4. Controle van het leerproces



Vergelijkbare documenten
Checklist Gesprek voeren 2F - handleiding

Luisteren, doorvragen en feedback geven

Communicatie op de werkvloer

Luisteren en samenvatten

Verbindingsactietraining

De Gastheer/vrouw Een veilige leeromgeving

Checklist Presentatie geven 2F - handleiding

Professionaliseren van de didactische aanpak van het informatievaardighedenonderwijs

Reflectiegesprekken met kinderen

Communicatie. ontvanger. zender. boodschap. kanaal. feedback

GESPREKKEN VOEREN NEDERLANDS AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG:

attitudes zelfstandig leren kennis vaardigheden

Zelfreflectie meetinstrument Ondernemende houding studenten Z&W

Denken om te leren Een praktische aanpak voor leraren om evalueren om te leren te integreren in het dagelijkse onderwijs.

- Een docent controleert of jij je huiswerk op hebt geschreven. - Je hebt aanmoediging nodig om je huiswerk te noteren.

Wat het effect van een vraag is, hangt sterk af van het soort vraag. Hieronder volgen enkele soorten vragen, geïllustreerd met voorbeelden.

OPBOUW ZELFSTANDIGE BASISHOUDING BIJ KINDEREN

1 SITUATIE 2 TEST. Als ik luister denk ik niet aan andere zaken. Ik laat mensen uitpraten. Ik plaats wat ik hoor in een duidelijk kader

2.9 Lesplan opzet workshop 8 Lesformulier

Draaiboek efficiënt communiceren Beter samenwerken door een goede communicatie

Accuraat communiceren

Rubrics voor de algemene vaardigheden - invulblad. 1. Zelfstandig leren Het kunnen sturen van het leerproces en daarop reflecteren.

Samen werken = samenwerken bij De Belvertshoeve

Pedagogische opleiding theorie. Doelstellingen. Doelstellingen. Hoofdstuk 1 Communicatie en feedback. De kennis over de begrippen:

Eindverslag Academische Opleidingsschool Sophianum, juni 2011

1 Lees het handelingsformulier van deze vaardigheid en noteer vragen en opmerkingen. Bespreek deze met medestudenten of je docent.

Effectief Communiceren NPZ-NRZ

Medewerker interne dienst. Persoonlijke effectiviteit: 2. Accuratesse

Bijlage 2. Beoordelingsformulier Gesprekstechnieken LEH Summatief docentoordeel: voldoende (7)

Mogelijkheden in de (non-) verbale communicatie

Rubrics vaardigheden

vaardigheden - 21st century skills

Praktische tips voor het voeren van een gesprek

Rubrics vaardigheden

HOE LAAT IK MEDEWERKERS

Beoordelingsformulier tweedelijns toezicht

communicatie tips voor een aangenaam contact met mensen met dementie

Het verkoop-adviesgesprek. Waar gaat deze kaart over? Wat wordt er van je verwacht? Verkopen

TACTIEKEN BIJ DE STRIJDGEEST

Eerste Hulp bij Teamontwikkeling. Inhoud. Doel. Een set tools die je kunt inzetten tijdens teamvergaderingen.

Communiceren met ouders. Silke Jansen Orthopedagoog Gezin en Gedrag REC 4 Vierland

Verwerkingsopdrachten bijhet hoofdstuk Mondelinge opdrachten geven Doelstelling 3.

ogen en oren open! Luister je wel?

Tot een geloofsgesprek komen. I Ontmoeten

o Gericht op verleden o Focus op oordelen o Eenrichtingsverkeer o Passieve bijdrage van de medewerker o Gericht op formele consequenties

Zelfstandig werken = actief en zelfstandig leren van een leerling. Het kan individueel of in een groep van maximaal 6 leerlingen.

september 2013 Huygens College Kernuur Leesles Muziek Engels Dans PROJECT TITEL Werkboek First ID

D.1 Motiveren en inspireren van leerlingen

Basistraining Voorlichting geven Hand-out

Verklarende woordenlijst bij de strategieën uit Praten doe je met z n tweeën voor ouders

4 communicatie. Ik weet welke informatie anderen nodig hebben om mij te kunnen begrijpen. Ik vertel anderen wat ik denk of voel.

