SCHRIJFWIJZER TOETSTERMEN

Vergelijkbare documenten
Toetstermen en taxonomiecodes

Bloom. Taxonomie van. in de praktijk

TOETSONTWIKKELING. in de praktijk HOE MAAK IK GOEDE VRAGEN EN TOETSEN?

De Taxonomie van Bloom Toelichting

Taxonomie van. Bloom in de praktijk van de kleuterklas

Laag Vaardigheden Leerdoelen Formulering van vragen /opdrachten

Taxanomie van Bloom en de kunst van het vragen stellen. Anouk Mulder verschil in talent

Workshop voorbereiden Authentieke instructiemodel

TOETSMATRIJS: Ethiek voor Makelaars en Taxateurs

Rijke Lessen. zetten je aan het denken. Handleiding(etje) Minka Dumont 26 november 2009 SLO - Landelijke Plusklasnetwerkdag

Taxonomie van Bloom. (taxonomie = wetenschap van het indelen) 6. Creëren. Nieuwe ideeën, producten of gezichtspunten genereren

Algemeen. Algemeen te toetsen criteria

LEERRESULTATEN & TOETSTERMEN

Referentieniveaus uitgelegd. 1S - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1S rekenen. 1F - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1F rekenen

Halen we het maximale uit digitaal toetsen? Willeke van Essen-Tamboer, onderwijskundig adviseur Paragin

DENKVAARDIGHEDEN bron: The Parallel Curriculum

Groep 7, blok 1, week 1 Passende Perspectieven, leerroute 3

Tekst Nationaal regime MiFID. Bijlage. Toetstermen als bedoeld in artikel 36a, lid 2. toetsterm 1

WISKUNDIGE TAALVAARDIGHEDEN

Toetsmatrijs Veiligheidsadviseur Spoorvervoer - Initieel en Verlenging

KANDIDAAT BROCHURE. Wft-examens en PEplus-examens

Scoreblad bewis 01. naam cursist: naam afnemer: werkpunt. niet goed. tellen. getalbegrip. algemeen bewerking en. optellen en.

KANDIDAAT BROCHURE. Wft-examens en PEplus-examens

Toetsmatrijs Veiligheidsadviseur wegvervoer - Initieel en Verlenging

Toetsmatrijs Veiligheidsadviseur wegvervoer - Initieel en Verlenging

Toetsmatrijs Veiligheidsadviseur Binnenvaart - Initieel en Verlenging

Toetsmatrijs Veiligheidsadviseur Binnenvaart - Initieel en Verlenging

Onderwijsontwerp. Onderwijsontwerp. methodiek. methodiek. ICT&O

Netwerk 3 basis docentenhandleiding. Docentenhandleiding deel 3A en 3B basis. Inhoud deel 3A. Inhoud deel 3B

Samenstelling initiële Wft-examens

Toetsmatrijs Veiligheidsadviseur Spoorvervoer - Initieel en Verlenging

Werkvormen Financiële Zelfredzaamheid. Theo Roos

Toetsmatrijs Planner wegtransport - Transportorganisatie

Gesloten vraagvormen in TestVision

Toetstermen STIBEX Moderne Bedrijfsadministratie Financiering 5

dag van de wiskunde 2013

Denken kun je Leren!

Toetsanalyse. "Van je fouten kun je leren." Maar dan moet je eerst wel fouten gemaakt hebben. Die kans krijg je bij toetsen.

Studieplanner Periode 1 Klas: V3 Vak: economie

teksten 1 niveau AA (november), voor deel 1 en 2

Toetsmatrijs Veiligheidsadviseur Wegvervoer - Initieel en Verlenging

Naar een valide, betrouwbare, transparante, haalbare leerlingenevaluatie in 4 stappen. Stap 1

KANDIDATENBROCHURE. Wft-examens

EXAMENPROGRAMMA. Financieel-Administratief Diploma('s) Diplomalijn(en)

