Christelijke Hogeschool Windesheim Opleiding: Logopedie, hbo bachelor; Croho: 34578 Varianten: voltijd Visitatiedatum: 2 oktober 2007 Netherlands Quality Agency (NQA) Utrecht, december 2007
2/56 NQA visitatie Logopedie Windesheim
Inhoud 3 Deel A: Onderwerpen 5 1.1 Voorwoord 7 1.2 Inleiding 7 1.3 Werkwijze 9 1.4 Oordeelsvorming 10 1.5 Oordelen per facet en onderwerp 11 Deel B: Facetten 13 Onderwerp 1 Doelstelling van de opleiding 15 Onderwerp 2 Programma 19 Onderwerp 3 Inzet van personeel 31 Onderwerp 4 Voorzieningen 35 Onderwerp 5 Interne kwaliteitszorg 38 Onderwerp 6 Resultaten 42 Deel C: Bijlagen 45 Bijlage 1: Onafhankelijkheidsverklaring panelleden 46 Bijlage 2: Deskundigheden panelleden 51 Bijlage 3: Bezoekprogramma 54 Bijlage 4: Overzichtslijst van door de opleiding ter inzage gelegd materiaal 55 Bijlage 5: Domeinspecifieke competenties 56 NQA visitatie Logopedie Windesheim 3/56
4/56 NQA visitatie Logopedie Windesheim
Deel A: Onderwerpen NQA visitatie Logopedie Windesheim 5/56
6/56 NQA visitatie Logopedie Windesheim
1.1 Voorwoord Dit rapport is het verslag van het panel dat in opdracht van NQA de opleiding Logopedie van de Christelijke Hogeschool Windesheim heeft onderzocht. Het beschrijft de werkwijze, de bevindingen en de conclusies. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in het kader van de accreditatie van hogere beroepsopleidingen. Het onderzoek is begonnen in april 2007, toen het zelfevaluatierapport bij NQA is aangeleverd. Als onderdeel van het onderzoek heeft het panel een visitatiebezoek aan de opleiding afgelegd. Dit bezoek heeft op dinsdag 2 oktober 2007 plaatsgevonden. Het panel bestond uit: - Mevrouw J.E. Hofsté (voorzitter en domeindeskundige); - Mevrouw H. Chantrain (domeindeskundige); - Mevrouw N.S. Boekholt (studentlid); - De heer drs. G.J.H. Vermeulen (NQA-auditor). Dit panel voldoet aan de eisen zoals gesteld in het document Protocol ter beoordeling van de werkwijze van visiterende en beoordelende instanties van de NVAO (22 augustus 2005). Het panel beschikt over relevante werkvelddeskundigheid en over vakdeskundigheid. Onder vakdeskundigheid wordt verstaan het vertrouwd zijn met de meest recente ontwikkelingen en vertrouwd met lesgeven en beoordeling en toetsing minstens op het niveau/oriëntatie van de te beoordelen opleiding. Daarnaast beschikt het panel over onderwijsdeskundigheid, studentgebonden deskundigheid en visitatiedeskundigheid (zie bijlage 2). Het rapport bestaat uit drie delen: Deel A: een hoofdrapport, het Onderwerprapport, waarin de oordelen van het panel over de basiskwaliteit van de opleiding op onderwerpniveau worden uitgesproken met daarbij de overwegingen waarop die oordelen zijn gebaseerd. Het gaat hier om oordelen in de gradatie positief/negatief. Tevens wordt hier het eindoordeel geformuleerd. Deel B: een Facetrapport waarin op facetniveau door het panel oordelen en argumenten ter onderbouwing van dat oordeel worden gegeven. De oordelen gaan uit van de vierpuntsschaal (onvoldoende, voldoende, goed en excellent) conform het voorschrift van de NVAO. Uitzondering hierop is facet 2.6, als gevolg van aanvullende instructies van de NVAO wordt hier het oordeel voldaan of niet voldaan gegeven. Dit Facetrapport vormt de basis van het Onderwerprapport. Deel C: hierin zijn alle relevante bijlagen opgenomen. 1.2 Inleiding De Christelijke Hogeschool Windesheim (CHW) telt 16.000 studenten en circa 1400 medewerkers. De hogeschool biedt onderdak aan 50 opleidingen, waarvan 44 hbo-bachelors en is gevestigd in Zwolle. De hogeschool kent tien Schools waarin de 44 bacheloropleidingen zijn ondergebracht. Een School wordt gevormd door een groep verwante opleidingen. Elke School is een zelfstandige eenheid met haar eigen management en personeelsleden. Naast bacheloropleidingen verzorgt de hogeschool verschillende post- NQA visitatie Logopedie Windesheim 7/56
hbo en masteropleidingen. De hogeschool is als regionaal kenniscentrum actief op het vlak van onderzoek en maatschappelijke dienstverlening. De hogeschool profileert zich als een toonaangevend, breed en innovatief kennis- en expertisecentrum dat individuen en mensen in arbeidsorganisaties uitdaagt zich te ontwikkelen tot verantwoordelijke, waarde(n)volle en zelfbewuste professionals, die willen functioneren op hoger professioneel niveau in beroepen en maatschappij. De hogeschool hecht belang aan onderwijs op maat. Uitgangspunten daarbij zijn vraagsturing en competentieleren en een persoonlijk ontwikkelingsplan voor iedere student. In 2002 is Christelijke Hogeschool Windesheim gefuseerd met de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam. De hogeschool kiest en handelt vanuit een identiteit die zijn oorsprong vindt in de christelijke godsdienst en cultuur en de daarin wortelende levensbeschouwelijke overtuigingen en inspiraties. De bacheloropleiding Logopedie vormt samen met de bacheloropleiding Verpleegkunde de School of Health Care (SHC). De SHC wordt aangestuurd door de directeur. In de missie van de SHC staat centraal dat de opleidingen staan voor ontplooiing van studenten en professionals in de gezondheidszorg door onderwijs, onderzoek en maatschappelijke dienstverlening. Voorts staat in de missie dat opleidingen en trainingen aansluiten bij ontwikkelingen in de zorg en er wordt samengewerkt met het werkveld. Ook vermeldt de missie oog te hebben voor de uniciteit van mensen. De opleiding Logopedie wil met name op dit laatste punt te herkennen zijn. De opleiding Logopedie is gericht op het verlenen van professionele zorg aan mensen die problemen hebben of ervaren met communicatie. Het domein communicatie omvat de integratie van de gebieden stem, spraak en gehoor. Daarnaast verleent de logopedist zorg aan mensen met lees- en schrijfproblemen en mensen met slikproblemen. Het onderwijs wordt alleen als voltijdopleiding aangeboden. Bij de opleiding staan in totaal 212 studenten ingeschreven. Het onderwijs wordt verzorgd door 12 docenten (7,5 fte). Studenten ontvangen aan het eind van de studie het diploma Bachelor of Health Care. De SHC werkt vanaf 2005 met zeven zogenoemde resultaatverantwoordelijke teams (RVT's). Deze teams kunnen gezien worden als de thuisbasis voor medewerkers van beide opleidingen. Elk RVT verdeelt de taken en heeft een voorzitter die samen met de hogeschoolhoofddocenten van de opleidingen Logopedie en Verpleegkunde de School Curriculum Commissie vormen. Deze commissie wordt gezien als het formele kruispunt van de School en is integraal verantwoordelijk voor schoolbrede vraagstukken. De School wordt ondersteund door staffunctionarissen en diensten vanuit de hogeschool. De opleiding werkt sinds 1997 samen in het zogenaamde Nijholleverband. Het Nijholleverband wordt gevormd door drie opleidingen Logopedie van verschillende hogescholen in Nijmegen, Heerlen en Zwolle. Doel is gebruik te maken van elkaars expertise en innovatief vermogen. Achtereenvolgens hebben de opleidingen een PGO- en een aangepast PGO-curriculum ontwikkeld. Daarmee is tevens een begin gemaakt met het competentieleren. Vervolgens is besloten de samenwerking voort te zetten met als inzet een competentiegericht curriculum voor de major te ontwikkelen. De ontwikkeling van minors is buiten het project Nijholle gehouden. Bij de ontwikkeling en validering van het nieuwe major 8/56 NQA visitatie Logopedie Windesheim
curriculum van de drie opleidingen is nauw samengewerkt met het werkveld. Bij het ontwerp van het nieuwe programma is voor de inpassing in de organisatie eveneens rekening gehouden met de eisen van de eigen hogeschoolkaders. Dit heeft geresulteerd in een nieuw competentiegericht curriculum, passend bij de speerpunten competentiegericht en vraaggestuurd leren van Windesheim. In september 2005 zijn de eerste studenten gestart met dit curriculum. Per september 2006 zijn door de opleiding minors aan het majorprogramma toegevoegd. Het eerste cohort studenten dat is opgeleid met het nieuwe competentiegerichte curriculum zal in het studiejaar 2008/2009 afstuderen. Tegelijk met het nieuwe curriculum is met ingang van het studiejaar 2005/2006 de bachelormaster structuur (BaMa) ingevoerd. Studenten volgen een vierjarige opleiding bestaande uit een major en een aantal minors en worden opgeleid tot bachelor. Vervolgens is in principe doorstroming naar masters in het hbo of wo mogelijk. 1.3 Werkwijze De beoordeling van de opleiding door het panel verliep volgens de werkwijze zoals die is neergelegd in het Beoordelingsprotocol van NQA. Deze werkwijze wordt hieronder beschreven. Het onderzoek vond plaats op basis van het domeinspecifieke referentiekader dat voor de opleiding geldt (zie facet 1.1). NQA onderscheidt drie fasen in het visiteren: de voorbereidingsfase, het eigenlijke bezoek door het panel en de rapportagefase. Hieronder volgt een korte toelichting per fase. De voorbereidingsfase Allereerst heeft een NQA-auditor het zelfevaluatierapport gecontroleerd op kwaliteit en compleetheid (de validatie) en daarmee op bruikbaarheid voor de visitatie. Vervolgens hebben de panelleden zich in september 2007 inhoudelijk voorbereid op het visitatiebezoek dat heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2007. Zij bestudeerden het zelfevaluatierapport (en bijlagen), formuleerden in een beoordelingsformat hun voorlopige oordelen op basis van argumenten en zij formuleerden vraagpunten. Zij gaven hun bevindingen door aan de NQA-auditor. Op basis van een overzicht van voorlopige oordelen inventariseerde de NQA-auditor tenslotte kernpunten en prioriteiten voor materialenonderzoek en gesprekken. Tijdens een voorbereidende vergadering op 27 september 2007 is het bezoek door het panel voorbereid. De opleiding heeft in haar zelfevaluatierapport kenbaar gemaakt voor welk domeinspecifiek referentiekader zij kiest. De NQA-auditor heeft met de domeindeskundigen in het panel bekeken of sprake is van adequate domeinspecifieke doelstellingen, of dat nadere aanvulling dan wel nadere specificatie nodig is. In het facetrapport is aangegeven op welke landelijke beroeps- en opleidingsprofielen het domeinspecifieke kader (en het opleidingsprogramma) is gebaseerd. Het bezoek door het panel NQA heeft een bezoekprogramma ontwikkeld voor de (dag-)indeling van het bezoek door het panel dat is aangepast aan de specifieke situatie van de opleiding (bijlage 3). Er vonden gesprekken plaats met het opleidingsmanagement, docenten, studenten, afgestudeerden en NQA visitatie Logopedie Windesheim 9/56
met werkveldvertegenwoordigers. Aan het begin en tijdens het bezoek heeft het panel ter inzage gevraagd materiaal bestudeerd. Tussen de gesprekken door heeft het panel ruimte ingelast om de bevindingen uit te wisselen en te komen tot gezamenlijke en meer definitieve (tussen-)oordelen. De bevindingen zijn door de panelleden beargumenteerd. Aan het einde van het bezoek heeft de voorzitter een mondelinge terugkoppeling gegeven van enkele indrukken en ervaringen van het panel, zonder expliciete oordelen uit te spreken. De fase van rapporteren Door NQA is, op basis van de bevindingen van het panel, een tweeledige rapportage opgesteld, bestaande uit een facetrapport en een onderwerprapport, waarin de kwaliteit van de opleiding is beoordeeld. De opleiding heeft in november 2007 een concept van beide rapporten voor een controle op feitelijke onjuistheden ontvangen. Naar aanleiding daarvan zijn enkele wijzigingen aangebracht. Het definitieve rapport is door het panel vastgesteld in december 2007. Het visitatierapport is eveneens in december 2007 ter beschikking gesteld aan de opleiding, die het samen met de accreditatieaanvraag kan indienen bij de NVAO. 1.4 Oordeelsvorming In dit hoofdstuk wordt per onderwerp een oordeel uitgesproken op basis van weging van de facetten die van dat onderwerp deel uitmaken. Bij deze weging spelen de beslisregels zoals die door de NQA in het Beoordelingsprotocol zijn geformuleerd en nader uitgewerkt in de notitie Handreiking voor oordeelsvorming een belangrijke rol. Tevens is bij de beoordeling rekening gehouden met accenten die de opleiding eventueel legt, het domeinspecifieke kader en een vergelijking met andere relevante opleidingen op een aantal aspecten. In de oordelen per onderwerp wordt steeds een herhaling gegeven van de oordelen op de facetten gevolgd door een weging die leidt tot het eindoordeel. De (uitgebreide) argumentatie is te vinden in het facetrapport. 10/56 NQA visitatie Logopedie Windesheim
1.5 Oordelen per facet en onderwerp Totaaloverzicht van oordelen op facet- en onderwerpniveau Onderwerp/Facet Opleiding Logopedie Windesheim (voltijd) Onderwerp 1 Doelstelling van de opleiding 1.1 Domeinspecifieke eisen goed 1.2 Niveau bachelor goed 1.3 Oriëntatie HBO bachelor goed Totaaloordeel Positief Onderwerp 2 Programma 2.1 Eisen HBO goed 2.2 Relatie doelstellingen en goed inhoud programma 2.3 Samenhang in goed opleidingsprogramma 2.4 Studielast voldoende 2.5 Instroom goed 2.6 Duur voldaan 2.7 Afstemming tussen goed vormgeving en inhoud 2.8 Beoordeling en toetsing voldoende Totaaloordeel Positief Onderwerp 3 Inzet van personeel 3.1 Eisen HBO goed 3.2 Kwantiteit personeel voldoende 3.3 Kwaliteit personeel voldoende Totaaloordeel Positief Onderwerp 4 Voorzieningen 4.1 Materiële voorzieningen voldoende 4.2 Studiebegeleiding goed Totaaloordeel Positief Onderwerp 5 Interne kwaliteitszorg 5.1 Evaluatie resultaten goed 5.2 Maatregelen tot goed verbetering 5.3 Betrekken van goed medewerkers, studenten, alumni en het beroepenveld Totaaloordeel Positief Onderwerp 6 Resultaten 6.1 Gerealiseerd niveau voldoende 6.2 Onderwijsrendement goed Totaaloordeel Positief NQA visitatie Logopedie Windesheim 11/56