Bekijk de Leerdoelen die bij deze casus horen. Beantwoord daarna de vraag.

In gesprek met medewerkers over verzuim

Draaiboek voor een gastles

DIDaCtIsCHe tips Voor DoCenten

Bron: Handleiding bij feedbackkader, Marjoleine Dobbelaer, Onderwijsinspectie 2013

Nieuwsbrief 3 De Vreedzame School

4 soorten relaties Is er een vraag om hulp?

Checklist Sollicitatiebrief schrijven 2F - handleiding

Afasie Informatie voor familieleden. Ziekenhuis Gelderse Vallei

Sociale vaardigheden: Partners in het leerproces

ADHD en lessen sociale competentie

Ontwikkelingslijn: Interactie Ontwikkelingsveld 1: Basiscommunicatie en schriftelijke correctie Eigenaar: Inge Kiers

Coöperatief Vergaderen

6.1 De Net Promoter Score voor de Publieke Sector

Een overtuigende tekst schrijven

Kennismaking. Startopdracht. Agenda

Beargumenteer je beoordeling met minimaal één voorbeeld uit je stage Is je motivatie voor het werk toegenomen of afgenomen? Leg uit waarom.

TAAL IS LEUK. Adviezen om de taalontwikkeling te stimuleren

Een bespreking voorbereiden, notuleren en voorzitten

Competentie scoreformulier kandidaat VVRV Examinator

Inleiding 2. Wie is Christine? 4. Tip 1: Houd het doel van feedback voor ogen 5. Tip 2: Richt feedback op gedrag, niet op de persoon 6

De training is in te zetten voor verschillende doelgroepen.

Bijlage 1. Kijkwijzers leraarvaardigheden

OPDRACHTEN BIJ THEMA 9 FEEDBACK

Didactiek. Didactiek. Algemeen gedeelte Initiator. Inleiding: Bouwstenen van het didactisch proces

Effectief feedback geven. Mart Calff, medisch psycholoog

Derks & Derks B.V. Derks & Derks Interviewkalender Interviewtips met humor belicht. Tel adviseurs in human talent

1Communicatie als. containerbegrip

5 Assertiviteit. 1 Inleiding

Aanpak van een cursus

Grenzeloze vrijheid? Discussiebijeenkomst tienerclub

Een stagiaire instrueren en begeleiden bij het uitvoeren van leeractiviteiten en werkzaamheden

Het houden van een spreekbeurt

Leidraad Consult over: het selectiegesprek. Inleiding

Thema 7 Activiteit 5. medelln. en leerkracht

Wat heeft dit kind nodig?

FEEDBACK ALS INTEGRAAL ONDERDEEL VAN LEREN EN OPLEIDEN JORIK ARTS & MIEKE JASPERS 1 JUNI 2018

Opleiders in de school: Els Hagebeuk Sjef Langedijk Begeleiden van pabostudenten

Groep 8 Verdiepingsles: Lagerhuis (dubbele les) Groep 8 Verdiepingsles: Lagerhuis voorbereiding. Leerkrachtinformatie

TOETSTAAK 4: IK BEN IETS KWIJT

MEE. Ondersteuning bij leven met een beperking. Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking. Voor verwijzers

COMMUNICATIE training. effectief communiceren met iedereen

2: vergaderen VASTE VOORZITTER EN NOTULIST

Afasie. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee!

Sollicitatiegesprekken volgens de STAR methode

En, wat hebben we deze les geleerd?

