Monument: Otterlo, Beeldentuin Kröller-Müller

Vergelijkbare documenten
Monument: Aula begraafplaats Duinhof, IJmuiden

Monument: Zierikzee/Colijnsplaat, Zeelandbrug

Monument: Otterlo, Beeldentuin Kröller-Müller

Monument: Visafslag, Den Haag

Monument: Dreischor, Pasveersloot

Monument: Heerlen, Woonhuis Van Slobbe

Monument: Eindhoven, W-hal Technische Universiteit.

Monument: Ilpendam, Woonhuis van den Doel

Monument: Dedemsvaart, Tuinen van Mien Ruys

Monument: Hagestein, Stuw

Monument: Amsterdam, Princesseflat

Monument: Woonhuis Bonnema Hurdegaryp

Beleidsregel selectiecriteria gemeentelijke monumenten Gemeente Etten-Leur

Monument: Burgerweeshuis, Amsterdam

Monument: Mijdrecht Johnson Wax

Basisgegevens Naam: Adres: Effenseweg 1. Denominatie: Rooms Katholiek. Bouwjaar: 1938

Monument: Hengelo, Europatunnel

Monument: Den Haag, R.K. Technische School St. Paulus

Monument: Eindhoven, Evoluon

Monument: Epe, Norelbosweg 8, begraafplaats en aula

Monument: IJsselstein, Gerbrandytoren

Handleiding voor de aanwijzing van zaken en terreinen als gemeentelijk monument en gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht

Monument: Hengelo, Raphaelkerk

Monument: Amsterdam, Hollandsche Schouwburg

Monument: Gemeentelijk sportcentrum, Breda

Monument: Den Haag, American Protestant Church

Monument: s-hertogenbosch, Sint Janslyceum

Monument: Autopon, Amsterdam.

Monument: Arnhem, Akufontein

Monument: Stavoren, J.L Hooglandgemaal

Monument: IJmuiden, Raadhuis

13 juni Monumenten: Aanwijzingscriteria

Monument: Enschede, Patiowoningen

Monument: Maastricht, Conservatorium. REGISTER Monumentnummer Identificatienummer Straat/huisnummer Bonnefantenstraat 15

Monument: Delft, Aula TU

Monument: Maarssen, Emmauspriorij

Monument: Wassenaar, ANWB Hoofdkantoor

Monument: Leidschendam, R.K. Kerk St. Jozef Opifex

Monument: Maastricht Kantoor/woonhuis Goessen

Monument: Amsterdam, Sloterhof, complex

Monument: Den Haag, Christus Triumfatorkerk

Monument: Hilversum, Begraafplaats Zuiderhof

Monument: R.K. Kerk Christus Koning, Heerlen

Monument: Rotterdam, Huis van Buchem

Monument: Groningen, Crematorium

Monument: Emmeloord, Poldertoren

Monument: Hilversum, Gebouw van de Wereldomroep

Monument: Tilburg, Aula, Universiteit

Monument: Apeldoorn, Henri Dunantlaan 6, Kweekschool en tuin

Monument: Odiliapeel, R.K. kerk H. Kruisvinding

Monumentnummer*:

: AKU-fontein : Arnhem : Arnhem. : Gele Rijdersplein to 41 :

Monument: Utrecht SHV gebouw

Monument: Amstelveen, Paaskerk

KARAKTERISTIEKE OBJECTEN WINSCHOTEN NOORD. 8 september 2017

Heilig Hart Kerk en Kapucijnen klooster te Langeweg,

Monument: Tilburg, Station

Complexnummer: Smallepad MG Amersfoort Postbus BP Amersfoort

Monument: Amsterdam, Bejaardenhuis A.H. Gerhardhuis

ERF GOED CIE LELY STAD. Rapport 1. Waardestelling SGL

Uitgangspunten herbouw boerderijen buitengebied. 18 januari 2019

Monument: Amsterdam, Gijsbrecht van Aemstelpark

Monument: Den Haag, Amerikaanse Ambassade

Enschede, Benzinestation

Monument: Arnhem, Bio Herstellingsoord, complex

Monumentenverordening Enschede 2010

Monument: Rotterdam, Hilton Hotel

Kerngegevens gemeentelijk monument: Typering van het monument: Historie: Ruimtelijke context: Objectbeschrijving:

Monument: Zeist, KNVB Sportcentrum (complex)

Monument: Rotterdam, Stationspostgebouw

Waardestelling Straalverbindingstoren

Besluit tot aanwijzing gemeentelijk monument

Kerngegevens gemeentelijk monument: : Kasteelweg 13a. Kadastrale aanduiding : HHS00 sectie U nr(s) 282 Coördinaten : x: 189.

