 2.1 SelectionProfessional starten...10 2.2 Programma kompenenten...10 2.3 Voorbeeld constructie...11 2.3.1 Start en constructie keuze...11 2.3.2 Kastindeling...12 2.3.3 Artikellijst / Selectie uit de catalogus...16 2.3.4 AutoCAD afbeelding...19 3. Funktie beschrijving Designer...21 3.1 Opbouw van het beeldscherm Startbeeldscherm...21 3.2 Beeldscherm opbouw kast indeling...24 3.3 Opbouw van het beeldscherm Artikellijst...25 3.4 Opbouw van het beeldscherm afgesloten kast constructies...26 3.5 Zones en onderdelen...28 3.5.1 Voorbeeld selecteren van zones...28 3.5.2 Onderdelen wijzigen, wissen, uitlichten...31 3.6 Frontplaten en onderdelen indelen...33 3.6.1 Artikellijst en favorieten lijst...37 3.6.2 De artikellijst...37 3.7 De favorietenlijst...39 3.8 Uitgave...39 3.8.1 Zaagstaat...40 3.8.2 Hettich bestellijst...40 3.8.3 Documentmanager...41 3.8.4 Hesse bestellijst...41 3.9 Laden, opslaan, kastbibliotheek...41 3.10 Hesse module...42 3.11 Functies in de bereiken standaard kast, schuif-/schuifvouwdeur kasten en speciale constructies...43 3.11.1 Functie Middenzijde(n) invoegen...43 3.11.2 Functie Constructiebodem invoegen...44 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 3 / 142

3.11.3 Functie Legplank invoegen...45 3.11.4 Functie Schuifladen inbouwen...45 3.11.5 Functie Inliggende lade inbouwen...49 3.11.6 Functie Deuren inbouwen...51 3.11.7 Functie Kleppen...53 3.11.8 Functie Grepen/knoppen kiezen/wijzigen...54 3.11.9 Functie Sluitsystemen...55 3.11.10 Functie Kast toebehoren invoegen...58 3.11.11 Functie Frontindeler invoegen en Zonedeler invoegen...58 3.12 Functies in het bereik kastenwand voor het kantoor...59 3.12.1 Functie Constructiebodem invoegen...59 3.12.2 Functie Legplank invoegen...59 3.12.3 Functie Schuifladen inbouwen...60 3.12.4 Functie Binnenladen inbouwen...61 3.12.5 Functie Schuifladen met slot inbouwen...61 3.13 Functies in het bereik container voor het kantoor...62 3.13.1 Functie Schuiflade inbouwen...62 3.13.2 Functie Schuifladen met slot inbouwen...64 3.14 Functie Schuif- en vouwdeurconstructies...64 3.14.1 Onderscheiding van de toepassingsbereiken...64 3.14.2 Schuif- en vouwdeurconstructies...66 3.14.3 TopLine 22 houten deuren...67 3.14.4 TopLine 25/27...68 3.14.5 TopLine 1...69 3.14.6 WingLine 770/780...70 3.14.7 WingLine 77...71 3.14.8 Wing 77...72 3.14.9 Geïntegreerde schuif- en vouwdeurconstructies...73 3.14.10 Slide Line 55 / 56...74 3.14.11 Top Line 110...75 3.14.12 Wing Line 170...76 3.14.13 Wing Line 26...77 3.15 Greeppositionering bij schuif- en vouwdeurkasten...78 3.15.1 Positioneringsmogelijkheden...78 3.15.2 Afloop greeppositionering...78 3.16 Konstruktionstypen...79 3.16.1 Soorten constructies...79 3.16.2 Volledige cirkel draaibeslag...79 3.16.3 Segmentcirkel draaibeslag...81 3.16.4 Hoekkast Revo 45...83 3.16.5 Hoekkast Revo 90...86 3.16.6 Halve cirkel draaibeslag...87 4 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

4. Funktie omschrijving CAD deel...89 4.1 Inleiding CAD deel...89 4.2 AutoCAD oppervlakte...89 4.2.1 Menu functies...89 4.2.2 AutoCAD icon functies...91 4.3 Opdracht Ruimteplanner...92 4.3.1 Vergelijk van de separate opslaan mogelijkheden in SelectionProfessional93 4.3.2 Opdracht / project starten...94 4.3.3 Opdracht / project laden...95 4.3.4 Opdracht / project opslaan...95 4.4 Bemating...96 4.5 Bouwdeeldimensionering...96 4.5.1 Bemating aanzicht...97 4.5.2 Kast aanzichten...98 4.6 Uitprinten/Plotten...99 5. Documentenmanager...104 5.1 Grondbeginsel...104 5.2 Documentenmanager starten...104 5.3 Documentenmanager meteen starten...105 5.4 Nieuw ontwerp aanmaken...105 5.4.1 Dimensionering van de aanzichten...106 5.4.2 Lay-out...106 5.4.3 Pagina formaat...107 5.4.4 Uitgave...107 5.5 Ontwerp bewerken...107 5.6 Bestaand ontwerp wissen...108 5.7 Zaagstaat...108 5.8 Hettich bestellijst...108 6. Ruimteplanningsfuncties...109 6.1 Inleiding...109 6.2 Start der Raumplanung...109 6.3 Wand bepalen...110 6.4 Ramen / deuren en openingen bepalen...113 6.5 Aanpassen van ramen / deuren / openingen...114 6.6 Verwijderen van ramen / deuren / openingen...114 6.7 Wand eigenschappen wijzigen...115 6.8 Meubels of toebehoren invoegen...116 6.8.1 Kast kiezen...116 6.8.2 Meubels aan een wand toevoegen...116 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 5 / 142

6.8.3 Meubels invoegen naast aanwezige componenten (meubels of decoratieve elementen)...117 6.9 Artikel verwijderen...120 6.10 Artikel verplaatsen / draaien...120 6.11 Decoratieve objecten kiezen en invoegen...120 6.12 Raster vaststellen...123 6.13 Schuine dak functie...126 6.13.1 Dak elementen invoegen...126 6.13.2 Wanden aan het dak aanpassen...127 6.13.3 Dak elementen knippen...128 6.14 Functie bouwdelen...128 6.14.1 Werkblad functie...128 6.14.2 Plint functie...132 6.14.3 Kranslijst functie...133 6.14.4 Passtrook functie...135 6.14.5 Zichtzijde functie...136 6.15 Materiaal soorten...138 6.15.1 Materiaal keuze...138 6.15.2 Kasten / ruimtelijke situaties in kleuren weergeven...140 6.15.3 Verdekte weergave / lichtsymbolen...141 6.16 Weergave...142 6.16.1 Zaagstaat...142 6.16.2 Hettich bestellijst...142 6.16.3 Dokumentmanager...142 6.17 Oefeningen...142 6 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

1. Inleiding 1.1 Grondbeginsel Met Selection Professional meubels plannen, presenteren en produceren. Een snelle en precieze meubelplanning met aansluitende klantenpresentatie en uitvoering van de opdracht hoort tegenwoordig bij de dagelijkse dingen van de meubelmaker/interieurbouw en binnenhuisinrichter. Selection Professional van de firma Hettich steunt u doorgaans op alle gebieden. Het programma levert de nodige gegevens om het verkoopsgesprek, de klantenpresentatie en de productie van het meubel succesvol uit te voeren. Selection Professional werd gemeenschappelijk ontwikkeld door de firma s Hettich en imos AG. Op basis van het bekende CAD-systeem AutoCAD van de firma Autodesk werd een sterk pakket voor de computergesteunde meubelconstructie gecreëerd. 1.2 Systeemvereisten PC Windows XP: Intel Pentium 4 AMD Athlon 2,2 GHz Intel / AMD Dual Core 1,6 GHz Windows VISTA: Intel Pentium 4 AMD Athlon 3,0 GHz Intel / AMD Dual Core 2,0 GHz Bedrijfssysteem Windows Schijfcapaciteit Grafische kaart XP (SP2) / VISTA (SP1) XP: 1 GB RAM / VISTA :2 GB RAM 128 MB (True Color), geschikt voor OpenGL, geschikt voor Direct3D Beeldschermresolutie 1024 x 786 Harde schijf capaciteit Drive Internet browser 2,5 GB (gedeeltelijke installatie) 3,0 GB (complete installatie) DVD-ROM Microsoft Internet Explorer, Firefox Adobe Reader 5.0 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 7 / 142

1.3 Nieuwheden in SelectionProfessional 2.0 Handboek SelectionProfessional SelectionProfessional 2.0 biedt een aantal nieuwe functies die in deze handleiding verklaard zullen worden. Installatie Catalogus Designer CAD gedeelte VISTA kompatibele installatie. - Nieuwe catalogus oppervlakte met nieuwe functies. - Aktuele produkt inhoud. - Project beheer is in de catalogus intergreerd. - Kast constructies kunnen sneller gemaakt worden. - Het complete bereik voor keuken constructies is uitgebreid en verbeterd ( Onder-, hoek-, boven- en hoge kasten). - Uitbereiding functies Documentmanager. - Gewenste ladediepte kan vooraf ingesteld worden. - Kastaanzicht al zichtbaar bij de konstruktie keuze. - Meer planningszekerheid door betere gebruiker begeleiding. - Sneller starten en beïndigen van de Designer. - Verbeterde kastenbibliotheek. - P²O en Silent System dempers kunnen geactiveerd worden. - Nieuwe AutoCAD versie. - Verbeterde help-assistent. - Materiaal vooraanzicht van wanden en bodem. - Wanden kunnen achteraf voorzien worden van andere oppervlakten. - Doorlopende werkbladen, plinten en/of kranslijsten. - Front blende, zichtzijden. - Verbeterde ruimte verlichting. - Kasten worden door de Documentmanager separaat van bemating voorzien. - Uitbereiding van decoratie elementen. - Reeds gepositioneerde kasten kunnen worden eenvoudig worden verplaatst. - Losse bouwdelen kunnen geïsoleerd zichtbaar worden gemaakt. - Uitbereiding van plannings aanzichten. 8 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

1.4 Help SelectionProfessional stelt u een omvangrijk helpsysteem ter beschikking: 1. Handboek Naast deze handleiding zijn er ook nog andere handleidingen over speciale onderwerpen: SelectionProf_Installatie_NL.PDF SelectionProf_catalogus_NL.PDF SelectionProf_Oefeningen_NL.PDF SelectionProf_Bibliotheek_NL.PDF Het handboek vindt u in de directory Selection/info/help/sprache. Deze kan ook via de assistent constructie details, van de Designer, of via het symbool help gestart worden. 2. Online hulp bij het programma Via wordt op elke plaats in het programma de help functie opgeroepen. In de assistent vindt u verdere informatie en steeds ook een link Help. Bovendien kunt u in het programmamenu onder Help verdere informatie oproepen. 3. Internet Onder www.hettich-software.com vindt u actuele informatie, nieuwheden, tips en snelle antwoorden op dikwijls gestelde vragen (FAQs) i.v.m. SelectionProfessional. U wordt bovendien over actuele updates geïnformeerd. Ook de handboeken en verdere PDF-gegevens worden hier geactualiseerd. Voor de vereiste programma s Internet Explorer of Adobe Acrobat vindt u hier de actuele download links. 4. Infoline Hettich biedt verder nog een Infoline aan, waar u met alle onopgeloste vragen terecht kunt. Tel.: +31 6 533 77 907 Fax: +31 5 4529 4182 E-mail: Internet: selection_nl@de.hettich.com www.selection-professional.com SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 9 / 142

1.5 Installatie / Activering Handboek SelectionProfessional Na de installatie moet het programma geactiveerd worden. De activering moet binnen 30 dagen uitgevoerd worden. Als dit niet gebeurd is, kan het Designer gedeelte niet meer gebruikt worden. De activering kan ook na 30 dagen worden uitgevoerd. Een uitgebreide handleiding m.b.t. de installatie en activering is terug te vinden in het volgende help document: SelectionProf_Installatie_NL.PDF. 2. Eerste stappen 2.1 SelectionProfessional starten Het programma kan worden opgestart via het Desktop icon programma Start/Programma s/selection/selection Professional. Na de start gaat het SelectionProfessional portaal open. of via het SelectionProfessional is in verschillende deelbereiken onderverdeeld: 1) Constructie deel Designer & Hettich katalogus starten. 2) Constructie deel Designer starten. 3) Hettich katalogus starten. 2.2 Programma kompenenten 1) Constructie deel Designer & Hettich katalogus starten. Met deze optie wordt de Designer, het CAD deel en in de achtergrond de katalogus gestart. Bij het opstarten van de katalogus zijn uw favorieten direkt beschikbaar. 2) Constructie deel Desigern starten. Hier wordt alleen de Designer en het CAD deel gestart. Als de katalogus gebruikt dient te worden voor een artikel uit uw favorietenlijst, dan kan deze later nog gestart worden. Het voordeel om op deze manier te starten is dat u minder systeem resourcen nodig hebt. 3) Hettich katalogus starten. Hier wordt alleen de Hettich katalogus gestart. Wij willen u erop attenderen om geen van deze punten, tijdens het werken met SelectionProfessional, te sluiten. 10 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

2.3 Voorbeeld constructie 2.3.1 Start en constructie keuze Voor het starten kiest u a.u.b.,, Constructiedeel Designer & Hettich catalogus starten. Nadat de Designer via het startportaal werd opgestart verschijnt de Assistent constructie. Via de knop Nieuwe constructie komen we bij de constructiekeuze. In de constructiekeuze worden de basistypes van de gewenste meubelconstructie opgeroepen. Door op een + -teken te klikken wordt het bestand geopend en met - opnieuw gesloten. Voor de voorbeeldconstructie wordt een Standaardkast / kastbouwwijze / voorliggend geselecteerd. Vervolgens wordt door de selectie van Kastmaten het overeenkomstige dialoogveld rechts onderaan geopend. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 11 / 142

De hoogte wordt op 820mm (alle maten zijn steeds mm, de maateenheid hoeft echter niet te worden ingevoerd), de breedte op 900mm gewijzigd. Ingevoerde waardes hoeven niet te worden opgeslagen nog door de enter-toets te worden bevestigd. M.b.v. de muis kan tussen de verschillende invoervelden worden gewisseld. Daarna de knop Onderste bodem selecteren en in het veld Hoogteversprong de waarde 120 invoeren. Daardoor wordt de onderste bodem 120mm naar boven geplaatst en de zijwanden lopen door. Met de voorwaarts-knop komt men in het venster kastindeling. 2.3.2 Kastindeling De kast wordt in het voor- en in het zijaanzicht getoond. In de assistent worden alle onderdelen getoond die in de kast kunnen worden ingebouwd. 12 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

Middelen wand invoegen Voor het constructievoorbeeld voegen we via de functie Middelste wand invoegen de middelste wand in. Rechts onderaan gaat een nieuw dialoogvenster open. In het veld Indeling wordt de positie van de middelste wand bepaald. Met de opgave 600mm:1 wordt de positie op 600mm van links vastgelegd. Daarbij verwijzen de 600mm naar de binnenmaat van de kast. Bij de indeling is het verplicht dat de mm eveneens wordt ingevoerd. De indeling is het enige veld waarin de maateenheid mm eveneens moet worden ingevoerd. De 1 staat voor een verhoudingsgetal en geeft de rest van de beschikbare ruimte aan. Details i.v.m. het gebruik van de indeling vindt u ook in het hoofdstuk Frontplaten en onderdelen indelen. Via het groene vinkje wordt de invoer bevestigd en de middelste wand ingebouwd. Zones plaatsen Vervolgens wordt een inlegplank ingevoegd. Opdat het systeem weet aan welke kant de inlegplank moet worden geplaatst moet een zogenaamde Zone worden geactiveerd. Dat gebeurt door een muisklik in het overeenkomstige kastbereik. Wij willen in het linkerbereik / -zone een inlegplank hebben en klikken één keer met de muis in deze zone. Deze wordt groen gemarkeerd. Details i.v.m. het thema zones en onderdelen zijn vermeld in het hoofdstuk Zones en onderdelen. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 13 / 142

Inlegplanken inbouwen In de assistent wordt de functie Inlegplanken invoegen geselecteerd. Rechts onderaan gaat een nieuw dialoogvenster open. Drie inlegplanken moeten gelijkmatig over de zone worden verdeeld. Daartoe wordt bij het aantal het getal 3 ingevoerd of uit het menu geselecteerd. Dit stemt overeen met een indeling van 1:1:1:1. Vervolgens wordt de invoer opnieuw m.b.v. het groene vinkje bevestigd. Deuren inbouwen Vervolgens worden de deuren ingebouwd. Ook daarvoor wordt opnieuw de linkerzone m.b.v. de muis geactiveerd zodat deze groen wordt. In de assistent wordt Deuren inbouwen geselecteerd. Het dialoogvenster gaat open. Het deurtype Standaarddeur wordt geselecteerd. Om verdere details i.v.m. dit deurtype te verkrijgen klikt u op het + -teken. Twee verdere velden Indeling en Scharnier gaan open. In het punt Indeling wordt in het veld Constructietype de Dubbele deur geselecteerd. De invoer kan m.b.v. de pijl rechts naast het veld worden geselecteerd. Vervolgens worden de gegevens m.b.v. het groene vinkje Schuiflade inbouwen bevestigd. Nu wordt de rechter- nog vrije zone m.b.v. een muisklik geactiveerd. Deze wordt groen. In de assistent selecteert u Schuiflades inbouwen. Het overeenkomstige dialoogveld gaat open. Verschillende schuifladetypes kunnen worden geselecteerd. In ons voorbeeld selecteren we een Lade uit eigen productie. Deze lade moet met een Quadro-geleider worden uitgerust. Daarom wordt ook dit punt geselecteerd. Via het + -teken wordt Indeling geselecteerd. Het Aantal schuiflades wordt met drie gekozen. De frontplaten worden daarbij gelijkmatig over de hoogte verdeeld. De gegevens worden m.b.v. het groene vinkje bevestigd. 14 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

Grepen inbouwen Om grepen te kunnen inbouwen moet van de zone-modus (groen) op de onderdeelmodus (rood) worden omgeschakeld. Dit gebeurt via het symbool zone-/onderdeel-modus. Na de omschakeling verandert het kleine vooraanzicht van groen naar rood. Vervolgens worden de frontplaten van de deur met de muis geselecteerd en verschijnen dan in het rood. Nu wordt in de assistent de functie Grepen en knoppen selecteren geselecteerd. Een nieuw dialoogveld gaat open. In het programma bevindt zich het complete ProDECOR leveringsprogramma. Om hier reeds van tevoren een selectie te maken, kiezen we een Boorafstand van 128 en als Materialen Edelstaal. Het Invoegpunt wordt met boven tegenover de aanslag bepaald. Alle gegevens worden opnieuw met het groene vinkje bevestigd. Nu wordt de frontplaat van de schuiflade m.b.v. de muis geselecteerd. Ook deze kleurt rood. Daarna wordt opnieuw de optie Grepen en knoppen selecteren geselecteerd. Het dialoogveld gaat open. De boorafstand en de materialen kunnen worden overgenomen. Het Invoegpunt wordt op gecentreerd afgesteld. Ook deze gegevens worden m.b.v. het groene vinkje bevestigd. De kant-en-klare kast wordt in het zij- en vooraanzicht getoond. De kastconstructie is afgesloten en het bereik kastindeling wordt via de Voorwaarts-knop verlaten. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 15 / 142

2.3.3 Artikellijst / Selectie uit de catalogus In het volgende venster worden rechts bovenaan alle noodzakelijke beslaggroepen voor de kast getoond in de Artikellijst (1). Er bestaan twee mogelijkheden om deze beslaggroepen bepaalde beslagen toe te wijzen: 1) Keuze uit de favorieten 2) Keuze uit de Hettich catalogus Om een beslag uit de favorieten te selecteren wordt eerst in de artikellijst een beslaggroep geselecteerd (2). Daarna verschijnen onderaan de mogelijke Hettich-beslagen voor deze keuze (3). Bij het potscharnier wordt b.v. het Intermat 9943 TH FIX aangeboden. Door de favoriet onderaan in de keuzemogelijkheden te selecteren wordt het overeenkomstige beslag bovenaan de beslagroep toegewezen (4). Wanneer een beslag uit de complete Hettich catalogus moet worden gekozen wordt niet de favoriet maar wel de optie Selectie uit de catalogus gebruiken gekozen (5). De overeenkomstige beslaggroep wordt dan individueel geselecteerd uit de catalogus. 16 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

Voor ons voorbeeld wordt de volgende selectie uitgevoerd: Pos. 1 Pos. 2 Pos. 3 Potscharnier > Favoriet > Intermat 9943 TH Fix Potscharnier > Favoriet > Intermat 9943 TH Fix Grepen en knoppen > Selectie uit de catalogus gebruiken Pos. 8 Quadro geleider > Favoriet > Quadro V6/550 Pos. 11 Verbinding voor legplanken > Favoriet > Legplankdragers voor houten planken Om de beslag groep grepen en knoppen, uit de catalogus keuze toe te passen, moet eerst uit de artikellijst met de muis aangeklikt worden. Aansluitend wordt in de favorieten de instelling katalogus keuze gekozen. De catalogus start wordt vervolgens door de button uitgevoerd. Het programma opent de electronische Hettich catalogus en zoekt in de beslag groep grepen en knoppen naar de juiste producten. In de catalogus worden nu alle grepen getoond die met de tevoren gedefiniëerde eigenschappen (materiaal + boorafstand) overeenstemmen. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 17 / 142