Doelstellingen opleiding Aan de drie facetten die behoren bij dit onderwerp is het oordeel goed toegekend. Het oordeel op het onderwerp is voor de opleiding derhalve positief. Programma De facetten Eisen HBO, Relatie doelstellingen en inhoud programma, Samenhang in het opleidingsprogramma, Instroom en Afstemming tussen vormgeving en inhoud zijn door het panel als goed beoordeeld. Aan de facetten Studielast en Beoordeling en toetsing is de kwalificatie voldoende toegekend. Het facet Duur voldoet aan de formele eisen. Het oordeel op het onderwerp is voor de opleiding derhalve positief. Inzet van personeel Het panel heeft aan het facet Eisen HBO het oordeel goed toegekend. De facetten Kwantiteit personeel en Kwaliteit personeel zijn gewaardeerd als voldoende. Het oordeel op het onderwerp is voor de opleiding derhalve positief. Voorzieningen Het facet Materiële voorzieningen is gewaardeerd als voldoende. Aan het facet Studiebegeleiding is het oordeel goed toegekend. Het oordeel op het onderwerp is voor de opleiding derhalve positief. Interne kwaliteitszorg De drie facetten die behoren bij dit onderwerp zijn door het panel gekwalificeerd als goed. Het oordeel op het onderwerp is voor de opleiding derhalve positief. Resultaten Hert facet Gerealiseerd niveau is als voldoende beoordeeld. Het panel heeft het facet Onderwijsrendement als goed beoordeeld. Het oordeel op het onderwerp is voor de opleiding derhalve positief. Totaaloordeel Op grond van voorgaand schema en de inhoudelijke onderbouwing daarvan blijkt dat de opleiding op de zes de onderwerpen positief scoort, is de conclusie dat het totaaloordeel over de bacheloropleiding Logopedie van de Christelijke Hogeschool Windesheim positief is. 12/56 NQA visitatie Logopedie Windesheim
Deel B: Facetten NQA visitatie Logopedie Windesheim 13/56
14/56 NQA visitatie Logopedie Windesheim
Onderwerp 1 Doelstelling van de opleiding Facet 1.1 Domeinspecifieke eisen Goed Criteria - De eindkwalificaties van de opleiding sluiten aan bij de eisen die door (buitenlandse) vakgenoten en de beroepspraktijk gesteld worden aan een opleiding in het betreffende domein (vakgebied/discipline en/of beroepspraktijk). Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd: In 2003 is door de Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie (NVLF) het Beroepsprofiel Logopedist gepubliceerd. Dit beroepsprofiel omvat een overzicht van kerncompetenties en deelcompetenties die de logopedist in staat stellen om in verschillende werkvelden te functioneren. De publicatie van het beroepsprofiel heeft geleid tot het verschijnen van het opleidingsprofiel Compass: competentieprofiel Logopediestudent (2004) dat is ontwikkeld door de zeven opleidingen Logopedie in Nederland, verenigd in het Studieleidersoverleg Logopedie (SRO-L). Het profiel is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de werkveldadviescommissies van de opleidingen en de NVLF. Het opleidingsprofiel Compass vormt het fundament van de opleiding en voorziet in negen (kern)competenties. De competenties zijn in het profiel ingedeeld in drie competentiegebieden, met daarin gespecificeerde rollen, kerntaken, kerncompetenties en deelcompetenties van de logopedist. De volgende drie competentiegebieden of domeinen worden onderscheiden: (1) Preventie, zorg, training en advies: werken met en voor cliënten; (2) Organisatie: werken in en vanuit een organisatie; (3) Beroep: werken aan professionalisering. Per domein worden steeds drie rollen onderscheiden; aansluitend zijn in totaal negen (kern)competenties geformuleerd. De volgende rollen van de logopedist worden onderscheiden: in domein 1: de zorgaanbieder/therapeut, trainer, adviseur en coördinator; in domein 2: de manager, ondernemer en begeleider/coach; in domein 3: de beroepsbeoefenaar en innovator. Per deelcompetentie zijn vijf beheersingsniveaus geformuleerd. In de onderscheiden niveaus komt de mate van complexiteit, verantwoordelijkheid en transfer tot uitdrukking (zie ook facet 1.2). Het opleidingsprofiel Compass is met de onderscheiden deelcompetenties en de invulling van de vijf beheersingsniveaus tijdens werkconferenties op diverse locaties met vertegenwoordigers van alle opleidingen, het SRO-L, de NVLF en de werkveldcommissies van de opleidingen vastgesteld. Ook is het opleidingsprofiel gevalideerd door de HBO-raad. Hierdoor is gewaarborgd dat de opleidingscompetenties herkend worden en aansluiten bij de beroepspraktijk. Bovendien worden de opleidingscompetenties periodiek besproken met de Werkveldadviesraad van de opleiding. NQA visitatie Logopedie Windesheim 15/56
Binnen het profiel heeft de opleiding een eigen accent aangebracht: er is speciale aandacht voor ouderenzorg en de ontwikkeling van kinderen, vooral voor kinderen met ernstige spraak- en taalproblemen. Deze keus is mede gebaseerd op de vraag vanuit het werkveld in de regio. De opleiding wenst te voldoen aan de eisen zoals gesteld in de wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg (BIG). In deze wet is vastgelegd welke theoretische onderdelen in het onderwijs aan bod moeten komen en dat in de hoofdfase stage wordt gelopen in diverse werkvelden. Door te voldoen aan de wettelijke eisen komen afgestudeerden in aanmerking voor het voeren van de titel van BIG geregistreerd logopedist. Het beroepsprofiel uit 2003 is een vervolg op het Beroepsprofiel Logopedist uit 1993, dat als basis heeft gediend voor het Professional Profile of the Speech and Language Therapist (1997) van het Comité Permanent de Liason des Orthophonistes Logopèdes de l'union Européenne (CPLOL). De basiskennis, kerntaken en kerncompetenties komen op hoofdlijnen overeen met het Europese beroepsprofiel. In het beroepsprofiel zijn ook de Minimal Standards for Initial Education (1997) van de CPLOL verwerkt. In de CPLOL zijn op Europees niveau de beroepsverenigingen uit verschillende lidstaten verenigd. Hiermee sluit de opleiding aan bij de internationaal geaccepteerde beschrijvingen van de bachelor of Health; Speech and Language Therapist. Hiermee sluit de opleiding ook aan bij de eisen die buitenlandse vakgenoten stellen. Het panel stelt vast dat de opleiding in de vorm van Compass beschikt over een adequate set eindkwalificaties die aantoonbaar aansluit bij de eisen die het nationale en internationale beroepenveld stelt. Het panel waardeert het facet als goed. Facet 1.2 Niveau bachelor Goed Criteria - De eindkwalificaties van de opleiding sluiten aan bij algemene, internationaal geaccepteerde beschrijvingen van de kwalificaties van een Bachelor. Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd: In het opleidingsprofiel Compass zijn de Dublin-descriptoren verwerkt in de beschrijvingen van de deelcompetenties per beroepsrol. Per deelcompetentie zijn vijf beheersingsniveaus geformuleerd. In de onderscheiden niveaus komt de mate van complexiteit, verantwoordelijkheid en transfer tot uitdrukking. Er is gekozen voor verschillende beheersingsniveaus om de opleidingen een hulpmiddel te bieden bij de vertaling van de deelcompetentie in het onderwijsprogramma. Ook bieden de onderscheiden niveaus de student een hulpmiddel bij het bijhouden van zijn competentiegroei. Niveau vijf is het eindniveau waaraan alle studenten bij het afstuderen moeten voldoen. Compass bevat een matrix waarin expliciet wordt aangegeven vanaf welk niveau de vijf Dublin-descriptoren in het competentieprofiel aan de orde komen. De 16/56 NQA visitatie Logopedie Windesheim
matrix maakt inzichtelijk dat bij alle beschreven competenties van de opleiding Logopedie een beroep wordt gedaan op het verwerven van kennis en inzicht, het toepassen van kennis en inzicht, het komen tot oordeelsvorming, communicatie en het verwerven van leervaardigheden. Dit betekent dat, indien een student voor alle competenties voldoet aan niveau vijf, hij ook voldoet aan de Dublin-descriptoren voor een hbo-bachelor. Uit de matrix blijkt bijvoorbeeld dat de competentie om de logopedische zorg, training en advies te laten verlopen als een continu en integraal proces, coördineert de logopedist de afgesproken activiteiten rondom de cliënten aansluit bij de descriptoren kennis en inzicht, toepassen kennis en inzicht, oordeelsvorming en communicatie. Evenzo zijn in de competentie om ervoor te zorgen dat de beroepsrelevante taken binnen de organisatie op de juiste wijze worden uitgevoerd, coacht en begeleidt de logopedist collega s, teamleden en stagiaires de descriptoren toepassen van kennis en inzicht, oordeelsvorming en communicatie verdisconteerd. De CHW hanteert de tien generieke hbo-kwalificaties om het niveau van de eindkwalificaties aan te duiden. De hogeschool heeft hieraan een elfde competentie toegevoegd: zelfsturing op de eigen opleiding en loopbaan. Doel van deze competentie is dat de student loopbaancompetent wordt. Deze hbo-kwalificaties zijn gekoppeld aan de Dublin-descriptoren. In het Opleidingsmodel Opleiding Logopedie (2006) is de koppeling tussen deze elf kwalificaties, de Dublin-descriptoren en de kerncompetenties inzichtelijk gemaakt aan de hand van een matrix. Hieruit blijkt bijvoorbeeld dat de competentie coördineren van activiteiten rondom cliënten onder meer aansluit bij de generieke kwalificaties multidisciplinaire integratie, probleemgericht werken, creativiteit en complexiteit in handelen en basiskwalificatie voor managementfuncties. Het panel stelt vast dat de opleiding op inzichtelijk wijze aantoont dat de eindkwalificaties aansluiten bij algemene nationale en internationale beschrijvingen van de kwalificaties van een bachelor en waardeert het facet als goed. Facet 1.3 Oriëntatie HBO bachelor Goed Criteria - De eindkwalificaties zijn mede ontleend aan de door (of in samenspraak met) het relevante beroepenveld opgestelde beroepsprofielen en/of beroepscompetenties. - De eindkwalificaties weerspiegelen het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar in een specifiek beroep of samenhangend spectrum van beroepen waarvoor een HBO-opleiding vereist is of dienstig is. Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd: Voor dit facet gelden ook de argumenten bij de facetten 1.1 en 1.2. De opleiding benadrukt in het Studentenstatuut dat de logopedist een hoog opgeleide, paramedisch geschoolde beroepsbeoefenaar is die professionele zorg verleent aan mensen die problemen hebben of ervaren met communicatie. Het domein communicatie omvat de integratie van de gebieden stem, spraak, taal en NQA visitatie Logopedie Windesheim 17/56
gehoor. De logopedist houdt zich binnen dit domein bezig met de omzetting van de uiting in klanken, woorden en zinnen, de presentatie van de uiting en het begrijpen van de uiting. Dit vereist kennis van mentale en neurologische processen, kennis van de gehoorfunctie en motorische functies en kennis van relevante pedagogische en psychologische factoren. Daarnaast verleent de logopedist hooggekwalificeerde zorg aan mensen met lees- en schrijfproblemen en mensen met slikproblemen (pag. 6). De competenties zijn volgens het panel in voldoende mate gericht op deze aspecten. De eindkwalificaties van de opleiding zoals vastgelegd in Compass zijn afgeleid van het Beroepsprofiel Logopedist dat door het relevante werkveld en de beroepsvereniging is opgesteld. De kerncompetenties zijn in Compass geformuleerd op het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar met twee jaar werkervaring: advanced beginner. Het SRO-L voert regelmatig overleg met diverse betrokkenen om de actualiteit en relevantie van de competenties te borgen. Zo is in overleg met de landelijke werkgroep van klinisch logopedisten besloten tot het ontwikkelen van een voortgangstoets om het theoretisch aspect van de competenties verder te waarborgen voor het werkveld van de gezondheidszorg. Vanuit de opleiding vindt overleg plaats met het WAC en met stage-instellingen. Zo onderhoudt de opleiding contact met het werkveld van het speciaal onderwijs over de aansluiting van de opleidingscompetenties met dat deel van het werkveld waar gewerkt wordt met kinderen met doofheid, slechthorendheid en ernstige spraak- en taalmoeilijkheden. In 2008 worden samenwerkingsverbanden gesloten met scholen voor speciaal onderwijs en enkele instellingen in de zorgsector. Het panel concludeert dat de eindkwalificaties in samenspraak met het relevante beroepenveld tot stand zijn gekomen en dat de eindkwalificaties aansluiten bij de beroepsuitoefening van een beginnend logopedist. 18/56 NQA visitatie Logopedie Windesheim
