Leesvaardigheid Engels

Vergelijkbare documenten
Muiswerk Strategisch Lezen is gericht op het aanleren van deelvaardigheden die nodig zijn voor een strategische leesaanpak.

Docentenhandleiding Onze moedertaal, onze onbewuste kennis

BBL-4, topklinisch traject RdGG Pagina 1 van 7 Persoonlijke ontwikkeling Studievaardigheden

Muiswerk Strategisch Lezen is gericht op het aanleren van deelvaardigheden die nodig zijn voor een strategische leesaanpak.

Pourquoi Pourquoi Pas?? Onderzoek naar de beste manier om met de huidige leergang om te gaan binnen de sectie.

Brochure Begrijpend lezen VMBO 1

Checklist Begrijpend lezen en woordenschat Curriculum Nederlands ? - + +

TAAL- EN LEESMETHODEN. Het aanbod Taal- en leesmethoden Begrijpend Lezen. Begrijpend lezen. Effectieve strategieën voor begrijpend lezen ALGEMEEN

Taal Integraal Op Een Weekschaal

Wat te doen met zwakke begrijpend lezers?

Taalconferentie Hoera! Lezen. In gesprek met de inspectie. Programma. Uw beeld. Marja de Boer

ONDERZOEK DOEN HOE DOE IK DAT? WORKSHOP PLUSWEEK KLAS 1, 2, 3

Hoofdstuk 3 Meerkeuzevragen Hoe moet je meerkeuzevragen aanpakken? Tien tips bij de aanpak van meerkeuzevragen 34

Woordenschatonderwijs. Ideeën, modellen en (werk)vormen die de leerkrachten kunnen inzetten in de klas om het woordenschatonderwijs

Lezen met begrip: de sleutel tot schoolsucces

en 2 Brochure Begrijpend lezen VMBO 1

Lisbo Begrijpend Lezen

Voor SE-3 (in de derde SE-periode van het jaar) schrijf je een uiteenzetting aan de hand van documentatie die door de docent is gebundeld.

Handleiding voor de leerling

AOS docentonderzoek bijeenkomst 2 Onderzoeksdoel en -vragen 9/21/ Rian Aarts & Kitty Leuverink

AOS docentonderzoek bijeenkomst 2 Onderzoeksdoel en -vragen

TAAL EN LEESMETHODEN Begrijpend Lezen Goed Gelezen

WHITEPAPER Nectar 5 e editie onderbouw

PROGRAMMA VAN TOETSING EN AFSLUITING. Vak: Nederlandse taal en literatuur (Netl)

ONDERSTEUNING BIJ HET LEZEN

D.1 Motiveren en inspireren van leerlingen

AOS docentonderzoek bijeenkomst 2 Onderzoeksdoel en -vragen Rian Aarts & Kitty Leuverink. Waar moet je rekening mee houden?

Docentonderzoek binnen de AOS Bijeenkomst 8 Feedbackformulier bij het onderzoeksinstrument

Beoordeling methodes Nederlands

De vragen sluiten aan bij de belevingswereld van de leerlingen en zijn onderverdeeld in de volgende vijftien categorieën:

Checklist technisch lezen onderwijs en leesmethodes

Thoni Houtveen. Afscheidscollege 19 april 2018

Enquête leesvaardigheid maart 2015

Methodeanalyse Talent

Leerstofoverzicht Lezen in beeld

Een doorlopende leeslijn voor elke leerling. Alle facetten van leesontwikkeling in het voortgezet onderwijs belicht

Oranje stappers maak je zo

teksten 2 niveau AA (februari), voor deel 1 en 2

Praktijkonderzoek. Joke van Adrichem & Toos van der Smit

Resultaten instaptoetsen Rekenen en Nederlands 2010 Rapportage aan de Profijtscholen

Motivatie voor Techniek = Motivatie voor Engels

2 x per week 45 minuten werken aan de basisdoelen, daarnaast verrijking en verdiepingswerk op Studiemeter.nl.

Laag Vaardigheden Leerdoelen Formulering van vragen /opdrachten

SECTORWERKSTUK

Interfacultaire Lerarenopleidingen, Universiteit van Amsterdam

SAMENVATTING SAMENVATTING

2015 In nauw overleg met docenten Nederlands en experts wordt het vernieuwend lesmateriaal vertaald naar een vernieuwende, didactische leerlijn.

Blauwe stenen leer je zo

Ontwerponderzoek paper 2 Geografische informatievaardigheden in 5 VWO

Leerlijn Leeslink niveau 3 (groep 7-8) schooljaar

Met behulp van Muiswerk Begrijpend Lezen 2 leren leerlingen informatie, betekenissen en bedoelingen uit teksten te halen.

LEZEN EN DYSLEXIE Nicole Verkerk

Alles over. Grip op lezen. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

LEERLINGEN HELPEN EFFECTIEF ANDERE LEERLINGEN

niveau A Toets 1 versie 1 (november)

Beoordelingsinstrument Digitale Leermiddelen Taalonderwijs

Zelfgestuurd werken bevorderen door teamteachen

VRAGENLIJST FORMATIEF TOETSEN DOCENT

Ontwerponderzoek: Paper 3

In 1,2 en 3 meer leesstrategie GESTRUCTUREERDE TRAINING IN LEESSTRATEGIEËN

Groep 4. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind groep 4

PTA Engelse taal en literatuur HAVO Belgisch Park cohort

Het belangrijkste doel van de studie in hoofdstuk 3 was om onafhankelijke effecten van visuele preview en spellinguitspraak op het leren spellen van

Lezen 2F is erop gericht om leerlingen te begeleiden naar het door Meijerink c.s. geformuleerde referentieniveau 2F voor begrijpend lezen.

Lezen. Doelgroep Lezen. Omschrijving Lezen

niveau A Toets 1 versie 2 (november)

Luister- en kijkvaardigheid in de lessen Nederlands

De diagnostische tussentijdse toets

Model om schoolse taalvaardigheden te observeren en te reflecteren

teksten 1 niveau AA (november), voor deel 1 en 2

TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN BIOLOGIE VWO EERSTE TIJDVAK 2016

Lesbrief voor docenten

PROGRAMMA VOOR BEGRIJPEND LEZEN DE ZUID-VALLEI

Leren Leren en ExcelLeren

Werkplan vakverdieping kunstvakken

De mogelijkheid om te differentiëren: een aansprekend en op maat gesneden leertraject voor iedere leerling!

DOCENTENHANDLEIDING LEES MEE >> NT2

Groep 7 en 8. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind groep 8

niveau C Toets 2 versie 2 (februari)

Praten over boeken in de klas Het vragenspel van Aidan Chambers

Interfacultaire Lerarenopleidingen, Universiteit van Amsterdam

Doeltaal is voertaal. Engels geven in het Engels. Whitepaper. Doeltaal is voertaal Marion Ooijevaar, 30 januari Introductie

Registratieblad aanbod doelen SLO groep 1 en 2

Onderzoeksvraag Uitkomst

TAAL- EN LEESMETHODEN. Het aanbod Taal- en leesmethoden Begrijpend Lezen. Begrijpend lezen. Effectieve strategieën voor begrijpend lezen ALGEMEEN

Lezen voor Beroep en Studie. 2 e trainingsavond, 13 oktober 2014

De kwaliteit van educatieve activiteiten meten. Universiteitsmuseum Utrecht

Betrokken lezers in het vmbo

Leerlijn Leeslink niveau 3 (groep 7-8) schooljaar

Leerlijn Leeslink niveau 3 (groep 7-8) schooljaar

TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN ECONOMIE VMBO GT EERSTE TIJDVAK 2017

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK. Het Baken International School VWO

Transcriptie:

Leesvaardigheid Engels Naam student: Ramtha Chamoun Studentennummer: 1628728 Begeleider HU: Greetje Reeuwijk Stageschool: Montessori College Twente Vak: Beroepsproduct 3 Opleiding: B Leraar v.o. Engels tweede graad, Instituut Archimedes Projectnummer kennisbasis: 8240

Samenvatting De aanleiding voor dit beroepsproduct waren de Cito-toets resultaten van klas 1 havo/vwo en de resultaten van de eindexamens Engels havo/vwo van het Montessori College Twente die lager scoren dan het landelijk gemiddelde. Het doel is om de leesvaardigheid Engels in klas 1 en 2 havo/vwo te bevorderen. Daarom is er een hoofdvraag opgesteld. Hoe kan de Engelse leesvaardigheid van de leerlingen van klas 1 en 2 havo/vwo van het Montessori College Twente bevorderd worden zodat zij het beoogde ERKniveau (A2) bereiken aan het eind van klas 2? Uit het literatuuronderzoek blijkt dat leesvaardigheid is te verdelen in twee categorieën: technisch lezen en begrijpend lezen. Begrijpend lezen moet voldoen aan een aantal voorwaarden. Verder is gebleken dat docenten leerlingen efficiënt moeten begeleiden bij leesvaardigheid. Uit het praktijkonderzoek blijkt dat de leerlingen de meeste teksten uit de lesmethode niet interessant vinden. Docenten geven aan in interviews dat zij meer kennis willen over leesstrategieën om deze beter in de les te kunnen integreren. Leerlingen geven aan hun woordenschat te willen uitbreiden. Vervolgens zijn er ontwerpeisen opgesteld. Er is voor gekozen om een reader samen te stellen waarin aanwijzingen staan voor docenten, om leesstrategieën effectief te kunnen integreren in de lessen. Het product is ontwikkeld voor leerjaar 1 havo/vwo en leerjaar 2 havo/vwo. Bij elk leerjaar zijn twee voorbeeldlessen ontwikkeld met authentieke leesteksten en opdrachten. Uit het evaluatieonderzoek blijkt dat het product voldoet aan de vooraf gestelde eisen. De betrokkenen bij het onderzoek vinden de aanwijzingen voor de docenten helder. De lesplannen zijn duidelijk te volgen. De docent die de lessen heeft uitgeprobeerd vindt dat de leerlingen goed reageerden op de lessen en ze hebben ook hun woordenschat uitgebreid. De leerlingen geven dit zelf ook aan, zo blijkt uit de enquêtes. Om het product te verbeteren kan er voor gekozen worden om de leerlingen van meerdere teksten te voorzien waaruit ze kunnen kiezen. Zo is de kans groter dat de teksten de leerlingen meer aanspreken.

Inhoud Samenvatting... 2 Hoofdstuk 1: Inleiding... 5 1.1 Aanleiding en opdracht... 5 1.2 Context van de school in relatie tot het probleem... 5 1.3 Onderzoeksvraag... 5 Hoofdstuk 2: Verkennend onderzoek... 6 2.1 Inleiding verkennend onderzoek... 7 2.2.1 Inleiding literatuurverkenning... 7 2.2.2 Middendeel: Wat is leesvaardigheid?... 7 2.2.2.1 Het ERK... 8 2.2.2.2 Wat zijn de belangrijkste voorwaarden voor begrijpend lezen?... 8 2.2.2.3 Wat is nodig voor leerlingen om begrijpend lezen te bevorderen?... 9 2.2.3 Conclusie... 10 2.3.1 Inleiding praktijkverkenning... 12 2.3.2 Aanpak en middelen... 13 2.3.3 Resultaten... 14 2.2.4. Conclusies... 20 Hoofdstuk 3: Het beroepsproduct... 23 3.1 Conclusie verkenning... 23 3.2 Ontwerpeisen... 24 3.3 Het ontwikkelde beroepsproduct... 25 Hoofdstuk 4: Presentatie, uitvoering en evaluatie van het product.... 26 4.1 Inleiding evaluatieonderzoek... 27 4.2 Evaluatie van het uitgevoerde product... 27 4.2.1 Inleiding en evaluatievragen... 27 4.2.2 Aanpak en middelen... 27 4.2.3 Resultaten... 28 4.2.4 Conclusies... 30 Bibliografie... 32 Bijlagen... 33 Bijlage 1. Stappenplan voor het maken van een onderzoeksinstrument: interview.... 33 Bijlage 2A Onderzoeksinstrumenten praktijkverkenning... 35 Analyse formulier Stepping Stones... 35 Interview... 37 Leerling enquête... 38 Bijlage 2B Geordende gegevens praktijkverkenning... 40 Analyse formulier Stepping Stones ingevuld... 40

De uitgetypte interviews... 43 Geordende gegevens enquête 1e klas havo/vwo... 47 Geordende gegevens enquête 2e klas havo/vwo... 51 Bijlage 3A Het beroepsproduct... 55 Bijlage 4A Planning van presentatie en evaluatie... 102 Bijlage 4B Onderzoeksinstrumenten evaluatie... 103 Vragenlijst presentatie... 103 Leerling enquête... 104 Interview docent... 105 Bijlage 4C Geordende gegevens evaluatie-instrumenten... 106 Uitgetypte vragenlijsten presentatie... 106 Leerling enquêtes klas 1... 109 Leerling enquêtes klas 2... 111 Uitgetypte docent interview... 113

Hoofdstuk 1: Inleiding 1.1 Aanleiding en opdracht Ik ga onderzoek doen naar de manier waarop leesvaardigheid van klas 1 en 2 havo/vwo bevorderd kan worden. De functie van mijn opdrachtgever in de school is docent Engels en sectieleider Engels. Aanleiding van mijn onderzoek is de resultaten van de Cito-toetsen die zijn gemaakt in alle 1e klassen. Hieruit blijkt namelijk dat leesvaardigheid Engels zwak is en verbeterd kan worden. Woordherkenning/woordenschat en leesvaardigheid zijn de twee onderwerpen waarop bij Engels laag is gescoord. Die twee onderwerpen hebben dan ook zeer waarschijnlijk met elkaar te maken. Verder liggen de eindexamenresultaten van havo/vwo onder het landelijke gemiddelde. Het is daarom aan te raden, in de eerste jaren van de schoolcarrière al efficiënt aan de slag te gaan met leesvaardigheid, zodat dit in de rest van de schoolcarrière goed gaat. Het product zal als middel hiervoor dienen. Mijn beroepsproduct is te gebruiken bij de 1 e en 2 e klas havo/vwo om Engelse leesvaardigheid te bevorderen. De docenten krijgen een reader met effectieve oefeningen om leesvaardigheid te verbeteren maar er zal nog onderzocht moeten worden hoe het product het beste vorm gegeven kan worden. Ik ga samenwerken met de sectieleider van Engels en verschillende docenten Engels. 1.2 Context van de school in relatie tot het probleem De school deelt de visie van Maria Montessori en het onderwijs is gebaseerd op de principes van Montessori onderwijs. Zelfstandigheid wordt in het Montessori onderwijs enorm gestimuleerd. Het is vooral belangrijk om de leerlingen te leren het zelf te doen. De docent is er om de leerling te leiden en op weg te helpen naar volwassenheid. Uiteraard is het zo dat de leerling keuzes kan en mag maken met betrekking tot de stof; de docent is er om de leerling te stimuleren en zijn vorderingen in de gaten te houden. Het is belangrijk dat mijn product hieraan zal voldoen. Ik wil iets ontwikkelen waardoor de docent zijn leerlingen zo goed mogelijk kan begeleiden bij het bevorderen van de leesvaardigheid. Momenteel worden de docenten op deze school gestimuleerd om met eigen ideeën te komen wat betreft de lessen. De focus ligt niet meer zo erg op de lesmethode maar op hoe de leerlingen de stof op een andere, interessante en authentieke manier kunnen verwerven. Om dit product te ontwikkelen heb ik dus veel vrijheid gekregen en de kans om met nieuw, bruikbaar materiaal te komen. 1.3 Onderzoeksvraag Ik heb gekozen voor de volgende onderzoeksvraag. Hoe kan de Engelse leesvaardigheid van de leerlingen van klas 1 en 2 havo/vwo van het Montessori College Twente bevorderd worden zodat zij het beoogde ERK-niveau (A2) bereiken aan het eind van klas 2? Ik heb voor deze onderzoeksvraag gekozen omdat de cito-resultaten de aanleiding zijn geweest voor het onderzoek. Uit die resultaten blijkt dat leesvaardigheid Engels en woordenschat Engels zwak zijn. De leesvaardigheid is zwak, de leerlingen scoren

een niveau lager of zelfs twee of meer niveaus lager. Verder is duidelijk te zien dat als de leesvaardigheid zwak is, dat de woordenschat ook gering is. Blijkbaar is het vooral een probleem dat de leesstrategieën in de eerste jaren niet vaak/goed genoeg worden aangeleerd. De begeleiding van de docent in de verschillende niveaus is niet voldoende. Door het beantwoorden van de onderzoeksvraag zal er een product worden ontwikkeld waarmee de leesvaardigheid van klas 1 en klas 2 havo/vwo sterk verbeterd kan worden. Door het ontwikkelen van het product waarin effectieve oefeningen staan om leesvaardigheid te verbeteren zal mijn onderzoeksvraag beantwoord worden. Hoofdstuk 2: Verkennend onderzoek

2.1 Inleiding verkennend onderzoek Voor mijn verkennend onderzoek ga ik mij bezig houden met het onderwerp leesvaardigheid. De hoofdvraag die hoort bij mijn onderzoek is: hoe kan de Engelse leesvaardigheid van de leerlingen van klas 1 en 2 havo/vwo van het Montessori College Twente bevorderd worden zodat zij het beoogde ERK-niveau (A2) hebben bereikt aan het eind van klas 2? Hierbij zijn een aantal deelvragen ontwikkeld die betrekking hebben op mijn onderwerp en mij zullen helpen bij het beantwoorden van de hoofdvraag. Deelvragen voor de literatuurverkenning: - Wat wordt verstaan onder leesvaardigheid? - Welke eisen stelt het ERK aan leerlingen van klas 1, 2 havo/vwo op het gebied van leesvaardigheid? - Wat zijn de belangrijkste voorwaarden voor begrijpend lezen? - Wat hebben leerlingen nodig om begrijpend lezen te bevorderen? Deelvragen voor de praktijkverkenning: - Wat zijn de resultaten van de Cito-toets die gemaakt is in klas 1 havo/vwo? - Wat wordt gedaan in de lesmethode aan leesvaardigheid? - Hoe begeleiden de docenten de leerlingen bij leesvaardigheid? - Hoe ervaren de leerlingen de begeleiding van de docenten? 2.2.1 Inleiding literatuurverkenning Er is allereerst literatuuronderzoek gedaan, om goed te begrijpen wat leesvaardigheid inhoudt. Hiervoor zijn een aantal deelvragen opgesteld: - Wat wordt verstaan onder leesvaardigheid? - Welke eisen stelt het ERK aan leerlingen van klas 1, 2 havo/vwo op het gebied van leesvaardigheid? - Wat zijn de belangrijkste voorwaarden voor begrijpend lezen? - Wat is nodig voor leerlingen om begrijpend lezen te bevorderen? In het middendeel van dit hoofdstuk zal achtereenvolgens een antwoord worden gegeven op de deelvragen. 2.2.2 Middendeel: Wat is leesvaardigheid? Leesvaardigheid is te verdelen in twee categorieën: technisch lezen en begrijpend lezen (Puper & Richters, 2013). Technisch lezen is de eerste stap, leerlingen kunnen letters en lettercombinaties verklanken. Ze begrijpen wellicht niet alles, dat komt pas aan bod wanneer er begonnen wordt met het oefenen van begrijpend lezen. Begrijpend lezen is het vermogen om geschreven teksten te begrijpen (Puper & Richters, 2013, p. 13). Volgens Staatsen (2011) gaat het bij leesvaardigheid om meer dan alleen kennis van woorden en grammaticaregels. Het gaat om de vaardigheid kennis uit teksten te halen. Mortel (2012) spreekt over de kenmerken van begrijpend lezen: - Drie elementen: de lezer, de tekst en het leesdoel. - Het is een denkactiviteit. - De lezer is actief betrokken bij de tekst. - De lezer geeft betekenis aan de tekst: wat staat er? Wat wil de schrijver zeggen, wat zegt mij dit en wat betekent dit voor mij?

