Workshop Vlijmscherp! Opzet : Verschillend snijmateriaal leren kennen en verantwoord kunnen omgaan met een keukenmes, een aardappelmesje en een scherp mes met tandjes. (De leerlingen hebben vooraf reeds de informatieve tekst De vuistbijl gelezen.) Materiaal : een keukenschort, een klein snijplankje,een stuk keukenrol verschillende soorten messen/scharen/en ander snijmateriaal die in de keuken gebruikt worden (o.a. dunschillers, appelboor, snijmes voor deeg, snijmes voor kruiden,hakbijltje voor vlees en groenten, snijmesje voor kaas, vormpjes om figuren uit groenten te snijden,speciaal mesje om een komkommer te snijden ) materiaal om de messen te wetten : een wetsteen/een wetmes kleine tomaten ( geen kerstomaten) naargelang het aantal lln. in de werkgroep/ 2 uien per werkgroep / 2 komkommers ( vaste) / appels vlgs. het aantal lln. in de groep / sinaasappels (! navelsinaasappelen) vlgs. het aantal lln. in de groep en per werkgroep 1 gewone sinaasappel/ radijzen/dikke winterwortelen / aardappelen (! gewassen aardappelen die gelijkvormig zijn) 2 à 3 per werkgroep extra aardappelmesjes en scherpe messen met tandjes Doelen : Nederlands : lezen Boodschappen decoderen,begrijpen en interpreteren :( blz.50 en 51) 74.Signaalwoorden begrijpen ( ten eerste, ten slotte, vervolgens, dus, eerst, dan, daarna, )* 89. Volgorde van gebeurtenissen herkennen en reproduceren 101. Handelingen afleiden 106.Bedoelingen afleiden Boodschappen verwerken : Beoordelen en integreren ( blz.51) 207.Allerlei taken en opdrachten uitvoeren 208.Vragen beantwoorden
Boodschappen decoderen, begrijpen en interpreteren 83.Gebeurtenissen herkennen en reproduceren (blz.83) 91.Bedoelingen herkennen en reproduceren. 242.Plezier beleven(blz.85) Taalbeschouwing : D.1.2 Kunnen nadenken over Wat is de boodschap? D.1.3 Kunnen nadenken over Waarover gaat de boodschap? D.1.8.11 Weten welke tekstsoort dit is. Weten waaraan dit te zien is. Weten waarvoor je de tekst kunt aanwenden, waarvoor deze tekst dient. D.2.3.5.4 Visuele aspecten van de tekststructuur : functie, belang, doeltreffendheid van titels, alinea s, tussenkopjes, cursiveringen, vette drukletters,bladspiegel Luisteren (blz.63) 5.2.2. Talige boodschappen decoderen,begrijpen en interpreteren 5.2.3.Communicatieve elementen begrijpen en interpreteren Spreken : (blz.135) 9.3.Communicatieve vaardigheden ontwikkelen en beheersen Enkele gespreksregels respecteren :-elkaar laten uitpraten, niet in de rede vallen maar één kind aan het woord laten bij het onderwerp blijven aansluiten bij de vorige spreker niet te lang zelf aan het woord blijven de bijdrage van andere kinderen respecteren en waarderen Vragen durven stellen Wereldoriëntatie: Overkoepelende doelen(blz.34) 0.5 Kinderen werken samen. 0.7 Kinderen kunnen en durven problemen aanpakken. 0.8 Kinderen ontwikkelen tot autonome leerders. 0.11 Kinderen kunnen kwalitatief en kwantitatief vergelijken. 0.12 Kinderen kunnen uit een aantal vaststellingen zelf conclusies trekken. 0.15 Kinderen kunnen verslag uitbrengen over hun bevindingen. Mens en levensonderhoud (blz.42) 1.3 Kinderen beseffen dat samenwerking met anderen nodig is om een aantal arbeidstaken zo goed mogelijk te kunnen verrichten.
