Inhoud 1 Zuigermotoren... 7 1.1 Typen... 7 1.2 Werking... 8 1.3 Brandstofsysteem... 9 1.4 Brandstof... 11 1.5 Ontsteking... 16 1.6 Smering en koeling... 17 1.7 Vermogen... 20 1.8 Performance... 21 1.9 Bediening... 22 2 (H) Turbinemotoren... 25 2.1 Typen... 25 2.2 Werking... 25 2.3 Brandstofsysteem... 27 2.4 Brandstof... 28 2.5 Performance... 29 3 Systemen... 30 3.1 Hydraulica... 30 3.2 IJs... 30 3.3 Elektriciteit... 30 4 Instrumenten... 37 4.1 Pitot / Statisch systeem... 38 4.2 Vliegsnelheidsmeter (ASI)... 39 4.3 Hoogtemeter... 41 4.4 Stijg en daalsnelheidsmeter (VSI: Vertical Speed Indicator)... 42 4.5 Gyroscopen... 43 4.6 Turn and slip indicator... 43 4.7 Vliegstandaanwijzer (Attitude indicator)... 44 4.8 Koersaanwijzer... 45 4.9 Magnetisch kompas... 46 4.10 Autopilot... 48 4.11 Alerting systems... 49 4.12 Electronic display... 49 5 Casco... 51 5.1 Ontwerpeisen... 51 5.2 Romp... 52 5.3 Landing gear... 53 5.4 Vleugelprofielen... 54 5.5 Staart... 55 6 (A) Vliegtuigen... 56 6.1 Configuraties... 56 6.2 Propeller... 58 6.3 Besturing... 59 7 (H) Helikopters... 63 7.1 Configuraties... 63 7.2 Rotoren... 66 7.3 Besturing... 69 Afkortingen... 71 Glossarium... 73 Register... 75 V
Instrumenten 4 Instrumenten In een luchtvaartuig zijn vele, onder te verdelen naar hun werkingsprincipe, soorten instrumenten te vinden. In deze paragraaf wordt naast instrumenten die op lucht, gyroscopisch, uitzetting of elektrisch werken ook het magnetisch kompas behandeld. Navigatie instrumenten worden bij het vak navigatie behandeld. Bij het onderwerp instrumenten gaat het er niet alleen om te weten hoe ze te gebruiken maar ook om afwijkingen te herkennen en te weten hoe dan te handelen onder vaak moeilijke vliegomstandigheden. omgeving), de absolute druk (ten opzichte van een perfect vacuüm) of over drukverschil (luchtdruk op twee verschillende plaatsen) gaat. De instrumenten van het pitot-statisch systeem en de MAP maken over het algemeen gebruik van membraandozen (aneroid capsule). Een bourdonbuis wordt veel gebruikt om bijvoorbeeld oliedruk te meten. Het principe is gebaseerd op het effect dat een afgeplatte gebogen buis de neiging heeft zich te strekken onder druk. De beweging van de buis is een maat voor de druk. Instrumenten die druk gerelateerd zijn kunnen verschillende eenheden gebruiken om de druk weer te geven. Vroeger werd de druk weergegeven in atmosfeer (atm) wat gelijk stond aan een druk van 760 mm Hg (kwik). Deze Inches of mercury wordt nog veelvuldig in het Brits- Amerikaanse systeem gebruikt. Dat geldt ook voor Pound-force per square inch afgekort psi. In de industrie wordt veel met de bar als eenheid gewerkt. In het SI-eenheden stelsel wordt de Pascal als eenheid gebruikt. In de luchtvaart wordt het niet officiële hectopascal gebruikt. De relatie tussen al deze eenheden is als volgt: Temperatuur is een maat voor de beweeglijkheid van atomen in een molecuul. Bij het absolute nulpunt, de laagste temperatuur die theoretisch bereikbaar is, is geen beweging van atomen meer mogelijk. Ook bij het meten van de temperatuur worden er verschillende eenheden gebruikt. Als het absolute nulpunt als uitgangspunt wordt genomen dan wordt dat punt met 0 kelvin (K) aangeduid (let op de graden aanduiding wordt niet gebruikt). Celsius heeft de temperatuur van smeltend ijs gedefinieerd als 0⁰, dat komt overeen met 273,15 K. 0 K komt dan overeen met -273,15 ⁰C. Bij het werken met drukken moet altijd bedacht worden of het over druk (ten opzichte van de 37
AGK Daarnaast kunnen wrijving, trilling en onbalans voor een afwijkende aanwijzing zorgen dat heet, echte drift. Op de tol-as kan precessie optreden vooral als gevolg van steile bochten en /of kunstvluchten. Hierdoor kan verloop van de aanwijzing optreden. Na het vliegen van steile bochten en dergelijke zal de koerstol door vergelijking met het magnetisch kompas bijgesteld moeten worden. De directional gyro wordt zowel op lucht aangedreven als in elektrische uitvoering waargenomen. Voor de start en tijdens het taxiën wordt als controle op de werking gekeken of de koerstol bij een linker bocht een afnemende koers laat zien en bij een rechter bocht een toenemende koers. Het aardmagnetisch veld is te vergelijken met de magnetische krachtlijnen van een staafmagneet. Noord- en Zuid- polen trekken elkaar aan terwijl gelijknamige polen elkaar afstoten. Door nu twee magneten te nemen, de aarde en de kompasnaald zal de kompasnaald altijd zich evenwijdig aan de magnetische krachtlijnen van de aarde willen orienteren. In het horizontale vlak ondervindt de kompasnaald dus een richtkracht naar het noorden. 