Onderwerp 2 Programma Facet 2.1 Eisen HBO Goed Criteria - Kennisontwikkeling door studenten vindt plaats via vakliteratuur, aan de beroepspraktijk ontleend studiemateriaal en via interactie met de beroepspraktijk en/of (toegepast) onderzoek. - Het programma heeft aantoonbare verbanden met actuele ontwikkelingen in het vakgebied/ de discipline. - Het programma waarborgt de ontwikkeling van beroepsvaardigheden en heeft aantoonbare verbanden met de actuele beroepspraktijk. Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd: De opleiding omvat de major Logopedie met een omvang van 120 EC en een aantal minors met een totale omvang van eveneens 120 EC. Een minor kan 30 dan wel 60 EC omvatten. De major Logopedie neemt de eerste twee studiejaren in beslag. De minors worden aangeboden in jaar drie en vier. De major Logopedie wordt ondersteund door de (verplichte) verdiepende minor Logopedist in opleiding (LIO) (omvang 60 EC). Verder wordt studenten geadviseerd de verdiepende minor Werkveld als opdracht (WVAO) te volgen (omvang 30 EC). Tenslotte kiezen studenten een keuzeminor (omvang 30 EC). De hogeschool is bezig met het ontwikkelen van keuzeminors. Maar studenten kunnen voor een verbredende minor ook kiezen uit het aanbod van andere schools binnen Windesheim. Daarnaast kunnen studenten zich voorbereiden op een master bij de VU door middel van de premaster Toegepaste Taalwetenschap. Het programma van de major is opgebouwd uit vijf leerlijnen: de conceptuele, vaardigheids-, ervaringsreflectie-, studieloopbaan- en integrale leerlijn. Alle leerlijnen hebben een aantoonbaar verband met de beroepspraktijk. De leerlijnen moeten voldoen aan het criterium beroepsecht, hetgeen inhoudt dat de opdracht is ontleend aan de competenties en dat er een relatie is met het toekomstige beroep. In het studiemateriaal van de major wordt bijvoorbeeld gewerkt met geanonimiseerde casuïstiek en cliëntdossiers uit de praktijk. In de integrale leerlijn staan kenmerkende beroepssituaties (KBS) centraal. Dit betekent dat beroepsopdrachten zoveel mogelijk worden ontwikkeld in samenwerking met het werkveld. De KBS vormen een aanzienlijk deel van het curriculum (namelijk 140 van de in totaal 240 EC). De integrale leerlijn is dus de dominante leerlijn. In de minors is de conceptuele leerlijn opgenomen in de integrale leerlijn. De aangeboden theorie staat in dienst van de KBS. In de conceptuele leerlijn leren studenten denken en redeneren als een professional. Kennisontwikkeling vindt plaats door vakliteratuur. In de major wordt gebruik gemaakt van een literatuurlijst om voldoende basiskennis te garanderen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de beroepsspecifieke literatuur voor het competentiedomein zorg en generieke literatuur voor de overige twee domeinen. Op Blackboard worden voor elke onderwijseenheid NQA visitatie Logopedie Windesheim 19/56
de relevante literatuur en andere bronnen vermeld. Door het gebruik van de elektronische leeromgeving (ELO) heeft de opleiding de mogelijkheid studenten continu te wijzen op actuele en recente boeken, artikelen en websites. Engelstalige bronnen zijn volgens de opleiding essentieel voor het werken in een internationale context en worden veel gebruikt; ook vanwege het relatief kleine aanbod in de Nederlandse taal. Het panel oordeelt op basis van de literatuuroverzichten en het ter inzage gelegde materiaal dat er gebruik wordt gemaakt van goede en actuele literatuur. Voorts heeft het panel vastgesteld dat alle stoornisgebieden aan bod komen. Het panel waardeert in het bijzonder dat er veelvuldig gebruik wordt gemaakt van goede Engelstalige boeken en artikelen uit vaktijdschriften. De ontwikkeling van beroepsvaardigheden staat in dienst van de KBS. In de vaardigheidsleerlijn staan algemene beroepsvaardigheden en specifieke logopedische vaardigheden centraal. Voorbeelden zijn het voeren van intake- en anamnesegesprekken, het voeren van tweegesprekken, het leren je te presenteren als logopedist, het afnemen en interpreteren van testen en het planmatig uitvoeren van logopedische behandelingen. De nadruk ligt op leren door te doen. In de verdiepende minor LIO staat het toepassen van vaardigheden in de integrale leerlijn centraal. Het curriculum biedt ruimte voor werkplekleren (minimaal 60 en maximaal 84 EC), waarbij het leren wordt gestuurd door de interactie met de beroepspraktijk. Het werkplekleren bestaat uit stages in de werkvelden onderwijs en gezondheidszorg en uit projectopdrachten vanuit het werkveld. De stage maakt deel uit van de minor LIO. Een deel van het werkplekleren kan in het buitenland worden uitgevoerd. Via stagedocenten wordt gewerkt aan relatiebeheer met de stageplaatsen. Dit is voor de opleiding een blijvend aandachtspunt. Door allianties aan te gaan, wil zij in 2008 de contacten verduurzamen, zoals ook blijkt uit het Strategisch plan, School of Health care 2008-2012 (2007). De visie en uitgangspunten rond internationalisering zijn vastgelegd in de nota Internationalisering, School of Health Care (2006). Belangrijke resultaatgebieden zijn internationale projecten en netwerken, studenten- en docentenmobiliteit en internationalisering van leer- en studiepaden. Er zijn thans internationale samenwerkingsverbanden met een aantal instellingen in het buitenland, meestal binnen Europa. Zo wordt samengewerkt met Logopedie opleidingen in België, Duitsland, Spanje en Zwitserland. In het kader van ontwikkelingssamenwerking zijn er contacten met Suriname, Kameroen en Malawi. Daarnaast ondersteunt de opleiding individuele initiatieven van studenten die in het kader van hun studie of stage eigen activiteiten in het buitenland willen ontplooien. Zo hebben studenten van de opleiding een periode doorgebracht in landen als Kenia, Bolivia en Oostenrijk. Met het oog op internationalisering biedt de opleiding vanaf het studiejaar 2007/2008 twee blokken (ook) in het Engels aan. De opleiding sluit bewust aan bij de verwetenschappelijking van de logopedie. In het onderwijs wordt de studenten geleerd oog te hebben voor evidence-based handelen: zij dienen te weten wat ze doen en dienen dit ook te kunnen legitimeren aan cliënten, collega s en zorgverzekeraars. Het panel heeft van studenten en alumni vernomen dat evidence- based handelen in de integrale leerlijn van het programma nadrukkelijk 20/56 NQA visitatie Logopedie Windesheim
aan de orde komt. Ook is er aandacht voor onderzoeksvaardigheden. Het curriculum voorziet in een onderwijseenheid waarin methoden en technieken van onderzoek centraal staan; ter ondersteuning wordt tevens een module statistiek aangeboden. Studenten passen het geleerde toe door een aantal wetenschappelijke artikelen te analyseren. In de verdiepende minor WVAO wordt de student in de gelegenheid gesteld zijn vaardigheden op het gebied van toegepast onderzoek verder te ontwikkelen (naast de aandacht voor maatschappelijke dienstverlening, kenniscirculatie en de proeve van bekwaamheid). De studenten werken in deze minor zelfstandig aan opdrachten uit het werkveld; de opdrachten passen bij de accenten van de opleiding, namelijk ouderenzorg en kinderen met ontwikkelingsstoornissen. Opdrachten worden verworven onder externen zoals universitaire medische centra (LUMC, VUMC, UMCG), de brancheorganisatie (NVLF/NPI). Ook voeren studenten opdrachten uit ten behoeve van een docent die werkt aan een promotieonderzoek. De SHC kent een regeling vrije studiepunten. Bij de opleiding Logopedie staat deze vrije ruimte bekend als servicepunten; in de major Logopedie zijn hiervoor 8 studiepunten beschikbaar. Aldus worden studenten in de gelegenheid gesteld zich op eigen initiatief en op basis van eigen belangstelling te verdiepen of te verbreden in onderwerpen die relevant zijn voor de logopedische beroepsuitoefening of de gezondheidszorg in het algemeen. De activiteit moet tevoren worden goedgekeurd door de SLB er. De opleiding houdt zicht op actuele ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het gebied van ouderenzorg, door in overleg te treden met leden van de Werkveldadviescommissie, stagebegeleiders, het landelijke overleg SRO-L, medewerkers uit de flexpool, gastdocenten en opdrachtgevers van buitenschoolse opdrachten. Ook de nieuwe minoren worden in samenwerking met het werkveld ontwikkeld. Uit de ISEK-lijsten en de uitkomsten van de studentenpanels blijkt dat studenten over het algemeen tevreden zijn over de uitdagendheid van het programma, de theoretische diepgang, de mate waarin opdrachten inzicht geven in de beroepspraktijk en de training van logopedische vaardigheden. Uit de Keuzegids Hoger onderwijs 2006-2007 blijkt dat studenten de inhoud van het programma waarderen met het cijfer 7,2 (10-puntsschaal); de keuzeruimte wordt gewaardeerd met 7,4. Het panel concludeert dat in het curriculum relevante nieuwe ontwikkelingen in de beroepspraktijk en de discipline aan bod komen doordat het studiemateriaal voor een belangrijk deel in samenspraak met het werkveld tot stand komt. Ook wordt gebruik gemaakt van goede vakliteratuur en de beroepsvaardigheden hebben een prominente plaats in het curriculum. Het panel kent aan het facet de kwalificatie goed toe. NQA visitatie Logopedie Windesheim 21/56
Facet 2.2 Relatie doelstellingen en inhoud programma Goed Criteria - Het programma is een adequate concretisering van de eindkwalificaties, qua niveau, oriëntatie en domeinspecifieke eisen. - De eindkwalificaties van de doelstellingen zijn adequaat vertaald in leerdoelen van (onderdelen van) het programma. - De inhoud van het programma biedt studenten de mogelijkheden om de geformuleerde eindkwalificaties te bereiken. Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd: In samenwerking met de Nijholle-partners is op basis van het opleidingsprofiel Compass in onderwijsontwikkelgroepen een competentiegericht curriculum ontwikkeld. In het project participeerde een groot aantal medewerkers uit de beroepspraktijk, die hebben meegedacht om bij beroepsopdrachten, trainingen en cursussen goede casuïstiek te leveren. Dezelfde werkwijze wordt gehanteerd bij de verdere ontwikkeling van de minors door uitgebreide consultatie van het werkveld. Ook wordt de opleiding geadviseerd door de werkveldadviescommissie. Het opleidingsprofiel Compass is geconcretiseerd in het programma door tijdens het ontwikkelingsproces alle onderwijseenheden te koppelen aan domeinen, kerncompetenties en beroepsrollen. De opleiding heeft een tabel samengesteld waarin wordt aangegeven welke competenties aan de orde komen in welke onderwijsperiode van de major. Tevens is aangegeven op welke competenties de minor LIO en de minor WVAO betrekking hebben. In de propedeuse oriënteren studenten zich op de kerncompetenties en bijhorende rollen met uitzondering van competentie 9. De competenties 1 tot 3 krijgen in de propedeuse meer aandacht omdat deze als basis dienen voor de overige competenties. De verbredende minor LIO richt zich op alle negen competenties; de verdiepende minor WVAO richt zich op de competenties 8 en 9. Het panel heeft op basis van het studiemateriaal en de beschrijvingen van de onderdelen van de major in het Studentenstatuut vastgesteld dat de onderwijseenheden de studenten in staat stellen zich de beoogde kwalificaties eigen te maken. In de leerlijn SLB staat de elfde hbo-competentie centraal: zelfsturing op opleiding en loopbaan. Deze competentie is van belang omdat vraaggestuurd leren veronderstelt dat de student zijn eigen leerproces regisseert en leervragen kan formuleren. Het proces en de producten van SLB worden bijeengebracht in het portfolio. In de verdiepende minors kunnen de competenties ten volle worden ontwikkeld. Richtinggevend hierbij is het POP en het plan van aanpak van de student. De studieloopbaanbegeleider toetst de invulling van de vrije studiepunten binnen de major op relevantie voor de beroepsuitoefening. Aansluitend op de vijf beheersingsniveaus zoals geformuleerd in Compass heeft het SLO-L een lijst van 26 beroepsproducten ontwikkeld om de competenties toetsbaar te maken (Beroepsproducten en kwaliteitseisen logopedist, 2005). De verzameling beroepsproducten en beroepsdiensten is door de opleidingen in samenwerking met 22/56 NQA visitatie Logopedie Windesheim
het beroepenveld en de beroepsvereniging tot stand gekomen. Voorbeelden van beroepsproducten zijn: een preventieplan, een behandelplan, een re-integratieplan, een patiëntendossier, een inwerkprotocol en een praktijkgericht onderzoek. De beroepsproducten en de bijbehorende criteria gebruiken de opleidingen bij de ontwikkeling van het curriculum en het toetsplan. Iedere onderwijsperiode van tien weken heeft een vastgesteld competentieniveau. Er worden drie competentieniveaus onderscheiden: beginner (weinig complex, zelfsturend en wendbaar) gevorderd (meer complex, zelfsturend en wendbaar) en competent (geheel complex, zelfsturend en wendbaar). Deze niveaus komen overeen met de competentieniveaus die in de hogeschoolkaders voor de bachelor, in het bijzonder in Windesheim Onderwijs Standaarden (2006) zijn vastgelegd. Aan de hand van een tabel maakt de opleiding inzichtelijk hoe de onderscheiden niveaus zijn verdeeld over de onderwijsperioden. Ook wordt inzichtelijk gemaakt dat het beoogde eindniveau (competent) wordt gerealiseerd. Het panel concludeert dat het programma een adequate concretisering is van Compass. Alle onderwijseenheden zijn gekoppeld aan de domeinen, kerncompetenties en beroepsrollen waardoor de inhoud van het programma studenten in staat stelt zich de beoogde eindcompetenties eigen te maken. Het panel waardeert het facet als goed. Facet 2.3 Samenhang in opleidingsprogramma Goed Criteria - Studenten volgen een inhoudelijk samenhangend opleidingsprogramma. Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd: De opleiding geeft samenhang in het curriculum door de ordening van de programmaonderdelen rond kerncompetenties en rollen. Vervolgens wordt de vertaalslag gemaakt naar beroepsproducten. Een tweede ordening binnen het programma heeft betrekking op de onderscheiden leerlijnen. De leerlijnen zorgen binnen de major voor een horizontale afstemming binnen de blokken en voor een verticale afstemming tussen de blokken. De volgende vijf leerlijnen worden onderscheiden: de conceptuele, de vaardigheids-, de ervaringsreflectie-, de studieloopbaan- en de integrale leerlijn. In de integrale en de ervaringsreflectieleerlijn vormen kenmerkende beroepssituaties de rode draad. Hierin staan logopedische competenties centraal. De major vormt de basis van de opleiding. Het eerste jaar is gericht op oriëntatie en selectie en heeft betrekking op alle competentiegebieden. Het tweede jaar stelt studenten in de gelegenheid zich te verdiepen. De minoren zijn gericht op verdere verdieping van de competenties. Er is samenhang tussen de major en de minor LIO doordat er sprake is van een doorlopende integrale leerlijn. Ook geldt zowel voor de major als de minoren dat kenmerkende beroepssituaties het uitgangspunt vormen. De samenhang binnen de minor LIO NQA visitatie Logopedie Windesheim 23/56