2.2.2.1 Het ERK Op het voortgezet onderwijs speelt het Europees referentiekader een significante rol. Het Europees Referentiekader is een systeem van niveaus voor taalvaardigheid die ontwikkeld is om overal in Europa gehandhaafd te kunnen worden (Noijons & Kuijper, 2006). Leerlingen worden gestuurd om op het gewenst niveau te komen en dit is daarom verwerkt in de hoofdvraag. Aan het eind van klas 2 havo/vwo worden de leerlingen geacht voor leesvaardigheid, ERK-niveau A2, te hebben bereikt (Engels, z.d.). Dat is het niveau van een beginnend taalgebruiker. Het ERK bevat kerndoelen voor het vak Engels. Kerndoelen geven een beschrijving van kwaliteiten van leerlingen op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden (Canton, Fasoglio, Meijer, & Trimbos, 2006, p. 8). Docenten zijn verplicht om leerlingen aan te bieden wat in de kerndoelen beschreven staat. De volgende kerndoelen zijn van toepassing op leesvaardigheid: Kerndoel 12. De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Engelse woordenschat. Kerndoel 13. De leerling leert strategieën te gebruiken bij het verwerven van informatie uit gesproken en geschreven Engelstalige teksten. Kerndoel 14. De leerling leert in Engelstalige schriftelijke en digitale bronnen informatie te zoeken, te ordenen en te beoordelen op waarde voor hemzelf en anderen. 2.2.2.2 Wat zijn de belangrijkste voorwaarden voor begrijpend lezen? Leesvaardigheid bevorderen is noodzakelijk om de leerlingen in de bovenbouw voor te bereiden op het eindexamen. Volgens Staatsen (2011) zou er in Nederland veel aandacht zijn voor leesvaardigheid, voornamelijk doordat het centraal examen gebaseerd is op leesvaardigheid. Ervan uitgaand dat leerlingen op het voortgezet onderwijs technisch lezen onder de knie hebben, moet er dus vooral gekeken worden naar begrijpend lezen. Er zijn een aantal voorwaarden voor begrijpend lezen. Volgens Puper & Richters (2013) zijn de belangrijkste voorwaarden: - Leesplezier en leesmotivatie - Technisch lezen - Mondelinge taalvaardigheid - Woordenschat/achtergrondkennis - Kennis van tekstsoorten - Leesstrategieën De With (2011) noemt achtergrondkennis en woordenschat, leesstrategieën toepassen en leesmotivatie als voorwaarden voor lezen met begrip. Achtergrondkennis is te verdelen in twee verschillende aspecten, namelijk kennis van taal en kennis van de wereld. Veel lezen leidt volgens Puper & Richters (2013) tot een grotere kennis van de wereld en een grotere woordenschat. Ook volgens Hirsch (2006) zijn achtergrondkennis en woordenschat noodzakelijk voor succesvolle leesvaardigheid. Om achtergrondkennis en woordenschat te vergroten zijn er een aantal aandachtspunten die door de With (2011) genoemd worden: - De selectie van aan te bieden woorden is belangrijk. Het is effectief om schooltaalwoorden (woorden die verschillende betekenissen hebben in

verschillende contexten) aan te bieden, die leerlingen vaker zullen tegenkomen. - Er moet een rijke instructie gegeven worden op nieuwe woorden, zowel verbaal als non-verbaal. Een afbeelding, voorwerp of filmpje verrijkt de instructie van nieuwe woorden. - Diepe kennis over het onderwerp moet vergroot worden, waarbij details of aspecten bekend zijn. - Leerlingen moeten associaties met aanverwante onderwerpen kunnen maken. - Leerlingen moeten uitgedaagd worden om na te denken over de betekenis van het nieuwe woord. - Nieuwe woorden moeten vaak terugkomen. Elk nieuw woord moet acht à tien keer herhaald worden. Leesstrategieën zijn nodig voor leerlingen om de juiste informatie uit een tekst te kunnen halen. Förrer (2010) noemt zes leesstrategieën als onderdeel van het begrijpend leesonderwijs, gebaseerd op de theorie van onderzoekers Fisher, Frey en Lapp: voorspellen, vragen stellen, visualiseren, verbinden, samenvatten en afleiden. De leesstrategieën zijn te verdelen in drie hoofdgroepen namelijk: - Voorspelvaardigheid. Hiermee wordt bedoeld dat leerlingen aan de hand van in het oog springende delen van een tekst of snel opzoekbare informatie een verwachtingspatroon opbouwen over de inhoud van een bepaalde tekst. - Structureren. Hiermee wordt bedoeld dat leerlingen moeten leren de opbouw van een tekst te doorzien. Hiervoor is kennis nodig van de opbouw van teksten als geheel, van de opbouw van alinea s en van de onderlinge relatie van alinea s. - Gebruik maken van redundantie. De betekenis van een woord wordt vaak op meerdere plaatsen in een tekst duidelijk gemaakt. Leerlingen leren gebruik te maken van het globale begrip dat zij al van de tekst hebben en van de context waarin het onbekende woord staat, uit de vorm van het woord zelf de definitie afleiden of met behulp van een illustratie. Dit kunnen leerlingen gebruiken om de inhoud van een tekst te achterhalen (Staatsen, 2011). Kennis van tekstsoorten is van belang zodat de leerlingen zich ervan bewust zijn wat voor informatie zij kunnen verwachten. De verschillende soorten teksten zijn: - Informatieve teksten - Opiniërende teksten - Overtuigende teksten - Verhalende teksten Bij elk soort tekst kan aan de leerlingen worden uitgelegd welke leesstrategie het beste bij de tekst past. Volgens Puper & Richters (2013) is een goede mondelinge taalvaardigheid van groot belang voor het leren lezen. Er zijn verschillende mondelinge talen: namelijk de thuistaal, de straattaal en de schooltaal. 2.2.2.3 Wat is nodig voor leerlingen om begrijpend lezen te bevorderen? Het activeren van voorkennis is belangrijk bij leesvaardigheid. De voorkennis die wij hebben, vormt de basis voor onze gedachtes. Als leerlingen gestimuleerd worden om hun voorkennis en achtergrondkennis te gebruiken bij het lezen, dan kunnen zij meer verbindingen maken met wat ze lezen (Harvey & Goudvis, 2007). Dat kan

bijvoorbeeld het geval zijn, als een leerling leest over een karakter met een overeenkomstige ervaring. Hierdoor zal de leerling, het karakter en zijn motieven, gevoelens en gedachtes beter begrijpen. Als lezers veel achtergrondinformatie hebben over een bepaald onderwerp dan kunnen zijn de tekst beter als geheel begrijpen. Als lezers ook kennis hebben van verschillende tekstsoorten zoals Puper & Richters (2013) aangeven, kunnen zij de tekst beter begrijpen. Het lezen van teksten en boeken is een zeer effectieve manier om achtergrondkennis en woordenschat te vergroten (de With, 2011, p. 11). Bij leesvaardigheid bevordering speelt de docent een belangrijke rol. Effectieve docenten zijn grotendeels net als coaches. Zij vertellen leerlingen niet alleen dat ze betere lezers en schrijvers moeten worden maar ze gebruiken bijvoorbeeld vragen om de leerlingen te begeleiden bij het begrijpen van teksten. Effectieve docenten zorgen er voor dat leerlingen komen met high-level antwoorden op leesteksten, zowel oraal als schriftelijk (Gambrell & Mandel Morrow, 2011). Ze laten leerlingen werken met teksten die verbonden zijn aan een hun dagelijkse leven en creëren functionele verwerkingsopdrachten hierbij. Leerlingen in de onderbouw zijn gemotiveerd als leren relevant is voor hun leven en nodig is om hun doelen te bereiken. Als een leerling plezier beleeft aan lezen, zal hij vaker gaan lezen. Verder moeten de leerlingen toegang hebben tot een veelheid van gevarieerde boeken. Leeskilometers maken is essentieel. Hoe meer gelezen wordt, hoe beter. Veel lezen is goed voor het begrijpend lezen (Vernooy, 2013, p. 213). Om leesvaardigheid te bevorderen is een leesvriendelijk taalomgeving nodig. Deze voldoet aan een aantal algemene basisvoorwaarden: - de leeractiviteiten hebben een heldere structuur; - verschillende leervoorkeuren en stijlen komen tot hun recht; - begrijpend lezen heeft een natuurlijke plaats in de les; - er is sprake van goed klassenmanagement; - de leraar past regelmatig interactieve werkvormen toe (Puper & Richters, 2013, p. 41). Instructie bij leesvaardigheid is het meest effectief als docenten: - leerlingen de kans geven om te reageren op teksten door schrijven en tekenen; - leerlingen bewust maken van hoe leesstrategieën te gebruiken zijn in verschillende leesteksten, genres en contexten; - leerlingen bewust maken van het feit dat nadenken over een tekst hen zal helpen bij het beter begrijpen van een tekst; - leerlingen klassikaal begeleiden en instructies geven maar ook bijvoorbeeld instructie herhalen of individueel extra begeleiden als onderdeel van differentiatie; - leerlingen feedback geven op gemaakt werk (Harvey & Goudvis, 2007, de With, 2011). 2.2.3 Conclusie Leerlingen worden geacht niveau A2 te hebben aan het eind van klas 2. Het beste voor de leerlingen zal zijn om te werken met teksten die aansluiten op hun niveau. Leesvaardigheid bestaat uit twee onderdelen, namelijk technisch lezen en begrijpend lezen. Technisch lezen is de eerste stap waarbij leerlingen leren om letters en

lettercombinaties te verklanken. De tweede stap is begrijpend lezen, waarvoor kennis nodig is. Hierdoor ontstaat het vermogen om geschreven tekst te begrijpen. De belangrijkste voorwaarden voor begrijpend lezen zijn volgens Puper & Richters (2013): - Leesplezier en leesmotivatie - Technisch lezen - Mondelinge taalvaardigheid - Woordenschat/achtergrondkennis - Kennis van tekstsoorten - Leesstrategieën Achtergrondkennis en woordenschat, leesstrategieën toepassen en leesmotivatie worden volgens de With (2011) als voorwaarden voor lezen met begrip genoemd. Kennis van de wereld en kennis van taal zijn twee aspecten van achtergrondkennis die een belangrijk rol spelen bij leesvaardigheid. Hoe meer gelezen wordt, hoe meer kennis van de wereld vergaard kan worden en dit vergroot de woordenschat (Puper & Richters, 2013). Leesvaardigheid, kennis van de wereld en woordenschat zijn dus nauw met elkaar verbonden en versterken elkaar. Hirsch (2006) noemt ook achtergrondkennis en woordenschat als belangrijke componenten die leiden tot succesvolle leesvaardigheid. Volgens de With (2011) zijn er aantal aandachtspunten om achtergrondkennis en woordenschat te vergroten. Het is effectief om schooltaalwoorden aan te bieden, die leerlingen vaker tegenkomen. Er moet een rijke instructie gegeven worden voor nieuwe woorden. Kennis over het onderwerp moet verdiept worden. Leerlingen moeten associaties met aanverwante onderwerpen kunnen maken en uitgedaagd worden om na te denken over de betekenis van het nieuwe woord. Nieuwe woorden moeten vaak terugkomen (acht à tien keer). Nieuwe woorden moeten vaak herhaald worden, zodat ze deel uit gaan maken van de woordenschat van de leerling. Het gebruik van leesstrategieën bij teksten kan leerlingen helpen om de juiste informatie te kunnen krijgen. Förrer (2010) noemt zes leesstrategieën als onderdeel van het begrijpend leesonderwijs, gebaseerd op de theorie van onderzoekers Fisher, Frey en Lapp: voorspellen, vragen stellen, visualiseren, verbinden, samenvatten en afleiden. Leerlingen actief maken en aan de slag laten gaan met het hierboven genoemde is dus essentieel. Volgens Staatsen (2011) vallen de strategieën te verdelen in drie hoofdgroepen, namelijk voorspelvaardigheid, structuren en gebruikmaken van redundantie. Bij deze hoofdgroepen kan gedacht worden aan talloze activiteiten in een leesvaardigheidsprogramma om de strategieën te oefenen. Vakdocenten moeten zich er bewust van zijn dat goede mondelinge taalvaardigheid van groot belang is voor het leren lezen en grenzen kunnen stellen aan het gebruik van straattaal op school en in de les. Schooltaal kan gestimuleerd worden door leerlingen uitleg aan elkaar te laten geven, een presentatie te laten houden of door met elkaar over een vakthema te praten. Door het stimuleren van voorkennis en achtergrondkennis kunnen leerlingen meer verbindingen maken met wat ze lezen (Harvey & Goudvis, 2007). Leerlingen moeten dus voorkennis activeren, achtgrondinformatie hebben over een bepaald onderwerp en kennis van verschillende tekstsoorten om teksten beter te begrijpen. Meer lezen

heeft tot gevolg dat leerlingen hun woordenschat uitbreiden en meer kennis van de wereld vergaren. Dit kan positief kan bijdragen aan leesmotivatie en dus leesplezier. De docent speelt een grote rol bij het bevorderen van leesvaardigheid. De docent zorgt er bijvoorbeeld voor dat leerlingen vragen gebruiken bij het begrijpen van teksten, laat leerlingen werken met teksten die authentiek zijn en aansluiten bij hun belevingswereld. Een leesvriendelijk taalomgeving is een must om leerlingen en hun leesvaardigheid te bevorderen. Een aantal basisvoorwaarden hiervan zijn: - dat de leeractiviteiten een heldere structuur hebben; - verschillende leervoorkeuren en stijlen komen aan bod; - begrijpend lezen is onderdeel van elke les; - er is sprake van goed klassenmanagement; - de leraar gebruikt verschillende interactieve werkvormen (Puper & Richters, 2013). Een aantal effectieve instructietaken bij leesvaardigheid zijn: - docenten geven de leerlingen de kans om te reageren op teksten door schrijven en tekenen; - docenten moeten leerlingen goed onderwijzen over de verschillende leesstrategieën, - docenten moeten leerlingen hardop laten nadenken; - docenten moeten leerlingen klassikaal begeleiden en instructies geven maar ook de individuele leerlingen verder begeleiden en meer hulp aanbieden; - docenten moeten leerlingen voorzien van feedback (Harvey & Goudvis, 2007, de With, 2011). 2.3.1 Inleiding praktijkverkenning De deelvragen bij de praktijkverkenning zijn:

- Wat zijn de resultaten van de Cito-toets die gemaakt is in klas 1 havo/vwo? - Wat wordt gedaan in de lesmethode aan leesvaardigheid? - Hoe begeleiden de docenten de leerlingen bij leesvaardigheid? - Hoe ervaren de leerlingen de begeleiding van de docenten? Aanleiding voor mijn onderzoek waren de Cito-toets resultaten van klas 1 havo/vwo. Hieruit bleek namelijk dat de leerlingen zwak waren op het gebied van Engels leesvaardigheid en Engels woordenschat. Het is tevens belangrijk om te onderzoeken wat er wordt behandeld aan leesvaardigheid in de lesmethode, die gebruikt wordt bij de klassen 1, 2 havo/vwo. In hoeverre dit gebruikt wordt door docenten zal blijken uit de derde deelvraag. Daarbij worden docenten ondervraagd en zal het bekend worden hoe docenten hun leerlingen begeleiden bij leesvaardigheid. Verder is het ook van belang om te onderzoeken hoe de begeleiding van docenten wordt ervaren door de leerlingen, wat zij missen qua begeleiding maar ook wat zij positief vinden. 2.3.2 Aanpak en middelen Om een praktijkonderzoek goed te kunnen uitvoeren is het nodig om data vanuit verschillende invalshoeken te bekijken en op systematische wijze te verzamelen. Er moet sprake zijn van betrouwbaarheid en validiteit. Dat kan bereikt worden door triangulatie toe te passen, dat houdt in dat informatie wordt verzameld vanuit meerdere onderzoeksmethodes (Donk & Lanen, 2013). Bij dit onderzoek zal gebruik worden gemaakt van testresultaten, interviews, leerling enquêtes maar er zal ook bestaand materiaal worden geëvalueerd, zoals de lesmethode. Hierdoor kan worden gezegd dat er triangulatie wordt gerealiseerd, dit vergroot de validiteit en hierdoor zal ook de betrouwbaarheid worden gecontroleerd. De conclusies zullen herkenbaar en bruikbaar zijn (Donk & Lanen, 2013). De eerste deelvraag zal beantwoord worden door de testresultaten van de gemaakte Cito-toets te bestuderen. De tweede deelvraag zal beantwoord worden door de bestaande methode te onderzoeken op leesvaardigheidsmateriaal door middel van een analyse formulier. De derde deelvraag zal beantwoord worden door middel van een opgesteld interview. De respondenten die bevraagd zullen worden zijn de docenten van klas 1,2 havo/vwo Engels. Dit interview zal betrekking hebben op leesvaardigheid. Centraal staat de begeleiding hierbij. Wat is bijvoorbeeld hun definitie van leesvaardigheid en wat vinden zij van de methode? De laatste deelvraag zal beantwoord worden door middel van een leerling enquête. Deze enquête zal gehouden worden onder verschillende klassen om te vragen hoe de leerlingen de begeleiding bij leesvaardigheid ervaren. Centraal staat hoe zij de lessen ervaren, wat ze positief vinden aan de begeleiding maar ook wat zij missen qua begeleiding en waar ze nog meer behoefte aan hebben. Alle informatie die verzameld wordt helpt een beeld te krijgen van de huidige situatie op de school. Bij het maken van de enquête waren er oorspronkelijk 16 vragen. Dat is uiteindelijk verminderd naar 10 vragen. Dit is gedaan omdat het anders te uitgebreid zou zijn. Zoals van der Donk & van Lanen (2012) stellen heeft de lengte van de vragenlijst invloed op de nauwkeurigheid waarmee de respondent de vragen beantwoordt. Ook is er enkel voor gesloten vragen gekozen. Van der Donk en van Lanen (2012) raden aan om bij enquêtes die afgenomen worden bij grote groepen, gebruik te maken van gesloten vragen. De enquête is afgenomen bij alle klassen van

havo/vwo. Het gaat om drie 1 e klassen havo/vwo en drie 2 e klassen havo/vwo, in totaal dus zes klassen. Hiervoor is gekozen om een representatief beeld te krijgen van wat de leerlingen vinden, aangezien het product dat ontwikkeld wordt voor deze klassen bedoeld is. Aanvankelijk zou er minimaal bij vier van de zes klassen een enquête worden afgenomen. Echter naarmate de steekproef groter is, kunnen er met een grotere nauwkeurigheid en betrouwbaarheid uitspraken gedaan worden over de populatie (Baarda, Kalmijn, & Goede, 2015). Bovenaan de enquête staat een kleine introductie over het onderwerp. Er is bewust gekozen om deze introductie zo kort mogelijk te houden. Baarda, e.a. (2015) geven namelijk aan, dat hoe langer de introductie is, des te meer mensen zijn geneigd om hem niet of niet helemaal te lezen. De enquête bevat verschillende relevante vragen voor mijn onderzoek. De leerlingen geven aan wat er in de les al gebeurt aan leesvaardigheid, wat ze van de behandelde leesteksten vinden, hoe zij de begeleiding van leesvaardigheid en leesstrategieën ervaren en op welk gebied zij meer willen oefenen. Op basis van de antwoorden zal ik de enquêtes analyseren. Ik zal per vraag percentages in grafieken maken, zodat het overzichtelijk wordt. De informatie zal ik gebruiken bij het vervaardigen van mijn beroepsproduct. Ik verwacht dat de leerlingen zullen stellen dat zij de leesteksten af en toe saai vinden. Ook verwacht ik dat ze zullen stellen dat ze meer woordkennis, meer kennis over leesstrategieën en leukere teksten willen krijgen. Over de samenstelling van het interview is uitvoerig nagedacht. Er is een stappenplan gemaakt om te dienen als hulpmiddel, zie bijlage 1A. 2.3.3 Resultaten

Geanalyseerde resultaten cito: Engels leesvaardigheid 14% 8% 18% Scores van leerlingen klas 1 havo/vwo Engels leesvaardigheid Leerlingen die scoren 2 of 3 niveaus onder gemaakte toets Leerlingen die scoren 1 niveau onder gemaakte toets 38% 22% Leerlingen die scoren op niveau van gemaakte toets Leerlingen die scoren 1 niveau boven gemaakte toets Leerlingen die scoren op 2 of 3 niveaus boven gemaakte toets Geanalyseerde resultaten cito: Engels woordenschat Scores leerlingen klas 1 havo/vwo Engels woordenschat 15% 15% 8% Leerlingen die scoren 2 of 3 niveaus onder gemaakte toets Leerlingen die scoren 1 niveau onder gemaakte toets 40% 22% Leerlingen die scoren op niveau van gemaakte toets Leerlingen die scoren 1 niveau boven gemaakte toets Leerlingen die scoren op 2 of 3 niveaus boven gemaakte toets De lesmethode Om te komen tot het bevorderen van begrijpend lezen moet eraan de volgende voorwaarden worden voldaan: - Leesplezier en leesmotivatie - Technisch lezen - Mondelinge taalvaardigheid - Woordenschat/achtergrondkennis - Kennis van tekstsoorten - Leesstrategieën (Puper & Richters, 2013). Op basis hiervan is een analyse formulier gemaakt om de lesmethode te testen op aanwezigheid van deze zes voorwaarden. Zie bijlage 2B voor de analyse formulier en volledige toelichting. Leerling enquêtes De enquêtes zijn geordend volgens leerjaar. Zo komen er duidelijk verschillen naar voren in de twee leerjaren. Elk vraag geeft de percentages weer van de antwoorden

van de leerlingen. Vooral de volgende vragen zijn van belang bij het ontwerpen van mijn product: vraag 3, 4, 6, 9 en 10. Voor uitgebreidere weergave van de resultaten met percentages zie bijlage 2B. Leerjaar 1, vraag 3 Leerjaar 2, vraag 3 Hoe tevreden ben jij over jouw tekstbegrip bij Engels? Heel erg tevreden Hoe tevreden ben jij over jouw tekstbegrip bij Engels? Heel erg tevreden 33% 6% 4% Tevreden 8% 16% 13% Tevreden 57% Nauwelijks tevreden 63% Nauwelijks tevreden Niet tevreden Niet tevreden Leerjaar 1, vraag 4 Leerjaar 2, vraag 4

Wordt leesvaardigheid vaak behandeld in de klas? Wordt leesvaardigheid vaak behandeld in de klas? Ja, heel vaak Ja, heel vaak 29% 31% 6% 40% Ja, maar het mag vaker 46% 48% Ja, maar het mag vaker Nee, niet vaak genoeg Nee, niet vaak genoeg Leerjaar 1, vraag 6 Leerjaar 2, vraag 6 Vind jij de leesteksten die behandeld worden interessant of leuk? Vind jij de leesteksten die behandeld worden interessant of leuk? 22% 11% Ja, het zijn vaak leuke en interessante teksten. 44% 2% 54% Ja, het zijn vaak leuke en interessante teksten. 67% Ja, af en toe maar soms zijn de teksten saai. Ja, af en toe maar soms zijn de teksten saai. Nee, nooit. Nee, nooit.

