Beheerplan onderhoud groen 1. Inventarisatie openbaar groen Het openbaar groen in de gemeente is geïnventariseerd en in beeld gebracht met het software beheerspakket DGdialog. Onder het openbaar groen worden in deze nota ook de sportvelden, de begraafplaatsen en de speelplaatsen (exclusief speeltoestellen) gerekend. De meeste van deze voorzieningen liggen binnen de bebouwde kom. Op een aantal plaatsen wordt er buiten de bebouwde kom onderhoud uitgevoerd aan het open-baar groen. Het beheersysteem DGdialog levert de volgende geïnventariseerde gegevens aan: Overzicht hoeveelheden DGdialog GROEN 2007 2008 toename Bomen 12.610 14.226 st 13% Hagen 28.608 32.283 m1 13% Bermgras (talud + vlak) 333.399 402.270 m2 21% Braakliggend terrein/ruigte 9.604 24.160 m2 152% Ruw gras (vlak + talud) 424.375 222.486 m2-48% Gazon 504.461 793.155 m2 57% Grassportvelden 211.867 242.034 m2 14% Trapvelden 25.049 24.892 m2-1% Bos 114.191 129.865 m2 14% Bosplantsoen 452.698 461.850 m2 2% Sierheesters 120.455 133.983 m2 11% Rozen (botanisch + struik) 19.291 19.568 m2 1% Wisselperken 606 483 m2-20% Vaste planten 9.723 6.364 m2-35% Blokhagen 15.403 m2 Totalen/toename areaal groenvoorziening 2.225.719 2.476.513 m2 11% Zwarte grond (vnl. op begraafplaatsen) 17.861 m2 Totaal areaal groenvoorzieningen 2.494.374 m2 In gebruik genomen grond 337.935 m2 INRICHTINGSELEMENTEN Afvalbakken 662 699 st 6% Banken 661 654 st -1% Bloembakken (los + vast) 222 224 st 1% Totalen/toename areaal inrichtingselementen 1.545 1.577 st 2% VERHARDINGEN Verharding in groen (schelpen klinker, asfalt, gralux etc.) 100.166 122.687 m2 22% Speelplaatsen 5.710 7.152 m2 25% Totalen/toename areaal verhardingen (in het groen) 105.876 129.839 m2 23% Beheerplan onderhoud groen Pagina 1
Toelichting op dit overzicht: In 2008 heeft er een inspectie plaatsgevonden om ontbrekende gegevens te inventariseren, tevens is het systeem geoptimaliseerd. Dit verklaard de toename, van globaal genomen, 10% extra openbaar groen in 2008 t.o.v. 2007; De grote hoeveelheid in gebruik genomen grond is een opvallend aspect, los van het voorliggende voorstel verdient het de aanbeveling om beleid te ontwikkelen hoe hier mee om te gaan; De inventarisatie is exclusief oppervlaktewater in vijvers, sloten etc. Deze gegevens zijn (nog) niet geïnventariseerd. Het is noodzakelijk om ieder jaar een inventarisatie uit te voeren om het systeem up-to-date te houden. Bij een inventarisatie worden de aangebrachte wijzigingen in het openbaar groen vastgelegd. Het muteren van de inventarisatiegegevens in DGdialog gebeurd door de afdeling beheer. Grote wijzigingen door het rechtstreeks aanleveren van de revisiegegevens door de uitvoerende aannemer. Bij kleine wijzigingen op indicatie van de kernvoorman. Deze wijzigingen samen met een indexering op loon- en materiaal kosten zorgen voor een jaarlijkse indexering welke dient te worden bijgeraamd op basis van het beheersysteem DGdialog. 2. Vaststelling ambitieniveau Aanleiding In de doelstelling van het bestuursakkoord en in de programmabegroting 2008-2011 is vastgelegd dat er een systematische aanpak van het beheer moet komen en dat het beheer van de openbare ruimte prioriteit verdient. De voordelen van een vastgelegd beheer in een beheerplan zijn duidelijk: Verantwoording van budgetten en kosten; Duidelijkheid naar raad en burgers over het te verwachten onderhoudsniveau; Uitgangspunt voor onderhoudscontracten, bestekken en programma s van eisen; Uitgangspunt voor medewerkers van eigen dienst. s Om een keuze te kunnen maken in het niveau van onderhoud van het openbaar groen zijn er een aantal varianten opgesteld. De varianten zijn gebaseerd op verschil in kwaliteit. Met andere woorden: hoe netjes ziet de openbare ruimte eruit? Welk ambitieniveau wil de gemeente hanteren? In dit voorstel zijn drie kwaliteiten gedefinieerd: 1. Representatief Bij het ambitieniveau representatief ziet het beeld er verzorgd uit. Mooi en comfortabel zijn de steekwoorden bij deze kwaliteit. Het openbaar groen maakt een verzorgde indruk. 