Architectuurtheorie 2 Vraag 25: Bespreek hoe Sigfried Giedion de moderne architectuur positioneert als universeel en in overeenstemming met de tijdsgeest. Wouter Geyskens 2bira r0488784 15 mei 2016 Prof. Hilde Heynen
Onze cultuur heeft in veel opzichten een andere structuur dan de culturen die zich ontwikkelden in pre-industriële tijdperken 1, schreef Siegfried Giedion in zijn boek Space, Time and Architecture uit 1941. Voor de industriële revolutie gingen wetenschappers namelijk op zoek naar een specifieke ontdekking vanuit een filosofisch uitgangspunt. Heeft vandaag het filosofisch idealisme plaats gemaakt voor het streven naar economische efficiëntie? In de moderne samenleving zijn er enorme wetenschappelijke vooruitgangen geboekt. Maar hoe verhouden zij zich tot de kunst en de architectuur? Volgens Giedion spiegelt deze vooruitgang in techniek zich af in de architectuur omdat zij zo nauw is verbonden met het leven van een tijdperk als geheel 2. De vierde dimensie Architectuur is een belangrijke factor bij het evalueren van een periode of tijdperk. Uit de architectuur valt af te leiden wat er in die tijdsspanne bepalend is gebeurd. Hoezeer een tijdperk zich ook probeert te vermommen, zijn werkelijke aard zal toch zichtbaar zijn in zijn architectuur, of die nu gebruik maakt van originele uitdrukkingsvormen of probeert vroegere tijdperken te kopiëren. We herkennen het karakter van de tijd even gemakkelijk als het handschrift van een vriend, zelfs bij poging tot vermomming 3. Door de eeuwen heen kende het begrip ruimte binnen de architectuur verschillende opvattingen. Bij de Egyptenaren spraken ze als eerste over ruimte als een spel van volumes. De binnenruimte was hier nog niet aan de orde. Pas vanaf de Romeinen kreeg het interieur een belangrijke plaats in de architectuur. Nu zijn we gekomen aan het derde concept waar de eerste 2 opvattingen samenkomen 4. Dankzij ontwikkelingen binnen de natuurwetenschappen ontstond in de eerste decennia van de vorige eeuw ook een nieuwe opvatting van het begrip tijd. Waar tijd voorheen werd beschouwd als ofwel realistisch, iets dat op zich zelf bestaat en doorgaat, ofwel als subjectief, iets dat alleen bestaat in de zintuigelijke wereld, is tijd nu iets dat altijd verbonden is met ruimte 5. Het één kan niet zonder het andere en omgekeerd. De tijd, als vierde dimensie, geeft volgens Giedion gestalte aan de moderne architectuur. Waar vroeger verschillende ervaringen opgeroepen door architectuur alleen maar achter elkaar konden ervaren worden, ontstaat er nu een dynamisch samenspel van ervaringen van verschillende aard, wat de moderne architectuur universeel maakt. Net zoals bij het Bauhaus (zie afbeelding 1), gebouwd door Gropius in 1926, en het schilderij l Arlésienne (figuur 2) van Picasso uit 1911-1912, zien we het interieur en exterieur tegelijk (en face en en profile), als belichaming van het ruimte-tijdconcept. Ze zijn niet in één oogopslag te vatten.
Durchdringung Naast het tijdsaspect leidt de wetenschap ook tot veranderingen in bouwmaterialen. Traditioneel is het begrip architectuur verbonden met het materiaal steen 6. Onbewust associeren we hiermee al snel zwaarte en monumentaliteit. In de laatste eeuwen is er echter een serieuze opkomst van nieuwe bouwmaterialen als ijzer en gewapend beton, en van constructietechnieken, die niet stroken met de tot dan toe vanzelfsprekende monumentaliteit van architectuur. Daar waar de nieuwe bouwmaterialen ijzer en gewapend beton- zwaarte en monumentaliteit uitstralen, zijn ze van hun eigen karakter beroofd 7, zegt Giedion over deze materialen in zijn boek Bauwen in Frankreich uit 1928. Daarom stelt hij de vraag of het al te beperkte begrip architectuur niet zal verdwijnen. Het is steeds moeilijker om de grens te trekken tussen wat nog architectuur is en wat niet. Voor hem is niet alleen het treinstation op zich, maar het samenspel met de sporen en de treinen dat een architecturaal geheel vormt. Gebouwen zijn niet meer omgeven door muren, straten niet meer door wanden, ruimtes lopen in elkaar over als een open geheel. Alles en iedereen maakt deel uit van deze gemeenschappelijke vormgeving, een wisselwerking tussen een nieuw ruimteconcept en de realiteit. Durchdringung. Giedion omschrijft die ervaring als volgt: Op de door wind omgeven trappen van de Eiffeltoren, of beter nog in het stalen skelet van een Pont Trasbordeur wordt men zich bewust van de fundamentele esthetische ervaring van het Nieuwe Bouwen: ongehinderd stromen de objecten, de schepen, de zee, de huizen, de masten, het landschap en de haven door het in open lucht gespannen dunne ijzeren netwerk 8. Het orkest Maar het probleem schuilt in de relatie tussen die wetenschappelijke wereld en de dagdagelijkse, emotionele wereld van kunst en gevoel. Volgens Giedion loopt het fout tijdens de opleiding van jonge wetenschappers. De hedendaagse wetenschappelijke opleiding is gericht op het produceren van extreme specialisten 9, zegt hij. Verschillende takken van de wetenschap graven alsmaar dieper naar de kern van hun vakgebied en groeien dus meer en meer uit elkaar. Giedion meent in 1941 dat een dringende behoefte ontstaat aan onderlinge samenhang tussen de verschillende wetenschappen of tussen de wetenschappen en de wereld van het gevoel 10. Waar hij dertien jaar eerder in zijn boek Bauen in Frankreich spreekt over een vage grens tussen kunst en wetenschap, pleit hij er nu voor die grens helemaal slopen. Niemand vindt het ook erg dat het onderscheid moeilijker te maken is omdat iedereen nl. hetzelfde streefdoel voor ogen heeft: leven 11! Hij vergelijkt in de hedendaagse maatschappij de takken van de wetenschap en de kunst met instrumenten, die bespeeld worden door de wetenschappers en kunstenaars als volleerde muzikanten. Onze cultuur is als een orkest waarvan de instrumenten gestemd en al klaarliggen, maar waarin elke muzikant is afgescheiden van zijn medespelers door een geluiddichte muur 12.