wordt versterkt door het centraal stellen van het werkplekleren (waaronder de stage) dat bovendien een duidelijk opbouw kent door gebruik te maken van de drie competentiedomeinen (respectievelijk de cliënt, de organisatie en het beroep staan centraal). Het panel heeft van de studenten vernomen dat de aansluiting tussen het werkplekleren en het binnenschoolsleren goed is. In de minor WVAO staat het werkveld centraal met de nadruk op de competentiedomeinen organisatie en beroep. Voorts geldt dat SLB een positieve bijdrage levert aan een gerichte en beredeneerde studieroute van de student. Voor de studenten wordt de samenhang geëxpliciteerd in het Studentenstatuut. Een goede opbouw van het programma wordt bevorderd doordat bij elke onderwijseenheid de entreevoorwaarden zijn vastgelegd. In de loop van de studie neemt de mate van zelfsturing door de student toe. Dit betekent dat de student in toenemende mate zelf aan het leren betekenis geeft en zijn ontwikkeling zelf stuurt. Zelf betekenis geven en een toenemende mate van transfer vinden plaats in de integrale en de ervaringsreflectieleerlijn in de major en de minoren. Het effect van toenemende zelfsturing is vraagsturing. Dit betekent dat er flexibele trajecten mogelijk zijn die in een POP worden vastgelegd. De examencommissie toetst het POP van de student. De drie meest voorkomende studieroutes zijn gestandaardiseerd en behoeven geen goedkeuring van de examencommissie. Het resultaatverantwoordelijke team (RVT) Logopedie is verantwoordelijk voor de evaluatie en bijstelling van het curriculum met het oog op de samenhang. Dit doet zij ondermeer door te werken met aandachtsgebieden voor individuele teamleden en door het regelmatig monitoren en bijstellen van deze gebieden. Het panel heeft van de studenten vernomen dat zij het programma als samenhangend ervaren. Uit de resultaten van de ISEK-vragenlijsten blijkt dat studenten positief oordelen over de samenhang binnen de onderwijsperioden. Uit de Keuzegids Hoger onderwijs 2006-2007 blijkt dat studenten de samenhang in het programma waarderen met het cijfer 7,2 (10-puntsschaal). Het panel concludeert dat er sprake is van een inhoudelijk samenhangend programma en kent aan het facet de kwalificatie goed toe. Facet 2.4 Studielast Voldoende Criteria - Het programma is studeerbaar doordat factoren, die betrekking hebben op dat programma en die de studievoortgang belemmeren zoveel mogelijk worden weggenomen. Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd: De opleiding stelt zich ten doel studenten een studeerbaar programma aan te bieden. Bij de verdeling van de studiebelastingsuren over het studiejaar wordt rekening gehouden met het aantal beschikbare weken en de spreiding van de studielast per 24/56 NQA visitatie Logopedie Windesheim
periode van tien weken is overzichtelijk en evenwichtig. Iedere onderwijsperiode heeft een omvang van 15 EC. Ook wordt gestreefd naar een goede afwisseling tussen contactonderwijs en zelfstudie. De studielast wordt verantwoord in het Studentenstatuut en in de OER. Iedere periode wordt afgesloten met een tentamenweek. De tentamenroosters en de geplande hertentamens worden enkele weken tevoren door het Bedrijfsbureau opgesteld en gepubliceerd op Portaal. Wanneer twee tentamens op dezelfde dag vallen, kunnen er afwijkende afspraken worden gemaakt met het bedrijfsbureau voor het afleggen van deze twee tentamens. De studeerbaarheid wordt bevorderd doordat studenten goede feedback krijgen op hun geleverde prestaties. Het herkansingsbeleid schrijft voor dat iedere toets minimaal tweemaal per jaar wordt aangeboden. Wanneer docenten signaleren dat de voortgang van een of meer studenten onvoldoende is, wordt extra ondersteuning gegeven in de vorm van extra uitleg of aanvullende opdrachten. Tentamens van onderwijseenheden die niet meer in het programma zijn opgenomen, worden in het eerste daaropvolgende studiejaar voor de studenten die het onderwijs daarin al hebben gevolgd, nog ten minste eenmaal afgenomen. Voor studenten met een functiebeperking zetten speciaal opgeleide SLB ers zich in om docenten te informeren. Voor deze studenten zijn diverse faciliteiten beschikbaar zoals extra tijd om een toets te maken bij vormen van dyslexie en in een enkel geval een aangepaste stage. Het panel heeft van de studenten vernomen dat zij zich flink moeten inzetten om goede studieresultaten te boeken. Voorts stellen de studenten dat planningsvaardigheden zoals die in het kader van SBL aan de orde komen, een positieve bijdrage leveren aan de studievoortgang. Uit de ISEK-lijsten en de uitkomsten van de studentenpanels blijkt dat de studielast reëel is. Er zijn geen aanwijzingen dat er sprake is van piekbelasting of struikelvakken. Wel blijkt dat de studenten niet altijd tevreden zijn over het aantal contacturen in relatie tot de omvang van de programmaonderdelen. De contacttijd bestaat uit het aanbod met ingeplande tijd waarin de docent beschikbaar is om de studenten te begeleiden bij zijn leerproces en uit de tijd die ingepland in het rooster van de docent voor het begeleidingsmagazijn. Voor de begeleiding van het leerproces zijn zeven uur per week ingeroosterd. Het begeleidingsmagazijn beoogt studenten bij het werken aan hun beroepsopdrachten en vaardigheden te adviseren en van feedback te voorzien; hiervoor zijn voor de opleiding 16 uur per week beschikbaar. Voorts worden studenten in de gelegenheid gesteld om naast de regulier ingeroosterde tijd meer contacttijd te vragen. Uit de Keuzegids Hoger onderwijs 2006-2007 blijkt dat studenten de studeerbaarheid waarderen met het cijfer 7,5 (10-puntsschaal). Het panel concludeert dat het beleid met betrekking tot de studeerbaarheid resulteert in een studeerbaar programma waarbij nominale studielast in hoge mate overeenkomt met werkelijke studielast. De contacttijd is voor een deel flexibel ingevuld; evaluaties wijzen uit dat studenten minder tevreden zijn over het aantal NQA visitatie Logopedie Windesheim 25/56
contacturen. Vanwege deze kanttekening kent het panel aan dit facet het oordeel voldoende toe. Facet 2.5 Instroom Goed Criteria - Het programma sluit qua vorm en inhoud aan bij de kwalificaties van de instromende studenten: vwo, havo, middenkaderopleiding of specialistenopleiding (WEB) of daarmee vergelijkbare kwalificaties, blijkend uit toelatingsonderzoek. Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd: De instroomeisen zijn vastgelegd in het Studentenstatuut. Voor de inschrijving geldt als eis dat studenten in het bezit zijn van een havo- of vwo-diploma (ongeacht het profiel). Ook studenten met een relevante mbo-opleiding (niveau 4) kunnen instromen. Naast diploma s kunnen studenten op grond van competenties verworven door werkervaring en opleiding worden toegelaten. In de praktijk blijkt dat veel studenten in het bezit zijn van een havo-diploma. De instroom bestaat vrijwel geheel uit vrouwelijke studenten. Voorwaardelijk voor toelating tot de opleiding is een toelatingsbewijs dat verkregen wordt na een onderzoek naar geschiktheid wat betreft stem, articulatie en gehoor. Het onderzoek wordt onder auspiciën van een docent door ouderejaarsstudenten afgenomen. Over de criteria zijn in 2004 landelijke afspraken gemaakt binnen het SRO-L. Er is door het SRO-L een project gestart om na te gaan of de criteria voldoende selecterend zijn. Resultaten zijn nog niet bekend. De opleiding werft studenten via de website en advertenties, via voorlichting op markten en door middelbare scholen te bezoeken. Ook worden voor aspirantstudenten open dagen en meeloopdagen georganiseerd. Studenten van de opleiding leveren hieraan een actieve bijdrage. Tijdens deze activiteiten wordt een duidelijk beeld gegeven van de vorm en inhoud van de studie. De Dienst Marketing en Communicatie evalueert de open dagen onder de bezoekers. De evaluaties over de jaren 2005 tot 2007 laten een positief beeld zien van de inhoud, organisatie, het uitgereikte informatiemateriaal en de presentaties. Voor studenten buiten de EU is de code of conduct ondertekend. Studenten zijn in de gelegenheid tweemaal per jaar in te stromen; instroom is mogelijk in september en februari. In de opbouw van het curriculum is dit voorzien. Vrijstellingen worden door de studenten schriftelijk aangevraagd onder overlegging van bewijsstukken bij de examencommissie. De vrijstellingen worden in een intakegesprek met de studenten besproken en vervolgens vastgelegd. Studenten met een hbo- of vwo-diploma met aantoonbaar goede planningsvaardigheden kunnen de studie versnellen door blokken gelijktijdig te volgen of door zelfstudie. Ook kunnen de studenten bepalen in welk tempo zij de opdrachten van de theoretische leerlijn uitvoeren. Het panel heeft van de studenten vernomen dat de opleiding zich inspant versnelde studietrajecten te realiseren. 26/56 NQA visitatie Logopedie Windesheim
Er is een procedure voor EVC. Onlangs is een projectgroep samengesteld om dit traject te stroomlijnen vanwege geconstateerde onduidelijkheden. Voor zij-instromers hanteert de opleiding een intake-assessment gebaseerd op Compass. Hbo- en academisch opgeleiden met minimaal vijf jaar werkervaring kunnen hiermee op basis van EVC een maatwerkprogramma volgen. De startende student wordt wegwijs gemaakt met een introductiepakket. Ook werken de studenten vanaf het begin met authentieke beroepsopdrachten zoals deze in de hele studie worden aangeboden. Docenten passen de mate van sturing en de omvang van de begeleiding zodanig aan dat studenten de opdracht op basisniveau kunnen afronden. Ter bevordering van de aansluiting beschikt de hogeschool over een assessmentcentrum. Bij aanvang van de studie doet elke nieuwe student sinds 2005 een nulmeting. Deze meting bestaat uit een aantal tests zoals een competentietest en een motivatieleerstijlentest. Met de SLB er worden de resultaten besproken. De SLB er heeft vanaf de start een duidelijk beeld van de studenten en van hun niveau, met name wat betreft van hun leervaardigheden. Deze kennis wordt gebruikt om de aansluiting soepel te laten verlopen. Gegevens van de Aansluitingsmomitor vo-hbo Noord Oost Nederland geven inzicht in de mate van aansluiting van de opleiding op de vooropleiding van de studenten. Uit het onderzoek blijkt dat de aansluiting de afgelopen jaren steeds voldoende is. Dit heeft het panel ook vernomen in het gesprek met de studenten. Ook blijkt dat de voorlichting positief wordt gewaardeerd. De aansluiting van de studenten die in februari instromen is niet geëvalueerd. Betreffende studenten hebben de opleiding laten weten dat dit wel wenselijk is, vooral in verband met de oriëntatie. Het panel concludeert dat de opleiding aansluit bij de kwalificaties van instromende studenten. De voorlichting is adequaat en het programma voorziet in vrijstellingen en versnelling. Het facet wordt gewaardeerd als goed. Facet 2.6 Duur Voldaan Criteria - De opleiding voldoet aan formele eisen met betrekking tot de omvang van het curriculum: hbo-bachelor: 240 studiepunten. Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd: De studielast wordt uitgedrukt in EC (1 EC kom overeen met 28 studiebelastingsuren). Ieder studiejaar heeft een omvang van 60 EC. De opleiding bestaat uit een major van 120 EC, een verdiepende minor van 60 EC en twee minoren naar keuze van 30 EC, of een minor en een premaster van elk 30 EC. Hiermee voldoet de opleiding aan de wettelijke duur voor een hbo-bachelor, namelijk 240 EC. NQA visitatie Logopedie Windesheim 27/56
