Test denkprofiel jongeren Wat is jouw denkprofiel? Mensen denken op verschillende manieren. Jongeren ook. Volgens de theorie van Sternberg kun je voorkeur hebben voor analytisch, praktisch of creatief denken: Analytisch denken: de vaardigheid die we vooral met schoolse activiteiten verbinden Creatief denken: het vermogen om veel informatie tegelijkertijd met elkaar in verband te brengen Praktische vaardigheden: het vermogen om ideeën concreet te maken in een maatschappelijk waardevol product. Met behulp van bijgevoegde test kun je er als begeleider achter komen welk denkprofiel de jongere heeft. Je kunt deze test inzetten om je te helpen bij het begeleiden van de jongere. Laat de jongere aankruisen met welke voorbeelden hij of zij het meeste heeft en wat het beste bij hem/haar past. Daarna kun je het samen over de resultaten hebben tijdens een gesprek.
Gesprekstool ontwikkelen van talenten Iedereen heeft talenten en mogelijkheden om verder te ontwikkelen. Talentontwikkeling kan op verschillende manieren beïnvloed worden. Door de beïnvloeding worden talenten zichtbaar Talentontwikkeling gaat in 6 stappen: 1) Aanleg: je hebt aanleg voor talenten op verschillende gebieden 2) Kwaliteiten: door te ervaren wat bij jou past, leer je je kwaliteiten steeds beter kennen 3) Uitdagingen: er komen altijd dingen op je pad die voor jou lastig zijn, je kunt er mee leren omgaan of ze overwinnen. 4) Kansen: in je omgeving kun je ook inspiratie vinden bij anderen, of hulp vragen. 5) Belemmeringen: als je omgeving niet meewerkt, zoek dan andere mogelijkheden. Verander wat je kunt en accepteer waar jij zelf geen invloed op hebt. 6) Prestaties: kies wat bij je past en wees trot op wat je op jouw manier bereikt.
Om je op weg te helpen met talentontwikkeling kun je de volgende vragen gebruiken:
Werkvorm: inzicht krijgen in talenten Voor sommige jongeren is het invullen van de 0-meting van het portfolio nog best moeilijk, omdat ze niet weten waar hun talenten liggen. Op een alternatieve manier kun je er toch achter komen wat de talenten van deze jongeren zijn. Een van de mogelijkheden is om onderstaande werkvorm te gebruiken. In een schema laat je de jongere een week lang energievretende (in rood) en energie gevende (in groen) momenten bijhouden. Kenmerk van rode momenten: de tijd schiet niet op, je kijkt er niet naar uit, je wordt er moe van of stelt het uit. Kenmerken van groene momenten: de tijd vliegt, je kijkt er naar uit en je hoeft er amper bij na te denken. Daarna stel je de jongere de volgende vragen: Zie je een patroon? Welke conclusies kun je trekken? Wat leer je hiervan? Hoe kun je dit vanaf nu gebruiken?
Werkvorm talentenweb Deze oefening is erg handig als eerste kennismaking met talenten, voor jongeren die niet het lastig vinden om andere talenten te zien dan bijvoorbeeld goed zijn in sport of muziek. Je kunt het gebruiken als gesprekstool om talenten te benoemen. De werkvorm bestaat uit een interview waarbij je talenten ontdekt aan de hand van activiteiten die jongeren graag doen. Zo kan de voetballer ontdekken waarom hij een goede voetballer is: omdat hij graag samen speelt, omdat hij altijd doorzet of omdat hij wil winnen en niet snel opgeeft. Maak aan de hand van enkele vragen een mindmap: in het midden schrijf je de naam van de jongere, eromheen komen alle activiteiten en talenten. Het interview begint met het benoemen van activiteiten waar de jongere goed in is of die het heel graag doet. Daarna verken je de onderliggende talenten door nieuwsgierig vragen te stellen: Activiteiten: Wat doe je heel graag? Waarbij vergeet je de tijd? Waar ben je goed in? Talenten: Hoe komt het dat je daar goed in bent of dat je het graag doet? Wat zou iemand anders over jouw talent zeggen als hij jou ziet tijdens deze activiteit? Welk talent gebruik je voor deze activiteit? Alternatief Je kunt deze werkvorm ook op een andere manier gebruiken. Schrijf dan alle talenten uit het portfolio op losse kaartjes. Al deze losse kaartjes leg je op tafel. Laat de jongere talenten uitkiezen die hen het meest aanspreken en waarvan ze het gevoel hebben dat ze bij hen passen. Ze noteren de talenten die ze hebben uitgezocht ook in een mindmap. Vervolgens bedenkt de jongere in welke situaties en bij welke activiteiten ze dit talent kunnen gebruiken.
Formuleren doelen met jongeren Hoe formuleer je doelen met jongeren? Dat blijkt in de praktijk niet altijd makkelijk. In deze bijlage lees je hoe je gestructureerd doelen kunt formuleren met een jongere om zo aan zijn talentontwikkeling te werken. Een doel van een jongere moet aan een paar kenmerken voldoen: - Beschrijft de opbrengt, het beoogde resultaat: ik kan, ik weet, ik kan uitleggen/tekenen/uitbeelden, enz. - Beschrijft zonodig onder welke voorwaarden het resultaat gedemonstreerd moet kunnen worden: uit het hoofd, op een A4-tje, enz. - Bevat geen oordelende woorden (goed, beter) alleen objectief waarneembare aanduidingen - Bevat geen werkwoorden die het proces naar de opbrengst (oefenen, leren) of een intentie (proberen, mijn best doen) beschrijven. De volgende vragen moet de jongere in eigen worden kunnen beantwoorden: 1) Waarover gaat dit talent? 2) Wat wil ik daarna (beter/anders) kunnen/weten/begrijpen? 3) Wanneer ben ik tevreden? 4) Hoe ga ik het aanpakken? 5) Welk hulpmiddel gebruik ik? 6) Met wie werk ik samen? 7) Wanneer werk ik hieraan? Als een jongere bovenstaande vragen niet kan beantwoorden, dan help je ze met vragen als: Wat is nodig om de jongere zo ver te krijgen? Waarmee ga je beginnen? Tips Nog een paar tips: Tip 1: Bekijk de opdrachten die je de jongere wil laten uitvoeren/maken altijd eerst met de doelenbril op: wat wil ik dat ze hiermee bereiken? Tip 2: Zorg dat de jongere over genoeg informatie beschikt om het eigen doel te kunnen herkennen. Maak het heel concreet en probeer het waar mogelijk te visualiseren of demonstreren. Tip 3: Ruim tijd in voor nabespreking/evaluatie Tip 4: Laat ze een schema maken met de stappen die ze moeten doorlopen om hun doel te halen.
Coachen in talenten Het is soms lastig om jongeren te coachen in hun talenten en ze erover na te laten denken. Daarom een korte werkvorm die je ook groepsgewijs kunt inzetten als je meerdere jongeren in huis hebt. Laat de jongere in gesprek gaan aan de hand van de volgende vragen: Wat vind je fijn aan je talent. Wat bevalt je? In welke situaties gebruik je dit talent? Wat gebeurt er als je dat talent overdrijft? Wat heb je al geleerd om anders te doen? In welke situatie kom je goed tot je recht? Wat pakken we met het zelfde talent verschillend aan? Wat kunnen we zo van elkaar leren? Als je deze vragen in een groep inzet, laat ze dan om de beurt hierover vertellen en vragen aan elkaar stellen.