Dementie Update 2017 23 maart 2017
De Dementie Update 2017 wordt mede mogelijk gemaakt door ABN AMRO.
Beste collegae, De jaarlijkse Dementie Update, editie 2017 heeft weer een aantal actuele thema s bij de kop genomen. Als vanouds, en in respons op de vele evaluaties, proberen we ook nu een combinatie te maken van nieuwe wetenschappelijke inzichten en ontwikkelingen in de zorg. Het programma 2017 is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met onze collega s van het Alzheimercentrum zuidwest Nederland. Ditmaal is gekozen om de indeling van het Deltaplan Dementie aan te houden: voor de patiënt van vandaag en de patiënt van morgen. We starten de dag met een update over het zeer relevante veld van de subjectieve klachten en verassende nieuwe feiten over semantische dementie. Vervolgens zullen wij een inkijkje krijgen in de fundamentele inzichten in Alzheimer, zowel vanuit moleculaire, genetische als pathologische hoek en worden we bijgepraat over de actuele stand van therapie bij dementie. In de middag verleggen we de focus naar de patiënt van vandaag; we houden het praktisch. Neuropsychologie, risicopredictie en de hulp van de computer bij het stellen van de diagnose en prognose. Ook heel praktisch: hoe de CT te gebruiken bij het inschatten van hippocampus atrofie, en wat is nog normaal op hoge leeftijd? We sluiten af met een voordracht over praktisch toepasbaar onderzoek in de lastige afweging tussen primaire psychiatrie en FTD en inzichten in sport-gerelateerde dementie, een relatief nieuw maar heel relevant onderwerp. In de nazit hopen we dat eenieder met elkaar de gelegenheid neemt om het gebodene te bespreken en ervaringen uit te wisselen en de sprekers nog eens kritisch te bevragen. Namens het organiserend comité, Philip Scheltens 1
INFORMATIE EVALUATIE & CERTIFICATEN Na afloop ontvangt u een e-mail met daarin een uitnodiging voor het invullen van een online evaluatie. Daarbij ontvangt u ook een certificaat als bewijs van deelname. Indien van toepassing zullen de accreditatiepunten na afloop worden toegekend. PRESENTATIES De dia s van de presentaties zijn na afloop twee weken beschikbaar via onze website. Via onderstaande link kunt u de presentaties downloaden: https://www.alzheimercentrum.nl/alzheimercentrum/evenement en/dementie-update-2017/ WIFI Wifi is gedurende de hele dag beschikbaar voor uw telefoon, tablet of laptop. U kunt inloggen met de volgende gegevens: Naam netwerk: Work Square-guest Wachtwoord: y5anrfbxncd7 DEMENTIE UPDATE 2018 In 2018 vindt de 21 ste editie van de Dementie Update plaats. Wij hebben voor u alvast een datum, namelijk 22 maart 2018. Noteer deze Dementie Update alvast in uw agenda! 2
PROGRAMMA 8.45-9.15 Ontvangst en Registratie 9.15 uur Opening en welkom. Prof. dr. Philip Scheltens Voor de patiënt van morgen 9.30-9.50 Subjectieve cognitieve achteruitgang: wat is het en hoe onderzoeken we het? Dr. Sietske Sikkes 9.50-10.10 Semantische dementie. Prof. dr. John van Swieten 10.10-10.30 Ontwikkelingen in de fundamentele wetenschap van dementie. Prof. dr. Guus Smit PAUZE 11.20-11.40 Genetische predispositie van amyloid: de twin 60+ studie. Dr. Anouk den Braber 11.40-12.00 Pathologie van Alzheimer: nieuwe inzichten? Drs. Baayla Boon 12.00-12.30 Therapie in 2021: BACE én immuuntherapie? Dr. Niels Prins LUNCH Voor de patiënt van vandaag 13.30-13.50 Neuropsychologie van vasculaire schade. Dr. Esther van den Berg 13.50-14.10 Diagnostiek van dementie: hulp van de computer? Drs. Hanneke Rhodius-Meester 14.10-14.30 Risicopredictie bij de individuele patiënt. Prof. dr. Wiesje van der Flier THEEPAUZE 15.20-15.40 Praktische cutoff waarden voor hippocampus atrofie op CT. Dr. Jules Claus 15.40-16.00 DD psychiatrie en FTD; rol aanvullend onderzoek. Dr. Welmoed Krudop 16.20-16.40 Chronische traumatische encefalopathie. Drs. Jort Vijverberg BORREL 3