Facet 2.7 Afstemming tussen vormgeving en inhoud Goed Criteria - Het didactisch concept is in lijn met de doelstellingen. - De werkvormen sluiten aan bij het didactisch concept. Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd: De opleiding beschouwt het leren van de student als een constructief proces. Om nieuwe informatie te begrijpen en te onthouden wordt dit in verband gebracht met eerder verworven informatie. Dit veronderstelt bij de student voldoende metacognitieve vaardigheden en reflectie. Ook wordt leren opgevat als een actief proces. Betekenisvol leren veronderstelt dat de student bepaalde dingen doet in een relevante context. Voorts vindt de opleiding dat leren een interactief proces is; leren vindt plaats in interactie met medestudenten en docenten en met de omgeving. Deze visie op leren veronderstelt een leeromgeving waarin de student wordt uitgedaagd, die levensecht en functioneel is en die uitnodigt tot leren leren en zelfstandig leren. Binnen het nieuwe programma zijn competentieleren en vraaggestuurd leren leidende principes. Er vindt een omslag plaats van leerstof- naar studentgericht onderwijs. Kenmerkend is dat de werkelijkheid van de beroepsbeoefenaar integraal wordt benaderd en kenmerkende beroepssituaties (KBS) centraal staan. Het vertrekpunt van vraaggestuurd leren is de zelfsturing van de student in zijn eigen leerproces. Zelfsturing is bij de ontwikkeling van de competenties een belangrijke factor. Vraaggestuurd leren impliceert dat de student zijn leervragen kan formuleren en vervolgens zijn leerproces hierop kan sturen (loopbaancompetent). Aansluitend bij zijn leerstijl kan de student in de major kiezen hoe hij aan beroepsproducten werkt en hoe hij vrije studiepunten invult. In de minors krijgt het persoonlijke profiel van de student verder vorm door te werken in preferente werkvelden en door zijn keuze uit verschillende verdiepende en verbredende minors. De vaardigheids- en de conceptuele leerlijn staan in dienst van de KBS. De integrale en ervaringsreflectieleerlijnen hebben eveneens een belangrijke plaats in het curriculum. De onderscheiden leerlijnen ondersteunen de competentieontwikkeling en het leerproces van de student. In de loop van de studie is er sprake van afnemende sturing door de docent en een toenemende zelfstandigheid en zelfsturing van de kant van de student. De opleiding hanteert een mix van werkvormen, passend bij competentiegericht onderwijs en toenemende vraagsturing en zelfsturing. De volgende werkvormen worden onderscheiden: hoor- en instructiecolleges, werkcolleges, trainingen/practica, individuele en groepsopdrachten (ook kenmerkende beroepssituaties genoemd), werkplekleren (stages), leergesprekken (intervisie, supervisie, coaching) en zelfstudie. Uit de ISEK-lijsten en de uitkomsten van de studentenpanels blijkt dat studenten veelal positief oordelen over de gehanteerde werkvormen: de zelfstandigheid wordt 28/56 NQA visitatie Logopedie Windesheim
gestimuleerd, studenten voelen zich gestimuleerd actief te zijn bij groepsopdrachten en de docenten investeren voldoende tijd in de onderwijsactiviteiten. Uit de Keuzegids Hoger onderwijs 2006-2007 blijkt dat studenten de werkvormen waarderen met het cijfer 7,0 (10-puntsschaal). Op grond van genoemde argumenten waardeert het panel het facet als goed. Facet 2.8 Beoordeling en toetsing Voldoende Criteria - Door de beoordelingen, toetsingen en examens wordt adequaat getoetst of de studenten de leerdoelen van (onderdelen van) het programma hebben gerealiseerd. Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd: De wijze van toetsing moet in overeenstemming zijn met de visie op leren en opleiden. Dit betekent dat de kenmerken van een competentiegerichte leeromgeving terug moeten komen in de toetsing. Van belang is dat toetsing de gelegenheid biedt om feedback te krijgen; aldus maakt de toetsing deel uit van het leerproces. Binnen de opleiding functioneert een toetscommissie die verantwoordelijk is voor het toetsbeleid. Het panel heeft echter vernomen dat in afwachting van initiatieven op het niveau van de hogeschool er nog geen expliciet toetsbeleid door de opleiding is ontwikkeld. In het Studentenstatuut zijn de procedurele regels voor tentamens en examens opgenomen. Hierin is vastgelegd wat de taken zijn van de examencommissie en de examinatoren, hoe de beoordeling plaatsvindt en hoe tentamens worden afgenomen. De toetsing is gericht op de competentieontwikkeling van de studenten, aldus de opleiding. In de toetsen worden summatieve en formatieve beoordelingen gecombineerd, door feedback als uitgangspunt te nemen. Het toetsen motiveert en geeft richting aan het leren van de student en is nadrukkelijk ook bedoeld als een leermoment voor de student. De ontwikkelde toetsen zijn ondergebracht in het toetsprofiel. Daarin is per onderwijseenheid informatie te vinden over de toetsvorm, de te leveren producten, de toetswijze en de criteria. Studenten kunnen deze informatie vinden in de digitale onderwijscatalogus en in Blackboard. De opleiding maakt gebruik van peer- en selfassessments, werkstukken, verslagen en beroepsproducten in de integrale leerlijn, schriftelijke toetsen met open (essay)vragen in de conceptuele leerlijn, praktijkproeven of deelcompetentietoetsen in de vaardigheden leerlijn en in de SLB- leerlijn wordt getoetst door het POP, portfolioanalyses en peer- en selfassessments. De uiteenlopende toetsvormen geven ruimte aan diverse leerstijlen van de studenten. De toetsen zijn gericht op de leerdoelen van de betreffende onderwijseenheid. Voor het beoordelen in de integrale leerlijn in de major en de minoren maakt de opleiding gebruik van de Lijst van 26 Beroepsproducten (SRO-L 2005). Per beroepsproduct zijn criteria geformuleerd met betrekking op de inhoud, uitvoering en verantwoording. NQA visitatie Logopedie Windesheim 29/56
Bij het beoordelen van de inhoud en het niveau van de minoren LIO en WVAO worden logopedisten uit het werkveld betrokken, om mede te beoordelen of de eindcompetenties het niveau van de beginnende beroepsbeoefenaar weerspiegelen. Conform het Handboek Beoordelingsprocedures (Windesheim 2006) gebruikt de opleiding bij het beoordelen van beroepsproducten in de beide minoren het '100- punten-model' met heldere criteria. Dit model waarborgt consensus over de beoordeling. Studenten oordelen positief over het gebruik van dit model. Het panel heeft tijdens het visitatiebezoek een aantal toetsen bestudeerd. Zij is van mening dat de toetsen over het algemeen adequaat zijn en passen bij de werkvormen. Het panel heeft vernomen dat meeliftgedrag bij groepsopdrachten wordt tegengegaan doordat de individuele inbreng wordt getoetst aan de hand van procesverslagen. Bovendien heeft het panel vastgesteld dat het werkplekleren en de afstudeeropdracht op een verantwoorde wijze worden beoordeeld. Wel vindt het panel dat aan de afstudeeropdrachten soms hoge cijfers worden toegekend. Uit de ISEK-lijsten blijkt dat studenten van mening zijn dat de toetsopdrachten voldoende representatief zijn, maar de toetscriteria zijn volgens de studenten niet altijd tevoren duidelijk. Ook zijn er signalen dat de studenten niet altijd tevreden zijn over de verkregen feedback. Het panel concludeert dat de opleiding op doorgaans adequate wijze toetst of de studenten de beoogde leerdoelen hebben behaald. Het panel plaatst een kanttekening bij het ontbreken van een expliciet toetsbeleid waardoor de kwaliteit van de toetsen niet is geborgd, bij de duidelijkheid van de toetscriteria (zijn niet altijd op Blackboard te vinden), bij de kwaliteit van de feedback en bij de cijfertoekenning van de afstudeerscripties. Op grond hiervan komt het panel tot het oordeel voldoende. 30/56 NQA visitatie Logopedie Windesheim
Onderwerp 3 Inzet van personeel Facet 3.1 Eisen HBO Goed Criteria - Het onderwijs wordt voor een belangrijk deel verzorgd door personeel dat een verbinding legt tussen de opleiding en de beroepspraktijk. Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd: Samenwerking met de zorgpraktijk is in de missie van de opleiding opgenomen; de opleiding stimuleert dat medewerkers een verbinding leggen tussen onderwijs en praktijk. De wijze waarop zij hieraan vormgeven wordt getoetst aan de hand van hun persoonlijk ontwikkelingsplan (POP). Het panel heeft de CV s van de docenten bestudeerd en stelt vast dat driekwart van de docenten relevante ervaring heeft opgedaan in de beroepspraktijk; veelal als logopedist bij uiteenlopende instellingen (ouderenzorg, speciaal onderwijs, revalidatiecentra et cetera). Slechts enkele medewerkers combineren thans het docentschap met een relevante functie in het werkveld. Dit is mede het gevolg van het feit dat de opleiding er naar streeft docenten aan te stellen met een grotere taakomvang. Ruim een derde van de docenten onderhoudt actief contact met relevante organisaties en instanties of zijn actief door lezingen of publicaties te verzorgen. Een docent werkt aan een proefschrift dat is gelieerd aan de logopedische beroepspraktijk. Bijna alle docenten komen via stages in aanraking met de beroepspraktijk. Ook zijn er contacten met de beroepspraktijk in het kader van afstudeeropdrachten en projectopdrachten. De docenten zijn lid van diverse beroepsverenigingen en houden zich op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen door het lezen van vaktijdschriften en het bezoeken van congressen, studiedagen en symposia. Om dit te realiseren wordt een persoonlijk budget beschikbaar gesteld. De opleiding maakt gebruik van een flexibele pool van docenten uit de beroepspraktijk. Flex-docenten worden op tijdelijke basis ingezet vanwege hun expertise om specifieke curriculumonderdelen te verzorgen. Daarnaast worden door logopedisten uit de praktijk gastcolleges gegeven. De opleiding onderhoudt duurzame relaties met instellingen als de universitaire medische centra in Leiden en Amsterdam ten behoeve van de minor Werkveld als opdracht en de afstudeeropdrachten. Ook zijn er duurzame contacten met de stichtingen Viataal en PCON in Suriname. Jaarlijks is een aantal medewerkers betrokken bij internationale docentenuitwisseling. Docenten verzorgen elders onderwijs en bezoeken aldaar stagiairs en stageinstellingen. Andersom ontvangt de opleiding docenten van buitenlandse onderwijsinstellingen. NQA visitatie Logopedie Windesheim 31/56
In het Strategisch plan, School of Health Care 2008 2012 (2007) is het voornemen geformuleerd voor de medewerkers docentstages mogelijk te maken. Studenten stellen vast dat de docenten goede contacten hebben in het werkveld en op de hoogte zijn van nieuwe ontwikkelingen. Alumni en werkveld oordelen in het gesprek met het panel positief over de praktijkkennis van de docenten; het werkveld beschouwt de docenten als serieuze gesprekspartners. Het panel concludeert dat de docenten in staat zijn in hun onderwijs een duidelijke verbinding te leggen met de beroepspraktijk. Het facet wordt gewaardeerd als goed. Facet 3.2 Kwantiteit personeel Voldoende Criteria - Er wordt voldoende personeel ingezet om de opleiding met de gewenste kwaliteit te verzorgen. Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd: De opleiding heeft streefdoelen geformuleerd met betrekking tot de omvang van het personeel. Er wordt uitgegaan van een docent-student ratio van 1 op 28. Voor medewerkers van het bedrijfsbureau (ondersteuners) geldt een ratio van 1 op 135. Het aantal studenten bepaalt het formatiebudget. Bij de opleiding staan in het studiejaar 2006/2007 in totaal 212 studenten ingeschreven. Het onderwijs wordt verzorgd door 12 docenten met een taakomvang van 7,5 fte. Hiermee is de feitelijke docent-student ratio in 2006/2007 1 op 28. De afgelopen jaren is de relatieve omvang van het docentenbestand geleidelijk aan afgenomen. Voor de medewerkers van het bedrijfsbureau geldt een ratio van 1 op 140 (samen met de opleiding Verpleegkunde). Uit de KWAO-scan blijkt dat docenten de werkdruk als hoog ervaren. Daarnaast is er sprake van piekbelasting. Het management heeft ten aanzien van de werkdruk in samenspraak met de docenten maatregelen getroffen. Voorts zijn recent twee vacatures vervuld. Niettemin blijft volgens de docenten de werklast een aandachtspunt, mede in verband met de verdere ontwikkeling van het nieuwe curriculum. Voor de studenten zijn de docenten voldoende bereikbaar en toegankelijk. Windesheim hanteert een gericht verzuimbeleid onder het motto ziekte overkomt je, verzuim is een keuze. Medewerkers worden geacht medeverantwoordelijk te zijn voor hun verzuim en er wordt gebruik gemaakt van een verzuimprotocol. Het ziekteverzuimpercentage over de afgelopen drie jaar is 3,4%. Voor het ziekteverzuim wordt gestreefd naar een percentage van maximaal 3,5%. Deze streefnorm wordt gehaald. Het panel concludeert dat de opleiding voldoet aan de eigen streefnorm met betrekking tot de omvang van het docententeam, maar de werkdruk blijft een aandachtspunt. Vanwege deze kanttekening kent het panel aan dit facet de kwalificatie voldoende toe. 32/56 NQA visitatie Logopedie Windesheim
