KAREL DE GROTE HOGESCHOOL Professionele bachelor in het onderwijs: lager onderwijs Onderwijsgroep Welzijn, Onderwijs en gezondheid Campus Zuid, Brusselstraat 45-2018 Antwerpen T: 03/613.14.66 M: praktijkcel.pbklo@kdg.be W:http://praktijkweb.kdg.be LESVOORBEREIDING nr: 4 Naam: Valerie Van Eester Stage: 4 Klasgroep: 1 PBLO C School+adres: GBS Lindenlaanschool Lindenlaan 141 9120 Beveren Leerjaar: 2 Aantal lln.: 24 Datum: vrijdag 24 maart 2017 Mentor: Lien Van de Wille Uur: 8.55u - 9.20u Leergebied: Wereldoriëntatie Leerdomein: Natuur Lesonderwerp: Thema lente Inleiding van het thema op een leuke manier Bedenkingen door de mentor (Mentor: enkel de conclusie v/d feedback noteren, de concrete feedback wordt vermeld in de lesvoorbereiding zelf.) X Met deze lesvoorbereiding mag je lesgeven, indien je rekening houdt met de feedback. Deze les mag je niet geven, want je diende de lesvoorbereiding te laat in (minder dan 3 werkdagen voor realisatie) Deze lesvoorbereiding moet je opnieuw maken want Lesvoorbereiding nagekeken op 20/3/2017. Aangepaste versie doorsturen tegen 22/3/2017 Beginsituatie (leerlingspecifieke gegevens - voorkennis van de klasgroep - organisatie) Leerlingspecifieke gegevens Aantal leerlingen in de klas. Voorkennis v/d klasgroep Het is de eerste les over lente. Organisatie / Situering in het leerplan en de leergebiedoverschrijdende eindtermen (Geef de juiste leerplandoelen weer. Per dag situeer je minstens 1 les in de leergebiedoverschrijdende eindtermen.) WO-NAT-01.01 De leerlingen herkennen en benoemen op basis van geluid, geur, kleur, smaak en gevoel elementen uit hun leefwereld. WO-NAT-01.05 De leerlingen drukken hun waarnemingen op verschillende manieren uit. WO-NAT-03.03 De leerlingen herkennen en benoemen veel voorkomende dieren uit hun omgeving. WO-NAT-03.04 De leerlingen herkennen en benoemen veel voorkomende planten uit hun omgeving. 1
Kerndoel (Streef naar maximum 4 kerndoelen die je op het einde van de les wil bereiken. Nummer de kerndoelen.) (Evalueer na de les of de leerlingen de kerndoelen al dan niet bereikt hebben door de kerndoelen te markeren.) 1. De lln. kunnen met eigen woorden weergeven (vertellen) waaraan deze muziek (Welke muziek? Maak dit specifieker) hen doet denken. 2. De lln. kunnen de verschillende delen in De lente van Vivaldi van elkaar onderscheiden. 3. De lln. kunnen tekeningen die de muziek inhoudelijk weergeven in de juiste volgorde schikken. Pijlers van de krachtige leeromgeving (Kruis aan welke pijlers van de krachtige leeromgeving expliciet verwerkt zitten in je les. Integreer minimum 3 zinvolle pijlers.) V PIJLERS V/D KRACHTIGE LEEROMGEVING N Positief en motiverend klasklimaat: de leerlingen worden voldoende gemotiveerd bij de start en tijdens de les. Werkelijkheidsnabij: de inhoud wordt gekaderd binnen of gelinkt aan herkenbare situaties en/of ervaringen. Leerlingenactiviteit: de leerlingen worden actief bij de les betrokken. Leerlingeninitiatief: er is ruimte voor inbreng van de leerlingen. Herhaling en geleidelijkheid: er wordt aangesloten bij de voorkennis v/d leerlingen + de leerinhoud wordt inzichtelijk en geleidelijk aangebracht. Differentiatie: de leerlingen worden op hun eigen niveau uitgedaagd en/of begeleid. Waarden-vol: vanuit het lesonderwerp of opbouw van de les, is er aandacht voor waarden en normen.. Bronnen (Notering volgens de APA-normen: handboeken, naslagwerken, www, documentatie v/d stageschool of hogeschool, ) Hoedemakers, M. & Van Praet, C. (2001). Werosignaal 2, Wereldoriëntatie voor de tweede klas. Handleiding met kopieerbladen, Mechelen: Wolters Plantyn. Bijlagen (Geef kort aan welke bijlagen bij deze lesvoorbereiding horen.) 1) ingevuld werkblad 2