De opzet van de sessies

Transcriptie:

51 4. Controle van het leerproces De controle van een leerproces is een belangrijk onderdeel van het lesgeven. Zowel voor de docent als voor de cursist is het belangrijk om te weten of de overdracht van de leerstof geslaagd is. Het geeft voldoening en zelfvertrouwen naar beide kanten. Na dit hoofdstuk kunt u: verschillende manieren onderscheiden waarop u het leerproces kunt controleren; het belang benoemen van de verschillende methoden om het leerproces te controleren. 4.1 Controlemomenten en -manieren Afhankelijk van het type cursus en de cursisten bepaalt u welk controlemoment en welke manier van controleren voor uw doel geschikt zijn. Meestal wordt een combinatie gebruikt. U hoeft zich dus niet te beperken tot één controlemoment of één manier. Controlemomenten Het leerproces kan op verschillende momenten gecontroleerd worden: 1. Met regelmatige tussenpozen tijdens de les. Door de les in duidelijke eenheden te verdelen, kunt u na ieder onderdeel een controlemoment inlassen. 2. Aan het einde van een les. Wanneer iedere les een afgesloten geheel vormt, kunt u ook aan het einde van de les een controle invoeren. 3. Aan het einde van een module of cursus. Deze eindcontrole (evaluatie) wordt nader toegelicht in hoofdstuk 6 Evaluatie. Manieren van controle Er zijn verschillende manieren om het leerproces te controleren: 1. Controle door observatie van de cursisten. 2. Controle door het stellen van controlevragen. 3. Controle door het geven van opdrachten. 4. Controle door het laten maken van een toets of test. Controlemanier 3 en 4 kunt u opnemen in uw lessenstructuur. Manier 1 en 2 kunt u continu tijdens de lessen toepassen. Daarbij is observeren een belangrijke factor om tijdens de les al te zien of uw verhaal overkomt bij de cursisten. Met het stellen van vragen controleert u uw indrukken en stelt u vast of het leerproces verloopt zoals gewenst is. Als u controleert, kunt u ook feedback geven aan de cursist. In de volgende paragrafen krijgt u praktische tips over observeren, vragen stellen en feedback geven.

52 Didactiek voor computercursussen aan senioren 4.2 Observeren Observatie is bij uitstek geschikt om leereffecten te evalueren. Observeren is waarnemen, kijken. Goed observeren is lastig, zeker als u ook al uw aandacht bij het lesgeven moet houden. Als u een assistent heeft, vraag hem dan speciaal op de cursisten te letten. Observeren wordt onderscheiden in gestructureerde en ongestructureerde observatie. Het verschil ligt in het feit of u van tevoren al weet waar u precies op gaat letten. De bruikbaarheid van dit middel ligt tijdens het lesgeven vooral in de ongestructureerde of informele observatie. Daarbij let u dan het meest op psychische en motorische verschijningsvormen, zoals lichaamshouding, gelaatsuitdrukking en gebaren. Dit wordt nonverbale communicatie genoemd. Iedereen kent wel de volgende veelzeggende uitingen: vragend gezicht; onverschillige houding; onderuitgezakt zitten; diep zuchten; tekeningetjes maken; met de buren praten; schouders ophalen. Deze signalen geven overduidelijk aan dat de persoon in kwestie niet geïnteresseerd is in uw verhaal of het niet kan volgen. Door op deze signalen te letten, kunt u het effect van uw instructie bepalen. Heeft men het begrepen, is er motivatie, heeft iemand bemoediging nodig et cetera. Let er wel op dat u de feiten ziet en niet wat u denkt te zien. Soms lijken mensen op te letten, terwijl ze in werkelijkheid al lang niet meer écht luisteren. Het overgrote deel van de mensen kan bijvoorbeeld niet langer dan zo'n 15 minuten geconcentreerd luisteren. Daarna zakt de aandacht weg. Houd daarmee rekening door afwisseling in de aangeboden lesstof aan te brengen en controleer door het stellen van vragen of 'iedereen nog bij de les is'. Samenvattend: weet dat er vaak veel meer non-verbaal wordt 'gezegd' dan er letterlijk (verbaal) wordt gezegd.