TOELICHTING OP HET NIEUWE EXAMEN MAATSCHAPPIJWETENSCHAPPEN HAVO 2019

DEEL II DOEN! - Praktische opdracht statistiek WA- 4HAVO

EXAMENPROGRAMMA. Diplomalijn(en) Diploma('s) 5 (vergelijkbaar met hbo-ad) Versie 3-0 Geldig vanaf Vastgesteld op Vastgesteld door

MODULEBESCHRIJVING FFEBAC0111 (BAD1.1)

EINDTERMEN en ONTWIKKELINGSDOELEN Zoektocht in het Maascentrum. A. Eindtermen voor het basisonderwijs vanaf 01/09/2010

Toetsbekwaamheid BKE november 2016

Leerlijn basisvaardigheden ICT SCHOLENGEMEENSCHAP KOBRA BRASSCHAAT

VRAAGVORMEN OPTIMAAL GEBRUIKEN INSTRUCTIE VOOR VRAAGONTWIKKELAARS TESTVISION ONLINE

Eindtermen, Toetstermen, Taxonomie, Toetsmatrijs en Cesuur MA/MMW Deskundige Marktanalyse - Taxateur

EXAMENPROGRAMMA. Financieel-Administratief Diploma('s) Diplomalijn(en)

niveau A Toets 1 versie 1 (november)


Schriftelijk examen met (half)open vragen

TOETSTIP 9 SEPTEMBER 2005

teksten 2 niveau AA (februari), voor deel 1 en 2

Neem volgende elementen in overweging bij de vormgeving van een overalltoets:

Onderwijsbehoeften: - Korte instructie - Afhankelijk van de resultaten Test jezelf toevoegen Toepassing en Verdieping

Assessment centers: wanneer wel, wanneer niet? Jo Verbeken

1. Bepaal de te evalueren leerresultaten/competenties/leerdoelen/leerinhouden

niveau A Toets 1 versie 2 (november)

TOELICHTING BIJ EIND- EN TOETSTERMEN VOOR HET SEU EXAMEN UITZENDMEDEWERKER

Leerwerktaak: Wiskundeproefwerk ontwerpen

EXAMENPROGRAMMA. Diplomalijn(en) Diploma('s) 5 (vergelijkbaar met hbo-ad) Versie 5-2 Geldig vanaf Vastgesteld op Vastgesteld door

Correctievoorschrift HAVO 2016

HAVO 4 wiskunde A. Een checklist is een opsomming van de dingen die je moet kennen en kunnen. checklist SE1 wiskunde A.pdf

Deelopdracht 1: Onderzoek naar het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek

EXAMENPROGRAMMA. Diplomalijn(en) Ondernemerschap Diploma('s) Basiskennis Ondernemerschap Financieel Ondernemer Commercieel Ondernemer Examen


KANDIDATENBROCHURE. Wft-examens en PEplus-examens

Toetsmatrijs Internationaal Goederen

DR-VBS-X. Deelreglement Vastgoed berekenen 1 (VBS)

NOTITIE TOETSMATRIJZEN VOOR INITIËLE EXAMENS BINNEN NIEUWE WFT- VAKBEKWAAMHEIDSTRUCTUUR

TERUGBLIK CENRAAL EXAMEN MAATSCHAPPIJLEER II VMBO GL/TL

Taxonomie code. (indien van toepassing) Boekhoudprogramma. Spreadsheetprogramma.

Toetsmatrijs Bedrijfsmanagement

TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN NASK 1 VMBO EERSTE TIJDVAK 2013

Toetsmatrijs ADR Vakbekwaamheid - Initieel en Verlenging Klasse 7

Correctievoorschrift VMBO-BB 2016

Leeromgeving en organisatie

Omschrijven, formules, natuurkunde, stappenplan, begripspracticum

Deze examenopgave bestaat uit 8 pagina s, inclusief het voorblad. Dit examen bestaat uit 3 opgaven en omvat 14 vragen.