Conclusie De nieuwe levenshouding die voortvloeit uit de doordringing van kunst en wetenschap zal zich eerst laten uitdrukken op objectieve, rationele terreinen, zoals constructie en industrie. Maar in de persoonlijke sfeer is het woonhuis pas modern als het bewust is van de wetenschappelijke kennis, met lichte dimensionering en openheid dat doorspoeld is door licht en lucht. Zolang de virtuoze muzikanten in het orkest elkaar niet horen, kan er geen samenspel zijn en kan er geen toegankelijk muziekstuk uit voort vloeien. Het is pas als iedereen samenspeelt, als de wetenschap en de kunst elkaar bevruchten, dat moderne, universele architectuur kan ontstaan. Mijn mening is dat we ondertussen verder geëvolueerd zijn tot de 21 e eeuw en dat de grenzen nog steeds meer vervagen, wat een positieve evolutie is. Dus vind ik dat de mening van Giedion tot op vandaag van toepassing is. Het is aan de jonge architecten om de nieuwe opportuniteiten van onze tijd (3D-printing, composietmaterialen ) te benutten in hun architectuur om nog meer interactie te bekomen tussen wetenschap, kunst en samenleving en zo in staat zijn om nog meer opwindende symfonieën te creëren.
Bibliografie 1 Siegfried Giedion, Space, Time and Architecture (1941), in Hilde Heynen e.a. (red), Dat is architectuur Sleutelteksten uit de twintigste eeuw, 010, Rotterdam, 2009, p 259 2 S. Giedion, 1941, p260 Siegfried Giedion, Space, Time and Architecture (1941), in Hilde Heynen e.a. (red), Dat is architectuur Sleutelteksten uit de twintigste eeuw, 010, Rotterdam, 2009, p260 3 Siegfried Giedion, Space, Time and Architecture (1941), in Hilde Heynen e.a. (red), Dat is architectuur Sleutelteksten uit de twintigste eeuw, 010, Rotterdam, 2009, p260 4 Siegfried Giedion, Architecture and the Phenomena of Transition, Cambridge, Harvard University Press, 1971, p2-5 5 Siegfried Giedion, Space, Time and Architecture (1941), in Hilde Heynen e.a. (red), Dat is architectuur Sleutelteksten uit de twintigste eeuw, 010, Rotterdam, 2009, p260-261 6 Siegfried Giedion, Bauen in Frankreich (1928), in Hilde Heynen e.a. (red), Dat is architectuur Sleutelteksten uit de twintigste eeuw, 010, Rotterdam, 2009, p178 7 Siegfried Giedion, Bauen in Frankreich (1928), in Hilde Heynen e.a. (red), Dat is architectuur Sleutelteksten uit de twintigste eeuw, 010, Rotterdam, 2009, p178,179 8 Siegfried Giedion, Bauen in Frankreich (1928), in Hilde Heynen e.a. (red), Dat is architectuur Sleutelteksten uit de twintigste eeuw, 010, Rotterdam, 2009, p179 9 Siegfried Giedion, Space, Time and Architecture (1941), in Hilde Heynen e.a. (red), Dat is architectuur Sleutelteksten uit de twintigste eeuw, 010, Rotterdam, 2009, p258 10 S. Giedion, 1941, p258 11 Siegfried Giedion, Bauen in Frankreich (1928), in Hilde Heynen e.a. (red), Dat is architectuur Sleutelteksten uit de twintigste eeuw, 010, Rotterdam, 2009, p177 12 Siegfried Giedion, Space, Time and Architecture (1941), in Hilde Heynen e.a. (red), Dat is architectuur Sleutelteksten uit de twintigste eeuw, 010, Rotterdam, 2009, p259
Afbeelding 1 Siegfried Giedion, Space, Time and Architecture, Cambridge, Harvard University Press, 1978 (fifth edition, revised and enlarged), p495
Afbeelding 2 Siegfried Giedion, Space, Time and Architecture, Cambridge, Harvard University Press, 1978 (fifth edition, revised and enlarged), p494