Hoofdstuk 4 Controle van het leerproces 53 4.3 Vragen stellen Vragen kunnen mondeling of schriftelijk worden gesteld. Tijdens de lessituatie zullen de mondelinge vragen het meest relevant zijn. Vragen stellen is een kunst op zich. Door gebruik te maken van verschillende vraagvormen kunt u meer te weten komen over het leerproces. U kunt de volgende vraagvormen toepassen: Open vragen: hierbij kan het antwoord in de vorm van een kort verhaaltje worden gegeven. Veel verschillende antwoorden zijn mogelijk. Voorbeelden van open vraagvormen zijn de denkvraag en de discussievraag. Denkvraag: hier moet men door logisch denken het antwoord vinden uit een aantal gegevens. Discussievraag: door twee tegenstrijdige standpunten te formuleren of een ietwat extreme vraag, worden verschillen duidelijk en start de discussie. Gesloten vragen: hierbij is maar één antwoord het goede. Voorbeelden van gesloten vraagvormen zijn de meerkeuzevraag en de goed/fout-vraag. Meerkeuzevraag: men mag kiezen uit een aantal mogelijkheden om het goede antwoord te geven. Goed/fout-vraag, ook wel ja/nee-vraag genoemd, omdat men zelf het antwoord niet hoeft te bedenken. Als u een vraag stelt, verwacht u een bepaald antwoord. Bovendien wilt u bij voorkeur dat alle cursisten actief deelnemen aan dit onderdeel van uw les. U kunt de beantwoording van vragen sturen en uw cursisten activeren door de volgende vraagvaardigheden toe te passen. Vraagvaardigheden (de tien geboden) Pauzeren Positief reageren op foutief antwoord Beurten geven Doorspelen Doorvragen Na het stellen van een vraag 3 tot 5 seconden pauzeren om de cursist tijd te geven na te denken. Laat u nooit kwetsend uit over het gegeven antwoord. Moedig de cursist aan een nieuwe poging te wagen en leg de nadruk op eventueel positieve elementen in het antwoord of de durf om te antwoorden (u weet dat belonen veel beter werkt dan bestraffen). Geef beurten aan zowel actieve als passieve cursisten (houd 'haantje de voorste' een beetje in toom). Om de deelname te vergroten kunt u een vraag aan meerdere cursisten doorspelen. Hierbij wordt de vraag niet herhaald of opnieuw geformuleerd. De vraag steeds verder toespitsen en werken naar het juiste antwoord. Door de samenhang van de vragen kan men tot het juiste antwoord komen.

54 Didactiek voor computercursussen aan senioren Nader verklaren Herhaal de eigen vraag niet Eigen vraag niet beantwoorden Antwoord van de cursist niet herhalen Relateren Een vervolg op doorvragen is het vragen naar verdere details of de achtergronden van het gegeven antwoord. Dit bevordert het luistergedrag, dus de deelname van de cursist. Als u uw eigen vraag wel beantwoordt, worden de cursisten denklui en rekenen ze op het goede antwoord. Niet zelf beantwoorden dus. Dit bevordert het luisteren naar elkaar en voorkomt dat antwoorden naar de hand van de docent worden gezet. Als de cursist zacht of onduidelijk spreekt, vraag dan het antwoord harder te herhalen. Deze vorm van doorvraagtechniek wordt gebruikt om het antwoord in verband te brengen met het volgende onderwerp. Controlevragen stellen tijdens de les Tijdens de les kunt u door het stellen van gerichte vragen controleren of uw cursisten het gepresenteerde ook echt begrepen hebben. De algemene vraag "Heeft iedereen alles begrepen?" voldoet dus niet. Het is een heel normale psychologische reactie om het voor jezelf en anderen dom te vinden hierop "Nee" te antwoorden. Daarnaast zegt men uit beleefdheid naar de hardwerkende docent ook niet gemakkelijk nee. Stel de vragen bij voorkeur aan de groep en niet aan een individuele deelnemer, dit laatste kan als bedreigend worden ervaren. Als steeds dezelfde cursisten antwoorden en een deel van de cursisten niet aan bod komt, dan kan het uiteraard wel nuttig zijn om anderen directer aan te spreken om ook hun mening te geven. Testen of de uitleg begrepen is, doet u onder andere door aan uw cursisten te vragen: een voorbeeld te geven (een ander voorbeeld dan dat u zelf heeft gegeven); een kleine toepassing te maken (het door u vertelde te vertalen naar een praktijkvoorbeeld); in het kort het laatste onderwerp na te vertellen of samen te vatten. Op deze wijze vragen stellen tijdens de les is zeer efficiënt en effectief, omdat u de resultaten direct kunt gebruiken om bij te sturen. Bovendien kunt u feedback geven aan uw cursisten.