Kerngegevens gemeentelijk monument: Adres : Margarethastraat 33

Beschrijving en waardering van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen voor het bestemmingsplan Buitengebied Harmelen van de gemeente Woerden

Besluit tot aanwijzing gemeentelijk monument

Besluit tot aanwijzing gemeentelijk monument

Kerngegevens gemeentelijk monument: Adres : Napoleonsweg 72. Kadastrale aanduiding : HLN02 sectie A nr(s) 3891 Coördinaten : x: y:

Complexnummer: Smallepad MG Amersfoort Postbus BP Amersfoort

Typering van het monument: Woonhuis uit 1896 dat deel uitmaakt van de historische bebouwingsstructuur van de dorpskern Hunsel.

Typering van het monument: Vrijstaand woonhuis uit 1935 met karakteristieke ronde erker met glas-in-loodramen.

Typering van het monument: Karakteristiek woonhuis voorzien van een pleisterlaag op L-vormige plattegrond daterende uit circa 1910.

Transcriptie:

Monument: Otterlo, Beeldentuin Kröller-Müller REGISTER Monumentnummer Identificatienummer Basisregistratie Provincie Gelderland Gemeente Ede Plaats Otterlo Straat/huisnummer Houtkampweg 6 Postcode 6731 AW Kadastrale aanduiding Otterlo I 78 Datum inschrijving in register beschermde monumenten Datum, deel en nummer van inschrijving in openbare registers Aanduiding of korte Beeldentuin met drijvende sculptuur omschrijving Complexonderdeel van complex [naam of complexnummer] Het museum zelf is al eerder aangewezen als rijksmonument (mon.nr 523526)

KENNIS: WAARDERING I Cultuurhistorische waarde: belang van het object/complex 1. als bijzondere uitdrukking van (een) culturele, sociaaleconomische en/of bestuurlijke/beleidsma tige en/of geestelijke ontwikkeling(en); 2. als bijzondere uitdrukking van (een) geografische, landschappelijke en/of historisch-ruimtelijke ontwikkeling; 3. als bijzondere uitdrukking van (een) technische en/of typologische ontwikkeling(en); 4. wegens innovatieve waarde of pionierskarakter; 5. wegens bijzondere herinneringswaarde. II Architectuur- en kunsthistorische waarde: (bijzonder) belang van het object/complex 1. voor de geschiedenis van de architectuur en/of bouwtechniek; 2. voor het oeuvre van een bouwmeester, architect, ingenieur of kunstenaar; 3. wegens de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp; 4. wegens het bijzondere materiaalgebruik, de ornamentiek en/of monumentale kunst; 5. wegens de bijzondere samenhang tussen De tuin is van cultuurhistorisch belang als toevoeging aan en in twee fasen tot stand gebrachte uitbreiding van een reeds enkele tientallen jaren eerder gerealiseerd museum voor 19 de - en 20 ste -eeuwse kunst. Het doel was exposeren van kunst in beeldentuin en (grote) publieke toegankelijkheid. De tuin is een vroeg voorbeeld van een op dat moment nog weinig in ons land voorkomend functietype - de museale beeldentuin. De tuin is een prestigieus werk van de eerste als zodanig in Nederland aangestelde hoogleraar tuin- en landschapsarchitectuur, J.T.P. Bijhouwer (in samenwerking met de directeur van Museum Kröller- Müller, A.M. Hammacher en de Hongaars Franse beeldhouwster Marta Pan.) Die onder meer zijn te herkennen in toepassing van een complex van onderling verbonden, maar min of meer separate kommen als onderdelen van een museaal ingericht park met kleine vijver. De esthetische kwaliteit komt mede voort uit de geplaatste kunstwerken in de groene context.