Bordschema (Zo ziet je bordplan eruit op het einde van de les. Bij gebruik van het digibord: voeg alle slides toe, dus niet enkel het bordboek.) Lente Geel Roos Groen Blauw Rood Oranje Paars Narcis Tulp Lavendel Roos Paardenbloem LENTE Vogels Eekhoorn Wesp Bij Egel Eend Pasen Pinksteren Maart April Mei Juni 3
Concrete lesdoelen: De leerlingen kunnen: - een lied omzetten op papier. FASE 1: Vivaldi Materiaal: - Digibord - USB-stick - 24 lege papieren - 24 potloden Werkvorm(en): Doe-opdracht Groeperingsvorm(en): Klassikaal Leerinhoud (WAT?) (Je noteert zeer gedetailleerd en eenduidig de leerstof die per lesfase aan bod komt.) De leerlingen beluisteren het liedje de lente van Vivaldi en tekenen het liedje op het blad door te dansen met hun potlood. Timing (12 min.) 10 min. Onderwijsleeractiviteiten (HOE?) (Je noteert alles wat je tijdens de les zal zeggen, vragen, (voor)doen,, alsook alles wat de leerlingen zullen doen, antwoorden,.) Deze fase neemt de helft van de lestijd in beslag. Je zal deze moeten inkorten om de les tijdig rond te krijgen. Je moet het lied niet volledig laten horen, rond op het juiste moment af. De leerkracht deelt lege papieren uit. De leerkracht vertelt ondertussen: Ik heb vandaag weer een liedje meegenomen. Het is al een heel oud liedje, het is geschreven in 1723!. We gaan het straks eens beluisteren. Jullie hebben allemaal een leeg blad voor jullie gekregen. Iedereen mag een potlood nemen en tekenen op het blad wat ze horen met strepen of cirkels. Je potlood moet dus dansen op het papier op het liedje. Verduidelijk de opdracht dat ze moeten tekenen op het ritme van de muziek (hiervoor moeten ze goed luisteren). De leerkracht laat het liedje horen. De leerkracht loopt ondertussen rond in de klas. De leerlingen tekenen op hun blad. 2 min. Het lied is gedaan. De leerkracht vraagt wat ze van het liedje vonden. De leerkracht duidt enkele leerlingen aan. De leerlingen antwoorden. Dit is al een heel oud liedje, weet er iemand wie dit liedje heeft geschreven? 4
De leerlingen antwoorden van niet. (misschien kent iemand dit wel ) Dit liedje is geschreven door Vivaldi in de 18 e eeuw. Hij heeft heel veel liedjes geschreven, maar dit is zijn bekendste werk. Hij speelde heel goed viool, maar hij schreef ook heel graag liedjes. Dit stukje is maar een klein deel van een heel groot werk, dit liedje noemt de lente. Maar in grote stuk zitten er ook nog winter, herfst en zomer. 5
Concrete lesdoelen: FASE 2: Werkblad invullen Materiaal: De leerlingen kunnen: - zeggen welke dieren er bij de lente horen. - zeggen welke bloemen er bij de lente horen. - zeggen wanneer de lente valt.(in welke maanden het lente is) - zeggen aan welke kleuren ze denken bij lente. - zeggen welke feesten er tijdens de lente zijn. Werkvorm(en): Doe-opdracht - Werkblad - Krijt - Krijtbord Groeperingsvorm(en): Klassikaal De leerlingen vullen het werkblad in (bijlage 1) Leerinhoud (WAT?) (Je noteert zeer gedetailleerd en eenduidig de leerstof die per lesfase aan bod komt.) Timing Onderwijsleeractiviteiten (HOE?) (Je noteert alles wat je tijdens de les zal zeggen, vragen, (voor)doen,, alsook alles wat de leerlingen zullen doen, antwoorden,.) (8 min.) 8 min. Hebben de leerlingen het blad al of moet dit nog uitgedeeld worden? Nu mogen jullie dit blad nemen. Bundel zal klaar liggen op het bureau. De leerkracht laat het blaadje zien. De leerlingen pakken (nemen) het blaadje werkblad. De leerkracht vraagt: Wat zien jullie staan op het blad? De leerling antwoordt: Een bloem Dat klopt, en in elk blaadje staat een ander woord. Wie kan mij deze woorden eens voorlezen? De leerling leest voor: bloemen, dieren, de maanden, feesten in de lente, kleuren. 6
