Opgesteld door: Ernst Breider Concerncontroller Afgestemd met: Veiligheidsdirectie VRHM Voorstel t.b.v. Algemeen Bestuur Datum 23 februari 2017

Vergelijkbare documenten
Telefoon: Bijlage: -1 set - Fax: E-maii: ludo. vrhm. nl

Opgesteld door: Ernst Breider Concerncontroller Afgestemd met: Veiligheidsdirectie VRHM Voorstel t.b.v. Algemeen Bestuur Datum 18 februari 2016

Programmabegroting 2017 en Meerjarenramingen

Bestuurssamenvatting programmabegroting 2019 en meerjarenraming

INLEIDING Wij zijn Veiligheidsregio Hollands Midden Voorkomen Karakter Voorbereiden Waarom we er zijn/onze opdracht

Mijn ideaal: één gemeente Hollands Midden

1 e Wijziging van de programmabegroting VRHM 2018 (Begrotingswijziging )

Gemeenteraad Noordwijkerhout 28 mei 2015

Voor de projectopdracht wordt kortheidshalve verwezen naar de bijlage.

Voorstel aan de gemeenteraad

Een goed netwerk is cruciaal

MOED brandweer VNOG T.b.v. de 22 gemeenteraden

Vergelijk kostenniveau per veiligheidsregio t.o.v. de Cebeon-norm. Informatief H. Meijer (VD) - Datum: -

Tussenrapportage juni

Raadsvoorstel Nummer:

Ve1llghe1dsreg10 IJsselland Brandweer I GHOR I Poli!ie I Gemeenten

Voorstel raad en raadsbesluit

Veiligheidsbureau VRHM, Peter Kessels Voorstel t.b.v. Algemeen Bestuur Datum: 30 juni Informatief H. Meijer (VD) - Datum: -

Zienswijze ontwerp begroting 2018 Veiligheidsregio Brabant Zuidoost.

2. Financieel kader gemeenschappelijke regelingen in de regio van Hollands-Midden

B Samenvatting voorstel

: mr. P.J. van Hartskamp-de Jong : Marcel van Dam

Programmabegroting 2018 en Meerjarenramingen

Opgesteld door: E.H. Breider Concerncontroller Voorstel t.b.v. Algemeen Bestuur Datum: 30 juni Bestuursrapportage VRHM eerste kwartaal 2016

Raadsvoorstel agendapunt

De doelstelling is om te komen tot een programma-/productbegroting vanaf het begrotingsjaar 2017.

Portefeuillehouder : W.C. Luijendijk Datum collegebesluit : 28 mei 2013 Corr. nr.:

Algemeen bestuur Veiligheidsregio Groningen

Algemeen Bestuur. Veiligheidsregio Groningen UITGANGSPUNTEN BEGROTING 2016 VRG: Algemeen: Ontwikkelingen 2016: Agendapunt 6

Algemeen bestuur. Onderwerp: Kadernota Behandelwijze. Ter besluitvorming Status Openbaar Vertrouwelijk Portefeuillehouder

Onderwerp: 1e begrotingswijziging 2019, begroting 2020 en jaarverslag 2018 Veiligheidsregio Rotterdam- Rijnmond (VRR)

Onderwerp Programmabegroting 2013 en meerjarenraming Veiligheidsregio Gelderland-Zuid

Gemeenschappelijke Regeling Veiligheid & Gezondheidsregio Groningen (voorheen H&OG)

1. Gevraagd raadsbesluit

Onderwerp : Zienswijzemogelijkheid programmabegroting 2018 en jaarverantwoording met resultaatbestemming 2016 Veiligheidsregio Brabant-Noord.

Bijlage 4 Begroting 2016 Veiligheidsregio Noord-Holland Noord

Informatieavond begroting 2016 en meerjarenraming VRZHZ

Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar A. Venema, (t.a.v. AA. Venema)

NOTA WEERSTANDSVERMOGEN RECREATIESCHAP VOORNE-PUTTEN-ROZENBURG

Uitwerkingskader meldkamer versie

Ii itwerkingskader meldkamer versie augustus 2018

Onderwerp: Indienen zienswijze "Ontwerpprogrammabegroting Veiligheidsregio Hollands Midden 2016" - Besluitvormend

Basistaak. Datum: Informerend

Voorstel van het college betreffende Zienswijze ontwerp-meerjarenbegroting Veiligheidsregio Haaglanden

Ferwert, 28 mei 2013.

S. Nieuwenburg 3580

Voorstel raad en raadsbesluit

Onderwerp VRU: zienswijze jaarstukken 2016, zienswijze programmabegroting 2018 inclusief 1e begrotingswijziging 2017

Jaarstukken xx maart De raden van de 26 VRU-gemeenten door tussenkomst van de colleges van burgemeester en wethouders.

Nieuwe koersen. Veiligheidsregio Brabant Noord in een veranderende omgeving. Themabijeenkomst raden Land van Cuijk 16 januari 2013

agendanummer afdeling Simpelveld VII- 20 IBR 23 april 2012 Beleidsplan, begroting 2013 en meerjarenraming Brandweer Zuid-Limburg 846

Voortgangsbericht projectopdrachten en voortgang Strategische Agenda Versterking Veiligheidsregio's

Notitie Weerstandsvermogen Veiligheidsregio Amsterdam Amstelland

GEMEENTE NUTH Raad: 20 mei 2014 Agendapunt: RTG: 13 mei 2014

Beslisnotitie Veiligheidsregio Hollands Midden

Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Hollands Midden. Programmabegroting meerjarenramingen 2017 t/m 2019

Eerste begrotingswijziging 2018

dekken. Het veiligheidsniveau geeft dus weer WAT het bestuur van de organisatie verwacht. De bestuurlijke uitgangpunten geven hier invulling aan.

1. Samenvatting voorstel Op 8 juni 2018 vonden de vergaderingen van het Veiligheidsberaad en het Algemeen Bestuur IFV plaats.

Veiligheidsregio Noord-Holland Noord

1.1. vaststellen van de programmabegroting 2016 VR BN 2.1. zienswijze kenbaar maken over de jaarrekening 2014 en de verdeling van het resultaat.

De veiligheidsregio Midden- en West-Brabant is gebaseerd op verlengd lokaal bestuur en is een samenwerkingsverband tussen 26 gemeenten.

De leden van de gemeenteraad van Haarlemmermeer Postbus AG Hoofddorp

Aan de colleges van B&W en de Raden van de aangesloten gemeenten bij de Veiligheidsregio Brabant-Noord

raadsvoorstel De burgemeester, als lid van het Algemeen Bestuur, opdracht geven de zienswijze van =ô =t : = =n = : = =r : =tn voorstel

Behandeld door. telefoon.

Naam portefeuillehouder: Naam behandelend ambtenaar: Telefoon behandelend ambtenaar: behandelend ambtenaar:

Datum raadsvergadering 10 maart 2016

Bestuurssamenvatting Jaarverslag en jaarrekening 2017

RAADSVOORSTEL. COMMISSIE ALGEMENE ZAKEN EN CONTROL d.d. 29 augustus 2013 AGENDANUMMER:4

Voorstel raad en raadsbesluit

Doorontwikkeling Toezicht Nationale Veiligheid

Concept-raadsvoorstel. Onderwerp: Brandrisicoprofiel veiligheidsregio Fryslân. Aan: de Raad

Datum: Informerend. Datum: Adviserend. 6 maart 2019

Portefeuillehouder: H.J. van Schaik

Raadsvoorstel Zaak :

Bestuursvoorstel. Onderwerp 3 e begrotingswijziging 2016

09 Voorstel. Kaderbrief Aan. Algemeen bestuur. Datum 5 december Doel. Besluitvormend. Initiatiefnemer. Strategisch beraad

Algemeen Bestuur. Veiligheidsregio Groningen. Begroting Agendapunt 8.d. Samenvatting en gevraagd besluit

Softclosure t/m oktober 2016

Algemene uitkering

Beslisnotitie Veiligheidsregio Hollands Midden

Raadsvoorstel 26 juni 2014 AB RV

Paginanummer opnemen! Ja, de jaarstukken 2015 zijn op 14 april 2016 door de gemeenten ontvangen.

Opgesteld door: Veiligheidsbureau Peter Kessels Voorstel t.b.v. Algemeen Bestuur Datum: 25 juni Stand van zaken nieuw regionaal beleidsplan

Zienswijzen gemeenteraden ontwerpbegroting 2016 VRBZO

Raadsvoorstel agendapunt 15

Raadsvoorstel. Aan de raad,

GEMEENTEBESTUUR VAN VEENDAM. Beleidsbegroting 2014 Veiligheids- en Gezondsheidsregio Groningen

Onderwerp: Financiële jaarstukken Veiligheidsregio Groningen (VRG).

BIJLAGE 1: ROUTE NAAR CEBEON,

1. Samenvatting voorstel Het Algemeen Bestuur wordt gevraagd de Jaarstukken 2017 van de Veiligheidsregio Hollands Midden vast te stellen.

Bestuurssamenvatting

Informatief H. Zuidijk (VD) N.v.t. Datum: N.v.t.

Voorstel raad en raadsbesluit

De nieuwe Brandweer Hollands Midden

Vergadering Algemeen Bestuur Veiligheidsregio Hollands. AB Veiligheidsregio

Vereniging van Zeeuwse Gemeenten. Aan de colleges van burgemeester en wethouders van de Zeeuwse gemeenten. ledenbrief

RAADSVOORSTEL Rv. nr..: B&W-besluit d.d.: 8 juni 2010 B&W-besluit nr.:

RAADSVOORSTEL. Wonen en Leven. 3 maart januari 2016 Kadernota 2017 Veiligheidsregio. Utrecht Burger en Bestuur

Transcriptie:

4. 1. Samenvatting voorstel Het Algemeen Bestuur besluit: onderstaande begrotingsuitgangspunten vast te stellen voor het opstellen van de programmabegroting 2018: 1. het hanteren van de algemene begrotingsuitgangspunten voor alle programma s conform paragraaf 4.C van dit voorstel; 2. het hanteren van de programma specifieke begrotingsuitgangspunten conform paragraaf 4.D van dit voorstel, met daarin specifiek voor het programma Brandweer: a. de gemeentelijke bijdragen 2018 in de begroting Brandweer, conform de afgesproken Cebeonnorm voor 2018, vast te stellen op 42.394.618, b. in de meerjarenramingen 2019-2021, de gemeentelijke bijdragen, conform de Bestuurlijke uitgangspunten kostenniveau Brandweer Hollands Midden en financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen vanaf 2019, inclusief indexering, vast te stellen op 42.681.368; 3. het in de ontwerp-programmabegroting 2018 vermelden van de risico s als genoemd in paragraaf 7 van dit voorstel. 2. Algemeen Onderwerp: Begrotingsuitgangspunten 2018 Opgesteld door: Ernst Breider Concerncontroller Afgestemd met: Veiligheidsdirectie VRHM Voorstel t.b.v. Algemeen Bestuur Datum 23 februari 2017 vergadering: Agendapunt: 4. Bijlage(n): 8 Portefeuille: Vervolgtraject besluitvorming: G. Goedhart (DB) Status: Besluitvormend H. Meijer (VD) N.v.t. Datum: N.v.t. 3. Besluit Het Algemeen Bestuur besluit: onderstaande begrotingsuitgangspunten vast te stellen voor het opstellen van de programmabegroting 2018: 1. het hanteren van de algemene begrotingsuitgangspunten voor alle programma s conform paragraaf 4.C van dit voorstel; 2. het hanteren van de programma specifieke begrotingsuitgangspunten conform paragraaf 4.D van dit voorstel, met daarin specifiek voor het programma Brandweer: a. de gemeentelijke bijdragen 2018 in de begroting Brandweer, conform de afgesproken Cebeonnorm voor 2018, vast te stellen op 42.394.618, b. in de meerjarenramingen 2019-2021, de gemeentelijke bijdragen, conform de Bestuurlijke uitgangspunten kostenniveau Brandweer Hollands Midden en financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen vanaf 2019, inclusief indexering, vast te stellen op 42.681.368;

3. het in de ontwerp-programmabegroting 2018 vermelden van de risico s als genoemd in paragraaf 7 van dit voorstel. 4. Toelichting op het besluit In deze beslisnotitie zijn de algemene en programma specifieke begrotingsuitgangspunten voor de programmabegroting van de gemeenschappelijke regeling VRHM voor het begrotingsjaar 2018 en de meerjarenraming 2019-2021 opgenomen. Programma Brandweer, begroting 2018, gemeentelijke bijdragen Bij het besluit tot regionaliseren van de brandweer in Hollands Midden (29 januari 2009) heeft het (Algemeen) Bestuur met de regionaal commandant afgesproken om een beleid te ontwikkelen waarmee de kosten voor brandweerzorg in Hollands Midden op termijn kunnen worden gerealiseerd voor het referentiebudget dat gemeenten via het Gemeentefonds ontvangen als fictief budget voor de brandweertaak. Het beleid wordt in het spraakgebruik aangehaald als de routekaart Cebeon en het referentiebudget als de Cebeon-norm 1. Bij het besluit tot regionalisering is 2009 als referentiejaar voor het gewenst referentiebudget (kostenniveau) gehanteerd. Het totaal van de gemeentelijke brandweerbegrotingen, het startbudget voor de nieuwe regionale brandweerorganisatie, bedroeg in 2009 16,6% meer dan dit referentiebudget (Cebeon-norm), zijnde een bedrag van 6,2 mln. Dit bedrag kreeg de nieuwe organisatie als bezuinigingsopdracht mee. De bestuurlijke afspraken betreffende de routekaart Cebeon en de Cebeon-norm zijn gemaakt tot en met 2018. In 2018 wordt de bezuinigingsopdracht gerealiseerd. Programma Brandweer, meerjarenraming 2019-2021, gemeentelijke bijdragen Het bestuur heeft, mede ook naar aanleiding van het groot onderhoud van het (sub)clusteronderdeel Brandweer en Rampenbestrijding in het gemeentefonds per 2016 en de herijking van de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) per 2017, de gehanteerde financieringssystematiek geëvalueerd en voorstellen ontwikkeld voor de beleidsperiode vanaf 2019 betreffende een nieuwe vaststelling van het kostenniveau van Brandweer Hollands Midden. Het Bestuur houdt vast aan het principe om het niveau van de kosten en de gemeentelijke financiering voor brandweerzorg in Hollands Midden te realiseren voor het referentiebudget dat gemeenten via het Gemeentefonds ontvangen als fictief budget voor de brandweertaak. Aanpassingen in het absoluut niveau (referentiebudget) en de bijdrage van elke gemeente wordt één maal in de vierjaar (gelijk de beleidsplan periode) toegepast, gebaseerd op de septembercirculaire gemeentefonds T-2 van de beleidsplan periode. Voor de nieuwe beleidsplanperiode 2019-2023 (om redenen 5 jaar) dus gebaseerd op de septembercirculaire 2017. In de besluitvorming (AB 26 november 2015 en 31 maart 2016) over financieringssystematiek en kostenniveau van Brandweer Hollands Midden vanaf 2018, was de geactualiseerde uitkomst van het Gemeentefonds in de meerjarenraming voor 2019, gebaseerd op de septembercirculaire 2015 44.161.000 (prijspeil 2015). In de meerjarenraming behorende bij de begrotingsuitgangspunten 2018 is hierop de jaarlijkse indexering toegepast conform de methodiek Werkgroep financiële kaderstelling 1 De routekaart en norm zijn vernoemd naar het onderzoeksbureau Cebeon (Centrum Beleidsadviserend Onderzoek), dat in opdracht van het ministerie van BZK onderzoek verricht naar het (sub)clusteronderdeel Brandweer en Rampenbestrijding in het gemeentefonds en de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). 2 Agendapunt 4. AB VRHM 23 februari 2017

gemeenschappelijke regelingen en komt daarbij op (afgerond) 45.337.000 (prijspeil 2018, aangezien indexering voor 2019 pas bij financiële kaderstelling 2019 wordt berekend). De vergelijkende gemeentelijke bijdragen hierbij bedraagt 42.681.368, 286.750 hoger dan 2018 (bijlage 3 en 6). NB: - Het daadwerkelijk kostenniveau voor Brandweer Hollands Midden voor 2019 wordt gebaseerd op de septembercirculaire 2017 en bestuurlijk vastgesteld bij de begrotingsuitgangspunten 2019. Hierbij is afgesproken dat indien het referentiebudget in een nieuwe beleidsplan periode hoger is dan de voorgaande periode het surplus alleen wordt toegekend indien dit nodig is voor nieuw beleid (incl. innovatie) en financiering autonome ontwikkelingen. Daar staat tegenover dat indien het referentiebudget in een nieuwe beleidsplan periode lager is dan de voorgaande periode de eventuele consequenties (o.a. voor het dekkingsplan) bestuurlijk ter besluitvorming worden voorgelegd. In het beleidsplan zal worden aangeven op welke taken eventuele bezuinigingsmaatregelen betrekking zullen hebben. - In de bestuursrapportage najaar 2016 Veiligheidsregio Hollands Midden (AB 1 december 2016) is een berekening gemaakt voor het jaar 2019 gebaseerd op de ramingen uit de septembercirculaire 2016. Vergeleken met de septembercirculaire 2015 bedraagt het (sub)clusteronderdeel Brandweer en Rampenbestrijding in het gemeentefonds 1,65 mln. meer, met name als gevolg van hogere accressen. In deze beslisnotitie komen achtereenvolgens aan de orde: A. het financieel kader voor 2018; B. de relevante beleidsontwikkelingen voor 2018; C. de algemene begrotingsuitgangspunten voor alle programma s; D. de programma specifieke begrotingsuitgangspunten; E. ontwikkelingen van de programmabegroting. Er zijn 7 bijlagen: 1. Bestuurlijke samenvatting begrotingsuitgangspunten 2018 VRHM, inclusief financieel resumé 2. Financieel kader gemeenschappelijke regelingen 2018 3. overzicht routekaart Cebeon en facturatie gemeentelijke bijdragen 2018-2021 op hoofdlijnen 4. overzicht routekaart Cebeon (programma Brandweer), per gemeente 5. overzicht routekaart Cebeon (programma Brandweer), afbouw procentuele afwijking 6. overzicht routekaart Cebeon (programma Brandweer), toelichting 7. factuurspecificatie begroting 2018 en meerjarenramingen 2019-2021 VRHM 8. verslag ambtelijke informatieve bijeenkomst van 2 februari 2018 A. Financieel kader VRHM 2018 Voor het begrotingsjaar 2018 wordt het financieel kader nog bepaald door de routekaart naar Cebeon, zoals besloten bij de regionalisering van de brandweer in Hollands Midden (AB, 29 januari 2009). Voor de meerjarenramingen 2019-2021 zijn de bestuurlijke uitgangspunten (AB 31 maart 2016, Kostenniveau Brandweer Hollands Midden en financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen vanaf 2019) beleidsbepalend. Daarnaast zijn de Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands Midden voor de begrotingen 2018 en het Wijzigingsbesluit vernieuwing BBV van invloed. 3 Agendapunt 4. AB VRHM 23 februari 2017