exterieur en interieur(onderdelen). III Situationele en ensemblewaarde 1. betekenis van het object als essentieel (cultuurhistorisch, functioneel en/of architectuurhistorisch en visueel) onderdeel van een complex; 2. a. bijzondere, beeldbepalende betekenis van het object voor het aanzien van zijn omgeving; b. bijzondere betekenis van het complex voor het aanzien van zijn omgeving, wijk, stad of streek; 3. a. bijzondere betekenis van het complex wegens de hoogwaardige kwaliteit van de bebouwing in relatie tot de onderlinge historisch-ruimtelijke context en in relatie tot de daarbij behorende groenvoorzieningen, wegen, wateren, bodemgesteldheid en/of archeologie; b. bijzondere betekenis van het object wegens de wijze van verkaveling/ inrichting/ voorzieningen. De beeldentuin is van belang als cultuurhistorisch en functioneel annex en onderdeel van het nabije Kröller-Müllermuseum. b. De bijzondere betekenis is vooral herkenbaar in de inrichting van de beeldentuin door onderling verbonden kommen (kabinetten) van verschillende omvang verbonden aan een min of meer ovale open ruimte met centrale vijver. IV Gaafheid en herkenbaarheid: belang van het object/complex 1. wegens de architectonische gaafheid en/of herkenbaarheid van ex- en/of interieur; 2. wegens de materiële, technische en/of

constructieve gaafheid; 3. als nog goed herkenbare uitdrukking van de oorspronkelijke of een belangrijke historische functie; 4. wegens de waardevolle accumulatie van belangwekkende historische bouwen/of gebruiksfasen; 5. (van specifiek het complex) wegens de gaafheid en herkenbaarheid van het gehele ensemble van samenstellende onderdelen (hoofd- en bijgebouwen, hekwerken, tuinaanleg e.d.); 6. in relatie tot de structurele en/of visuele gaafheid van de stedelijke, dorpse of landschappelijke omgeving. V Zeldzaamheid 1. belang van het object/complex wegens absolute zeldzaamheid in architectuurhistorisch, bouwtechnisch, typologisch of functioneel opzicht; 2. uitzonderlijk belang van het object/complex wegens relatieve zeldzaamheid in relatie tot één of meer van de onder I t/m III genoemde kwaliteiten. De gaafheid van de beeldentuin is vooral herkenbaar in de aanleg van het totaalconcept van de ovale middenruimte en door de bosschages van de middenruimte en ook van elkaar gescheiden kommen. De relatie tot de structurele en visuele gaafheid van de landschappelijke niet meer natuurlijke- omgeving is te danken aan en herkenbaar in de latere uitbreidingen van de beeldentuin. De tuin is vooral van uitzonderlijk belang van de vanwege de samenhang met Museum Kröller-Muller, de bijzondere aanleg en de betekenis van de aanleg binnen het werk van landschapsarchitect J.T.P. Bijhouwer. Onderdelen zonder monumentale waarde: - Exterieur - Interieur Receptiegeschiedenis, prijzen e.d.

Overige Er bevinden zich talrijke beeldhouwwerken van vooraanstaande kunstenaars in de tuin,zoals van: De beeldentuin geniet dan ook een internationale vermaardheid. Daarnaast bevat de tuin een tweetal gebouwde objecten: een replica van een beeldenpaviljoen voor Park Sonsbeek (1955) van Gerrit Rietveld, uit 1965 / 2010 en oorspronkelijk uit 1966 daterend, in 2005 herbouwd paviljoen voor deze tuin, van Aldo van Eyck. De opstal van deze beide objecten valt niet onder de bescherming. KENNIS: FEITENVERZAMELING Oorspronkelijke functie Typologie Huidige functie (met jaartal) Beeldentuin bestaande uit een ruim door gevarieerd groen afgezoomd gazon -waarin een vijver met wit, drijvend object in polyester- en uit annexe, kleinere groene kommen. Beeldentuin Waarneming 2012 Sinds (1922) / 1961 Naam object Beeldentuin Kröller-Müller Museum Stijl/stroming Landschapsstijl Bouwtijd (ook de planfase) Eerste inrichting vanaf ca. 1922 Ontwerp 1954/55-1961 Aanvang aanleg 1959 Opening 1961 Ontwerp uitbreiding 1964 Aanleg Uitbreiding 1964-1966 Opening uitbreiding 1966 Latere uitbreiding en gedeeltelijke omvorming volgde vanaf 1995 Architect(en)/ontwerper(s) J.T.P. Bijhouwer (m.m.v. A.M. Hammacher en M. Pan) Uitvoerder (aannemer???? e.d.) Opdrachtgever Kröller-Müllerstichting / A.M. (Bram) Hammacher (1954) / R.W.D. (Rudi) Oxenaar (1963/64) Exterieur Het beschermde deel van de beeldentuin bestaat in