Voor de lijst staan drie symbolen: Selectie van toebehoren Selectie van toebehoren CAD overgave Detailinfo Het beschikbare toebehoren voor het hoofdproduct wordt geselecteerd door op het toebehorensymbool te klikken. Alle mogelijke soorten toebehoren worden in een lijst van toebehoren getoond. Wanneer een onderdeel een constructief noodzakelijk product is wordt een rood uitroepteken voor de overeenkomstige groep geplaatst. Verder vraagt het programma automatisch opnieuw wanneer een noodzakelijk toebehorenproduct niet werd geselecteerd. CAD overgave Wil men in de productlijst een product voor de constructie selecteren dan wordt het CAD symbool geselecteerd. Het overeenkomstig product wordt in de artikellijst overgenomen. Detailinfo Wanneer verdere informatie i.v.m. het product wordt gewenst, kan via de knop Detailinfo verdere informatie worden opgeroepen. Vanuit het gedetailleerde overzicht kan het toebehoren eveneens worden opgeroepen of het product aan de Designer worden doorgegeven. In ons voorbeeld selecteren we een willekeurige greep en klikken op de overgaveknop van de Designer. Het programma neemt automatisch de greep in de artikelselectielijst over. Bij een volgende constructie hoeft de greep niet nog een keer te worden geselecteerd, maar kan direct uit de favorieten worden geselecteerd. De artikellijst verwisselt haar kleur van zwart naar groen. De artikel keuze is hiermee afgesloten en opgeslagen in de artikel lijst. Moet de keuze voor deze opgave veranderd worden, dan moet in de artikel lijst op de rechter muistoets gedrukt worden. Vervolvolgens kan via wijzigen deze weer vrijgeschakeld worden. Via de voorwaarts pijl kunt u de artikel keuze verlaten. 18 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

De kant-en-klare kast wordt in 3D getoond. Met de kast kunnen nu verschillende acties worden uitgevoerd. 2.3.4 AutoCAD afbeelding Via de functie CAD / ruimteplanning in de assistent kan worden overgeschakeld in de AutoCAD module. De kast wordt in een 3D perspectief, in de draadmodus afgebeeld. De belangrijkste functie in het AutoCAD bereik is de dimensionering van de onderdelen. De linkerbuitenkant van de kast moet automatisch met maten worden voorzien. Daartoe schakelt u over in het bovenaanzicht via het symbool. Dit wordt m.b.v. het symbool (links) Componentendimensionering opgeroepen. Vervolgens wordt de cursor een vierkant. Nu wordt met de vierkantige cursor de buitenkant geselecteerd. Het is belangrijk precies de lijn van de buitenkant te selecteren. Het onderdeel wordt automatisch met maten afgebeeld. Het kan in het 2D aanzicht worden uitgeprint of opgeslagen. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 19 / 142

Via het symbool Componentendimensionering kan opnieuw een dimensionering worden uitgevoerd. Met het symbool (rechts) Dimensionering terug verlaat u de dimensioneringsmodus. Via de knop Naar de Designer overschakelen in de assistent wordt het AutoCAD gedeelte verlaten en bevindt u zich opnieuw in de Designer in het 3D aanzicht. In het AutoCAD gedeelte hoeft niets te worden opgeslagen, dit wordt alles gestuurd via het Designer gedeelte. 20 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

3. Funktie beschrijving Designer 3.1 Opbouw van het beeldscherm Startbeeldscherm Het Designer beeldscherm is onderverdeeld in verschillende bereiken die zich herhalen in alle constructiestappen. 1) Voortgangsbalk De Designer is onderverdeeld in 4 bereiken die één voor één worden doorlopen... Constructiekeuze Kastindeling Artikellijst / Selectie uit de catalogus 3D aanzicht Het actieve bereik wordt door een rode streep onder het respectieve beeld aangegeven. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 21 / 142

2) Assistent De assistent leidt u door het programma en mogelijke functies. Verder worden hier nuttige tips voor de toepassing gegeven. Via Help kunnen verdere informaties worden opgeroepen. Standardeinstellungen laden Laad de standaard instelling van de Designer. Alle ingevoerde gegevens worden weer teruggezet. Openen Opent een bestaande constructie. Het is mogelijk de actieve op te slaan. CAD / ruimteplanning Via deze knop wordt het AutoCAD gedeelte opgeroepen. Dit heeft men b.v. voor de individuele dimensionering van de constructie nodig of om de ruimteplanning op te starten. Alle details i.v.m. de AutoCAD functies worden in een verder hoofdstuk behandeld. Designer afsluiten Sluit de Designer evenals de programmadelen AutoCAD en de AutoCAD Renderer af. Alternatief kan het programma worden afgesloten via het menupunt Bestand/Afsluiten. Het programma moet steeds via de Designer worden afgesloten en niet via andere delen zoals b.v. het AutoCAD gedeelte. Help Roept de actuele hulp voor de assistent op. De handleidingen kunnen via het overzicht gestart worden. 3) Bereikswisseling Om van het ene bereik in een volgend te wisselen kan de voorwaarts-knop worden gebruikt. Via de terug-knop wisselt men opnieuw naar het vorige aanzicht. Zo kan men te allen tijde in het programma naar voor of terug wisselen. Dat is b.v. heel nuttig wanneer een verandering moet worden uitgevoerd. 4) Bestand informatie Profiel: Opgave van de actuele profielnaam. Naam: Naam van de kast. 22 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

5) Menubalk Bestand Nieuw: Openen: Opslaan: Import: Export: Afsluiten: Brengt een nieuwe constructie tot stand. Opent een reeds geconstrueerde kast. Slaat een actueel geconstrueerde kast op. De functie is pas dan beschikbaar wanneer het bereik kastindeling werd bereikt. Daardoor kunnen kasten ter beschikking worden gesteld van andere gebruikers van Selection Professional of kan een kast op een externe informatiedrager (diskette, opslagstick...) worden opgeslagen. Leest kastconstructies van andere gebruikers van Selection Professional in of laadt van een externe informatiedrager. Beëindigt de Designer en CAD. Profielen Het gebeurt dikwijls dat men voor bepaalde meubelconstructies bepaalde instellingen moet uitvoeren. Zo kunnen b.v. voor keukenonderkasten over het algemeen plaatdiktes van 16 mm worden ingezet of steeds rugwanden met groeven worden gebruikt. Alle instellingen (b.v. de kasthoogte, -breedte, dikte van de bodem, terugsprongmaten enz.) die in de constructiekeuze kunnen worden gewijzigd kunnen onder individuele profielen worden opgeslagen. Laden: Opslaan: Wissen: Laadt een beschikbaar profiel Slaat een profiel op. Alle wijzigingen in de volledige constructiekeuze van de standaardkast tot de speciale constructies worden opgeslagen. Wist een beschikbaar profiel Help Roept de actuele hulp voor de overeenkomstige assistent op. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 23 / 142

3.2 Beeldscherm opbouw kast indeling 1) Overzichtsbeeld Het overzichtsbeeld toont de kast in 2D als voor- en zijaanzicht. 2) Actieknoppen Vooraanzicht Zijaanzicht Wisselen naar 3D modus Wisselen naar Bouwdeel modus Wisselen naar Zone modus 3) Assistent Vanuit de assistent kunnen verschillende bouwdelen en beslagen voor de korpusindeling uitgekozen worden. 24 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

3.3 Opbouw van het beeldscherm Artikellijst In de artikellijst worden, voor de constructie, geschikte beslagen toegewezen. Deze kunnen uit de Favorieten lijst of de Hettich Catalogus gekozen worden. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 25 / 142

3.4 Opbouw van het beeldscherm afgesloten kast constructies 1) Venster functies In het venster wordt de geconfectioneerde kast constructie getoond. Ook zijn er verschillende muis functies beschikbaar. Linker muistoets Rechter muistoets Linker- + rechter muistoets Kast draaien Daartoe wordt de linker muistoets gedrukt gehouden en in de gewenste draairichting gedraaid. Kast vergroten / verkleinen Rechter muistoets gedrukt houden en naar boven of onder bewegen. Naar boven wordt verkleind, naar onder vergroot. Kast verschuiven Rechter- + linker muistoets tegelijkertijd gedrukt houden en in de gewenste richting verschuiven. 26 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

De functies van de muis kunnen ook permanent uitsluitend op de linker muistoets worden gelegd. Daarvoor selecteert men één van de drie symbolen. Linker muistoets kast verkleinen / vergroten Linker muistoets kast draaien Linker muistoets kast verschuiven Om de functie opnieuw uit te schakelen moet de overeenkomstige keuze eenvoudig opnieuw worden geselecteerd, zo is deze opnieuw gedeactiveerd. 2) Actie knoppen Vooraanzicht Zijaanzicht Bovenaanzicht Standaard plaatsen (nuttig wanneer alles werd versteld) Verborgen kast afbeelding Halftransparente kast afbeelding Draadroostermodel 3) Assistenten Nieuwe constructie Start een nieuwe constructie. Het is mogelijk de actieve op te slaan. Opslaan Slaat de actieve constructie op. Een beschikbaar register kan worden geselecteerd of een nieuw opgemaakt. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 27 / 142

Wijzigingsfuncties De in SelectionProfessional geconstrueerde kast kan achteraf nog worden gewijzigd. Daarvoor kunnen de functies - afmetingen wijzigen (b.v. hoogte, plaatdikte ) - indeling wijzigen (b.v. legplanken toevoegen, deuren wijzigen...) - beslagen wijzigen (b.v. greepselectie wijzigen, ander scharniertype selecteren...) worden gebruikt. Detailinfo i.v.m. de wijzigingsmogelijkheden vindt u in het hoofdstuk Wijzigings mogelijkheden van constructies. Hesse module Via de Hesse module kan de kast met verschillende oppervlakken worden getoond. Verder kan via Uitgave naar de uitgave mogelijkheid omgeschakeld worden. 3.5 Zones en onderdelen 3.5.1 Voorbeeld selecteren van zones De selectie van zones en onderdelen hoort tot de belangrijkste functies in het bereik van de kastindeling. De kast onderaan moet in verschillende bereiken worden ingedeeld. Tot nog toe heeft hij drie middelste zijden die gelijkmatig zijn ingedeeld. In alle vier de ontstane zones moet een constructiebodem worden ingevoegd. 28 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

Wanneer u verschillende zones tegelijkertijd wil activeren moet u deze één voor één selecteren. Heeft u een verkeerde zone geselecteerd zo kan u deze deactiveren door er opnieuw op te klikken. Wanneer meerdere zones gekozen zijn, maar er moet echter maar één zone geactiveerd zijn, druk dan d.m.v. een dubbel klik in de gewenste zone. De andere zones worden gedeactiveerd. Als alle zones geactiveerd moeten worden, dan kan men via de rechter muistoets, alle zones activeren, deze tegelijkertijd aktiveren. Wanneer alle zones zijn geactiveerd (groen) wordt een constructiebodem ingebouwd. Nu hebben de gegevens voor de constructiebodem betrekking op alle vier zones tegelijkertijd. Daarom wordt hij ook in alle vier zones gelijk ingebouwd. Door het invoegen van de constructiebodems hebben zich nieuwe zones gevormd. De kast heeft nu in het totaal acht zones. In de bovenste zones moeten vier schuiflades worden ingebouwd. Omdat alle schuiflades identiek moeten zijn kunnen deze ook tegelijkertijd worden gemarkeerd. Vervolgens worden de schuiflades uit het menu geselecteerd en automatisch in de zones ingebouwd. Let er wel op dat schuiflades alleen maar tegelijkertijd kunnen worden ingebouwd bij identiek grote zones. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 29 / 142

De inlegplanken moeten eveneens over alle vier zones onderaan worden ingevoegd. Ook daarvoor worden opnieuw alle vier zones geactiveerd en uit de assistent worden de inlegplanken geselecteerd. Inlegplanken vormen in tegenstelling tot constructiebodems geen zones. In de rechter en linker zone moeten deuren worden ingebouwd. Omdat hier een linkeren rechter deuraanslag noodzakelijk is, kan deze keuze niet tegelijkertijd uitgevoerd worden. De zones worden afzonderlijk gemarkeerd en de deuren worden ingebouwd. In het midden moet een dubbele deur worden ingebouwd. Daarvoor kunnen beide zones tegelijkertijd worden geselecteerd. Na de selectie van de deurfunctie wordt automatisch een dubbele deur ingebouwd. Wanneer verschillende zones worden geactiveerd probeert het programma automatisch een deur over alle zones heen te construeren. Zijn de zones samen breder dan 600mm wordt automatisch een dubbele deur ingebouwd. De kast is nu kant en klaar met alle elementen uitgerust. Nu moeten grepen voor de frontplaten worden geselecteerd. Daarvoor moet u via de knop 30 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

Zonemodus/onderdeelmodus in de onderdeelmodus (rood) overschakelen. Eerst worden alle frontplaten van de schuiflades geselecteerd tot wanneer ze alle vier rood zijn. Dan wordt via de functie Grepen/knoppen selecteren/wijzigen alle schuiflades een greep toegewezen. Daarna worden alle frontplaten van de deuren rood gemarkeerd en wordt hun grepen toegewezen. Het programma plaatst bij de greepinstelling Invoegpunt - boven tegenover de aanslag de grepen automatisch op de juiste plaats. 3.5.2 Onderdelen wijzigen, wissen, uitlichten Wanneer bij de uitrusting van de kast een fout werd gemaakt of een ingevoegd onderdeel achteraf moet worden gewijzigd is dit mogelijk. Voorbeeld grepen wijzigen In ons voorbeeld moeten de grepen niet gecentreerd maar wel bovenaan in het midden worden geplaatst. Daarvoor overschakelen in de onderdeelmodus (rood) en alle frontplaten van de schuiflades selecteren. Vervolgens de rechtermuistoets drukken en de positie Greep/knop wijzigen selecteren. Een greepdialoog gaat open en het invoegpunt kan worden gewijzigd. Het was natuurlijk ook mogelijk andere gegevens te wijzigen. Voorbeeld deuraanslag wijzigen De rechterdeur moet een linkerdeuraanslag krijgen. Daarvoor opnieuw in de onderdeelmodus overschakelen, de deur selecteren en de rechtermuistoets drukken. In het dialoogveld de positie Onderdeel wijzigen selecteren. Het deurdialoogveld gaat open en het constructietype kan op Aanslag links worden gewijzigd. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 31 / 142

Voorbeeld inlegplank wissen Om een onderdeel te kunnen wissen moet dit in de onderdeelmodus worden geselecteerd. De inlegplank kan echter niet direct worden geselecteerd omdat de deur ervoor ligt. Via de rechtermuistoets kan de positie Frontplaten tonen worden geselecteerd. Het vinkje verwijderen en de frontplaten worden uitgelicht. Ze zijn niet gewist, alleen maar uitgelicht. Nu kan de inlegplank die moet worden gewist in de onderdeelmodus worden geselecteerd. Let er hier wel op dat inlegplanken samen worden gewist wanneer ze meermaals werden ingevoegd. Dit is bij alle elementen zo die tegelijkertijd werden ingevoegd. Samenvatting De selectie van de zones (groen) wordt gebruikt voor de selectie van de kastbereiken om vervolgens deuren, schuiflades, inlegplanken enz. in te bouwen. De selectie van de onderdelen (rood) wordt gebruikt om reeds ingevoegde onderdelen te wijzigen of te wissen. Bovendien wordt het gebruikt voor de keuze van de grepen. In de onderdeelmodus is de rechtermuistoets voorzien van verschillende functies: Selectie van de zones activeren Onderdeel wissen Onderdeel wijzigen Greep/knop wijzigen Alle onderdelen activeren Alle frontplaten activeren Alle onderdelen deactiveren Frontplaten tonen Schakel over naar de selectie van de zones. Analoog met de knop selectie van de zones/onderdelen Wist het met de muis geselecteerde onderdeel Opent het wijzigingsdialoogveld voor het overeenkomstige onderdeel Opent het dialoogveld greep/knop om de overeenkomstige wijzigingen uit te voeren Activeert alle onderdelen in de kast Activeert alle frontplaten in de kast Deactiveert alle tevoren geactiveerde onderdelen in de kast Wanneer het vinkje ontbreekt wordt geen frontplaat meer getoond. 32 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

In de zon modus, is de rechter muistoets voorzien van onderstaande keuzes: Bouwdeel activeren Schakelen tussen bouwdelen Alle zones activeren Alle zones deactiveren Activeerd alle kast bereiken Deactiveerd alle kast bereiken 3.6 Frontplaten en onderdelen indelen Een kast moet op de meest verschillende plaatsen in bereiken of verhoudingen worden ingedeeld. Zo moet b.v. de frontplaat van de schuiflade in verschillende hoogteverhoudingen worden ingedeeld, moeten de middelste wanden onder elkaar in de binnenmaat worden verdeeld, de rijboringen met betrekking tot de diepte en de hoogte worden ingedeeld en potboorgaten op de frontplaat worden gepositioneerd. Voor al deze verschillende varianten bestaat er in Selection één enkele functie: de indeling. Daarmee kunnen alle noodzakelijke functies worden gerealiseerd. De indeling rekent met precieze maten of verhoudingsgetallen. Beide mogelijkheden kunnen ook worden gecombineerd. 1:1:1 is een indeling die een bereik in twee identieke delen indeelt. 200mm:200mm:100mm deelt een bereik van 500mm in overeenkomstige bereiken in. 200mm:1:1 deelt een bereik in het onderste bereik op precies 200mm en de rest gelijkmatig in twee gedeelten in. Daarbij worden indelingen steeds van links naar rechts (bijv. middenwand), van onder naar boven (bijv. schuiflades) of van voren naar achteren (bijv. rijboring) uitgevoerd. Vervolgens worden een paar voorbeelden voor indelingen voorgesteld. Deze kunnen voor andere toepassingsgebieden worden overgenomen voor de indeling. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 33 / 142

Indeling rijboring De rijboring kan in de diepte via een indeling worden ingedeeld. Standaard opgegeven maat: 37mm:1:37mm De eerste rijboring begint nu bij 37mm vanaf de voorzijde van de zijwand, de tweede rijboring van 37mm van de binnenzijde van de achterwand. Door het vermelden van :1: is de diepte van de kast niet belangrijk. Ook wanneer de diepte van de kast wordt gewijzigd blijven de maten 37mm van vooraan en achteraan bestaan. De :1: kan als variabele plaatshouder worden beschouwd. Wanneer nog een rijboring moet worden ingevoegd die precies in het midden tussen de beide andere rijboringen moet liggen wordt de volgende indeling ingevoerd: 37mm:1:1:37mm Elke : staat hierbij voor een rijboring. Indeling bovenste bodem / verbinder Bij de bovenste en onderste bodem kunnen verbinders worden geplaatst. De standaard opgegeven maat voor Indeling verbinder is 37mm:1:37mm. Daardoor zit de verbinder precies op de rijboring. Door de verandering van de indeling kunnen b.v. additionele verbinders worden ingevoegd. Indeling middelste wanden Een middelste wand verdeelt een geselecteerde kastzone via de Indeling van links naar rechts. De indeling 1:1:1:1 voegt drie middelste wanden in. De binnenmaten tussen de verschillende wanden zijn identiek. 34 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

De indeling 300mm:1:1:300mm voegt eveneens drie middelste wanden in. De eerste en de laatste zone hebben een binnenbreedte van 300mm. De beide binnenste zones worden automatisch gelijkmatig ingedeeld. Indeling constructie bodems Constructie bodems worden van onder naar boven ingedeeld. Na de indeling vormen zij nieuwe zones. Het uitgangspunt voor een constructie bodem is daardoor de onderste bodem of een reeds geplaatste constructie bodem. Bij een constructie bodem wordt de inwendige maatvoering tussen de bodems gedefiniëerd. De indeling 300mm:200mm:1 voegt constructie bodems in. De inwendige maatvoering van de bodem naar de constructie bodem bedraagd 300mm. De inwendige maatvoering van constructie bodem naar constructie bodem bedraagd 200mm. De afstand tussen de constructie bodem en dek is dan de rest maat. Indeling schuiflades Schuiflades worden van onder naar boven ingedeeld. Daarbij heeft de indeling betrekking tot de maten van de frontplaten. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 35 / 142

1:1:1 2:1:1 300mm:200mm:1 36 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