Juist, wij gaan in elk blaadje schrijven waaraan we denken. In het bovenste blaadje van de bloem staat bloemen. Wie weet er welke bloemen er groeien in de lente? Stel open vragen (vragen waarop veel antwoorden komen). Nu zal je enkel ik als antwoord krijgen en zal je bijvragen moeten stellen. De leerling antwoordt. Welke antwoorden verwacht je? Noteer voor jezelf enkele typische lentebloemen (roos en lavendel zijn geen lentebloemen). De leerkracht schrijft alles mee aan bord. De leerkracht vraagt dit tot er geen ideeën meer over zijn. Oké, we hebben toch al een aantal bloemen, in het volgende blaadje moeten we dieren schrijven. Welke dieren zien we vooral in de lente? Welke antwoorden verwacht je? Noteer voor jezelf enkele dieren die je in de lente veel ziet (eekhoorn en egel = herfst, bij, wesp= zomer). In de lente zien we veel jonge dieren (kalfjes, geitjes, lammetjes, ). De leerling antwoordt. De leerkracht vraagt dit tot er geen ideeën meer over zijn. Super! In het volgende blaadje moeten we de maanden schrijven. Wie kan er mij zeggen tijdens welke maanden de lente valt? het lente is De leerling antwoordt: Maart, april, mei en juni Bij deze vraag is het ideaal om even door te vragen wanneer de lente begint en eindigt. Inderdaad, en welke feesten vallen vieren we er tijdens de lente? De leerling antwoordt: Pasen. Dat klopt, en welke nog? De leerling antwoord: Pinksteren. Hemelvaart, verjaardagen, communiefeesten, schoolfeest, Dat klopt! En wat moeten we in het laatste blaadje schrijven? 7
De leerling antwoordt. De leerkracht vraagt dit tot er geen ideeën meer over zijn. Hier ontbreekt een stukje. Welke vraag? Welke antwoorden verwacht je? 8
Concrete lesdoelen: FASE 3: Tuinkers planten Materiaal: De leerlingen kunnen: - instructies nauwkeurig opvolgen en uitvoeren. - plastic bakjes - watjes - zaadjes - water Werkvorm(en): Doe-opdracht Groeperingsvorm(en): Klassikaal Leerinhoud (WAT?) (Je noteert zeer gedetailleerd en eenduidig de leerstof die per lesfase aan bod komt.) De leerlingen gaan zelf tuinkers planten op watjes. Timing (5 min.) 5 min. Onderwijsleeractiviteiten (HOE?) (Je noteert alles wat je tijdens de les zal zeggen, vragen, (voor)doen,, alsook alles wat de leerlingen zullen doen, antwoorden,.) Voor dit deel kan je perfect het stappenplan uit je bundeltje gebruiken. We gaan vandaag ook zelf eens een plantje planten. We hebben daar niet veel voor nodig. De uitdelers mogen even naar voor komen. De uitdelers komen naar voor. De uitdelers krijgen allemaal zakjes waar alle benodigdheden al in zitten en delen dit uit. Zij gaan jullie allemaal een zakje geven, laat dat nog even rustig liggen. Als iedereen zijn zakje heeft gekregen gaat de leerkracht verder. Jullie mogen jullie zakje opendoen en alles eruit nemen. Jullie mogen het water uit het potje voor de helft in het bakje gieten. De leerlingen doen wat er gevraagd wordt. Oké, nu mogen jullie de watjes in het bakje verdelen over de bodem. Als dat is gebeurt gebeurd mogen jullie de rest van het water erover gieten, zodat elk watje goed nat is. De leerlingen doen wat er gevraagd wordt. 9
En als laatste mogen jullie de zaadjes pakken nemen en die verdelen over de watjes. En dan mogen jullie hem op de vensterbank (er zijn geen vensterbanken in de klas) leggen, zodat ze goed in de zon staan. De leerlingen doen wat er gevraagd wordt. Zo, nu zullen we zien of er volgende week al plantjes uit zijn gekomen. 10
BIJLAGEN 1) 11