Facet 3.3 Kwaliteit personeel Voldoende Criteria - Het personeel is gekwalificeerd voor de inhoudelijke, onderwijskundige en organisatorische realisatie van het programma. Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd: Het personeelsbeleid voorziet in een gesprekscyclus waarin afspraken worden gemaakt over te behalen resultaten en over de ontwikkeling van competenties van de medewerker. Dit gebeurt in de vorm van jaarlijkse plannings- en waarderingsgesprekken met de direct leidinggevende. Aandachtsgebieden zijn onderwijs, onderzoek en dienstverlening. Hiertoe wordt binnen Windesheim een competentieset gehanteerd. De relatie met het regionale en (inter)nationale werkveld is een speciaal punt van aandacht. Vanaf september 2007 werkt de SHC met het HRM-meerjarenplan (2007). Het plan is bedoeld als hulpmiddel voor de verdere ontwikkeling van een professionele cultuur binnen de organisatie. Aan medewerkers wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor het bereiken van de doelen van de organisatie, voor de kwaliteit van werken en voor hun eigen loopbaanontwikkeling. In dit verband wordt de term competentiemanagement gebruikt. Sinds enige jaren houden alle medewerkers van de opleiding een persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) bij. Dit is vastgelegd in de notitie POP-afspraken Logopedie en SLB (2005). Vanaf 2006 zijn de eerste ervaringen opgedaan met het opstellen van een ontwikkelingsplan voor een team (TOP). Uit de CV s van de docenten blijkt dat vrijwel alle docenten een hbo-opleiding Logopedie hebben voltooid. Twee docenten hebben een relevante academische opleiding afgerond (Spraak- en taalpathologie en Neurolinguïstiek). Voorts blijkt dat alle belangrijke functiegebieden voor de logopedie in het team zijn vertegenwoordigd. De docenten hebben weinig ervaring met onderzoek. Vooral in het licht van het belang dat de opleiding hecht aan verwetenschappelijking in de vorm van toegepast onderzoek en evidence-based handelen, acht het panel het wenselijk dat meer wetenschappelijk geschoold personeel kan worden ingezet. Het panel onderschrijft het beleid van de opleiding om meer academisch geschoolde docenten aan te stellen en om zittend personeel passende scholing aan te bieden dan ook ten volle. Uit de CV s blijkt dat vrijwel alle docenten in het bezit zijn van een didactische bevoegdheid waarvoor zij een cursus hebben gevolgd bij VU-Windesheim. Een aantal recent aangestelde docenten is hiermee bezig. Het panel heeft van de studenten vernomen dat de didactische vaardigheden van de docenten doorgaans goed zijn. Sinds september 2005 werkt de SHC met zeven RVT s om de doelmatigheid van de organisatie en de arbeidssatisfactie te vergroten. Uitgangspunt is dat een docent lid is van één RVT dat als thuisbasis fungeert. Van de twaalf medewerkers maken er twee deel uit van het RVT SLB en de overige tien personeelsleden zijn ondergebracht bij het RVT Logopedie. Taken, verantwoordelijkheden en budgetten zijn vastgelegd in het document Samenwerken in Resultaat Verantwoordelijke Teams (september NQA visitatie Logopedie Windesheim 33/56
2006). De RVT s werken vraaggestuurd in relatie tot de onderwijsvragenden en verzorgen een samenhangend geheel van competenties. De teams bieden de mogelijkheid medewerkers optimaal te betrekken bij de organisatie en verantwoordelijkheden laag in de organisatie te leggen. Het RVT Logopedie verzorgt de major (120 EC) en verdiepende minoren (120 EC). Binnen het RVT Logopedie zijn de werkzaamheden geclusterd in zogeheten aandachtsgebieden. Voor elk aandachtsgebied is een teamlid verantwoordelijk. De opleiding hecht aan levenslang leren voor de medewerkers. Scholing vindt plaats door middel van collectieve scholingsdagen en teamdagen op basis van een scholingsplan dat jaarlijks wordt opgesteld. Docenten zijn in verband met het nieuwe curriculum didactisch geschoold door training-on-the-job, SLB ers zijn gecertificeerd en er zijn enkele medewerkers geschoold in projectleiderschap. Ook worden door het RVT Logopedie jaarlijks enkele teamdagen georganiseerd waarin vakinhoudelijke onderwerpen centraal staan. Evenzo organiseert het RVT SLB studiedagen om de kwaliteit van de begeleiding te versterken. Intervisie als vorm van intercollegiale toetsing vindt vanaf 2006 plaats. Daarnaast vindt individuele scholing plaats. Iedere medewerker beschikt over een eigen budget voor de aanschaf van boeken, bezoek aan symposia en vakbijeenkomsten. Daarnaast vinden scholingsactiviteiten plaats die voortkomen uit de POP s. De werving, selectie en introductie van nieuwe medewerkers vindt plaats volgens de voor Windesheim geldende procedures en bijbehorende sollicitatiecode. Naast kennis van het vakgebied dienen nieuwe medewerkers te beschikken over competenties als flexibiliteit, resultaatgerichtheid en teamsamenwerking. Ook moeten nieuwe medewerkers competent zijn op het gebied van onderwijs, onderzoek en maatschappelijke dienstverlening. Relevante ervaring in de beroepspraktijk is een vereiste voor nieuw aan te stellen docenten. Er is een inwerkprogramma voor nieuwe docenten. Zij krijgen in ieder geval een collega-mentor toegewezen. Studenten en alumni oordelen positief over de docenten. Zij zijn met name van mening dat omgang met de docenten prettig is. Er heerst een prettige sfeer en de studenten worden op een persoonlijke manier benaderd. Uit de Keuzegids Hoger onderwijs 2006-2007 blijkt dat studenten de kwaliteit van de docenten positief waarderen (met het rapportcijfer 7,3). Het panel concludeert dat het personeel is gekwalificeerd om het programma naar behoren uit te voeren. Vanwege de kanttekening ten aanzien van de competenties op het gebied van onderzoek waardeert het panel dit facet als voldoende. 34/56 NQA visitatie Logopedie Windesheim
Onderwerp 4 Voorzieningen Facet 4.1 Materiële voorzieningen Voldoende Criteria - De huisvesting en materiële voorzieningen zijn toereikend om het programma te realiseren. Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd: Windesheim hanteert als uitgangspunt dat in de onderwijsomgeving (voorzieningen) het leren van de student centraal staat. Dit betekent dat de inrichting van de leeromgeving van goede kwaliteit dient te zijn en moet aansluiten bij de behoeften van de studenten en bij het didactische concept. De twee opleidingen van de SHC zijn gehuisvest in gebouw E van de hogeschoolcampus. Door het eigen gebouw wordt de opleiding volgens de studenten beleefd als kleinschalig. In het gebouw beschikt de opleiding Logopedie over eigen lokalen, oefenruimtes en personeelskamers. Zo zijn er voor de conceptuele leerlijn en voor het trainen van vaardigheden vaklokalen voor maximaal 24 studenten. Voor de integrale leerlijn en de studieloopbaan zijn er ruimtes voor 6 à 8 studenten beschikbaar. De theorielokalen zijn voorzien van whiteboard en flapover. Overal is het gebruik van een beamer mogelijk. Ook beschikt de opleiding over een behandelkamer. Voorts beschikt de opleiding over een begeleidingsmagazijn waar studenten de aanwezige docent op vaste tijden kunnen consulteren. Daarnaast beschikt de opleiding over cabines waar studenten audiometrische onderzoeken kunnen uitvoeren. Tenslotte omvat het gebouw enkele grote collegezalen. Verspreid over het gebouw zijn er kleine ruimtes waar studenten aan opdrachten kunnen werken. Studenten blijken minder tevreden te zijn over de beschikbaarheid van deze kleinere werkruimtes. Op loopafstand van de opleiding bevindt zich het mediacentrum, gevestigd in het hoofdgebouw op de campus. Studenten hebben hier de beschikking over veel actuele en relevante vakliteratuur en andere informatiedragers. Grote delen ervan zijn digitaal ontsloten via de digitale bibliotheek. De pc s in het mediacentrum geven toegang tot internet en verschillende databanken. In VubisSmart, de digitale catalogus, kunnen studenten gericht een boek of artikel zoeken. In het multimedia practicum van het mediacentrum kunnen studenten video s monteren en dvd s branden en foto s scannen en printen. Het panel heeft tijdens de rondleiding vastgesteld dat het mediacentrum goede faciliteiten biedt, waaronder veel nationale en internationale vakliteratuur. Passend bij het onderwijs beschikt de opleiding over een pc-ruimte voor studenten en een draadloos netwerk. Al het onderwijs inclusief de verwijzingen naar literatuur worden digitaal aangeboden. Studenten kunnen vanaf huis 24 uur per dag inloggen op de digitale leeromgeving (Portaal/Intranet en Blackboard). Het panel heeft van de studenten vernomen dat zij minder tevreden zijn over het aantal beschikbare pc s. Zij zijn van mening dat het zeer wenselijk is over een eigen pc of laptop te beschikken. NQA visitatie Logopedie Windesheim 35/56
De docenten hebben hun werkplek in zogenoemde kantoortuinen. De leden van de RVT s zitten bij elkaar in één ruimte om snelle communicatie mogelijk te maken. Voor docenten met een aanstelling van 0,6 fte of meer is een vaste werkplek beschikbaar; andere docenten zijn aangewezen op flex-plekken. Elke werkplek is toegerust met een pc. Verder zijn er kleinere ruimtes beschikbaar waar in rust kan worden gewerkt. De campus omvat verder een auditorium, een stiltecentrum, een boekhandel, kantines, koffieruimtes en gratis toegankelijke sportfaciliteiten. Uit de ISEK-lijsten blijkt dat studenten over het algemeen tevreden zijn over materiële voorzieningen. Uit de Keuzegids Hoger onderwijs 2006-2007 blijkt dat studenten de faciliteiten waarderen met het cijfer 6,9 (10-puntsschaal); de gebouwen worden gewaardeerd met 6,6. Het panel concludeert dat de materiële voorzieningen passen bij het competentiegerichte onderwijs. Wel zijn de studenten minder tevreden over het aantal beschikbare pc s en het aantal kleinere werkruimtes. Vanwege deze kanttekeningen komt het panel tot het oordeel voldoende. Facet 4.2 Studiebegeleiding Goed Criteria - De studiebegeleiding en informatievoorziening aan studenten zijn adequaat met het oog op de studievoortgang. - De studiebegeleiding en informatievoorziening aan studenten sluiten aan bij de behoefte van studenten. Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd: Studiebegeleiding: Windesheim onderscheidt twee soorten begeleiding: basisbegeleiding en specialistische begeleiding. Docenten en studieloopbaanbegeleiders (SLB ers) zijn verantwoordelijk voor de basisbegeleiding, terwijl decanen, psychologen, studieadviseurs en vertrouwenspersonen specialistische begeleiding bieden. Studieloopbaangbegeleiding (SLB) vormt een aparte leerlijn in het curriculum. Hiervoor zijn in totaal 16 EC gereserveerd. Uitgangspunten en hulpmiddelen zijn beschreven in de handleiding Bouwstenen voor studieloopbaanbegeleiding (maart 2006). In de SLB staat de elfde hbo-kwalificatie centraal: zelfsturing door de student op opleiding en loopbaan. De SLB ers zijn beschikbaar voor de hele School en vormen samen één RVT. Het SLB-beleid is vastgelegd in het teambeleidsplan. Docenten zijn in dit team opgenomen op basis van deskundigheid en persoonlijke affiniteit. Alle SLB ers zijn in 2006 via de Corporate Academy van Windesheim gecertificeerd. Het programma van de SLB start met een intake-assessment, een zogenoemde nulmeting. Aldus krijgen studenten inzicht in hun sterke en te ontwikkelen punten. Naast individuele contacten met studenten zijn er groepsbijeenkomsten. Studenten maken gebruik van een POP en een portfolio; van de studenten wordt verwacht dat 36/56 NQA visitatie Logopedie Windesheim
zij in hun POP en portfolio de verbinding leggen met het onderwijs. In een individueel beoordelingsgesprek verantwoordt de student zijn eigen ontwikkeling. Nadat de SLBgroepen aanvankelijk gemengd waren samengesteld (logopedie- en verpleegkundestudenten samen in één groep), is onlangs op verzoek van de studenten besloten de studenten per opleiding apart in groepen te plaatsen. De opleiding biedt studenten een begeleidingsmagazijn dat beoogt studenten te adviseren bij het werken aan beroepsopdrachten en vaardigheden. Deze functie wordt door het RVT Logopedie uitgevoerd in hun rol als docent/adviseur/coach. Studenten en werkveld zijn van mening dat de stagebegeleiding goed is. Ook bij problemen reageert de opleiding adequaat. Voor de externe begeleiders organiseert de opleiding jaarlijks een bijeenkomst. Behalve genoemde vormen van begeleiding voorziet de opleiding in een studentendecaan. Ook kunnen de studenten terecht bij een studentenpsycholoog en het pastoraat. Daarnaast beschikt de hogeschool over een studieloopbaancentrum. De opleiding maakt gebruik van de mogelijkheid een bindend negatief studieadvies aan het eind van het eerste studiejaar te geven. De kwantitatieve norm is bepaald op 45 EC. Indien na twee jaar de propedeuse niet is afgerond, volgt eveneens een bindend negatief studieadvies. In het kader van de studiebegeleiding ontvangt de student tenminste eenmaal een schriftelijke waarschuwing. Het panel heeft van de studenten vernomen dat zij tevreden zijn over de wijze waarop SLB wordt aangeboden. Daarnaast heeft het panel vernomen dat de SLB ers extra individuele aandacht besteden aan studenten die hieraan wegens persoonlijke omstandigheden of het gekozen studietraject behoefte hebben. Ook uit evaluaties blijkt dat studenten over het algemeen positief oordelen over SLB. Opvallend is dat in de loop van het eerste en tweede studiejaar de waardering voor SLB toeneemt; studenten moeten blijkbaar wennen. Informatievoorziening: Informatie over de inhoud van de studie is te vinden op Blackboard. Ook geven de docenten aanvullende informatie over studie tijdens colleges en trainingen. Algemene randvoorwaardelijke informatie wordt schriftelijk gecommuniceerd, bijvoorbeeld in de vorm van het Studentenstatuut. In het Studentenstatuut zijn ook de OER en het reglement van de examencommissie opgenomen. Gedurende het studiejaar worden studenten via intranet geïnformeerd over hun roosters, ziektemeldingen van docenten en roosterwijzigingen. Ook worden de studenten geattendeerd op lezingen en interessante symposia. De studenten worden periodiek over hun voortgang en studieresultaten geïnformeerd. Studenten ontvangen viermaal per jaar een overzicht van hun studievorderingen om na te gaan of hun studieresultaten goed zijn verwerkt. Afspraak is dat studenten binnen 18 dagen de uitslag van een toets krijgen. Om de bereikbaarheid van het bedrijfsbureau te vergroten is een e-mailadres in gebruik genomen en zijn afspraken gemaakt over de termijn waarbinnen e-mails beantwoord moeten zijn. NQA visitatie Logopedie Windesheim 37/56
