TOETSTAAK 39: ONGEVAL

Vergelijkbare documenten
TOETSTAAK 44: NAAR DE TANDARTS

TOETSTAAK 36: GEEF BLOED, RED EEN LEVEN

TOETSTAAK 42: HALLO, MET DE POLITIE?

TOETSTAAK 32: BRAND!!!!

TOETSTAAK 31: BABYSIT

TOETSTAAK 38: A LA CARTE

TOETSTAAK 23: ZOEKERTJE

TOETSTAAK 8: DAT IS LANG GELEDEN!

Na het introducerend gesprek geeft u de cursisten de volgende instructie:

TOETSTAAK 20: DANK U WEL!

TOETSTAAK 9: HARD GEWERKT VANDAAG

TOETSTAAK 3: MIJN ZOON IS ZIEK

TOETSTAAK 28: IK BEN...EN IK HOU VAN...

TOETSTAAK 19: MIJN ZUS GAAT TROUWEN!!!

TOETSTAAK 18: WANNEER IS DE WINKEL OPEN?

TOETSTAAK 26: BRANDBLUSAPPARAAT

TOETSTAAK 15: LUIDRUCHTIGE BUREN

TOETSTAAK 12: KAN HET OP EEN ANDERE DAG?

TOETSTAAK 4: IK BEN IETS KWIJT

TOETSTAAK 5: IK HEB EEN DOKTER NODIG

TOETSTAAK 16: REIZEN MET DE TREIN

TOETSTAAK 29: WAT VIND JIJ VAN BELGIE? DEEL 1

TOETSTAAK 10: DE AFSPRAAK GAAT NIET DOOR

TOETSTAAK 24: ONGEVALLENVERZEKERING

TOETSTAAK 1: ALLES KRIJGT EEN PLAATS

TOETSTAAK 25: NEDERLANDSE LES

TOETSTAAK 2: NEEM DE EERSTE STRAAT RECHTS

TOETSTAAK 27: HET GEHEIME LAND

TOETSTAAK 16: WATEROVERLAST

TOETSTAAK 14: FILE!!!

TOETSTAAK 5: HOU HET VERS

TOETSTAAK 4: EXAMEN NEDERLANDS

TOETSTAAK 8: SORTEREN

TOETSTAAK 15: PAS OP VOOR HET WATER!

TOETSTAAK 11: NICHTEN EN NEVEN

TOETSTAAK 18: TREINEN BIJ VERTREK

TOETSTAAK 17: MET DE KINDEREN OP STAP

TOETSTAAK 10: ZAPPEN. 1. Materiaal nodig voor deze toetstaak. 2. Het afnemen van de toets taak

TOETSTIP 3 MEI Betrouwbaarheid Beoordeling

TOETSTAAK 7: SCHOOLREIS

TOETSTAAK 12: LUISTER NAAR DE RADIO

TOETSTAAK 1: GROETJES UIT BRAZILIE!!!

TOETSTAAK 2: EEN WEEKENDJE WEG...

TOETSTAAK 3: WEERBERICHT

WAAROM DE VOORBEELD- TOETSTAKEN?

HOE ONTWIKKEL IK ZELF EEN GOEDE TOETS?

HOE NEEM IK OP EEN GOEDE MANIER EEN TOETS AF?

Secundair volwassenenonderwijs STUDIEGEBIED TALEN RICHTGRAAD 1&2

TOETSTIP 1 JANUARI 2006 TIP 1: HOE ONTWIKKEL IK EEN VALIDE TOETS?

Secundair volwassenenonderwijs STUDIEGEBIED TALEN RICHTGRAAD 1&2

TIP 2 BEDENK EEN FUNCTIONELE TOETSTAAK OP BASIS VAN EEN CONCRETE SITUATIE

Dagelijks werkperiode 3

TOETSTIP 2 MAART 2006 TIP 2: HOE NEEM JE MONDELINGE INTERACTIETAKEN OP EEN BETROUWBARE MANIER AF?

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo, vmbo

STUDIEGEBIED TALEN RICHTGRAAD 1 EN 2

LEERPLAN "NEDERLANDS VOOR OUDERS" WAYSTAGE (RG 1.1)

Hoe kan je breed en permanent evalueren?