Sessie 1 Subjectieve cognitieve achteruitgang: wat is het en hoe onderzoeken we het? Dr. Sietske Sikkes Dr. Sietske Sikkes werkt als universitair docent bij het VUmc Alzheimercentrum en de afdeling Epidemiologie & Biostatistiek. Haar onderzoek zich richt op het alledaags functioneren, cognitie en de eerste tekenen van cognitieve achteruitgang. ABSTRACT Naar schatting heeft de helft van de gezonde ouderen geheugenklachten zonder duidelijk aanwijsbare medische oorzaak. Deze klachten zijn veelal onschuldig, maar in sommige gevallen kunnen deze klachten een voorbode van cognitieve achteruitgang en dementie zijn. Daartoe werd het concept subjectieve cognitieve achteruitgang gepresenteerd (Jessen et al. 2014). Wat wordt daar mee bedoeld? Hoe wordt dit onderzocht? Deze presentatie geeft een overzicht van subjectieve cognitieve achteruitgang en gaat dieper in op onderzoek waarin we in internationaal verband proberen het meten van geheugenklachten te verbeteren. 4
NOTITIES 5
Sessie 2 Semantische dementie. Prof. dr. John van Swieten Prof. dr. John van Swieten is hoogleraar op Preseniele Dementie van het VU Medisch Centrum in Amsterdam en is als staflid verbonden aan de afdeling Neurologie van het Erasmus Universitair Medisch Centrum. Zijn onderzoek richt zich met name op de klinische, genetische en pathologische aspecten van frontotemporale dementie (FTD). ABSTRACT Semantische dementie is een primair progressieve afasie, welke gekenmerkt wordt door benoemproblemen en verlies van woordbegrip en objectkennis. Uitgesproken asymmetrische atrofie van de voorste temporale schors is het kenmerkende beeld op MRI. De aandoening heeft een beginleeftijd tussen 55 en 75 jaar, en komt nooit in families voor. Het onderscheid van SD met de twee andere vormen van primair progressieve afasie is belangrijk. De progressieve niet-vloeiende afasie wordt gekenmerkt door spraakapraxie en agrammatisme, terwijl een langzame spraak, woordvindingsproblemen en gestoorde zinsherhaling kenmerkend is voor de logopenische afasie. Alle drie de varianten kunnen zowel door frontotemporale lobaire degeneratie als de ziekte van Alzheimer veroorzaakt worden. Liquordiagnostiek en 11C-PIB-PET hebben een belangrijke toegevoegde waarde in de diagnostiek bij patiënten met primair progressieve afasie. Het is belangrijk om al in een vroeg stadium van primair progressieve afasie te kunnen bepalen om welke ziekte het gaat, omdat dit consequenties heeft voor de therapie en de prognose. Meer studies met grotere patiëntengroepen en pathologische bevestiging zijn nodig om de waarde van de verschillende vormen van onderzoek voor de differentiatie tussen frontotemporale lobaire degeneratie en de ziekte van Alzheimer te bepalen bij patiënten met primair progressieve afasie. 6
NOTITIES 7