Boxenoverzicht LINK2 Handel & Administratie Versie juni 2008

Toelichting Ankeronderzoek met Referentiesets. Ankeronderzoek. Beschrijving ankeronderzoek. Saskia Wools & Anton Béguin, Cito 2014

6. Project management

1. Arbeidsovereenkomst 1.1 de verschillende soorten overeenkomsten tot het verrichten van arbeid benoemen. (K)

Transcriptie:

SCHRIJFWIJZER TOETSTERMEN

Inhoud 1. Inleiding... 3 2. Een minimumprestatie en voorwaarde formuleren... 3 3. Een taxonomiecode toekennen... 4 4. Concreetheid van de toetsterm... 5 5. Uitgebreidheid van de toetsterm... 5 6. De taxonomiecode... 6 7. Uniforme formulering van de toetstermen... 6 8. Te hanteren vraagvorm bij de toetsterm formuleren... 7 9. De weging van de toetsterm... 8

1. Inleiding Een opleiding werkt toe naar het behalen van een aantal leerdoelen. Een leerdoel bestaat uit een bepaalde inhoud gekoppeld aan een bepaald gedrag. Voorbeeld van een leerdoel: De cursist kan tabellen lezen. Voor het examineren van leerdoelen zijn toetstermen nodig. We spreken bij toetstermen niet langer van cursisten, maar van kandidaten. Op basis van documenten waarin leerdoelen of onderwerpen van de opleiding omschreven staan vindt concretisering van het leerdoel door middel van de toetsterm plaats. 2. Een minimumprestatie en voorwaarde formuleren Een toetsterm is een met een minimumprestatie en voorwaarden verbijzonderd leerdoel. Voorbeeld van een minimumprestatie: een tijdslimiet of een graad van nauwkeurigheid. Voorbeeld van een voorwaarde: het gebruik van een wetboek of een gegeven formule of het gebruik van een rekenmachine. Voorbeeld van een toetsterm: De kandidaat kan voor een gegeven tabel vaststellen hoe hoog de vaste kosten en de variabele kosten zijn. (voor een gegeven tabel = voorwaarde; vaststellen hoe hoog de vaste kosten en de variabele kosten zijn = minimumprestatie; leerdoel: de cursist kan tabellen lezen) Als een hulpmiddel wordt gebruikt voor alle toetstermen behorend bij dezelfde matrijs dan wordt dit vermeld in de matrijs onder het kopje toegestane hulpmiddelen. 3

3. Een taxonomiecode toekennen Met behulp van de taxonomiecode wordt het type kennis dat in de toetsterm aan bod komt geclassificeerd. Er bestaan hiervoor verschillende classificatiemethodes. Als uitgangspunt is de indeling van Bloom gekozen, omdat deze gebruiksvriendelijk is en duidelijkheid verschaf aan de itemconstructeurs. Onderstaande indeling is aangepast om een nog duidelijker onderscheid in de kennisniveaus te bereiken. De aanpassing bestaat uit een andere verdeling van werkwoorden over de verschillende categorieën. Taxonomiecode K B Tp Ti A S E Type kennis Feitelijke kennis Begrip Toepassen van kennis aan de hand van een procedure Toepassen van inzicht Analyseren Synthetiseren Evalueren Omschrijving Informatie kunnen herinneren en reproduceren Informatie kunnen uitleggen en toelichten Informatie (kennis) kunnen gebruiken om een activiteit uit te voeren Informatie (inzicht) kunnen gebruiken om een probleem op te lossen Informatie systematisch kunnen onderzoeken en met elkaar in verband brengen Informatie tot een nieuw geheel kunnen samenvoegen Informatie kunnen beoordelen en een standpunt kunnen formuleren Kennis Begrip Toepassen Aanwijzen Benoemen Beschrijven Definitie geven van Formuleren Noemen Omschrijven Opnoemen Opsommen Voorbeelden noemen Verklaren Uiteenzetten waarom Uitleggen waarom/hoe Uitleggen wat de verschillen zijn Uitleggen wat de overeenkomsten zijn Uitleggen wat de samenhang is tussen Uitleggen waarom iets een voorbeeld is (van een bepaald verschijnsel) Toepassen procedure: Aflezen Bedienen Bepalen Berekenen Categoriseren Classificeren Coderen Combineren Controleren Indelen Maken Ontwerpen Opzoeken Raadplegen Registreren Samenstellen Selecteren Toepassen Uitrekenen Vaststellen Vergelijken Voorbereiden Toepassen inzicht: Adviseren Analyseren Beoordelen Bewijzen Concluderen Diagnosticeren Voorbeelden bedenken 4