Bij de gemeenschappelijke studentenadministratie kunnen studenten terecht voor zaken als in- en uitschrijving, afgifte van collegekaarten en de inschrijving voor keuzevakken. Uit de Keuzegids Hoger onderwijs 2006-2007 blijkt dat studenten de communicatie binnen de opleiding waarderen met het cijfer 6,7 (10-puntsschaal). Het panel heeft van de studenten vernomen dat Blackboard in de praktijk voldoet en dat informatie doorgaans op tijd beschikbaar is. In een enkel geval blijken de roosters niet tijdig beschikbaar te zijn of bevatten de roosters fouten. Onderwerp 5 Interne kwaliteitszorg Facet 5.1 Evaluatie resultaten Goed Criteria - De opleiding wordt periodiek geëvalueerd, mede aan de hand van toetsbare streefdoelen. Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd: Windesheim hanteert het EFQM/INK managementmodel voor haar interne kwaliteitszorg. Dit heeft in de periode 2002-2004 geresulteerd in een uitgebreide nulmeting in de vorm van interne audits bij alle afdelingen en diensten. Het streefdoel is fase 3 van het EFQM/INK managementmodel. De hogeschool vat het systeem van kwaliteitszorg samen in twee hoofdvragen: doen we de juiste dingen? En: doen we de (juiste) dingen goed? Het cyclische proces in de kwaliteitszorg wordt gesymboliseerd in het model van een krakeling. De SHC heeft binnen de kaders van de hogeschool een kwaliteitssysteem opgezet dat aansluit bij de eigen opvattingen over onderwijs. Dit betekent concreet dat het leren van student centraal staat. Belangrijke aandachtsgebieden zijn management, onderwijskwaliteit en ondersteunende processen. Binnen elk aandachtsgebied wordt onderscheid gemaakt tussen proces, product en organisatie. Ook het kwaliteitszorgsysteem zelf is onderwerp van evaluatie. De systematiek is beschreven in het Handboek integraal kwaliteitszorgsysteem. School of Health Care (2006). De kwaliteitszorg is vooral gericht op de zorg voor een goede onderwijskwaliteit. De staffunctionaris kwaliteitszorg bewaakt de uitvoering. Het zelfevaluatierapport bevat een overzicht waarin per aandachtsgebied (management, onderwijskwaliteit en ondersteunende processen) is aangegeven welke instrumenten worden ingezet, wat het streefdoel is (kwalitatief en kwantitatief), met welke frequentie een instrument wordt ingezet. Het overzicht laat zien dat de opleiding gebruik maakt van instrumenten als interne audits, planning- en controlcyclus, KWOA-scan voor medewerkers, ISEK-lijsten voor studenten, studentenpanels, exit-enquêtes voor studiestakers, docentenevaluaties en de HBO- 38/56 NQA visitatie Logopedie Windesheim
Monitor. Het panel stelt vast dat de opleiding over voldoende evaluatie-instrumenten beschikt en dat alle belangrijke kwaliteitsaspecten worden onderzocht. Veel evaluatie-instrumenten meten klanttevredenheid. Bij evaluaties wordt gestreefd naar een tevredenheidspercentage van 80%. Voor een aantal evaluaties zijn indicatoren vastgesteld. Naast de mate van tevredenheid wil de opleiding inzicht hebben in de achtergronden van (on)tevredenheid. Daarom worden gesprekken gevoerd met verschillende klantgroepen. In het Strategisch Plan van de SHC (2007) heeft het management streefdoelen geformuleerd voor de periode 2008-2012. Naast de reguliere evaluaties voert de opleiding incidenteel evaluaties uit om ervaringen met onderwijsinnovaties of organisatieveranderingen in kaart te brengen. Tussentijdse evaluaties bij docenten tijdens de invoering van de major zijn hiervan een voorbeeld. Het kwaliteitszorgsysteem zelf is ook onderwerp van evaluatie. De evaluatie van de kwaliteitszorgactiviteiten vindt plaats in de vorm van studentenpanels: studenten en docenten geven ook feedback op de gehanteerde instrumenten en de systematiek van de studentenpanels. De ervaringen met de studentenpanels zijn positief. Zowel medewerkers als studenten zijn enthousiast over de opbrengsten. Het panel concludeert dat de opleiding het onderwijs op systematische wijze evalueert met kwalitatief goede instrumenten en dat er heldere streefdoelen worden gehanteerd. Het facet wordt aangemerkt als goed. Facet 5.2 Maatregelen tot verbetering Goed Criteria - De uitkomsten van deze evaluatie vormen de basis voor aantoonbare verbetermaatregelen die bijdragen aan de realisatie van de streefdoelen. Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd: De opleidingen Logopedie zijn in 2002 voor het laatst gevisiteerd. De uitkomsten zijn vastgelegd in het rapport Samen Sterker (maart 2003). Hieruit blijkt dat de toenmalige visitatiecommissie met betrekking tot de opleiding Logopedie Windesheim met name kritiek had op de bewaking van de kwalificaties, de toetsing en de wetenschappelijke oriëntatie. Ook is het belang van samenwerking tussen de opleidingen Logopedie benadrukt. Het panel stelt thans vast dat de opleiding zich sinds de visitatie in 2002 op overtuigende wijze heeft vernieuwd en verbeterd. Belangrijke resultaten zijn het nieuwe curriculum en het werken met RVT s. Naar aanleiding van de uitkomsten van de interne audit in 2003 zijn verbeterpunten geformuleerd. Deze zijn nadat het management prioriteiten heeft gesteld opgenomen in de activiteitenplannen. Er hebben sindsdien verbeteringen plaatsgevonden op het gebied van sturing op resultaten, (er wordt meer planmatig en projectmatig gewerkt), het personeelsbeleid en vernieuwing van het onderwijs richting competentiegericht en vraaggestuurd leren. Aansluitend is in 2006 een review gehouden om de stand van zaken in kaart te brengen. NQA visitatie Logopedie Windesheim 39/56
Vanaf 2004 heeft de opleiding gewerkt aan de verbetering van het kwaliteitszorgsysteem. Er is een staffunctionaris kwaliteitszorg aangesteld, er zijn nieuwe evaluatie-instrumenten ontwikkeld en in het activiteitenplan 2005 zijn duidelijke prestatie-indicatoren benoemd. In het Handboek integraal kwaliteitszorgsysteem. School of Health Care (2006) wordt expliciet aandacht besteed aan het doorlopen van de PDCA-cyclus. Het verbeterbeleid is ingebed in de beleidscyclus van de hogeschool. Het beleid vindt zijn uitwerking op het niveau van Schools en opleidingen. De School stelt jaarlijks een activiteitenplan op. In het Activiteitenplan RVT Logopedie (november 2006) is concreet per aandachtsgebied aangegeven welke concrete resultaten moeten worden behaald en wie daarvoor verantwoordelijk is. Bij iedere activiteit is ook aangegeven hoeveel budget beschikbaar is. De resultaten worden vastgelegd in jaarverslagen. De staffunctionaris kwaliteitszorg analyseert de uitkomsten van evaluatieonderzoek. Binnen elk RVT is een contactpersoon kwaliteitszorg die in overleg met de staffunctionaris erop toeziet dat relevante informatie uit evaluaties wordt besproken in de RVT-vergaderingen en dat verbeteracties worden uitgevoerd. Met behulp van ISEK-lijsten wordt inzicht verworven in de mening van de studenten over het onderwijs. Indien onderdelen niet aan de streefnorm voldoen (minimaal 80% tevreden), worden deze geagendeerd voor de bijeenkomsten met studentenpanels. Per jaargroep worden panels met studenten samengesteld die vier keer per jaar bijeenkomen. Tijdens deze bijeenkomsten gaat een delegatie van studenten in gesprek met de betrokken medewerkers over de oorzaken van ontevredenheid en over mogelijke verbetermaatregelen. Borging van verbeteringen vindt plaats doordat de afgesproken actiepunten op de agenda van de volgende bijeenkomst met het studentenpanel worden geplaatst. Voorbeelden zijn het organiseren van extra informatiebijeenkomsten over SLB en aanpassing van de structuur in Blackboard. Het panel heeft aan de hand van verslagen en de gesprekken vastgesteld dat de studentenpanels goed functioneren en dat betrokkenen enthousiast zijn over de gehanteerde werkwijze en de opbrengsten. De komende jaren zal de nadruk van de kwaliteitszorg liggen op de analyse van de evaluatie-uitkomsten van het competentiegerichte curriculum en de acties die daarop volgen. Uitkomsten van evaluaties worden aan betrokkenen gerapporteerd. Het consequent doorlopen van de PDCA-cyclus voor de drie aandachtsgebieden van de opleiding (management, onderwijskwaliteit en ondersteunende processen) krijgt prioriteit. Het panel concludeert dat de opleiding een goede structuur heeft ontwikkeld om ervoor te zorgen dat de uitkomsten van evaluatieonderzoek daadwerkelijk worden benut om verbeteringen te realiseren. De studentenpanels spelen hierbij een centrale rol. Het facet wordt gewaardeerd als goed. 40/56 NQA visitatie Logopedie Windesheim
Facet 5.3 Betrekken van medewerkers, studenten, alumni en het beroepenveld Goed Criteria - Bij de interne kwaliteitszorg zijn medewerkers, studenten, alumni en het afnemend beroepenveld van de opleiding actief betrokken. Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd: Voortvloeiend uit de missie van de School vindt de opleiding het vanzelfsprekend dat naast medewerkers ook studenten, alumni en het werkveld worden betrokken bij onderwijsontwikkeling, onderwijsevaluaties en de afstemming van het onderwijs op ontwikkelingen in de zorg. Studenten zijn actief betrokken bij de kwaliteitszorg doordat zij hun mening over het onderwijs kunnen geven via de ISEK-lijsten en andere evaluatie-instrumenten. Ook zijn de studenten vertegenwoordigd in de studentenpanels. Deze panels bieden de mogelijkheid om studenten en docenten met elkaar in gesprek te brengen en zijn van groot belang voor het formuleren van verbetermaatregelen. Voorts zijn studenten vertegenwoordigd in de opleidingscommissie en de deelraad. Medewerkers van de opleiding zijn actief bij de interne kwaliteitszorg betrokken in de vorm van de personeel-evaluatiecyclus en de KWOA-scan (tevredenheidsonderzoek). De uitkomsten worden besproken met de medewerkers en worden gebruikt als input voor de activiteitenplannen. Daarnaast komt de mening van medewerkers aan de orde in de managementevaluaties, de studentenpanels en de teamoverleggen. Verder wordt binnen de RVT s het onderwijs door middel van docentenevaluaties na elke periode geëvalueerd. Ervaringen van docenten worden geïnventariseerd en waar nodig worden aanpassingen doorgevoerd. De deelraad is het medezeggenschapsorgaan van de School. De deelraad richt zich voor de twee opleidingen van de School gezamenlijk op onderwerpen als organisatie, voorzieningen, communicatie, personeelsbeleid en activiteitenplannen. De helft van de zes zetels in de deelraad wordt ingenomen door studenten; de andere helft door medewerkers. De opleiding kent een opleidingscommissie. Deze bestaat uit medewerkers van de opleiding en studenten. De commissie brengt gevraagd en ongevraagd advies uit over zaken die het onderwijs betreffen. Het werkveld is vertegenwoordigd in de werkveldadviescommissie (WAC). De WAC bestaat uit vijf à zes personen komt viermaal per jaar bijeen. In iedere bijeenkomst staat één onderwerp centraal. Volgens de leden van de WAC koppelt de opleiding goed terug wat met de adviezen van de WAC wordt gedaan. Het werkveld is betrokken bij de borging van het eindniveau van de opleiding doordat zij medebeoordelaars zijn van beroepsproducten. Onlangs is de behoefte van alumni om contact te houden met de opleiding in kaart gebracht. Uit het verslag Behoefteonderzoek alumni- en contractactiviteiten (2007) blijkt dat de behoefte groot is. Het panel heeft van de alumni vernomen dat er NQA visitatie Logopedie Windesheim 41/56
onlangs een alumnivereniging is gestart. Uitgangspunt is eens per jaar een alumnidag te organiseren. Verder zullen de alumni op de hoogte gehouden van nieuwe ontwikkelingen door middel van een digitale nieuwsbrief en worden scholingsbehoeften in kaart gebracht. Het niveau van de opleiding wordt vanaf de cohort 2005 aan de hand van de meningen van de alumni in kaart gebracht met behulp van de HBO-Monitor. In juni 2007 is er een onderzoek in opdracht van het SRO-L uitgevoerd naar de startbekwaamheden van afgestudeerden. Bij het onderzoek zijn alumni (van de cohorten 2002, 2003 en 2004), vakgenoten en werkgevers betrokken. Hoewel de resultaten van dit onderzoek nog niet beschikbaar zijn, staat al wel vast dat de respons laag is. Het panel concludeert dat alle relevante gremia actief zijn betrokken bij de interne kwaliteitszorg van de opleiding. Aan het facet wordt door het panel de kwalificatie goed toegekend. Onderwerp 6 Resultaten Facet 6.1 Gerealiseerd niveau Voldoende Criteria - De gerealiseerde eindkwalificaties zijn in overeenstemming met de nagestreefde eindkwalificaties qua niveau, oriëntatie en domeinspecifieke eisen. Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd: Uit de rapportage HBO-Monitor 2006 Christelijke Hogeschool Windesheim (2007) blijkt dat studenten die in 2004/2005 zijn afgestudeerd (n = 18) in grote lijnen tevreden zijn over de gerealiseerde kwalificaties. Het item de opleiding als basis om te starten op de arbeidsmarkt wordt gewaardeerd met 3,3 (5-puntsschaal); het item de opleiding als basis om competenties verder te ontwikkelen met 3,4 en het item voorbereiding op de actuele beroepspraktijk met 6,2 (10-puntsschaal). Van de afgestudeerden vindt 64% dat de aansluiting tussen opleiding en werk voldoende is. In vergelijking met de scores van het landelijk gemiddelde van alle opleidingen Logopedie scoort de opleidingen Logopedie Windesheim iets zwakker. Van de afgestudeerden vindt 71% de kennis van het eigen vakgebied voor verbetering vatbaar. Evenzo vindt 57% dat het vermogen om verbanden te leggen tussen verschillende zaken en het vermogen om aan anderen duidelijk te maken wat wordt bedoeld versterking behoeft. Ook ten aanzien van deze items scoort de opleiding ten opzichte van het landelijk gemiddelde relatief iets zwakker. De opleiding heeft in 2004 een startbekwaamhedenonderzoek laten uitvoeren. De cohorten 2001 en 2002 hebben het niveau van de opleiding als voldoende beoordeeld, evenals de werkgevers. Om zich een beeld te vormen van de afstudeerscripties heeft het panel voor het visitatiebezoek tien scripties bestudeerd. Het panel heeft hierbij gelet op onder meer het niveau, de vraagstelling, de onderzoeksopzet, de conclusies en aanbevelingen en 42/56 NQA visitatie Logopedie Windesheim