Leerjaar 1, vraag 9 Leerjaar 2, vraag 9 Vind jij het moeilijk om leesstrategieën zoals voorspellen, globaal lezen, intensief lezen en zoekend lezen toe te passen? Ja, er wordt niet vaak geoefend hiermee. Vind jij het moeilijk om leesstrategieën zoals voorspellen, globaal lezen, intensief lezen en zoekend lezen toe te passen? Ja, er wordt niet vaak geoefend hiermee. 22% 6% 16% 46% 32% Ja, ik weet niet welke ik moet gebruiken bij welke tekst. 78% Ja, ik weet niet welke ik moet gebruiken bij welke tekst. Nee, dit gaat prima. Nee, dit gaat prima. Leerjaar 1, vraag 10

27% 47% Als jij het voor het zeggen had wat zou jij dan nodig hebben om jouw leesvaardigheid te verbeteren? Meer aandacht voor interessante en leuke teksten zodat ik beter kan lezen en gemotiveerd raak om te lezen. Ik zou vaker en meer teksten klassikaal willen krijgen. 18% 8% Ik zou meer willen oefenen met leesstrategieën met behulp van de docent. Ik zou graag mijn woordkennis willen uitbreiden, zodat ik Engelse teksten beter kan lezen. Leerjaar 2, vraag 10 Als jij het voor het zeggen had wat zou jij dan nodig hebben om jouw leesvaardigheid te verbeteren? 7% 3% 19% 71% Meer aandacht voor interessante en leuke teksten zodat ik beter kan lezen en gemotiveerd raak om te lezen. Ik zou vaker en meer teksten klassikaal willen krijgen. Ik zou meer willen oefenen met leesstrategieën met behulp van de docent. Ik zou graag mijn woordkennis willen uitbreiden, zodat ik Engelse teksten beter kan lezen.

De interviews Voor uitgebreide antwoorden op de interviews, zie bijlage 2B. De docenten moesten antwoord geven op zes vragen. Op de vraag wat de oorzaak zou zijn van lage leesvaardigheid bij de betreffende klassen geven de docenten aan dat het zou kunnen gaan om het feit dat er nog niet genoeg lees kilometers zijn gemaakt. Verder worden niveauverschillen genoemd, de ene leerling heeft meer aanleg voor Engels dan de ander en het kan zijn dat de ene leerling een grotere woordenschat heeft dan de ander. Ook de docenten zijn van mening dat de leesteksten uit Stepping Stones niet altijd interessant zijn voor de leerlingen en soms zijn ze zelfs verouderd. Er komen bijvoorbeeld weinig teksten in voor over actuele zaken, zoals social media. Docent 2 geeft aan dat zij op de hoogte is van de verschillende leesstrategieën en hiermee ook regelmatig oefent met de leerlingen. Docent 1 en docent 3 daarentegen geven aan dat zij graag tools en meer kennis hierover willen krijgen om leesstrategieën beter te kunnen integreren in de lessen. Op de vraag wat de docenten denken dat de leerlingen nodig hebben om leesvaardigheid te bevorderen worden verschillende antwoorden gegeven. Docent 1 noemt woordenschat uitbreiden en veel leesmeters maken. Docent 2 heeft het over een verbeterslag in de differentiatie in de lessen. Leerlingen die zwak zijn moeten meer instructie en oefening krijgen en de sterkere leerlingen moet meer uitgedaagd worden. Docent 3 noemt meer oefenen en meer lessen gericht op de skills als een manier om leesvaardigheid te bevorderen. 2.2.4. Conclusies Testresultaten Cito Uit de testresultaten van de Cito-toets blijkt dat leerlingen hier verschillend op scoren. Er is gekeken naar twee aparte onderdelen, namelijk Engels leesvaardigheid en Engels woordenschat. In totaal gaat het om 176 leerlingen die havo/vwo volgen op het Montessori College Twente. Uit de eerste grafiek hierboven bij 2.2.3, blijkt dat 24 % van de leerlingen 1 tot 3 niveaus lager scoren. Dit is ongeveer een kwart van de leerlingen en dat is veel. Hieruit blijkt al dat leesvaardigheid bevorderd kan/moet worden. Verder is het zo dat als er gekeken wordt naar de tweede grafiek bij 2.2.3, 23 % van de leerlingen 1 tot 3 niveaus lager scoren. Dat is ongeveer gelijk aan Engels leesvaardigheid. Wederom is dit een groot aantal en dat is een aanleiding om actief bezig te gaan met Engels woordenschat. Wel is het opvallend dat 40 % van de leerlingen bij Engels woordenschat 1 niveau boven de gemaakte toets scoren in tegenstelling tot Engels leesvaardigheid waarbij het percentage dat 1 niveau boven de gemaakte toets scoort veel lager is namelijk 28 %. Dit kan betekenen dat bij Engels woordenschat, woordjes makkelijker geraden kunnen worden. De lesmethode Uit het analyse formulier blijkt dat er niet voldaan wordt aan de voorwaarden van begrijpend lezen volgens Puper & Richters (2013). In totaal zijn er vier voorwaarden die getest zijn volgens het analyse formulier. Slechts aan één van de vier voorwaarden wordt voldaan, namelijk leesstrategieën. In de lesmethode worden alleen de leesstrategieën helder benoemd en toegelicht voor de leerling. Zoals ook is gebleken in de leerling enquêtes en docenten interviews zijn de leesteksten meestal niet interessant genoeg of sluiten ze niet aan op de belevingswereld van de

leerlingen. Verder worden de leerlingen niet uitgedaagd om na te denken over de betekenis van nieuwe woorden, voorkennis wordt onvoldoende geactiveerd voor het lezen en achtergrondkennis wordt niet uitgediept. De leerlingen krijgen wel te maken met verschillende tekstsoorten maar ze worden er verder niet bewust van gemaakt hoe zij de verschillende tekstsoorten kunnen herkennen en onderscheiden van elkaar. De leerling enquêtes Bij vraag 3 wordt de leerlingen gevraagd hoe tevreden zij zijn over hun tekstbegrip bij Engels. Bij leerjaar 1 is ongeveer 40 % van de leerlingen nauwelijks of niet tevreden is over zijn of haar tekstbegrip. Dat is een groot percentage van de leerlingen. Bij leerjaar 2 is ongeveer 24 % nauwelijks tot niet tevreden over zijn of haar tekstbegrip. Bij leerjaar 2 zijn de leerlingen over het algemeen meer tevreden over hun tekstbegrip. Bij vraag 4 wordt de leerlingen gevraagd of leesvaardigheid vaak behandeld wordt in de klas. In leerjaar 1 is er meer behoefte aan leesvaardigheid aangezien 29 % van de leerlingen aangeeft dat leesvaardigheid niet vaak genoeg behandeld wordt. Bij leerjaar 2 is dit percentage slechts 6 %. Bijna de helft van beide leerjaren geeft daarentegen wel aan dat zij vinden dat het nog vaker behandeld mag worden. Dit kan betekenen dat leerlingen herhaling nuttig vinden. Bij vraag 6 wordt de leerlingen gevraagd of zij de leesteksten die behandeld worden, interessant of leuk vinden. De tweedejaars leerlingen zijn minder enthousiast over de leesteksten dan eerstejaars leerlingen maar beide groepen geven aan dat de leesteksten leuker of interessanter mogen zijn. Dit betekent dat de teksten niet aansluiten op de belevingswereld van de leerlingen. Bij vraag 9 wordt de leerlingen gevraagd of zij het moeilijk vinden om leesstrategieën toe te passen. Bij leerjaar 1 geeft ruim de helft van de leerlingen aan dat ze moeite hebben met leesstrategieën, ofwel doordat zij vinden dat er niet genoeg mee geoefend wordt ofwel doordat zij niet weten welke strategie ze moeten gebruiken. Bij leerjaar 2 geeft 78 % van de leerlingen dat het prima gaat. Dit betekent dat bij leerjaar 2 leerlingen veel minder moeite hebben met het toepassen van leesstrategieën. Bij vraag 10 wordt de leerlingen gevraagd wat zij nodig hebben om hun leesvaardigheid te verbeteren. Er kan vastgesteld worden dat er voor de leerlingen een sterke behoefte bestaat aan leukere en interessantere teksten. Bijna de helft van de eersteklassers geeft dit aan en bijna driekwart van de tweedeklassers geeft dit aan. De teksten uit de lesmethode Stepping Stones spreken de meeste leerlingen dus niet aan. Verder is het zo dat ook een groot deel van de leerlingen aangeeft dat zij hun woordkennis willen uitbreiden. Dit maakt duidelijk dat een deel van de leerlingen een geringe woordenschat denkt te hebben. Een klein deel van de leerlingen zegt meer te willen oefenen met leesstrategieën met behulp van de docent. Dit betekent dus dat voor sommige leerlingen extra individuele uitleg of instructie, ook genoemd in de literatuurverkenning, nodig is. De interviews Er blijkt door het houden van de interviews met de docenten dat er behoefte is

aan tools die gebruikt kunnen worden om leesstrategieën beter in de les te kunnen integreren. Verder is er behoefte om meer differentiatie bij leesvaardigheid. Er zijn zwakke lezers maar ook sterke lezers. Alle drie de docenten gebruiken extra materiaal om leesvaardigheid te oefenen. Dit kan betekenen dat hier sterk behoefte aan is en dat alleen de lesmethode gebruiken niet voldoende is. De docenten geven ook unaniem aan dat de leesteksten van Stepping Stones meestal niet interessant of leuk gevonden worden door de leerlingen, vaak zijn het verouderde teksten die niet meer van deze tijd zijn.

Hoofdstuk 3: Het beroepsproduct 3.1 Conclusie verkenning De hoofvraag voor het onderzoek was: hoe kan de Engelse leesvaardigheid van de leerlingen van klas 1 en 2 havo/vwo van het Montessori College Twente bevorderd worden zodat zij het beoogde ERK-niveau (A2) bereiken aan het eind van klas 2? Om dit te bereiken betekent dit dat de leerlingen en docenten moeten gaan samenwerken aan het bevorderen van de leesvaardigheid. Uit het literatuuronderzoek (Pupers & Richters, 2013), is gebleken dat leerlingen voorzien moeten worden van een leesvriendelijke omgeving. Een aantal basisvoorwaarden hiervoor zijn: - de leeractiviteiten hebben een heldere structuur; - verschillende leervoorkeuren en stijlen komen aan bod; - begrijpend lezen is onderdeel van elke les; - er is sprake van goed klassenmanagement; - de leraar gebruikt verschillende interactieve werkvormen Uit het praktijkonderzoek is gebleken dat 89 % van de leerlingen uit klas 1 en 98 % van de leerlingen uit klas 2 de teksten uit Stepping Stones niet altijd leuk of interessant vinden daarom moeten de teksten die gebruikt zullen worden in het beroepsproduct beter aansluiten op de belevingswereld van de leerlingen. Leerlingen kunnen beter verbindingen maken met teksten die ze lezen als voorkennis en achtergrondkennis geactiveerd wordt (Harvey & Goudvis, 2007). Als ze bijvoorbeeld lezen over een karakter met een overeenkomstige ervaring kunnen zij het karakter en zijn motieven, gevoelens en gedachtes beter begrijpen. Leesplezier en leesmotivatie zijn een belangrijke voorwaarde van begrijpend lezen (Puper & Richters, 2013). Maar liefst 69 % van de leerlingen uit klas 1 en 52 % van de leerlingen uit klas 2 heeft behoefte aan meer leesvaardigheidstraining, zo blijkt uit het praktijkonderzoek. Door middel van dit beroepsproduct kan daar een start mee worden gemaakt. 27 % van de leerlingen uit klas 1 en 19 % van de leerlingen uit klas 2 geeft ook aan dat ze behoefte hebben aan woordenschatuitbreiding. Uit het literatuuronderzoek komt woordenschatkennis ook naar voren als belangrijk voorwaarde voor begrijpend lezen (de With, 2011, Pupers & Richters, 2013). Uit het literatuuronderzoek (Harvey & Goudvis, 2007), blijkt tevens dat instructie van leesvaardigheid het meest effectief is als de docenten de leerlingen bewust maken van hoe leesstrategieën te gebruiken zijn in verschillende leesteksten, genres en contexten. Uit het praktijkonderzoek is gebleken dat twee van de drie ondervraagde docenten behoefte hebben aan meer kennis over leesstrategieën om deze effectiever te kunnen integreren in de lessen. Als leerlingen bovendien kennis hebben van de verschillende tekstsoorten die er bestaan, dan kan bij elk soort tekst worden uitgelegd welke leesstrategie het beste bij de tekst past. Docenten zijn effectief bezig met leesvaardigheid als ze leerlingen klassikaal begeleiden en instructies geven maar ook bijvoorbeeld instructie herhalen of individueel extra begeleiden als onderdeel van differentiatie (Harvey & Goudvis, 2007).

3.2 Ontwerpeisen Samen met de opdrachtgever, de sectieleider Engels, is er besproken aan welke ontwerpeisen het product moet voldoen. Er is voor gekozen om een reader met aanwijzingen voor docenten om leesstrategieën beter te integreren in de lessen en voorbeeldlessen met authentieke leesteksten en opdrachten te ontwikkelen. Op basis van het praktijk- en literatuuronderzoek zijn een aantal ontwerpeisen naar voren gekomen. Hieronder zullen de zeven ontwerpeisen besproken en onderbouwd worden. 1. Het product moet overzichtelijk en helder zijn zodat elke docent het kan volgen. Uit het praktijkonderzoek blijkt dat alle drie de docenten behoefte hebben aan tools om leesvaardigheid beter en meer te kunnen onderwijzen aan hun leerlingen. De teksten en opdrachten moeten klaar voor gebruik zijn in een helder lesplan zodat de docenten dit effectief kunnen gebruiken in de lessen, uit het literatuuronderzoek blijkt namelijk dat instructie van leesvaardigheid het meest effectief is als de docenten de leerlingen bewust maken van hoe leesstrategieën te gebruiken zijn in verschillende leesteksten, genres en contexten. En docenten zijn effectief bezig met leesvaardigheid als ze leerlingen klassikaal begeleiden en instructies geven maar ook bijvoorbeeld instructie herhalen of individueel extra begeleiden als onderdeel van differentiatie (Harvey & Goudvis, 2007). Om overzichtelijkheid te bieden aan de docent moet het product de volgende elementen bevatten: Voorwoord Inhoudsopgave Inleiding Middendeel Bibliografie In het voorwoord moet het onderwerp van het document en de reden van het onderzoek vermeld worden. Er moet een inhoudsopgave toegevoegd zijn zodat de verschillende onderdelen snel te vinden zijn voor de docent. De inleiding zal informatie bevatten over hoe het document eruit gaat zien en er zal uitgelegd worden wat de koppeling met het ERK zal zijn. Het middendeel bevat allereerst een korte uitleg over het begrip leesvaardigheid en de voorwaarden waaraan begrijpend lezen moet voldoen. Daarna volgen per leerjaar de verschillende leesstrategieën en de leesactiviteiten met aanwijzingen voor de docent. Vervolgens worden de lesplannen en bijbehorende leesteksten en opdrachten weergegeven per leerjaar. Als laatste onderdeel is de bibliografie te vinden. 2. Het product moet aanwijzingen bevatten voor de docenten om leesstrategieën beter te kunnen integreren in de les. Uit het praktijkonderzoek is naar voren gekomen dat er behoefte bestaat bij de docenten naar meer kennis over leesstrategieën, twee van de drie ondervraagde docenten geven dit aan. Leesstrategieën zijn een belangrijk onderdeel van begrijpend lezen, zo blijkt uit het literatuuronderzoek. Tevens zullen andere belangrijke aanwijzingen over begrijpend lezen verwerkt worden in het product. Uit het literatuuronderzoek (Puper & Richters, 2013) is namelijk gebleken dat er voor begrijpend lezen voldaan moet worden aan een aantal voorwaarden. Verder is het zo dat de begeleiding van de docent ook een belangrijke rol speelt bij de

leesvaardigheidstraining van leerlingen (Harvey & Goudvis, 2007). Dit moet daarom ook verwerkt worden in de aanwijzingen voor de docent. 3. De leesteksten die gebruikt zullen worden voor de voorbeeldlessen moeten gekoppeld worden aan het ERK. De teksten voor leerjaar 1 zullen op het niveau A1 zijn en de teksten voor leerjaar 2 zullen op het niveau A2 zijn. Het ERK streefniveau voor leesvaardigheid bij het vak Engels aan het eind van klas 2 havo/vwo is A2 (Engels, z.d.). 4. Verder heeft 47 % van de leerlingen uit klas 1 en 71% van de leerlingen uit klas 2 gezegd dat zij behoefte hebben aan interessantere teksten en daarom moeten de leesteksten authentiek zijn en beter aansluiten op de belevingswereld van de leerling. Dit zorgt voor leesplezier en leesmotivatie. Leerlingen kunnen dan ook beter verbindingen maken met de tekst die ze lezen (Harvey & Goudvis, 2007). 5. De leerlingen hebben ook gezegd dat zij behoefte hebben aan woordenschatuitbreiding. Daarom zal elk ontworpen les ook focussen op vocabulaire. Uit het literatuuronderzoek is naar voren gekomen dat woordenschat en achtergrondkennis bijdragen aan een succesvolle leesvaardigheid (Hirsch, 2006). Hierbij is het zinvol om schooltaalwoorden aan te bieden, woorden die de leerlingen vaak zullen tegenkomen in hun schoolcarrière. 6. Aangezien de school een 60-minuten rooster aanhoudt, moeten de voorbeeldlessen die ontworpen worden voldoen aan het 60 minuten-rooster. 7. Het product moet zowel digitaal als op papier geleverd worden. Het wordt digitaal geleverd, zodat docenten eventueel wijzigingen kunnen aanbrengen. 3.3 Het ontwikkelde beroepsproduct

Onderwerp product Het product dat ontwikkeld wordt is een reader met aanwijzingen voor docenten om leesstrategieën beter te integreren in de lessen en voorbeeldlessen met authentieke leesteksten en opdrachten. Het onderwerp van het ontwikkelde product is leesvaardigheid. Doelgroep Het product zal gebruikt worden door de docenten van klas 1 en klas 2 havo/vwo. De leerlingen van klas 1 en klas 2 havo/vwo zullen gaan werken aan hun leesvaardigheid door middel van de ontworpen lessen. Er zijn twee doelgroepen zijn: de docenten van klas 1 en klas 2 havo/vwo en de leerlingen van klas 1 en klas 2 havo/vwo. Doel Het doel van het product is: leiden naar een verbetering in de leesvaardigheidstraining door docenten en daarmee de leesvaardigheid van de leerlingen bevorderen. Het product moet ervoor zorgen dat in de eerste jaren van de schoolcarrière zo optimaal mogelijk omgegaan wordt met leesvaardigheid. Uit de praktijkverkenning is namelijk gebleken dat de docenten niet altijd goed weten hoe zij de leesstrategieën moeten overbrengen. Door de aanwijzingen voor docenten, verwerkt in het product, worden docenten zich bewuster van de elementen die aanwezig moeten zijn in een les om leesvaardigheid op een effectieve wijze te verbeteren. De voorbeeldlessen laten zien hoe een effectieve leesles ontwikkeld kan worden en in de praktijk gebruikt kan worden. Verder blijkt uit het praktijkonderzoek dat een aanzienlijk deel van de leerlingen de leesteksten van de lesmethode Stepping Stones als saai ervaren. Slechts een klein percentage van de leerlingen vindt de teksten uit de lesmethode wel leuk. Dit product moet ervoor zorgen dat leerlingen inzien dat er ook leukere en interessantere leesteksten zijn die ervoor zorgen dat zij met plezier gaan lezen. De geanalyseerde testresultaten van de Cito-toets laten zien dat een deel van de leerlingen van klas 1 een zwakke leesvaardigheid heeft. De eindexamenresultaten van havo en vwo van het Montessori College Twente zitten onder het landelijke gemiddelde. Gezien het feit dat leesvaardigheid uitermate belangrijk is voor de eindexamens, is het aanbevelenswaardig om al in de eerste jaren effectief om te gaan met het trainen en bevorderen van leesvaardigheid. Vorm Het product wordt zowel digitaal als op papier beschikbaar gesteld, digitaal zal het beschikbaar zijn als word-bestand en als pdf-bestand. Docenten kunnen eventueel wijzingen aanbrengen aan het word-bestand. Hoofdstuk 4: Presentatie, uitvoering en evaluatie van het product.