Sessie 3 Ontwikkelingen in de fundamentele wetenschap van dementie. Prof. dr. Guus Smit Prof. dr. Guus Smit is hoogleraar Neurobiologie aan de VU en directeur van het Center for Neurogenomics and Cognitive Research. Hij bestudeert met zijn team fundamentele mechanismen die ten grondslag liggen aan dementie (FTD, AD) om zo nieuwe aangrijpingspunten voor behandeling te identificeren. ABSTRACT Diermodellen van de ziekte van Alzheimer hebben de laatste jaren verassende, nieuwe inzichten gebracht in het mogelijke ontstaan en de progressie van de ziekte. Ik zal aan een aantal voorbeelden illustreren hoe met name vroege cognitieve beperkingen ontstaan en hoe deze in de vroege fase van de ziekte nog met succes kunnen worden behandeld. Ik zal daarbij ingaan op de betekenis van deze vindingen voor het ontwikkelen van therapie. Ook zal ik laten zien hoe nieuwe analyse methoden van postmortem weefsel van de hersenen van Alzheimer patiënten een beter inzicht hebben gegeven in de progressie van de ziekte, en hoe deze gegevens kunnen worden ingezet voor de ontwikkeling van gereedschappen in de diagnostiek. 8
NOTITIES 9
Sessie 4 Genetische predispositie van amyloid: de twin 60+ studie. Dr. Anouk den Braber Dr. Anouk den Braber is senior onderzoeker bij het VUmc Alzheimercentrum waar zij betrokken is bij de dataverzameling en de analyses van de Twin60+ studie, dat als doel heeft om de oorzaken van de ziekte van Alzheimer beter in kaart te brengen. ABSTRACT In 2014 zijn wij gestart met de Twin60+ studie. Bij deze studie verzamelen we biomarkers voor de ziekte van Alzheimer in een groep gezonde oudere eeneiige tweelingparen. Het doel van dit onderzoek is om de oorzaken van de ziekte van Alzheimer beter in kaart te brengen, zodat we in de toekomst in een vroeger stadium kunnen ingrijpen. In deze voordracht zal ik de eerste resultaten van ons onderzoek tonen. Zo laat ik zien dat de overeenkomst tussen eeneiige tweelingen in de hoeveelheid stapeling van het eiwit amyloid in hun hersenen 50% is. Aangezien eeneiige tweelingen 100% van hun erfelijke materiaal delen, kan een verschil in amyloid stapeling binnen deze tweelingen alleen veroorzaakt zijn door omgevingsinvloeden. In het vervolg van ons onderzoek zullen wij kijken welke omgevingsinvloeden dit verschil kunnen verklaren. Wij hopen hierdoor risico/ beschermende factoren voor de ziekte van Alzheimer te vinden. 10
NOTITIES 11
Sessie 5 Pathologie van Alzheimer: nieuwe inzichten? Drs. Baayla Boon Baayla Boon is arts-onderzoeker bij het VUmc Alzheimercentrum. Haar promotieonderzoek PAGE AD (pathological substrate of clinical variability in Alzheimer s Disease) heeft als doel de atypische vormen van de ziekte van Alzheimer beter te karakteriseren, zowel in de pathologie als op de MRI. ABSTRACT De ziekte van Alzheimer (ZvA) wordt in de pathologie gekenmerkt door amyloid beta plaques en tau tangles. Typisch zijn geheugenproblemen het eerste symptoom. Echter, bij 30% van de patiënten met preseniele ZvA is de presentatie atypisch. Deze patiënten hebben klachten als afasie, apraxie of visuospatiële stoornissen, zonder geheugenproblemen. Onderzoek heeft aangetoond dat de verspreiding van tau tangles in atypische vormen van de ZvA afwijkt. Waarom deze verspreiding anders is, is onbekend. Recent onderzoek toont aan dat neuroinflammatie mogelijk betrokken is. Deze voordracht gaat daarom in op de andere pathologische kenmerken zoals amyloid beta en neuroinflammatie en hun relevantie bij de atypische vorm van de ZvA. 12
NOTITIES 13