A1. Financieel kader gemeenschappelijke regelingen Met de Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands Midden voor de begrotingen 2018 beschikken de gemeenten in de regio Hollands Midden over een breed gedragen instrument om met alle gemeenschappelijke regelingen waarin zij deelnemen uniforme afspraken te maken over indexering en algemene taakstelling voor de op te stellen begrotingen. De kaderstelling voor 2018 is bij brief d.d. 14 november 2016 aangeboden aan de Dagelijks Besturen van de gemeenschappelijke regelingen in Hollands Midden en betreft samenvattend: 1. de - m.i.v. de begrotingen 2017 bijgestelde - systematiek van financiële kaderstelling voor de begrotingen 2018 wordt ongewijzigd voortgezet; 2. de indexering voor 2018 bedraagt 1,3% positief t.o.v. 2017. De nacalculatie van de indexering voor 2017 (+0,4%) is hierin verwerkt; 3. het gemeentefonds laat in de periode 2018-2021 o.b.v. de Septembercirculaire 2016 een gematigde reële groei zien. De uniforme taakstelling voor de gemeenschappelijke regelingen als aandeel in een mogelijk neerwaartse ontwikkeling van het Gemeentefonds in 2018 bedraagt derhalve 0,0% t.o.v. 2017; 4. de algemene reserve blijft gemaximeerd op de stand van 1 januari 2013 (inclusief resultaatbestemming 2012). B. Relevante ontwikkelingen 2018, Programma Brandweer De begrotingsuitgangspunten zijn gebaseerd op de vastgestelde beleidsdocumenten: - het Regionaal Beleidsplan VRHM 2016-2019 Gericht verder! ; - het Korpsbeleidsplan 2016-2018 van Brandweer Hollands Midden We zijn onderweg ; en - de bestuurlijke uitgangspunten voor het kostenniveau van Brandweer Hollands Midden en de financieringssystematiek van gemeentelijke bijdragen vanaf 2019 (gemakshalve met Uitgangspunten Cebeon 2019 e.v. aangeduid). Deze documenten bepalen in grote mate de beleidsmatige en algemeen financiële kaders van VRHM voor de komende jaren. B1. Regionaal Beleidsplan VRHM 2016 2019 Gericht verder! De Veiligheidsregio Hollands Midden heeft een Regionaal Beleidsplan Veiligheidsregio Hollands Midden 2016-2019 Gericht verder! opgesteld op basis van de evaluatie van het Regionaal Beleidsplan 2012 2015, de uitkomsten van het Regionaal Risicoprofiel 2016-2019 en landelijke beleidskaders en ontwikkelingen. Het regionaal beleidsplan geeft gericht richting aan de ontwikkeling van de multidisciplinaire crisisbeheersing binnen VRHM en de koers, ontwikkeling en werkzaamheden van de veiligheidsregio voor de komende vier jaar. In het beleidsplan zijn drie beleidsprioriteiten benoemd; informatiegestuurd werken, risicogericht werken en omgevingsgericht (net)werken. Deze nieuwe beleidsprioriteiten vormen de kern van het Regionaal Beleidsplan 2016-2019 en zijn daarmee sturend in de ontwikkeling en werkzaamheden van de veiligheidsregio (en haar partners) in deze periode. 1. Informatiegestuurd werken De VRHM wil dat de beschikbare en juiste informatie op de juiste wijze op het juiste moment bij de juiste personen beschikbaar is, zodat voorafgaand en ten tijde van een ramp of crisis adequaat wordt opgetreden. Hierbij wil de VRHM dat informatievoorziening vaker een toegevoegde waarde aan het 4 Agendapunt 4. AB VRHM 23 februari 2017

proces levert. Het gaat hierbij zowel om het versterken van het informatiemanagement in de warme fase als de introductie van het actuele informatiebeeld in de lauwe, niet opgeschaalde fase. 2. Risicogericht werken (incl. doorvertaling Regionaal Risicoprofiel) De VRHM wil meerwaarde leveren door het analyseren van risico s en het adviseren aan het bestuur bij het maken van keuzes. Dit levert winst op in de vorm van een verbeterd inzicht en overzicht qua risico s, realisme in de besluitvorming en prioritering in de aanpak van het reduceren van de risico s. De VRHM stelt samen met partners een actueel beeld van de risico s in het verzorgingsgebied op die zich mogelijk kunnen ontwikkelen tot een ramp of crisis. Op basis van dit beeld kan de VRHM (het bestuur van) gemeenten (on)gevraagd voorzien van adviezen en een handelingsperspectief bieden. Naast deze werkwijze worden de risico s op basis van de uitkomsten van het Regionaal Risicoprofiel nader uitgewerkt. De crisisorganisatie bereidt zich op basis van deze risicoanalyse gericht voor op: - overstromingen; - verstoring van de energievoorziening, telecommunicatie en ICT, en ziektegolf; - verstoring van de openbare orde; - luchtvaartongevallen. 3. Omgevingsgericht (net)werken De VRHM wil aansluiten bij de behoeften in haar omgeving en de samenleving, de netwerkpartners en de eigen crisisfunctionarissen adequaat kunnen bedienen met informatie en producten die ondersteunen bij de voorbereiding en uitvoering van rampenbestrijding en crisisbeheersing. Hieronder vallen de volgende thema s: - samenwerking tussen crisispartners; - crisisbeheersing en (verminderd) zelfredzame burgers; - de gebruiker centraal. Om bovenstaande doelen te realiseren zijn in het Regionaal Beleidsplan concrete plannen (vakinhoudelijk en op het gebied van bedrijfsvoering) benoemd voor de periode 2016-2019. B2. Korpsbeleidsplan 2016-2018 Brandweer Hollands Midden We zijn onderweg Het Korpsbeleidsplan 2016-2018 geeft richting aan de ontwikkeling van Brandweer Hollands Midden onderweg naar een modern brandweerkorps. Op basis van de Kadernota Meer-Anders-Minder (bezuinigingsopgave), het (brand)risicobeeld en de doelen voor de komende jaren worden in het Korpsbeleidsplan hiervoor concrete beleidsvoornemens uiteengezet. Naast de implementatie van de plannen uit de Kadernota Meer-Anders-Minder wil de Brandweer Hollands Midden nieuwe doelen stellen onderweg naar een modern brandweerkorps. Hiervoor is een Korpsbeleidsplan opgesteld voor de periode 2016-2018 met de titel We zijn onderweg. Dit is tevens het eerste meerjarenbeleidsplan van Brandweer Hollands Midden. In de periode 2016-2018 wil de Brandweer Hollands Midden, mede op basis van het (brand)risicobeeld en een aangescherpte missie en visie, het volgende bereiken (kort samengevat): 1. Meer risicogericht werken Komende jaren gaat de brandweer meer accent leggen op het bevorderen van de veiligheid in plaats van het voorkomen van onveiligheid. De veiligheid bevorderen met heldere regels en handhaving, beïnvloeding van gedrag en het verhogen van het veiligheidsbewustzijn. Daarvoor moet de brandweer 5 Agendapunt 4. AB VRHM 23 februari 2017

alle risico s in de regio en binnen het korps goed kennen. Vervolgens kan gericht ingezet worden op de risico s die er echt toe doen. 2. Stimuleren zelfredzaamheid Van burgers wordt verwacht dat zij zelf meer verantwoordelijkheid nemen en een actieve bijdrage leveren aan maatschappelijke processen. Om daaraan tegemoet te komen ontwikkelt de brandweer nieuwe producten en diensten, met name op het gebied van brandveilig leven. Dat gebeurt in samenspraak met gemeenten en omgevingsdiensten. 3. Afstemmen van materieel- en personeelssterkte op de risico s Binnen het bezuinigingsprogramma Meer-Anders-Minder is gekeken welke materieelsterkte passend is bij de huidige risico s binnen de brandweer. Nu gaat de brandweer aan de slag met de uitvoering daarvan. Met de uitfasering van materiaal dat niet langer noodzakelijk is, maar ook met de aanschaf van ontbrekend materiaal. De personeelsformatie wordt aangepast aan de nieuwe situatie. 4. Introduceren innovatieve werkwijzen Soms passen de traditionele werkwijzen niet meer bij problemen en uitdagingen van deze tijd. Ook komt het voor dat de grenzen bereikt zijn van wat de brandweer aan kan. In die gevallen gaat gewerkt worden met nieuwe technologieën, nieuwe diensten, nieuwe producten en nieuw materieel. Dit speelt bijvoorbeeld op het gebied van de bluswatervoorzieningen. Komende jaren gaat de brandweer daar samen met gemeenten en betrokken partners een (kosten)efficiënte invulling voor ontwikkelen. 5. Optimaliseren van de dekking en specialismeverdeling Na een inventarisatie van de risico s in het verzorgingsgebied, gaat de brandweer afwegen welke opkomsttijden realistisch en aanvaardbaar zijn. Samen met de buurregio s wordt de dekking aan de randen van de regio geoptimaliseerd. Daarnaast worden vanuit meer kazernes specialistische taken uitgeoefend, maar wel optimaal gespreid. Waar precies welk specialisme belegd wordt hangt onder meer af van de aanpassingen aan de materieelsterkte. Ook de voorgenomen samenvoeging van kazernes in Oegstgeest, Leiden en Leiderdorp is daar van invloed op. 6. Introduceren van persoonsgerichte vakbekwaamheidsprogramma s voor het repressieve personeel Het huidige oefenprogramma binnen de brandweer is zo ingericht dat iedereen per oefenmoment dezelfde zaken oefent. Dat wordt veranderd. Er komt een systeem om meer resultaatgericht te oefenen. Dan gaat het vooral om het oefenen van zaken die individueel of als team nog niet voldoende beheerst worden. Voordeel is dat er dan meer ruimte is om te oefenen op risico s uit het eigen verzorgingsgebied. Uiteindelijk moet dit tot een vermindering van de oefenbelasting leiden. 7. Slim samen werken binnen Brandweer Nederland Brandweer Nederland bundelt kennis en ontwikkelt nieuwe producten en diensten voor de regionale brandweerkorpsen. Zo wordt op basis van risico-inventarisatie en evaluatie bekeken hoe bepaalde expertise en bijzonder materieel in Nederland het beste verspreid kan worden. Zoals bijvoorbeeld bij het landelijk specialisme technische hulpverlening (STH). Brandweer Hollands Midden werkt daaraan mee, omdat dit de brandweer sterker maakt en minder kwetsbaar. Ook met de Landelijke Meldkamerorganisatie (LMO) wordt constructief samengewerkt. 8. Informatiegestuurd werken Van de brandweer wordt verwacht dat ze nauw samenwerkt met ketenpartners, en dat daarbij gebruik gemaakt wordt van betrouwbare en moderne informatiesystemen. En dus gaat de brandweer meer 6 Agendapunt 4. AB VRHM 23 februari 2017

informatiegestuurd werken. Doel is steeds de juiste informatie op het juiste moment bij de juiste persoon te brengen. Bijzondere aandacht gaat hierbij uit naar het versterken van de verantwoording over de prestaties van de brandweer aan de gemeentebesturen. 9. Verbeteren planmatig werken De brandweer gaat aan de slag met een grote veranderagenda. Dit vraagt om een juiste volgorde en samenhang. Daarom wordt de planning- en control cyclus verbreed. Behalve inzicht in de financiën moet dat ook inzicht en overzicht geven over de voortgang van alle plannen, waaronder dit Korpsbeleidsplan. 10. Investeren in medewerkers Alle veranderingen die op stapel staan vragen nieuwe werkwijzen, nieuwe samenwerkingsverbanden en nieuwe technologieën. De kennis en ervaring uit het verleden is niet altijd meer passend bij de nieuwe opgaven. Daarom gaat de brandweer haar medewerkers beter toerusten op dit nieuwe tijdperk. In 2014 is de visie op vrijwilligheid vastgesteld. De brandweervrijwilligers zijn nu en in de toekomst belangrijke bouwstenen voor de repressieve capaciteit van de brandweer. Daarom investeert de brandweer in hen en hun omgeving. Belangrijk uitgangspunt voor de komende jaren is dat centraal gebeurt wat moet, en lokaal gebeurt wat kan. Om bovenstaande doelen te realiseren zijn in het Korpsbeleidsplan 26 concrete plannen benoemd. Het afgesproken financieel kader tot en met 2018 is de reden waarom dit Korpsbeleidsplan een periode kent van drie jaar (tot en met 2018) en niet vier jaar (t/m 2019, zoals bijvoorbeeld het Regionaal Beleidsplan van de VRHM). B3. Bestuurlijke uitgangspunten kostenniveau Brandweer Hollands Midden en financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen vanaf 2019 (Cebeonnorm) Bij het besluit tot regionaliseren van de brandweer in Hollands Midden (29 januari 2009) heeft het AB met de regionaal commandant afgesproken om een beleid te ontwikkelen waarmee de kosten voor brandweerzorg in Hollands Midden op termijn kunnen worden gerealiseerd voor het referentiebudget dat gemeenten via het gemeentefonds ontvangen als fictief budget voor de brandweertaak. Dit beleid wordt in het spraakgebruik aangehaald als de Routekaart naar Cebeon en het referentiebudget als de Cebeonnorm. Bij het besluit tot regionalisering is 2009 als referentiejaar voor het gewenst referentiebudget (kostenniveau) gehanteerd. Het totaal van de gemeentelijke brandweerbegrotingen, het startbudget voor de nieuwe regionale brandweerorganisatie, bedroeg in 2009 16,6% meer dan dit referentie-budget (Cebeon-norm), zijnde een bedrag van 6,2 miljoen. Dit bedrag kreeg de nieuwe organisatie als bezuinigingsopdracht mee. De bestuurlijke afspraken betreffende de routekaart Cebeon en de Cebeon-norm zijn gemaakt tot en met 2018. Conform afspraak heeft het bestuur, mede ook naar aanleiding van het groot onderhoud van het (sub)clusteronderdeel Brandweer en Rampenbestrijding in het gemeentefonds per 2016 en de herijking van de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) per 2017, de gehanteerde financieringssystematiek geëvalueerd en voorstellen ontwikkeld voor de volgende beleidsperiode betreffende een nieuwe vaststelling van het kostenniveau van Brandweer Hollands Midden. Voor de jaren vanaf 2019 zijn inmiddels nieuwe bestuurlijke uitgangspunten vastgesteld en betreffen: 7 Agendapunt 4. AB VRHM 23 februari 2017

1. Kostenniveau en financieringssystematiek Brandweer Hollands Midden. Opnieuw wordt het principe gehanteerd om het niveau van de kosten en de gemeentelijke financiering voor brandweerzorg te realiseren voor het referentiebudget dat gemeenten via het gemeentefonds ontvangen als fictief budget voor de brandweertaak. Het referentiebudget wordt door middel van het groot onderhoud aan het gemeentefonds periodiek herzien op basis van landelijk onderzoek naar actuele (gemeentelijke) begrotingen. De verdeling van het gemeentefonds is kostengeoriënteerd en daarmee een objectieve maatstaf om er ook het niveau van de kosten voor brandweerzorg op te baseren. 2. Aanpassingen van het niveau en bijdrage gemeente Aanpassingen in het absoluut niveau (referentiebudget) en de bijdrage van elke gemeente wordt één maal in de vier jaar (gelijk de beleidsplanperiode) toegepast, gebaseerd op de septembercirculaire gemeentefonds T-2 van de beleidsplanperiode. Indien het referentiebudget en de bijdrage van elke gemeente in een nieuwe beleidsplanperiode afwijkt van de voorgaande periode, wordt dit aan het begin van een nieuwe beleidsplanperiode direct aangepast. Omdat de bijdrage van een gemeente voor een nieuwe beleidsplanperiode wordt gebaseerd op de septembercirculaire gemeentefonds T-2, heeft de gemeente tijd om zich hierop intern voor te bereiden. Het absoluut niveau wordt gedurende de beleidsplanperiode gefixeerd, maar de jaarlijkse indexering is wel van toepassing conform de methodiek van de Werkgroep Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen. Indien het referentiebudget in een nieuwe beleidsplanperiode hoger is dan de voorgaande periode wordt het surplus alleen toegekend indien dit nodig is voor nieuw beleid (incl. innovatie) en financiering autonome ontwikkelingen. Indien het referentiebudget in een nieuwe beleidsplanperiode lager is dan de voorgaande periode wordt bij de vaststelling van de begrotingsuitgangspunten de eventuele consequenties (o.a. voor het dekkingsplan) bestuurlijk ter besluitvorming voorgelegd. In het beleidsplan zal worden aangeven op welke taken de bezuinigingsmaatregelen betrekking zullen hebben. Gezien de effecten van het groot onderhoud gemeentefonds per 2016 en herijking BDuR per 2017 wordt het eerst volgende beleidsplan van Brandweer Hollands Midden gebaseerd op de periode 2016-2018 (drie jaar). De volgende op de periode 2019-2023 (vijf jaar), daarna voor achtereenvolgende perioden van vier jaar. Het onderzoeksbureau Cebeon heeft op 28 september 2015 een rapport opgesteld voor de evaluatie van de financieringssystematiek in Hollands Midden. De uitkomsten van het rapport zijn vertaald in de najaarsnota 2016 die aan het Algemeen bestuur in de vergadering van 1 december 2016 is aangereikt. Voor het kalenderjaar 2019 is de Cebeon-norm berekend op 44.161.000, echter nog op het prijspeil van de septembercirculaire 2015. Deze uitkomst is bijgesteld tot 45.337.000 (afgerond, prijspeil 2018), rekening houdend de indexen zoals deze eerder in de programmabegrotingen 2016 (0,59%) en 2017 (0,75%) zijn opgenomen en de index zoals voorgesteld door het Financieel overleg van gemeenten in Hollands-Midden voor het jaar 2018 ad. 1,3%. In bijlage 6 is de berekening, inclusief verdeling over de deelnemende gemeenten opgenomen. Voor de volledigheid wordt gemeld dat de definitieve aanpassingen in het absoluut niveau (referentiebudget) en de bijdrage van elke gemeente voor 2019 wordt gebaseerd op de septembercirculaire gemeentefonds 2017. B4. Doorontwikkeling Veiligheidsberaad en professionaliseren IFV De voorstellen van het Dagelijks Bestuur Veiligheidsberaad (DB VB) voor de doorontwikkeling van het Veiligheidsberaad en de professionalisering van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) zijn in 2015 8 Agendapunt 4. AB VRHM 23 februari 2017

voorgelegd aan de besturen van de veiligheidsregio's. Hun reacties zijn besproken en het Veiligheidsberaad heeft op 11 december 2015 ingestemd met de voorstellen. Dit betekent dat de strategische, bestuurlijke samenwerking tussen veiligheidsregio's versterkt wordt en dat deze versterking gezamenlijk wordt opgepakt. Het IFV wordt een kennisinstituut van en voor de veiligheidsregio's, met een herkenbare plek voor de verschillende kolommen. De bestuursvorm wordt nader bekeken en opnieuw besproken in het Veiligheidsberaad. Net als de inbedding van de brandweer binnen het IFV, om zo te werken aan een 'multi-kennisinstituut.' Financiën Vanuit de veiligheidsregio s is een werkbudget voor het Veiligheidsberaad aangelegd dat gefinancierd wordt door een jaarlijkse bijdrage van 30.000 per regio voor de uitvoering van een Strategische Agenda. Het budget wordt door het DB VB besteed ter uitvoering van de door het Veiligheidsberaad gemeenschappelijk genomen besluiten. Het DB VB legt jaarlijks een inhoudelijk voorstel inclusief financieel bestedingsoverzicht voor aan het Veiligheidsberaad. Achteraf legt het DB VB eveneens verantwoording af aan het Veiligheidsberaad. Bovenstaande - voor alle veiligheidsregio s verplichtende - afspraak is gemaakt voor de jaren 2016-2019 (vier jaren). In 2019 vindt een evaluatie plaats en wordt bezien hoe verder te handelen vanaf 2020. B5. Reparatie FLO-overgangsrecht De bonden en de werkgevers in de Brandweerkamer hebben zaterdag 29 oktober 2016 op hoofdlijnen een principeakkoord bereikt over de reparatie van het FLO-overgangsrecht voor brandweerpersoneel. Hoofdlijnen principeakkoord: Partijen hebben overeenstemming bereikt over langer doorwerken en nieuwe uittredeleeftijden uit de repressieve dienst. Daarmee is het AOW- en pensioengat gerepareerd, ontstaan als gevolg van de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar. Na uittreden krijgen de brandweermedewerkers tot aan hun pensioen een netto-inkomensgarantie van 75%. Partijen hebben daarnaast afspraken gemaakt over een inkomensvangnet bij arbeidsongeschiktheid vanaf 55 jaar. Nadat op 29 oktober 2016 een principeakkoord op hoofdlijnen is bereikt over herziening van het FLOovergangsrecht, wordt in een technische commissie gewerkt aan uitwerking van de hoofdlijnen. De technische commissie wil in de tweede helft van februari 2017 een rapport opleveren, zodat in maart het bestuurlijk overleg tussen Brandweerkamer en bonden zich hierover kan buigen en mogelijk tot een eindoordeel kan komen. Als er bestuurlijke overeenstemming is bereikt over de uitwerking, kan het eindresultaat, een uitgewerkt akkoord, aan de wederzijdse achterbannen worden voorgelegd. Dit betekent ook dat het ingangsmoment van de nieuwe regeling nog op zich laat wachten. Bonden en Brandweerkamer beseffen dat tussen nu en de nog te bepalen ingangsdatum medewerkers in onzekerheid zitten wat een en ander voor hen betekent. De intentie van partijen is om alle medewerkers die op 29 oktober 2016, de datum van het principeakkoord, nog in actieve dienst waren, in te laten stromen in de nieuwe regeling (met de 75% netto uitkering) op een nader te bepalen ingangsdatum. 9 Agendapunt 4. AB VRHM 23 februari 2017