2. Het ambitieniveau basis houdt in dat er een basiskwaliteit wordt gehanteerd: het groen wordt op een functionele manier onderhouden Het is voldoende om het groen gedurende langere tijd duurzaam in stand te houden. 3. Minimaal Het kwaliteitsniveau minimaal komt tot uiting in een minimale hoeveelheid onderhoud die wordt gegeven. Het groen ziet er op sommige plaatsen onverzorgd uit. Er ontstaan achterstanden. In eerste instantie zijn er minimale kosten, maar deze achterstanden leiden op een zeker moment tot de noodzaak van een vervroegde renovatie of een Beheerplan onderhoud groen Pagina 2
ingrijpmoment waarbij het alsnog noodzakelijk is extra geld te besteden. Ook het afhandelen van de, meer dan gebruikelijke klachten, veroorzaakt door de achterstandstoestand (incident-management) zorgt voor extra kosten. Voor deze drie verschillende ambitieniveaus is per beheergroep (een beheergroep is een min of meer uniform onderdeel van de groenvoorziening bijvoorbeeld beheergroep bomen of beheergroep gras of beheergroep prullenbakken etc.) een werkpakket (werk-pakket: die handelingen die noodzakelijk zijn om de beheergroep te beheren) gemaakt. In het werkpakket staat omschreven welke werkhandelingen er uitgevoerd moeten worden om het gewenste ambitieniveau in stand te houden. gebieden Het is goed voor te stellen om het ambitieniveau te laten bepalen door de locatie. Het openbaar groen hoeft niet overal een zelfde uitstraling te hebben. In dit voorstel is bij het bepalen van verschillende ambitieniveaus uitgegaan van de verschillende bestemmingen van gebieden, de volgende gebieden zijn onderscheiden: 1. Begraafplaatsen, (Winkel)Centra, Doorgaande routes; 2. ; 3.. Varianten Op basis van de ambitieniveaus en de bestemming van de gebieden zijn er de volgende varianten te bedenken: Variant A groenbeheer (chemische onkruidbestrijding ++) (Winkel)Centra, Doorgaande routes, Begraafplaatsen Representatief Variant B groenbeheer (chemische onkruidbestrijding ++) (Winkel)Centra, Doorgaande routes, Begraafplaatsen Variant C groenbeheer (chemische onkruidbestrijding ++) (Winkel)Centra, Doorgaande routes, Begraafplaatsen Representatief Minimaal Beheerplan onderhoud groen Pagina 3
Variant D groenbeheer (chemische onkruidbestrijding -/+ wettelijk kader na 1-10- 2008 duidelijk) (Winkel)Centra, Doorgaande routes, Begraafplaatsen Representatief Variant E groenbeheer (chemische onkruidbestrijding -/+ wettelijk kader na 1-10- 2008 duidelijk, omvorming van intensief openbaar groen naar extensief openbaar groen) (Winkel)Centra, Doorgaande routes, Begraafplaatsen Representatief De bovengenoemde vijf varianten zijn mede tot stand gekomen op basis van het huidige onderhoudsniveau en wat reëel lijkt voor de gemeente. (Uiteraard zijn er nog meer varianten denkbaar in verschillende combinaties.) Variant B benadert het meest de huidige situatie in de gemeente, alhoewel er ook nu al wordt gedifferentieerd per locatie. De huidige manier van werken is dat ieder gebied op een zelfde basis manier wordt onderhouden, met fors gebruik van chemische