Synthese Combineer Integreer Pas aan Herschik Vervang Plan Maak nieuwe Ontwerp Verzin Wat als Componeer Formuleer Bereidt voor Generaliseer Herschrijf Evaluatie Onderzoek Besluit Geef rangorde aan Waardeer Test Meet Beveel aan Overtuig Selecteer Beoordeel Verklaar Onderscheid Ondersteun Concludeer Vergelijk Vat samen Voorbeelden van toetstermen per taxonomiecode: K: De kandidaat kan de uitkeringsorganen voor volks- en werknemersverzekeringen benoemen. B: De kandidaat kan uitleggen wat het onderscheid is tussen een jaarrekening en een jaarverslag Tp: De kandidaat kan voor een beschreven situatie met behulp van kosten en omzetcomponenten, prijscalculaties uitvoeren. Ti: De kandidaat kan voor een gegeven budget beoordelen welke communicatiemiddelen haalbaar zijn. 4. Concreetheid van de toetsterm Zorg ervoor dat de toetsterm dermate concreet is dat er meerdere vragen voor geconstrueerd kunnen worden, maar ook weer niet zo concreet dat er maar één vraag mogelijk is. Dus wel: De kandidaat kan berekeningen maken waarbij gewerkt wordt met getallen < 100. Dus niet: De kandidaat kan uitrekenen hoeveel 20 + 30 is. 5. Uitgebreidheid van de toetsterm Een toetsterm kan een verzameling onderwerpen bevatten: De kandidaat kan de kenmerken van aandelenkapitaal, leningen, obligatieleningen en hypothecaire leningen benoemen. (K) In dit geval kan de kandidaat bij toetsgelegenheid 1 een vraag krijgen over aandelenkapitaal en bij toetsgelegenheid 2 over obligatieleningen etc. 5

Als het nodig is dat een onderwerp in elke toets waarin deze voorkomt bevraagd wordt, dan moet voor dit onderwerp een aparte toetsterm worden opgenomen. Bovenstaande toetsterm zou dan als volgt opgesplitst kunnen worden in meerdere toetstermen: 1.De kandidaat kan de kenmerken van aandelenkapitaal benoemen. (K) 2.De kandidaat kan de kenmerken van leningen benoemen. (K) 3.De kandidaat kan de kenmerken van obligatieleningen benoemen. (K) 4.De kandidaat kan de kenmerken van hypothecaire leningen benoemen. (K) De kandidaat zal dus in elke toets waarin deze toetstermen bevraagd wordt, een vraag krijgen over de kenmerken van aandelenkapitaal, de kenmerken van leningen, de kenmerken van obligatieleningen en de kenmerken van hypothecaire leningen. Het omgekeerde geldt ook: als er twee toetstermen zijn waarbij het niet noodzakelijk is dat altijd over beide toetstermen vragen gesteld worden, combineer dan de twee toetstermen tot één toetsterm. Zorg er in zo n geval voor gebruik te maken van het voegwoord en; vermijd en/of. 6. De taxonomiecode Door na het formuleren van de toetsterm en de bijbehorende taxonomiecode te proberen een vraag te formuleren, wordt duidelijk of de toetsterm werkbaar is. Toetstermen die kennis toetsen leveren veelal vragen op die beginnen met wie, wat, hoe, waardoor waarmee. Bij toetstermen die begrip toetsen begint het item vaak met waarom of gaat over het uitleggen van verschillen. Een toetsterm waarbij sprake is van het toepassen van kennis of inzicht heeft een specifieke formulering nodig. In een dergelijke toetsterm moet altijd geformuleerd zijn waarop de kandidaat zijn kennis moet toepassen. Voorbeelden: De kandidaat kan voor een gegeven situatie met behulp van kosten en omzetcomponenten, prijscalculaties uitvoeren. (Tp) De kandidaat kan voor een gegeven budget beoordelen welke communicatiemiddelen haalbaar zijn (Ti) Een en ander houdt ook in dat voor toetstermen met taxonomiecode Tp en Ti een oneindig aantal itemvarianten te verzinnen valt. Dit wordt bijvoorbeeld bereikt door bij een gelijkblijvende vraag (welke communicatiemiddelen zijn haalbaar?) de kandidaat steeds een ander budget aan te reiken. 7. Uniforme formulering van de toetstermen Zorg ervoor dat de toetstermen zoveel mogelijk uniform en begrijpelijk geformuleerd zijn. Vermijd zoveel mogelijk lange zinnen met komma s, waarbij de lezer moet puzzelen om te begrijpen wat er staat. 6