B6. Overleg over nieuwe CAO Gemeenten De huidige Cao Gemeenten loopt van 2016 tot 1 mei 2017. Begin 2017 starten de onderhandelingen voor een nieuwe Cao Gemeenten. Om meer betrokkenheid te organiseren en meer tijd te nemen voor een verdiepende discussie is gekozen voor co-creatie. Zo ontwikkelen verschillende werkgevers en werknemers in dialoog gezamenlijke aanbevelingen voor de nieuwe arbeidsvoorwaarden van 2017. Drie themagroepen (Flexibiliteit en zekerheid, Verlof, Bewust belonen) met werkgevers en werknemers van diverse gemeenten formuleren elk aanbevelingen over drie verschillende arbeidsmarktvraagstukken. Een monitorgroep vanuit het Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden (LOGA) begeleidt het proces. Werkgeversorganisatie VNG en de vakbonden FNV, CNV en CMHF zijn verenigd in het LOGA. B7. Het invullen van risicomanagement voor de interne beheersing van de organisatie Het Directieteam van Brandweer Hollands Midden staat voor de uitdaging om een goed beeld te vormen over de mate waarin Brandweer Hollands Midden de mogelijke risico s op het gebied van de interne beheersing van de organisatie onder controle heeft. Dit is ook een doelstelling van het Korpsbeleidsplan 2016-2018 We werken meer risicogericht. We kennen daarom de risico s binnen ons korps. We duiden de risico s, zodat ze de basis vormen voor ons verdere handelen. Maar risicomanagement wordt ook voorgeschreven door wet- en regelgeving, zoals door de Commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording). Artikel 11 van het BBV verplicht de medeoverheden om in de paragraaf weerstandsvermogen een inventarisatie te geven van de risico s en van de weerstandscapaciteit, alsmede een inventarisatie van het beleid ter zake. Daarnaast heeft de accountant aan het Bestuur gerapporteerd dat meer sturing op risicomanagement gewenst is en heeft de accountant geadviseerd om bij het integraal risicomanagement tevens een fraude- en omgevingsanalyse mee te nemen. Inzicht of de belangrijkste (bedrijfs)risico s zijn afgedekt, heeft de organisatie niet, aldus het accountantsverslag. Het Directieteam BHM heeft het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NARIS) gevraagd te ondersteunen bij de implementatie van risicomanagement, risicobewustwording en de vertaling van risico s tot een acceptabel weerstandsvermogen. Zij zijn eind augustus 2016 begonnen en in de periode oktober december 2016 is per sector een risico-inventarisatie sessie georganiseerd. De uitkomsten worden vertaald in een nieuwe paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing bij de begroting en de jaarrekening en is input voor een actualisatie van de Nota Reserves, bestuurlijk gepland voor het DB van 6 april 2017 en het AB van 29 juni 2017. B8. Business-case koop versus huur brandweerkazernes Bij het besluit tot realisatie van nieuwbouw van de kazerne Bodegraven en de verbouw van de kazerne Nieuwerbrug door BHM, heeft het AB (30 juni 2016) de regionaal commandant opdracht gegeven om de voor- en nadelen van koop en huur, vanuit brandweer- en gemeentelijk perspectief, te onderzoeken. B9. Grootschalig Brandweeroptreden en Specialistisch Optreden De komende jaren geeft Brandweer Nederland grootschalig en specialistisch brandweeroptreden vorm. Om complexe incidenten te bestrijden intensiveert zij de samenwerking op regionaal, interregionaal en landelijk niveau. Van aanbodgericht naar risicogericht; de brandweerrisico s worden in kaart gebracht en 10 Agendapunt 4. AB VRHM 23 februari 2017

vastgesteld wordt, welke risico s landelijk (specialistisch), interregionaal (grootschalig) en regionaal (basiszorg) het hoofd wordt geboden. Grootschalig Brandweeroptreden (GBO) Brandweer Nederland wil gezamenlijk in grootschalig verband kunnen opereren. Van belang is daarom, dat er standaardisatie en harmonisatie plaatsvindt. In het najaar van 2015 stelde de Raad van Brandweer Commandanten (RBC) de minimale operationele prestaties vast die een regio aan bijstand moet kunnen leveren. Specialistisch brandweeroptreden (SO) De ontwikkeling van specialistisch brandweeroptreden op landelijk niveau is het antwoord op risico's die zich zelden voordoen, maar als ze zich voordoen een bijzonder grote impact hebben. Brandweer Nederland organiseert deze specialismen op landelijk niveau, zodat men efficiënter en doelmatiger kan optreden: Specialisme Technische Hulpverlening Het Specialisme Technische Hulpverlening, sinds 1 juni 2016 operationeel, is het eerste landelijke specialisme dat is ontwikkeld. De vijf veiligheidsregio's die het specialisme hebben ontwikkeld zijn: Hollands Midden, Fryslân, IJsselland, Gelderland-Zuid en Midden- en West-Brabant. De keuze is op deze regio's gevallen omdat - op basis van dekkingsberekeningen door de programmaraad Incidentbestrijding - gebleken is dat deze regio's deze specialistische technische hulp de omliggende regio's binnen een uur kunnen bieden als dat nodig is. Natuurbrandbeheersing Voor dit specialisme is een visie ontwikkeld en in juni 2016 vastgesteld door de RBC. De visie wordt nu uitgewerkt in verschillende projectplannen. Logistiek & Ondersteuning Doel van het project Logistiek en Ondersteuning is er voor te zorgen dat op interregionaal en landelijk niveau de juiste kennis en middelen op tijd op de juiste plaats zijn, zodat de brandweer zo optimaal en zo veilig mogelijk haar werk kan doen. B10. Arbeidshygiëne In de afgelopen decennia is er veel aandacht besteed aan persoonlijke beschermingsmiddelen voor brandweermensen. De aandacht ging hierbij vooral uit naar adembescherming - ter voorkoming van inhalatie van gevaarlijke stoffen - en naar beschermende kleding ter voorkoming van brandwonden. Recent is gebleken dat er nog een aantal grote risico's buiten schot is gebleven, namelijk de opname van kankerverwekkende stoffen via de huid en de gevolgen van hittestress. Onderzoek in met name Noord- Amerika en Scandinavië maakt duidelijk, dat bepaalde typen kanker meer voorkomen bij brandweermensen. De oorzaken worden vooral gelegd bij de hygiëne rond brandbestrijding en de opname van kankerverwekkende stoffen door de huid, waarbij de toename van de lichaamstemperatuur als gevolg van het werken in hitte en daarmee het openstaan van de poriën, dit proces versnelt. Het onderwerp is landelijk opgepakt door Brandweer Nederland in de programmaraden Incidentbestrijding en Mens & Bedrijfsvoering. De vakgroep Arbeidsveiligheid werkt dit thema landelijk uit voor de Nederlandse situatie. Inmiddels zijn er thema-avonden georganiseerd voor leidinggevenden en voor brandweermensen. Vanuit het IFV is wetenschappelijk onderzoek gestart. 11 Agendapunt 4. AB VRHM 23 februari 2017

Ook de VRHM is actief bezig met het nemen van praktische maatregelen, zoals schoon werken bij incidentbestrijding, aanbevelingen voor oefeninstructeurs en verbeteringen in het logistieke proces rond de verwerking van vervuilde beschermingsmiddelen. B11. Ontwikkelingen m.b.t. de Gemeenschappelijke Meldkamer Hollands Midden (GMK) In het Transitieakkoord meldkamer van de toekomst zijn afspraken gemaakt over de achterblijvende materiële kosten. In Hollands Midden is hiervan sprake als gevolg van een achterblijvende meldkamer. In het transitieakkoord is afgesproken dat binnen elke regio de achterblijvende materiële kosten verdeeld worden onder de betrokken partijen binnen de meldkamer volgens de in bepaling 69 genoemde verdeelsleutel. Het deel van de achterblijvende materiële kosten van de veiligheidsregio s wordt gedragen door het ministerie van VenJ. Hierover is de VRHM in gesprek met ambtenaren van VenJ. Vanuit Hollands Midden worden de achterblijvende materiële kosten berekend door een vergelijk te maken met de boekwaarde en de taxatiewaarde en/of WOZ-waarde. Aan DTZ Zadelhoff is opdracht gegeven tot het uitvoeren van een taxatie. De resultaten daarvan zijn bekend. Na overeenstemming over (de berekening van) de achterblijvende materiële kosten wil VRHM met de betrokken partijen binnen Hollands Midden en het ministerie van VenJ, conform het transitieakkoord, proberen tot afspraken te komen. Heroriëntatie landelijke meldkamerorganisatie (LMO) De vorming van de LMO is formeel van start gegaan met de ondertekening van het Transitieakkoord in 2013. De heroriëntatie in 2015 bevestigt het doel van dit akkoord om te komen tot één meldkamerorganisatie op 10 locaties. De focus ligt op de stap voor stap benadering van de transitie. Hoe dat doel moet worden bereikt vroeg om bijstelling. De beslisnotitie Heroriëntatie vorming landelijke meldkamer beschrijft de gewijzigde aanpak langs twee programmalijnen: 1. Samenvoegen regionale meldkamers Gericht op de regionale processen om van de 25 bestaande meldkamers tot 10 meldkamerlocaties (minimaal beeld 2020) te komen. Het minimale beeld 2020 is een tussenbeeld op weg naar de uiteindelijke LMO. 2. Ontwikkelen multidisciplinaire samenwerking Gericht op het landelijk ontwikkelen van de multidisciplinaire samenwerking en taakuitvoering voor de meldkamer van de toekomst. Door het ontwikkelen van multidisciplinaire onderwerpen zoals multi-intake, landelijke functionaliteit en multidisciplinaire opschaling wordt steeds duidelijker hoe de uiteindelijke LMO eruit komt te zien (eindbeeld). Samenhang tussen lijn 1 en 2 is noodzakelijk om de convergentie van 25 naar 10 meldkamers, en uiteindelijk naar 1 meldkamer te borgen. Het DB-VB heeft ingestemd met de notitie Heroriëntatie vorming landelijke meldkamer (LMO) conform het mandaat van het AB d.d. 30 juni 2016. Begin november 2016 is de pilot multi-intake van start gegaan. Het doel van multi-intake is om de burger zo goed en snel mogelijk in het eerste contact met de meldkamer te helpen. De pilot is de eerste stap om te beproeven wat de optimale reikwijdte van deze multidisciplinaire intake is. Het adviesrapport met de resultaten van de pilot wordt eind eerste kwartaal van 2017 aangeboden aan de disciplines en besproken in de Stuurgroep en Regiegroep. Op basis daarvan wordt een besluit genomen over de vervolgstappen. 12 Agendapunt 4. AB VRHM 23 februari 2017

B12. Ontwikkelingen bij het Veiligheidsbureau In 2014 is besloten tot regionaliseren van het Veiligheidshuis Hollands Midden per 1 januari 2015. Gesteld werd dat de praktijk zou moeten aantonen of de geschetste meerwaarde van het regionaliseren daadwerkelijk wordt verkregen. Afgesproken is, dat na twee jaar het functioneren van het Veiligheidshuis, dus in 2017, zal worden geëvalueerd op effectiviteit en meerwaarde. Deze evaluatie zal worden uitgebracht aan het AB. Het bestuur van de VRHM stelt ten minste eenmaal in de vier jaar een risicoprofiel vast. In 2018 wil de VRHM het regionaal risicoprofiel 2016 2019 alvast actualiseren om zodoende een betere spreiding/aansluiting te bewerkstelligen met het regionaal beleidsplan 2016 2019. Zo worden ook de werklast en de verdeling van de contactmomenten met de gemeenten beter gespreid. B13. Ontwikkelingen in de Oranje Kolom In het traject Bevolkingszorg op orde 2.0 (BZOO) is een meer realistische zorg voor de bevolking tijdens en na een ramp of crisis uitgewerkt. Vanaf 2014 is ook de VRHM hiermee aan de slag. De basisprincipes (eigen verantwoordelijkheid samenleving, wettelijke zorgtaak voor gemeenten en Veiligheidsregio, acceptatie burgerhulp en voorbereiding op reële crises) zijn daarbij leidend. Het is te beschouwen als een dynamisch proces: op basis van ervaringen en ontwikkelingen worden elementen uitgewerkt en ingepast in de activiteiten van de Oranje Kolom. BZOO werkt door op verschillende terreinen. Het in 2016 geaccordeerde prestatiekader zal ook in 2018 gemonitord worden. Een andere belangrijk thema is de kwaliteit van de gemeentelijke crisisorganisatie. Er wordt vanuit BZOO ingezet op een slanke maar gespierde crisisorganisatie waarbij sprake is van samenwerking op clusteren regionaal niveau. Om deze crisisorganisatie optimaal te kunnen ondersteunen, is in 2016 de visie op Opleiden, Trainen en Oefenen (OTO) beschreven. Deze sluit aan bij de principes van BZOO en is uitgewerkt in een OTO-aanbod dat bijdraagt aan de kwaliteit van de (individuele) crisismedewerker. Vanaf 2016 zijn in het Beleidsplan van de VRHM drie prioriteiten benoemd (informatiegestuurd, risicogericht en omgevingsgericht). De betekenis van deze prioriteiten voor de activiteiten binnen de Oranje Kolom vertonen samenhang met het traject BZOO, bijvoorbeeld op de onderwerpen versterken zelfredzaamheid en versterken partnerschappen. C. Algemene begrotingsuitgangspunten voor alle programma s 1. De multidisciplinaire samenwerking wordt in de komende jaren conform het nieuwe Regionale Beleidsplan 2016 2019 vormgegeven. Het raamwerk van het beleidsplan 2016-2019 wordt uitgevoerd binnen het financieel bestuurlijk kader. De uitvoering van het beleid geschiedt door elk aan de VRHM verbonden organisatieonderdelen op basis van een door het bestuur vast te stellen programmajaarplan. De programma s worden voorts ingevuld in overeenstemming met eerder genomen besluiten van het Algemeen Bestuur; 2. Bij de vaststelling van de programmabegroting 2018 worden een Nota risicomanagement en een Nota reserves 2016-2019 ter vaststelling aangeboden met het oog op hun onderlinge samenhang; 3. Het bestaand beleid, zoals geformuleerd in de programmabegroting 2017, inclusief structurele effecten uit de begrotingswijziging 2016 2, geldt als vertrekpunt; 2 Het Algemeen Bestuur stelde in de openbare vergadering van 30 juni 2016 de 1e begrotingswijziging 2016 vast, inhoudend: 13 Agendapunt 4. AB VRHM 23 februari 2017

4. De invulling van de begroting en de meerjarenramingen geschieden volgens de provinciale voorwaarden van structureel begrotingsevenwicht en tijdige inzending; 5. De loon- en prijsontwikkelingen worden voor 2018 geraamd volgens de methodiek zoals vastgesteld door de Werkgroep Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen, gebaseerd op de index Bruto Binnenlands Product en nacalculatie 2017, zijnde 1,3%; 6. De rijksbijdrage wordt geraamd op basis van de laatst ontvangen circulaire inclusief bijstelling van de structurele loon- en prijscomponent en de verdeelmaatstaven; 7. De lonen worden geraamd op basis van de vigerende CAO (looptijd tot 1 mei 2016) en de uitvoering van de loonruimteovereenkomst van 10 juli 2015. Voor de gemeenten is alleen afgesproken om de besparing op de pensioenpremie voor de werkgever om te zetten in salaris. Dit betekent een salarisverhoging van 1,4%; 8. De aanbieding en vaststelling van de ontwerp-programmabegroting 2018 geschiedt in het AB van 29 juni 2017 overeenkomstig de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. 9. Alle mogelijke inzet wordt betracht om de deelnemende gemeenten zo snel en zo veel als mogelijk te informeren en te betrekken bij het vaststellingsproces. Vóór vaststelling van de ontwerpprogrammabegroting door het DB en AB worden de begrotingsuitgangspunten en ontwerpprogrammabegroting verstuurd aan de hoofden Financiën en medewerkers Openbare Veiligheid van de deelnemende gemeenten en aan het Ambtelijk Governance team VRHM (AGT) om deze in een betere informatiepositie te brengen in hun advisering van hun bestuur/bestuurders/collega s. D. Specifieke begrotingsuitgangspunten voor de programma s D1. Specifieke begrotingsuitgangspunten programma Brandweer De routekaart naar de Cebeon-norm is sinds 2011 de grondslag ter bepaling van de bijdragen van de gemeenten aan de BHM. De eerste termijn op de routekaart naar de Cebeon-norm zijn gemaakt tot en met 2018. In 2017 heeft het bestuur, naar aanleiding van het groot onderhoud van het (sub)clusteronderdeel Brandweer en Rampenbestrijding in het Gemeentefonds per 2016 en de herijking van de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) per 2017, de gehanteerde financieringssystematiek geëvalueerd en voorstellen ontwikkeld voor de volgende beleidsperiode. Deze vormen het uitgangspunt voor de bijdragen van de gemeenten aan de BHM met ingang van 2019. In 2014 vond een wijziging in de financieringsstromen van de GHOR plaats. De verschuiving in de financiële dekking van het programma Brandweer die hiervan het gevolg was, is in 2014 d.m.v. een begrotingswijziging structureel in de programmabegrotingen verwerkt. 3 a. structurele verlaging van lasten en baten van het programma Brandweer met 30.118 i.v.m. aanpassing van de BDuRuitkering 2016 en dit op te vangen binnen de begroting 2016 van het programma Brandweer; b. incidentele verhoging van de lasten van het programma Brandweer met 50.000 i.v.m. de professionalisering van het trainings- en oefenprogramma voor het operationele informatiemanagement van de VRHM, en deze lasten te dekken door een onttrekking aan de reserve Multiteam/LCMS met hetzelfde bedrag; c. structurele verlaging van de lasten en baten van het programma Oranje Kolom met 15.000 i.v.m. het wegvallen van de post e-learning; d. incidentele verhoging van de lasten van het programma Oranje Kolom met 65.000 i.v.m. met projectkosten ter versterking van dit programma, en deze lasten te dekken door een onttrekking aan de reserve Versterking Gemeentelijke Kolom met hetzelfde bedrag. 3 De gemeenten ontvangen sindsdien van de gemeenschappelijke regeling Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg een factuur voor de inwonerbijdrage. De rijksbijdrage die de VRHM ontvangt wordt in het vervolg bijna volledig verantwoord op het programma brandweer met een gelijke daling van de bijdragen van gemeenten voor de brandweer. Hiermee is een bedrag van 1,4 miljoen gemoeid. 14 Agendapunt 4. AB VRHM 23 februari 2017