Mens en techniek (blz.88) 6.1 Kinderen zien in dat courante producten gemaakt zijn uit welbepaalde grondstoffen. Dat houdt in dat ze van voorwerpen uit hun omgeving kunnen aangeven dat ze gemaakt zijn van ijzer, steen, hout, plastiek. 6.4Kinderen zien in dat veel voorwerpen in hun omgeving een aanvulling of verbetering zijn van menselijke functies en maken er functioneel gebruik van.dat houdt in dat ze gebruik kunnen maken van instrumenten zoals een dunschiller, een aardappelmes, een scherp mes om de eigen functies te verbeteren en/of aan te vullen. 6.5 Kinderen zien in dat instrumenten evolueren en dat ze bij het eigen lichaam ontstaan zijn.dat houdt in dat ze in de evolutie een vervolgrelatie zien van gevonden naar uitgevonden of gemaakt, van eenvoudig naar complex, van ruw tot precies afgewerkt. 6.6 Kinderen zien in dat producten worden gemaakt volgens bepaalde technische principes. Dat houdt in dat ze ontdekken dat de aard en de kwaliteit van verbindingen en hechtingen in een constructie de stevigheid en de bruikbaarheid ervan bepalen. 6.9 Kinderen weten dat mensen steeds nieuwe systemen, instrumenten en producten hebben uitgevonden en zullen uitvinden om hun werk aangenamer, beter, vaardiger, preciezer, sneller te maken. 6.12 Kinderen kunnen hun materialenkennis en hun kennis van bewegingsprincipes gebruiken bij het ontwerpen van een bereiding.dat houdt in dat ze bij het voornemen om voedingswaren te schillen rekening houden met de werking van vershillende snijmaterialen. 6.13 Kinderen kunnen een bereiding correct uitvoerenen tonen zich bereid om veilig om te gaan met materialen en gereedschap van de klas en van zichzelf. 6.14 Kinderen kunnen gebruik maken van hun kennis over en vaardigheid in techniek om een bereiding te maken. Dat houdt in dat ze : -geschikt gereedschap kiezen -kunnen bevestigen, verdelen,snijden en afwerken -hun materialenkennis en hun kennis van constructie-en bewegingsprincipes functioneel kunnen toepassen,* -zich bereid tonen nauwkeurig, veilig en hygiënisch te werken * * zie ook leerplan Muzische opvoeding, deelleerplan Beeldopvoeding. 6.15 Kinderen kijken kritisch naar een zelfgemaakt product Dat houdt in dat ze : -controleren of een zelfgemaakt product voldoet aan de zelf vooropgestelde eisen
Mens en natuur(blz.98) 7.17 Kinderen beseffen dat de aarde bron is van energie en van grondstoffen.dat houdt in dat ze zich ervan bewust zijn dat voor hen bekende gebruiksgoederen maar geproduceerd kunnen worden dankzij elementen van de aarde. 7.20 Kinderen kunnen een verband leggen tussen de eigenschappen van een aantal materialen en het gebruik dat er van gemaakt wordt. Dat houdt in dat ze kunnen uitleggen dat ijzer gebruikt wordt voor snijmateriaal omwille van de stevigheid en de degelijkheid. Mens en tijd ( blz.109) 8.12 Kinderen zien in dat mensen, objecten, opvattingen,structuren,evolueren in de tijd.dat houdt in dat ze met voorbeelden kunnen aantonen hoe dagelijkse gebruiksvoorwerpen in de tijd evolueren.dat ze kunnen vaststellen en uiten dat mensen nu andere gewoonten en gebruiken hebben dan vroeger.dat ze inzien dat de gebruiksvoorwerpen die er nu zijn, niet altijd waren. Dat ze weten dat door de evolutie van de techniek het leven van mensen verandert. Dat ze een aannemelijke verklaring kunnen geven voor vastgestelde evoluties. Mens en medemens (blz.68) 4.2 Kinderen ontwikkelen vertrouwen in eigen mogelijkheden. 4.9 Kinderen kunnen leiding volgen of meewerken. 4.11 Kinderen kunnen een ander helpen door zich dienstbaar op te stellen. 4.12 Kinderen kunnen hulp vragen en zorg aanvaarden. Mens en samenleving (blz.78) 5.6 Kinderen zien in dat samenleven het naleven van allerhande omgangsvormen, leefregels en afspraken veronderstelt en kunnen zich daaraan houden.
Soorten messen : stappenplan voor de begeleider 1) Uitleggen dat een mes een functie heeft om te snijden en verwijzen naar de prehistorie waarbij de mens gebruik maakte van botte stenen. 2) Uitleggen en illustreren met verschillend snijmateriaal dat er in elk beroep gebruik wordt gemaakt van snijmateriaal. bv. om af te snijden, om uit te snijden 3) Tonen dat de mens ook materiaal heeft om dat snijmateriaal te wetten. bv. een wetsteen/een wetmes 4) A.h.v. concreet materiaal de verschillende soorten messen verbinden met het doel. 5) Samen met de lln. zoeken hoe alle snijmateriaal heel functioneel kan gebruikt worden en de lln. voortonen hoe ze bv. een appel veilig moeten schillen en dit vervolgens door de lln. laten uitvoeren met verschillend snijmateriaal om te ontdekken welk snijmateriaal nu het meest functioneel is bij welk doel. 6) Zelf een demonstratie geven met de grotere messen om bv. een ajuin te snijden en uitleggen aan de lln. hoe je kan voorkomen dat je gaat wenen bij het versnijden van een ui. ( door de ui een tijdje op voorhand in de ijskast of in de diepvries te steken) De lln. het verschil tonen met een ui die niet uit het vriesvak komt. 7) De lln. nu bv. een wortel laten schillen en de wortel vervolgens met het aangepaste snijmateriaal in plakken snijden waarna deze plakken bv. als een net kunnen worden versneden of waarbij de lln. met kleine vormpjes figuurtjes uit de wortel kunnen snijden om bv. als garnituur bij groentjes of een koude schotel te gebruiken. 8) De lln. het verschil uitleggen tussen een navelsinaasappel en een gewone sinaasappel. Deze laatste heeft een dunnere schil en bemoeilijkt het schillen ervan. De lln. vervolgens tonen hoe ze het gemakkelijkst een sinaasappel kunnen schillen met een mes en de lln. dat dan ook eens laten uitvoeren.(n.b. Navelsinaasappelen hebben doorgaans minder pitten maar zijn enkel te verkrijgen in de periode februari-maart) 9) De lln. voortonen hoe ze met een radijzenschiller radijsjes in een mooie vorm kunnen schillen en dit vervolgens eens laten uitvoeren door enkele lln.) 10)idem andere groenten zoals bv. een komkommer 11) uitleggen aan de lln. dat er ook virtuele messen bestaan bv. het knippen op de computer