4.1 Inleiding evaluatieonderzoek Samenvatting van de presentatie: Bij de presentatie is aan de opdrachtgever en andere betrokkenen toegelicht wat voor informatie het praktijkonderzoek en het literatuuronderzoek hebben opgeleverd. Er is een PowerPoint presentatie gemaakt waarmee het product getoond is aan de docenten. Verder waren er papieren exemplaren van het product beschikbaar voor de docenten om door te bladeren. Voor deze presentatie waren de afdelingsleider van talen, de opdrachtgever en drie Engelse docenten uitgenodigd. Zij hebben de presentatie als zeer prettig ervaren, er werd duidelijk informatie gegeven. Op het eind hebben zij een korte vragenlijst ter evaluatie ingevuld. Zie bijlage 4A. De resultaten van deze vragenlijst zullen laten worden besproken. In dit onderdeel wordt het ontworpen product uitgevoerd en geëvalueerd. Het doel van het product is om voldoende aanwijzingen aan te bieden, voorbeeldlessen hiervoor beschikbaar stellen voor de docenten en daarmee de leesvaardigheid van de leerlingen te bevorderen. De docenten hebben bij het praktijkonderzoek aangegeven meer kennis over leesstrategieën te willen. De leerlingen geven aan interessantere teksten te willen om hun woordenschat uit te breiden. Er zal dus worden geëvalueerd of het product hieraan heeft voldaan. Dit zal gedaan worden door middel van verschillende evaluatie-instrumenten, hierover meer informatie in hoofdstuk 4.2.2. 4.2 Evaluatie van het uitgevoerde product 4.2.1 Inleiding en evaluatievragen Voor het evaluatieonderzoek is een hoofdvraag ontwikkeld namelijk: Heeft het product het geleid tot het gewenste effect of juist niet? De deelvragen hierbij zijn: Wat vinden de leerlingen van de ontworpen lessen en de bijbehorende teksten? Wat vinden de docenten van het ontworpen product (de aanwijzingen en lessen) en zien zij de waarde hiervan in? Het product zal getest worden. Bij de presentatie zal er een korte vragenlijst uitgedeeld worden aan de betrokkenen over het product, zoals gezegd. Een collega zal de lessen gaan uitproberen. Daarna zal er een interview volgen en zal de docent informatie verstrekken over hoe zij de les heeft ervaren. Leerlingen zullen naderhand een korte enquête ontvangen met vragen over de les. 4.2.2 Aanpak en middelen Voor het evaluatieonderzoek is gekozen voor verschillende evaluatieinstrumenten. Deze evaluatie-instrumenten zijn: Vragenlijst docenten bij de presentatie Leerling enquêtes Interview collega Tijdens de presentatie is een korte vragenlijst beantwoord door de betrokken docenten. Zie bijlage 4B voor de vragenlijst. Hiervoor is gekozen, om een beeld te krijgen van wat de docenten vinden van het product voordat het wordt uitgevoerd. Het is belangrijk om te testen of het product voldoet aan alle

ontwerpeisen, tevens is het van belang dat de docenten het product hanteerbaar vinden en volledig begrijpen. Er is voor een leerling enquête gekozen om antwoord te krijgen op de eerste deelvraag, namelijk: Wat vinden de leerlingen van de ontworpen lessen en de bijbehorende teksten? De mening van de leerlingen is van zeer toegevoegde waarde voor het product. Hierdoor kan namelijk worden vastgesteld of dit product daadwerkelijk doet waar de doelgroep, klas 1 en 2 havo/vwo, om heeft gevraagd. Door de leerlingen te ondervragen, wordt de validiteit van het product bewezen. Het zal dan namelijk helder worden of het waardevol is voor de leerlingen. Van der Donk & Lanen (2013) geven aan dat door betrokkenen in de school te bevragen, men heel gericht data kan verzamelen. Dat is dan ook precies de bedoeling van het bevragen van leerlingen. Dit is nodig om het product te evalueren. Er is gekozen voor een derde evaluatie-instrument, om triangulatie te bereiken. Dit wil zeggen dat er gekozen is voor ten minste drie instrumenten om de betrouwbaarheid en validiteit te waarborgen. Het derde evaluatieinstrument is een interview met de docent die het product gaat uitproberen. Hiervoor is gekozen, omdat ook door het gericht bevragen van de docent data verzameld kan worden. Van te voren is er uitvoerig nagedacht over de vragen en de uitkomst die het kan opleveren. Volgens van der Donk & Lanen (2013) houdt bevragen in dat je mensen vraagt hoe ze hun eigen gedrag, dat van anderen of een praktijksituatie waarnemen en ervaren. Door de docent te interviewen kan zij aangeven wat zij vond van de voorbeeldlessen die ontworpen zijn en wat de reacties waren van de leerlingen hierop. Zie bijlage 4c voor de interview en leerling enquête. 4.2.3 Resultaten Zoals gezegd was het eerste evaluatie-instrument een korte vragenlijst die ingevuld kon worden door de aanwezigen bij de presentatie. Voor de uitgewerkte vragenlijsten zie de bijlagen. De resultaten van de vragenlijsten zijn zeer positief. De meeste betrokkenen geven aan dat het product er helder uitziet. Het product houdt zich aan het ERK en geeft concrete tips voor docenten. De ontworpen lessen zijn helder, SMART en goed in de les toepasbaar. Een algemene tip die door de meerderheid werd gegeven was, teksten nog meer uitzoeken om ze nog beter bij de belevingswereld van de leerlingen aan te sluiten. Een docent heeft de lessen uitgeprobeerd bij haar klassen. In totaal zijn er dus vier lessen uitgeprobeerd. Voor de interviewvragen en uitgewerkte interview zie de bijlagen. De leerlingen vonden de warming-up opdrachten zoals voorkennis activeren, zeer prettig. Bij de eerste les van 1 havo/vwo vonden de leerlingen het bijvoorbeeld prettig dat er bij de eerste opdracht met plaatjes werd gewerkt en dat de docent voorkennis activeerde door het stellen van vragen. Sommige opdrachten vonden de leerlingen lastig, zoals bijvoorbeeld woordjes en de betekenissen daarvan vinden in de tekst bij de eerste les van 2 havo/vwo. De docent moest sommige leerlingen daar meer bij sturen maar uiteindelijk lukte het de leerlingen om de betekenis van de woordjes te vinden. De leerlingen hadden de opdrachten af binnen een uur. De docent vond de aanwijzingen voor de docent in het product en het opbouw van een leesvaardigheidsprogramma helder weergegeven. Volgens de docent hebben de leerlingen zeker wel nieuwe woorden geleerd door deze lessen. Sommige

teksten spraken niet alle leerlingen aan, zoals bijvoorbeeld de tekst over parels. Hieronder worden een aantal resultaten van de leerling enquêtes weergegeven. Voor alle resultaten zie bijlage 4C. Klas 1: Wat vond jij van de leestekst(en) die behandeld werden? 21% 3% 17% Erg interessant Leuk 59% Het was wat leuker dan de teksten van Stepping Stones Saai Klas 2: Wat vond jij van de leestekst(en) die behandeld werden? 22% 10% 13% Erg interessant Leuk 55% Het was wat leuker dan de teksten van Stepping Stones Saai Klas 1:

Heb jij door de leesvaardigheidsles(sen) nieuwe woorden geleerd? 16% 6% 29% Ja, we oefenden op een leuke en leerzame manier. Ja, ik leer nieuwe woorden heel snel. 49% Nee, ik vond de manier waarop nieuwe woordjes werden behandeld niet leerzaam. Nee, ik blijf moeite hebben met woordenschat uitbreiden. Klas 2: 13% 13% Heb jij door de leesvaardigheidsles(sen) nieuwe woorden geleerd? Ja, we oefenden op een leuke en leerzame manier. 26% Ja, ik leer nieuwe woorden heel snel. 48% Nee, ik vond de manier waarop nieuwe woordjes werden behandeld niet leerzaam. Nee, ik blijf moeite hebben met woordenschat uitbreiden. De lessen zijn uitgevoerd in vier verschillende klassen. De eerste klassen waren: 1HVA en 1HVB. De tweede klassen waren: 2HVC en 2HVA. De klassen hadden op verschillende tijdstippen les. De omvang van de klassen varieerde tussen de 23 en 31 leerlingen. De leerlingen vonden over het algemeen de teksten van het product interessant en leuker dan de teksten uit de lesmethode. Een groot deel van de leerlingen geeft ook aan nieuwe woorden te hebben geleerd. 4.2.4 Conclusies De hoofdvraag van mijn onderzoek was: hoe kan de Engelse leesvaardigheid van de leerlingen van klas 1 en 2 havo/vwo van het Montessori College Twente bevorderd worden zodat zij het beoogde ERK-niveau (A2) hebben bereikt aan het eind van klas 2?

Voor mijn evaluatieonderzoek was het van belang om na te gaan of het product heeft geleid tot het gewenst effect of niet. Er kan geconcludeerd worden dat het product grotendeels kan zorgen voor het bevorderen van leesvaardigheid en dus leidt tot het gewenst effect. De docent die de lessen heeft uitgeprobeerd was enthousiast over het product. Zij zag dat de leerlingen goed reageerden op de ontworpen lessen. De leerlingen vonden de teksten wel leuker dan die uit de lesmethode Stepping Stones maar niet alle teksten spraken alle leerlingen aan. De docent vond de opdrachten die de leerlingen moesten doen om hun woordenschat uit te breiden zeer nuttig en na de lessen hebben de leerlingen nieuwe woorden geleerd. De andere docenten die aanwezig waren bij de presentatie vonden het product helder en praktisch. De ontworpen lessen waren duidelijk weergegeven en het product voldeed aan de vooraf gestelde ontwerpeisen. Een sterk punt van het product was dat het heel helder en praktisch was voor de docent die het heeft gebruikt. De aanwijzingen vond zij goed en de ontworpen lessen waren helder samen gesteld. Ook de betrokkenen die aanwezig waren bij de presentatie vonden het product helder. Wat verbeterd kan worden aan het product is, teksten vinden die de leerlingen nog meer zullen aanspreken. Sommige teksten bleken niet alle leerlingen aan te spreken. Een tip van de opdrachtgever was om in een les de leerlingen de mogelijkheid te geven om te kiezen uit een aantal teksten. Zo kan iedere leerling een tekst kiezen die hem of haar het meeste aanspreekt. Uit het praktijkonderzoek is gebleken dat de leerlingen de teksten uit de lesmethode meestal saai vinden maar verder is er niet gevraagd wat de leerlingen dan wel interessant vinden. Voor een vervolgonderzoek zou dus moeten worden gekeken naar wat voor teksten de leerlingen wel interessant vinden en wellicht is het dan een goed idee om leerlingen meerdere teksten aan te bieden, hierdoor wordt er dan namelijk ook autonomie gegeven aan de leerling. Het type onderwijs van de stageschool, is dat keuzemogelijkheid voor de leerling motiverend kan werken. Er zijn al plannen om volgend jaar leesvaardigheid aan te pakken. Daarbij is dit product een eerste stap in de goede richting zijn maar er zal worden gekeken naar alle leerjaren en niveaus. Daarbij zal er meer onderzoek worden gedaan naar welke teksten de leerlingen het meeste aanspreken.

Bibliografie Baarda, B., Kalmijn, M., & Goede, M. d. (2015). Basisboek Enquêteren. Handleiding voor het maken van een vragenlijst en het voorbereiden en afnemen van enquêtes. Groningen/Houten: Noordhoff Uitgevers. Canton, J., Fasoglio, D., Meijer, D., & Trimbos, B. (2006). Handreiking MVT Nieuwe onderbouw 2006. Enschede : SLO. Geraadpleegd op 10 maart 2016, via Nationaal Expertisecentrum Leerplanontwikkeling: http://www.slo.nl/downloads/archief/handreiking_20ob_20mvt.pdf/ Donk, C. Van der, & Lanen, B. van. (2012). Praktijkonderzoek in de school. Bussum: Coutinho. Engels. (z.d.). Geraadpleegd op 11 maart via Europees Referentiekader Talen: http://www.erk.nl/docent/kerndoelen/engels/ Förrer, M. (2010). Actief lezen met leesstrategieën. Didaktief, 3-4. Geraadpleegd op 4 maart 2016 via http://www.onderwijsmaakjesamen.nl/wpcontent/uploads/2011/04/special-begrijpend-lezen.pdf. Gambrell, L.B., Mandel Morrow, L. (2011). Best Practices in Literacy Instruction. New York: Guilford Press. Harvey, S. & Goudvis, A. (2007). Strategies that work. Portland (USA): Stenhouse Publishers, Markham (Canada): Pembroke Publishers Limited. Hirsch, E.D. (2006). Building Knowledge. The case for Bringing Content into the Language Arts Block and for a Knowledge-Rich Curriculum Core for all Children. Geraadpleegd op 6 maart 2016, via http://www.aft.org/periodical/americaneducator/spring-2006/building-knowledge. Noijons, J., Kuijper D. (2006). Leesvaardigheidsexamens moderne vreemde talen in Europees verband. Arnhem: Stichting Cito Instituut voor Toetsontwikkeling. Mortel, K. v. (2012). Grip krijgen op de ontwikkeling van leesbegrip. CPS Puper, H., & Richters, J. (2013). Beter lezen, beter leren. Amersfoort: CPS. Staatsen, F. (2011). Moderne vreemde talen in de onderbouw. Bussum: Coutinho. Vernooy, K. (2013). Het verbeteren van de leesvaardigheid nader bekeken. Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk, 52 (5), 210-223. With, T. d. (2011). Literatuurstudie naar de kenmerken en leerkrachtvaardigheden van een effectieve interventie in het begrijpend leesonderwijs in PO en VO. Amersfoort: CPS Onderwijs Ontwikkeling en Advies

Bijlagen Bijlage 1. Stappenplan voor het maken van een onderzoeksinstrument: interview. Doel van het Kernbegrip Deelaspect Vragen onderzoeksinstrum ent In beeld brengen van leesvaardigheid begeleiding leesvaardigheid Betekenis van leesvaardigheid Engels Zwakke leesvaardigheid Moeite met Engelse leesteksten Wat verstaat u onder leesvaardigheid met betrekking tot het vak Hoe komt het volgens u dat leerlingen van klas 1, 2 havo/vwo moeite hebben met het lezen van Engelse teksten? Methode Stepping Stones Aanbod leesvaardigheidsmateria al Vind u dat de methode die gebruikt wordt, Stepping Stones, voldoende materiaal omtrent leesvaardigheid biedt? - zo ja, leg uit waarom. - En zo niet, wat gebruikt u als alternatief? Leesstrategieën Behandelen en integreren van leesstrategieën Bent u bekend met de verschillende bestaande leesstrategieën? - Zo ja, hoe integreert u dit in uw lessen? Maken de leerlingen ook daadwerkeli jk gebruik hiervan en hebben sommigen

hier moeite mee? - Zo nee, hoe komt dit en zou u graag meer kennis willen opdoen op dat gebied? Leesvaardigheid Aanbod leesvaardigheidsmateria al Als leerlingen behoefte eraan hebben, biedt u dan extra materialen aan? - Zo ja, wat voor materiaal en helpt dit? - Zo nee, waarom niet? Leesvaardigheid (Van der Donk en van Lanen, 2012) Bevorderen leesvaardigheid Wat kan volgens u gedaan worden om de leesvaardigheid van de leerlingen van klas 1, 2 havo/vwo te bevorderen?

Bijlage 2A Onderzoeksinstrumenten praktijkverkenning Analyse formulier Stepping Stones Met deze analyse formulier kan gekeken worden of de lesmethode Stepping Stones voldoet aan de zes voorwaarden van begrijpend lezen volgens Puper & Richters (2013). De tweede voorwaarde: technisch lezen zou voor iedereen al volgebracht moeten zijn. Op de basisschool leren kinderen namelijk wat technisch lezen inhoudt. Op de middelbare school kan iedereen lezen, maar dit wil nog niet zeggen dat iedereen elke tekst kan begrijpen. Er is voor gekozen om deze voorwaarde niet in de formulier te gebruiken. Ook de voorwaarde mondelinge taalvaardigheid kan niet worden getest. Dit is iets wat in de klaslokaal gebeurd en niet volbracht kan worden door een lesmethode. Het gaat er namelijk om dat vakdocenten de leerlingen aansporen om schooltaal te gebruiken in plaats van thuisstaal of straattaal. Er kunnen grenzen gesteld wordt aan het gebruik van straattaal in de les of op school maar dat is een taak van de docenten. Voorwaarde Leesplezier en leesmotivatie Woordenschat/achtergrond kennis Kennis van tekstsoorten Leesstrategieën Waaraan moet voldaan worden? Zijn de teksten motiverend en interessant voor de leerlingen? Sluiten de teksten aan op de belevingswereld van de leerlingen? Wordt voorkennis geactiveerd alvorens een tekst gelezen moet worden? Wordt diepe kennis over het onderwerp vergroot? Worden leerlingen aangespoord om na te denken over de betekenis van nieuwe woorden? Worden verschillende tekstsoorten behandeld en worden de leerlingen ervan bewust gemaakt dat er verschillende tekstsoorten bestaan? Zijn er verschillende soorten Voorwaarde voldaan? Toelichting

leesstrategieën die in het boek voorkomen? Zoals bijvoorbeeld voorspellen, vragen stellen, visualiseren, verbinden, samenvatten en afleiden. Worden deze toegelicht of alleen genoemd?

Interview Interview docenten Engels klas 1, 2 havo/vwo. Naam docent: Klas: 1. Wat verstaat u onder leesvaardigheid met betrekking tot het vak Engels? 2. Hoe komt het volgens u dat leerlingen van klas 1, 2 havo/vwo moeite hebben met het lezen van Engelse teksten? 3. Vindt u dat de methode die gebruikt wordt, Stepping Stones, voldoende materiaal omtrent leesvaardigheid biedt? - zo ja, leg uit waarom. - En zo niet, wat gebruikt u als alternatief? 4. Bent u bekend met de verschillende bestaande leesstrategieën? - Zo ja, hoe integreert u die in uw lessen? Maken de leerlingen ook hier daadwerkelijk gebruik van, hebben sommigen hier moeite mee? - Zo nee, hoe komt dit en zou u graag meer kennis willen opdoen op dat gebied? 5. Als leerlingen er behoefte aan hebben, biedt u dan extra materialen aan? - Zo ja, wat voor materialen en helpt dit? - Zo nee, waarom niet? 6. Wat kan volgens u gedaan worden om de leesvaardigheid van de leerlingen van klas 1, 2 havo/vwo te bevorderen?

Leerling enquête Leerling enquête leesvaardigheid Dit is een enquête over leesvaardigheid bij het vak Engels. Lees de vragen goed door en omcirkel het antwoord wat jou het meeste aanspreekt. De enquête bestaat uit 10 vragen en het invullen duurt ongeveer 5 minuten. 1. Vind jij het vak Engels moeilijk? A. Ja B. Nee C. Af en toe 2. Vind jij het lezen van een Engelse leestekst lastig? A. Ja B. Nee C. Soms 3. Hoe tevreden ben jij over jouw tekstbegrip bij Engels? A. Heel erg tevreden B. Tevreden C. Nauwelijks tevreden D. Niet tevreden 4. Wordt leesvaardigheid vaak behandeld in de klas? A. Ja, heel vaak. B. Ja, maar het mag vaker. C. Nee, niet vaak genoeg. 5. Worden leesteksten uit Stepping Stones klassikaal behandeld? A. Ja, altijd B. Ja, soms C. Heel weinig D. Nee, nooit 6. Vind jij de leesteksten die behandeld worden interessant of leuk? A. Ja, het zijn vaak leuke en interessante teksten B. Ja, af en toe, maar soms zijn de teksten saai. C. Nee, nooit. 7. Vind je dat in de leesteksten van de Stepping Stones of andere leesteksten vaak moeilijke woorden voorkomen? A. Ja, heel vaak B. Ja, af en toe C. Nee, nauwelijks 8. Wat doe jij als er in een tekst moeilijke woorden staan? A. Niks, die sla ik over.