3.6.1 Artikellijst en favorieten lijst Nadat de kast volledig gedefiniëerd en opgedeeld is, moet het meubelbeslag worden toegewezen. Dit gebeurd in het bereik artikel- / favorietenlijst. In dit bereik vindt u de komplete kast compleet vergeleken met alle beschikbare meubelbeslag. Aansluitend kan het gewenste beslag, via de favorietenlijst of via de catalogus keuze het benodigde meubelbeslag toegewezen worden. Het beeld is onderverdeeld in artikellijst (1), favorietenlijst (2) en vooraanzicht van de kast (3). 3.6.2 De artikellijst In de artikellijst (1) staat alle aanwezige meubelbeslag groepen voor in de kast. In de voorbeeld kast worden 3 komplete laden met elk een greep ingebouwd. Hierdoor zijn 3 meubelbeslag groepen ontstaan, één groep Grepen en knoppen, en twee groepen Driezijdig ladesysteem. Als beslag groepen worden samengevat, omdat deze groepen vergelijkbaar zijn, worden deze gegroepeerd, bijvoorbeeld meubelbeslag groep Grepen en knoppen. Omdat de bovenste lade afwijkt, in de hoogte, van de andere twee komplete laden, komt deze in een separate meubelbeslag groep. In de bovenste lade, kan in tegenstelling tot de beide andere laden, geen frontlade ingebouwd worden. Om de groepering uit te schakelen, wordt met de rechter muistoets ergens in de artikellijst geklikt. In het geopende menu staat dan Inbouwsituatie groeperen aangevinkt, d.w.z. dat deze aktief is. Door het aanklikken van deze tekst uitgeschakeld. Om de groepering weer te activeren, moet Inbouwsituatie groeperen weer opnieuw SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 37 / 142

aangeklikt worden. Door het uitschakelen van de groepering, kunnen aan de enkele meubelbeslag groepen verschillend meubelbeslag worden toegewezen. Wordt een meubelbeslag groep in de artikellijst aangeklikt, dan wordt het betreffende bouwdeel, in het vooraanzicht van de kast (3), rood gekleurd. Ook wordt dan automatisch de eerste favorieten set getoond. Om het gewenste beslag via de catalogus keuze uit te kiezen, dan dient de meubelbeslag groep op Catalogus keuze gezet worden. Vervolgens kan de catalogus keuze dan via de gestart worden. Daarmee de katalogus keuze functioneerd, is het noodzakelijk, dat de Hettich katalogus gestart is. Als alleen het Constructie deel Designer, zonder Hettich Katalogus, gestart, dan wordt onderstaande mededeling weergegeven. Deze vraag moet met Ja beantwoord worden, daarmee de Hettich katalogus gestart wordt. Als het Dit veld niet meer weergeven activeerd wordt, dan komt deze mededeling niet meer, en de Hettich katalogus start direkt. Nadat de Hettich katalogusbrowser gestart is, wordt onderstaande mededeling weergegeven. Deze mededeling moet met Doorgaan bevestigd worden, om de Hettich katalogus keuze weer te geven. Nadat de catalogus keuze afgesloten is, wordt de meubelbeslag groep in de artikellijst in het groen weergegeven. Hierdoor wordt aangegeven dat deze keuze niet meer direkt veranderd kan worden. Wilt u echter deze keuze nog wijzigen, dan moet deze eerst vrijgeschakeld worden. Hiervoor moet u de betreffende meubelbeslag groep met de rechter muis toets aanklikken en vrijgeschakeld worden via het menu veranderen. De tekst van de betreffende meubelbeslag groep wordt weer zwart en er kan nu een nieuw meubel beslag uitgekozen worden of een nieuwe favoriet. 38 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

3.7 De favorietenlijst In de favorietenlijst (2) wordt alle beslag, uit vorige catalogie keuzes, weergegeven. Een favorietenset bestaat uit een titel en uit één of meerdere meubelbeslagen, die al eens bij de catalogus keuze gemaakt is. Als in de artikellijst een meubelbeslag groep aangeklikt wordt, dan wordt in de favorietenlijst voor alle inbouwsituatie mogelijkheden de betreffende favorietensets weergegeven voor het betreffende meubelbeslag groep. Om te zien, welk meubelbeslag in de enkele favorietensets is opgenomen, druk dan op het + teken. Een favorietenset kan niet veranderd worden. Als in de favorietenlijst een gewenst meubelbeslag niet is opgenomen, dan dient dit eerst via de katalogus keuze te gebeuren om een nieuwe favorietenset aan te leggen. Een favorietenset kan alleen verwijderd of de naam kan gewijzigd worden. Dit kan alleen als de betreffende meubelbeslag groep in de artikellijst niet groen gekleurd is. Is dit wel het geval dan moet de meubelbeslag groep eerst in de artikellijst via Wijzigen vrijgeschakeld worden. Als de meubelbeslag groep en de favorieten in zwarte schrift zijn weergegeven, kunnen de losse favorietensets verwijderd of gewijzigd worden. Ga hiervoor, met de muis, op de betreffende favorietenset staan en druk de rechter muistoets. Als de naam van de favorietenset gewijzigd wordt, dan wordt alleen de titel van de favorietenset gewijzigd. 3.8 Uitgave Via de kaartruiter Uitgave bereikt men de uitgavemogelijkheden van Selection Professional. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 39 / 142

3.8.1 Zaagstaat De zaagstaat bevat alle nodige onderdelen voor de kast. Bearbeiten Hierboven wordt de zaagstaat weergegeven. In de zaagstaat kunnen opmerkingen worden toegevoegd. Ook kan de zaagstaat worden uitgeprint en opgeslagen als TXT of CSV bestand. Printen Print de zaagstaat uit. Opslaan De zaagstaat kan als TXT of CSV bestand worden opgeslagen. 3.8.2 Hettich bestellijst In de Hettich bestellijst worden alle beslagen getoond die voor de kast worden benodigd en via de favorieten of de selectie uit de catalogus werden geselecteerd. Bearbeiten. Hierboven wordt de Hettich bestellijst weergegeven. In de bestellijst kunnen opmerkingen worden toegevoegd. Ook kan de bestellijst worden uitgeprint en opgeslagen als TXT of CSV bestand. 40 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

Printen Print de bestellijst uit. Opslaan De bestellijst kan als TXT of CSV bestand worden opgeslagen. 3.8.3 Documentmanager De documentmanager geeft een samenvattende uitgave van alle productie technische relevante informatie weer. Voor een uitgebreidere handleiding van de Documentmanager zie hoofdstuk 5. 3.8.4 Hesse bestellijst In deze lijst worden de noodzakelijke lakhoeveelheden berekend en weergegeven. Alle uitgaven en hun functies worden nog meer gedetailleerd in het hoofdstuk Uitgaveformaten Designer beschreven. 3.9 Laden, opslaan, kastbibliotheek In Selection Professional geconstrueerde kasten kunnen via de assistent of het programma menu (Bestand/opslaan/laden) worden opgeslagen. Na het opslaan kunnen deze ten allen tijden opnieuw worden geladen en vervolgens worden gewijzigd. De opgeslagen kasten kunnen in mappen worden gearchiveerd. Zo kan een individuele kast(en)bibliotheek worden opgebouwd. In het bereik keuken en bureau werd reeds een omvangrijke verzameling van constructies gearchiveerd. Maatvoeringen en constructie details zijn terug te vinden in het handboek SelectionProf_Bibliotheek_NL.PDF. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 41 / 142

3.10 Hesse module De Hesse module biedt u de mogelijkheid, om de compleet voltooide kast en de gemaakte ruimte situatie, fotorealistisch weer te geven. De Hesse module starten Nadat een korpus werd getekend, kunt u nu met de vormgeving van de oppervlakte starten via de link Hesse Module. Deze link vindt u in het 3D-aanzicht van de Designer in de Assistent Constructie, in de CAD- Assistent CAD of in de CAD-Assistent Ruimteplanning. Kleurenkeuze / laktoekenning Het venster met de kleurenkeuze verschijnt. Eerst kiest u een draagmateriaal. Na de keuze van het draagmateriaal moet de basiskleur of de oppervlakte worden uitgekozen. Daarvoor klikt u op de rechtse knop voor de kleurenkeuze. Er verschijnt een nieuw venster. Selecteer uw kleurenkeuze met de pijl en bevestig met een groene vinkje. Na de kleurenkeuze klikt u in het venster Oppervlaktekeuze op de kno laksysteem uitkiezen.. Hier kunt u het Als u alle parameters heeft afgewikkeld en bevestigd, wordt de kast met de door u gekozen oppervlaktes aangemaakt. 42 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

3.11 Functies in de bereiken standaard kast, schuif-/schuifvouwdeur kasten en speciale constructies 3.11.1 Functie Middenzijde(n) invoegen Voegt één of meer zijden in of één of meer korpuszones in. Daarvoor moet de gewenste zone in het korpus eerst met de muis worden aangeklikt. Aantal: Indeling: Zonebreedte: Dikte: Inspringen voor: Aantal middenzijde(n). Invoeren van de lineaire indeling. Voorbeelden: 1:1:1 = twee middenzijden, evenredig verdeeld. 400mm:1:1 = twee middenzijden, binnenbreedte eerste zone 400 mm Informatieveld over de binnenbreedte van de gekozen zone. Dikte van de middenzijde(n). Link voor voorste inspringmaat. Mogelijke waarden zijn Bouwdeel en Zone en Bouwdeel. Link Bouwdeel en zone : Bij het inspringen van de middenzijde(n), verspringt ook de zone. Link Bouwdeel : Bij het inspringen van de middenzijde(n), verspringt de zone niet mee. Inspringmaat voor: Maat voor de inspringing voorzijde van de middenzijde(n). Inspringmaat achter: Maat voor de inspringing achterzijde van de middenzijde(n). Functie Verbinder gebruiken : Indeling: Invoegpunt: Functie Houten deuvel gebruiken: Indeling: Gebruik van middenzijwand verbinders activeren, resp. deactiveren. Indeling van de middenzijwand verbinders in de vorm van de lineaire opdeling. Invoegpunt van de middenzijwand verbinders. Gebruik van middenwand verbinders met houten deuvels activeren, resp. deactiveren. Indeling van de middenzijwand verbinders met houten deuvels in de vorm van de lineaire opdeling. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 43 / 142

3.11.2 Functie Constructiebodem invoegen Voegt één of meer constructiebodems in of één of meer korpuszones in. Daarvoor moet de gewenste zone in het korpus eerst met de muis worden aangeklikt. Aantal: Indeling: Zonehoogte: Dikte: Binnendiepte: Inspringen voor: Aantal middenzijden. Invoeren van de lineaire indeling. Voorbeelden: 1:1:1:1 = drie constructiebodems, evenredig verdeeld. 300mm:300mm:1 = drie constructiebodems, afstand 300 mm Informatieveld over de binnenhoogte van de gekozen zone. Dikte van de constructiebodems. Informatieveld over de binnendiepte van de gekozen zone. Link voor de inspringmaat voor. Mogelijke waarden zijn Bouwdeel en Zone en Bouwdeel. Link Bouwdeel en Zone : Bij het inspringen van de constructiebodem, verspringt ook de zone. Link Bouwdeel. Bij het inspringen van de constructiebodem, verspringt de zone niet mee. Inspringmaat voor: Inspringmaat vooraan van de constructiebodem Verbinders gebruiken: Functie Houten deuvel gebruiken: Gebruik van constructiebodem verbinders activeren, resp. deactiveren. Gebruik van middenwand verbinders met houten deuvels activeren, resp. deactiveren. Bodem aan rijboring aligneren: Functie Houten deuvel gebruiken: Indeling: Invoegpunt: Indeling: Invoegpunt: De indeling van de constructiebodems wordt aan de aanwezige rijboring gealigneerd. Gebruik van middenwand verbinders met houten deuvels activeren, resp. deactiveren. Indeling van de middenzijwand verbinders met houten deuvels in de vorm van de lineaire opdeling. Invoegpunt van de constructiebodem houten deuvels. Indeling van de constructiebodem verbinders in de vorm van de lineaire indeling. Als Bodem aan rijboring aligneren is geactiveerd, dan kan de indeling van de constructiebodem verbinders niet worden gewijzigd. Ze richt zich dan naar de indeling van de rijboring. Invoegpunt van de constructiebodem verbinders. 44 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

3.11.3 Functie Legplank invoegen De opbouw is analoog aan de functie Constructiebodem invoegen. De legplanken zijn van een standaard inspringmaat van 15 mm voorzien en kunnen geen zones laten inspringen. De optie Verbinder gebruiken is standaard geactiveerd. De optie Verbinders gebruiken en ook Bodem aan rijboring aligneren zijn standaard geactiveerd. 3.11.4 Functie Schuifladen inbouwen Deze Assistent bouwt één of meer InnoTech schuifladen, zelf geproduceerde laden, legplanken of frontplaten in één of meer korpuszones in. Daarvoor moet de gewenste zone in de korpus eerst met de muis worden aangeklikt. De gewenste schuifladegeleider wordt uit de product(en)boom gekozen. Wandsysteem Complete laden (Bijv. InnoTech complete schuifladen) Indeling Inbouwsoort: Frontplaat dikte: Frontplaat soort: Aantal schuifladen: Indeling: Diepte lade(n): Geleider aan rijboring aligneren : De schuifladegeleiders passen zich aan het raster van de rijboring aan. Optimaal gebruik van de ruimte : Plaatst de schuifladegeleiders zover mogelijk naar onder voor een optimaal gebruik van de ruimte. Gelijke frontplaatboring : Afstand frontplaatonderkant tot de eerste frontplaatboring is bij alle schuifladen gelijk. Dikte van de frontplaat van de schuiflade Soort frontplaat: Standaard frontplaat, frontplaat als kader, frontplaat als profiel. Aantal schuifladen. Invoeren van de lineaire indeling. Voorbeelden: 1:1:1 = drie schuifladen, evenredig verdeeld. 300mm:1:1 = fronthoogte van de eerste schuiflade 300 mm, andere front hoogtes worden evenredig verdeeld. 300mm:1:1 = Onderste front 300mm, resterende fronten gelijkmatig verdeeld. Keuze menu van de gewenste nominale lengte van de lade(n). SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 45 / 142

Zone hoogte: Inwendige diepte: Handboek SelectionProfessional Informatieveld over de binnenhoogte van de gekozen zone. Informatie veld over de inwendige diepte van de gekozen zone. Binnenlade(n) inbouwen: Moet er bij het betreffende schuifladesysteem een binnenlade worden gebruikt, wordt deze optie toegepast. Daarna wordt naar de invoegpositie van de eerste binnenlade gevraagd. De maat wordt daarbij bepaald door de laatste legplank/ constructiebodem. Inspringmaten Inspringmaat achteraan: Afstand tot bovenste plank: Afstand tot onderste plank: Variabele breedte (InnoTech- / MultiTech laden) Minimale afstand schuiflade achterkant tot korpus achterkant. Minimale afstand bovenkant ladezijwand tot bovenste plank. Minimale afstand onderkant ladezijwand tot onderste plank. De opbouw is analoog aan de functie Schuifladen inbouwen. De opbouw is analoog aan de functie Komplete laden opgebouwd. De variabele schuifladen kunnen ook buiten de rasterbreedtes worden gebruikt. Zelf geproduceerde laden (houten schuifladen) Keuze Quadro-uittrekelement / lade met kogellagers (KA) / rolschuiflade (FR) Indeling Inbouwsoort: Frontplaat dikte: Frontplaat blende: Aantal schuifladen: Aantal schuifladen. Indeling: Geleider aan rijboring aligneren : De schuifladegeleiders passen zich aan het raster van de rijboring aan. Optimaal gebruik van de ruimte : Plaatst de schuifladegeleiders zover mogelijk naar onder voor een optimaal gebruik van de ruimte. Gelijke frontplaatboring : Afstand frontplaatonderkant tot de eerste frontplaatboring is bij alle schuifladen gelijk. Dikte van de frontplaat van de schuiflade. Soort frontplaat blende(n): Standaardblende, blende als kader, blende als profiel. Invoeren van de lineaire indeling. Voorbeelden: 1:1:1 = drie schuifladen, evenredig verdeeld. 46 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

Schuiflade diepte: Zone hoogte: Binnenschuifladen inbouwen: Schuifladeconstructie Constructie voor-/ achterwand: Dikte: 300mm:1:1 = fronthoogte van de eerste schuiflade 300 mm, andere fronthoogtes worden evenredig verdeeld. Opgave van de gewenste schuiflade diepte. Informatieveld over de binnenhoogte van de gekozen zone. Moet er bij het betreffende schuifladesysteem een binnenschuiflade worden gebruikt, wordt deze optie toegepast. Daarna wordt naar de invoegpositie van de eerste binnenschuiflade gevraagd. De maat wordt daarbij bepaald door de laatste legplank/ constructiebodem. Constructiesoort van de voor- en achterwand Verstek/verstek : De voor-, achter- en zijwand zijn d.m.v. een verstek met elkaar verbonden. Inliggend/inliggend : De voor- en achterwand liggen tussen de zijwanden. Geen/inliggend : De voorwand valt weg, de achterwand ligt tussen de zijwanden. Geen/Verstek : De voorwand valt weg, de achter- en zijwand zijn d.m.v. een verstek met elkaar verbonden. Dikte van de voor- en achterwand. Inspringmaat boven/voor: Inspringmaat van de voorwand tot de bovenkant van de zijwanden. Inspringmaat boven/achter:inspringmaat van de achterwand tot de bovenkant van de zijwanden. Dikte: Hoogte: Dikte van de zijwanden. Hoogte van de zijwanden. Positie ladegeleider (bij KA ladegeleiders) Positie van de KA ladegeleider op de ladezijwand. Keuze midden : de KA geleider wordt in de hoogte, midden op de ladezijwand gepositioneerd. Keuze onder : wordt de uittrekpositie op onder gezet, dan bestaat de mogelijkheid om in het veld uittrek positie van onderen de afstand aan te geven oftewel de onderkant van de ladezijwand t.o.v. het midden van de KA ladegeleider. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 47 / 142

Schuifladebodem: Constructie voor-/achter-/ladezijwand: Dikte van de schuifladebodem. Groefdiepte: Sponning dikte: Inspringmaat: Inspringmaten Constructiesoort van de schuifladeplank Handboek SelectionProfessional gegroefd/gegroefd/gegroefd. Schuiflade bodem voor-/achter- /ladezijwand d.m.v. groef verbinding in elkaar gezet. opgezet/opgezet/gegroefd : Schuifladebodem bij voor- en achterwand opgezet en in groef van ladezijwand gezet. opgezet/opgezet/sponning : Schuifladebodem bij voor- en achterwand opgezet en in sponning van de ladezijwand gezet. opgezet/opgezet/opgezet. Schuifladebodem bij voor-/achter- /ladezijwand opgezet in elkaar gezet. Groefdiepte van de schuifladebodem in de ladezijwand. Sponning dikte van schuifladebodem in de ladezijwand. Inspringmaat van de schuifladebodem tot de onderkant van de ladezijwanden. Inspringmaat achter: Minimale afstand achterkant schuiflade tot achterwand korpus. Afstand tot bovenste plank:minimale afstand bovenkant ladezijwand tot bovenste plank. Afstand tot onderste plank:minimale afstand onderkant ladezijwand tot onderste plank. Legplank De legplank bestaat uit een eenvoudige plank met front. Indeling/inspringmaten: Frontplaat: Indeling: De opbouw en de functies zijn identiek aan de functie Zelf geproduceerde laden. De frontplaat is een front, zonder achterliggende schuifladen of ladegeleiders. De opbouw en de functies zijn identiek aan de functie Zelf geproduceerde laden. 48 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

3.11.5 Functie Inliggende lade inbouwen Inliggende laden kunnen achter normale schuifladesystemen worden ingebouwd. Voordat een inliggende lade kan worden ingebouwd, moet bij het plaatsen van de schuiflade de optie Inliggende lade inbouwen worden toegepast. Daarna wordt de zone (in de zonemodus) achter de schuiflade gekozen en in het groen getoond. Nu kan de functie Inliggende lade inbouwen worden opgeroepen. Wandsysteem Inbouwsoort: Aantal schuifladen: Aantal schuifladen. Zone hoogte: Geleider aan rijboring aligneren : De schuifladegeleiders passen zich aan het raster van de rijboring aan.. Optimaal gebruik van de ruimte : Plaatst de schuifladegeleiders zover mogelijk naar onder voor een optimaal gebruik van de ruimte. Van onderen : De inliggende lade wordt in de kast zone vanaf onderen positioneerd. Vanuit het midden : De inliggende lade wordt in de kast zone vanuit het midden gepositioneerd. Informatieveld over de binnenhoogte van de gekozen zone. Inspringmaat Inspringmaat achter: Minimale afstand tussen inliggende lade en achterwand van de korpus. Indeling Frontplaat dikte: Zelf geproduceerde lade / Quadro / lade met kogellagers / rolschuifgeleider De meeste functies zijn identiek aan de dialoog Schuiflade inbouwen zelf geproduceerde lade opgebouwd. De indeling is speciaal aangepast aan de inliggende schuiflade. Dikte van de frontplaat van de inliggende lade. Resterende zone hoogte: Informatieveld over de resterende hoogte van de gekozen zone. Zone hoogte: Indeling van de inliggende lade: Informatieveld over de binnen hoogte van de gekozen zone. gelijke frontplaat/afstand : Frontplaat hoogtes zijn allemaal gelijk, tussenruimtes van de frontplaten zijn allemaal gelijk. variabele frontplaat/afstand: Frontplaathoogtes kunnen verschillen, tussenruimtes van de frontplaten kunnen verschillen. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 49 / 142