4.9 Magnetisch kompas Het magnetisch kompas is al bekend vanaf de 12 e eeuw. In die tijd veelal niet meer dan een stukje ijzererts (magnetiet) dat op een plankje vrij kon ronddrijven. Vooral in gebieden met weinig oriëntatie mogelijkheden was het belangrijk een hulpmiddel te hebben dat altijd naar een vast punt zou wijzen. Daarmee valt het magnetisch noorden te bepalen. Maar als we daar in de buurt komen gaan de krachtlijnen steeds meer loodrecht op het oppervlak van de aarde lopen in plaats van parallel daaraan. Het kompas zal dit volgen en dus een hoek met het horizontale aardoppervlak gaan maken, deze hoek heet inclinatie (of DIP). Er is dus sprake van een verticale kracht. Als het kompas naar beneden gaat wijzen wordt de aanwijzing in het horizontale vlak van het noorden steeds onbetrouwbaarder. Het moderne kompas bestaat uit een kompasnaald met daaraan een kompasroos bevestigd. Dit geheel kan vrij draaien in het kompashuis dat gevuld is met een vloeistof die dient tot demping van de bewegingen. Aan de zijde van de vlieger is een glazen venster aangebracht met daarop in het midden een verticale streep; de zeilstreep. De vlieger kan nu achter de zeilstreep de magnetische richting aflezen. Een andere presentatie laat een kompasroos zien met vaak een vliegtuigsymbooltje dat de voorliggende koers aangeeft. Zoals op bovenstaande figuur valt te zien is de kracht op de kompasnaald in een horizontale en verticale te ontbinden. Door nu aan de zuidkant van de kompasnaald een gewichtje te bevestigen zal deze toch weer horizontaal komen te liggen. 46
Helikopters Rotorkop De rotorkop is de plek waar de rotorbladen aan de rotor-as bevestigd zijn. Deze bevestiging kan op verschillende manieren en met geen, één of meerdere assen plaatsvinden. De manier van bevestigen bepaald in hoeverre de rotorbladen ten opzicht van de rotor kunnen bewegen. Er worden 3 hoofdbewegingen onderscheiden: klappen (flapping); het in verticale richting bewegen van het blad. zwaaien (lead-lag, hunting, jagen); het voor af achterlopen op de rotatie van de rotor-as. rotatie (pitching, feathering, instelbeweging); het draaien om een langsas in het rotorblad. De fully articulated rotor heeft een drietal echte assen waarom heen de bladbewegingen kunnen plaatsvinden. De horizontale as (horizontal hinge) wip om de rotormast kunnen bewegen, wordt een semirigid of teetering rotor systeem genoemd. Door deze wip beweging wordt ook wel de naam "see saw rotor" gebruikt. Om het rijtje compleet te maken werd de term rigid (stijf) rotorkop gebruikt. In het geval van een hingeless rotorkop zijn geen flap en lead-lag as maakt klap bewegingen mogelijk en wordt daarom ook wel de flapping-as genoemd. De verticale as (vertical hinge) maakt lead drag of jaag (hunting) bewegingen mogelijk. Pitch bewegingen (feather) worden mogelijk gemaakt door een lager (bearing) in de pitch-as. Een systeem waarbij de twee bladen (meer kan niet) aan elkaar verbonden zijn en als een soort aanwezig maar nog wel een pitch as. Bij een bearingless rotorkop is ook geen pitch as meer aanwezig. Afhankelijk van het ontwerp wordt de beweging van de bladen mogelijk gemaakt door een elastomerisch materiaal wat de functie van de assen overneemt of door een combinatie met een rotorkop van (flexibel) composietmateriaal. Een moderne term voor een rigid rotorhead is dan ook een flexible rotorhead. Alle krachten die op de helikopter werken tijdens de vlucht lopen via de rotorkop. Afhankelijk van het type ontwerp zal de kop uit massief aluminium of uit moderne meer flexibele composietmaterialen bestaan. Tijdens het draaien van de rotor op volle snelheid zullen de rotorbladen ten gevolge van de centrifugale kracht volledig gestrekt zijwaarts aan de rotorkop verbonden zijn. Bij lagere snelheden zullen de bladen zakken en zo de rotorkop kunnen beschadigen. Droop stops voorkomen deze be- 67