B. Ik vraag het aan de docent. C. Ik zoek het woord op in de woordenboek. 9. Vind je het moeilijk om leesstrategieën zoals voorspellen, globaal lezen, intensief lezen en zoekend lezen toe te passen? A. Ja, ze worden niet vaak geoefend. B. Ja, ik weet niet welke ik moet gebruiken bij welke tekst. C. Nee, dit gaat prima. 10. Als jij het voor het zeggen had wat zou jij dan nodig hebben om jouw leesvaardigheid te verbeteren? A. Meer aandacht voor interessante en leuke teksten zodat ik beter kan lezen en gemotiveerd raak om te lezen. B. Ik zou vaker en meer teksten klassikaal willen krijgen. C. Ik zou meer willen oefenen met leesstrategieën met behulp van de docent D. Ik zou graag mijn woordkennis willen uitbreiden, zodat ik Engelse teksten beter kan lezen.

Bijlage 2B Geordende gegevens praktijkverkenning Analyse formulier Stepping Stones ingevuld Met deze analyse formulier kan gekeken worden of de lesmethode Stepping Stones voldoet aan de zes voorwaarden van begrijpend lezen volgens Puper & Richters (2013). De tweede voorwaarde: technisch lezen zou voor iedereen al volgebracht moeten zijn. Op de basisschool leren kinderen namelijk wat technisch lezen inhoudt. Op de middelbare school kan iedereen lezen, maar dit wil nog niet zeggen dat iedereen elke tekst kan begrijpen. Er is voor gekozen om deze voorwaarde niet in de formulier te gebruiken. Ook de voorwaarde mondelinge taalvaardigheid kan niet worden getest. Dit is iets wat in de klaslokaal gebeurd en niet volbracht kan worden door een lesmethode. Het gaat er namelijk om dat vakdocenten de leerlingen aansporen om schooltaal te gebruiken in plaats van thuisstaal of straattaal. Er kunnen grenzen gesteld wordt aan het gebruik van straattaal in de les of op school maar dat is een taak van de docenten. Voorwaarde Leesplezier en leesmotivatie Waaraan moet voldaan worden? Zijn de teksten motiverend en interessant voor de leerlingen? Sluiten de teksten aan op de belevingswerel d van de leerlingen? Voorwaard e voldaan? Nee Toelichting Veel teksten hebben onderwerpen die niet interessant zijn voor leerlingen bijvoorbeeld over slaaptekort, reality tv-shows die niet eens te zien zijn in Nederland, veilig internetten, hoe het is om een treinconducteur te zijn, etc. Al deze onderwerpen sluiten niet aan op de belevingswerel d. Er is niks te vinden over actuele onderwerpen, zoals social media.

Woordenschat/achtergrondken nis Kennis van tekstsoorten Wordt voorkennis geactiveerd alvorens een tekst gelezen moet worden? Wordt diepe kennis over het onderwerp vergroot? Worden leerlingen aangespoord om na te denken over de betekenis van nieuwe woorden? Worden verschillende tekstsoorten behandeld en worden de leerlingen ervan bewust Nee. Nee. De leerlingen worden meestal gevraagd wat ze al van het onderwerp weten of waarover ze denken dat de tekst zal gaan voordat ze beginnen met lezen. Dit is heel kort en niet echt voorkennis activeren. De vragen die leerlingen moeten beantwoorden zijn meestal oppervlakkig, dat wil zeggen dat verdieping van het onderwerp niet wordt vergroot. Ze worden niet uitgedaagd om zelf na te denken over de betekenis van een woord. Meestal gaan de vragen over de inhoud van de tekst maar niet over eventueel onbekende woorden. Er worden wel verschillende tekstsoorten behandeld namelijk: brieven, e-

Leesstrategieën gemaakt dat er verschillende tekstsoorten bestaan? Zijn er verschillende soorten leesstrategieë n die in het boek voorkomen? Zoals bijvoorbeeld voorspellen, vragen stellen, visualiseren, verbinden, samenvatten en afleiden. Worden deze toegelicht of alleen genoemd? Ja. mails, blogposts, advertenties, horoscopen, sportberichten, enz. Maar bij het behandelen van deze teksten, dus door te lezen en vragen over teksten beantwoorden leren de leerlingen niet de tekstsoorten te herkennen en te onderscheiden. In de yellow pages achter in het boek worden de volgende leesstrategieën genoemd en toegelicht: oriënterend lezen, scannen, skimmen en intensief lezen.

De uitgetypte interviews Interview docenten Engels klas 1, 2 havo/vwo. Naam docent: docent 1 Klas: 2HVB 1. Wat verstaat u onder leesvaardigheid met betrekking tot het vak Engels? Hoe vaardig je bent in lezen, je niveau. 2. Hoe komt het volgens u dat leerlingen van klas 1, 2 havo/vwo moeite hebben met het lezen van Engelse teksten? Beperkte woordenschat, nog weinig leesmeters gemaakt. 3. Vindt u dat de methode die gebruikt wordt, Stepping Stones, voldoende materiaal omtrent leesvaardigheid biedt? - Zo ja, leg uit waarom. - En zo niet, wat gebruikt u als alternatief? Stepping Stones biedt per hoofdstuk verschillende leesteksten (makkelijke & moeilijke). Elk hoofdstuk heeft een ander thema en leesteksten die daarbij aansluiten. Wat niet wil zeggen dat deze teksten altijd boeiend zijn voor leerlingen. Er worden ook Engelse leesboekjes gelezen. 4. Bent u bekend met de verschillende bestaande leesstrategieën? - Zo ja, hoe integreert u die in uw lessen? Maken de leerlingen ook hier daadwerkelijk gebruik van, hebben sommigen hier moeite mee? - Zo nee, hoe komt dit en zou u graag meer kennis willen opdoen op dat gebied? Met de verschillende bestaande leesstrategieën ben ik bekend. Deze worden duidelijk vermeld in Stepping Stones en dit wordt met leerlingen herhaaldelijk doorgenomen. Het zou prettig zijn om tools te krijgen, hoe je dit goed integreert in de les. 5. Als leerlingen er behoefte aan hebben, biedt u dan extra materialen aan? - Zo ja, wat voor materialen en helpt dit? - Zo nee, waarom niet? Leesteksten van het internet, zowel meerkeuze als open vragen. Voor extra materiaal verwijs ik ook naar bepaalde sites (bv. digischool.nl / oefenplein.nl) om leesvaardigheid te oefenen. 6. Wat kan volgens u gedaan worden om de leesvaardigheid van de leerlingen van klas 1, 2 havo/vwo te bevorderen? Woordenschat uitbreiden en veel leesmeters maken.

Interview docenten Engels klas 1, 2 havo/vwo. Naam docent: docent 2 Klas: 1HVA, 1HVB, 2HVC 1. Wat verstaat u onder leesvaardigheid met betrekking tot het vak Engels? Dat leerlingen de teksten kunnen begrijpen, daar de hoofdzaken uit kunnen halen en dat ze het verhaal kunnen volgen. 2. Hoe komt het volgens u dat leerlingen van klas 1, 2 havo/vwo moeite hebben met het lezen van Engelse teksten? 1 e klas: Wat ik heel opvallend vind, is dat de niveauverschillen heel groot zijn. Dat komt omdat er op de basisschool er geen standaard is voor wat de leerlingen moeten kunnen. De een heeft al veel gehad aan Engels en de ander juist niet. Daar zit een groot niveauverschil tussen en dus een beginniveau. Woordenschatkennis is hierdoor ook sterk verschillend. (ik heb met duo-lingo gewerkt om de woordenschat te verbreden, inmiddels is dat nu naar het achtergrond verdwenen en nu ben ik veel bezig met de teksten uit het boek, daarin komen ook leesstrategieën voor.) 2 e klas: dit is meer gesneden koek voor de tweedejaars leerlingen. De verschillen worden wel groter, omdat de een in aanleg beter is in Engels dan de ander. Dezelfde teksten worden gebruikt en daarin is dus weinig differentiatie. Het is geen probleem dat dezelfde tekst wordt behandeld, want bij de sterkere leerling en zou dit bijvoorbeeld meer extensief kunnen zijn. 3. Vindt u dat de methode die gebruikt wordt, Stepping Stones, voldoende materiaal omtrent leesvaardigheid biedt? - Zo ja, leg uit waarom. - En zo niet, wat gebruikt u als alternatief? Er is voldoende leesvaardigheidsmateriaal in de methode, er staan veel teksten in. Ik vind de teksten zelf heel leuk maar de leerlingen vinden het niet altijd zo leuk. Ik gebruik wel extra dingen. Ik heb een gele en blauw boekje. In het gele boekje staat onderstreept wel vragen over woordenschat gaan en welke vragen over inhoud gaan. Het blauw boekje is voor leerlingen die moeite hebben met leesvaardigheid en deze wordt gebruikt in de cito-kwt s. Dit boekje bevat bbl-examens en dat niveau zouden de leerlingen in klas 1 moeten hebben. 4. Bent u bekend met de verschillende bestaande leesstrategieën? - Zo ja, hoe integreert u die in uw lessen? Maken de leerlingen ook hier daadwerkelijk gebruik van, hebben sommigen hier moeite mee? - Zo nee, hoe komt dit en zou u graag meer kennis willen opdoen op dat gebied? De leerlingen (mijn leerlingen) weten heel goed welke leesstrategieën er zijn omdat ik dit erin dril. Als ik bezig ga met een tekst dan weten de leerlingen wat ze als eerste moeten doen, dus naar de titel kijken, naar subtitels kijken, plaatjes bekijken, dat zit er heel goed in. Ik hoop dat ze dit

ook op toetsen doen. Ik vertel ze wel altijd, we doen dit zodat je teksten zo goed mogelijk kan begrijpen, ook als niet alle woordjes kent. Stepping Stones biedt heel goed de leesstrategieën aan en daar werk ik heel erg mee. In een hoofdstuk komt bijvoorbeeld het voorspellend lezen in voor, zoals nu zijn we bezig met scannen en skimmen. 5. Als leerlingen er behoefte aan hebben, biedt u dan extra materialen aan? - Zo ja, wat voor materialen en helpt dit? - Zo nee, waarom niet? Er wordt dus inderdaad gewerkt met extra materiaal, mijn boekjes die ik eerder heb genoemd. Naar aanleiding van de oudergesprekken geef ik ook soms mijn boekjes mee aan de leerlingen ter leen. 6. Wat kan volgens u gedaan worden om de leesvaardigheid van de leerlingen van klas 1, 2 havo/vwo te bevorderen? Wat wij in de 1e klas doen is dat ze elke periode een zelfgekozen boek moeten lezen en een soort van bookreport moeten schrijven. Dat kunnen heel verschillende opdrachten zijn, namelijk schrijf een review over het boek of verander het einde van het verhaal, schrijf een interview met een karakter uit het boek, etc. Dit zien ze niet echt als lezen maar dit is het grootste deel van lezen. Er is vooral een verbeterslag in de differentiatie in de lessen. Dus bijvoorbeeld voor de gene die het allemaal wat lastiger vinden, dat zij ook een tekst hebben waarvan ze zeggen, oh dit kon ik wel. Als ze vooral een negatieve indruk van zichzelf houden dan wordt het steeds lastiger om te groeien. Wat het beste zou zijn, als er bijvoorbeeld tijdens een leesles een tekst beschikbaar is, met een extra paragraaf voor de sterkere leerlingen. Hierdoor zullen ze worden uitgedaagd.

Interview docenten Engels klas 1, 2 havo/vwo. Naam docent: docent 3 Klas: 1HVC 1. Wat verstaat u onder leesvaardigheid met betrekking tot het vak Engels? De vaardigheid om teksten te kunnen lezen en begrijpen, met een woordenschat die groot genoeg is om een tekst op een gepast niveau te begrijpen. Daarnaast vind ik de skills zoals scannen belangrijk. Daarmee bedoel ik het gericht kunnen zoeken naar informatie. 2. Hoe komt het volgens u dat leerlingen van klas 1, 2 havo/vwo moeite hebben met het lezen van Engelse teksten? Dit heeft te maken met niet genoeg ervaring. Ik denk dat leerlingen nog meer zouden moeten lezen. Door meer te oefenen kunnen ze beter worden hierin. 3. Vindt u dat de methode die gebruikt wordt, Stepping Stones, voldoende materiaal omtrent leesvaardigheid biedt? - Zo ja, leg uit waarom. - En zo niet, wat gebruikt u als alternatief? Ja, per hoofdstuk bevat Stepping Stones genoeg teksten. Ik vul het regelmatig wel aan met actuele teksten en teksten waarvan ik vind dat ze nog meer aansluiten bij de belevingswereld van de kinderen. De teksten zijn soms wel wat outdated. Social media wordt bijvoorbeeld niet besproken. Er zijn wel teksten over internet maar deze zijn hopeloos verouderd. 4. Bent u bekend met de verschillende bestaande leesstrategieën? - Zo ja, hoe integreert u die in uw lessen? Maken de leerlingen ook hier daadwerkelijk gebruik van, hebben sommigen hier moeite mee? - Zo nee, hoe komt dit en zou u graag meer kennis willen opdoen op dat gebied? Ik pas nog niet veel leesstrategieën toe. Ik denk dat ik me hierin meer zou moeten verdiepen. Ik houd me wel bezig met scannen in teksten en dus gericht zoeken naar informatie. Soms hoef je niet een hele tekst te lezen om je antwoord te vinden. Meer kennis is altijd welkom. 5. Als leerlingen er behoefte aan hebben, biedt u dan extra materialen aan? - Zo ja, wat voor materialen en helpt dit? - Zo nee, waarom niet? Ja, ik heb altijd teksten achter de hand. Dit zijn teksten die aansluiten op het niveau van de kinderen. Ik merk dat leerlingen er baat bij hebben. Daarnaast hebben we CITO KWTs waar leerlingen extra hulp kunnen krijgen bij het oefenen van de leesvaardigheid. 6. Wat kan volgens u gedaan worden om de leesvaardigheid van de leerlingen van klas 1, 2 havo/vwo te bevorderen? Meer oefenen en meer gericht op de skills lesgeven.

Geordende gegevens enquête 1e klas havo/vwo 26% Vind jij het vak Engels moeilijk? Ja 49% Nee 25% Af en toe 45% 26% Vind jij het lezen van Engelse leesteksten lastig? Ja Nee 29% Soms 6% 4% Hoe tevreden ben jij over jouw tekstbegrip bij Engels? Heel erg tevreden 33% Tevreden 57% Nauwelijks tevreden Niet tevreden

29% 31% Wordt leesvaardigheid vaak behandeld in de klas? Ja, heel vaak Ja, maar het mag vaker 40% Nee, niet vaak genoeg 22% 3% 36% Worden teksten uit Stepping Stones klassikaal behandeld? Ja, altijd Ja, soms 39% Heel weinig Nee, nooit 22% 11% Vind jij de leesteksten die behandeld worden interessant of leuk? Ja, het zijn vaak leuke en interessante teksten. 67% Ja, af en toe maar soms zijn de teksten saai. Nee, nooit.

11% Vind jij dat in de leesteksten van de Stepping Stones of andere leesteksten vaak moeilijke woorden voorkomen? Ja, heel vaak 64% 25% Ja, af en toe Nee, nauwelijks 22% 32% Wat doe jij als in een tekst moeilijke woorden staan? Niks, die sla ik over. Ik vraag het aan de docent. 46% Ik zoek het woord op in de woordenboek 22% Vind jij het moeilijk om leesstrategieën zoals voorspellen, globaal lezen, intensief lezen en zoekend lezen toe te passen? Ja, er wordt niet vaak geoefend hiermee. 46% 32% Ja, ik weet niet welke ik moet gebruiken bij welke tekst. Nee, dit gaat prima.

27% 47% Als jij het voor het zeggen had wat zou jij dan nodig hebben om jouw leesvaardigheid te verbeteren? Meer aandacht voor interessante en leuke teksten zodat ik beter kan lezen en gemotiveerd raak om te lezen. Ik zou vaker en meer teksten klassikaal willen krijgen. 18% 8% Ik zou meer willen oefenen met leesstrategieën met behulp van de docent. Ik zou graag mijn woordkennis willen uitbreiden, zodat ik Engelse teksten beter kan lezen.

Geordende gegevens enquête 2e klas havo/vwo 21% Vind jij het vak Engels moeilijk? Ja 54% 25% Nee Af en toe 10% Vind jij het lezen van Engelse leesteksten lastig? Ja 53% 37% Nee Soms 16% 8% 13% Hoe tevreden ben jij over jouw tekstbegrip bij Engels? Heel erg tevreden Tevreden 63% Nauwelijks tevreden Niet tevreden

6% Wordt leesvaardigheid vaak behandeld in de klas? Ja, heel vaak 46% 48% Ja, maar het mag vaker Nee, niet vaak genoeg 6%1% Worden leesteksten uit de Stepping Stones klassikaal behandeld? Ja, altijd 43% Ja, soms 50% Heel weinig Nee, nooit 44% 2% 54% Vind jij de leesteksten die behandeld worden interessant of leuk? Ja, het zijn vaak leuke en interessante teksten. Ja, af en toe maar soms zijn de teksten saai. Nee, nooit.

20% 9% Vind jij dat in de leesteksten van de Stepping Stones of andere leesteksten vaak moeilijke woorden voorkomen? Ja, heel vaak Ja, af en toe 71% Nee, nauwelijks 12% Wat doe jij als in een tekst moeilijke woorden staan? Niks, die sla ik over. 40% 48% Ik vraag het aan de docent. Ik zoek het woord op in de woordenboek

6% 16% Vind jij het moeilijk om leesstrategieën zoals voorspellen, globaal lezen, intensief lezen en zoekend lezen toe te passen? Ja, er wordt niet vaak geoefend hiermee. Ja, ik weet niet welke ik moet gebruiken bij welke tekst. 78% Nee, dit gaat prima. Als jij het voor het zeggen had wat zou jij dan nodig hebben om jouw leesvaardigheid te verbeteren? 19% Meer aandacht voor interessante en leuke teksten zodat ik beter kan lezen en gemotiveerd raak om te lezen. 7% 3% Ik zou vaker en meer teksten klassikaal willen krijgen. 71% Ik zou meer willen oefenen met leesstrategieën met behulp van de docent. Ik zou graag mijn woordkennis willen uitbreiden, zodat ik Engelse teksten beter kan lezen.