Aantal schuifladen: Aantal inliggende laden. Afstand boven: Handboek SelectionProfessional Tussenruimte tussen frontplaat en constructiebodem of het dek van de korpus. Is er meer dan één inliggende lade, dan worden er nog meer velden geactiveerd. Frontplaat hoogte: Afstand: Hoogte van de frontplaat van de inliggende lade. Afstand tussen de frontpla(a)t(en) van de inliggende lade. 50 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

3.11.6 Functie Deuren inbouwen Deze functie voegt één of meer deuren of kleppen in een of meer korpuszones in. Daarvoor moet de gewenste zone in het korpus eerst met de muis worden aangeklikt. De gewenste deurtypes kunnen uit de productboom worden gekozen. Draaideuren Standaarddeur Indeling Scharnier aan rijboring aligneren: Soort constructie: Dikte: Potscharniertype: Openingshoek: Zonebreedte: Aanslaglijst: Aligneren van de scharnier indeling aan het raster van de rijboring. Soort aanslag van de deur. Dikte van de deur. Scharniertype van de deur onzichtbaar potscharnier : In de catalogus worden uitsluitend scharnieren met onzichtbare pot aangeboden. zichtbaar potscharnier : In de catalogus worden uitsluitend Selekta-scharnieren aangeboden. Mogelijke openingshoeken. Informatieveld over de inwendige breedte van de gekozen zone. Bij dubbele deuren kan een aanslaglijst worden geselecteerd. Dit wordt direct bij de montage van de dubbele deur geactiveerd. Daarvoor wordt het punt Aanslaglijst geactiveerd. Het verband linkerdeur, rechterdeur kan worden geselecteerd. Bovendien kan het soort aanslaglijst worden geselecteerd. opgezet sponning SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 51 / 142

Scharnier Aantal: Optimaal aantal: Indeling: Kantafronding: Zonehoogte: Scharnieren toebehoren: Indeling: Deur met raamwerk Aantal scharnieren. Handboek SelectionProfessional Informatie veld over het optimaal aantal scharnieren. Verdeling van de scharnieren in de vorm van de lineaire opdeling. Als de optie Scharnier aan rijboring aligneren is geactiveerd, dan zijn de getoonde waarden slechts benaderingsmaten. Afronding van de deur zijkant. Informatieveld over de inwendige hoogte van de gekozen zone. Silent System : bij de Hettich katalogus keuze wordt Silent System als toebehoren bij het potscharnier aangeboden. Push-to-Open : bij de Hettich katalogus keuze wordt Push-to-Open als toebehoren bij Push-to-Open scharnieren aangeboden. Bij scharnieren toebehoren Silent System : Verdeling van de Silent System dempers in de kast breedte. Bij scharnieren toebehoren Push-to-Open : Verdeling van de Push-to-Open magneten in de kast hoogte. De opbouw is analoog aan de functie Draaideuren/standaarddeur. Toegevoegd zijn de Deurparameters voor de details van het frame. Deurparameters Kantafronding: Paneel dikte: Kader breedte: Afronding van de deur zijkant. Dikte van het deurpaneel. Breedte van het kader Profieldeur De opbouw is analoog aan de functie Draaideuren/standaarddeur. Toegevoegd zijn de Deurparameters voor de details van het profiel. Deurparameters Kantafronding: Afronding van de deur zijkant. Profiel dikte: Dikte van het deurprofiel. Profiel breedte: Breedte van het deurprofiel. Afstand van deurkant: Afstand van het profiel tot de zijkant van de deur. 52 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

Glazen deur De opbouw is analoog aan de functie Draaideuren/standaarddeur. De deur diktes zijn begrensd tot 4-6,5 mm. 3.11.7 Functie Kleppen Deze functie voegt één of meer deuren of kleppen in één of meer korpuszones in. Daarvoor moet de gewenste zone in het korpus eerst met de muis worden aangeklikt. Het gewenste klepbeslag kan uit de productboom worden gekozen. Al op voorhand wordt berekend of de grootte van de zone geschikt is voor een klep. Als de zone te groot is, verschijnt er een betreffend bericht. Ook in de catalogus wordt nogmaals gedetailleerd gecontroleerd of de gekozen klep geschikt is voor de situatie. Net als de deuren zijn ook de kleppen onderverdeeld in standaardkleppen, framekleppen en profielkleppen. De Deurparameters zijn analoog aan de functies bij de deuren. Standaardklep (analoog Frameklep, Profielklep) Indeling Beslagtype: Soort van beslag (Hoogvouwbeslag, Hoogklapbeslag, Hoogliftbeslag, Hoogzwenkbeslag, Klapliftbeslag, Meubelschaar). Soort constructie: Aanslagsoort van de klep (Lift Advanced, Lift Top, aanslag links / rechts / links en rechts). Front hoogte boven: Hoogte van de bovenste front bij het Lift Advanced hoogvouwbeslag. Front hoogte onder: Informatieveld over de hoogte van het onderste front bij het Lift Advanced hoogvouwbeslag. Dikte: Zone breedte: Zone hoogte: Kantafronding: Dikte van de klep. Informatieveld over de inwendige breedte van de gekozen zone. Informatieveld over de inwendige hoogte van de gekozen zone. Afronding van de klep zijkant. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 53 / 142

3.11.8 Functie Grepen/knoppen kiezen/wijzigen Deze functie plaatst of wijzigt grepen en knoppen op de fronten. Hiervoor moeten de deuren en de schuifladefronten eerst met de muis in de bouwdeelmodus worden aangeklikt. Eerst worden er altijd complete front groepen geactiveerd. Als er in een front groep verschillende greepsituaties moeten worden gebruikt, kunnen afzonderlijke fronten na het oproepen van deze functie weer worden verwijderd. Front model: Boorafstand: Materiaal: Bestelnummer: Invoegpunt: X-afstand: Y-afstand: Hoek: Informatieveld over het front model (deze wordt automatisch bepaald). Boorafstand bij de grepen. Oppervlakte van de grepen of knoppen. Bestelnummer van de greep of knop. Invoegpositie van de grepen of knoppen. Horizontale afstand van de greep of knop tot de deur-/schuifladezijkant. Verticale afstand van de greep of knop tot de deur-/schuifladezijkant. Hoek van de greep of knop 0 bij invoegpunt boven t.o.z. van de aanslag, in het midden t.o.z. van de aanslag of onder t.o.z. van de aanslag = verticaal. 0 bij invoegpunt midden bovenaan, gecentreerd, midden onderaan of rechts en links bovenaan = horizontaal. 54 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

3.11.9 Functie Sluitsystemen Soorten constructies De sloten kunnen in verschillende constructies worden gebruikt: Standaardkast / kastbouwwijze + eindloosbouwwijze / voorliggend + inliggend - Deuren / Klapliftbeslag - Dubbele deuren - schuifladesystemen - Vouw-/schuifdeuren Kantoor meubels / kastenwand LR25+32 / voorliggend + inliggend - stalen schuiflade (direct bij de montage van de schuiflade) - hangmapraam (direct bij de montage van het hangmapraam) - deuren - dubbele deuren Kantoor meubels / container LR25+32 / voorliggend + inliggend - stalen schuiflade (direct bij de montage van de schuiflade) - steekbaar hangmapraam (direct bij de montage van het hangmapraam) - materiaalinzet (direct bij de montage van de materiaalinzet) - frontplaat (direct bij de montage van de frontplaat) Keuze en montage van de sluitsystemen Eerst wordt de gewenste component (deur of schuiflade) gemonteerd. Vervolgens wordt de gewenste component waarin het slot moet worden gemonteerd uitgekozen, zoals bij de grepen. Dit wordt uitgevoerd in de componentenmodus (rood). Na de keuze van de component wordt in de assistent het menupunt Sloten/sluitsystemen selecteren/wijzigen uitgekozen. Een dialoogvenster gaat open. Frontplaattype: De sloten kunnen op verschillende plaatsen op de frontplaat worden geplaatst. Voor een eenvoudige selectie wordt eerst het frontplaattype geselecteerd, b.v. schuiflade. Daardoor kunnen alleen nog de invoegpunten worden geselecteerd die voor dit frontplaattype zinvol zijn. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 55 / 142

Slottype: Hier wordt het soort slot geselecteerd Draaistangslot Kastslot Dagschoot Hefboomslot Geen Geen slot Sluitstangslot Doornmaat: Afhankelijk van het slottype kan een doornmaat worden geselecteerd. De doornmaat (x1) wordt berekend vanaf het midden van het slot tot aan de buitenkant van de slotkast. De eigenlijke slotmaat in de frontplaat (x2) wordt berekend uit doornmaat (x1) + grendellengte + sluithoekmaat (x3). Slotpositie (x2) in de frontplaat = x1 + x3 + opdek Sommige soorten sloten hebben geen doornmaat. Bij een dubbele draaideur, met een draaistangslot of schuifstangslot, kan de positie van het slot vrij bepaald worden. Bij een draaistangslot kan een doornmaat gekozen worden, de uiteindelijke positionering gebeurd bij opgave van de x-afstand. Voorbeeld:Doornmaat = 15, X-Maat = 50 Wordt een te kleine x-maat geselecteerd, wordt automatisch de minimum maat uitgekozen. 56 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

Invoegpunt: Het invoegpunt legt de positie van het slot vast. Hier wordt dezelfde logica gebruikt als bij het invoegen van grepen. Selectie van het slotverband bij verschillende componenten Een dubbele deur of verschillende schuifladen kunnen tegelijkertijd worden gemonteerd. Bij de positionering van het slot moet er dan worden op gelet dat de juiste component wordt geselecteerd. Na de selectie van het punt Sloten/sluitsystemen selecteren/wijzigen zijn eerst alle componenten (rood) geselecteerd. Door op een component te klikken kan dit worden gedeactiveerd (blauw) of opnieuw worden geactiveerd (rood). Alleen bij de geactiveerde componenten wordt het geselecteerde sluitsysteem gemonteerd. Deuren activeren / deactiveren Schuifladen activeren / deactiveren SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 57 / 142

3.11.10 Functie Kast toebehoren invoegen Deze functie voegt kast toebehoren, bijv. een kledingroede, in één of meer korpus zones. Daarvoor moet de gewenste zone in het korpus eerst met de muis worden aangeklikt. Constructie: Soort invoegen van de kledingroede aan de constructiebodem : De kledingroede wordt met een constructiebodem ingevoegd. aan de zijde : De kledingroede wordt aan de korpus-/middenzijden bevestigd. Afstand van onderaan (mm): Invoegpunt van de kledingroedehouders van onderaan. Zonehoogte: Informatieveld over de inwendige hoogte van de gekozen zone. Binnendiepte: Informatieveld over de inwendige diepte van de gekozen zone. Dikte: Dikte van de constructiebodem. De gegevens voor de constructiebodem zijn identiek aan de gegevens van de functie Constructiebodem invoegen. 3.11.11 Functie Frontindeler invoegen en Zonedeler invoegen Zones worden normaal gesproken door constructiebodems of middenzijden gevormd. Soms is het noodzakelijk dat er geen bouwdeel is en dat er toch een zone moet worden ingevoegd. Bijvoorbeeld in keukenonderkasten wordt er vaak een schuiflade boven een draaideur geplaatst. Met behulp van de functies Frontindeler invoegen en Zonedeler invoegen kunnen hulplijnen worden ingebouwd. Deze maken nieuwe zones, zonder later zelf in de constructie of de onderdelenlijst op te duiken. Ze worden in de preview als kleine lijnen getoond. Maatbepaling Frontindeler : de hulplijn wordt bepaald a.h.v. de maatvoering van de fronten. Maatbepaling Zoneindeler : de hulplijn wordt bepaald a.h.v. de inwendige maatvoering. Aligneren: Uitlijning van de indeler aan het raster van de rijboring. Zonehoogte: Informatieveld over de inwendige hoogte van de gekozen zone. Zonebreedte: Informatieveld over de inwendige breedte van de gekozen zone. Indeling: Verdeling van de Frontindeler d.m.v. een lineaire opdeling. 58 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

3.12 Functies in het bereik kastenwand voor het kantoor 3.12.1 Functie Constructiebodem invoegen Voegt een of meer constructiebodems in een of meer korpuszones in. Daarvoor moet de gewenste zone in het korpus eerst met de muis worden aangeklikt. Afstand in HE: HE in mm: Aantal: Zone hoogte: Dikte: Inbouwhoogte van de constructiebodem in hoogte-eenheden. In Office kunnen de bodems uitsluitend in hoogte-eenheden worden ingebouwd. Informatieveld over de hoogte-eenheden in mm van de gekozen HE. Aantal constructiebodems. Informatieveld over de inwendige hoogte van de gekozen zone. Dikte van de constructiebodems. Inspringmaat voor: Maat voor de voorste inspringing van de constructiebodems. Inspringmaat achter: Maat voor de achterste inspringing van de constructiebodems. Inwendige diepte: Verbinders gebruiken: Verdeling: Invoegpunt: Informatieveld over de inwendige diepte van de gekozen zone. Gebruik van de constructiebodem verbinders activeren of te deactiveren. Verdeling van de constructiebodem verbinders in de vorm van de lineaire indeling. Invoegpunt van de constructiebodem verbinders. Houten deuvels toepassen:gebruik van houten deuvels als verbinder activeren of te deaktiveren. Verdeling: Invoegpunt: Verdeling van de houten deuvel in de vorm van de lineaire indeling. Invoegpunt van de houten deuvel als verbinder. 3.12.2 Functie Legplank invoegen De opbouw is gelijk aan de functie Constructiebodem invoegen. De legplanken zijn van een standaard inspringmaat van 15 mm voorzien en kunnen geen zones laten inspringen. De optie Verbinder gebruiken is standaard geactiveerd. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 59 / 142

3.12.3 Functie Schuifladen inbouwen Deze functie voegt één of meer Office-schuifladen zonder slot in een korpuszone in. Daarvoor moet de gewenste zone in het korpus eerst met de muis worden aangeklikt. De gewenste schuiflade soort wordt uit de productboom gekozen. In Office wordt uitsluitend met hoogte-eenheden gerekend. De fronthoogtes richten zich daarbij op deze hoogte-eenheden. Er kan altijd slechts een schuiflade per keer worden ingebouwd. Front Indeling Uitvoering: Hoogte (in HE): Minimale hoogte (in mm): Maximale hoogte (in HE): Maximale hoogte (in mm): Front dikte: Zone breedte: Uitvoering front. Hoogte van het front in hoogte-eenheden (HE). Informatieveld over de minimaal noodzakelijke inwendige fronthoogte in mm. Informatieveld over de maximaal beschikbare fronthoogte in hoogte-eenheden (HE). Informatieveld over de maximaal beschikbare fronthoogte in mm. Dikte van het front. Informatieveld over de inwendige breedte van de gekozen zone. Brede schuiflade zonder slot Indeling Uitvoering: Hoogte (in HE): Minimale hoogte (in mm): Maximale hoogte (in HE): maximale hoogte (in mm): Front dikte: Zonebreedte: Uitvoering van de brede schuiflade De keuze beїnvloedt Hoogte (in HE). Voorbeeld: Brede schuiflade A5 hoog heeft 4HE nodig, de waarde wordt automatisch in het veld Hoogte (in HE) ingevoerd. Alternatief kan de hoogte in hoogte-eenheden direct bij Hoogte (in HE) worden ingevoerd. Hoogte van de brede schuiflade in hoogte-eenheden (HE). Informatie veld over de minimaal noodzakelijke fronthoogte in mm. Informatie veld over de maximaal beschikbare hoogte in hoogte-eenheden (HE). Informatieveld over de maximaal beschikbare hoogte in mm. Dikte van het front van de brede schuiflade. Informatieveld over de inwendige breedte van de gekozen zone. 60 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

Zonehoogte: Informatieveld over de inwendige hoogte van de gekozen zone. Hangframe zonder slot Indeling Functies identiek aan brede schuiflade zonder slot. In het veld Uitvoering staan andere hoogtes ter beschikking. In de catalogus worden hangframes aangeboden. 3.12.4 Functie Binnenladen inbouwen Binnenladen kunnen in Office achter draaideuren worden geplaatst. Eerst moet de deur worden geplaatst, daarna kan de zone achter de deur worden gekozen en kunnen de schuifladen worden ingebouwd. Ook hier wordt een verschil gemaakt tussen brede schuifladen en hangframes. De functies zijn identiek aan de functies Brede schuifladen/hangframes zonder slot. 3.12.5 Functie Schuifladen met slot inbouwen Deze functie voegt een of meer Office-schuifladen met slot in een korpuszone in. Daarvoor moet de gewenste zone in het korpus eerst met de muis worden aangeklikt. De schuiflade met het slot is altijd de laatste schuiflade. Daarom past de frontplaat zich automatisch aan de volgende constructiebodem aan. Het front heeft voor het slot 1HE meer plaats nodig. Dat wordt er automatisch bijgerekend. Front met slot Indeling Functie identiek aan fuctie Front zonder slot. Uitvoering: Slotpositie van boven: Stop Control 0f Stop Control Plus. Boorpositie van het slot in de frontplaat aan de bovenzijde van de frontplaat. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 61 / 142

Brede schuiflade met slot Indeling Functies identiek aan de functie Brede schuiflade zonder slot. Handboek SelectionProfessional Uittrekblokkering: Keuze of uittrekblokkering met of zonder slot. Uitvoering: Slotpositie van boven: Stop Control of Stop Control Plus Boorpositie van het slot in de frontplaat aan de bovenzijde van de frontplaat. Hangframe met slot Indeling Functies identiek aan de functie Brede schuiflade met slot. 3.13 Functies in het bereik container voor het kantoor 3.13.1 Functie Schuiflade inbouwen Deze functie voegt een of meer Office-schuifladen zonder slot in een korpuszone in. Daarvoor moet de gewenste zone in het korpus eerst met de muis worden aangeklikt. De gewenste schuifladesoort kan uit de productboom worden gekozen. In Office wordt er uitsluitend met hoogte-eenheden gerekend. De fronthoogtes richten zich daarbij naar die hoogte-eenheden. Er kan altijd slechts een schuiflade per keer worden ingebouwd. Blende Indeling Uitvoering: Hoogte (in HE): Uitvoering lade blende Hoogte van de brede schuiflade in hoogte-eenheden (HE). Minimale hoogte (in mm): Informatie veld over de minimaal noodzakelijke fronthoogte in mm. Maximale hoogte (in HE): Informatie veld over de maximaal beschikbare hoogte in hoogte-eenheden (HE). maximale hoogte (in mm): Informatieveld over de maximaal beschikbare hoogte in mm. Front dikte: Zonebreedte: Zonehoogte: Dikte van het front van de brede schuiflade. Informatieveld over de inwendige breedte van de gekozen zone. Informatieveld over de inwendige hoogte van de gekozen zone. 62 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

Schrijfartikelenlade Indeling Uitvoering: Hoogte (in HE): Uitvoering van de schrijfartikelenlade. Hoogte van de brede schuiflade in hoogte-eenheden (HE). Minimale hoogte (in mm): Informatie veld over de minimaal noodzakelijke fronthoogte in mm. Maximale hoogte (in HE): Informatie veld over de maximaal beschikbare hoogte in hoogte-eenheden (HE). maximale hoogte (in mm): Informatieveld over de maximaal beschikbare hoogte in mm. Front dikte: Zonebreedte: Zonehoogte: Dikte van het front van de brede schuiflade. Informatieveld over de inwendige breedte van de gekozen zone. Informatieveld over de inwendige hoogte van de gekozen zone. Stalen schuiflade Indeling Uitvoering: Hoogte (in HE): Uitvoering van de stalen schuiflade. De keuze beїnvloedt Hoogte (in HE). Alternatief kan de hoogte in hoogte-eenheden direct bij de Hoogte (in HE) worden ingevoerd. Hoogte van de brede schuiflade in hoogte-eenheden (HE). Minimale hoogte (in mm): Informatie veld over de minimaal noodzakelijke fronthoogte in mm. Maximale hoogte (in HE): Informatie veld over de maximaal beschikbare hoogte in hoogte-eenheden (HE). maximale hoogte (in mm): Informatieveld over de maximaal beschikbare hoogte in mm. Front dikte: Zonebreedte: Zonehoogte: Dikte van het front van de brede schuiflade. Informatieveld over de inwendige breedte van de gekozen zone. Informatieveld over de inwendige hoogte van de gekozen zone. Lade met hangframe De functies zijn analoog aan de inhoud van Stalen schuiflade. Het hangframe heeft afwijkende waarden op gebied van de Uitvoering. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 63 / 142