De specifieke begrotingsuitgangspunten voor het programma brandweer zijn daarmee opnieuw in lijn met die uit de programmabegroting 2015 en volgende. De uitgangspunten onder sub 2g vloeien voort uit de eerder vastgestelde begrotingspunten 2015 en het besluit tot het omleggen van de financieringsstroom GHOR: 1. De activiteiten 2016 2019 en daarin te maken keuzes worden in lijn gebracht met het Korpsbeleidsplan 2016-2018. In 2017 gaven de gemeenten in Hollands Midden nog gemiddeld 1,4% meer uit dan de Cebeon-norm. In 2018 wordt de norm voor alle gemeenten gerealiseerd. 2. De bijdragen van gemeenten in de routekaart naar Cebeon zijn uitgewerkt in de bijlagen en gebaseerd op de volgende uitgangspunten: a. de verdeling van het gemeentefonds 2009 voor het taakgebied Brandweer en Rampenbestrijding blijft ijkpunt (ABVR 09.0129 BG.1, Bijlage 1 Financieel overzicht herzien, kolom Fictieve uitkering gemeentefonds 2009 ); b. gecorrigeerd met -/- 5.6% per gemeente (gemiddeld VRHM) voor aandeel subtaakgebied (gemeentelijke) Rampenbestrijding; c. de Cebeon-norm wordt geïndexeerd (index Bruto Binnenlands Product en nacalculatie) voor 2010: 1,4%, 2011: 1,25%, 2012: 2,0%, 2013 1,96%, 2014 1,54%, 2015 1,41%, 2016 0,59%, 2017 0,75%, 2018 1,3%, 2019-2021 0,0%; d. de gemeentelijke bijdrage is in principe nooit lager dan de geïndexeerde Cebeon-norm en de (extra) kosten van het FLO-overgangsrecht voor het betreffende begrotingsjaar; e. de gemeentelijke bijdragen in 2016 zijn vertrekpunt om de efficiencykortingen voor 2017-2018 te berekenen. De efficiencykorting 2016 2018 geschiedt wederom in drie gelijke schijven en volgens de gehanteerde verdeellijnen; f. de efficiencykortingen ad. 624.319 jaarlijks voor de jaren 2016, 2017 en 2018 worden in principe gefixeerd en in absolute zin verdisconteerd in de gemeentelijke bijdrage; g. een uitzondering hierop vormen de eventuele nadelige financiële gevolgen door de volledige BDuR te verantwoorden op het programma Brandweer, deze leiden wel tot bijstelling van de gefixeerde efficiencykortingen; h. afwikkeling van financiële issues op individueel gemeentelijk niveau leidt niet tot herberekening van de efficiencykortingen voor de jaren 2016 2018; i. de van betrokken gemeenten ontvangen tijdelijke verrekening van de financiële consequenties van nieuwbouw van brandweerkazernes worden niet (opnieuw) meegenomen in de berekening van de efficiencykortingen; j. de gemeenten (Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten, Waddinxveen en Zoeterwoude) die in 2012 een lagere bijdrage aan de VRHM betalen dan de geïndexeerde verdeling van het gemeentefonds verhogen hun bijdrage gelijkmatig in drie jaar vanaf 2013 tot aan het niveau van de geïndexeerde verdeling van het gemeentefonds. De verhoging voor de jaren 2013, 2014 en 2015 wordt gefixeerd en in absolute zin verdisconteerd in de gemeentelijke bijdrage. Verschillen die ontstaan door deze fixatie zullen wederom in drie gelijke schijven voor de jaren 2016 2018 op Cebeon-norm worden gebracht; k. het aandeel van gemeenten in de efficiency voor 2018 blijft volgens de afgesproken verdeellijn in het ontvlechtingsprotocol, nl. asymmetrisch naar rato van de relatieve budgettaire afstand tussen het fictieve (Cebeon) budget en het feitelijke budget van de gemeenten; 15 Agendapunt 4. AB VRHM 23 februari 2017

l. bij gemeentelijke herindelingen worden de betreffende gemeentelijke bijdragen alsook de vergelijkende Cebeon-normen van de individuele gemeenten bij elkaar opgeteld waarbij de afwijking in één percentage wordt uitgedrukt; m. indien gedurende de periode van de programmabegroting 2018 een versnelde hogere efficiency structureel mogelijk is, wordt deze doorgevoerd en verdisconteerd in de gemeentelijke bijdragen; n. doelstelling is om uiterlijk vanaf 2018 de kosten van de brandweerzorg in de VRHM op het kostenniveau van de geïndexeerde verdeling van het gemeentefonds te kunnen uitvoeren. 3. Brede doeluitkering rampenbestrijding (BDuR): a. nadelige financiële gevolgen door de volledige BDuR te verantwoorden op het programma Brandweer, bijvoorbeeld door de herijking van de BDuR, het niet toekennen door het Rijk van indexering voor loon- en prijsontwikkeling of afroming door het Veiligheidsberaad, worden gecorrigeerd op de bijdragen van de gemeenten; b. voordelige financiële gevolgen door de volledige BDuR te verantwoorden op het programma Brandweer, bijvoorbeeld als gevolg van de herijking van de BDuR, worden ingezet voor versnelde verlaging van de gemeentelijke bijdrage voor het programma Brandweer. c. met de maatregelen in de Kadernota Bezuinigingsprogramma Meer-Anders-Minder van de BHM wordt voldaan aan de Cebeon-bezuinigingsopgave. Het maatregelenpakket voorziet in een structurele vermindering van de uitgaven met 2,3 miljoen. Deze opbrengst overstijgt hiermee de Cebeon-taakstelling ( 1,8 miljoen) met 0,5 miljoen. Het AB heeft besloten dit surplus (deels) in te zetten ter dekking van het financieel negatief effect van de herijking van de BDuR vanaf 2017 voor het programma Brandweer. Bijdrage programma Brandweer begroting 2017 (factuurbijdrage pag. 102) 42.504.930 Toepassing index van 1,3% over Cebeon-startbijdrage 586.074 Cebeon, derde tranche efficieny (624.319) Cebeon, extra bijdrage mingemeenten, laatste correctieposten 5.912 Mutatie huisvestingsafspraken gem. Alphen a/d Rijn en Krimpenerwaard (77.978) Niveau begroting 2017, verdeling volgens routekaart, zie bijlagen 42.394.618 saldo mutatie ten opzichte van 2018 (110.312) D2. Specifieke begrotingsuitgangspunten programma GMK De raming in de begroting 2017, onderdeel meerjarenraming 2018, is uitgangspunt voor de begroting 2018, waarbij vastgehouden wordt aan de zogenoemde gekorte herijkte beheerbegroting GMK; De ontwerp-programmabegroting 2018 voor de GMK is gebaseerd op de meest recente informatie m.b.t. de samenvoeging van de meldkamers Hollands Midden en Haaglanden en het Transitieakkoord; In de begroting 2018 wordt de beoogde efficiency wederom verwerkt. 16 Agendapunt 4. AB VRHM 23 februari 2017

Bijdrage programma GMK begroting 2017 (factuurbijdrage pag. 102) 1.322.878 Toepassing index van 1,3% 1.322.878 17.197 Niveau begroting 2018, verdeling per inwoner, zie bijlagen 1.340.075 inwoners gemeenten VRHM op 1-1-2016, bedrag per inwoner 2018 779.718 1,72 saldo mutatie ten opzichte van 2017 17.197 Toelichting: Met betrekking tot het programma GMK moet rekening gehouden worden met aanzienlijke beleidsmatige onzekerheden, waarvan de financiële consequenties nog niet bekend zijn. Zie hiervoor het onderdeel Ontwikkelingen m.b.t. de GMK. Op 24 november 2015 heeft een startgesprek plaatsgevonden tussen de VRHM en het ministerie van Veiligheid en Justitie om nadere financiële afspraken te maken over de overdracht van middelen en de verrekening en vergoeding van achterblijvende kosten. Vóór besluitvorming over de verdere realisatie van de Landelijke Meldkamer Organisatie (LMO) heeft de minister van Veiligheid en Justitie de opdracht gegeven om een gateway review te laten uitvoeren naar de vorming van de LMO (brief 4 januari 2016 aan Tweede Kamer). Er moet een aantal zaken beter worden georganiseerd om de gemeenschappelijke doelstellingen te behalen; er is een heroriëntatie nodig. De beslisnotitie Heroriëntatie vorming landelijke meldkamer beschrijft de gewijzigde aanpak langs twee programmalijnen: Samenvoegen regionale meldkamers en Ontwikkelen multidisciplinaire samenwerking. Door de heroriëntatie van de LMO zijn de huidige partijen in ieder geval tot 2020 verantwoordelijk voor de meldkamer. Het DB (30 juni 2016) heeft besloten, met inachtneming van de gemaakte opmerkingen in de concept-brief aan het Veiligheidsberaad, in te stemmen met de notitie Heroriëntatie vorming landelijke meldkamer (LMO) (Veiligheidsberaad d.d. 14 juni 2016), conform het mandaat van het Algemeen Bestuur d.d. 30 juni 2016. De Directeur Meldkamer heeft aangegeven welke stappen worden ondernomen om duidelijkheid te krijgen in de financiële afwikkeling van de afgelopen jaren. Het betreft een o.a. een inzicht in het samenvoegingsvoordeel sinds de GMK Hollands Midden is gehuisvest in De Yp. De ambtelijke stuurgroep heeft op 27 juni 2016 opdracht gegeven tot onderzoek naar de kosten van de GMK Den Haag. Doelstelling van deze opdracht is tweeledig: 1. inzicht te krijgen in de kosten, zodat voor de komende jaren een begroting kan worden opgesteld die de kosten van de GMK Den Haag in de komende jaren dekt; 2. de bestuurlijke afspraken die bij de samenvoeging zijn gemaakt tot 1 januari 2017, onder meer op basis van dit inzicht, voor de komende jaren (tenminste tot 2020) te herijken. In de vergadering van de Bestuurlijke Stuurgroep GMK Den Haag van 30 november 2016 is ingestemd met de rapportage over de eerste fase. De werkgroep is inmiddels gestart met de werkzaamheden voor de tweede fase. De werkgroep beoogt deze fase in het eerste kwartaal van 2017 te hebben afgerond. D3. Specifieke begrotingsuitgangspunten programma Veiligheidsbureau De activiteiten en de daarin te maken keuzes worden in lijn gebracht met het jaarplan 2017; De huidige kostenverdeling over politie (facturatie), brandweer en GHOR (budgetoverheveling), elk voor 1/3 deel, wordt gehandhaafd. 17 Agendapunt 4. AB VRHM 23 februari 2017

Bijdrage programma Veiligheidsbureau begroting 2017 (factuurbijdrage pag. 102) 462.660 Na-ijleffect index kassiersfunctie Slachtofferhulp 880 Toepassing index van 1,3% 463.540 6.026 Niveau begroting 2018, verdeling per inwoner, zie bijlagen 469.566 inwoners gemeenten VRHM op 1-1-2016, bedrag per inwoner 2018 779.718 0,60 saldo mutatie ten opzichte van 2017 6.906 D4. Specifieke begrotingsuitgangspunten programma Oranje Kolom De activiteiten en daarin te maken keuzes worden in lijn gebracht met het jaarplan 2017. Bijdrage programma Oranje Kolom begroting 2017 (factuurbijdrage pag. 102) 571.060 Toepassing index van 1,3% 571.060 7.424 al eerder bekende verhoging convenant Rode Kruis, jaar 2018 2.151 Niveau begroting 2018, verdeling per inwoner, zie bijlagen 580.635 inwoners gemeenten VRHM op 1-1-2016, bedrag per inwoner 2018 779.718 0,74 saldo mutatie ten opzichte van 2017 9.575 E. Ontwikkelingen van de programmabegroting E1. Wijzigingsbesluit vernieuwing BBV In het Staatsblad nummer 101 is het Besluit van 5 maart 2016 geplaatst, houdende wijziging van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) vanwege de invoering van een aantal wijzigingen die bijdragen aan de interne sturing door provinciale staten en de gemeenteraden, alsmede aan een betere vergelijkbaarheid tussen provincies en tussen gemeenten (hierna: Wijzigingsbesluit vernieuwing BBV). Dit Wijzigingsbesluit vernieuwing BBV treedt voor gemeenschappelijke regelingen in werking met ingang van het begrotingsjaar 2018. In 2004 trad het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) in werking. Daarmee kwam een zelfstandig kader voor de verslagleggingsregels voor provincies en gemeenten tot stand en daarmee ook voor gemeenschappelijke regelingen. Diverse ontwikkelingen sinds de introductie van het BBV waren voor het VNG-bestuur medio 2013 aanleiding om een adviescommissie in te stellen onder voorzitterschap van de heer Depla (hierna: de commissie) om voorstellen te doen voor vernieuwing van het BBV. In mei 2014 bracht de commissie haar rapport Vernieuwing van de begroting en verantwoording van gemeenten uit. De commissie constateert dat gemeentefinanciën, zowel binnen als buiten de gemeenteraad, worden gezien als het exclusieve werkterrein van specialisten, omdat begrotingen en jaarrekeningen opgesteld volgens de regels van het huidige BBV onvoldoende toegankelijk zijn voor niet ingewijden. Dat belemmert niet alleen de horizontale verantwoording, maar ook de betrokkenheid van andere belanghebbenden. Zij meent dat de toegankelijkheid kan worden vergroot door de wijze waarop cijfers en prestaties worden gepresenteerd te veranderen en daarin meer eenheid te brengen. Daarmee wordt de horizontale verantwoording versterkt. Door de uniformering worden begrotingen en prestaties tevens beter vergelijkbaar, wat naar de verwachting van de commissie ook een positief effect zal hebben op de horizontale verantwoording en de betrokkenheid van andere belanghebbenden. 18 Agendapunt 4. AB VRHM 23 februari 2017

De wijzigingen richten zich op: 1. Een uniforme indeling in taakvelden; 2. Een uniforme basisset van beleidsindicatoren; 3. Een uniforme basisset van financiële kengetallen; 4. Verbeterde informatie over verbonden partijen; 5. Vernieuwing van de accountantscontrole; 6. Inzicht in de overheadkosten; 7. Enkele aanpassingen van het stelsel van baten en lasten. Door de concerncontroller van Hollands Midden is een werkgroep binnen het Netwerk Finance & Control van Brandweer Nederland en GHOR opgericht, die voor de veiligheidsregio s een handreiking op basis van de wijzigingen heeft opgesteld. Doelstelling van deze handreiking is het bevorderen van een eenduidige interpretatie en verwerking van de wijzigingen uit het Wijzigingsbesluit vernieuwing BBV in de begrotingen en jaarstukken van veiligheidsregio s, zodanig dat deze bijdragen aan een betere vergelijkbaarheid (en transparantie). E2. Doorontwikkeling programmabegroting Veiligheidsregio Hollands Midden Gewerkt wordt aan een doorontwikkeling van de programmabegroting van de Veiligheidsregio Hollands Midden, enerzijds gericht op een verhoogde informatiewaarde door een betere duiding van de wijze waarop de veiligheidsregio invulling geeft aan de vereisten vanuit wet- en regelgeving en aan de maatschappelijke wensen en verwachtingen, en anderzijds aan een betere leesbaarheid. 5. Kader Het kader is wet- en regelgeving alsmede door het bestuur ingezet beleid waarbij een structureel in evenwicht zijnde begroting (inclusief meerjarenramingen) dient te worden aangeboden, die rekening houdt met actuele ontwikkelingen en de taakstellingen door gemeenten. 6. Financiële consequenties Alle op de begroting 2018 inwerkende mutaties zijn hieronder nogmaals in beeld gebracht. Resume uitkomsten begrotingsuitgangspunten VRHM 2018 begroting 2018 begroting 2017 mutatie programma: brandweer 42.394.618 42.504.930 (110.312) GMK 1.340.075 1.322.878 17.197 Veiligheidsbureau 469.566 462.660 6.906 Oranje Kolom 580.636 571.061 9.575 44.784.896 44.861.529 (76.633) In bijlage 7 is een en ander op gemeenteniveau, per jaar en per programma in beeld gebracht. 7. Aandachtspunten / risico s In de risicoparagraaf van de ontwerp-programmabegroting 2018 worden de navolgende risico s onderkend: 19 Agendapunt 4. AB VRHM 23 februari 2017

Collectieve Arbeidsovereenkomst vanaf 1 mei 2017 De huidige CAO loopt van 1 januari 2016 tot 1 mei 2017. Begin 2017 starten de onderhandelingen voor een nieuwe CAO Gemeenten. Uitkomsten en (financiële) effecten zijn onbekend. Herziening FLO-overgangsrecht Begin 2015 zijn vakbonden en werkgevers in het LOBA gestart met onderhandelingen over het FLOovergangsrecht. De aanleiding hiervoor was dat er door landelijke ontwikkelingen knelpunten in de regeling van het FLO overgangsrecht zijn ontstaan. Deze knelpunten zijn onder andere de afschaffing van de levensloopregeling per 1 januari 2022, de beperking van de fiscale ruimte voor de storting van extra pensioen en het verschuiven van de ingangsdatum van de AOW. In maart 2017 worden nadere besluiten uit het bestuurlijk overleg tussen Brandweerkamer en bonden verwacht. Zolang de uitkomsten van de uitwerking onbekend zijn is er onzekerheid over de financiële consequenties. Structurele financiering landelijke meldkamerorganisatie In het Transitieakkoord zijn specifieke afspraken gemaakt over de overdracht van financiële middelen naar de LMO. Zo dragen de veiligheidsregio s voor de taken van de brandweer landelijk 42 miljoen structureel bij. Op 17 november 2015 is met de VNG en het ministerie van Veiligheid en Justitie gesproken over de financiële overdracht. De voorlopige uitkomst is het scenario van een uitname uit het gemeentefonds met een compensatie van herverdelingseffecten via de BDuR dan wel facturatie. Het streven is om de compensatie van de herverdelingseffecten mee te nemen bij de eerstkomende herijking van het gemeentefonds. Dit scenario wordt echter in het licht van de nieuwe transitiestrategie LMO ( Heroriëntatie vorming landelijke meldkamer, Veiligheidsberaad d.d. 14 juni 2016) mogelijk opnieuw bezien. Achterblijvende materiële kosten GMK Hollands Midden Er is nog geen overeenstemming over (de berekening van) de achterblijvende materiële kosten GMK Hollands Midden tussen VRHM en betrokken partijen binnen Hollands Midden en het ministerie van VenJ, conform het Transitieakkoord. 20 Agendapunt 4. AB VRHM 23 februari 2017