MODERNE VREEMDE TALEN - ASO DUITS Het voorliggende pakket eindtermen beantwoordt aan de decretale situatie waarbij in de basisvorming in de derde

TOETSTIP 9 SEPTEMBER 2005

beoordelingscriterium Cst kan de essentie van verschillende gesprekjes over verkeers- en informatieborden begrijpen

Basisarrangement. Groep: AGL fase 1 Leerjaar 1 Vak: Nederlandse taal. 5x per week 45 minuten werken aan de basisdoelen

LEERPLAN "NEDERLANDS VOOR OUDERS" THRESHOLD (RG 1.2)

Maatschappelijk Informeel (INFO) - A2

TIP 3 BEOORDEEL ZO OBJECTIEF EN CONSEQUENT MOGELIJK

Observatieformulier Leerlijn Engelse taal (TPO) Groep 1 & 2

Lees voor gebruik eerst de uitgebreide handleiding, deel 2: Werken met beoordelingsmodellen productieve vaardigheden.

Lees voor gebruik eerst de uitgebreide handleiding, deel 2: Werken met beoordelingsmodellen productieve vaardigheden.

Gesprekjes voeren Waar sta ik nu?

Profiel Professionele Taalvaardigheid

Samenspraak Examen Nederlands Spreken en Gesprekken voeren 3F

3.4. De profielbeschrijvingen Profiel Toeristische en Informele Taalvaardigheid

Afdeling VAVO. Praktische opdracht HAVO/VWO. Handleiding

Lees voor gebruik eerst de uitgebreide handleiding, deel 2: Werken met beoordelingsmodellen productieve vaardigheden.

Zelfevaluatie-instrument

Module BE NT2 01 Data Operationalisering contacturen Operationalisering projectwerk. Module BE NT2 02 LUISTEREN 1

Het toepassen van algemene regels voor het verlenen van eerste hulp in onvoorziene situaties

SCHRIJVEN Toetstaak een briefje voor de juf (Richtgraad 1.1)

Opdracht Soorten plannen

Luisteractiviteit 3: Opzij, opzij, opzij...

Afdeling VAVO. Praktische opdracht VMBO. Handleiding

Professioneel communiceren: belangrijk onderdeel van dit boek en deze lessen DENK NA: WAAR KAN JE ALS JURIDICH MEDEWERKER TERECHTKOMEN?

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo

Transcriptie:

TOETSTAAK 39: ONGEVAL Vaardigheid: spreken. Doelstelling: de cursist kan in een gesprekssituatie en op beschrijvend niveau zijn beleving (d.i. wensen, noden en gevoelens) verwoorden en vragen naar de beleving van zijn gesprekspartner. Verwerkingsniveau: beschrijvend. Context: openbaar en privé-vervoer. Publiek: onbekende taalgebruiker.. Materiaal nodig voor deze toetstaak Voor elke cursist een toetsblad. Voor uzelf: - een kopie van het toetsblad - een cassetterecorder om het gesprek op te nemen 2. Het afnemen van de toetstaak 2.. Het introductiegesprek U kan deze toets best beginnen met een kort gesprekje over ongevallen. Het is belangrijk voor het goede verloop van de toetstaak dat de cursist even kan praten zonder dat hij daarop beoordeeld wordt. U vraagt de cursist te kijken naar de tekening op zijn toetsblad over een ongeval. Daarna kan u volgende vragen stellen: Heeft de cursist al eens zoiets meegemaakt? Wat is er toen gebeurd? Is hij al eens getuige geweest van een ongeval? Wat heeft hij toen gedaan? 2.2. Mondelinge instructies voor de cursisten Na het introducerend gesprek geeft u de cursist de volgende instructie: Kijk naar de tekening op je toetsblad. We gaan dit spelen. Ik ben de fietser, ik heb een ongeval. Ik heb pijn aan mijn been. Je hebt alles gezien en bent ongerust. Je maakt je zorgen over mij. Je komt naar mij en stelt vragen. Stel drie vragen. Je mag de woorden bij de tekening op je toetsblad gebruiken. Je mag nu beginnen. Veel succes!!!