3.13.2 Functie Schuifladen met slot inbouwen In de laatste schuiflade van een container kan een slot worden ingebouwd. De functies van de inbouw zijn identiek aan de functies bij de schuifladen zonder slot. Uittrekblokkering: Uitvoering: Slotpositie van boven: Keuze of uittrekblokkering met of zonder slot. Stop Control of Stop Control plus. Boorpositie van het slot in de frontplaat aan de bovenzijde van de frontplaat. 3.14 Functie Schuif- en vouwdeurconstructies 3.14.1 Onderscheiding van de toepassingsbereiken Er bestaan verschillende schuif- en vouwdeursystemen in het Hettich assortiment. Afhankelijk van de keuze van het beslag en het toepassingsgebied kunnen de overeenkomstige kastconstructies in SelectionProfessional worden geconstrueerd. Schuif- en vouwdeurconstructies Bij de schuif- en vouwdeurconstructie bepaalt het beslag in hoge mate de kastconstructie. Vooral de oplossingen voor sokkel en onderste bodem moeten overeenkomstig worden uitgevoerd. Voorbeelden voor deze constructiemogelijkheden: Wing Line 770/780 In de constructies kunnen inlegplanken en constructieve bodems worden ingevoegd. Verder kunnen belangrijke constructiedetails zoals kasthoogtes, rugwandconstructies en andere gegevens worden gewijzigd. 64 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

Geïntegreerde schuif- en vouwdeurconstructies Bij de geïntegreerde schuif- en vouwdeurconstructies wordt het beslag in een beschikbare kastconstructie ingevoegd. De schuif- en vouwdeurbeslagen kunnen worden gecombineerd met schuiflades, deuren en open rekken. WingLine 170 SlideLine 55/56 Voorbeeldconstructie in Selection: Open vakken, deuren, schuifdeuren, schuiflades in een kastconstructie. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 65 / 142

3.14.2 Schuif- en vouwdeurconstructies De selectie gebeurt m.b.v. de assistent Constructie diskdrive. Selecteer de gewenste schuif- of vouwdeurconstructie. Onderscheiden worden: - schuifdeurkast voorliggend - schuifdeurkast inliggend - vouwdeurkast - vouwschuifdeurkast De kastdetails kunnen worden ingevoerd zoals bij de standaard kast. Let er wel op dat niet elk beslag met alle mogelijke kastafmetingen kan worden geconstrueerd. 66 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

3.14.3 TopLine 22 houten deuren Invoer / selectie in SelectionProfessional Soort constructie: Vouwschuifdeurkast / voorliggend Kastmaten: Kastwand: Sokkel: Deurindeling: Informatie frontplaat: Hoogte = 300 3500 mm Breedte = 1000 4500 mm De minimum breedte is afhankelijk van de deurbreedte. De minimum deurbreedte bedraagt 500mm. Bij 2 deuren minimum kastbreedte = 1000mm, bij 3 deuren minimum kastbreedte = 1500mm Dikte = 5 100 mm Deurafstand = 50 300mm Geleidingsbanen = tweebanig Aantal deuren = 2 / 3 Afhankelijk van het aantal geselecteerde deuren wordt een ander beslagset gekozen. Deurbreedtes = 500 2000 mm Deurdikte vooraan = 16 28 mm Deurdikte achteraan = 16 28 mm Afhankelijk van de geselecteerde deurdikte wordt een ander beslagset gekozen. 16 21mm > deurmiddenafstand 29mm 22 28 mm > deurmiddenafstand 36mm Frontplaatopdekken links = 0 60mm Frontplaatopdekken rechts = 0 60mm SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 67 / 142

3.14.4 TopLine 25/27 Invoer / selectie in SelectionProfessional Soort constructie: Kastmaten: Kastwand: Sokkel: Deurindeling: Informatie frontplaat: Schuifdeurkast / inliggend Hoogte = 300 3500 mm Breedte = 1000 4500 mm De minimum breedte is afhankelijk van de deurbreedte. De minimum deurbreedte bedraagt 500mm. Bij 1 deur en 2 deuren minimum kastbreedte = 1000mm, bij 3 deuren minimum kastbreedte = 1500mm Dikte = 5 100 mm Deurafstand = 50 300mm Geleidingsbanen = eenbanig / tweebanig Aantal deuren = 1 (uitsluitend bij eenbanig) / 2 / 3 Afhankelijk van het geselecteerd aantal deuren wordt een ander beslagset gekozen. Deurbreedtes = 500 1500 mm Deurdikte vooraan = 16 45 mm Deurdikte achteraan = 16 45 mm Frontplaatopdekken links = 0 60mm Frontplaatopdekken rechts = 0 60mm De soort geleiding onderaan (STB 11,12,15,35) wordt m.b.v. het toebehoren in de catalogus gekozen. 68 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

3.14.5 TopLine 1 Invoer / selectie in SelectionProfessional Soort constructie: Schuifdeurkast / inliggend Kastmaten: Kastwand: Sokkel: Deurindeling: Informatie frontplaat: Hoogte = 300 3500 mm Breedte = 1000 4500 mm De minimum breedte is afhankelijk van de deurbreedte. De minimum deurbreedte bedraagt 500mm. Bij 2 deuren minimum kastbreedte = 1000mm, bij 3 deuren minimum kastbreedte = 1500mm Dikte = 5 100 mm Deurafstand = 50 300mm Geleidingsbanen = tweebanig Aantal deuren = 2 / 3 Afhankelijk van het geselecteerd aantal deuren wordt een ander beslagset gekozen. Deurbreedtes = 500 2000 mm Deurdikte vooraan= 16 30 mm Deurdikte achteraan = 16 30 mm Frontplaatopdekken links = 0 60mm Frontplaatopdekken rechts = 0 60mm De soort geleiding onderaan (STB 11,12,15,35) wordt m.b.v. het toebehoren in de catalogus gekozen. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 69 / 142

3.14.6 WingLine 770/780 Invoer / selectie in SelectionProfessional Soort constructie: Kastmaten: Kastwand: Sokkel: Informatie frontplaat: Informatie frontplaat / scharnier: Vouwdeurkast Hoogte = 300 2200 mm Breedte = 500 2400 mm De minimum breedte is afhankelijk van de deurvleugelbreedte. De minimum deurvleugelbreedte bedraagt 245mm. Bij 2 deurvleugels minimum kastbreedte = 500mm, bij 4 deurvleugels minimum kastbreedte = 1000mm Dikte = 5 100 mm Deurafstand = 15 1000 mm Dikte = 16 25 mm Kantafronding = 10mm 99mm De kantafronding wordt niet afgebeeld, moet echter omwille van veiligheidsredenen worden nagekomen (klemgevaar). Frontplaatopdekken links = 1 15 mm Frontplaatopdekken rechts = 1 15 mm Frontplaatopdekken bovenaan = 1 99 mm Tussenvoegen = 1 5 mm Deuraanslag = rechts, links, rechts en links Afhankelijk van de geselecteerde deuraanslag worden andere sets gekozen. Aantal = 4-8 Indeling = vrij > Indeling tussen het eerste en het laatste scharnier Voeg bovenaan = 50 500 mm Afstand onderaan = 50 500 mm 70 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

3.14.7 WingLine 77 Invoer / selectie in SelectionProfessional Soort constructie: Kastmaten: Kastwand: Sokkel: Informatie frontplaat: Informatie frontplaat / scharnier: Vouwdeurkast Hoogte = 300 2400 mm Breedte = 500 2400 mm De minimum breedte is afhankelijk van de deurvleugelbreedte. De minimum deurvleugelbreedte bedraagt 245mm. Bij 2 deurvleugels minimum kastbreedte = 500mm, bij 4 deurvleugels minimum kastbreedte =1000mm Dikte = 5 100 mm Deurafstand = 15 1000 mm Dikte = 16 25 mm Kantafronding = 10mm 99mm De kantafronding wordt niet afgebeeld, moet echter omwille van veiligheidsredenen worden nagekomen (klemgevaar). Frontplaatopdekken links = 1 15 mm Frontplaatopdekken rechts = 1 15 mm Frontplaatopdekken bovenaan = 1 99 mm Tussenvoegen = 1 5 mm Deuraanslag = rechts, links, rechts en links Afhankelijk van de geselecteerde deuraanslag worden verschillende sets gekozen. Aantal = 4-8 Indeling = vrij > Indeling tussen het eerste en het laatste scharnier Voeg bovenaan = 50 500 mm Afstand onderaan = 50 500 mm SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 71 / 142

3.14.8 Wing 77 Invoer / selectie in SelectionProfessional Soort constructie: Kastmaten: Kastwand: Sokkel: Informatie frontplaat: Aantal deuren: Vouwschuifdeurkast Hoogte = 300 2400 mm Breedte = 500 2400 mm Dikte = 5 100 mm Deurafstand = 45 1000 mm Dikte = 16 25 mm Kantafronding = 10mm 99mm De kantafronding wordt niet afgebeeld, moet echter omwille van veiligheidsredenen worden nagekomen (klemgevaar). Frontplaatopdekken links = 1 15 mm Frontplaatopdekken rechts = 1 15 mm Frontplaatopdekken bovenaan = 1 99 mm het aantal deuren wordt automatisch uit de breedte van de kast berekend. Kastbreedte 500 1000 > 2 deurvleugels Kastbreedte 1001 2000 > 4 deurvleugels De maximum deurvleugelbreedte bedraagt 400mm. 72 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

3.14.9 Geïntegreerde schuif- en vouwdeurconstructies De selectie gebeurt direct in de kastindeling. Eerst wordt een normale standaardkast voorliggend of inliggend geconstrueerd. Vervolgens wordt m.b.v. middenwanden en constructiebodems de kastindeling gemaakt. Er ontstaan verschillende zones. In elke zone kunnen schuif- en vouwdeuren worden ingebouwd. Daarbij kunnen de zones met verschillende beslagtypes worden gecombineerd. In een zone kunnen deuren worden gemonteerd, in een andere schuiflades en in nog een andere een schuifdeurconstructie. Eerst wordt de overeenkomstige zone groen gemarkeerd (zonemodus) en dan wordt Schuif-/vouwdeuren monteren in de assistent geselecteerd. Een selectievenster voor de verschillende beslagsystemen gaat open. Die verschillende beslagsystemen kunnen voor bepaalde groottes van de zones worden gebruikt: Beslagsysteem Hoogte van de zone Breedte van de zone Diepte van de zone Slide Line 55/56 300-2000 300 3000 50-2000 Top Line 110 300-2000 300 3000 50-2000 Wing Line 170 300 2250 300 1250 340-2000 Wing Line 26 800 1850 300 1050 50-2000 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 73 / 142

3.14.10 Slide Line 55 / 56 Informatie frontplaat Deuren inspringmaat: 0 100 mm Deurdikte vooraan / achteraan: 15 / 16 / 18 / 19 / 22 Frontplaatvoegen zijdelings: 0 20 mm Deurindeling Geleidingsbanen eenbanig / tweebanig Aantal deuren 1 (uitsluitend eenbanig) / 2 / 3 Volgorde deuren linker- achter rechterdeur / rechter- achter linkerdeur Deurbreedte identieke deurbreedte / identiek aanzicht Overlapping: Deurafstand: 0 60 mm vrij / vast Vrij = De deurafstand kan vrij tussen 6 50 mm worden aangegeven. Vast = Het vaste loop- en geleidingsprofiel om op te schroeven wordt gekozen. Afstandswaarde = vrij = 6 50mm, vast = afhankelijk van de deurdikte 74 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

3.14.11 Top Line 110 Informatie frontplaat Deuren inspringmaat: 0 100 mm Deurdikte vooraan / achteraan: 15 / 16 / 18 / 19 / 22 Frontplaatvoegen zijdelings: 0 20 mm Deurindeling Geleidingsbanen eenbanig / tweebanig Aantal deuren 1 (uitsluitend eenbanig) / 2 Volgorde deuren linker- achter rechterdeur / rechter- achter linkerdeur Deurbreedte identieke deurbreedte / identiek aanzicht Overlapping 0 60 mm Afstand afstand van de deuren onder elkaar is vast ingesteld op 10 mm SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 75 / 142

3.14.12 Wing Line 170 Indeling Scharnier aan rijboring uitrichten: aan / uit Soort constructie: aanslag links / aanslag rechts / dubbele deur vanaf 640mm kastbreedte wordt de dubbele deur automatisch gekozen. Dikte: 15-28 mm Scharnier Aantal: Optimaal aantal: Indeling: Kantafronding: Openingshoek: aantal scharnieren informatieveld, het optimale aantal kan op eigen gevaar worden onderschreden. Een waarschuwingsmededeling verschijnt. indeling van de scharnieren in de deur wordt bedacht bij de berekening C-maat / afstandsplaat, maar niet ingetekend openingshoek van de deur In de catalogus kunnen de verschillende vouwdeurscharnieren voor de vouwdeuren worden geselecteerd. De bevestigingspositie van de geleidingsstang aan de bovenste bodem wordt niet bekeken. 76 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

3.14.13 Wing Line 26 Indeling Scharnier aan rijboring uitrichten: Soort constructie: Dikte: Tussenvoegen: Opdek links: Opdek rechts: aan / uit aanslag links / aanslag rechts / aanslag rechts en links Vanaf 500mm kastbreedte wordt aanslag rechts en links automatisch geselecteerd. 15-28 mm 1 5 mm 1 15 mm 1 15 mm Scharnier Aantal: Optimaal aantal: Indeling: Kantafronding: Openingshoek: Aantal scharnieren informatieveld, het optimale aantal kan op eigen gevaar worden onderschreden. Een waarschuwingsmededeling verschijnt. indeling van de scharnieren in de deur wordt bedacht bij de berekening C-maat / afstandsplaat, maar niet ingetekend steeds met Intermat 110 scharnieren In de catalogus kunnen de verschillende vouwdeurscharnieren voor de vouwdeuren worden geselecteerd. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 77 / 142

3.15 Greeppositionering bij schuif- en vouwdeurkasten 3.15.1 Positioneringsmogelijkheden Handboek SelectionProfessional Grepen en knoppen kunnen op de frontplaten worden gepositioneerd zoals bij schuiflades of deuren. Door de volgorde van de deuren ontstaan echter wel verschillen. 3.15.2 Afloop greeppositionering 1) Schuif- of vouwdeurfront in de onderdeel-modus rood markeren. 2) Grepen/knoppen/selecteren/wijzigen in de assistent selecteren. De kast wordt in het vooraanzicht getoond. 3) Verschillende positionering van de grepen op de frontplaat. Vooral bij schuif- of vouwdeuren met verschillende deuren is het noodzakelijk de grepen op verschillende plaatsen te positioneren. In de standaard-modus worden de grepen steeds dadelijk op alle rood gemarkeerde frontplaten geplaatst. Om dit te vermijden kunnen de frontplaten apart worden geselecteerd. Afloop: Eerst zijn alle frontplaten rood gemarkeerd. Voor de linkerschuifdeur moet de greeppositie worden geselecteerd. Daarvoor worden de middelste en rechterschuifdeur met een muisklik geselecteerd en daardoor gedeactiveerd. Vervolgens wordt de greeppositie voor de nog rood gemarkeerde deur geselecteerd (b.v. centrisch links) en m.b.v. het groene vinkje bevestigd.zo gaat men ook tewerk voor de andere deuren. En zo kunnen de grepen individueel op de frontplaat worde gepositioneerd. 78 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

3.16 Konstruktionstypen 3.16.1 Soorten constructies Voor keukenconstructies werd een apart bereik gecreëerd. Deze constructies zijn extra op het keukenbereik afgestemd. Dat betekent bijvoorbeeld dat alle maten van de kast reeds aan een optimale keukenomgeving werden aangepast. De keukenconstructies werden in de bereiken Onderkast / Bovenkast / Hoge kast onderverdeeld. Verder is het bereik Onderkast nog onderverdeeld in de bereiken Standaard onderkast en Hoekonderkast. Maatvoeringen en constructie details zijn terug te vinden in het handboek SelectionProf_Bibliotheek_DE.PDF. 3.16.2 Volledige cirkel draaibeslag Invoeren / selecteren in SelectionProfessional Kastmaten Inbouwsituatie: Beslagtype selecteren 750 Arena, 750 draad, 750 draad wit, 650 draad wit In de catalogus moet eventueel enkel nog het overeenkomstige toebehoren worden geselecteerd. Breedte: Maat A Kastzijwand links/vooraan: Maat B Deurbreedte: Volledige buitenbreedte van de kast. Diepte van de kastzijwanden aan de buitenkant. Deze hebben steeds dezelfde maat. Maat C De deurbreedte is een informatieveld en resulteert uit de breedte van de kastzijwand links / vooraan. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 79 / 142

Constructie-informatie: De kast wordt met een rugwand van 8mm geproduceerd. De achterste rugwand wordt met 16/18/19 plankdikte geconstrueerd. Sokkel Bij een afgeschuinde kast ontstaat een bijzondere situatie i.v.m. de sokkelterugsprong. De sokkelterugsprongmaten (van vooraan) hebben normaal gezien betrekking op een hoek van 90 van de onderste plank tot de voorkant van de sokkel. Wanneer bij een afgeschuinde kast dezelfde maat zou worden aangegeven als bij een normale onderkast zouden beide sokkelplaten niet samenpassen. In het programma kan daarom de terugsprongmaat met betrekking tot de kastzijwand worden aangegeven. De afstand in de hoek van 90 wordt als informatietekst uitgegeven. Informatie i.v.m. het beslag Bevestiging bovenste bodem: Gecentreerde boring (D=5mm, T=8mm) + 3 schroefgaten. Bevestiging onderste bodem: 3 schroefgaten. Om de maat beter te vinden en de asplaat beter te positioneren, werd een centreerpunt in het midden van het beslag geplaatst. Hier is geen bevestiging of boring noodzakelijk. Scharnierselectie: Draaibeslag: Voor de constructie van de deur zijn hoekscharnieren (W45) noodzakelijk. Deze kunnen overeenkomstig in de catalogus worden geselecteerd. Het volledige cirkel draaibeslag kan m.b.v. de catalogus worden geselecteerd. In de set zijn reeds twee draaiplanken inbegrepen en hoeven niet extra te worden geselecteerd. 80 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

3.16.3 Segmentcirkel draaibeslag Het segmentcirkel draaibeslag is identiek met het volledige cirkel draaibeslag wat betreft kastmaten en beslagselectie. 3.16.4 Driekwartcirkeldraaibeslag Invoeren / selecteren in SelectionProfessional Kastmaten Inbouwsituatie: Beslagtype selecteren 700 Arena, 820 Arena, 700 draad, 820 draad, 700 draad wit, 820 draad wit. In de catalogus moet eventueel enkel nog het overeenkomstige toebehoren worden geselecteerd. Kastzijwand links/vooraan: Maat A Diepte van de kastzijwanden aan de buitenkant. Deze hebben steeds een identieke maat. Openingsbreedte: Maat B Sectormaat voor de deur. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 81 / 142

Frontangaben Deurversies: De deuren kunnen in verschillende soorten constructies worden uitgevoerd: Identiek Links kort Rechts kort Vouwdeur aanslag links Vouwdeur aanslag rechts Informatie beslag De opties Identiek, Links kort en Rechts kort worden met normale Intermat scharnieren (125-165 openingshoek) gerealiseerd. De opties Vouwdeur aanslag links en Vouwdeur aanslag rechts worden in de combinatie van een groothoekscharnier en een speciaal vouwdeurscharnier gerealiseerd. 82 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

3.16.4 Hoekkast Revo 45 Invoeren / selecteren in SelectionProfessional Kastmaten Kasthoogte: De kasthoogte is bij de Revo 45 en 90 niet 1:1 te vergelijken met de kasthoogte van een normale onderkast. Bij de Revo 45/90 draaien de frontplaten in de kast bij het openen. Beide constructies hebben daarom geen bovenste plank. De frontplaat heeft een voeg met betrekking tot de bovenste plank. Wanneer een Revo 45/90 kast met dezelfde hoogte als een normale onderkast zou worden geconstrueerd, zouden de twee frontplaten onderaan verspringen. De normale onderkast heeft een opdek op de onderste plank. De frontplaat van de Revo 45/90 heeft een terugsprong in verhouding tot de onderste plank (voeg). A = Hoekonderkast Revo 90/45 H = 747mm B = Normale onderkast H = 720mm 1 = Onderste plank hoekkast 2 = Onderste plank normale kast C = Opdek onderste plank Opdek = 16mm, voeg = 4mm 11mm = Speling tussen deur en onderste plank bij de Revo 90/45 27mm = Versprong van de kasthoogte, 720mm + 27mm = 747mm SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 83 / 142

Kastbreedte: De kastbreedte en de zijdelingse diepte zijn algemeen geldend vastgelegd en kunnen niet worden gewijzigd. Ze zijn op de optimale waardes van het beslag afgestemd. Frontplaat: Een houten frontplaat wordt recht gemonteerd. De frontplaat met edelstaal finish wordt niet bekeken. De maten van de frontplaat zijn vast afhankelijk van de zijwanddikte. Zijwanddikte A - Openingsbreedte B - Deurbreedte 19 454 446 18 456 448 16 458 450 84 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