Abonnementsgelden Openbaar Meld Systeem (OMS) OMS betreft de keten van doormelden en het ontvangen en beoordelen van meldingen van gebruikers, die op grond van Wabo-regelgeving een brandmelding direct moeten doormelden aan de meldkamer brandweer. Er is door het Veiligheidsberaad juridisch advies ingewonnen om een scherp beeld te krijgen over wettelijke verantwoordelijkheden en bevoegdheden met betrekking tot OMS. Kort samengevat blijkt uit het advies dat het aanbieden van een alarmtransmissiesysteem (ATS) geen taak is van de veiligheidsregio en dus ook niet van de LMO. Ook hebben veiligheidsregio s geen wettelijke verantwoordelijkheid ten aanzien van de doormelding als zodanig. Er is dus geen wettelijke basis voor de wijze waarop de veiligheidsregio s nu de regie voeren op OMS. De taak van de veiligheidsregio is beperkt tot het ontvangen en beoordelen van meldingen. Op de vraag hoe veiligheidsregio s in de toekomst het beste om kunnen gaan met de verplichte automatische doormeldingen is het scenario Markt vrijgeven de voor de hand liggende keuze. De veiligheidsregio s laten het aanbieden van een ATS over aan de markt en ontvangen geen abonnementsgelden meer. Totdat de markt is vrijgegeven zal de huidige constructie moeten worden voortgezet, omdat anders op termijn geen verbinding meer bestaat tussen brandmeldinstallaties van abonnees en de meldkamer in de betrokken veiligheidsregio s. Als de wijze van ontvangen van automatische meldingen gaat veranderen, ligt het in de rede dat de wijze van beoordelen ook wordt aangepast. Als de inrichting van OMS verandert, moeten veiligheidsregio s daar hun strategie op aanpassen, ook voor het beheersen van de nodeloze alarmeringen. De huidige overeenkomst van VRHM met Robert Bosch B.V. loopt tot en met 31 december 2020. Op basis van nader juridisch advies kan dit contract worden uitgediend maar nadien niet meer worden verlengd. Met ingang van 2021 ontvangt VRHM dan geen abonnementsgelden meer, jaarlijks begroot op 350.000. Bluswatervoorziening Er zijn ontwikkelingen die mogelijk van invloed zijn op de levering van bluswater. Te denken valt hierbij aan (noodzakelijke) beleidswijzigingen van waterleidingbedrijven. Of, en zo ja wat, hiervan mogelijke financiële consequenties zijn, is op dit moment onduidelijk. BHM gaat in 2017 haar bluswaterbehoefte op basis van een brandbestrijdingsfilosofie vaststellen. Het gezamenlijk met gemeenten en partners toekomstbestendig maken van de bluswatervoorziening is een complex samenspel van partijen met grote (financiële) belangen. In 2017 zal een project uitgevoerd worden gezamenlijk met gemeenten en drinkwaterleidingbedrijven om te komen tot een toekomstbestendig systeem van bluswatervoorziening.. Nieuwbouw kazerne Leiden Noord Op 13 november 2014 heeft het AB besloten tot nieuwbouw van de brandweerkazerne Leiden Noord (voorzien in 2018) en na ingebruikname over te gaan tot sluiting van de huidige kazernes Leiden Noord, Leiderdorp en Oegstgeest, omdat er voor deze kazernes door de nieuwbouw onvoldoende operationele noodzaak en meerwaarde is en de brandweerzorg in de betrokken gemeenten verantwoord blijft. De kosten en opbrengsten van deze operatie zijn inzichtelijk gemaakt in de notitie Financiële paragraaf nieuwbouw Leiden Noord. Er kan een substantiële kostenverlaging (begroot op 436.500) van de brandweerzorg worden gerealiseerd. Hierbij is dan al rekening gehouden met de kosten voor de nieuwe inzet van vrijwilligers uit Leiderdorp en Oegstgeest en de herhuisvesting van 21 Agendapunt 4. AB VRHM 23 februari 2017

de huidige kantoorwerkplekken op de kazernes. Partijen (du Prie Bouw &Ontwikkeling BV en PostNL) zijn er tot nog toe (nog) niet in geslaagd om tot prijsovereenstemming te komen betreffende het onderhavige vastgoedperceel. Uitstel van nieuwbouw Leiden Noord leidt tot het risico van het niet kunnen behalen van dat deel van de bezuinigingsopgave (Meer-Anders-Minder). 8. Implementatie en communicatie Jaarlijks worden de griffiers en de hoofden Financiën van de gemeenten schriftelijk in kennis gesteld van de P&C-kalender voor de VRHM. De voorlopige jaarrekening en de begroting worden minimaal acht weken voor vaststelling door het AB verzonden. Vaststelling van de begroting 2018 is voorzien op 29 juni 2017; verzending van de stukken aan de gemeenteraden voor de zienswijzen op 7 april 2017. Na de vaststelling van de uitgangspunten worden de raden opnieuw geïnformeerd. 9. Bijlagen Er zijn 7 bijlagen: 1. Bestuurlijke samenvatting begrotingsuitgangspunten 2018 VRHM, inclusief financieel resumé; 2. Financieel kader gemeenschappelijke regelingen 2018 2021; 3. Overzicht routekaart Cebeon en facturatie gemeentelijke bijdragen 2018-2021 op hoofdlijnen; 4. Overzicht routekaart Cebeon (programma Brandweer), per gemeente; 5. Overzicht routekaart Cebeon (programma Brandweer), afbouw procentuele afwijking; 6. Overzicht routekaart Cebeon (programma Brandweer), toelichting; 7. Factuurspecificatie begroting 2018 en meerjarenramingen 2019-2021 VRHM; 8. Verslag ambtelijke informatieve bijeenkomst van 2 februari 2018. 10. Historie besluitvorming Besluit van het Algemeen Bestuur tot vaststelling van de programmabegroting 2017, d.d. 29 juni 2017. Besluit van het Algemeen Bestuur tot instemming met het Regionaal Beleidsplan 2016-2019, het Korpsbeleidsplan 2016-2018 Brandweer Hollands Midden en de bestuurlijke uitgangspunten kostenniveau Brandweer Hollands Midden en financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen vanaf 2019. 22 Agendapunt 4. AB VRHM 23 februari 2017

BESTUURLIJKE SAMENVATTING Bijlage 1 Begrotingsuitgangspunten 2018 VRHM Resume financiele gevolgen 2017-2018 na verwerking begrotingsuitgangspunten 2018 VRHM, conform bijlage 7 van het voorstel Factuurbijdrage 2017 was 44.861.529 42.504.930 1.322.878 133.467 180.000 149.193 462.660 571.061 44.861.529 mutaties ten opzichte van 2017 factuurbijdrage was Brandweer incl. mutaties ontwikkeling geschetst naar onderwerp en naar deelnemende gemeenten GMK incl. mutaties Veiligheidsbureau incl. mutaties Veiligheidsbureau / Veiligheidshuis Veiligheidsbureau / Slachtofferhulp NL Veiligheidsbureau incl. kassiersfc. Oranje Kolom incl. mutaties factuurbijdrage wordt verschil gemeente 2017-2018 effect loon- en prijscomp. Slachtofferhulp 880 880 880 toevoegingen index over Cebeon-uitgaven 1,30% 586.074 17.197 1.735 2.340 1.951 6.026 7.424 616.721 mutaties Cebeon-route effiiency (624.319) - (624.319) mutaties Cebeon-route extra bijdrage 5.912-5.912 mutaties afspraken huisvesting (77.978) - (77.978) verhoging bijdrage a.g.v. nieuwe ovk. Rode Kruis 2018-2.151 2.151 totaal factuur 2018 wordt 42.394.618 1.340.075 135.202 182.340 152.024 469.566 580.636 44.784.896 (76.633) gemeenten en de inwoners op 1 januari 2016 Alphen aan den Rijn 107.960 6.149.378 5.716.105 185.547 18.720 25.247 21.049 65.016 80.395 6.047.063-102.315 Bodegraven/Reeuwijk 33.451 1.725.290 1.570.604 57.491 5.800 7.823 6.522 20.145 24.910 1.673.151-52.139 Gouda 71.189 4.414.847 4.240.642 122.350 12.344 16.648 13.880 42.872 53.013 4.458.876 44.029 Hillegom 21.089 1.080.321 993.938 36.245 3.657 4.932 4.112 12.700 15.704 1.058.587-21.734 Kaag en Braassem 26.108 1.319.807 1.232.762 44.871 4.527 6.105 5.090 15.723 19.442 1.312.798-7.009 Katwijk 64.239 3.121.385 2.968.805 110.405 11.139 15.023 12.525 38.686 47.837 3.165.734 44.349 Krimpenerwaard 54.653 3.016.395 2.722.721 93.930 9.477 12.781 10.656 32.913 40.699 2.890.263-126.132 Leiden 122.561 9.494.842 9.233.356 210.642 21.252 28.661 23.896 73.809 91.268 9.609.075 114.233 Leiderdorp 26.968 1.452.915 1.399.643 46.349 4.676 6.307 5.258 16.241 20.082 1.482.316 29.401 Lisse 22.606 1.166.303 1.062.771 38.852 3.920 5.286 4.408 13.614 16.834 1.132.072-34.231 Nieuwkoop 27.433 1.376.534 1.292.001 47.148 4.757 6.415 5.349 16.521 20.429 1.376.099-435 Noordwijk 25.760 1.504.109 1.435.422 44.273 4.467 6.024 5.023 15.513 19.183 1.514.391 10.282 Noordwijkerhout 16.140 864.628 809.235 27.739 2.799 3.774 3.147 9.720 12.019 858.713-5.915 Oegstgeest 23.209 1.161.603 1.114.232 39.889 4.024 5.428 4.525 13.977 17.283 1.185.380 23.777 Teylingen 36.013 1.788.043 1.645.329 61.894 6.245 8.422 7.022 21.688 26.818 1.755.730-32.313 Voorschoten 25.211 1.207.209 1.153.380 43.329 4.372 5.896 4.915 15.183 18.774 1.230.666 23.457 Waddinxveen 26.072 1.287.675 1.233.643 44.809 4.521 6.097 5.083 15.701 19.415 1.313.568 25.893 Zoeterwoude 8.119 676.291 664.373 13.954 1.408 1.899 1.583 4.889 6.046 689.262 12.971 Zuidplas 40.937 2.053.954 1.905.659 70.357 7.098 9.573 7.982 24.653 30.485 2.031.154-22.800 779.718 44.861.529 42.394.620 1.340.075 135.202 182.340 152.024 469.566 580.636 44.784.897 (76.632)

-,: - Atphen aan denï,ifl. n Dagelijks Besturen van de Gemeenschappelijke Regelingen in de regio Hollands-Midden Ter attentie van de secretaris Stadhuisplein ì Postbus I 3 2400 AA Alphen aan den Rijn Telefoon: 14 0172 Fax: (01 72) 465 564 E-mail: gemeente@alphenaandenrijn.nl Webs ite : www.al phe naa nden rij n. n I Uw kenmerk Uw brief van Ons kenmerk 201 6 I 3s627 Datum I 4 november 201 6 lnlichtingen bij De heer M. Roelands Doorkiesnummer Tel: (0172) 465786 Afde ling Financiën Onderwerp Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 201 I Geacht Bestuur, Met de "Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen" beschikken de gemeenten in de regio Hollands-Midden sinds 20.l0 over een gedragen instrument om met alle gemeenschappelijke regelingen waarin zij deelnemen uniforme afspraken te maken over indexering en algemene taakstelling voor de op te stellen begrotingen. Deze brief informeert u over de financiële kaderstelling voor uw begroting 2018. Deze kaderstelling is op l0 november 2016 in de bestuurlijke klankbordgroep van het bestuurlijk financieel overleg van gemeenten in Hollands-Midden vastgesteld. Samenvattin financiële kaderstellin 201 I l. Ongewijzigde voortzetting van de - m.i.v. begrotingen 2017 bijgestelde - systematiek van financiële kaderstelling voor de begrotingen 201B. 2. De indexering voor 2018 bedraagt 1,3% (positiefl t.o.v. 2017. De nacalculatie van de indexering voor 2017 (+0,4%) is hierin verwerkt. 3. Het gemeentefonds laat in de periode 201 8-2021 o.b.v. de Septembercirculaire 2016 een gemat gde reële groei zien. De uniforme taakstelling voor de GRen als aandeel in een mogelijk neerwaartse ontwikkeling van het Gemeentefonds in 2018 bedraagt derhalve 0,0% t.o.v. 201 7. 4. De Algemene reserves van de gemeenschappelijke regelingen blijven gemaximeerd op de standen r 0l -01-2013 (inclusief resultaatbestemming 2012)

Ons kenmerk 2016135627 Datum I 4 november 201 6 Blad 2 ln de bijlagen bu deze brief zun achtereenvolgens een volledige beschrüving van de financiële kaderstelling en een toelichting op de totstandkoming van de hierin voor 2018 opgenomen percentages opgenomen. Met vriendeluke g namens het finan I overleg n in Hollands-Midden, M.H n rer uder van Alphen aan den Rijn

\ Alphen oan den\un Ons kenmerk 201 6 I 35627 Datum I 4 november 201 6 Blad 3 Bijlage I : Financiële kaderstelling voor de begrotingen 2018 KADERSTELLINC 20I7 WUZIGING KADERSTELLING 20I 8 INDEXERING De indexering te baseren op de publicatie van de nominale ontwikkeling (gebaseerd op het BBP uir de MEV) in de Septembercirculaire (t-2) van het nieuwe begrotingsjaar. De indexering toepassen op de bijdrage per inwoner of een andere van toepassing zijnde verrekengrondslag. De indexering op basis van de vastgestelde index BBP voor begroting jaar (t) op basis van de Septembercirculaire (t-l ) na te calculeren per bijdrage inwoner of een andere van toepassing zijnde verrekengrondslag en deze nacalculatie te verwerken in de indexering voor begroting (t+l ). Ongewijzigd Het indexcijfer BBP voor 2018 in de Septembercirculaire 20 I 6 bedraagt 0,9%. Ongewijzigd Ongewijzigd Het indexcijfer BBP voor 2017 in de Septembercirculaire 201 6 bedraagt 0,9%. Voor 2017 is in de kaderstelling 2017 een indexering toegepast van 0,5%. De nacalculatie van 2017 leidt derhalve tot een correctie van de index voor 201 8 van (o,9% - l- 0,s% :) +0,4% De toegestane indexering voor 2018 komt daarmee uit op (0,9% + 0,4%:) 1,3% De meerjarenraming bij voorkeur op te stellen op basis van contante prijzen. lndien de gemeenschappelijke regeling zijn meerjarenraming in lopende prijzen opstelt, de gemeenschappelijke regeling te verzoeken ter informatie ook een overzicht van de meerjarenraming te leveren op basis van contante prijzen. Ongewijzigd Ongewijzigd.

Ons kenmerk 201 6 I 35627 Datum l 4 november 20 1 6 Blad 4 NR KADERSTELLING 2OI7 wuzrcrng KADERSTELLING 20r 8 B TAAKSTELLINC 6 De gemeenschappelijke regelingen een uniforme taakstelling mee te geven ten opzichte van de meerjarenraming 20ì 7-2020. Ongewijzigd De taakstelling wordt alleen geëffectueerd bij een verwachte - in de betreffende 4- jaarsperiode - gemiddelde jaarlijkse krimp van het Cemeentefonds van circa2% per jaar of meer. Bij een gemiddelde jaarlijkse krimp van het Gemeentefonds van circa2% per jaar of meer wordt een nieuwe algemene taakstelling voor de begroting (t) opgelegd ter grootte van het reèle krimppercentage van de Algemene Uitkering in jaar (t). Nieuw m.i.v. 20.l 7 is dus de introductie van een drempelpercentage. De toevoeging van "circd'beoogt aan te geven dat deze drempel van 2% perjaargeen absoluut gegeven is. Deze2% is een richtgetal, dat de bestuurlijke klankbordgroep jaarlijks hanteert bij haar beoordeling van of de gemeenten te maken hebben van een materiële achteruitgang van het Gemeentefonds, waarvoor een bijdrage van de gemeenschappelijke regelingen aan deze achteruitgang - indachtig de uitgangspunten van dit instrument - op zijn plaats is. 7 De taakstelling bedraagt voor de begroting 2017 0,00% ten opzichte van 2016. De taakstelling bedraagt voor de begroting 2018 0,00% ten opzichte van 2O17. rlnhettheoretischegeval datdetotalekrimpvanhetgemeentefondsover4jaarbijvoorbeeldt,9%zoubedragen, zoubijhethanterenvaneen absolutedrempel vangemiddeld2%of meerperjaargeenbijdragevande gemeenschappelijke regelingen aan deze achteruitgang van het Cemeentefonds gevraagd kunnen worden. Dit terwijl 7,9%over vier jaar toch zeker als materieel (wezenlijk) aangemerkt kan worden. Door te stellen dat voor het drempelpercentage wordt uitgegaan van een richtgetal, beoogt het bestuurlijk financieel overleg te voorkomen dat door een te rigide formulering van deze kaderstelling niet in de geest van dit instrument gehandeld kan worden.

Atphen aanae,fui, n \_s, Ons kenmerk 2016 13s627 Datum I 4 november 201 6 Blad 5 KADERSTELLING 2OI7 wuz GrNG KADERSTELLTNG 201 I Het mechanisme binnen de financiële kaderstelling waarbij de omvang van de financiële bijdragen van gemeenten aan gemeenschappelijke regelingen zijn gekoppeld aan de algemene, reële ontwikkeling van het Cemeentefonds blijft gehandhaafd. Ongewijzigd Uit de in 2015 uitgevoerde evaluatie blijkt de financiële kaderstelling:. een gewaardeerd instrument te zijn voor het geven van duidelijkheid over de toegestane indexatie;. een geaccepteerd instrument te zijn voor het doorvoeren van algemene taakstellingen als bijdrage aan het opvangen van krimpende financiële kaders bij gemeenten. Wel ziet het merendeel van de gemeenschappelijke regelingen geen ruimte meer voor nieuwe algemene taakstellingen. Met de introductie van een drempelpercentage voor de inwerkingtreding van een nieuwe taakstelling wordt de werking van het instrument met het oog op de gebleken volatiele ontwikkeling van het Cemeentefonds gedempt om daarmee financiële rust richting de gemeenschappelijke regelingen te kunnen bieden. Pas bij een materiéle (wezenlijke) achteruitgang van het Cemeentefonds van gemiddeld circa 2% per jaar of meerover de voorliggende vierjaars periode wordt weer een bijdrage van de gemeenschappelijke regelingen gevraagd. Opwaartse aanpassi ngen ("trap-op?") van gemeentelijke bijdragen aan gemeenschappe-lijke regelingen anders dan uit hoofde van de vaststelling van de toegestane prijscompensatie vallen buiten de scope van dit instrument.