Bijlage 3A Het beroepsproduct Tips & tricks bij leesvaardigheid Engels

Voorwoord Hogeschool Utrecht stelt een aantal eisen aan opleidingen. Voor de opleiding leraar Engels tweedegraads, is een van deze eisen dat de student vanuit een kritische, onderzoekende houding een betekenisvolle bijdrage levert aan praktijkverbetering. De bedoeling hierbij is dat de stageschool bij het onderzoek betrokken wordt en samen in overleg met de opdrachtgever, voor een relevant en betekenisvol onderzoeksonderwerp gekozen wordt. Er zal op basis van praktijkonderzoek en literatuuronderzoek een product ontwikkeld worden om te dienen als hulpmiddel bij het verbeteren/bevorderen van een vaardigheid. Voor de opleiding zal dit het afstudeeronderzoek zijn. In overleg met de opdrachtgever, S. Donk is ervoor gekozen om de leesvaardigheid van leerlingen van klas 1, 2 havo/vwo op het Montessori College Twente te gaan bevorderen. Uit praktijkonderzoek is namelijk gebleken dat een deel van deze leerlingen meer behoefte heeft aan leesvaardigheidstraining en ook de docenten van deze klassen geven aan meer kennis van leesstrategieën te willen krijgen. Het product dat ontwikkeld zal worden is een reader met aanwijzingen voor docenten om leesstrategieën beter te integreren in de lessen en voorbeeldlessen met authentieke leesteksten en opdrachten. De voorbeeldlessen zullen beschikbaar zijn per leerjaar en de voorbeeldlessen zullen gekoppeld worden aan de eisen van het Europees Referentiekader. Hierover zal meer informatie zijn in de inleiding. Enschede, 2016

Inhoud Voorwoord...2 Inleiding...4 Aanwijzingen voor de docent..6 Hoe kunnen de leesstrategieën efficiënt worden ingezet in de les?...9 Leerjaar 1 havo/vwo...9 Leerjaar 2 havo/vwo.12 Lesplannen leerjaar 1 havo/vwo...14 Lesplannen leerjaar 2 havo/vwo...32 Bibliografie...49

Inleiding Het Europees Referentiekader is een systeem van niveaus voor taalvaardigheid die ontwikkeld is om overal in Europa gehandhaafd te kunnen worden (Noijons & Kuijper, 2006). Volgens het Europees Referentiekader moeten leerlingen van havo/vwo aan het eind van klas 2 niveau A2 hebben bereikt voor leesvaardigheid bij het vak Engels (Engels, z.d.). Hieronder is een korte beschrijving van de niveaus met betrekking tot leesvaardigheid (Canton, Fasoglio, Meijer, & Trimbos, 2006): Niveau A1 Niveau A2 Niveau B1 Niveau B2 Niveau C1 Niveau C2 Ik kan vertrouwde namen, woorden en zeer eenvoudige zinnen begrijpen, bijvoorbeeld in mededelingen, op posters en in catalogi. Ik kan zeer korte, eenvoudige teksten lezen. Ik kan specifieke voorspelbare informatie vinden in eenvoudige, alledaagse teksten zoals advertenties, folders, menu's en dienstregelingen en ik kan korte, eenvoudige, persoonlijke brieven begrijpen. Ik kan teksten begrijpen die hoofdzakelijk bestaan uit hoogfrequente, alledaagse, of aan mijn werk gerelateerde taal. Ik kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven begrijpen. Ik kan artikelen en verslagen lezen die betrekking hebben op eigentijdse problemen, waarbij de schrijvers een bepaalde houding of standpunt innemen. Ik kan eigentijds literair proza begrijpen. Ik kan lange en complexe feitelijke en literaire teksten begrijpen, en het gebruik van verschillende stijlen waarderen. Ik kan gespecialiseerde artikelen en lange technische instructies begrijpen, zelfs wanneer deze geen betrekking hebben op mijn terrein. Ik kan moeiteloos vrijwel alle vormen van de geschreven taal lezen, inclusief abstracte, structureel of linguïstisch complexe teksten, zoals handleidingen, specialistische artikelen en literaire werken. Om leesvaardigheid te bevorderen dient er rekening gehouden te worden met het ERK. Er zal niet alleen rekening gehouden worden met de niveaubeschrijvingen maar ook met de kerndoelen die bestaan voor het vak Engels. De kerndoelen specifiek voor leesvaardigheid zijn: Kerndoel 12. De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Engelse woordenschat. Kerndoel 13. De leerling leert strategieën te gebruiken bij het verwerven van informatie uit gesproken en geschreven Engelstalige teksten. Kerndoel 14. De leerling leert in Engelstalige schriftelijke en digitale bronnen informatie te zoeken, te ordenen en te beoordelen op waarde voor hemzelf en anderen (Canton e.a., 2006) In deze reader zullen allereerst zoals gezegd aanwijzingen voor de docent te vinden zijn over hoe leesstrategieën het beste in de les geïntegreerd kunnen worden. Voor elk leerjaar zullen er vervolgens twee voorbeeldlessen getoond worden. Deze

voorbeeldlessen zijn verwerkt in lesplannen van 60 minuten. Al het materiaal dat nodig is voor een les zal verwerkt worden in het lesplan en gebruiksklaar zijn voor de docent. Er zullen voorbeeldlessen ontwikkeld voor leerjaar 1 havo/vwo en leerjaar 2 havo/vwo. De lesplannen zullen in het Engels geschreven worden omdat het vanuit de visie van de school belangrijk is om het principe doeltaal=voertaal te voeren. Het luisteren naar en begrijpen van Engels staat centraal en in samenhang daarmee het opbouwen van een basiswoordenschat. Het principe 'doeltaal = voertaal' is daartoe een krachtig middel en wordt dan ook zoveel mogelijk toegepast (Trimbos, 2007, p. 6). De docent weet natuurlijk wat het beste is voor zijn leerlingen en het kan zijn dat voor de zwakke leerlingen meer in het Nederlands gecommuniceerd kan worden. Verder zal er specifiek worden aangegeven in de lesplannen wanneer leerlingen in het Nederlands of Engels moeten antwoorden. Het is natuurlijk belangrijk om de leerlingen zoveel mogelijk in het Engels te onderwijzen en dus ook te voorzien van materiaal dat in de doeltaal is vervaardigd. Maar af en toe zal er ook in het Nederlands samengevat moet worden of beantwoordt moeten worden. Dit is gedaan, omdat in de eindexamens tijdens open vragen meestal in het Nederlands beantwoordt moet worden. Leesstrategieën toepassen is een belangrijke voorwaarde voor begrijpend lezen en kennis hiervan is essentieel voor leerlingen om op een adequate wijze te kunnen werken aan het bevorderen van leesvaardigheid. Achtergrondkennis en woordenschat zijn net als leesstrategieën belangrijk voor leerlingen (de With, 2011). Uit het praktijkonderzoek is gebleken dat leerlingen hun woordenschat willen uitbreiden. Er is daarom in de lesplannen altijd aandacht voor woordenschatuitbreiding.

Aanwijzingen voor de docent Om leesstrategieën beter te kunnen integreren in lessen moet er eerst gekeken worden naar wat leesvaardigheid precies inhoudt en wat er nodig is om te voldoen aan de belangrijkste voorwaarden voor begrijpend lezen. Daarna kan er inhoudelijk worden ingegaan op leesstrategieën en de effect hiervan op leeslessen. Wat is precies leesvaardigheid? Leesvaardigheid valt te verdelen in twee categorieën: technisch lezen en begrijpend lezen (Puper & Richters, 2013). Technisch lezen is de eerste stap, leerlingen kunnen dan namelijk letters en lettercombinaties verklanken. Begrijpend lezen houdt in dat leerlingen in staat zijn om teksten te lezen met begrip. Er zijn een aantal voorwaarden die gelden voor begrijpend lezen volgens Puper & Richters (2013). Deze voorwaarden zijn: Leesplezier en leesmotivatie Technisch lezen Mondelinge taalvaardigheid Woordenschat/achtergrondkennis Kennis van tekstsoorten Leesstrategieën Leesplezier en leesmotivatie Leerlingen in de onderbouw zijn gemotiveerd als leren relevant is voor hun leven en nodig is om hun doelen te bereiken. Dit betekent dat de teksten die aangeboden aan leerlingen authentiek moeten zijn en moeten aansluiten op hun belevingswereld. Vooral teksten met interessante onderwerpen, aantrekkelijke lay-outs en illustraties zijn motiverend voor leerlingen. Als een leerling plezier beleeft aan lezen, zal hij vaker gaan lezen. Hoe meer leerlingen lezen, hoe vaker zij de kans krijgen om de leesstrategieën toe te passen en zich hierin kunnen verbeteren. Technisch lezen Technisch lezen komt aan bod in het basisonderwijs. Er mag van worden uitgegaan dat als leerlingen op het middelbaar onderwijs terecht komen, zij technisch lezen onder de knie hebben. Mondelinge taalvaardigheid Er zijn verschillende mondelinge talen: namelijk de thuistaal, de straattaal en de schooltaal. Een goede mondelinge taalvaardigheid is van groot belang voor het leren lezen. Vakdocenten kunnen grenzen stellen aan het gebruik van straattaal op school en in de les. Schooltaal kan gestimuleerd worden door leerlingen aan elkaar uitleg te laten geven, een presentatie te laten houden of door met elkaar over een vakthema te praten. Woordenschat/achtergrondkennis Achtergrondkennis is te verdelen in twee verschillende aspecten, namelijk kennis van taal en kennis van de wereld. Veel lezen leidt volgens Puper & Richters (2013 tot een grotere kennis van de wereld en een grotere woordenschat. Om achtergrondkennis en woordenschat te vergroten zijn er een aantal aandachtspunten (de With, 2011):

De selectie van aan te bieden woorden is belangrijk. Het is effectief om schooltaalwoorden (woorden die verschillende betekenissen hebben in verschillende contexten) aan te bieden, die leerlingen vaker zullen tegenkomen en die hen beter helpen om teksten te begrijpen. Er moet een rijke instructie gegeven worden op nieuwe woorden, zowel verbaal als non-verbaal. Een afbeelding, voorwerp of filmpje verrijkt de instructie van nieuwe woorden. Diepe kennis over het onderwerp moet vergroot worden, waarbij details of aspecten bekend zijn. Leerlingen moeten associaties met aanverwante onderwerpen kunnen maken. Leerlingen moeten uitgedaagd worden om na te denken over de betekenis van het nieuwe woord. Nieuwe woorden moeten vaak terugkomen. Elk nieuw woord moet acht à tien keer herhaald worden. Woorden moeten actief gebruikt gaan worden in interactie met klasgenoten. Er moet aandacht zijn voor transfer. Leerlingen moeten de nieuwe woorden buiten de les gaan gebruiken. Het is belangrijk dat de nieuwe woorden deel gaan uit maken van de dagelijkse woordenschat van de leerling Kennis van tekstsoorten Kennis van tekstsoorten is van belang zodat de leerlingen ervan bewust zijn wat voor informatie zij kunnen verwachten. De verschillende soorten teksten zijn: Informatieve teksten Opiniërende teksten Overtuigende teksten Verhalende teksten Bij elk soort tekst kan ook worden uitgelegd aan de leerlingen welke leesstrategie het beste bij de tekst past. Leesstrategieën Leesstrategieën zijn te verdelen in drie hoofdgroepen: Voorspelvaardigheid. Hiermee wordt bedoeld dat leerlingen aan de hand van in het oog springende delen van een tekst of snel opzoekbare informatie een verwachtingspatroon opbouwen over de inhoud van een bepaalde tekst. Structureren. Hiermee wordt bedoeld dat leerlingen moeten leren de opbouw van een tekst te doorzien. Hiervoor is kennis nodig van de opbouw van teksten als geheel, van de opbouw van alinea s en van de onderlinge relatie van alinea s. Gebruikmaken van redundantie. De betekenis van een woord wordt vaak op meerdere plaatsen in een tekst duidelijk gemaakt. Leerlingen leren gebruik te maken van het globale begrip dat zij al van de tekst hebben en van de context waarin het onbekende woord staat, uit de vorm van het woord zelf de definitie afleiden of met behulp van een illustratie. Dit kunnen leerlingen gebruiken om de inhoud van een tekst te achterhalen (Staatsen, 2011).

Leesvriendelijke taalomgeving en begeleiding van de docent Om leesvaardigheid te bevorderen is een leesvriendelijke taalomgeving nodig. Deze voldoet aan een aantal algemene basisvoorwaarden: de leeractiviteiten hebben een heldere structuur; verschillende leervoorkeuren en stijlen komen tot hun recht; begrijpend lezen heeft een natuurlijke plaats in de les; er is sprake van goed klassenmanagment; de leraar past regelmatig interactieve werkvormen toe (Puper & Richters, 2013, p. 41). Instructie bij leesvaardigheid is het meest effectief als docenten: leerlingen de kans geven om te reageren op teksten door schrijven en tekenen; leerlingen bewust maken van hoe leesstrategieën te gebruiken zijn in verschillende leesteksten, genres en contexten; leerlingen bewust maken van het feit dat hardop nadenken over een tekst hen zal helpen bij het beter begrijpen van een tekst; leerlingen klassikaal begeleiden en instructies geven maar ook bijvoorbeeld instructie herhalen of individueel extra begeleiden als onderdeel van differentiatie; leerlingen feedback geven op gemaakt werk en informatie geven over wat wel en wat niet goed ging (Harvey & Goudvis, 2007, de With, 2011).

Hoe kunnen de leesstrategieën efficiënt worden ingezet in de les? Als eerst zullen aanwijzingen voor leerjaar 1 havo/vwo besproken worden en daarna leerjaar 2 havo/vwo. Leerjaar 1 havo/vwo Leerlingen zijn net begonnen met de middelbare school. De leerlingen zullen verschillende niveaus hebben omdat niet elke basisschool veel doet met leesvaardigheid en bepaalde leerlingen hebben meer aanleg voor talen dan anderen. Het is belangrijk zoals eerder gezegd om rekening te houden met het ERK. Leerlingen in leerjaar 1 havo/vwo hebben het meeste baat bij teksten op niveau A1. Geleidelijk in het loop van het jaar kan gekozen worden voor teksten op niveau A2. Ook voor sterkere leerlingen is dit een optie en kan het zelfs eerder in het jaar aangeboden worden. Beheersingsniveau A1: de leerling kan vertrouwde namen, woorden en zeer eenvoudige zinnen begrijpen, bijvoorbeeld in mededelingen, op posters en in catalogi. Beheersingsniveau A2: de leerling kan zeer korte, eenvoudige teksten lezen. Hij/zij kan specifieke voorspelbare informatie vinden in eenvoudige, alledaagse teksten zoals advertenties, folders, menu's en dienstregelingen en hij/zij kan korte, eenvoudige, persoonlijke brieven begrijpen. Teksten moeten zoals gezegd authentiek zijn om te kunnen aansluiten op de belevingswereld van de leerlingen. Uit praktijkonderzoek is gebleken dat de teksten van de lesmethode Stepping Stones niet altijd interessant zijn voor de leerlingen. Sterker nog, een zeer groot deel van de leerlingen ervaart de teksten als saai. Om aan de slag te kunnen gaan met leesvaardigheid is de opbouw van een goed leesvaardigheidsprogramma van belang. Hiervoor moeten de hoofdgroepen van leesstrategieën in acht worden genomen. Voorspellen/verifiëren Leerlingen worden geacht aan de hand van in het oog springende delen van een tekst of snel opzoekbare informatie een verwachtingspatroon te hebben opgebouwd over de inhoud van een tekst. Hierbij kan gedacht worden aan: Voorkennis activeren. Docenten moeten de voorkennis van de leerlingen activeren. Dat betekent dus dat er onderzocht moet worden wat de leerlingen al weten van het onderwerp. Dit kan bijvoorbeeld door het maken van een woordweb. Bied een kernwoord/titel/centraal probleem in de tekst aan op het bord. Informatie voor de leerling. Voor het lezen: - Welke woorden verwacht je te lezen in de tekst? - Bedenk voor het lezen een oplossing voor het probleem. - Maak een lijstje met je eigen ervaringen met het onderwerp van de tekst. Tijdens het lezen: - Markeer sleutelwoorden. - Markeer de oplossing voor het probleem. - Markeer voorbeelden / situaties die het onderwerp van de tekst illustreren. Na het lezen:

- Vergelijk jouw woordweb met de gemarkeerde sleutelwoorden in de tekst. Komen ze overeen? Overleg met een klasgenoot. - Vergelijk je eigen oplossing met de oplossing in de tekst. - Vergelijk jouw lijstje met persoonlijke ervaringen met de voorbeelden in de tekst. Leerlingen leren om tekstsoorten te herkennen. Leer leerlingen om specifieke kenmerken te herkennen van bijvoorbeeld e-mails, brieven, advertenties, folders, etc. Leerlingen leren om teksten in een grotere context te zien. Bijvoorbeeld: uit wat voor tijdschrift of krant komt de tekst en wat betekent dit? Leerlingen leren om gebruik te maken van titel, illustraties, kopjes, tussenkopjes, schuin- of vetgedrukte informatie, getallen, jaartallen, enz. Leerlingen leren om doelgericht selectief informatie te zoeken, bijvoorbeeld in folders of websites. Dit wordt ook wel scannen genoemd. Structuren Leerlingen moeten leren de opbouw van een tekst te doorzien. Hiervoor is kennis nodig van de opbouw van teksten als geheel, van de opbouw van alinea s en van de onderlinge relatie van alinea s. Leerlingen leren om een eenvoudige structuur te herkennen, bijvoorbeeld een opsomming in een brief. Leerlingen knipteksten aanbieden, bijvoorbeeld een stripverhaal, plaatjes door elkaar of een recept. Leerlingen moeten dan de stukken in de juiste volgorde zetten. Leerlingen leren om een eenvoudig schema te hanteren, gegevens bij elkaar laten zoeken en invullen in een gegeven schema, gegevens combineren bij het werken met een advertentierubriek, enz. Raadvaardigheid Hierbij gaat het om dat de betekenis van een woord vaak al op meerdere plaatsen in een tekst genoemd wordt. In de eerste leerjaar moet er aandacht besteed worden aan woordraadstrategieën. Het is de bedoeling dat er gewerkt wordt met teksten die passen bij het niveau van de leerlingen, dus vrij eenvoudig. Een aantal woordraadstrategieën zijn: Gebruik maken van de context. Het woord raden door middel van de illustraties in de tekst. Een gelijkenis maken met een woord uit een andere taal: Engels of woordvorm te gebruiken. Soms aandacht besteden aan voor- en achtervoegsels. Gelijk al in het eerste leerjaar moeten de drie hoofdgroepen van de leesstrategieën gebruikt worden. Het is de bedoeling dat er ruimte is voor herhaling, hoewel het gaat om een opbouw van bepaalde accenten per leerjaar. Het is de bedoeling dat er een duidelijke opbouw bestaat en de leerlingen door middel van het benadrukken van bepaalde strategieën en oefeningen steeds meer werken aan hun leesvaardigheid.

Leerjaar 2 havo/vwo Leerlingen hebben het eerste leerjaar gehad en zouden nu getraind moeten worden om niveau A2 te bereiken. Dit wil zeggen dat teksten die aangeboden worden moeten voldoen aan niveau A2. A2: de leerling kan zeer korte, eenvoudige teksten lezen. Hij/zij kan specifieke voorspelbare informatie vinden in eenvoudige, alledaagse teksten zoals advertenties, folders, menu's en dienstregelingen en hij/zij kan korte, eenvoudige, persoonlijke brieven begrijpen. Het tweede leerjaar heeft dezelfde opbouw als het eerste leerjaar, er wordt gewerkt aan alle drie de hoofdgroepen van de leesstrategieën. Een verschil is, dat er een aantal nieuwe onderdelen aangeleerd zullen worden. De opbouw van leerjaar 2 ziet er als volgt uit: Voorspellen/verifiëren Vaardigheden die zijn aangeleerd in leerjaar 1 zullen worden herhaald in leerjaar 2. Zie leerjaar 1 havo/vwo voor de vaardigheden. Verder zullen een aantal nieuwe vaardigheden aangeleerd worden. Dat zijn de volgende vaardigheden: Het werken met voorspelteksten. De leerlingen krijgen alleen de eerste alinea van een tekst. Dit kan op papier, de beamer of smartboard. De leerlingen moeten dan op basis hiervan voorspellingen doen over het verloop van de tekst. De volgende alinea zal worden toegevoegd, met als vragen: - Kloppen de voorspellingen? - Welke voorspellingen kunnen weg? - Welke nieuwe voorspellingen worden toegevoegd? Dit wordt herhaalt totdat het einde helder is. Het oefenen met koppensnellen. Dit wil zeggen snel een ingang vinden tot een tekst met behulp van de uitstekende delen. Bij uitstekende delen kan gedacht worden aan: titel, ondertitels, tussenkopjes, illustraties, enz. Het oefenen met de ELZA-methode. Hierbij wordt er gewerkt met voorspelactiviteiten met behulp van de Eerste en de Laatste Zin van de Alinea s van een tekst. Het oefenen met concentrisch lezen: een tekst in cirkels van buiten naar binnen lezen. Structuren Onderdelen van het eerste leerjaar zullen worden herhaald en een aantal nieuwe onderdelen worden aangeleerd zoals: Het aanleren van kopjes maken bij alinea s. Het oefenen van delen van de tekst in het Nederlands samen te vatten. Het oefenen om niet-wezenlijke informatie, dus onbelangrijke informatie, uit een boodschap of tekst te schrappen.

Raadvaardigheid Het herhalen van vaardigheden uit het eerste leerjaar en een aantal nieuwe vaardigheden worden aangeleerd: Het oefenen met gatenteksten, oftewel CLOZE-oefeningen. Dit zijn teksten waarin woorden of delen zijn weggelaten. Het is de taak van de leerlingen om deze woorden of delen op te vullen door hun kennis van woorden, woordcombinatie en woordbetekenissen en de zins- en tekststructuur te gebruiken. Variaties hierbij zijn: alle werkwoorden weglaten, elke tiende woord weglaten of goed raadbare woorden weglaten. Oefenen met het koppelen van woordraadstrategieën aan het gebruik van een woordenboek en dan controleren of het geraden woord klopt.