onkruidbestrijding. Op dit moment is variant E voor de gemeente de meest reële optie, mede ook omdat het gebruik van de chemische onkruidbestrijding in de toekomst verder aan banden wordt gelegd en omdat het niet acceptabel is om bovenmatig gebruik van chemische onkruidbestrijding met het middel Casoron G in de toekomst door te zetten. Variant E is gelijk aan variant A maar met een acceptabel gebruik van chemische onkruidbestrijding in de groenvoorzieningen en omvorming van 20ha groen van intensief onderhoud naar extensief onderhoud. Op dit moment is het gebruik van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen in de gemeen-telijke plantsoenen dermate hoog dat het de wettelijke norm overschrijdt! Een andere reden is dat er in de toekomst meer gewerkt gaat worden met het afkop-pelen van verhard oppervlak. Als verhard oppervlak wordt afgekoppeld, dan is het vanzelfsprekend om bij het beheer van de openbare ruimte geen bestrijdingsmiddelen meer te gebruiken. Doel van de afkoppeling is immers het vasthouden van schoon regenwater. Door het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen zou het oppervlaktewater weer vervuild kunnen worden. Wellicht wordt het onkruidbestrijdingsmiddel volgend jaar verboden als het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) Casoron G opnieuw tegen het licht gaat houden. Op dit moment mag het middel tot 1 oktober 2008 worden gebruikt en wordt er door het college toelating bestrijdingsmiddelen beoordeelt of het middel toegelaten wordt voor gebruik na 1 oktober 2008. Nu al waarschuwt het ministerie van VROM gemeenten het gebruik zoveel mogelijk terug te dringen. Wanneer dit middel wordt verboden voor gebruik betekent dit dat er hoe dan ook over moet worden gestapt op alternatieve methoden om het onkruid te bestrijden. Beheerplan onderhoud groen Pagina 4
Mede om deze redenen is variant E voor het toekomstige beleid extra interessant. Het volledig uitbannen van chemische middelen is mede om kostentechnische redenen niet haalbaar. Het beleidsuitgangspunt moet zijn om het gebruik op een aanvaardbaar en acceptabel niveau te brengen. Een keuze voor variant E betekent een forse verhoging van de budgetten voor openbaar groen. Op basis van deze variant is gezocht naar de mogelijkheid om het openbaar groen op een andere manier te onderhouden. Uit dit onderzoek is variant E ontstaan. Variant E is vergelijkbaar met variant D en op termijn goedkoper door de vereenvoudiging van het aanwezige areaal openbaar groen van intensief naar extensief. De gemeente Sluis heeft totaal 250 ha openbaar groen in haar bezit, hiervan is ca. 20 ha intensief openbaar groen. 3.Conclusie Het beheerplan uitgaande van ambitieniveaus is een omslag in denken. In plaats van te sturen op het budget wordt er gestuurd op kwaliteit. De kwaliteit is het uitgangspunt. Vanuit de vastgestelde kwaliteit wordt het budget bepaald. Hiernaast is het gebruik van chemische onkruidbestrijding in het openbaar groen te hoog. Het is erg belangrijk om een keuze te maken in het gebruik van chemische onkruidbestrijding. In de voorgestelde variant E wordt er wel gebruik gemaakt van chemische onkruidbestrijding, maar binnen een wettelijk aanvaardbaar en acceptabel niveau en met middelen waarvan zeker is dat ze voor langere tijd (in ieder geval tot 2012) toegelaten zijn. Aan de hand van de bovengenoemde varianten stellen wij voor om te kiezen voor variant E en de begroting vast te stellen op basis van dit voorstel. Beheerplan onderhoud groen Pagina 5
Beheerplan onderhoud groen Pagina 6