Hieronder een opsomming van standaardformuleringen: Elke toetsterm begint met: De kandidaat kan De kandidaat kan voor een gegeven situatie zijn kennis toepassen. (Tp) Niet: De kandidaat kan, gegeven een casus, zijn kennis toepassen. Niet: volgens een casusbeschrijving etc. De kandidaat kan voor een gegeven budget zijn kennis toepassen. (Tp) Niet: De kandidaat kan, gegeven een budget, etc. Niet: aan de hand van een voorbeeld. De kandidaat kan de kenmerken van leasing, leverancierskredieten, afnemerskrediet en bankkrediet benoemen. (K) Niet: afnemerskrediet en/of bankkrediet etc (immers de kandidaat dient alle begrippen te kennen Een uitputtende opsomming als volgt noteren: De kandidaat kan de plaats van de volgende personen tijdens een strafzitting aanwijzen: de officier van justitie, griffier, verdachte en advocaat. (K) Een niet uitputtende opsomming als volgt noteren: De kandidaat kan de plaats van personen tijdens een strafzitting aanwijzen (zoals de officier van justitie, griffier, verdachte en advocaat). (K) 8. Te hanteren vraagvorm bij de toetsterm formuleren Het is van belang bij het formuleren van een toetsterm rekening te houden met de beschikbare vraagvormen. Voorbeelden van toetstermen met een passende vraagvorm: De kandidaat kan voor een gegeven kapitaal, looptijd en interestpercentage, het enkelvoudige interestbedrag berekenen. (Tp) - Kort antwoord vraag De kandidaat kan voor een gegeven situatie met behulp van de boekingsregels verklaren waarom een grootboekrekening wordt gedebiteerd of gecrediteerd (B) - Meerkeuzevraag, 3 antwoordalternatieven: De kandidaat kan benoemen welke gegevens in het grootboek voorkomen (zoals transactiedatum, documentnummer, dagboekcode, omschrijving, boekingsperiode, bedrag). (K) - Meer uit meer vraag (multiple response) De kandidaat kan de volgorde van de stappen binnen het proces van heffen van inkomstenbelasting benoemen. (K) - Rangschik- of ordeningsvraag De kandidaat kan voorbeelden noemen van marketing/verkoopbegrippen (zoals koop en comsumentengedrag, persoonlijke verkoopmethoden, rol van attitudes in het overtuigingsproces en koopmotieven (K) - Matchingvraag De kandidaat kan voor een gegeven situatie analyseren hoe de begrote resultaten zich verhouden tot de werkelijk behaalde resultaten. (Ti) - Matrixvraag 7

9. De weging van de toetsterm Geef in de matrijs aan hoeveel vragen de kandidaat krijgt per toetsterm. Laat dit in principe één vraag per toetsterm zijn. Omdat er over 1 onderwerp meerdere vragen gesteld worden is de betrouwbaarheid voldoende. Zorg ervoor dat het onderwerp voldoende uitputtend door toetstermen wordt afgedekt. Gebruikte literatuur: Teelen Kennismanagement (2004): Toetsontwikkeling in de praktijk. Teelen, Wilp Sanders, P (redactie) (2011): Toetsen op school. Cito, Arnhem 8