Sessie 6 Therapie in 2021: BACE én immuuntherapie? Dr. Niels Prins Dr. Niels Prins werkt sinds 2009 als neuroloog bij het VUmc Alzheimercentrum, en is daarnaast sinds 2012 directeur van het Alzheimer Research Center (ARC). Als aandachtsgebieden binnen de cognitieve neurologie heeft hij nieuwe behandelingen voor de ziekte van Alzheimer en andere vormen van dementie, en de rol van cerebrovasculaire schade bij cognitieve achteruitgang en dementie. ABSTRACT Op dit moment lopen er verschillende grote internationale trials met ziekte-modificerende medicijnen tegen de ziekte van Alzheimer. Met het grote aantal mislukte trials in het verleden zijn er heel wat vragen over dit onderwerp te stellen. Hoe kansrijk zijn de medicijnen die nu worden onderzocht? Wat mogen we nog verwachten van monoklonale antilichamen tegen amyloïd beta na het mislukken van het solanezumab programma? En hoe gevaarlijk zijn bijwerkingen zoals amyloid related imaging abnormalities (ARIA)? Hoe staat het met de BACE remmers? En wat is de status van middelen tegen tau? En hoe vroeg moeten we beginnen Alzheimer te behandelen? Is voorkomen ook hier beter dan genezen? In deze voordracht komen bovenstaande vragen aan de orde en krijgt u een update van de meest recente ontwikkelingen op het gebied van nieuwe medicijnen tegen Alzheimer. 14
NOTITIES 15
Sessie 7 Neuropsychologie van vasculaire schade. Dr. Esther van den Berg Dr. Esther van den Berg werkt sinds 2015 als klinisch neuropsycholoog op de afdeling Neurologie en in het Alzheimercentrum van het Erasmus MC in Rotterdam. Zij richt zich vooral op de diagnostiek van mensen met een mogelijke dementie, in het bijzonder de frontotemporale dementie en primaire progressieve afasie. ABSTRACT Het onderzoeksveld van de vasculair bepaalde cognitieve stoornissen ( vascular cognitive impairment of VCI) is volop in ontwikkeling. Enerzijds staan de criteria voor het vaststellen van vasculaire dementie ter discussie en wordt er in toenemende mate onderzoek gedaan naar de rol van vaatschade in de hersenen bij het ontwikkelen van de ziekte van Alzheimer. Anderzijds wordt uit epidemiologisch onderzoek steeds meer duidelijk dat vasculaire risicofactoren, zoals diabetes en overgewicht, meetbare schade in de hersenen en beperkingen in het cognitief functioneren veroorzaakt die bij veel patiënten onderbelicht zijn. Door deze ontwikkelingen gaan er sinds 2006 dan ook stemmen op om de cognitieve beperkingen die het gevolg zijn van vaatschade in de hersenen te benaderen als een spectrum, van subtiel tot zeer ernstig. In deze presentatie wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste onderzoeksresultaten en ontwikkelingen op het gebied van VCI en de vertaling hiervan naar de klinische praktijk. 16
NOTITIES 17
Sessie 8 Diagnostiek van dementie: hulp van de computer? Drs. Hanneke Rhodius-Meester Hanneke Rhodius-Meester is sinds 2014 werkzaam in het VUmc Alzheimercentrum als promovenda en bij de sectie Interne Ouderengeneeskunde als stafarts. Haar promotieonderzoek richt zich op het verbeteren van (vroeg)diagnostiek bij neurodegeneratieve aandoeningen in de klinische praktijk, door onder andere te kijken naar invloed van leeftijd op biomarkers en het gebruik van ICT toepassingen als clinical descision support systems (CDSS). ABSTRACT Diagnostiek naar neurodegeneratieve aandoeningen is complex. De meest voorkomende oorzaak is uiteraard de ziekte van Alzheimer. Maar bij oudere