3. Ondersteunende didactische principes 3.. Aandachtspunten bij het afnemen van de toetstaak Dit is een open gesprek waarbij de cursist drie vragen stelt aan de gewonde fietser. Toch is het belangrijk dat u bijkomende vragen stelt als de cursist een item niet spontaan vermeldt. In dit geval kunnen de hulpvragen er als volgt uitzien: Wat moet ik nu doen, ik denk dat mijn been gebroken is? Hoe moet ik nu naar huis? U kan natuurlijk ook andere hulpvragen stellen. Het is wel belangrijk dat er niet te snel hulpvragen gesteld worden: de cursist moet voldoende tijd krijgen om spontaan zinnen te formuleren. Het kan voorkomen dat een cursist onvoorziene dingen zegt of vraagt. In dit geval kan u hierop naar eigen goeddunken reageren. Het is ook aangeraden dit op het scoreblad van de cursist te noteren. Op die manier kan u hiernaar teruggrijpen en op vergelijkbare manier reageren bij andere cursisten. Toch is het belangrijk rekening te houden met het feit dat hoe meer u als toetsafnemer tussenkomt of reageert, hoe meer verschillen tussen de cursisten gecreëerd worden. Om de objectiviteit van de toetsen zoveel mogelijk te garanderen, moet dit laatste in de mate van het mogelijke vermeden worden. 3.2. Het afstemmen van de toetstaak op de kenmerken van uw cursistengroep Indien u denkt dat het thema niet echt geschikt is voor uw cursisten, kan u natuurlijk kiezen voor een andere topic. Zo kan u een spreektaak maken waarin de cursisten aan een nieuwe medecursist moeten vragen wat hij van België vindt.

4. Het beoordelen en interpreteren van de resultaten 4.. Het beoordelingsmodel De nadruk ligt op het overbrengen van de inhoud van de boodschap, niet op de vorm. Wanneer de vorm van wat de cursist zegt het begrijpen van de boodschap echter belemmert, krijgt de cursist een lagere score op de vormelijke elementen. Het spreektempo mag laag zijn, maar het gesprek moet in zijn geheel niet langer duren dan 5 minuten. Toetsitems Preconditie De cursist voert een gesprek dat in relatie staat tot de gegeven opdracht Item. Item 2. Item 3. De cursist kan een eerste relevante vraag stellen aan het slachtoffer van het ongeval. Minimumvereiste: bijvoorbeeld: fiets kapot? De cursist kan een tweede relevante vraag stellen aan het slachtoffer van het ongeval. De cursist kan een derde relevante vraag stellen aan het slachtoffer van het ongeval. Spreekdurf De cursist doet actief mee aan het gesprek en wacht niet telkens hulpvragen van de toetsafnemer af om een goed antwoord te formuleren. Vorm De cursist maakt eenvoudige korte zinnen, minimaal een onderwerp en persoonsvorm. De zinnen mogen op dit niveau nog af en toe fouten bevatten zoals: uitspraakfouten, fouten tegen de woordvolgorde,.... De fouten die gemaakt worden, hebben geen systematisch karakter; er worden niet steeds dezelfde fouten gemaakt EN de boodschap die de cursist in het gesprek wil overbrengen, blijft ten alle tijde en voor iedereen duidelijk begrijpbaar. OF: De cursist formuleert zinnen, maar maakt systematisch dezelfde fouten, bijvoorbeeld tegen de woordvolgorde, vervoeging,... OF/EN de cursist maakt veel fouten, maar de boodschap is nog steeds duidelijk begrijpbaar. OF: De cursist formuleert onvolledige zinnen of beperkt zich tot enkele losse woorden. Hij herhaalt enkel de instructie of kan helemaal geen antwoord geven. De boodschap is hier en daar onduidelijk/niet begrijpbaar. Score 0,5 0 Totaal 5

4.2 De scoretabel Scoretabel Ongeval Klas:... Datum:.../.../.... 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 0.. 2. 3. 4. 5. Naam van de cursist: Item Item 2 Item 3 Spreekdurf Vorm Totaal op 5

Naam:.. Datum:... TOETS Kijk naar de tekening op je toetsblad. We gaan dit spelen. Ik ben de fietser, ik heb een ongeval. Ik heb pijn aan mijn been. Je hebt alles gezien en bent ongerust. Je maakt je zorgen over mij. Je komt naar mij en stelt vragen. Stel drie. Je mag de woorden bij de tekening op je toetsblad gebruiken. Je mag nu beginnen. Toetsblad cursist www.cteno.be/voorbeeldtoetstaken