het gebruik van literatuur. Het panel stelt op basis van de algemene hbo-kwalificaties vast dat het niveau van de afstudeerscripties tenminste voldoende is, maar dat er wel sprake is van verschillen. Enkele scripties zijn in de optiek van het panel wat oppervlakkig. Aan de afstudeeronderzoeken ligt altijd een relevante vraagstelling ten grondslag, maar de gekozen onderzoeksopzet wordt vaak niet beargumenteerd. Het literatuurgebruik is wisselend. Soms wordt vrijwel alleen gebruik gemaakt van algemene literatuur. In andere gevallen bevatten de literatuurlijst veel vakliteratuur. In enkele gevallen ontbreken literatuurverwijzingen in tekst. Van Engelstalige literatuur wordt niet of nauwelijks gebruik gemaakt. Voorts is de opbouw van de verslagen niet altijd logisch en gaan de samenvattingen soms te weinig in op de uitkomsten van het onderzoek. Een aantal afstudeeronderzoeken is in het buitenland uitgevoerd (in Suriname en Spanje); het panel heeft de indruk dat het niveau van deze onderzoeken wat minder is. Het panel heeft in het gesprek met de alumni vernomen dat zij voldoende kennis en vaardigheden hebben opgedaan om als beginnend beroepsbeoefenaar aan de slag te gaan. Zij voelen zich startbekwaam. De alumni hebben naar eigen zeggen vertrouwen in zichzelf, zijn in staat gericht informatie op te zoeken en zijn in staat snel nieuwe dingen bij te leren. Ook vinden de alumni dat zij goed in staan zijn relevante testen af te nemen. Van serieuze lacunes is volgens de alumni geen sprake. Het panel stelt vast dat de alumni tevreden zijn en makkelijk een passende baan vinden. Ook de vertegenwoordigers van het werkveld zijn van mening dat de alumni startbekwaam zijn. Er is vooral waardering voor hun zelfstandigheid en hun praktische instelling. De onderzoeksvaardigheden van de alumni zijn minder sterk ontwikkeld; zo hebben ze er moeite mee data te analyseren en te interpreteren. Het panel concludeert dat afgestudeerden gekwalificeerd zijn als beginnend beroepsbeoefenaar. Het panel heeft enkele kanttekeningen geplaatst bij de afstudeerscripties en uit de HBO-Monitor blijkt dat hoewel de bevindingen in grote lijnen positief zijn de opleiding ten opzichte van de andere opleidingen wat minder scoort. Op grond hiervan komt het panel tot het oordeel voldoende. Facet 6.2 Onderwijsrendement Goed Criteria - Voor het onderwijsrendement zijn streefcijfers geformuleerd in vergelijking met relevante andere opleidingen. - Het onderwijsrendement voldoet aan deze streefcijfers. Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd: Het managementteam heeft voor 2007 de volgende streefcijfers geformuleerd: de gemiddelde studieduur van afstudeerders per cohort is korter dan 4,5 jaar, de gemiddelde studieduur van studiestakers per cohort is korter dan 1,35 jaar, na twee jaar heeft 70% van de studenten de propedeuse behaald en na vijf jaar heeft 75% van de studenten de opleiding afgerond. Voorts wordt gestreefd naar een instroom van 65 studenten per jaar. NQA visitatie Logopedie Windesheim 43/56
Uit de cijfers in het zelfevaluatierapport blijkt dat de verblijfsduur van afstudeerders over de afgelopen jaren gemiddeld 3,8 jaar bedraagt. Studiestakers verlaten na gemiddeld 1,2 jaar de opleiding. Na twee jaar heeft gemiddeld 76% van de studenten de propedeuse behaald (cohorten 1999 2004). Uit de cijfers blijkt dat het propedeuserendement na twee jaar de afgelopen jaren is afgenomen. Na vijf jaar heeft gemiddeld 62% van de studenten de studie afgerond (cohorten 1997 2001). Uit de cijfers blijkt dat het opleidingsrendement na vijf jaar de afgelopen jaren sterk is gestegen. Zo is van de cohort 2000 75% van de studenten na vijf jaar afgestudeerd en van de cohort 2001 heeft 78% na vijf jaar de studie afgerond. De instroom van de opleiding over de afgelopen drie jaar is gemiddeld 65 studenten per jaar. De opleiding voldoet aan haar streefnorm. Het panel stelt vast dat de opleiding heldere en voldoende ambitieuze streefcijfers heeft opgesteld. Voorts stelt het panel vast dat de feitelijke rendementsgegevens uitwijzen dat de opleiding deze streefcijfers de afgelopen jaren heeft gerealiseerd. Derhalve komt het panel tot het oordeel goed. 44/56 NQA visitatie Logopedie Windesheim
Deel C: Bijlagen NQA visitatie Logopedie Windesheim 45/56
Bijlage 1: Onafhankelijkheidsverklaring panelleden 46/56 NQA visitatie Logopedie Windesheim
NQA visitatie Logopedie Windesheim 47/56
48/56 NQA visitatie Logopedie Windesheim
NQA visitatie Logopedie Windesheim 49/56
50/56 NQA visitatie Logopedie Windesheim
Bijlage 2: Deskundigheden panelleden Deskundigheden panelleden, opleiding Logopedie, Christelijke Hogeschool Windesheim Panellid: Mevrouw J.E. Hofsté Panellid: Mevrouw H. Chantrain Panellid student: Mevrouw N.S. Boekholt Panellid NQA: De heer drs. G.J.H. Vermeulen Relevante werkvelddeskundigheid X X Vakdeskundigheid: Vertrouwd met meest recente ontwikkelingen Vakdeskundigheid: Vertrouwd met lesgeven en beoordeling en toetsing minstens op niveau/oriëntatie te beoordelen opleiding X X X X Onderwijsdeskundigheid X X X Studentgebonden deskundigheid X Visitatiedeskundigheid X X X Nadere informatie over de achtergronden van de panelleden: Panellid mevrouw H. Chantrain Mevrouw Chantrain is ingezet vanwege haar deskundigheid op het gebied van logopedie. Zij is in haar werk actief betrokken geweest bij de ontwikkeling van onderwijsinhoud en vormgeving van de opleiding Logopedie in het hbo. Momenteel is zij als gastdocente verbonden aan de opleiding Logopedie van een hogeschool, waar zij zich bezig houdt met het opvolgen van internationale relaties en recente onderwijskundige ontwikkelingen binnen het hoger onderwijs. Mevrouw Chantrain heeft door werkervaring kennis van de accreditatiesystematiek, zowel nationaal als internationaal. Daarnaast is zij aanvullend individueel geïnstrueerd over accreditatie in het hoger onderwijs en over de werkwijze van NQA. Opleiding: 1960-1963 Toegepaste Psychologie 1960-1964 Logopedie en Audiologie 1965-1968 Opleiding specialisatie Audiologie K.U. Leuven 1990-1992 Opleiding specialisatie stottertherapeut CIOOS NQA visitatie Logopedie Windesheim 51/56
Werkervaring: 1963 2005 Docent-Lector van de opeliding logopedielessius Hogeschool Antwerpen 1963 1972 Part-time eigen praktijk 1963 1972 Uitvoeren lid Beheerraad van de beroepsvereniging voor logopedisten in Vlaanderen 1972 1982 Onderwijskundig coördinator opleiding Logopedie, afgevaardigde in verschillende curriculum ontwikkelingscommissies 1983 2004 Departementaal coördinator van internationale relaties en docent logopedische vakken 1995 1998 Ontwikkeling van Socrates Terminoloy Project (Integrated Language Module, computergestuurd programma voor vertaling van logopedische termen) 2002 2005 Coördinatie van project Grensoverschrijdende accreditatiestandaarden voor opleidingen logopedie 2004 2006 Gastdocent Lessius Hogeschool Antwerpen Continuering Socrates programma s Lid van Educational Board of international Association Logopedics and Phoniatrics Panellid mevrouw J.E. Hofsté Mevrouw Hofsté heeft eerdere ervaring opgedaan met visitaties van opleidingen Logopedie als lid van de visitatiecommissie van de HBO-raad. Daarnaast is mevrouw Hofsté ingezet vanwege haar werkvelddeskundigheid en vakdeskundigheid op het gebied van de Logopedie. Zij beschikt over ervaring als logopediste en over onderwijservaring. Bovendien is zij ingezet vanwege haar inzicht in de internationale ontwikkelingen op dit gebied. Zij heeft de NQA auditortraining hoger onderwijs gevolgd. Opleiding: 1974 1980 HAVO 1983 1987 Logopedie & Akoepedie (HBO) 1987 1999 Veel post-hbo voor logopedisten 2003 Professioneel Leiderschap 1999 Bedrijfskundig management voor professionals 2000 2005 en andere kortere trajecten Werkervaring 1987 1999 Logopedist in intramurale zorg 1999 2002 Opleidingsmanager 2000 2003 Manager support, tevens contentmanager paramedisch 2003 2005 Directiesecretaris, tevens contentmanager paramedisch 2005 2006 Accountmanager zorg, tevens contentmanager paramedisch 2006 heden Manager Training & Assessment nevenactiviteiten 1981 2000 Organisatiecomité Haarlemse Honkbalweek 1993 1997 Voorzitter regiobestuur NVLF 1998 1999 Secretaris Hoofdbestuur NVLF (ad intrim) 1999 2004 Lid CPLOL 1999 2007 Bestuurslid oud-leerlingenvereniging Kennemer Lyceum 52/56 NQA visitatie Logopedie Windesheim
Panellid mevrouw N.S. Boekholt Mevrouw Boekholt is ingezet als studentlid. Zij heeft recent de opleiding Fysiotherapie aan de Hogeschool Arnhem Nijmegen afgerond. Bij deze opleiding gaf zij als student assistent practicumlessen en was zij lid van de opleidingscommissie. Mevrouw Boekholt heeft ervaring als studentpanellid bij meerdere visitaties. Daarnaast is zij voor deze visitatie aanvullend individueel geïnstrueerd over het proces van visitatie en accreditatie in het hoger onderwijs en over de werkwijze van NQA. Opleiding: 1995 2000 HAVO 2002 heden Fysiotherapie Werkervaring: 2001 heden Sport- en expertisecentrum Seneca te Nijmegen, Functie: medisch fitnessbegeleider 2004 heden Spac/sport Nijmegen, Functie: verkoopster van gespecialiseerde outdoor/buitensport artikelen Panellid de heer drs. G.J.H. Vermeulen (NQA-auditor) De heer Vermeulen is ingezet als NQA-auditor. Hij heeft ruime ervaring met visiteren in bijna alle sectoren van het hbo. Hij heeft bij Lloyd s auditcursussen gevolgd. Verder heeft hij ruime ervaring als onderzoeker op het gebied van onderwijs en arbeidsmarkt. Door zijn ervaring heeft de heer Vermeulen tevens deskundigheid in het beoordelen van afstandsonderwijs. Opleiding: 1969 1976 Atheneum B 1976 1983 Doctoraal Psychologie KU Nijmegen Werkervaring: 1980 1982 Studentassistent Bureau Studentenpsychologen Technische Hogeschool Eindhoven 1984 1990 Onderzoeker ITS Nijmegen op het gebied van onderwijsongelijkheid en -kansen 1990 1995 Beleidsonderzoeker B&A Groep Den Haag 1995 2003 Beleidsmedewerker kwaliteitszorg HBO-raad; secretaris en projectleider diverse visitatiecommissies Vanaf jan. 2004 NQA Cursussen: 1991 Cursus beleidsonderzoek en -advies 1998 Cursus INK EFQM-auditor 2003 Thymos cursussen Verzakelijking en Adviesvaardigheden 2003 Training Auditor Hoger onderwijs NQA i.s.m. Lloyd s Register NQA visitatie Logopedie Windesheim 53/56
Bijlage 3: Bezoekprogramma Programma visitatie bacheloropleiding Logopedie Christelijke Hogeschool Windesheim op 2 oktober 2007 Tijdstip Programmaonderdeel Deelnemers 9.00 11.00 uur Ontvangst Panel Materiaalbestudering 11.00 11.45 uur Gesprek met opleidingsmanagement Wim Kromdijk Hannelies van der Pol Liesbeth Gebben 11.45 12.30 uur Gesprek met studenten Sineke van Heerde Thomas Wieringa Anouk Bruggink Fieke Schreij Maaike Nagelhout Imke de Graaf Roosmarie Kroon Ninja Mooiweer 12.30 13.15 uur Lunchpauze Panel 13.15 14.00 Gesprek met docenten Carry Lindenberg Gertrude Priester Anna Rullmann Ineke de Groot Wilma Lipke Frank Demilt Yolanda Hoefman Manon Schrijnemaeker 14.00 14.45 uur Gesprek met werkveld en afgestudeerden 14.45 15.15 uur Rondleiding Panel 15.15 17.00 uur Paneloverleg en eventueel extra Panel gesprekken 17.00 17.30 uur Gesprek met opleidingsmanagement en afronding 17.30 18.00 Afsluitend paneloverleg (optioneel) Panel Gerdiene Drost Rosanne Maalderink Christien van Seggeren Ronald Verbeek Marjan Jager Myra Vermeulen Antoinette Keulen Wim Kromdijk Hannelies van der Pol Liesbeth Gebben 54/56 NQA visitatie Logopedie Windesheim
Bijlage 4: Overzichtslijst van door de opleiding ter inzage gelegd materiaal Materiaal Beleidsdocumenten (op opleidings- en hogeschoolniveau) kwaliteitszorg organisatie personeelsbeleid (o.a. functie- en kwalificatieprofielen, documentatie over functioneren en professionaliseren) onderwijsbeleid en toetsbeleid rendementsbeleid Onderwerp/facet 5 3 2 5, 6 Evaluatierapporten/ -resultaten (zowel intern als extern onderzoek) Inclusief de meetinstrumenten 2, 3.3, 4, 5, 6.2 Onderwijs- en examenregeling Beoogde eindkwalificaties 1 Beroepsprofiel of vergelijkbaar document 1 Studiegids 2, 4.2 Overzicht van het programma (voor elke variant en locatie) 2 inclusief studiepunten Overzicht van personeel (kwalificaties van docenten) 3.1 Kengetallen 6.1 Curriculummateriaal: 2 modulehandleidingen stage/afstudeerhandleidingen boekenlijst projectopdrachten deficiëntieprogramma s studieboeken readers Toetsen, portfolio s en assessments, inclusief beoordelingen 2.8, 6.2 Afstudeerproducten, inclusief beoordelingen 6.2 Stageverslagen, inclusief beoordelingen 2.8 NQA visitatie Logopedie Windesheim 55/56
Bijlage 5: Domeinspecifieke competenties Deze zijn te vinden op de website van de HBO-raad: www.hbo-raad.nl 56/56 NQA visitatie Logopedie Windesheim