patiënten, komen ook vasculaire dementie en dementie met Lewy lichaampjes frequent voor. Bij jonge patiënten, is frontotemporale dementie veel voorkomend. Voor behandeling en onderzoek, is daarnaast een diagnose steeds vroeger in het ziekteproces belangrijk. Dit is in de praktijk vaak een grote uitdaging. Een clinical descision support system (CDSS) zou hierbij kunnen helpen. CDSSs zijn software tools die de specialist ondersteunen bij de medische besluitvorming. Vanuit een groot Europees project, is hiervoor de PredictND tool ontwikkeld. Tijdens deze presentatie, zult u een overzicht krijgen van alle mogelijkheden en uitdagingen die deze tool biedt. Hoe kan de computer ons helpen in de dagelijkse praktijk? 18
NOTITIES 19
Sessie 9 Risicopredictie bij de individuele patiënt. Prof. dr. Wiesje van der Flier Prof. dr. Wiesje van der Flier is hoofd van het klinisch onderzoek van het VUmc Alzheimercentrum. Zij voert het Amsterdam Dementia Cohort aan, een doorlopend geheugenpoli-cohort met >6000 patiënten met rijke fenotypering (MRI, EEG, CSF biomarkers, PET) en gelinkte biobank (bloed, DNA, CSF). De belangrijkste lijnen van onderzoek zijn heterogeniteit in klinische manifestatie, vroegdiagnostiek, en vasculaire factoren bij Alzheimer. ABSTRACT Patiënten met milde cognitieve stoornissen (MCI) hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van de Ziekte van Alzheimer. Studies laten zien dat 50% van patiënten met MCI binnen 3 jaar de Ziekte van Alzheimer ontwikkelen. Toch is er een groot deel van de MCI patiënten bij wie de symptomen stabiel blijven. MRI of hersenvocht biomarkers kunnen helpen bij het identificeren van patiënten met een verhoogd risico. Echter, wetenschappelijke onderzoeksresultaten kun je niet meteen vertalen naar de inidividuele patiënt in de spreekkamer. Ook zijn er geen richtlijnen die aangeven hoe om te gaan met borderline of tegenstrijdige biomarker resultaten en hoe patiëntkarakteristieken (leeftijd, geslacht, MMSE) deze resultaten beïnvloeden. Tijdens deze voordracht presenteren wij ADappt. Dit is een eenvoudige online applicatie die bij een patiënt met MCI de kans op progressie naar Alzheimer binnen 1 en 3 jaar berekent met en zonder gebruik van biomarkers. Hierbij wordt gebruik gemaakt van patiëntkarakteristieken, MRI en/of hersenvocht biomarkers. Deze applicatie kan het gebruik van biomarkers in de kliniek vergemakkelijken. 20
NOTITIES 21
Sessie 10 Praktische cutoff waarden voor hippocampus atrofie op CT. Dr. Jules Claus Dr. Jules Claus werkt sinds 2009 als neuroloog in het Tergooi Ziekenhuize te Blaricum en Hilversum waar hij samen met zijn collega s de geheugenpolikliniek in Tergooi opgezette. Hij is betrokken bij wetenschappelijk onderzoek naar praktische vraagstellingen in een perifere geheugenpoli met aandacht voor onder meer prevalentie van witte stof afwijkingen en relatie met cognitie, en de waarde in de praktijk van hippocampus atrofie als marker voor de ziekte van Alzheimer. ABSTRACT Hippocampus atrofie kan gebruikt worden als biomarker voor de ziekte van Alzheimer en beoordeling met de visuele mediale temporale atrofie (MTA) schaal van Scheltens ( 0, geen atrofie tot 4, ernstige atrofie) wordt veel gebruikt. Probleem hierbij is dat MTA toeneemt met de leeftijd en dat deze schaal niet is gevalideerd voor gebruik van leeftijdsafhankelijke cutoff waarden in geheugenpoli populaties. Wij onderzochten