Onderste plank / sokkel De onderste plank springt 40mm terug opdat ze optisch van buitenuit niet zichtbaar is. Daarom moet ook de zijwand worden uitgeklonken. De sokkel verspringt overeenkomstig met de onderste plank verdere 10mm naar achter. A = Onderste plank, terugsprong met waarde x1 B = Sokkel, terugsprong met waarde x2 C = Deur Zijwand uitklinken = 11mm + dikte van de onderste plank SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 85 / 142

3.16.5 Hoekkast Revo 90 Invoeren / selecteren in SelectionProfessional Kastmaten Inbouwsituatie: Er kan worden gekozen tussen de kastmaten 800*800 en 900*900. Kasthoogte: Uitgangsbasis analoog Revo 45. Kastbreedte: Bovenste plank Onderste plank / sokkel: De kastbreedte en diepte van de zijwand zijn algemeen geldend vastgelegd en kunnen niet worden gewijzigd. Ze zijn afgestemd op de optimale waardes van het beslag. Bij de Revo 90 is geen bovenste plank voorhanden. De constructie van de terugsprongmaten voor de onderste plank en de sokkel is identiek met die van de Revo 45. 86 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

3.16.6 Halve cirkel draaibeslag Invoeren / selecteren in SelectionProfessional Linker- / rechteruitvoering Het halve cirkel draaibeslag is beschikbaar in linker- en rechteruitvoering. De constructie is spiegelbeeldig. De beslagen zijn voor beide versies identiek. Linkeruitvoering Rechteruitvoering Kastmaten Inbouwsituatie: Breedte: Deurbreedte: Inbouwbreedte: Openingsbreedte deur: Diepte: Er kan worden gekozen tussen 850 Arena, 850 draad, 750 Arena. Maat A, breedte van de kast. Maat B, breedte van de deur. Maat C, informatieveld, niet veranderbaar, belangrijk voor de aansluiting van de volgende onderkast. Maat D, informatieveld, niet veranderbaar. Maat E, kastdiepte SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 87 / 142

Verband tussen de maten Wordt de kast in de breedte gewijzigd (maat A) moet de inbouwbreedte (maat C) eveneens worden gewijzigd. De deurbreedte (maat B) blijft gelijk. Wordt de deurbreedte (maat B) gewijzigd moet de kast in de breedte (maat A) eveneens worden gewijzigd. De inbouwbreedte blijft gelijk. Blinde hoek Zichtbare hoeklengte 0 = hoeklengte A Zichtbare hoeklengte 90 = hoeklengte B Informatie deurstijl: de deurstijl heeft een constante maat. Frontplaatgegevens Hoogte scharnier onderaan / hoogte scharnier bovenaan: De scharnierposities worden van onderaan opgegeven. Let er wel op dat het tot geen conflict komt met de bevestigingsstukken van de draaias. 88 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

4. Funktie omschrijving CAD deel 4.1 Inleiding CAD deel In het Designer gedeelte van Selection Professional kunnen de kasten volledig worden geconstrueerd, gewijzigd en opgeslagen. Ook de automatische dimensionering met behulp van de documentenmanager kan vanuit de Designer worden opgestart. Het AutoCAD bereik wordt vooral voor de volgende opdrachten gebruikt: - Exacte 3D aanzicht en afbeelding met alle details van de beslagen en constructieve elementen. - Dimensionering van afzonderlijke geselecteerde onderdelen. - Aanzichtdimensionering van de kast. - Export van de kast in het DWG/DXF formaat. - Uitprinten / plotten van de kast. De ruimteplanning is gebaseerd op het AutoCAD systeem en wordt daarom ook vanuit de AutoCAD omgeving opgeroepen. 4.2 AutoCAD oppervlakte 4.2.1 Menu functies Bestand Nieuw Import Export Printen Instellingen Afsluiten Maakt een nieuwe lege pagina. AutoCAD tekeningen kunnen worden ingelezen. AutoCAD tekeningen kunnen werden geёxporteerd. De huidige tekening kan worden geprint. AutoCAD instellingen, hier mogen geen wijzigingen worden aangebracht. Sluit het programma af. Selection Professional wordt correct via de Designer afgesloten en niet via deze AutoCAD functie. Bewerken Ongedaan maken Maakt een functiestap ongedaan. Herhalen Herhaalt een functiestap. Info CAD Informatie over een bouwdeel. Info Designer Informatie over een bouwdeel. Kast verwijderen Verwijdert een complete kast. Kast uit lijst verwijderen Verwijdert bij meerdere ingevoegde kasten een bepaalde kast. Bouwdeel verwijderen Verwijdert afzonderlijke lijnen, maten, decoratieve elementen, enz. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 89 / 142

Beeld Aangeven-details Tekenings-.. Zoom > BKS-symbool aan/uit Pan Zijkanten afdekken 3D draadlichaam 3D oppervlakweergave Kleurweergave Elementen isoleren Elementen uitlichten Alle tonen Assistent Stelt de aangegeven details in. Bij een lage weergave wordt vooral bij complexere constructies een snelheidsvoordeel bereikt. Laag = Vormen van de kast weergeven, geen beslagen. Middel = Ook de beslagen tonen. Hoog = Ook beslagen en boorgaten tonen. Stelt de verschillende AutoCad-beelden in. Verschillende vergrotings- en verkleiningsmogelijkheden. Schakelt het coordinaten kruis aan/uit. Tekening verschuiven. Stelt een afgedekt aanzicht zien van de kast. Deze instelling wordt niet automatisch overgenomen met het printen. Stelt een radius duidelijker zichtbaar, omstelling van afdek modus in draad modus. Kleurt de oppervlakte in Weergave van de konstruktie in de gekozen oppervlakte. Weergave van het gekozen bouwdeel. Weergave uitlichten van losse zijwanden of wanden. Alle uitgelichte losse zijwanden of wanden worden weer weergegeven. Als de Assistent uitgeschakeld is, kan hij via deze functie weer worden aangezet. Componentendimensionering> Hier kan de componentendimensionering worden gekozen. Handbemating Meten Beeldweergave op > Tekst Toolbox > Bematingsfunctie voor kastdelen. Meet een aangegeven afstand. Stuurt de beeldscherminhoud naar de printer. Kan ook als bestand worden opgeslagen. Voegt een tekst toe aan de tekening. Bevat eenvoudige tekencommando s. Venster In Selection Professional is er een hoofdvenster, waarin de actuele Designer tekening wordt getoond. Dit mag nooit worden gesloten. Daarnaast kunnen nog meer vensters worden geopend, om parallel naast de Designer constructie een ruimteplanning te maken. De afzonderlijke vensters worden in het menu getoond.? Informatie over Selection Professional. 90 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

4.2.2 AutoCAD icon functies De iconen worden van links naar rechts beschreven. ie Icons werden von links nach rechts beschrieben. - Nieuwe opdracht beginnen. - Opent een beschikbaar bestand, of zoekt ernaar. - Slaat het actieve bestand op met de actuele naam, opslagplaats en bestandsformaat. - Print de actieve tekening. Om printopties te kiezen, klik in menu Bestand op printen. - Handeling ongedaan maken. Gaat in de handelingenlijst telkens een stap terug. - Handeling herhalen. Herhaalt de zojuist uitgevoerde handeling. - Na klikken op de toets, wordt de volledige constructie op het beeldscherm getoond. - Na klikken op de toets, kunt u een domein uit de constructie vergroten. - Na klikken op de toets, wordt het beeldschermaanzicht van de constructie vergroot. - Na klikken op de toets, wordt het beeldschermaanzicht van de constructie verkleind. - Zoom. Als u de linker muistoets ingedrukt houdt, kan in het beeldschermaanzicht worden gezoomd. - Pan functie. Als u de linkermuistoets ingedrukt houdt, kan het beeldschermaanzicht met de muis worden verschoven. - Bovenaanzicht. Aanzicht van de constructie van boven. - Zijaanzicht links. Aanzicht van de constructie van links. - Zijaanzicht rechts. Aanzicht van de constructie van rechts. - Vooraanzicht. Aanzicht van de constructie van voor. - Achteraanzicht. Aanzicht van de constructie van achter. - Isometrie-aanzicht zuidwest. - Isometrie-aanzicht zuidoost. - Isometrie-aanzicht noordoost. - Isometrie-aanzicht noordwest. - 3D Orbit. In dit aanzicht kan de ruimte vrij in elke richting worden gedraaid. - 3D Draadlichaam. - Kanten verbergen. - 3D Oppervlakweergave. - Kleurweergave. - Lichtsymbool aan/uit. - Bouwdeel verwijderen. Verwijdert een volledige kast. - Na klikken op de toets, kan de te verwijderen constructie worden gekozen. - Na klikken op de toets, kunt u het gemarkeerde bouwdeel verwijderen. Klik op de knop. Het cursoraanzicht verandert. Markeer een bouwdeel en druk de return-toets. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 91 / 142

- Na klikken op de toets, kan u een tekstbox in het beeldscherm oproepen en een tekst naar keuze ingeven. - Meten van een afstand tussen twee punten. - Handbemating van de tekening. - Uitgerichte bemating van de tekening. - Bemating gaat verder vanaf eerst gekozen punt. - Bemating van boor diameter etc.. - Bouwdeelbemating. Maakt een gemeten tekening van een gekozen bouwdeel. - Gemeten artikel in X-richting draaien. - Gemeten artikel in XY-richting draaien. - Met deze functie komt u na een bemating terug bij het uitgangsbeeld. - Isoleert een bouwdeel, zodat deze kan worden weergegeven. - Artikel verschuiven. Met deze functie kunt u het gekozen artikel vrij in de ruimte verschuiven. - Artikel draaien. Met deze functie kunt u het gekozen artikel vrij draaien. Kies daarvoor eerst een draaipunt met de muis en draai dan het artikel rond dit punt. - Voegt een artikel opnieuw in. 4.3 Opdracht Ruimteplanner Met deze functie kan een nieuwe ruimte gepland worden of veranderingen worden doorgevoerd aan bestaande opdrachten die gemaakt zijn met de Ruimteplanner. Er wordt een voorbeeld weergegeven van de ruimte die al eerder is opgeslagen. Ook kunnen er gegevens ingevoerd worden zoals kommissie, naam eind klant, naam van de ontwerper. 92 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

4.3.1 Vergelijk van de separate opslaan mogelijkheden in SelectionProfessional Opslaan in de Designer Bestand > Export in Designer Opdracht / project starten Bestand > Export in SelectionCAD In de Designer wordt de kast opgeslagen die ontworpen is. Deze kast wordt in een vooraf gedefiniëerde locatie opgeslagen en wel in C:\Selection\User\CAD (C:\Selection is de directory waar het programma SelectionProfessional geinstalleerd is). Om een kast op een andere computer met SelectionProfessional te openen moet deze eerst geëxporteerd worden. De kast hoeft hiervoor niet in de Designer geopend te worden. Wordt de functie Export uit het menu van de Designer gekozen, dan moet eerst de te exporteren kast gekozen zijn. Vervolgens moet de directory worden aangegeven waar deze dan moet worden opgeslagen. Vervolgens kan een kast dan op een andere computer via Bestand > Import in de directory gekopiëerd worden. De kast kan vervolgens geopend en bewerkt worden. Om een nieuwe ruimteplanning te maken, moet u gebruik maken van de functie Opdracht / project starten. Hierbij worden alle informatie voor deze opdracht in één databank vastgelegd. Om een ruimte op een andere computer, met SelectionProfessional, te openen, moet deze eerst geexporteerd worden. De betreffende ruimte moet hiervoor wel geopend zijn. Nadat de functie Export uit het menu is gekozen, kan elk gewenste directory gekozen worden. Aansluitend kan deze ruimte op een andere computer via het menu Bestand > Import in SelectionCAD geopend worden. Als deze ruimte in de toekomst via Opdracht / project openen geopend dient te worden, moet deze eerst via Opdracht / project opslaan opgeslagen worden. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 93 / 142

4.3.2 Opdracht / project starten Om een nieuwe opdracht te beginnen is het verstandig om met de Ruimteplanner eerst een ruimtelijke situatie te creëren. Anders is het niet mogelijk om extra informatie bij deze ruimtelijke situatie op te slaan. Na het oproepen van deze functie komt er een dialoog scherm met Opdracht opslaan geopend. Hier worden opdrachtsnaam (1) en extra informatie (2) ingevoerd en vervolgens d.m.v. de butten met het groene vinkje opgeslagen. De opdrachtsnaam verschijnd vervolgens in de opdrachtslijst (4). Het voorbeeld (3) wordt gecreërd door de ruimtelijke situatie die in het SelectionCAD deel ontstaan is. Hierbij wordt geen rekening gehouden dat aangegeven is dat er bijvoorbeeld wanden niet getoond dienen te worden. In de lijst van laatst geopende opdrachten (5), worden alle opdrachten weergegeven, die als laatste geopend zijn. 94 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

De menu lijst (6) is als volgt opgebouwd: Verwijderen bestaande opdrachten. Nieuwe directory aanleggen in de opdrachtslijst. Actualiseren van opdrachtslijst. Opdracht zoeken. Help. 4.3.3 Opdracht / project laden Met de functie Opdracht / project laden kunnen alle aanweze ruimtelijke situaties geopend worden. 4.3.4 Opdracht / project opslaan Met de functie Opdracht / project opslaan worden wijzigingen doorgevoerd in de geopende ruimtelijke situatie. De bestaande opdracht wordt overschreven. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 95 / 142

4.4 Bemating 4.5 Bouwdeeldimensionering Met de toets Bouwdeeldimensionering kast (zijwanden, legplanken, deuren enz.) van maten voorzien. kunt u verschillende onderdelen van een Wanneer u de toets Bouwdeeldimensionering aanklikt, dan verandert de muisweergave in een klein hokje. U moet nu met het hokje exact een lijn van het gewenste bouwdeel aanklikken (zie beeld onderaan). Daarna wordt het gemeten bouwdeel getoond. Voor een verdere bemating klikt u opnieuw op de toets Bouwdeeldimensionering en kunt u een nieuw bouwdeel kiezen. Om de bemating af te sluiten, klikt u gewoon op de toets Dimensionering terug. Met de button Bemating artikel draaien X kunnen de uitgekozen bouwdelen gedraaid worden. en Bemating artikel draaien XY Het soort bemating in het menu kan via Extra s / Bouwdeeldimensionering / Instellingen. worden ingesteld. Stijl Absoluut Relatief = Absolute bemating van de onderste linker korpuszijde. = Relatieve/ketting bemating van boring naar boring. 96 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

Eenheid mm Inch = Weergave van de bemating in mm. = Weergave van de bemating in Inch. Helpteksten weergeven = als deze optie geactiveerd is, wordt informatie zoals diepte(s), boordiameter(s) of freesdiepte(s) etc., weergegeven. 4.5.1 Bemating aanzicht Met de toets Lineaire bemating of Diagonale bemating kunt u eigen bematingen uitvoeren. Zo kunt u bijv. het vooraanzicht van de kast kiezen en de kast zelf van maten voorzien. Daarvoor moet u de functie kiezen en eerst een startpunt van de bemating vastleggen. Klik daarvoor op een korpuskant en bepaal het begin van de bematingslijn, daarna wordt het eindpunt van de bemating vastgelegd en tenslotte de positie van de bematingslijn. Het programma ondersteunt u met automatische vangfuncties. Dat wil zeggen, dat het einde van een lijn automatisch wordt gezocht en gevonden. Dat kunt u zien aan een kleine paarse rechthoek. Als u dit ziet, moet u alleen nog op de linkermuistoets drukken, zo wordt het eindpunt vastgelegd. Met de button Bemating doorlopend kunt u een doorlopende bemating voornemen. Met de button Diameter kunnen polygonen en cirkels van maatvoering voorzien worden. Met de button Bemating kunnen aanzichten van maatvoering voorzien worden. De aangegeven afstand kan in het AutoCAD dialoogvenster afgelezen worden. Met de gutton Tekst kan tekst informatie in het aanzicht worden toegevoegd, maar ook uitgeprint worden. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 97 / 142

4.5.2 Kast aanzichten Via het menu Aanzicht- / Aanwijzingsdetails kunt u de details van de aanzichten in stellen. - Laag : Er worden alleen bouwdelen en grepen zichtbaar. Deze detail nauwkeurigheid is uitermate geschikt voor de Ruimteplanning. - Middel : Er worden bouwdelen, grepen en beslag zichtbaar, zonder bewerkingen in het plaatmateriaal zichtbaar. - Hoog : Er worden bouwdelen, grepen en beslag zichtbaar, inclusief bewerkingen in het plaatmateriaal zichtbaar. Via de Aanzichts button of het menu Aanzicht/Tekeningsaanzichten kunt u een kastaanzicht kiezen. Via Kanten verbergen krijgt u het verborgen aanzicht van de kast. Via 3D Oppervlakte weergave ziet u dan een ingekleurd aanzicht van de kast. 98 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

4.6 Uitprinten/Plotten Om de volgende verklaringen m.b.t. uitprinten/plotten te kunnen uitvoeren is het belangrijk dat u eerst een kast heeft ontworpen in SelectionProfessional. Beeldschermindeling Alles wat op het beeldscherm kan worden getoond kan ook worden uitgeprint. Dit kan een aanzicht zijn als perspectief of onderdelen met bemating of ruimtelijke situaties zijn. Voordat u een tekening uitprint, is het zinvol die op het beeldscherm zo te tonen zoals die later moet worden uitgeprint. Moet bijvoorbeeld een kast worden uitgeprint in het perspectief dan moet de tekening als onderstaand er uitzien. Een tekening zo plaatsen zoals onderstaand getoond, kunt u het snelst door op de knop volledig aanzicht te printen. Wilt u echter slechts een sector van de kast uitprinten, bijv. alleen een hoekverbinding, dan kunt u de button Zoom venster gebruiken. Als bij een kast de verdekte zijden, niet geprint hoeft te worden, dan moet u via de button Zijden bedekken of via het menu Aanzicht / zijden bedekken deze eerst uitgeschakeld hebben. Ook als u de tekening ingekleurd wilt printen dient diet vooraf te hebben plaatsgevonden. De print is altijd hetzelfde als de presentatie op het beeldscherm. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 99 / 142

Functie-oproep Nadat uw tekening op de juiste plaats op het beeldscherm staat, klikt u op de knop Plotten of in het menu op Bestand / Printen. Het venster Plotten gaat dan telkens open. Hier kunnen alle belangrijke gegevens voor het uitprinten worden ingesteld. Selectie printer Bij plotterconfiguratie (1) moet naast het veld Naam uw printer staan. Wanneer in dit veld Naam Geen staat, klikt u rechts op het pull-down-menu (2) en selecteert uw printer. Nu is uw printer/plotter geselecteerd en ingericht. Papierformaat: (3) Hier kan het papierformaat worden geselecteerd. De grootte is afhankelijk van de mogelijkheden van de printer/plotter. Plotbereik : (4) In het pull-down-menu staan de opties scherm, venster, grenzen. Scherm: Is dit geselecteerd wordt precies de actuele inhoud van het beeldscherm uitgeprint. Venster: Na de selectie van dit punt kan via de knop Venster een bepaalde afdruksector worden bepaald. 100 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

Grenzen: Bij dit punt worden tekeningen compleet geprint. Als er vooraf is ingezoomd dan wordt hier geen rekening mee gehouden. Plotschaal: (5) Hier kan een schaal worden ingevoerd. Aangepast, zorgt ervoor dat de tekening optimaal op het tekenblad staat. Daarnaast kunnen schalen zoals bijv. 1:2, 1:4 enz. worden geselecteerd. Plotafstand: (6) Werd de optie Plot centreren geselecteerd, wordt de tekening optimaal op het blad m.b.t. hoogte en breedte geplaatst. Gegevens in x en y zorgen voor een zijrand met de ingevoerde maten. Voorbeeld (7): Hier wordt op het beeldscherm weergegeven hoe de print, op papier, er later uit ziet. Pagina instelling (8): Hier kunnen instellingen worden gewijzigd in het plot dialoog. Ook een naam kan worden toegevoegd, druk hiervoor op de button Toevoegen en geef de gewenste naam in. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 101 / 142

Verdere opties: Via de button kunnen extra opties geopend worden. Richting van de tekening: (9) Toont de formaat richting van het papier. Opties van het aanzichtsvenster schaduwen (10): Hier wordt het schaduw niveau en de kwaliteit van de afdruk vastgesteld. Schaduw afdruk: Hier kunnen verschillende soorten schaduwen ingesteld worden. Kwaliteit: Hier kunnen verschillende kwaliteit niveaus worden ingesteld. Bij Gebruikers specifiek kan de DPI waarde ingesteld worden. Plotter stijl tabel (11): Hier kunnen verschillende plotstijlen uitgekozen worden. Hier kunnen geen veranderingen worden doorgevoerd. Plot opties (12): Hier staan verschillende opties ter beschikking zoals: 102 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