Ons kenmerk 201 6 I 3s627 Datum l4 november 2016 Blad 6 NR KADERSTELLINC 2OI7 wuztctnc KADERSTELLTNG 201 I Opwaartse aanpassingen van de gemeentelijke bijdragen kunnen alleen voortkomen uit specifieke besluitvorming hierover in de afzonderlijke Algemeen Besturen van de CRen. 9 De taakstelling is van toepassing op de bijdrage per inwoner of een andere verrekengrondslag zoals kostprijs product of u urtarief. Ongewijzigd l0 Het gaat om een reële verlaging van de bijdrage, dus onder verrekening van de prijsontwikkeling op basis van de index BBP en taakwijziging. Ongewijzigd c il IMPLEMENTATIE & RAPPORTAGE Aan de gemeenschappeluke regeling te verzoeken zelf aan te tonen hoe de taakstelling gerealiseerd kan worden. Ongewijzigd 12 De bezuinigingslijn is standaard. lndien een gemeenschappelijke regeling een zwaarwegende reden heeft om deze taakstelling niet haalbaar of reëel te achten, doet zi hiervan een actieve melding in het bestuur van de gemeenschappelijke regeling De uitzondering vraagt dus om bewijsvoering. Ongewijzigd De gemeenschappelijke regeling meldt uiterlijk 3l januarivan (t-l) aan de deelnemers of zij de taakstelling voor begroting jaar (t) gaat realiseren in de komende begroting. l3 ln het geval dat de gemeenschappelijke regeling de taakstelling geheel of gedeeltelijk niet kan realiseren, geeft z dit gemotiveerd aan. Deze financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen is zonder uitzondering op tenminste onderstaande Ongewijzigd

Atphen aana.,fuun Ons kenmerk 201 6 I 35627 Datum l4 november 2016 Blad 7 NR KADERSTELLING 20I7 WUZ]GING KADERSTELLING 20I 8 gemeenschappelijke regelingen in de regio Hollands-Midden van toepassing: Veiligheidsregio Hollands Midden o Samenwerkingsorgaan Holland- Rijnland CR Regio Midden-Holland OmgevingsdienstWest-Holland r OmgevingsdienstMidden-Holland o Regionale dienst Openbare gezondheidszorg/ccd Belastingsamenwerking Couwe- Rijnland (BSGR) 14 De algemene reserves van de gemeenschappelijke regelingen zijn in beginsel gemaximeerd op de standen per 0l -01-201 3 (inclusief resultaatbestemmi ng 2O1 2). Ongewijzigd Een positief rekeningresultaat vloeit Ø beginselterug naar de deelnemers. l5 De toevoeging van de "in beginsel" beoogt alleen aan te geven dat dit instrument weliswaar een kader stelt aan de omvang van de algemene reserves en bestemming van mogel ijke positieve rekeni ngresu ltaten, maar dat de definitieve besluitvorming over reservevorming en bestemming van het rekeningresultaat blijft voorbehouden aan de afzonderlijke Algemeen Besturen van de gemeenschappelijke regelingen. De gemeenschappelijke regelingen nemen in hun begrotingen en jaarrekeningen een paragraaf op over de toepassing van het kader en de ontwikkeling van het eigen vermogen. Ongewijzigd De ambtelijke werkgroep stelt jaarlijks in maart een samenvattend overzicht op over de toepassing van het kader brj de gemeenschappelijke regelingen.

Ons kenmerk 201 6 I 3s627 Datum I 4 november 201 6 BIad I Bijlage 2: Toelichting op de kaderstelling voor de begrotingen 2018 Prijsontwikkeling ln de Septembercirculaire 2016 is de volgende prijsontwikkeling van het BBPweergegeven 2()16 2lJL7 2014 2()19 2020 2021 Priisontwikkelina bbn o,59ö O.9alo o.99å!".1qå 1.3q4 t,60å Op basis van deze verwachte prijsontwikkeling zou de toegestane prijsindexatie voor 20.l8 0,9% bedragen. De kaderstelling corrigeert echter ook voor de juistheid van de voor het vorige begrotingsjaar afgegeven toegestane prijsindexatie. Daarvoor vergelijken we het prijsindexcijfer voor 2O17 zoals deze vorig jaar aan de Septembercirculaire 2015 ontleend is met het prijsindexcijfer voor 2017 o.b.v. de huidige Septembercirculaire. ln de Septembercirculaire 201 5 werd de volgende prijsontwikkeling afgegeven Tabel 2.2-4 Prijsontwikkeling bnrto binnenlands product?o1s-2o19 2015 2016 2û17 2018 2019 Priisontwikkelino bbo t,bo/o 1.OVo V*/a VzÐlo lfza/ø De prijsindexatie voor 2016 valt dus 0,4% hoger uit, zoals in onderstaande tabel is berekend Bereken index 2018 lndex o.b.v ulaire 2016 lndexeri 2417 Nacalculatie lndexeri 2018 24fi 2018 0.907o 0,90% 0,50!6 0.40o/o 0.40o/o 1.30% De toegestane prijsindexatie voor 20.lB o.b.v. deze kaderstelling bedraagt daarmee de eerder genoemde 0,9% over 2018 plus de correctie van +0,496 over 2017 ofwel: 1,3%. De prijsindexat e voor 2018 bedraagt 1,3% t.o.v. 2017. De nacalculatie van de indexering voor 2017 is hierin verwerkt

'Ì'L' Atphen aanden\el, n 't.ì-.:: Ons kenmerk 2016 I 3s627 Datum I 4 november 201 6 Blad 9 Ontwikkeling Cemeentefond s De reële ontwikkeling van het Cemeentefonds voor de periode 2016-2020 (o.b.v Septembercirculaire 201 6) is hieronder weergegeven. Ontwikkelinq Gemeentefonds 201 6 2017 20r 8 20r 9 2020 1. Samen Trap op en af 6lB IBB 420 400 429 5. Korting voor lagere apparaatskosten door opschaling gemeenten. -60-60 -60-60 -70 l, Aanpassen BTW plafond 54 19 67 67 73 Het totaal van de ontwikkeling GF 612 147 427 407 432 Omvang gemeentefonds bij begin van het jaar 15.475 r 5.643 15.562 16.221 r 6.638 Nominale ontwikkelinq CF 3,95% o,94% 2,74% 2,51% 2,60% Af: prijsindex BBP o,50% 0.90% 0,90% 1,10% 1,30% Reele ontwikkelinq GF 3,45% 0,o4% 1,84% 1,41% 1,30% Er is in de 4-jaarsperiode 2O17-2020 geen sprake van een verwachte krimp van het Gemeentefonds. Vanuit het instrument is er dus geen sprake van het opleggen van een nieuwe algemene taakstelling voor de begrotingen 2018 van de gemeenschappelijke regelingen. De uniforme taakstelling als aandeel in een mogelijk neerwaartse (reële) ontwikkeling van het Gemeentefonds voor 2018 bedraagt 0,00% t.o.v. 201 7.

Overzicht routekaart Cebeon en facturatie gemeentelijke bijdragen 2018-2021 op hoofdlijnen Bijlage 3 Begrotingsuitgangspunten 2018 VRHM vergelijkende Cebeon-normen vergelijkende uitgaven/bijdragen van Cebeon naar factuurbijdrage, onderdeel brandweer overige programma's totaal noot eliminatie GMK-rood alarmering OK aanvullende huisvesting omlegging BDUR factuur brandweer GMK Veiligheidsbureau Oranje Kolom 2018: norm 2017 44.472.114 basis 2018 (uitgaven 2017) 45.082.584 (1.233.775) (14.600) 77.978 (1.407.257) 42.504.930 1.322.878 462.660 571.060 44.861.528 1 index 1,3% over norm 578.138 index 1,3% uitgaven 586.074 586.074 17.197 6.906 7.424 617.601 2 derde tranche efficiency -624.319-624.319 (624.319) 3 extra bijdrage mingemeenten 5.912 5.912 5.912 4 daling huisvestingsbijdragen (77.978) -77.978 (77.978) 5 2.151 2.151 6 norm 2018 45.050.252 vergelijkende uitgaven 2018 45.050.252 (1.233.775) (14.600) - (1.407.257) 42.394.618 1.340.075 469.566 580.635 44.784.895 overschrijding absoluut 0 overschrijding relatief 0,00% 2019, Cebeon-norm 2019 e.v. 45.337.000 basis 2019 45.337.000 (1.233.775) (14.600) - (1.407.257) 42.681.368 1.340.075 469.566 580.635 45.071.644 7 2020 index 0% over norm 0 index 0% over uitgaven 0 en * 2021 norm 2019 45.337.000 vergelijkende uitgaven 2019 45.337.000 (1.233.775) (14.600) - (1.407.257) 42.681.368 1.340.075 469.566 580.635 45.071.644 overschrijding absoluut 0 overschrijding relatief 0,00% * opmerkingen/toelichting: 1 aansluiting met programmabegroting 2017, zie bijlage 7, pagina 102. 2 over de Cebeon-bijdrage en de overige programma's is conform de werkgroep Financieel kader gemeenschappelijke regelingen gerekend met een loon- en prijsindex van 1,3% voor 2018, daarna 0%. In verband met de beschikking aan Slachtofferhulp is er in verband met de toepassing van loon- en prijscompensatie 2016, een kleine bijstelling geweest. 3 conform de huidige Cebeon-route is gerekend met de derde tranche efficiency van 624.319. 4 conform de huidige Cebeon-route is gerekend met een extra bijdrage voor de Cebeon-mingemeenten van 33.253. Om alle gemeenten in 2018 op nul te stellen (effect indexering) is een correctie toegepast in 2018. 5 gerekend is met de afspraken met gemeenten Alphen aan den Rijn en Krimpenerwaard ten aanzien van de aanvullende huisvestingskosten. Hierop was een afbouw toegepast. 6 voor 2018 stijgt het convenant Rode Kruis nog met 2.151, dit was al bekend in 2017. 7 in verband met de herijking van het gemeentefonds is het AB-besluit t.a.v. de nieuwe Cebeon-norm 2019 e.v. met onze eigen indexen bijgesteld van 44.161.000 tot 45.337.000, zie bijlage 6. bijlage 3 (hoofdlijnen), 5-1-2017

vertrekpunt Cebeon-route Structureel budget 2009 excl. BTW, na correcties en incl. kwaliteitsmanco norm Cebeon 2009 Alphen aan den Rijn 4.793.347 3.945.920 847.427 21,5% Boskoop 784.585 594.720 189.865 31,9% Rijnwoude 1.320.996 849.600 471.396 55,5% Alphen aan den Rijn (heringedeeld) resultaat Alphen aan den Rijn 6.898.928 5.390.240 1.508.688 28,0% Structureel norm Cebeon budget 2009 2009 excl. BTW, na correcties en afwijking 2009 incl. kwaliteitsmanco absoluut proc. absoluut proc. Overzicht routekaart Cebeon (programma Brandweer) per gemeente Bijlage 4 Begrotingsuitgangspunten 2018 VRHM Bergambacht 686.203 481.440 204.763 42,5% Nederlek 943.053 641.920 301.133 46,9% Ouderkerk 697.714 424.800 272.914 64,2% Schoonhoven 735.630 538.080 197.550 36,7% Vlist 682.235 490.880 191.355 39,0% resultaat Krimpenerwaard 3.744.835 2.577.120 1.167.715 45,3% Bodegraven-Reeuwijk 1.751.809 1.491.520 260.289 17,5% Gouda 4.449.594 3.974.240 475.354 12,0% Hillegom 1.292.393 944.000 348.393 36,9% Kaag en Braassem 1.469.539 1.170.560 298.979 25,5% Katwijk 2009 Katwijk 2.832.000-2.832.000-100,0% Leiden 9.033.171 8.543.200 489.971 5,7% Leiderdorp 1.137.428 1.321.600-184.172-13,9% Katwijk 2010 Lisse 1.408.839 1.010.080 398.759 39,5% 2.871.648-2.871.648-100,0% Nieuwkoop 1.404.868 1.227.200 177.668 14,5% Noordwijk 1.450.181 1.349.920 100.261 7,4% Katwijk 2011 Noordwijkerhout 974.007 764.640 209.367 27,4% 2.907.544-2.907.544-100,0% Oegstgeest 925.340 1.057.280-131.940-12,5% Teylingen 2.151.868 1.567.040 584.828 37,3% Katwijk 2012 Voorschoten 1.042.308 1.095.040-52.732-4,8% 2.965.694-2.965.694-100,0% Waddinxveen 1.194.131 1.170.560 23.571 2,0% Zoeterwoude 616.000 613.600 2.400 0,4% Katwijk 2013 Zuidplas 2.290.774 1.812.480 478.294 26,4% 3.023.822-3.023.822-100,0% Totaal 43.236.013 37.080.320 6.155.693 16,6% bijlage 4 (details), 5-1-2017]

1e tranche 2010-2011-2012 vergelijkende bijdrage 2010 norm Cebeon 2010 afwijking (absoluut) afwijking (proc.) vergelijkende bijdrage 2011 norm Cebeon 2011 afwijking (absoluut) afwijking (proc.) vergelijkende bijdrage 2012 norm Cebeon 2012 afwijking (absoluut) afwijking (proc.) Alphen aan den Rijn 4.802.445 4.001.163 801.282 20,0% 4.717.112 4.051.177 665.935 16,4% 4.720.047 4.132.201 587.846 14,2% Boskoop 779.674 603.046 176.628 29,3% 759.341 610.584 148.757 24,4% 753.167 622.796 130.371 20,9% Rijnwoude 1.290.350 861.494 428.856 49,8% 1.235.683 872.263 363.420 41,7% 1.205.929 889.708 316.220 35,5% Alphen aan den Rijn (heringedeeld) resultaat Alphen aan den Rijn 6.872.469 5.465.703 1.406.766 25,7% 6.712.136 5.534.025 1.178.111 21,3% 6.679.142 5.644.705 1.034.437 18,3% Bergambacht 666.888 488.180 178.708 36,6% 638.221 494.282 143.939 29,1% 621.725 504.168 117.557 23,3% Nederlek 936.830 650.907 285.923 43,9% 904.830 659.043 245.787 37,3% 890.219 672.224 217.995 32,4% Ouderkerk 673.545 430.747 242.798 56,4% 647.212 436.132 211.080 48,4% 633.760 444.854 188.906 42,5% Schoonhoven 722.885 545.613 177.272 32,5% 705.552 552.433 153.119 27,7% 701.667 563.482 138.185 24,5% Vlist 675.447 497.752 177.695 35,7% 642.447 503.974 138.473 27,5% 624.266 514.054 110.212 21,4% resultaat Krimpenerwaard 3.675.595 2.613.200 1.062.395 40,7% 3.538.262 2.645.865 892.397 33,7% 3.471.637 2.698.782 772.855 28,6% Bodegraven-Reeuwijk 1.756.571 1.512.401 244.170 16,1% 1.895.472 1.531.306 364.166 23,8% 1.944.662 1.561.932 382.729 24,5% Gouda 4.489.908 4.029.879 460.029 11,4% 4.446.575 4.080.253 366.322 9,0% 4.485.331 4.161.858 323.473 7,8% Hillegom 1.278.290 957.216 321.074 33,5% 1.219.290 969.181 250.109 25,8% 1.203.962 988.565 215.397 21,8% Kaag en Braassem 1.454.370 1.186.948 267.422 22,5% 1.410.703 1.201.785 208.918 17,4% 1.393.280 1.225.820 167.459 13,7% Katwijk Leiden 9.174.870 8.662.805 512.065 5,9% 9.155.870 8.771.090 384.780 4,4% 9.282.727 8.946.512 336.215 3,8% Leiderdorp 1.163.191 1.340.102-176.911-13,2% 1.163.191 1.356.854-193.663-14,3% 1.183.568 1.383.991-200.423-14,5% Lisse 1.392.758 1.024.221 368.537 36,0% 1.363.372 1.037.024 326.348 31,5% 1.346.785 1.057.764 289.021 27,3% Nieuwkoop 1.419.779 1.244.381 175.398 14,1% 1.408.779 1.259.936 148.843 11,8% 1.425.299 1.285.134 140.165 10,9% Noordwijk 1.479.743 1.368.819 110.924 8,1% 1.479.743 1.385.929 93.814 6,8% 1.508.057 1.413.648 94.409 6,7% Noordwijkerhout 966.308 775.345 190.963 24,6% 924.308 785.037 139.271 17,7% 915.473 800.738 114.735 14,3% Oegstgeest 947.314 1.072.082-124.768-11,6% 947.314 1.085.483-138.169-12,7% 963.919 1.107.193-143.274-12,9% Teylingen 2.136.001 1.588.979 547.022 34,4% 2.007.217 1.608.841 398.376 24,8% 1.985.194 1.641.018 344.176 21,0% Voorschoten 1.064.041 1.110.371-46.330-4,2% 1.064.041 1.124.250-60.209-5,4% 1.082.872 1.146.735-63.864-5,6% Waddinxveen 1.194.465 1.186.948 7.517 0,6% 1.172.798 1.201.785-28.987-2,4% 1.184.085 1.225.820-41.735-3,4% Zoeterwoude 619.916 622.190-2.274-0,4% 608.170 629.968-21.798-3,5% 600.332 642.567-42.235-6,6% Zuidplas 2.279.990 1.837.855 442.135 24,1% 2.226.656 1.860.828 365.828 19,7% 2.215.880 1.898.044 317.836 16,7% Totaal 43.365.579 37.599.444 5.766.135 15,3% 42.743.897 38.069.438 4.674.459 12,3% 42.872.204 38.830.826 4.041.377 10,4% bijlage 4 (details), 5-1-2017]