MTA in de geheugenpoli van Tergooi ziekenhuizen en bepaalden sensitiviteit en specificiteit en optimale cutoff scores voor de gemiddelde waarde van rechter en linker MTA bij vergelijk van 832 patiënten met de ziekte van Alzheimer met 333 patiënten met subjectieve geheugenklachten. De stijging van MTA met de leeftijd neemt af na het 80ste jaar en optimale cutoff waarden per 4 decaden <65, 65-74, 75-84 en 85 zijn: 1.0, 1.5, 2.0 en 2.0. Boven het 85ste jaar is de waarde van MTA beperkt door relatief lage sensitiviteit en specificiteit. 22
NOTITIES 23
Sessie 11 DD psychiatrie en FTD; rol aanvullend onderzoek. Dr. Welmoed Krudop Dr. Welmoed Krudop promoveerde in september 2016 bij het VUmc Alzheimercentrum op haar thesis The frontal lobe syndrome: a neuropsychiatric challenge, betreffende frontotemporale dementie en de psychiatrische differentiaal diagnose. Sinds april 2016 is zij in opleiding tot psychiater bij het UMC Utrecht. ABSTRACT Frontotemporale dementie (FTD) is een vorm van dementie die begint met gedragsstoornissen. Omdat FTD in het begin meestal niet de typische dementieverschijnselen veroorzaakt, zoals geheugenverlies of desoriëntatie, wordt de ziekte vaak niet tijdig herkend. Gedragsstoornissen en verandering van het karakter van de patiënt leiden er regelmatig toe dat FTD wordt aangezien voor een psychiatrische stoornis, zoals een depressie, schizofrenie of een bipolaire stoornis. Anderzijds, krijgen ook psychiatrische patiënten soms ten onrechte de diagnose FTD. In deze voordracht worden de resultaten uit de Laat Ontstaan Frontaal syndroom-studie gepresenteerd, waarin 137 patiënten met gedragsstoornissen prospectief onderzocht zijn. Ook wordt de waarde van MRI-, FDG-PET- en liquor-onderzoek in het maken van het onderscheid tussen FTD enerzijds en psychiatrische stoornissen anderzijds gepresenteerd. 24
NOTITIES 25
Sessie 12 Chronische traumatische encefalopathie. Drs. Jort Vijverberg Everard Vijverberg is in opleiding tot neuroloog in het HagaZiekenhuis in Den Haag en doet hij promotieonderzoek in het verschil tussen de gedragsvariant van frontotemporale dementie en psychiatrische stoornissen zoals depressie, bipolaire stoornis en schizofrenie in het VUmc Alzheimercentrum en GGZinGeest te Amsterdam. Actueel doet hij wetenschappelijk onderzoek naar Chronische Traumatische Encefalopathie (CTE) bij sporters en het Social Brain Project in het Alzheimercentrum VUmc. ABSTRACT Chronische Traumatische Encefalopathie (CTE) is een neurodegeneratieve aandoening, veroorzaakt door herhaaldelijke hoofdletsels bij atleten. In deze voordracht presenteer ik het klinisch spectrum van CTE wat gekarakteriseerd wordt door cognitieve, psychiatrische en motorische symptomen en geef ik uitleg over de pathologie. Bij hersenonderzoek bij CTE-patiënten wordt neerslag van twee typen eiwit gevonden, het tau-eiwit en het TDP-43-eiwit. Het tau-eiwit in CTE is hetzelfde eiwit dat gevonden wordt bij de Ziekte van Alzheimer (ZvA), maar in tegenstelling tot de ZvA wordt er weinig tot geen amyloïd in de hersenen gevonden bij CTE. Het TDP-43-eiwit kan ook aanwezig zijn bij frontotemporale dementie, maar dan niet in combinatie met het tau-eiwit. Gezien het grote aantal mensen, ook in Nederland, dat deelneemt aan sporten waarbij hoofdletsels kunnen ontstaan, is het maatschappelijke belang om CTE goed te onderzoeken zeer groot! 26
NOTITIES 27
NOTITIES 28