Lesplannen leerjaar 1 havo/vwo LESSON PLAN number 1 Subject information: Name: Ramtha Chamoun Student number: 1628728 Class: 4B Subject: English Subject area: reading Specific topic: reading about pearls Kerndoel(en): De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Engelse woordenschat. De leerling leert strategieën te gebruiken bij het verwerven van informatie uit gesproken en geschreven Engelstalige teksten. General information: Name school: Montessori College Type of education: havo/vwo Class: 1 havo/vwo Date & time: Duration of lesson: 60 minutes Materials: - Pearls: reading text - Pearls: reading tasks Cognitive learning objectives: Students can: - Predict the subject of the text by looking at the illustrations and title of it. - Discover the meaning of unfamiliar words by using strategies such as the context of the text. - Fill in a grid, connecting sentences to each other about the text. - Using the technique skimming to be able to get the gist of the text. Starting situation: (related to the lesson) Student will be taught to make use of the title and illustrations to make a prediction about the subject of the text. Students will be taught to make use of the context when they encounter a difficult or unfamiliar word. Students will be taught to use the reading strategy: skimming. And students will fill in a grid by using the information which is in the text. Affective learning objectives: Students might find it difficult to find the right meaning of words/phrases but should be able to do it, with the help of using the context.

Personal learning objectives: The teacher can: - Activate pre-knowledge about the topic. - Provide students with suitable reading strategies. - Guide the students effectively through the reading process. - Help students learn to make use of context when encountering difficult words. Time Teacher activity Student activity Beginning 2 min 5 min Show planning on smartboard: Reading Pearls Several assignments End: evaluation Handout the sheet with the reading tasks. Tell students to label the pictures in assignment 1. A tip: use realia. If you have any shells or objects that are made with mother-of-pearl (or even some pearls real or fake!) that will help to make the students more interested in the reading. Students pay attention and ask questions if anything is unclear. Students label the pictures of assignment 1. After they finish they compare their answers. After finishing students compare their answers to their partner s answers. 3 min Ask if the students like eating shellfish? Have they eaten oysters? Student answer the questions. Middle 6 min Give each student a copy of the reading text: pearls. Tell them to not start reading yet, but look at the title and illustrations. Can they predict what the text will be about? Ask one of the students. Then tell them to quickly read through the text (skimmen). Tell them to do exercise 2: decide which ending is the best. Let one of the students give the answer. Students look at the title and illustrations, they make a prediction about the subject of the text. Students have to read the text and decide which ending is the best. Students listen to the feedback of the teacher.

20 min Remind the students that a synonym is a word with the same meaning (that exercise was very hard / difficult) and an antonym has the opposite meaning (for me that was easy <-> hard). Tell students to read the text again to find words described in question 3. (the paragraph number is given in brackets) Tell students to underline the words/phrases they found. Students are allowed to work in pairs/ help each other. Tell the students to also translate the words into Dutch. This is done so you know if the students also know the meaning in Dutch. Let some of the students give their answers. Students take a look at the words/phrases and then scan the text for them, they work together in pairs and underline the words/phrases which are found. After everyone has finished, answers will be checked with the teacher. Students translate the words into Dutch as an extra assignment. 15 min End 5 mi n Tell students to read the text again and do exercise 4. They create sentences by matching the columns A, B and C to each other. Do an example first: Tina is with her father in a jeweller s shop can be linked to both it s quite easy to tell the difference between them and he s going to buy her some pearl earrings. These can be linked with so, and, but and because. Ask students to read the first paragraph only and tell you the correct answer. Tip: for students who finish early: suggest making more true sentences about the text using the same linking verbs. Students try to work individually, later on they can help each other by working in pairs. Evaluate the lesson by asking: If they learned new ways to find the meaning of unknown words? What else did they learned from the lesson? Students do exercise 4: reading the text again and creating sentences. First they listen to the example. Students have a go at the exercise individually and later on can ask for help of a classmate. Students provide feedback. Appendix I: overview of (smart)board or powerpoint Smartboard is used to show the planning which is: Reading Pearls Several assignments End: evaluation Appendix II: assignment + key

Retrieved from: http://www.onestopenglish.com/skills/reading/pdf-content/readinglessonspearls-reading-text-elementary/154212.article

2. Read the whole text and decide which ending is the best A: B: C: D: E: Tina learns a lot about pearls a. but decides she prefers diamonds. b. and says she likes them better than diamonds. c. so her father buys her some pearl earrings. 3. Vocabulary Find a word or phrase in the text that a) means a collection of things, for example works of art, that are shown to the public (1) b) is a synonym of mother-of-pearl(2) c) means it s not surprising (2) d) means grown artificially (4) e) means planned, not by accident and is a synonym of on purpose (4) f) means water that is not salty (4) g) is an antonym of different from (7) Now translate the words you found into Dutch. F: G:

4. Match column A to column C with the correct linking word in column B to make true sentences about the text. A B C Tina is with her father in a jeweller s shop Tina doesn t know very much about pearls. so and most cultured pearls come from Japan. it s quite easy to tell the difference between them. Natural pearls are very rare because he s going to buy her a pair of pearl earrings. Most pearls are cultured nowadays Fake pearls and real pearls look very similar but However, there is an exhibition with lots of information about them they are very expensive.

Key Answers 1 A: pearl B: shellfish C: mother-of-pearl D: mussels E: beads F: oysters 2. Read the whole text and decide which ending is the best Tina learns a lot about pearls a. but decides she prefers diamonds. b. Right answer: and says she likes them better than diamonds. c. so her father buys her some pearl earrings. Answer c is not correct because because this is not the reason why her father buys the earrings. 3. Vocabulary. Find a word or phrase in the text that a) means a collection of things, for example works of art, that are shown to the public (1) Answer: exhibition b) is a synonym of mother-of-pearl(2) Answer: nacre c) means it s not surprising (2) Answer: no wonder d) means grown artificially (4) Answer: cultured e) means planned, not by accident and is a synonym of on purpose (4) Answer: deliberately f) means water that is not salty (4) Answer: freshwater g) is an antonym of different from (7) Answer: similar to Translations: Now translate the words you found into Dutch. A: tentoonstelling B: parelmoer

C: geen wonder D: gekweekt E: met opzet, opzettelijk F: zoet water G: hetzelfde als, gelijk aan, etc. 4. Match column A to column C with the correct linking word in column B to make true sentences about the text. First answer was given in the example: Tina is with her father in a jeweller s shop because he s going to buy her a pair of pearl earrings. Rest of the answers: Tina doesn t know very much about pearls. [full stop] However, there is an exhibition with lots of information about them. Natural pearls are very rare so they are very expensive. Most pearls are cultured nowadays and most cultured pearls come from Japan. Fake pearls and real pearls look very similar [no full stop] but it s quite easy to tell the difference between them.

LESSON PLAN number 2 Subject information: Name: Ramtha Chamoun Student number: 1628728 Class: 4B Subject: English Subject area: reading Specific topic: reading about flags Kerndoel(en): De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Engelse woordenschat. De leerling leert strategieën te gebruiken bij het verwerven van informatie uit gesproken en geschreven Engelstalige teksten General information: Name school: Montessori College Type of education: havo/vwo Class: 1 havo/vwo Date & time: Duration of lesson: 60 minutes Cognitive learning objectives: Students can: - Discover the meaning of unfamiliar words by using strategies such as the context of the text. - Using the technique skimming to be able to get the gist of the text. - Answer questions about the text by using the reading strategy: scanning. They will be able to search for specific information. Materials: - Reading text flags - Worksheet flags Starting situation: (related to the lesson) What do the students already know? Students should already be familiar with the reading strategy skimming and will be taught a new one this lesson: scanning. Where did they end last lesson? Last lesson they ended with reading using strategies such as scanning and skimming. They also learned to use context to find the meaning of unknown words. Affective learning objectives: The students might find it difficult to find the adjectives described in the text, but should be able to when they read the text and use the context.

Personal learning objectives: The teacher can: - Activate pre-knowledge about the topic. - Provide students with suitable reading strategies. - Help students learn to use context when encountering unfamiliar words. Time Teacher activity Student activity Beginning 2 min 5 min Show planning on smartboard: Reading Flags Several assignments End: evaluation First start with activating pre-knowledge. Start with discussing some of the vocabulary in the text to check the student s understanding. Ask about the following words: - Tricolor (what could be the meaning of tri? And what about if this word is connected to a flag?) - Emblem - Coat of arms - What is the difference between to fly a flag and to wave a flag? Students pay attention and ask questions if anything is unclear. Students listen to the teacher asking about vocabulary. Students who know the answer raise their hand. 5-7 min 5 min (e.g. tricolour - a flag which has three bands of different colours, emblem - a design or picture that represents a country or an organization, coat of arms - a design that is a special symbol of a family, country, city etc.) Hand out the reading tasks sheet. Students work in pairs and answer the questions of assignment 1. Discuss the answers with the class. Students receive the sheets and work together in with another student. Their answer the questions of assignment 1. Students give their answers. Middle

3 min Tell students do the second assignment. They read the text and decide which of the three possibilities the best title for the text is. Tell students that it s not necessary to read the whole text. They just need to know what the gist of the text is! After everyone scanned the text they compare their answer to their neighbor. Ask one student for their answer and why they thought that was the best title. Students have to read the text and decide which title suits the text best. Students compare their answers to their neighbor s answer after they finished. One student gives their answer to the teacher. 15 Tell students to take a look at assignment 3. For this Students take a look at min assignment students have to answer 11 questions about the text. Tell students to read the questions first and then read the text, so they what to look for in the text! Tell students they are allowed to work together. If a team has finished they raise their hand. After everyone has finished, check the answers and give points for correct answers. If students disagree with an answer, get them to decide among themselves, referring to the text before saying whether they are right or wrong. the questions of assignment and then scan the text for the answers, they work together in pairs. After everyone has finished, answers will be check with the teacher. 10 min Let students do assignment 4. Tell students to find the sentences in which the adjectives appear and let them answer the questions of assignment 4. After finishing, check the answers with the class. Students read the assignment. They search for the sentences with the adjectives and answer the questions. End 10 min Tell students to take a look at assignment 5. The final activity is translating the adjectives into Dutch from assignment 4. Tell them to use the context and information of the previous assignment do to this exercise. After finishing, let some of the students give their answers and explain how they found out the meaning. 3 min Ask students what they thought of the lesson. Let them give some feedback, what did they think about the reading topic? How were the assignments? Then end the lesson by giving them a compliment. Students do the final assignments. They are allowed to work in pairs. Students give some feedback to the teacher about the reading text and assignments. Appendix I: overview of (smart)board or powerpoint Smartboard is used to show the planning which is:

Reading Flags Several assignments End: evaluation Appendix II: assignment + key

Retrieved from: http://www.onestopenglish.com/skills/reading/pdf-content/readinglessonsflags-elementary-worksheet-1/153919.article

Worksheet flags 1. Ask and answer these questions with another student: a) Where was the World Cup in 2006? Which country won? b) What does the winner s flag look like? Is it a tricolour? Does it have an emblem, or a coat of arms? c) Which country s flag is flying here? --------------------- d) Was your country s flag flying in the World Cup in 2006? If yes, did many people wave the flag during the competition, or wear clothes in the flag s colours? 2. Read the text and decide which of the following is the best title for it. a) World Cup flags b) World Cup 2006 flags c) Flags from around the world 3. Read the text again and answer the following questions. a) What colour is the English flag? b) The Union Jack is made from 3 countries flags. Name two of them. c) Which country has a blue and gold flag? d) Which two countries flags have writing on them? e) What language do they speak in Brazil? f) How many countries flags in the competition had a weapon on them? g) What colour is the cross on the Swiss flag? h) How many flags were tricolour in the World Cup 2006? i) What are the three most common colours for flags? j) Which countries in the reading did not play in the World Cup in 2006? k) How many flags, which are unique is some way, are mentioned in the reading? 4. Vocabulary. The following adjectives (bijvoeglijke naamwoorden) appear in the text. What is the object that they describing and where is the object? An example is done for you. Adjective What? Where? Terrible Flags everywhere In England Dangerous Familiar Religious Modern

Islamic Horizontal Common Reverse 5. Translate the words of the previous assignment into Dutch. Use the context and the information of the previous assignment. Terrible Dangerous Familiar Religious Modern Islamic Horizontal Common Reverse

Worksheet flags: Key 6. Ask and answer these questions with another student: a) Where was the World Cup in 2006? Which country won? b) What does the winner s flag look like? Is it a tricolour? Does it have an emblem, or a coat of arms? c) Which country s flag is flying here? ---------------- d) Was your country s flag flying in the World Cup in 2006? If yes, did many people wave the flag during the competition, or wear clothes in the flag s colours? Answer to C is the Vietnamese flag. The rest of the answers, student s own answers. 7. Read the text and decide which of the following is the best title for it. a) World Cup flags b) Right answer: World Cup 2006 flags c) Flags from around the world 8. Read the text again and answer the following questions. a) What colour is the English flag? Answer: red and white b) The Union Jack is made from 3 countries flags. Name two of them. Answer: England & Scotland c) Which country has a blue and gold flag? Answer: Sweden d) Which two countries flags have writing on them? Answer: Saudi Arabia & Brazil e) What language do they speak in Brazil? Answer: Portuguese f) How many countries flags in the competition had a weapon on them? Answer: two g) What colour is the cross on the Swiss flag? Answer: white h) How many flags were tricolour in the World Cup 2006? Answer: 15 i) What are the three most common colours for flags? Answer: red, white and blue. j) Which countries in the reading did not play in the World Cup in 2006? Answer: Mozambique & Nepal. k) How many flags, which are unique is some way, are mentioned in the reading? Answer: three (Mozambique, Saudi Arabia, Nepal) 9. Vocabulary. The following adjectives (bijvoeglijke naamwoorden) appear in the text. What is the object that they describing and where is the object? An example is done for you. Adjective What? Where? Terrible Flags everywhere In England

Dangerous flags flying from car windows in England Familiar The sight of Swedish flags in Sweden Religious Modern Islamic Writing Weapon Crescent on Saudi Arabia s flag on Mozambique s flag on Tunisia s flag Horizontal Band of colour on various flags Common Reverse Colours Side of flag on Paraguay s flag on Paraguay s flag 10. Translate the words of the previous assignment into Dutch. Use the context and the information of the previous assignment. Terrible Dangerous Familiar Religious Modern Islamic Horizontal Common Reverse Verschrikkelijk, vreselijk Gevaarlijk Bekend Religieus Modern Islamitisch Horizontaal Gebruikelijk Omgekeerd

Lesplannen leerjaar 2 havo/vwo LESSON PLAN number 1 Subject information: Name: Ramtha Chamoun Student number: 1628728 Class: 4B Subject: English Subject area: reading Specific topic: reading about chocolate. Kerndoel(en): De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Engelse woordenschat. De leerling leert strategieën te gebruiken bij het verwerven van informatie uit gesproken en geschreven Engelstalige teksten. General information: Name school: Montessori College Type of education: havo/vwo Class: 2 havo/vwo Date & time: Duration of lesson: 60 minutes Materials: - Choclate: reading text - Chocolate: reading tasks Cognitive learning objectives: Students can: - Discover the meaning of unfamiliar words by using strategies such as the context of the text. - Indicate what kind of text they re reading. - Fill in a grid, connecting sentences to each other about the text. - Using the technique skimming to get the gist of the text. - Express their opinions and give ideas/solutions for people with addictions. - Decide whether a statement about the text is true or false, which indicates they understood the text. - Summarize paragraphs into Dutch. Starting situation: (related to the lesson) What do the students already know? Students should be familiar with the reading strategies: skimming and scanning. They should be able to use context to guess the meaning of unfamiliar words.

Affective learning objectives: Students might find it difficult to express their opinions especially if they re in group with people who are very pushy. Students might also have difficulties with summarize the paragraphs into just one sentence, although this should be doable. Personal learning objectives: The teacher can: - Activate pre-knowledge about the topic. - Provide students with suitable reading strategies. - Guide the students effectively through the reading process. - Help students learn to use context when encountering unfamiliar words. Time Teacher activity Student activity Beginning 2 min 5 min Show planning on smartboard: Chocolate: who doesn t love it? Reading Several assignments End: evaluation If possible bring some chocolate with you, perhaps a small bag that can be shared. (using realia in class can help students be more interested in the subject). Put students in pairs and give them a copy of the reading tasks sheet. Tell them to answer the questions of exercises 1. Ask several students to give their answers for the whole class to hear. Also, give students your own answers! Students pay attention and ask questions if anything is unclear. Students receive a worksheet. Students answers the questions to exercise 1. Class feedback: some students give their answers. 3 min Ask the students to imagine someone that eats a lot of chocolate all day, every day. Write on the board: He is to chocolate. He has an. Elicit or give the words: addicted, addiction. Ask students what other things people can be addicted to. Elicit examples such as alcohol, shopping, drugs. Student answer the questions. Middle

4 min Tell students they are going to read about a woman, Cheryl, who is addicted to chocolate. Draw their attention to exercise 2 of the worksheet and ask them to read the choices. Give each student their own copy of the text, ask them to read it fairly quickly and to decide who Cheryl is writing to. Let students compare their answers before asking for suggestions. Students have to read the text quickly. And answer the question of exercise 2. Students answer the question and compare their answers to each other. Then give their answer to the teacher. 15 min Tell students to do exercise 3. They need to read the whole text again and write a summary of each paragraph in one sentence. They work individually. After finishing, students compare their answers to each other and explain how they came up with their answer. Students do exercise 3. After finishing they compare their answers in pairs. They explain to each other how they came up with the summary. 15 min Students do the last exercise on the worksheet. They need to decide whether the statements of exercise 4 are true or false. They can find the answers in the text. After finishing provide them with the answers. Let students compare their answers and explain why the statement is true or false. Walk around to listen to them, if they cannot explain why it s true or false to each other, give them your reasons. Students do the last exercise. They need to decide if the statements are true or false. After finishing the teacher provides the answers. Students compare their answers to each other and explain why it s true or false. End 10 min 3 min The post-reading activity is letting the students work in groups of 4 and come up with at least 4 ideas of how Cheryl can be helped with her addiction. How can her family help? Let them brainstorm for about 4 minutes, then choose some of the groups to give their ideas to share with the whole class. Ask for feedback and let students answer the following questions: - Did you find any of the exercises too difficult? - How did you summarize the paragraphs? - What did you do with unfamiliar words? Appendix I: overview of (smart)board or powerpoint Students search the internet for answers about their birthstone. Students provide feedback.

Smartboard is used to show the planning which is: Chocolate: who doesn t love it? Reading Several assignments End: evaluation Appendix II: assignment + key

Retrieved from: http://www.onestopenglish.com/skills/reading/pdf-content/readinglessonschocolate-elementary-reading-text/155609.article

Worksheet chocolate 1 Ask and answer these questions about chocolate in pairs a) Do you like chocolate cake? Chocolate ice-cream? Chocolate bars? Hot chocolate drinks? b) How much chocolate do you have every week? c) Do you eat more chocolate now than when you were a child, or less? d) Do you think it s bad that some children eat a lot of chocolate? 2 Read a text written by Cheryl, a woman who is addicted to chocolate. Who is she writing to? a) Her mother b) A newspaper c) A magazine problem page d) A company that makes chocolate 3 Read the text again and write a Dutch (!) summary of each paragraph in one sentence. Paragraph 1 Paragraph 2 Paragraph 3 Paragraph 4 Paragraph 5 Paragraph 6

Are the following sentences True or False? Write true or false behind the sentence. a) Cheryl is the middle child in her family b) She is a mother c) Sarah is one of her sisters d) Cheryl feels ill if she stops eating chocolate e) She feels both good and bad after eating chocolate f) It s very easy to buy chocolate g) Her family don t give her any help

Worksheet chocolate Key 1 Ask and answer these questions about chocolate a) a Do you like chocolate cake? Chocolate ice-cream? Chocolate bars? Hot chocolate drinks? b) b How much chocolate do you have every week? c) c Do you eat more chocolate now than when you were a child, or less? d) d Do you think it s bad that some children eat a lot of chocolate? Student s own answers. 2 Read a text written by Cheryl, a woman who is addicted to chocolate. a) Who is she writing to? b) Her mother c) A newspaper d) Right answer: A magazine problem page e) A company that makes chocolate 3 Read the text again and write a summary of each paragraph in one sentence. This needs to be in Dutch. Paragraph 1 Possible answer: Een introductie tot het probleem. Paragraph 2 Possible answer: Cheryl is de enige in haar familie die verslaafd is aan chocola. Paragraph 3 Possible answer: Een beschrijving van de verslaving. Paragraph 4 Possible answer: De reden waarom Cheryl s verslaving een probleem is. Paragraph 5 Possible answer: Waarom het moeilijk/lastig is om af te komen van de verslaving. Paragraph 6 Possible answer: Cheryl wil (graag) hulp. These are the possible answers, of course there are other possible answers, but they need to be somewhat similar to the answers above. Are the following sentences True or False?