2e tranche 2013-2014-2015 vergelijkende bijdrage 2013 norm Cebeon 2013 afwijking (absoluut) afwijking (proc.) vergelijkende bijdrage 2014 norm Cebeon 2014 afwijking (absoluut) afwijking (proc.) vergelijkende bijdrage 2015 norm Cebeon 2015 afwijking (absoluut) afwijking (proc.) Alphen aan den Rijn 4.719.896 4.213.192 506.703 12,0% 4.627.232 4.278.075 349.156 8,2% Boskoop 747.378 635.003 112.376 17,7% 726.827 644.782 82.046 12,7% Rijnwoude 1.179.718 907.147 272.571 30,0% 1.129.871 921.117 208.754 22,7% Alphen aan den Rijn (heringedeeld) 6.331.245 5.926.374 404.871 6,8% resultaat Alphen aan den Rijn 6.646.992 5.755.341 891.650 15,5% 6.483.930 5.843.974 639.957 11,0% 6.331.245 5.926.374 404.871 6,8% Bergambacht 615.380 514.050 101.330 19,7% 596.849 521.966 74.883 14,3% 586.734 529.326 57.408 10,8% Nederlek 873.304 685.400 187.904 27,4% 838.941 695.955 142.986 20,5% 816.406 705.768 110.639 15,7% Ouderkerk 616.404 453.573 162.831 35,9% 586.626 460.558 126.068 27,4% 565.120 467.052 98.068 21,0% Schoonhoven 693.637 574.526 119.111 20,7% 671.855 583.374 88.481 15,2% 659.545 591.599 67.946 11,5% Vlist 619.128 524.129 94.999 18,1% 601.755 532.201 69.554 13,1% 592.867 539.705 53.162 9,9% resultaat Krimpenerwaard 3.417.853 2.751.678 666.175 24,2% 3.296.026 2.794.054 501.972 18,0% 3.220.672 2.833.450 387.222 13,7% Bodegraven-Reeuwijk 1.952.446 1.592.546 359.900 22,6% 1.892.115 1.617.072 275.044 17,0% 1.858.463 1.639.872 218.591 13,3% Gouda 4.522.254 4.243.430 278.823 6,6% 4.403.277 4.308.779 94.498 2,2% 4.414.374 4.369.533 44.841 1,0% Hillegom 1.193.606 1.007.941 185.665 18,4% 1.159.652 1.023.463 136.189 13,3% 1.142.050 1.037.894 104.156 10,0% Kaag en Braassem 1.394.191 1.249.846 144.344 11,5% 1.367.794 1.269.094 98.700 7,8% 1.360.682 1.286.988 73.694 5,7% Katwijk 3.070.389 3.070.389 0 0,0% 3.113.681 3.113.681 0 0,0% Leiden 9.411.670 9.121.863 289.806 3,2% 9.358.671 9.262.340 96.331 1,0% 9.437.630 9.392.939 44.691 0,5% Leiderdorp 1.273.573 1.411.117-137.544-9,7% 1.340.381 1.432.848-92.467-6,5% 1.426.087 1.453.051-26.964-1,9% Lisse 1.327.623 1.078.497 249.126 23,1% 1.282.064 1.095.105 186.958 17,1% 1.254.582 1.110.546 144.035 13,0% Nieuwkoop 1.431.140 1.310.323 120.817 9,2% 1.409.046 1.330.502 78.544 5,9% 1.406.819 1.349.262 57.557 4,3% Noordwijk 1.522.733 1.441.355 81.377 5,6% 1.507.851 1.463.552 44.299 3,0% 1.514.229 1.484.188 30.041 2,0% Noordwijkerhout 915.330 816.432 98.898 12,1% 897.244 829.005 68.239 8,2% 891.809 840.694 51.115 6,1% Oegstgeest 1.030.569 1.128.894-98.324-8,7% 1.078.327 1.146.279-67.951-5,9% 1.141.290 1.162.441-21.151-1,8% Teylingen 1.969.850 1.673.182 296.668 17,7% 1.915.596 1.698.949 216.648 12,8% 1.888.353 1.722.904 165.449 9,6% Voorschoten 1.125.384 1.169.211-43.827-3,7% 1.146.672 1.187.217-40.545-3,4% 1.184.128 1.203.957-19.829-1,6% Waddinxveen 1.221.205 1.249.846-28.641-2,3% 1.235.117 1.269.094-33.977-2,7% 1.266.444 1.286.988-20.545-1,6% Zoeterwoude 626.177 655.161-28.985-4,4% 640.255 665.251-24.996-3,8% 663.361 674.631-11.270-1,7% Zuidplas 2.209.210 1.935.246 273.964 14,2% 2.159.108 1.965.049 194.059 9,9% 2.139.450 1.992.756 146.694 7,4% Totaal 43.191.806 39.591.910 3.599.895 9,1% 45.643.516 43.272.015 2.371.501 5,5% 45.655.348 43.882.150 1.773.198 4,0% bijlage 4 (details), 5-1-2017]

3e tranche 2016-2017-2018 vergelijkende bijdrage 2016 norm Cebeon 2016 afwijking (absoluut) afwijking (proc.) vergelijkende bijdrage 2017 norm Cebeon 2017 afwijking (absoluut) afwijking (proc.) vergelijkende bijdrage 2018 norm Cebeon 2018 afwijking (absoluut) afwijking (proc.) Alphen aan den Rijn (heringedeeld) 6.233.642 5.961.339 272.303 4,6% 6.145.437 6.006.050 139.387 2,3% 6.084.129 6.084.129 0 0,0% resultaat Alphen aan den Rijn 6.233.642 5.961.339 272.303 4,6% 6.145.437 6.006.050 139.387 2,3% 6.084.129 6.084.129 0 0,0% Bergambacht 571.060 532.449 38.611 7,3% 556.207 536.442 19.765 3,7% 543.416 543.416 0 0,0% Nederlek 784.344 709.932 74.412 10,5% 753.347 715.256 38.091 5,3% 724.554 724.554 0 0,0% Ouderkerk 535.765 469.808 65.957 14,0% 507.094 473.331 33.763 7,1% 479.484 479.484 0 0,0% Schoonhoven 640.788 595.090 45.698 7,7% 622.945 599.553 23.392 3,9% 607.347 607.347 0 0,0% Vlist 578.644 542.889 35.755 6,6% 565.263 546.961 18.302 3,3% 554.071 554.071 0 0,0% resultaat Krimpenerwaard 3.110.600 2.850.167 260.433 9,1% 3.004.856 2.871.543 133.313 4,6% 2.908.872 2.908.872 0 0,0% Bodegraven-Reeuwijk 1.796.565 1.649.547 147.017 8,9% 1.737.175 1.661.919 75.256 4,5% 1.683.524 1.683.524-0,0% Gouda 4.425.471 4.395.313 30.158 0,7% 4.443.716 4.428.278 15.438 0,3% 4.485.846 4.485.846-0,0% Hillegom 1.114.069 1.044.017 70.052 6,7% 1.087.706 1.051.848 35.858 3,4% 1.065.522 1.065.522-0,0% Kaag en Braassem 1.344.146 1.294.582 49.564 3,8% 1.329.662 1.304.291 25.371 1,9% 1.321.247 1.321.247-0,0% Katwijk 3.132.052 3.132.052 0 0,0% 3.155.543 3.155.543 0 0,0% 3.196.565 3.196.565-0,0% Leiden 9.478.415 9.448.357 30.057 0,3% 9.534.606 9.519.220 15.386 0,2% 9.642.970 9.642.970-0,0% Leiderdorp 1.443.489 1.461.624-18.135-1,2% 1.463.303 1.472.587-9.284-0,6% 1.491.731 1.491.731-0,0% Lisse 1.213.972 1.117.099 96.873 8,7% 1.175.065 1.125.477 49.588 4,4% 1.140.108 1.140.108-0,0% Nieuwkoop 1.395.933 1.357.223 38.711 2,9% 1.387.217 1.367.402 19.815 1,4% 1.385.178 1.385.178-0,0% Noordwijk 1.513.150 1.492.945 20.205 1,4% 1.514.484 1.504.142 10.342 0,7% 1.523.696 1.523.696-0,0% Noordwijkerhout 880.032 845.654 34.378 4,1% 869.594 851.996 17.598 2,1% 863.072 863.072-0,0% Oegstgeest 1.155.074 1.169.299-14.226-1,2% 1.170.787 1.178.069-7.282-0,6% 1.193.384 1.193.384-0,0% Teylingen 1.844.344 1.733.069 111.275 6,4% 1.803.027 1.746.067 56.960 3,3% 1.768.766 1.768.766-0,0% Voorschoten 1.197.724 1.211.060-13.337-1,1% 1.213.316 1.220.143-6.827-0,6% 1.236.005 1.236.005-0,0% Waddinxveen 1.280.764 1.294.582-13.818-1,1% 1.297.218 1.304.291-7.073-0,5% 1.321.247 1.321.247-0,0% Zoeterwoude 671.032 678.611-7.580-1,1% 679.821 683.701-3.880-0,6% 692.589 692.589-0,0% Zuidplas 2.103.175 2.004.513 98.662 4,9% 2.070.051 2.019.547 50.504 2,5% 2.045.801 2.045.801-0,0% Totaal 45.333.649 44.141.055 1.192.594 2,7% 45.082.584 44.472.114 610.470 1,4% 45.050.252 45.050.252-0,0% bijlage 4 (details), 5-1-2017]

Cebeon 2019 e.v. vergelijkende bijdrage 2019 norm Cebeon 2019 afwijking (absoluut) afwijking (proc.) vergelijkende bijdrage 2020 norm Cebeon 2020 afwijking (absoluut) afwijking (proc.) vergelijkende bijdrage 2021 norm Cebeon 2021 afwijking (absoluut) afwijking (proc.) Alphen aan den Rijn 5.863.567 5.863.567 0 0,0% 5.863.567 5.863.567 0 0,0% 5.863.567 5.863.567 0 0,0% Bodegraven-Reeuwijk 2.000.045 2.000.045 0 0,0% 2.000.045 2.000.045 0 0,0% 2.000.045 2.000.045 0 0,0% Gouda 4.216.820 4.216.820 0 0,0% 4.216.820 4.216.820 0 0,0% 4.216.820 4.216.820 0 0,0% Hillegom 1.090.574 1.090.574 0 0,0% 1.090.574 1.090.574 0 0,0% 1.090.574 1.090.574 0 0,0% Kaag en Braassem 1.571.535 1.571.535 0 0,0% 1.571.535 1.571.535 0 0,0% 1.571.535 1.571.535 0 0,0% Katwijk 3.195.520 3.195.520 0 0,0% 3.195.520 3.195.520 0 0,0% 3.195.520 3.195.520 0 0,0% Krimpenerwaard 3.032.231 3.032.231 0 0,0% 3.032.231 3.032.231 0 0,0% 3.032.231 3.032.231 0 0,0% Leiden 9.106.589 9.106.589 0 0,0% 9.106.589 9.106.589 0 0,0% 9.106.589 9.106.589 0 0,0% Leiderdorp 1.516.116 1.516.116 0 0,0% 1.516.116 1.516.116 0 0,0% 1.516.116 1.516.116 0 0,0% Lisse 1.295.428 1.295.428 0 0,0% 1.295.428 1.295.428 0 0,0% 1.295.428 1.295.428 0 0,0% Nieuwkoop 1.431.997 1.431.997 0 0,0% 1.431.997 1.431.997 0 0,0% 1.431.997 1.431.997 0 0,0% Noordwijk 1.718.990 1.718.990 0 0,0% 1.718.990 1.718.990 0 0,0% 1.718.990 1.718.990 0 0,0% Noordwijkerhout 942.129 942.129 0 0,0% 942.129 942.129 0 0,0% 942.129 942.129 0 0,0% Oegstgeest 1.204.382 1.204.382 0 0,0% 1.204.382 1.204.382 0 0,0% 1.204.382 1.204.382 0 0,0% Teylingen 1.800.140 1.800.140 0 0,0% 1.800.140 1.800.140 0 0,0% 1.800.140 1.800.140 0 0,0% Voorschoten 1.240.008 1.240.008 0 0,0% 1.240.008 1.240.008 0 0,0% 1.240.008 1.240.008 0 0,0% Waddinxveen 1.351.837 1.351.837 0 0,0% 1.351.837 1.351.837 0 0,0% 1.351.837 1.351.837 0 0,0% Zoeterwoude 596.748 596.748 0 0,0% 596.748 596.748 0 0,0% 596.748 596.748 0 0,0% Zuidplas 2.162.345 2.162.345 0 0,0% 2.162.345 2.162.345 0 0,0% 2.162.345 2.162.345 0 0,0% Totaal 45.337.000 45.337.000 0 0,0% 45.337.000 45.337.000 0 0,0% 45.337.000 45.337.000 0 0,0% bijlage 4 (details), 5-1-2017]

Overzicht routekaart Cebeon (programma Brandweer), afbouw procentuele afwijking Bijlage 5 Begrotingsuitgangspunten 2018 VRHM naam (heringedeelde) gemeente afwijking ten opzichte van de (geindexeerde) Cebeon-norm, allen uitgedrukt in procenten 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Alphen aan den Rijn 21,5 20,0 16,4 14,2 12,0 Boskoop 31,9 29,3 24,4 20,9 17,7 Rijnwoude 55,5 49,8 41,7 35,5 30,0 Alphen aan den Rijn vanaf 2014 11,0 6,8 4,6 2,3 0,0 0,0 0,0 0,0 Bodegraven-Reeuwijk 17,5 16,1 23,8 24,5 22,6 17,0 13,3 8,9 4,5 0,0 0,0 0,0 0,0 Gouda 12,0 11,4 9,0 7,8 6,6 2,2 1,0 0,7 0,3 0,0 0,0 0,0 0,0 Hillegom 36,9 33,5 25,8 21,8 18,4 13,3 10,0 6,7 3,4 0,0 0,0 0,0 0,0 Kaag en Braassem 25,5 22,5 17,4 13,7 11,5 7,8 5,7 3,8 1,9 0,0 0,0 0,0 0,0 Katwijk 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 Bergambacht 42,5 36,6 29,1 23,3 19,7 14,3 Nederlek 46,9 43,9 37,3 32,4 27,4 20,5 Ouderkerk 64,2 56,4 48,4 42,5 35,9 27,4 Schoonhoven 36,7 32,5 27,7 24,5 20,7 15,2 Vlist 39,0 35,7 27,5 21,4 18,1 13,1 Krimpenerwaard vanaf 2015 13,7 9,1 4,6 0,0 0,0 0,0 0,0 Leiden 5,7 5,9 4,4 3,8 3,2 1,0 0,5 0,3 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 Leiderdorp -13,9-13,2-14,3-14,5-9,7-6,5-1,9-1,2-0,6 0,0 0,0 0,0 0,0 Lisse 39,5 36,0 31,5 27,3 23,1 17,1 13,0 8,7 4,4 0,0 0,0 0,0 0,0 Nieuwkoop 14,5 14,1 11,8 10,9 9,2 5,9 4,3 2,9 1,4 0,0 0,0 0,0 0,0 Noordwijk 7,4 8,1 6,8 6,7 5,6 3,0 2,0 1,4 0,7 0,0 0,0 0,0 0,0 Noordwijkerhout 27,4 24,6 17,7 14,3 12,1 8,2 6,1 4,1 2,1 0,0 0,0 0,0 0,0 Oegstgeest -12,5-11,6-12,7-12,9-8,7-5,9-1,8-1,2-0,6 0,0 0,0 0,0 0,0 Teylingen 37,3 34,4 24,8 21,0 17,7 12,8 9,6 6,4 3,3 0,0 0,0 0,0 0,0 Voorschoten -4,8-4,2-5,4-5,6-3,7-3,4-1,6-1,1-0,6 0,0 0,0 0,0 0,0 Waddinxveen 2,0 0,6-2,4-3,4-2,3-2,7-1,6-1,1-0,5 0,0 0,0 0,0 0,0 Zoeterwoude 0,4-0,4-3,5-6,6-4,4-3,8-1,7-1,1-0,6 0,0 0,0 0,0 0,0 Zuidplas 26,4 24,1 19,7 16,7 14,2 9,9 7,4 4,9 2,5 0,0 0,0 0,0 0,0 afwijking ten opzichte van de (geindexeerde) Cebeon-norm, allen uitgedrukt in procenten 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 gemiddeld voor alle gemeenten in HM 16,6 15,3 12,3 10,4 9,1 5,5 4,0 2,7 1,4 0,0 0,0 0,0 0,0 gemiddeld voor alle gemeenten in Hollands Midden 18,0 16,0 14,0 12,0 10,0 8,0 6,0 4,0 2,0 0,0 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 % gemiddeld voor alle gemeenten in HM afwijking ten opzichte van de (geindexeerde) Cebeon-norm, allen uitgedrukt in procenten jaar bijlage 5 (afbouw in %), 5-1-2017

Overzicht routekaart Cebeon (programma Brandweer), toelichting Bijlage 6 Begrotingsuitgangspunten 2018 VRHM DE REGIONALISERING VAN DE BRANDWEER EN DE KEUZE VOOR DE CEBEON-ROUTEKAART De regionalisering van de brandweer in Hollands Midden was per 1 januari 2011 een feit. Het Algemeen Bestuur van de VRHM besloot dat de bijdragen van de deelnemende gemeenten in de daarop volgende jaren zouden verlopen volgens de zogenoemde routekaart Cebeon. Omdat de routekaart naar Cebeon op onderdelen ingewikkeld is, wordt in het tekstkader eerst een korte algemene uiteenzetting gegeven. In het eerste jaar van de nieuwe brandweerorganisatie wordt een beleid ontwikkeld waarmee de kosten voor brandweerzorg in Hollands Midden op termijn kan worden gerealiseerd voor het referentiebudget dat gemeenten via het Gemeentefonds ontvangen als fictief budget voor de brandweertaak -> Cebeon-norm 1. Cebeon staat voor Centrum Beleidsadviserend Onderzoek. Het bureau houdt zich bezig met beleidsgericht onderzoek in opdracht van overheidsorganisaties en non-profitorganisaties. Een van de opdrachten is het periodiek onderhoud van het gemeentefonds voor het rijk bij te houden> Cebeon adviseert de ministeries over de ontwikkeling van de feitelijke nettolasten van gemeenten en de verdeling van de middelen in het gemeentefonds. Bij de start van de regionalisering brandweer in Hollands Midden is 2009 als referentiejaar gekozen. We zaten op dat moment 16,6% boven Cebeon-niveau, voor een bedrag van 6,2 miljoen. Het Cebeon-traject beslaat drie fasen, conform de bestuurlijk vastgestelde routekaart Cebeon: fase taakstellingsopdracht efficiency-uitkomst 1. periode 2010-2012 5% door efficiënte inrichtings-keuzen 3 jaar x (afgerond) 700.000 per jaar 2. periode 2013-2015 5% door interne structurele efficiencywinst 3 jaar x (afgerond) 715.000 per jaar 3. periode 2016-2018 ambitie de kosten op Cebeon-niveau te brengen 3 jaar x (afgerond) 624.000 per jaar Deze effectiviteitswinst moet behaald worden door introductie van nieuwe brandweerzorgconcepten, waarvoor in 2014 voorstellen worden gedaan aan het bestuur. In 2015 zullen de interne structurele efficiencymaatregelen afgerond moeten worden, terwijl, op basis van bestuurlijke besluitvorming, gestart zal worden met de invoering van de nieuwe brandweerzorgconcepten. De verdeling van de efficiency over de gemeenten geschiedt naar rato van de relatieve budgettaire afstand tussen hun fictieve budget en hun feitelijke budget. ONTWIKKELING VAN DE GEINDEXEERDE CEBEON-NORM TOT EN MET 2018 De gemeentelijke bijdragen worden dus jaarlijks afgezet tegen de zogenoemde Cebeon-norm. Dit is het bedrag dat voor een gemeente is begrepen in het gemeentefonds voor het taakgebied brandweerzorg. Bij de regionalisering is 2009 als referentiejaar gekozen. In dat referentiejaar waren dat de door Cebeon onderzochte jaren 2000-2005 meegenomen. De bijdrage en de Cebeon-norm worden jaarlijks geïndexeerd. Op basis van de afspraken met andere gemeenschappelijke regelingen in Hollands Midden wordt een uniforme methode van indexering toegepast. De index bedraagt voor 2018 1,3%. Een nacalculatie 2017 is in dit indexpercentage verdisconteerd. Voor 2018 wordt vanwege loon- en prijsstijging aan de norm toegevoegd 578.000 (afgerond). Op basis van deze uitgangspunten bedraagt de Cebeon-norm in 2018 dan 45.050.252.