Plotten op achtergrond: bij aktivering wordt de printopdracht in de achtergrond uitgevoerd. Plotten met stijl: aktiveerd de plotter stijl tabel. Plotter markeringen aan: hier kunnen markeringen, zoals datum, tekeningnaam, etc. vastgelegd worden en op de tekeningen geprint worden. Veranderingen in layout opslaan: wijzigingen worden in de layout opgeslagen. Voorbeeld 1 U wilt de vooraf gekozen kast uitprinten. Kies hiervoor in het menu Bestand printen uit. Kies vervolgens de gewenste printer (2). Vervolgens kiest u het gewenste papierformaat (3), bijvoorbeeld A4. Druk nu op de button Afdrukvoorbeeld (7). Op het beeldscherm ziet u nu de tekening die op het A4 papier kan worden uitgeprint. U verlaat dit venster weer door met behulp van de rechter muistoets en kiest dan Invoer beëindigen, of u drukt op de Esc toets. Om de tekening uit te printen, drukt u vervolgens op het venster Plotten en dan op de button OK. Voorbeeld 2 U kunt natuurlijk niet alleen kast aanzichten uitprinten, maar ook separate bouwdelen. In onderstaand voorbeeld gaan we een korpus zijwand uitprinten. Druk op de button Bouwdeel bemating en markeer met het kleine vierkantje een korpus zijwand. U ziet vervolgens alleen de zijwand met alle bematingen. Druk vervolgens op de button Zoom alles. Start vervolgens zoals aangegeven bij voorbeeld 1 de voortgang om deze zijwand uit te printen. Met de muis kunt u nu een deel kiezen welk uitgeprint dient te worden. Hiervoor gaat u met de muis vanuit de linker bovenhoek naar de rechter onderhoek om het uit te printen gebied te markeren, houdt hierbij de linker muis toets ingedrukt. Vervolgens ziet u het de plotdialoog. Het rechthoekige bereik, is het bereik dat later geprint zal worden. Door op de button Venster te drukken kan het gebied opnieuw gedefiniëerd worden. Als u nu weer op de button Afdrukvoorbeeld (7) drukt, wordt het door u gemarkeerde gebied weergegeven. U verlaat dit venster weer door op de rechter muistoets te drukken en op het venster Beëindigen te drukken. Om de tekening uit te printen, druk op de button OK. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 103 / 142

5. Documentenmanager 5.1 Grondbeginsel De Documentenmanager biedt de mogelijkheid om de gegevens voor de productie verzameld uit te printen De weergave en de omvang van de gegevens kunnen hierbij door de gebruiker gedefiniëerd worden. Als alternatief zijn er ook al voorgedefiniëerde voorbeelden beschikbaar. Volgende informatie kan worden uitgeprint: Aanzicht van voor, boven en zijkant met of zonder bemating. 3D-explosietekening of 3D-perspektief aanzicht. Alle bouwdelen met absolute- of doorlopende bemating. Zaagstaten. Beslag-bestellijst. 5.2 Documentenmanager starten Aan het einde van de constructie kunt u de Documentenmanager starten via de link Documentenmanager. Deze link vindt u in het 3D-aanzicht van de Designer in de Assistent Uitgave of in de CAD-Assistent CAD. Assistent voor de documentenmanager Algemeen 1 Info 2 Terug 3 Opslaan 4 Afbreken 5 Hulp 6 Menu 104 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

5.3 Documentenmanager meteen starten Om de uitgave van de documentenverzameling meteen te starten, kiest u een van de al gedefiniëerde ontwerpen uit de lijst (1) en klikt u op Opslaan. Daarna start het genereren en wordt de documentenverzameling automatisch aangemaakt. Aan het einde opent de documentenpresentatie zich automatisch. Als de gegevens moeten worden uitgeprint, klik dan a.u.b. op het kleine printersymbool bovenaan links in de menubalk. Om af te sluiten, a.u.b. op X klikken. 5.4 Nieuw ontwerp aanmaken Om een nieuw ontwerp aan te maken, voert u in het veld (1) eerst een nieuwe naam in en klikt dan op Opslaan. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 105 / 142

5.4.1 Dimensionering van de aanzichten Aansluitend worden de instellingen van de eerste bladzijde over genomen.. 1 Definitie explosietekening 2 Definitie frontaanzicht 3 Definitie zijaanzicht 4 Definitie bovenaanzicht Verder met Opslaan. 5.4.2 Lay-out Bij de tweede scherm wordt ingesteld in welk aanzicht de kasten moeten worden weergegeven evenals welke bemating moet worden toegepast. 1 Indeling pagina 2 Definitie dimensionering 3 Tonen van hulpteksten, bijv. boordiameter, boordiepte Verder met Opslaan. 106 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

5.4.3 Pagina formaat Bij het laatste scherm worden de formaat gegevens van de pagina vastgesteld. 1 Definitie paginaformaat 2 Definitie paginagrootte 3 Definitie paginaranden 4 Tonen van de positie van het bouwdeel in het korpus aan elk afzonderlijk deel 5 Aantal bouwdelen per pagina Verder met Opslaan. 5.4.4 Uitgave Aansluitend volgt automatisch het genereren van de document gegevens. 5.5 Ontwerp bewerken Om een bestaand ontwerp te wijzigen, kiest u het te wijzigen ontwerp uit de lijst (1) en klikt u op Opslaan. Het verdere verloop is identiek aan dat bij het maken van een nieuw ontwerp. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 107 / 142

5.6 Bestaand ontwerp wissen Handboek SelectionProfessional Om een ontwerp te wissen, moet u dit in de lijst (1) selecteren en dan op Wissen (2) klikken. 5.7 Zaagstaat Via de link Zaagstaat aan de linkerzijde van het scherm bij de Assistent, vindt u een gecummuleerde zaaglijst van alle benodigde bouwdelen. 5.8 Hettich bestellijst Via de link Hettich bestellijst aan de linkerzijde van het scherm bij de Assistent, vindt u een gecummuleerde Hettich bestellijst van alle benodigde meubelbeslag. 108 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

6. Ruimteplanningsfuncties 6.1 Inleiding Met de Ruimteplanning als planningstool is het mogelijk om de met Selection gebouwde kast in een ruimtesituatie weer te geven. Anders dan bij de bekende 3-D planningssystemen, wordt de gebruiker hier via ergonomische Assistenten door het programma geleid. De hoofd functies van de Ruimteplanning zijn: Parametrische schets-keuze voor wanden, aanmaak in 3D. Klaarmaken van basis plattegrond configuratie d.m.v. een eenvoudige wand, verschillende basisontwerpen met een gewone wand, L-wand of U-wand. Toevoegen van verschillende raam- en deurelementen. Vastleggen van vloer- en plafondoppervlakken. Weergave in verschillende perspectieven, isometrie en vluchtpunt. Mogelijkheid om kast- en decoratieve elementen in te voegen. Toevoegen van werkbladen, plinten, kranslijsten, passtro(o)k(en) en zijwanden. 6.2 Start der Raumplanung De Ruimteplanning wordt vanuit het programman SelectionCAD opgestart. Vanuit de Designer kan de CAD via de Assistent CAD/Ruimteplanning worden gestart. Via de link Ruimteplan wordt de Ruimteplanning-Assistent opgeroepen. Voor de start van de Ruimteplanning moet altijd de functie Nieuwe ruimteplanning worden opgeroepen. Daardoor onstaat er een leeg venster. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 109 / 142

6.3 Wand bepalen Handboek SelectionProfessional Begin met de functie Wand bepalen. De Assistent voor de Ruimteplanning biedt verschillende instellingsopties: 1. Definitie van het wandtype. 2. Hier wordt de maat voor het vastleggen van de lengte bepaald: a) Buitenzijde wand. b) Midden wand. c) Binnenkant wand (op voorhand vastgelegd). 3. Wandhoogte en wanddikte bepalen. 4. Hier worden de wandlengtes voor de betreffende wanddelen aangegeven. 5. Wand sluiten: Het begin- en eindpunt van de wand worden automatisch met elkaar verbonden en zo wordt de ruimte afgesloten. 110 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

Vloer: Er wordt een vloer aan de ruimte toegevoegd. Plafond: Er wordt een plafond aan de ruimte toegevoegd. 6. Wand- en plafondmateriaal opgeven 7. Preview van het gekozen wandtype in de betreffende lengte. Bij materiaalkeuze wordt de oppervlakte bepaald die moet worden weergegeven. Wand type Vrije wandconstructie Wand type Vrije wandconstructie biedt de mogelijkheid om elke vrije wandconstructie te maken. Omdat de weergave van deze wanden complex kan zijn, adviseren wij om eerst naar de optie CAD bovenaanzicht te wisselen. Vervolgens drukt u op Wand definiëren en kiest dan Vrije wandconstructie en voer dan onderstaande stappen door: 1. De toets aanklikken. 2. Het AutoCAD-venster verschijnt. De cursor verandert in een klein kruisje. 3. Leg het startpunt van de eerste wand vast. Daarvoor klikt u gewoon met de muis op een willekeurig punt in het AutoCAD-venster (liefst links onderaan). 4. De wandlengte en het eindpunt van de wand kunt u op drie verschillende manieren bepalen: a) Leg met de muis het eindpunt, de hoek en de lengte van de wand vast. Als hulp ziet u een klein venster, waarin de lengte en de hoek worden getoond und. Als u een correcte instelling heeft gekozen, klik dan met de linker muistoets en de wand wordt getekend. b) U kunt de wandlengte ook direct via een numerieke invoer in de bevelregel vastleggen. Als u bijv. 2000 invoert, dan wordt vanuit het huidige startpunt een 2m lange wand getekend. De hoek richt zich daarbij naar de ingestelde hoek. dabei nach dem aktuell eingestellten Winkel. c) Tekenen van lengtes en hoeken in de rechthoekige modus : Wenst u een rechthoekig verloop van de wanden, dan kunt u dat via de toets F8 op het toetsenbord zo instellen. Drukt u nogmaals op toets F8, dan schakelt u deze functie weer uit. U hoeft nu alleen nog de richting van de wand in x- of y- richting te bepalen en kunt de wandlengte direct SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 111 / 142

invoeren. Naast het louter bepalen van wandlengtes via de muisrichting, kunt u ook exacte hoeken dankzij het invoeren van numerieke gegevens vastleggen. Voer in de Ortho-modus de hoek met een voorafgaand < -teken in, bijv. <30. Daardoor wordt de wand 30 graden van de vorige wand afgebogen. Daarna kunt u de lengte van de schuine wand weer door een numerieke lengtebepaling exact vastleggen. 5. Gebruik voor het volgende wandsegment precies dezelfde methode. Het is ook mogelijk om ronde wanden in te bouwen. Daarvoor moet u in de bevelregel de letters GE voor gebogen invoeren en met de ENTER-toets bevestigen. Daarna wordt het middelpunt van het ronde segment met de muis gekozen. Vervolgens wordt ook het eindpunt van het segment vastgelegd. Als de volgende wand weer recht moet zijn, moet u de letters LI voor lijn invoeren en ook weer bevestigen via de ENTER-toets. Wenst u de wandconstructie af te sluiten, druk dan gewoon op de ENTER-toets en de constructie wordt afgesloten. 112 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

6.4 Ramen / deuren en openingen bepalen Wat betreft ramen, deuren en openingen, wordt eerst de stijl gekozen en vervolgens de dimensies en de richtpunten. De afzonderlijke functies worden hier via het voorbeeld van de deuren uitgelegd. Ze zijn analoog aan de ramen en de openingen. 1) Keuze van de deurstijl (resp. raamstijl en openingsstijl) 2) Keuze van de aanslagzijde 3) Maten: breedte en hoogte bepalen de buitenmaten van de deur. De drempelhoogte bepaalt de afstand tussen onderkant deur en vloer. Bij dubbele deuren wordt er geen rekening gehouden met de aanslagzijde. 4) Deuren (ramen, openingen) kunnen via een bepaalde afstand tot het richtpunt worden vastgelegd (einde wandsegment). 5) Bij de optie Vrije positionering wordt de positie met de muis vrij bepaald. 6) Bij het invoeren van de openingshoek wordt de deur in een overeenstemmende hoek geopend weergegeven. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 113 / 142

Positionering van deuren, ramen, openingen Nadat de instellingen zijn uitgevoerd, worden de gegevens met het groene vinkje bevestigd. Het AutoCAD-venster verschijnt weer. Kies een wand waarin de deur (resp. raam, opening) moet worden ingebouwd. Daarvoor moet exact de lijn van de betreffende wand worden geselecteerd. Afhankelijk of u dichter bij het linkse of het rechtse wandeinde klikt, wordt ook het richtpunt van dit einde uit bekeken. 6.5 Aanpassen van ramen / deuren / openingen Indien u reeds ingevoerde deuren, ramen of openingen nog wilt wijzigen, doet u dat via de functie Ramen, deuren en openingen wijzigen. Daarbij zijn de volgende drie stappen noodzakelijk: 1) Markeer na de functiekeuze de te wijzigen deur / raam/ opening. Daarvoor moet een lijn van deze component exact worden aangeklikt. 2) De betreffende Assistent (deur/raam/opening) wordt geopend. Voer de wijzigingen uit en bevestig met het groene vinkje. 6.6 Verwijderen van ramen / deuren / openingen Ramen, deuren en openingen kunnen via het icoon Bouwdeel verwijderen uit de functielijst worden verwijderd. Daarvoor moet u het icoon Bouwdeel verwijderen kiezen en vervolgens het betreffende bouwdeel (raam,..) met de muis aanklikken. Het verwijderen wordt met de ENTER-toets bevestigd. 114 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

6.7 Wand eigenschappen wijzigen Via de functie Wand eigenschappen wijzigen kunt u achteraf hoogte, dikte, materiaal en locatie van de wand veranderen. Nadat deze functie aangeklikt is, wordt de cursor een klein vierkantje. Met dit vierkantje kunt een lijn aanklikken van een wand, deze wordt dan gestippeld weergegeven. U kunt dus ook meerdere wanden uit kiezen. Zijn alle wanden die gewijzigd dienen te worden uitgekozen, dan moet door de rechter muis toets of met de Enter -toets op het toetsenbord de keuze bevestigen. Vervolgens zal dan het dialoog scherm Wand bewerken zich openen. 1 Veranderd wand hoogte 2 Veranderd wand dikte 3 Veranderd wand materiaal 4 Veranderd wand locatie Via de button met het groene vinkje opgeslagen. worden de wijzigingen doorgevoerd en Als er meerdere wanden gewijzigd dienen te worden dan moet weer de button Wand eigenschappen wijzigen geactiveerd worden. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 115 / 142

6.8 Meubels of toebehoren invoegen 6.8.1 Kast kiezen Onder functie punt 5. Meubels of decoratieve elementen invoegen kunt u de in SelectionProfessional gemaakte kasten in de ruimte situaties invoegen. Bovendien kunt u ook gebruik maken van een bibliotheek, waarin reeds verschillende standaardkasten zijn opgeslagen. Na de functie keuze gaat er een nieuw venster open. Kies de betreffende tekening. Zodra u een bestandsnaam heeft gemarkeerd, wordt in de preview het bijbehorende beeld van het betreffende korpusmeubel getoond. Kies Openen voor de upload van de gekozen kast. 6.8.2 Meubels aan een wand toevoegen Nadat u de gewenste kast uit de bibliotheek heeft gekozen, verandert de cursor in een klein vierkantje. Klik daarna de wand aan, waartegen u het meubel wilt plaatsen. Daarbij is het belangrijk, dat u de wandlijn exact aanklikt. Als u de wand gekozen heeft, dan oriёnteert het korpus zich automatisch langs het wandoppervlak. Het invoegen van de kasten en hun positionering wordt dankzij onderstaande grafiek vereenvoudigd. Huidig invoegpunt van de kast (hier bijv. onderaan / rechts) Door de blauwe oppervakken aan de buitenste hoeken van het kubussymbool aan te klikken, kan het invoepunt van de kast worden bepaald. Het huidige invoegpunt wordt in rood weergegeven. Het wijzigen van de invoegpunten is noodzakelijk resp. zinvol om een kast bijv. exact met de rechter onderhoek in de hoek van een ruimte te plaatsen. 116 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

Het invoegpunt moet in dit voorbeeld de achterste, onderste, rechtse hoek van de kast zijn. Dit oppervlak wordt gekozen en vervolgens toont de rode kleur dat het geactiveerd is. De kast wordt voor de definitieve positionering eerst in de vorm van een kubus voorgesteld, die u naar believen langs de wanden kunt verschuiven. Afhankelijk van de positionering van de wand past de kast zich altijd automatisch aan het wandverloop aan. In het bovenaanzicht kan de kast nu in de wandhoek worden geschoven. Als de linkse muistoets wordt aangeklikt, wordt hij hier geplaatst. Om de kast voor een frontplaat, bijv. uit de hoek, te plaatsen, kan in het veld Afstand 2 een waarde worden ingevoerd. In ons voorbeeld -50mm om de kast naar links te verplaatsen. 6.8.3 Meubels invoegen naast aanwezige componenten (meubels of decoratieve elementen) Is er al een kast ingevoegd, dan kan deze dienen als richtcomponent voor een nieuwe kast. Deze kan dan naar believen rechts/links/voor/achter/boven of onder de reeds aanwezige component worden ingevoegd. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 117 / 142

Werkwijze: Kies een nieuwe kast via de functie Meubels of decoratieve elementen invoegen. Klik met de muis op de reeds ingevoegde kast. Een nieuw venster wordt geopend. Met behulp van de blauwe richtnaalden (1) kunt u de plaats van de nieuwe kast t.o.v. de reeds aanwezige kast bepalen. Klik op de rechtse naald (2) om het artikel rechts in te voegen. Afstand 1 (3) bepaalt een afstand t.o.v. de aanwezige kast. Artikel meermaals invoegen (4) maakt het mogelijk om een zelfde kast direct naast een reeds aanwezige kast in te voegen. Artikel draaien (5) maakt het mogelijk een object onder een bepaalde hoek in te voegen. Meubels met verschillende diepte plannen (front- of achterwand op 1 lijn)) Wordt bijv. een bovenkast ingebouwd, dan kan deze zich naar een hoge kast richten. Werkwijze: 1. Hoge kast in de ruimteplanning invoegen. 2. Bovenkast kiezen. 3. Hoge kast als richtpunt kiezen. 4. Van tabellenblad verwisselen (zie beeld onderaan). 5. Kast via de blauwe bol naar boven schuiven. Kast in het grijze kwadraat naar boven (1) en achteren (2) trekken.. 118 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

6. Groene vinkje kiezen. De kast wordt ingevoegd. Kast draaien Via het derde tabblad kan de draaifunctie uitgekozen worden. Eerst wordt de draaias uitgekozen en vervolgens de draaihoek ingesteld. Deze kan ingegeven worden door een gradenhoek of naar het ontgrendelen van het slot met de muis worden ingegeven. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 119 / 142

6.9 Artikel verwijderen Kies icoon Artikel verwijderen in de Selection button-lijst. Daarna kiest u de kast of het object, dat verwijderd moet worden. 6.10 Artikel verplaatsen / draaien Als u een kast of een ander object wilt verplaatsen, kies dan het icoon Artikel verplaatsen uit de Selection button-lijst. Daarna het object selecteren door met de linkse muistoets te klikken, het basispunt van het te verschuiven object bepalen en naar de gewenste plaats verschuiven. Om een kast of een object te draaien, kiest u het icoon Artikel draaien uit het menu. Daarna kiest u het object, dat moet worden gedraaid. Vervolgens de positie van het draaipunt vastleggen en de draaihoek invoeren. Dit kunt u doen via het vrije draaien met de muis of ook door een draaihoek (+links, -rechts) in te voeren 6.11 Decoratieve objecten kiezen en invoegen Om de ruimtesituatie zo realistisch mogelijk weer te geven, zijn er reeds verschillende decoratieve elementen in het systeem opgenomen en planbaar. Ga na het activeren van Meubels of toebehoren invoegen naar de Deco-map. In deze map vindt u verschillende subcategorieёn voor de verschillende inrichtingsgebieden. Kies het gewenste decoratieve element. Daarna verschijnt het AutoCAD-hoofdvenster, de cursor is in een klein vierkantje veranderd. U kunt nu een wand, een kast of een vloer uitkiezen, waar u het decoratieve element wilt plaatsen. De decoratieve elementen kunnen net als de kasten worden ingevoegd. 120 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

Voorbeeld: Invoegen van een spoelbak In onderstaand voorbeeld wordt weergegeven hoe een spoelbak in een werkblad moet worden toegevoegd. Nadat de keuken in de Ruimteplanner is opgesteld, moet in de tweede kast van links een spoelbak worden toegevoegd. Om een spoelbak uit te kiezen gaat u naar het menu Meubel of deco-elementen toevoegen. Kies hier een spoelbak uit en neem dan vervolgens de tweede kast van links als invoegobject. Vervolgens via het dialoogveld Artikel invoegen het uitrichtings kwadraat van boven weergeven en in het veld Afstand 1 de dikte van het werkblad (38mm) invoeren. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 121 / 142

Om een aanzicht van het CAD venster te krijgen, moet na de invoer bij Afstand 1 de enter-toets gedrukt worden. Dan worden de instellingen in het CAD venster weergegeven. Als de instellingen passen, moeten deze d.m.v. het groene haakje bevestigd worden, vervolgens wordt de spoelbak toegevoed. 122 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