Write true or false behind the sentence. a) Cheryl is the middle child in her family. b) She is a mother. c) Sarah is one of her sisters. d) Cheryl feels ill if she stops eating chocolate. e) She feels both good and bad after eating chocolate. f) It s very easy to buy chocolate. g) Her family don t give her any help. Feedback: they are all True except for c. Make sure students understand the reasons for the answers preferably get students to explain why themselves. a) She has an older and younger sister, b) If the children have chocolate c) She s still talking about her children, d) She gets headaches e) She feels better and happier, but guilty too f) I try to speak but nobody understands

LESSON PLAN number 2 Subject information: Name: Ramtha Chamoun Student number: 1628728 Class: 45 General information: Name school: Montessori College Type of education: havo/vwo Class: 2 havo/vwo Date & time: Duration of lesson: 60 minutes Cognitive learning objectives: Students can: - Discover the meaning of unfamiliar words by using strategies such as the context of the text. - Use a dictionary properly - Put a text in the right order - Come up with the meaning of underlined words in the text by using the context. - Summarize the text into Dutch. - Fill in a gap text by using the context and meaning of words. Subject: English Subject area: reading Specific topic: reading about chocolate. Kerndoel(en): De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Engelse woordenschat. De leerling leert strategieën te gebruiken bij het verwerven van informatie uit gesproken en geschreven Engelstalige teksten. Materials: - Envelopes with the paragraphs - Worksheet Starting situation: (related to the lesson) What do the students already know? Students should be familiar with the reading strategies: skimming and scanning. They should be able to use context to guess the meaning of unfamiliar words. Affective learning objectives: Students might find it difficult to put a random text in the right order, but they re working together so they can help each other. Students might not be used to using a dictionary, instead many students use their phones. But this is not allowed during the end exams.

Personal learning objectives: The teacher can: - Activate pre-knowledge about the topic. - Provide students with suitable reading strategies. - Guide the students effectively through the reading process. - Help students learn to use context when encountering unfamiliar words. Time Teacher activity Student activity Beginning 2 min 5 min Show planning on smartboard: Reading Warm up: opinions about animal hunting Several assignments about Mohawk. End: evaluation Start with telling the students that sometimes animals are hunted by people. Many people disagree with this, others find it normal. Let students discuss in groups of two whether they agree or disagree with animal hunting. Students pay attention and ask questions if anything is unclear. Students form pairs and discuss together what their opinions are about animal hunting. Middle 5 min 3-4 min Create groups of 3 or 4 students, depending what s best in your situation. Give every students a worksheet. Then handout envelopes to all the groups. Tell students to do exercise 1 of their worksheet. After everyone read the paragraphs tell students to work together in their groups and put the paragraphs in the right order (exercise 2). Students receive the envelopes and read the paragraphs. Students work together and put the paragraphs in the right order. 2 min Tell students to do exercise 3: come up with a suitable title for this text. Students come up with a suitable title for the text.

3 min 5 min After finishing exercise 1,2 and 3 show the text on the board in the correct order. Ask some students how they discovered the order of the paragraphs, what strategy did they use? Also, ask some students what their title for the text is and why? Tell students to do exercise 4: the words in bold need to be described in Dutch and students should use the context to do this. Students take a look at the bold words and give Dutch descriptions for them, using the context. 5 min Tell students to do exercise 5: they need to check if their descriptions are correct, so they grab a dictionary and check the word meanings. 3 min Tell students to do exercise 6 of the worksheet: summarize the text into Dutch in two sentences. Students summarize the text into Dutch in two sentences. End 10 min 2 min To end the lesson: students do the cloze text (assignment 7) about the lion that was killed. Tell the students, that they need to come up with words in the missing places. Give students some time to come up with the answers. Then let some students read the text with their answer. Provide the right answers if it s wrong. Ask them to tell you how they knew which word was missing, what knowledge/technique did they use? Ask for feedback from the students. Tell them to form pairs. Give them one minute to come up with one sentence summarizing what they have learned this lesson. Afterwards ask several students to give their sentence. Students do the last assignment: the cloze text about the lion that was killed. Students provide feedback. Appendix I: overview of (smart)board or powerpoint Smartboard is used to show the planning which is: Reading Warm up: opinions about animal hunting Several assignments about Mohawk. End: evaluation The board is also used to show the text on the board after students complete exercise 1, 2 and 3: Killed for attacking a man while running wild in Kenya, this lion was shot dead after escaping from Nairobi National Park, the stray injuring a local resident along the way.

Kenyan rangers opened fire on the animal, fearing more people would be hurt. Footage shows the lion was trying to break free and run away whilst the gunshots and screams echoed in the air. "I was expecting the KWS people to disable the animal because of that it became wild. And members of the public were also... their numbers were also growing up, so the population was growing, excitement was there." This is the third incident of a lion wandering from the park and causing chaos in the capital in the recent weeks. The previous strays were able to be captured and returned to protected areas. An entirely different ending in this case. Appendix II: assignment + key

Teacher s material Reading: Lion is shot in Kenya. This text needs to be cut in 4 pieces. Right now it s in the right order. Put it in envelopes for the students. Leave the title out. Killed for attacking a man while running wild in Kenya, this lion was shot dead after escaping from Nairobi National Park, the stray injuring a local resident along the way. Kenyan rangers opened fire on the animal, fearing more people would be hurt. Footage shows the lion was trying to break free and run away whilst the gunshots and screams echoed in the air. "I was expecting the KWS people to disable the animal because of that it became wild. And members of the public were also... their numbers were also growing up, so the population was growing, excitement was there." This is the third incident of a lion wandering from the park and causing chaos in the capital in the recent weeks. The previous strays were able to be captured and returned to protected areas. An entirely different ending in this case. Retrieved from: http://www.newsinlevels.com/products/lion-is-shot-in-kenya-level-3/

Worksheet Work in pairs 1. You will receive an envelope from your teacher. In this envelope there are four paragraphs. Read them together with your partner. 2. After reading, put the paragraphs in the right order according to you and your partner. 3. Think about what you just read about, what is the main subject? The next step is, to come up with a suitable title for the text. 4. As you can see in the text some of the words are in bold. These might be unfamiliar or new words for you. Use the context of the text to come up with Dutch descriptions for these words. 5. To check if your translations are correct, grab a dictionary and look up the words: - To escape - Stray - To injure - Incident - To wander Now give the Dutch translation for these words and try to describe in English what they mean. 6. Summarize the whole text in two sentences. What is this text about? 7. Wildlife officers in Kenya fatally shot one of the country s (1) (2) lions on Wednesday after theirattempt to (3) tracted a crowd, whose presence upset the animal and led it to (4) a bystander,the Kenya Wildlife Service said. - it alive at

The lion, a 13-yearold male known as Mohawk for the shape of his mane, was a tourist (5) in NairobiNational Park. His (6) was met with outrage onli ne and quickly brought to mind the high-profile killing ofcecil, a 13- yearold (7) shot by an American hunter in Zimbabwe in July. Some fools (8) a lion by the name Mohawk today here in Nairobi, a Nairobi resident wrote on Twitter. It s(9) to think about it even for a second.

Worksheet Key Work in pairs 1. You will receive an envelope from your teacher. In this envelope there are four paragraphs. Read them together with your partner. 2. After reading, put the paragraphs in the right order according to you and your partner. 3. Think about what you just read about, what is the main subject? The next step is, to come up with a suitable title for the text. Students can come up with several answers. Decide on your own if it s suitable or not. 4. As you can see in the text some of the words are in bold. These might be unfamiliar or new words for you. Use the context of the text to come up with Dutch descriptions for these words. Student s own answers. 5. To check if your translations are correct, grab a dictionary and look up the words: - To escape - Stray - To injure - Incident - To wander Now give the Dutch translation for these words and try to describe in English what they mean. Student s own answers. 6. Summarize the whole text in two sentences. What is this text about? Several answers are possible. Decide on your own if it s correct or not. 7. Wildlife officers in Kenya fatally shot one of the country s 1.best- 2.known lions on Wednesday after their attempt to 3.capture it alive attracted a crowd, whose presence upset the animal and led it to 4.injure a bystander, the Kenya Wildlife Service said. The lion, a 13-year-old male known as Mohawk for the shape of his mane, was a tourist 5.favorite in Nairobi National Park. His 6.death was met with outrage online and quickly brought to mind the high-profile killing of Cecil, a 13-year-old 7.lion shot by an American hunter in Zimbabwe in July. Some fools 8.killed a lion by the name Mohawk today here in Nairobi, a Nairobi resident wrote on Twitter. It s 9.crazy to think about it even for a second.

Bibliografie Canton, J., Fasoglio, D., Meijer, D., & Trimbos, B. (2006). Handreiking MVT Nieuwe onderbouw 2006. Opgehaald van Nationaal Expertisecentrum Leerplanontwikkeling: http://www.slo.nl/downloads/archief/handreiking_20ob_20mvt.pdf/ Engels. (z.d.). Opgehaald van Europees Referentiekader Talen: http://www.erk.nl/docent/kerndoelen/engels/ Harvey, S. & Goudvis, A. (2007). Strategies that work. Portland (USA): Stenhouse Publishers, Markham (Canada): Pembroke Publishers Limited. Noijons, J., Kuijper D. (2006). Leesvaardigheidsexamens moderne vreemde talen in Europees verband. Arnhem: Stichting Cito Instituut voor Toetsontwikkeling Puper, H., & Richters, J. (2013). Beter lezen, beter leren. Amersfoort: CPS. Staatsen, F. (2009). Moderne vreemde talen in de onderbouw. Bussum: Uitgeverij Coutinho. Trimbos, B. (2007, April). Concretisering van de kerndoelen Engels. Opgehaald van Nationaal Expertisecentrum Leerplanontwikkeling: http://www.slo.nl/downloads/archief/engels def.pdf/ With, T. d. (2011). Literatuurstudie naar de kenmerken en leerkrachtvaardigheden van een effectieve interventie in het begrijpend leesonderwijs in PO en VO. Amersfoort: CPS Onderwijs Ontwikkeling en Advies.

Bijlage 4A Planning van presentatie en evaluatie Week? Activiteit 16 Product presenteren aan betrokkenen Evaluatie-instrument: vragenlijst uitdelen Vragenlijst analyseren 17 & 19 Product uitproberen Evaluatie-instrument: leerling enquête uitdelen Evaluatie-instrument: interview houden met docent Alle verkregen data verzamelen en analyseren 20 Data concluderen Beoordelingsformulier samen met opdrachtgever invullen 21 Evaluatiehoofdstuk afronden en puntjes op de i zetten

Bijlage 4B Onderzoeksinstrumenten evaluatie Vragenlijst presentatie Vragenlijst presentatie 1. Kan met dit product efficiënt gewerkt worden aan de leesvaardigheid van leerlingen? Zo ja, waarom? Zo nee, licht toe. 2. Wat vindt u van de aanwijzingen voor de docent? 3. Wat vindt u van de ontworpen lessen? 4. Voldoet dit product aan de vooraf gestelde ontwerpeisen? 5. Hebt u aanbevelingen of tips voor het verbeteren van dit product?

Leerling enquête Leerling enquête Lees de vragen en cirkel het antwoord om wat jou het meeste aanspreekt. Je kan maar voor een antwoord kiezen per vraag! 1. Wat vond jij van de afgelopen leesvaardigheidsles(sen)? a. Beter en leuker b. Leuker c. Vervelend d. Vervelend en langdradig 2. Wat vond jij van de leestekst(en) die behandeld werden? a. Erg interessant b. Leuk c. Het was wat leuker dan de teksten van Stepping Stones d. Saai 3. Zou jij voortaan lessen op deze manier willen krijgen? a. Heel graag b. Graag c. Liever niet d. Nooit 4. Als je vaker zou oefenen op deze manier, word je dan beter in leesvaardigheid? a. Ja, ik word hier beter door. b. Ja, ik word een beetje beter hierdoor. c. Nee, ik word hier niet beter door. d. Nee, ik heb geen moeite met leesvaardigheid bij Engels 5. Heb jij door de leesvaardigheidsles(sen) nieuwe woorden geleerd? a. Ja, we oefenden op een leuke en leerzame manier. b. Ja, ik leer nieuwe woorden heel snel. c. Nee, ik vond de manier waarop nieuwe woordjes werden behandeld niet leerzaam. d. Nee, ik heb blijf moeite hebben met woordenschat uitbreiden.

Interview docent Interview collega, onderdeel van hoofdstuk 4 Evaluatie 1. Toen u het materiaal te zien kreeg, dus het ontworpen product met aanwijzingen en voorbeeldlessen, kon u hiermee aan de slag? Dat wil zeggen wist u wat u moest doen of ervaarde u ergens moeite mee? 2. Wat vond u van de aanwijzingen voor de docent in het document? Zijn deze aanwijzingen praktisch en toepasbaar voor u? 3. Wat is uw mening over de ontworpen lessen? Zijn de lessen helder weergegeven in de lesplannen en sluiten de teksten volgens u aan op de belevingswereld van de leerlingen? 4. Wat was de reactie van de leerlingen op de ontworpen lessen en activiteiten? 5. Wat zou aanbevelen om ervoor te zorgen, dat het product (nog) beter wordt? Mist u bijvoorbeeld informatie in de aanwijzingen of ontworpen lessen? Met andere woorden, heeft u tips?

Bijlage 4C Geordende gegevens evaluatie-instrumenten Uitgetypte vragenlijsten presentatie Vragenlijst presentatie, collega 1 1. Kan met dit product efficiënt gewerkt worden aan de leesvaardigheid van leerlingen? Zo ja, waarom? Zo nee, licht toe. Ja, duidelijk lesopzet, kant en klaar! 2. Wat vindt u van de aanwijzingen voor de docent? Duidelijk, kun je echt wat mee. 3. Wat vindt u van de ontworpen lessen? Prima, goed in de les in te passen. 4. Voldoet dit product aan de vooraf gestelde ontwerpeisen? Ja, zeker. Het moeilijkste lijkt mij geschikte teksten te vinden die bij de belevingswereld van de leerlingen passen. 5. Hebt u aanbevelingen of tips voor het verbeteren van dit product? Teksten nog meer uitzoeken zodat ze bij de belevingswereld van de leerlingen passen. Maar zoals gezegd is dat lastig.

Vragenlijst presentatie, collega 2 1. Kan met dit product efficiënt gewerkt worden aan de leesvaardigheid van leerlingen? Zo ja, waarom? Zo nee, licht toe. Ja, zeker. Het is een goede oefening om leerlingen de leesstrategieën aan te leren. 2. Wat vindt u van de aanwijzingen voor de docent? Prima, duidelijk. 3. Wat vindt u van de ontworpen lessen? Harstikke leuk gedaan. 4. Voldoet dit product aan de vooraf gestelde ontwerpeisen? Ja, ik denk het wel. 5. Hebt u aanbevelingen of tips voor het verbeteren van dit product? Ook de vraagstellingen zouden behandeld kunnen worden. Bijvoorbeeld hoe ga je om met een open vraag? Etc.

Vragenlijst presentatie, collega 3 1. Kan met dit product efficiënt gewerkt worden aan de leesvaardigheid van leerlingen? Zo ja, waarom? Zo nee, licht toe. Het product houdt zich aan het ERK en geeft concrete tips als voorkennis activeren, sleutelwoorden markeren, etc. 2. Wat vindt u van de aanwijzingen voor de docent? Wat heel goed is om te kijken wat bij de belevingswereld van de leerlingen past. Ik vind het een eye-opener dat zo n groot percentage van de leerlingen aangeeft de teksten uit de lesmethode niet interessant te vinden. 3. Wat vindt u van de ontworpen lessen? Helder, smart. 4. Voldoet dit product aan de vooraf gestelde ontwerpeisen? Ja. 5. Hebt u aanbevelingen of tips voor het verbeteren van dit product? Ik weet niet zeker of een tekst over pearls wel in het interessegebied van de leerlingen past. Er kan onderzocht wordt wat nu echt de leerlingen aanspreekt, wellicht in een vervolgonderzoek.

Leerling enquêtes klas 1 Wat vond je van de afgelopen leesvaardigheidslessen? 10% 17% Beter en leuker 14% Leuker Vervelend 59% Vervelend en langdradig Wat vond jij van de leestekst(en) die behandeld werden? 21% 3% 17% Erg interessant Leuk 59% Het was wat leuker dan de teksten van Stepping Stones Saai

9% 10% Zou jij voortaan lessen op deze manier willen krijgen? Heel graag 22% Graag Liever niet 59% Nooit Als je vaker zou oefenen op deze manier, word je dan beter in leesvaardigheid? 7% 16% 26% Ja, ik word hier beter door. Ja, ik word hier een beetje beter door. 51% Nee, ik word hier niet beter door. Nee, ik heb geen moeite met leesvaardigheid bij Engels. Heb jij door de leesvaardigheidsles(sen) nieuwe woorden geleerd? 16% 6% 29% Ja, we oefenden op een leuke en leerzame manier. Ja, ik leer nieuwe woorden heel snel. 49% Nee, ik vond de manier waarop nieuwe woordjes werden behandeld niet leerzaam. Nee, ik blijf moeite hebben met woordenschat uitbreiden.

Leerling enquêtes klas 2 Wat vond je van de afgelopen leesvaardigheidslessen? 13% 6% 16% Beter en leuker Leuker Vervelend 65% Vervelend en langdradig Wat vond jij van de leestekst(en) die behandeld werden? 22% 10% 13% Erg interessant Leuk 55% Het was wat leuker dan de teksten van Stepping Stones Saai

13% 10% Zou jij voortaan lessen op deze manier willen krijgen? Heel graag 22% Graag 55% Liever niet Nooit 29% 10% 16% 45% Als je vaker zou oefenen op deze manier, word je dan beter in leesvaardigheid? Ja, ik word hier beter door. Ja, ik word hier een beetje beter door. Nee, ik word hier niet beter door. Nee, ik heb geen moeite met leesvaardigheid bij Engels. Heb jij door de leesvaardigheidsles(sen) nieuwe woorden geleerd? 13% 13% Ja, we oefenden op een leuke en leerzame manier. 26% Ja, ik leer nieuwe woorden heel snel. 48% Nee, ik vond de manier waarop nieuwe woordjes werden behandeld niet leerzaam. Nee, ik blijf moeite hebben met woordenschat uitbreiden.

Uitgetypte docent interview Interview collega, onderdeel van hoofdstuk 4 Evaluatie 1. Toen u het materiaal te zien kreeg, dus het ontworpen product met aanwijzingen en voorbeeldlessen, kon u hiermee aan de slag? Dat wil zeggen wist u wat u moest doen of ervaarde u ergens moeite mee? Alles was duidelijk, ik heb het rustig gelezen en zo wist ik precies wat ik moest doen in de lessen. 2. Wat vond u van de aanwijzingen voor de docent in het document? Zijn deze aanwijzingen praktisch en toepasbaar voor u? De aanwijzingen waren helder. Ik heb mijn afstudeerscriptie gedaan over woorden raden bij derdeklassers. Die raadstrategieën dat kwam bij dus bekend voor. Het was duidelijk uitgelegd. En mooi om te zien dat ook bij de 2 e klas extra dingen gedaan moesten worden en het was een goede opbouw. 3. Wat is uw mening over de ontworpen lessen? Zijn de lessen helder weergegeven in de lesplannen en sluiten de teksten volgens u aan op de belevingswereld van de leerlingen? De lessen waren te doen in 60 minuten. Het liep lekker want ik wist precies wat ik moest doen. De activiteiten waren helder weergegeven en het paste ook bij de leerlingen. Sommige opdrachten vonden leerlingen wat lastiger maar ik spoorde ze toch aan om het te proberen. Sommige leerlingen in deze klassen kunnen waarschijnlijk de havo niet aan, want ze kijken er tegen op om een tekst te lezen met bergen letters. De teksten spraken niet iedereen aan. 4. Wat was de reactie van de leerlingen op de ontworpen lessen en activiteiten? De leerlingen vonden de beginopdrachten leuk en zo kwamen ze er goed in. Ik heb zelf ook over het onderwerp gepraat met ze voordat wij begonnen met lezen. De leerlingen vonden het wel moeilijk om bepaalde woorden en daarvan de betekenissen terug te vinden in de tekst. Ze zagen er tegen op om in de tekst woorden te zoeken. Wel was het handig dat bij elk woord stond in welke paragraaf ze het konden vinden. De leerlingen hebben ook wel geloof ik, hun woordenschat uitgebreid. Elke les hebben ze wel een aantal woorden geleerd. Na het afronden van elke les heb ik het dan ook kort met ze hierover gehad. Ik vroeg ze of ze nieuwe woorden hadden geleerd, ze reageerden hier positief op en konden de nieuwe woorden opnoemen. 5. Wat zou aanbevelen om ervoor te zorgen, dat het product (nog) beter wordt? Mist u bijvoorbeeld informatie in de aanwijzingen of ontworpen lessen? Met andere woorden, heeft u tips? Ik vond de teksten zelf interessant. De tekst over parels bijvoorbeeld is hartstikke leuk maar ik weet niet of het ook alle jongens aanspreekt. Dat blijft dus wel een lastig punt om teksten te vinden die alle leerlingen aanspreken.