DE OPBOUW VAN DE VERGELIJKENDE GEMEENTELIJKE BIJDRAGEN 2017 EN 2018 In de begroting 2017 was de totale Cebeon-bijdrage geraamd op: 45.082.584 Indexering van de uitgaven, eveneens met 1,3%: + 586.074 Efficiencykorting laatste jaar derde tranche volgens afspraak: -/- 624.319 Bijdrage van de Cebeon-mingemeenten en doelstelling bereikt: + 5.912 niveau 2018: 45.050.252 Conform afspraak wordt in 2018 het Cebeon-niveau bereikt. De routekaart Cebeon is op hoofdlijnen en de individuele routes van gemeenten naar en tot Cebeon en in beeld gebracht (zie bijlagen). gemiddeld voor alle gemeenten in Hollands Midden % 18,0 16,0 14,0 12,0 10,0 8,0 6,0 4,0 2,0 0,0 gemiddeld voor alle gemeenten in Hollands Midden 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 afwijking ten opzichte van de (geindexeerde) Cebeonnorm, allen uitgedrukt in procenten jaar VAN VERGELIJKENDE GEMEENTELIJKE BIJDRAGEN NAAR FACTUURBIJDRAGEN HANTEREN VAN DE CEBEON-NORM VANAF 2019 Op 26 november 2015 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met de Bestuurlijke uitgangspunten kostenniveau Brandweer Hollands Midden en financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen vanaf 2019 (Cebeon). Vervolgens zijn deze bestuurlijke uitgangspunten in een zienswijzeprocedure voorgelegd aan de gemeenteraden. Op 31 maart 2016 besloot het Algemeen Bestuur kennis te nemen van de zienswijzen van de gemeenteraden en de reactie van het Dagelijks Bestuur hierop en 1. de Bestuurlijke uitgangspunten kostenniveau Brandweer Hollands Midden en financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen vanaf 2019 (Cebeon) vast te stellen met inachtneming van: a. het Bestuur wil aan het principe vasthouden om het niveau van de kosten en de gemeentelijke financiering voor brandweerzorg in Hollands Midden te realiseren voor het referentiebudget dat gemeenten via het Gemeentefonds ontvangen als fictief budget voor de brandweertaak;

b. aanpassingen in het absoluut niveau (referentiebudget) en de bijdrage van elke gemeente wordt één maal in de vierjaar (gelijk de beleidsplan periode) toegepast, gebaseerd op de septembercirculaire gemeentefonds T-2 van de beleidsplan periode; 2 Agendapunt B.2 AB VRHM 31 maart 2016 c. indien het referentiebudget en de bijdrage van elke gemeente in een nieuwe beleidsplan periode afwijkt van de voorgaande periode, wordt dit aan het begin van een nieuwe beleidsplan periode direct aangepast; d. het absoluut niveau wordt gedurende de beleidsplan periode gefixeerd, maar de jaarlijkse indexering is wel van toepassing conform de methodiek Werkgroep financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen1; e. indien het referentiebudget in een nieuwe beleidsplan periode hoger is dan de voorgaande periode wordt het surplus alleen toegekend indien dit nodig is voor nieuw beleid (incl. innovatie) en financiering autonome ontwikkelingen. f. indien het referentiebudget in een nieuwe beleidsplan periode lager is dan de voorgaande periode wordt bij de vaststelling van de begrotingsuitgangspunten de eventuele consequenties (o.a. voor het dekkingsplan) bestuurlijk ter besluitvorming voorgelegd. In het beleidsplan zal worden aangeven op welke taken eventuele bezuinigingsmaatregelen betrekking zullen hebben. g. gezien de effecten van het groot onderhoud Gemeentefonds per 2016 en herijking BDuR per 2017 wordt de eerst volgende beleidsplan van Brandweer Hollands Midden gebaseerd op de periode 2016-2018 (3 jaar). De volgende op de periode 2019-2023 (5 jaar), daarna voor achtereenvolgende perioden van 4 jaar. 2. Met de maatregelen in de Kadernota bezuinigingsprogramma Meer-Anders-Minder van de Brandweer Hollands Midden wordt voldaan aan de Cebeon-bezuinigingsopgave. Het maatregelenpakket voorziet in een structurele vermindering van de uitgaven van begroot 2,3 miljoen. Deze opbrengst overstijgt hiermee de Cebeon-taakstelling ( 1,8 miljoen) met begroot 0,5 miljoen. Het Bestuur besluit dit surplus in te zetten ter dekking van het financieel negatief effect van de herijking van de BDuR. 3. Het bestuur wenst de vaststelling van de uitgangspunten van het kostenniveau van Brandweer Hollands Midden en de financieringssystematiek van de gemeentelijke bijdragen vanaf 2019 (duurzaam) vast te leggen in een op te stellen financieel statuut. In de najaarsrapportage, ingebracht in het Algemeen Bestuur van 1 december 2016, zijn de uitkomsten van het Cebeon-rapportage Evaluatie financieringssystematiek Hollands Midden (Cebeon, 28 september 2015) nogmaals gepresenteerd voor het jaar 2019, gebaseerd op de ramingen uit de septembercirculaire 2015 (niveau 44.161.000) en de septembercirculaire 2016 (niveau 45.812.000). Omdat het bedrag voor het uitkeringsjaar 2019 van 44.1 miljoen was gebaseerd op het loon- en prijspeil 2015, is dit voor de programmabegroting 2018 en meerjarenramingen 2019-2021 bijgesteld op basis van de indexen die de Veiligheidsregio Hollands Midden op basis van het advies van de werkgroep Financieel kader gemeenschappelijke regelingen in Hollands Midden over de jaren 2016, 2017 en 2018 heeft gehanteerd. De referentie wordt daarmee voor 2019 gesteld op 45.3 miljoen. Dit is nog lager dan het niveau uit de septembercirculaire 2016. Afgesproken is dat het de uiteindelijke uitkering wordt vastgesteld op basis van de uitkomsten van het jaar T-2, dat wil zeggen de septembercirculaire 2017. Voor de meerjarenramingen 2020 en 2021 is vooralsnog bij 0% index de bijdrage geraamd op eveneens 45,3 miljoen.

Ontwikkeling Cebeon-bijdragen gemeenten vanaf 2019 De ontwikkeling van de Cebeon-bijdrage vanaf 2019 kan als volgt worden vertaald: * onderzoek Cebeon op basis van septembercirculaire 2015/ Najaarsrapportage Algemeen Bestuur 1 december 2016: 44.161.000 * aanpassing op basis van prijspeil 2016 (begroting 2016 VRHM) 0,59% 260.550 44.421.550 * aanpassing op basis van prijspeil 2017 (begroting 2017 VRHM) 0,75% 333.162 44.754.712 * aanpassing op basis van prijspeil 2018 (begroting 2018 VRHM) 1,30% 581.811 45.336.523 * afgerond bedrage 2019-2021 op basis van bijgesteld prijspeil 2018 45.337.000 naam gemeente absoluut niveau niveau septemberciculaire 2015 absoluut niveau niveau septemberciculaire 2016 procentueel aandeel gemeente volgens septembercirculaire 2016 verdeling bedrag aanpassing van 2019-2021 de bijdrage t.o.v. prijspeil 2018 op septembercirculaire 2015 basis van procentueel aandeel septembercirculaire 2016 Alphen aan den Rijn 5.748.000 5.925.000 12,9% 5.863.567 115.567 Bodegraven Reeuwijk 1.937.000 2.021.000 4,4% 2.000.045 63.045 Gouda 4.080.000 4.261.000 9,3% 4.216.820 136.820 Hillegom 1.067.000 1.102.000 2,4% 1.090.574 23.574 Kaag en Braassem 1.524.000 1.588.000 3,5% 1.571.535 47.535 Katwijk 3.103.000 3.229.000 7,0% 3.195.520 92.520 Krimpenerwaard 2.960.000 3.064.000 6,7% 3.032.231 72.231 Leiden 8.863.000 9.202.000 20,1% 9.106.589 243.589 Leiderdorp 1.476.000 1.532.000 3,3% 1.516.116 40.116 Lisse 1.261.000 1.309.000 2,9% 1.295.428 34.428 Nieuwkoop 1.398.000 1.447.000 3,2% 1.431.997 33.997 Noordwijk 1.649.000 1.737.000 3,8% 1.718.990 69.990 Noordwijkerhout 931.000 952.000 2,1% 942.129 11.129 Oegstgeest 1.209.000 1.217.000 2,7% 1.204.382-4.618 Teijlingen 1.754.000 1.819.000 4,0% 1.800.140 46.140 Voorschoten 1.194.000 1.253.000 2,7% 1.240.008 46.008 Waddinxveen 1.298.000 1.366.000 3,0% 1.351.837 53.837 Zoeterwoude 587.000 603.000 1,3% 596.748 9.748 Zuidplas 2.122.000 2.185.000 4,8% 2.162.345 40.345 totaal 44.161.000 45.812.000 100,0% 45.337.000 1.176.000

CORRECTIEPOSTEN OP DE CEBEON-BIJDRAGEN De Cebeon-bijdrage is de basis voor de factuur die de gemeente van de VRHM ontvangt voor het programma brandweer. Evenals vorige jaren wordt daarop een correctie toegepast voor de rode meldkamer, de overheveling van de kosten van alarmering van de Oranje Kolom. De individuele afspraken met gemeenten over extra dekking van huisvestingskosten tot en met het jaar 2018 zijn inmiddels geeffectueerd. Naar aanleiding van de gewijzigde financieringsstroom GHOR, dit als uitwerking van de wijziging van de gemeenschappelijke regelingen en de begrotingswijzigingen op dit punt, wordt tenslotte een correctie van de rijksbijdrage aangebracht van in totaal 1.407.257. De rijksbijdrage komt nu grotendeels ten gunste van het programma brandweer, de factuurbijdrage is dit bedrag verminderd. De gemeenten ontvangen rechtstreeks van de Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg een factuur voor de bijdrage van de GHOR.

Factuurspecificatie begroting 2018 en meerjarenramingen 2019-2021 Bijlage 7 Begrotingsuitgangspunten 2018 VRHM TE FACTUREREN GEMEENTELIJKE BIJDRAGEN PER PROGRAMMA, 2018 gemeente inwoners programma's 1-1-2016 Brandweer GMK VB OK totaal begroting 2017 (pag. 102) 42.504.930 1.322.878 462.660 571.060 44.861.528 na-ijleffect loon en prijscomp. SHNL 880 880 toepassing index 1,3% 586.074 17.197 6.026 7.424 616.721 structurele mutaties, zie bijlage 3 (696.385) 2.151 (694.234) 2017 verhoogd met index en mutaties, niveau begroting 2018 - niveau begroting 2018 42.394.620 1.340.075 469.566 580.635 44.784.896 verdeling over gemeenten Alphen aan den Rijn 107.960 5.716.105 185.547 65.016 80.395 6.047.063 Bodegraven/Reeuwijk 33.451 1.570.604 57.491 20.145 24.910 1.673.151 Gouda 71.189 4.240.642 122.350 42.872 53.013 4.458.876 Hillegom 21.089 993.938 36.245 12.700 15.704 1.058.587 Kaag en Braassem 26.108 1.232.762 44.871 15.723 19.442 1.312.798 Katwijk 64.239 2.968.805 110.405 38.686 47.837 3.165.734 Krimpenerwaard 54.653 2.722.721 93.930 32.913 40.699 2.890.263 Leiden 122.561 9.233.356 210.642 73.809 91.268 9.609.075 Leiderdorp 26.968 1.399.643 46.349 16.241 20.082 1.482.315 Lisse 22.606 1.062.771 38.852 13.614 16.834 1.132.071 Nieuwkoop 27.433 1.292.001 47.148 16.521 20.429 1.376.099 Noordwijk 25.760 1.435.422 44.273 15.513 19.183 1.514.391 Noordwijkerhout 16.140 809.235 27.739 9.720 12.019 858.713 Oegstgeest 23.209 1.114.232 39.889 13.977 17.283 1.185.380 Teylingen 36.013 1.645.329 61.894 21.688 26.818 1.755.730 Voorschoten 25.211 1.153.380 43.329 15.183 18.774 1.230.666 Waddinxveen 26.072 1.233.643 44.809 15.701 19.415 1.313.568 Zoeterwoude 8.119 664.373 13.954 4.889 6.046 689.262 Zuidplas 40.937 1.905.659 70.357 24.653 30.485 2.031.154 Generaal-totaal 779.718 42.394.620 1.340.075 469.566 580.635 44.784.896 bijlage 7 (factuurspec.), 5-1-2017

TE FACTUREREN GEMEENTELIJKE BIJDRAGEN PER PROGRAMMA VOOR DE JAREN 2019, 2020 EN 2021 gemeente Inwoners 1-1-2016 Brandweer GMK VB OK totaal niveau begroting 2018 42.394.620 1.340.075 469.566 580.635 44.784.896 structurele mutaties, zie bijlage 3 286.748 - - - 286.748 toepassing index 0% - - - - - 2018 verhoogd met index voor 2019 niveau begroting 2019 42.681.368 1.340.075 469.566 580.635 45.071.644 verdeling over gemeenten Alphen aan den Rijn 107.960 5.495.543 185.547 65.016 80.395 5.826.501 Bodegraven/Reeuwijk 33.451 1.887.126 57.491 20.145 24.910 1.989.672 Gouda 71.189 3.971.616 122.350 42.872 53.013 4.189.850 Hillegom 21.089 1.018.990 36.245 12.700 15.704 1.083.639 Kaag en Braassem 26.108 1.483.050 44.871 15.723 19.442 1.563.086 Katwijk 64.239 2.967.760 110.405 38.686 47.837 3.164.689 Krimpenerwaard 54.653 2.846.080 93.930 32.913 40.699 3.013.622 Leiden 122.561 8.696.975 210.642 73.809 91.268 9.072.694 Leiderdorp 26.968 1.424.028 46.349 16.241 20.082 1.506.700 Lisse 22.606 1.218.091 38.852 13.614 16.834 1.287.391 Nieuwkoop 27.433 1.338.820 47.148 16.521 20.429 1.422.918 Noordwijk 25.760 1.630.716 44.273 15.513 19.183 1.709.685 Noordwijkerhout 16.140 888.292 27.739 9.720 12.019 937.770 Oegstgeest 23.209 1.125.229 39.889 13.977 17.283 1.196.378 Teylingen 36.013 1.676.703 61.894 21.688 26.818 1.787.103 Voorschoten 25.211 1.157.383 43.329 15.183 18.774 1.234.669 Waddinxveen 26.072 1.264.232 44.809 15.701 19.415 1.344.158 Zoeterwoude 8.119 568.531 13.954 4.889 6.046 593.421 Zuidplas 40.937 2.022.203 70.357 24.653 30.485 2.147.698 Generaal-totaal 779.718 42.681.368 1.340.075 469.566 580.635 45.071.644 TE FACTUREREN GEMEENTELIJKE BIJDRAGEN 2018-2021 inwoners begroting meerjarenramingen verdeling over gemeenten 1-1-2016 2018 2019 2020 2021 Alphen aan den Rijn 107.960 6.047.063 5.826.501 5.826.501 5.826.501 Bodegraven/Reeuwijk 33.451 1.673.151 1.989.672 1.989.672 1.989.672 Gouda 71.189 4.458.876 4.189.850 4.189.850 4.189.850 Hillegom 21.089 1.058.587 1.083.639 1.083.639 1.083.639 Kaag en Braassem 26.108 1.312.798 1.563.086 1.563.086 1.563.086 Katwijk 64.239 3.165.734 3.164.689 3.164.689 3.164.689 Krimpenerwaard 54.653 2.890.263 3.013.622 3.013.622 3.013.622 Leiden 122.561 9.609.075 9.072.694 9.072.694 9.072.694 Leiderdorp 26.968 1.482.315 1.506.700 1.506.700 1.506.700 Lisse 22.606 1.132.071 1.287.391 1.287.391 1.287.391 Nieuwkoop 27.433 1.376.099 1.422.918 1.422.918 1.422.918 Noordwijk 25.760 1.514.391 1.709.685 1.709.685 1.709.685 Noordwijkerhout 16.140 858.713 937.770 937.770 937.770 Oegstgeest 23.209 1.185.380 1.196.378 1.196.378 1.196.378 Teylingen 36.013 1.755.730 1.787.103 1.787.103 1.787.103 Voorschoten 25.211 1.230.666 1.234.669 1.234.669 1.234.669 Waddinxveen 26.072 1.313.568 1.344.158 1.344.158 1.344.158 Zoeterwoude 8.119 689.262 593.421 593.421 593.421 Zuidplas 40.937 2.031.154 2.147.698 2.147.698 2.147.698 Generaal-totaal 779.718 44.784.896 45.071.644 45.071.644 45.071.644 bijlage 7 (factuurspec.), 5-1-2017

Bijlage 8 Verslag ambtelijke bijeenkomst Verslag ambtelijke bijeenkomst Begrotingsuitgangspunten 2018 VRHM Datum: Locatie: 2 februari 2017, 14.00 16.00 uur Brandweerkazerne Alphen aan den Rijn Aanwezig zijn: organisatie Alphen aan den Rijn: Bodegraven-Reeuwijk: GHOR-bureau: Gouda: Kaag en Braassem: Krimpenerwaard: Leiden: Nieuwkoop: Noordwijk: Noordwijkerhout: Servicepunt 71: Teijlingen: Voorschoten: Veiligheidsregio HM: Veiligheidsregio HM: Waddinxveen: namen Connie Arkesteijn, Gert-Jan van der Heiden, Ismail Kocyigit Lydia van der Linden en Louis van Wijk Tineke Vuurman Pieter van den Berg en GeertJaap Buth Thomas Janssen en Maaike Tolsma-Scheltinga Wim Revet Jan Hendrik Berends en Tom Smolders Koos Alebregtse, Jacob Bakker, Peter van Dijk en Jaap Verlare Pieter Tiemens Pieter Vletter Adri van der Plas Koos van Asten Dick Diekhuis Ernst Breider, Ludo Eijkelkamp, Richard Haimé, Francis Klaverveld, Anne Kraak, Alex Schaap en Bart Vegt Jolanda Zuijderduin (notuliste) Hammid Azzouzi, Elize Manschot en Erik Souren OPENING, WELKOM EN STAND VAN ZAKEN Ernst Breider heet de aanwezigen hartelijk welkom en geeft een korte toelichting op het programma. De opmerkingen hier gemaakt worden ter kennis gebracht aan de leden van het Algemeen Bestuur. Handouts van presentaties zijn bijgevoegd. Tijdens het thema-ab van 23 februari worden de begrotingsuitgangspunten vastgesteld. Op 6 april wordt de programmabegroting voor de zienswijze aan de gemeenteraden aangeboden. De programmabegroting wordt in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur van de VRHM op 29 juni 2017 behandeld.