6.12 Raster vaststellen Een raster kan gebruikt worden om kasten op een bepaalde hoogte maat te positioneren. Dit is bijvoorbeeld bij het gebruik van plinten in de Ruimteplanner noodzakelijk. Maar ook bovenkasten kunnen eenvoudig met behulp van een raster op de juiste hoogte gepositioneerd worden. Wanneer moet een raster gebruikt worden? Niet altijd moet er een raster vastgezet worden. Is er bij het ontwerp van een kast al een plint met zich mee, dan kan deze direkt op de bodem van de Ruimteplanner gezet worden. Bij kasten met stelpoten moet altijd een raster vastgesteld worden. Omdat stelpoten verstelbaar zijn, kan nooit een exacte hoogte vastgesteld worden. Kast met vaste plint zonder hoogte opgave voor raster. Kast met stelpoten zonder hoogte opgave voor raster. Vast positioneringspunt is de vloer. Kast met stelpoten met ingesteld raster op bijvoorbeeld 110mm. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 123 / 142

Definitie van een raster Het raster kan via de assistent Ruimteplanner geopend worden. Via Raster definiëren kunnen de gewenste maatvoeringen worden ingesteld. Naam Hoogte Voor de omschrijving van een raster kan de gebruiker zelf een naam toewijzen. Door een dubbele klik in het veld kan de naam gewijzigd worden. Hier kan de gewenste hoogte van het raster ingesteld worden. De hoogte wordt altijd vanaf de bodem berekend (0 mm). Schakelaar voor het raster AAN / UIT Planning van het raster De pijl naar boven betekent, dat vanaf het raster, alle kasten naar boven worden ingevoegd. De pijl naar beneden betekent, dat vanaf het raster, alle kasten naar beneden worden ingevoegd. Nieuw raster invoegen. Bestaand raster verwijderen. Raster of instelling wijzigingen kunnen door op deze diskette te drukken opgeslagen worden. 124 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

Raster toepassen in de breedte Een raster hoeft niet alleen gebruikt te worden in de hoogte, maar kan ook in de breedte gebruikt worden. Zo kan een kast, bijvoorbeeld bij een wand, perfect op de juiste plek gepositioneerd worden. Hoekafstand Diepte Afstand gemeten tot aan het einde van de wand. Diepte van het raster in de ruimte. Onderverdeling Hoeveel onderverdelingen er in het wandsegment gedefiniëerd zijn. Gelijke afstand Onderverdeling wordt gelijkmatig verdeeld. Lineaire indeling De onderverdeling kan ook vrij gedefinëerd worden zoals, 400mm:200mm:400mm:1 Gebruik van een raster Is een raster gedefiniëerd dan kan via de assistent met de functie Raster zicht- /onzichtbaar deze aan of uit geschakeld worden. Als er alleen een hoogte raster aktief is, wordt deze direct bij het invoegen van een kast gebruikt. Wordt bijvoorbeeld het raster A1 met een hoogte van 110mm aktiveerd, dan een kast ingevoegd, dan wordt deze kast op een hoogte van 110mm vanaf de bodem ingevoegd. Als er meerdere rasters gedefiniëerd zijn, dan moet er een raster uitgekozen worden. Dit heeft alleen in een perspectief weergave van de ruimte nut. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 125 / 142

6.13 Schuine dak functie 6.13.1 Dak elementen invoegen Met de functie Dak element invoegen kunnen dak elementen in de ruimtelijke situatie worden ingevoegd. Het invoegen van dak elementen kan het beste gebeuren bij een vooraanzicht. Na het oproepen van deze functie moeten de hoogte van het dakbeschot, ruimte en de graden van het dak worden aangegeven. Hier moet de graden van het dak als laatste ingegeven worden, anders wordt deze automatisch berekend. Als de gegevens zijn ingevoerd kunnen deze bevestigd worden door op de button met het groene vinkje te drukken. Er volgt nu een AutoCAD venster, waarna u de wand kiest waar het dak element aan moet grenzen. Hiervoer moet precies de lijn van de betreffende wand met het kleine vierkantje aangeklikt worden. Vervolgens moet de richting van het dak worden aangegeven, hiervoor wordt met de muis in de ruimte geklikt om de richting van het dak aan te geven. Om meerdere dak elementen in te voegen druk op de button Dak elementen invoegen. 126 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

6.13.2 Wanden aan het dak aanpassen Met de functie Wanden aan het dak aanpassen kunnen wanden op de ingevoegde dak elementen ingekort worden. Nadat deze functie gekozen is, moeten alle wanden uitgekozen worden, die aan het dak element grenzen. Als alle wanden uitgekozen zijn, wordt dit bevestigd door de rechter muistoets of door de Enter toets. Aansluitend moet het betreffende dak element gekozen worden. Nu worden de wanden aan de dak schuinte aangepast. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 127 / 142

6.13.3 Dak elementen knippen Met deze functie Dak elementen knippen kunnen losse dak elementen met elkaar passend gemaakt worden. Als twee dak elementen zich overlappen, dan moeten deze overlappingen verwijderd worden. Hiervoor worden dan twee dak elementen met elkaar geknipt, oftewel de overstanden worden verwijderd. Na het oproepen van deze functie moeten de dak elementen eerst aan elkaar zijn gevoegd. Als er nog meerdere dak elementen met elkaar passend moeten worden gemaakt moet deze functie nog een keer worden uitgevoerd. TIP: Door het knippen worden meerdere dak elementen tot één dak element samengevoegd. Daarom is het zinvol om eerst alle dak elementen te knippen en daarna de wanden aan het dak element aan te passen. 6.14 Functie bouwdelen Werkbladen en plinten kunnen al bij het kast ontwerp in de Designer goegevoegd worden. Deze hebben dan altijd betrekking op de ontworpen kast constructie. Als er werkbladen en plinten voor meerdere kasten moeten worden toegepast, gebruik dan hiervoor de functie in de Ruimteplanner. In de Ruimteplanner heeft u de mogelijkheid om voor meerdere kasten werkbladen en plinten uit te kiezen. 6.14.1 Werkblad functie Keuze mogelijkheden Werkbladen kunnen op elk gewenste kast toegepast worden. Dit kan gebeuren op een losse kast, maar ook gelijktijdig over meerdere kasten. Als er gekozen wordt voor meerdere kasten, dan moet u er rekening mee houden, dat deze kaste, aan de bovenzijde allemaal dezelfde hoogte hebben. Het eenvoudigste is om de kasten, die naast elkaar staan, van links naar rechts uit te kiezen. Bij hoekkasten oplossing kan alleen de eerste en laatste kast uitgekozen worden. Vervolgens wordt automatisch het werkblad over alle kasten geconstrueerd. Er moet precies een lijn van de kast gekozen worden voor de positionering, het beste is bijvoorbeeld een zijwand van de kast. Als de kasten niet in een rechte lijn, of de hoekkasten in een rechte lijn staan, moeten de kasten separaat uitgekozen worden. 128 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

Hoekkast situatie Keuze eerste kast (1) + laatste kast (2) Geen hoekkast situatie, maar hoekkast van bijv. 45. Elke kast moet separaat opgebouwd worden. Beginnen bij de eerste kast (1) en vervolgens de andere kasten (2/3/4). Werkblad instellingen Overstand voor Overstand van het werkblad t.o.v. de voorzijde van de korpus. Overstand achter Overstand van het werkblad t.o.v. de achterzijde van de korpus. Overstand rechts Overstand van het werkblad rechts. Overstand links Overstand van het werkblad links. Segementen verbinden Hoogte verspringing Verbinden van segmenten. Afstand van het werkblad t.o.v. bovenzijde kast. Dit is normaal 0mm. Deze functie kan ook gebruikt worden om een schap aan de SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 129 / 142

muur te bevestigen. Handboek SelectionProfessional Werkblad dikte Dikte van het werkblad. Na het instellen van de waarde(n) wordt de instellingen bevestigd door op de button met het groene vinkje te drukken. Werkbladen scheiden (d.m.v. voorstel) Werkbladen kunnen van elkaar gescheiden worden. Dit is meestal noodzakelijk bij werkbladen die niet recht lopen. Het is mogelijk dat SelectionProfessional automatisch een voorstel doet. Hiervoor worde de functie Werkbladen scheiden uitgekozen. Vervolgens worden er verschillende voorstel lijn(en) geprojecteerd op het werkblad. Om de juiste keuze te maken wordt de rode lijn gekozen en wordt het werkblad op de betreffende plek gescheiden. Dit alles wordt bevestigd door op de button met het groene vinkje te drukken. Werkbladen kunnen via de button Artikel verwijderen worden. eenvoudig weer verwijderd 130 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

Werkbladen scheiden (van punt naar punt) In het vorige voorbeeld werd door SelectionProfessional automatisch een voorstel gedaan voor het scheiden van de werkbladen. Het kan echter voorkomen dat werkbladen ook individueel, naar uw wens, gescheiden dienen te worden. Hiervoor bestaat in de assistent de functie Werkbladen scheiden (van punt naar punt). Ook hier wordt eerst het werkblad uitgekozen, vervolgens het beginpunt (1) gekozen en dan het tweede punt (2). Deze punten worden dan door een lijn gescheiden. Elementen isoleren / weergeven Het kan soms moeilijk zijn om het juiste werkblad scheidings voorstel uit te kiezen of bij de handmatige keuze deze exact te definiëren. Daarom bestaat de mogelijkheid dat bouwdelen geïsoleerd kunnen worden. Hiermee wordt alleen nog maar bijvoorbeeld het werkblad weergegeven en de rest niet weergegeven. In de assistent bestaat de functie Elementen isoleren om het betreffende bouwdeel te isoleren. Ook voor individuele bemating is deze functie goed te gebruiken. Via de functie Elementen weergeven worden de bouwdelen weer zichtbaar. Alle bouwdelen weergegeven. Werkblad bouwdeel geïsoleerd. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 131 / 142

6.14.2 Plint functie Keuze mogelijkheden De plint functie is te vergelijken met de functie voor het werkblad. Ook hier worden kasten uitgekozen om een plint te kunnen positioneren. Om een plint onder meerdere kasten te plaatsen is het noodzakelijk, dat deze kasten, aan de onderzijde op één en dezelfde hoogte zijn gepositioneerd. De keuze voor het plaatsen van plinten is identiek aan de keuze bij de werkbladen. Plint instellingenen Inspringmaat voor Inspringmaat achter Inspringmaat voorzijde van de kast. Standaard instelling is 50mm afgestemd op de plinthoogte verstellers. Inspringmaat achterzijde van de kast. Inspringmaat rechts Inspringmaat rechter zijde van de kast. Inspringmaat links Inspringmaat linker zijde van de kast. Hoogte Hoogte van de plint. Lijsten Hoogte verspringing De plint kan aan vier zijden om de kast worden gepositioneerd. Door de functie Lijsten kan bepaald worden aan welke zijden: voor/achter/links/rechts. Afstand van de plint tot aan de onderzijde van de kast. 132 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

Plint dikte Dikte van de plint. Na het instellen van de waarde(n) wordt de instellingen bevestigd door op de button met het groene vinkje te drukken en de plint wordt ingebouwd. 6.14.3 Kranslijst functie Keuze mogelijkheden Over hoge- en bovenkasten kunnen kranslijsten geplaatst worden. Hervoor dient elke separate kast achter elkaar uitgekozen worden. De kranslijst volgt dan automatisch de contouren en worden d.m.v. een verstek met elkaar verbonden. De boven- en hogekast(en) worden van links naar rechts (1/2/3) uitgekozen. De kranslijst volgt de kast contouren. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 133 / 142

Kranslijst instellingen Overstand voor Overstand kranslijst t.o.v. voorzijde kast. Overstand achter Overstand kranslijst t.o.v. achterzijde kast. Overstand rechts Overstand kranslijst t.o.v. rechter zijde kast. Overstand links Overstand kranslijst t.o.v. linker zijde kast. Hoogte Hoogte/diepte van de kranslijst. Lijsten Hoogte verspringing De kranslijst kan aan vier zijden om de kast worden gepositioneerd. Door de functie Lijsten kan bepaald worden aan welke zijden: voor/achter/links/rechts. Hoogte verspringing van de kranslijst t.o.v. de kast. Dikte Dikte van de kranslijst. Na het instellen van de waarde(n) wordt de instellingen bevestigd door op de button met het groene vinkje te drukken en de kranslijst wordt ingebouwd. 134 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

6.14.4 Passtrook functie Keuze mogelijkheden Kasten kunnen voorzien worden van pastroken. Deze kunnen aan elk gewenste zijde gepositioneerd worden, zowel links/rechts als aan de bovenzijde (plafond passtrook). Als men bij een hoge kast een passtrook moet worden ingevoerd dan moet dit gebeuren in het 3D aanzicht. Met het vierkantje wordt dan de kast gekozen (bij voorkeur aan de buitenzijde) waar de passtrook gepositineerd dient te worden. Er moet exact een korpus zijwand gekozen worden. Als de zijwand gekozen is, dan wordt de passtrook gepositioneerd. Als de bovenzijde gekozen is, dan wordt de passtrook gepositioneerd. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 135 / 142

Passtrook instellingen Passtrook hoogte/breedte Geeft de hoogte/breedte aan van de passtrook. Passtrook hoogte Inspringing De hoogte/breedte van de passtrook kan ook met de muis bepaald worden. Hiervoor wordt een punt bepaald waar de passtrook tegenaan moet worden gezet. Inspringing van de passtrook. Overlapping boven-/voorzijde Overlapping van de passtrook aan de boven-/voorzijde. Overlapping onder-/achterzijde Overlapping van de passtrook aan de onder-/achterzijde. Passtrook dikte Dikte van de passtrook. Na het instellen van de waarde(n) wordt de instellingen bevestigd door op de button met het groene vinkje te drukken en de passtrook wordt ingebouwd. 6.14.5 Zichtzijde functie Keuze mogelijkheden Met deze functie Zichtzijde kan een extra bouwdeel worden toegevoegd als zichtzijde, bijvoorbeeld tegen een kast. Voor een extra zichtzijde bij een onderkast, wordt de buitenste korpus zijwand gekozen en vervolgens door SelectionProfessional verdubbeld, hierna kan het nieuwe bouwdeel nog aangepast worden. 136 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

Zichtzijde instellingen Overstand voor Overstand aan voorzijde, van de zichtzijde, t.o.v. de korpus zijwand. Overstand achter Overstand aan achterzijde, van de zichtzijde, t.o.v. de korpus zijwand. Overstand boven Overstand aan bovenzijde, van de zichtzijde, t.o.v. de korpus zijwand. Overstand onder Overstand aan onderzijde, van de zichtzijde, t.o.v. de korpus zijwand. Na het instellen van de waarde(n) wordt de instellingen bevestigd door op de button met het groene vinkje te drukken en de zichtzijde wordt ingebouwd. Keuze van de korpus zijwand. Korpus zijwand wordt verdubbeld. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 137 / 142

6.15 Materiaal soorten 6.15.1 Materiaal keuze Grondbeginsel In het CAD deel kan elke kast en/of bouwdeel (plinten/werkbladen etc.) voorzien worden van verschillende materiaal soorten/oppervlaktes. Deze kunnen vervolgens dan weer in kleur worden weergegeven en worden dan ook in de materiaallijsten weergegeven. Materiaal instellingen Via de button Materiaal kan via de assistent Oppervlakte en materiaal gestart worden. Het kiezen van een materiaal: 1. Meubel of bouwdeel kiezen die voorzien dienen te worden van een materiaal/oppervlakte. 2. Materiaal kategorie kiezen. 3. Bouwdeel element kiezen voor toewijzing materiaal/oppervlakte. 4. Draadrichting bepalen van materiaal/oppervlakte. 1) Keuze kast: Hier bestaat de mogelijheid om één of meerdere kasten uit te kiezen waarvoor een materiaal/oppervlakte moet worden teogewezen. De kast uitkiezen door op de korpus zijwand te drukken. 2) Keuze bouwdeel: Hier kan een los bouwdeel gekozen worden, zoals plint, zichtzijde of werkblad. Ook een los deurfront of front van een lade kan gekozen worden, net als losse korpus zijwanden. 3) Oppervlakte vooraanzicht: Weergave korpus met het gekozen materiaal/oppervlakte. 4) Categorie: Hier wordt de materiaal categorie bepaald. 5) Bouwdeel/element: Hier worden de bouwdelen/elementen van de korpus uitgekozen die betrekking hebben op de keuze van het materiaal/oppervlakte. 6) Materiaal/oppervlakte: Hier wordt het gewenste materiaal/oppervlakte uit gekozen. Voorbeeld kast: 138 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

Voorbeelden die boven zijn toegepast: - Werkblad in beuken, hout draadrichting horizontaal. - Onderste/bovenste front van linker kast beuken, hout draadrichting horizontaal. - Front van rechter kast licht beuken, hout draadrichting verticaal. - Middelste front van linker kast rood, via bouwdeel keuze ingekleurd. - Zijwand linker kast rood, via bouwdeel keuze ingekleurd. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 139 / 142

6.15.2 Kasten / ruimtelijke situaties in kleuren weergeven Zet een kast in de gekozen oppervlakte neer. In het dialoog venster kunnen onderstaande instellingen worden gedaan en gewijzigd. Kwaliteit Render Er zijn drie kwaliteits niveau s namelijk ontwerp, middel en hoog. Deze instellingen beïnvloeden de kwaliteit en de snelheid van de weergave. Geeft aan hoe een meubel / ruimtelijke situatie weergegeven wordt. Aazichts venster > In aktuele venster. Render venster > In eigen/nieuw venster. Bij het gebruik van het render venster kan de weergegeven situatie ook in verschillende formaten opgeslagen worden. Verlichting Licht/donker Contrast Middentonen Buiten verlichting Achtergrond bewerken Lichtbronnen Een waarde voor licht/donker is 90-100 een optimale waarde. Deze waarde kan ook individueel ingesteld worden, klikt men op de waarde dan kan men deze wijzigen. Instellen van licht/donker voor de uitgave. Instellen van contrast voor de uitgave. Instellen van midden tonen voor de uitgave Deze instelling moet altijd op UIT staan. Uit = Witte achtergrond wordt weergegeven. Aan = Standaard achtergrond wordt weergegeven. De lichtbronnen zouden altijd op Aan moeten staan. 140 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf

6.15.3 Verdekte weergave / lichtsymbolen Verdekte weergave aan Verdekte weergave uit Lichtsymbool aan Lichtsymbool uit Laat het aantal posities van de lichtbronnen zien. De lichtbronnen worden automatisch, afhankelijk van de groote van de ruimte gepositioneerd. Ze kunnen handmatig verschoven worden om een specifieke lichtweergave te creëren. Het beste kan een lichtbron verschoven worden vanuit een bovenaanzicht en dan alleen in een horizontale of verticale richting, hiervoor is de AutoCAD F8 functie een goed hulpmiddel. SelectionProf_Handleiding_NL.pdf 141 / 142

6.16 Weergave 6.16.1 Zaagstaat Een exacte beschrijving van de functie Zaaglijst in hoofdstuk 3.8.1. Handboek SelectionProfessional 6.16.2 Hettich bestellijst Een exacte beschrijving van de frunctie Hettich bestellijst in hoofdstuk 3.8.2. 6.16.3 Dokumentmanager Alle bouwdelen met bemating weergeven Deze fuctie is identiek met de functie Alle bouwdelen met bemating weergeven in de Designer. Een exacte beschrijving in hoofdstuk 5 Documentenmanager. Korpus overzicht in de ruimte Via de link Kastoverzicht in de ruimte wordt een overzicht alle gebruikte kasten, incl. alle in de Ruimteplanner toegevoegde bouwdelen, gemaakt. Zaagstaat (komplete ruimte) Via de link Zaaglijst (complete ruimte) links in de Assistent, wordt een samengevatte zaaglijst van alle bouwdelen van de aktuele Ruimteplanner gemaakt. Hierbij worden alle kasten gezamelijk bekeken. Zaagstaat (losse korpus) Via de link Zaaglijst (separate kast) links in de Assistent, wordt een zaaglijst van elke kast separaat gemaakt. Hierbij worden alle kasten, in de Ruimteplanner, separaat bekeken. Hettich bestellijst (komplete ruimte) Via de link Hettich bestellijst (complete ruimte) links in de Assistent, wordt een samengevatte Hettich bestellijst van alle bouwdelen van de aktuele Ruimteplanner gemaakt. Hierbij worden alle kasten gezamelijk bekeken Hettich bestelliste (losse korpus) Via de link Hettich bestellijst (separate kast) links in de Assisten,, wordt een zaaglijst van elke kast separaat gemaakt. Hierbij worden alle kasten, in de Ruimteplanner, separaat bekeken. 6.17 Oefeningen Uitvoerige oefeningen zijn terug te vinden in het document SelectionProf_Oefeningen_NL.PDF. 142 / 142 SelectionProf_Handleiding_NL.pdf