Hoofdstuk 4 Controle van het leerproces 55 4.4 Feedback geven Feedback is informatie geven aan de cursist over de resultaten van het leerproces. De Nederlandse term voor feedback is terugkoppeling. Het geven van feedback is een belangrijke taak voor de docent. Een cursist wil weten of hij iets goed heeft gedaan of aanwijzingen en verbetersuggesties krijgen als hij fouten maakt. In het dagelijkse leven geven we constant feedback door onze reacties te tonen aan onze medemensen. In het leerproces moet u deze reacties bewust hanteren. Dit kan variëren van een instemmend knikje tot een schouderklopje (ook figuurlijk). Het is uitermate belangrijk de cursist het gevoel te geven dat hij goed bezig is en beantwoordt aan de verwachtingen. Dit betekent echter niet dat u geen kritiek mag geven. Maar net als bij de reactie op het beantwoorden van vragen moet u positief reageren. Uw kritiek moet positief en opbouwend zijn. De cursist moet er iets mee kunnen. Het moet uitdagen tot een nieuwe poging en bijdragen tot verdere ontwikkeling. Feedback kunt u op verschillende manieren geven: Non-verbale feedback Mensen laten hun reacties zien door mimiek, lichaamshouding (geïnteresseerd luisteren) en gebaren. Houd er als docent rekening mee dat uw cursisten uw non-verbale feedback scherp in het oog houden. Zorg daarom bewust voor een positieve houding en uitstraling. Verbale feedback Verbale feedback is de gesproken vorm van feedback. Uw mondelinge reactie geeft u in de vorm van een: - aanmoediging; - bevestiging; - vraagstelling; - goedkeuring; - waardering. Schriftelijke feedback Feedback kunt u ook schriftelijk geven in de vorm van: - correctie van opdrachten; - cijfer of woordwaardering (onvoldoende/voldoende/goed). Materiële feedback Materiële feedback geeft u in de vorm van: - tastbare beloning; - bevordering; - diploma/certificaat. Welke vormen van feedback u kiest voor uw cursus, hangt af van het type cursus en/of de cursistengroep.

56 Didactiek voor computercursussen aan senioren Praktijksituaties Denkt u eens na over de volgende praktijksituaties, en over hoe u zou reageren. 1. Een cursist trekt bij uw uitleg voortdurend een vragend gezicht. Wat zou dit kunnen betekenen en hoe is uw reactie? 2. Een cursist slaakt telkens diepe zuchten bij de praktische oefeningen. Zij kijkt wat ongelukkig. Hoe reageert u? 3. Op uw vragen reageert telkens dezelfde persoon. Andere cursisten krijgen nauwelijks een kans en lijken zich in hun schulp terug te trekken. Wat zou er aan de hand kunnen zijn en hoe lost u dit op? 4. U geeft een controleopdracht. Een cursist zegt: "Dat kan ik allang", maar dat blijkt niet helemaal het geval. Hoe reageert u? 5. Een cursist volgt bij u een beginnerscursus Excel. Tijdens de cursus merkt u dat hij elementaire basiskennis mist op het gebied van rekenen. U weet nu al dat hij een aantal Excel-opdrachten op dat gebied in uw eindtoets niet zal kunnen maken. Hoe lost u dit op? 6. U stelt regelmatig vragen om te toetsen of uw boodschap goed begrepen wordt. Telkens als u een bepaalde cursist een vraag stelt geeft ze een volkomen fout antwoord. Sommige anderen gaan daarom lachen, maar u weet dat deze cursist wel erg haar best doet. Hoe lost u dit op? 7. Uw collega laat bij de praktijkoefeningen steeds duidelijk merken als cursisten het fout doen. U vindt dat geen juiste handelwijze. Zou u daar wat aan doen? En waarom wel of niet? 8. Er loopt binnen uw groep van collega's een discussie over het wel of niet uitreiken van diploma's of certificaten. Wat is uw mening en wat zijn de argumenten daarvoor?