hoofdzaak uit een in twee fasen aangelegde tuin in landschappelijke stijl. De oppervlakte van dit deel is ongeveer 7 ha (3,5 ha uit de eerste fase en 3,4 uit de tweede; een beoogde verdere groei met derde deel van ca. 2,5 ha is niet als zodanig gerealiseerd). Hiernaast zijn delen van de aangrenzende en de toenmalige, het museumgebouw omzomende terreinen als deel van de beeldentuin te beschouwen, hoewel ze maar ten dele op ontwerpen van 1955 en 1960 voorkomen. Het oudste deel van de beeldentuin, direct oostelijk van het uit 1938 daterende museumgebouw van Henri van de Velde (1863-1957), bestaat uit een onregelmatig gevormd, ruwweg vijfzijdig, bebost terrein met een centraal open veld de Grote Vallei - en daar omheen enige kleinere open velden die verbonden zijn door een slingerend dreven- of padenstelsel. Een belangrijk element van dit oudste deel van de beeldentuin is de aanvankelijk door Bijhouwer niet gewenste vijver. De vijver en het erin opgenomen Sculpture flottante, Otterlo', zijn een ontwerp van Marta Pan. In het noordelijkste gedeelte van het oude deel van Bijhouwers aanleg kwam in 1964/65 het gereconstrueerde beeldenpaviljoen van Gerrit Rietveld tot stand. (De Grote Vallei wordt ook wel de Grote Kom en het Grote Veld genoemd) Bij de uitbreiding is aan de zuidoostzijde een ruwweg driehoekig, eveneens bebost terrein toegevoegd, waarin opnieuw enige open velden. Het padenstelsel werd in vergelijkbare trant uitgebreid en waar nodig voor integratie aangepast. Deze uitbreiding is mede vormgegeven door Rudi Oxenaar. De zuidelijke grens van het terrein is in belangrijke mate bepaald door de steilte van de Franse Berg, een stuwwal uit de voorlaatste ijstijd; de noordelijke door de oost-west gerichte Houtkampweg. De door hekwerken bepaalde grenzen vormden vanaf het padenstelsel nergens een visuele barrière. Het padenstelsel kent in hoofdzaak een beloop in de luwte van begroeiing en langs de randen van de open velden. Het buiten de paden treden om geëxposeerde beelden van dichtbij te bekijken is van oudsher uitdrukkelijk toegestaan. Een gevolg hiervan is geweest dat enkele ingesleten verbindingen in meer recente tijd alsnog zijn voorzien van een verharding. De beeldencollectie is voor een belangrijk deel tegen de achtergrond van de vegetatie en het plaatselijk reliëf gesitueerd en dus niet per definitie op de open velden: er werd gemikt op een decor in plaats van op ruimte. Dit is in de huidige opstelling nog goed waarneembaar. In de huidige toestand is de plattegrond weliswaar iets gewijzigd ten opzichte van die rond 1965, maar de oude structuur laat zich nog goed herkennen. De paden zijn ten behoeve van rolstoeltoegankelijkheid verhard en ook zijn enkele veel begane doorsteken gefixeerd als verbindingen. De blik over het Grote Veld vanuit de van omstreeks 1975 daterende uitbreiding van het museum kent een perspectivische opbouw door coulisse-effect. De andere

velden zijn meer besloten van karakter, maar onder de stammen door en langs reliëfaccenten en slingerende paden zijn wel steeds uitnodigende vergezichten: de kleine velden of kommen zijn dus duidelijk met elkaar en met het Grote Veld verbonden. Dit is een belangrijk aspect aan de beeldentuin, die immers de invitatie moet inhouden voor een monumentale rondgang. gebouw, constructietechniek Interieur (indeling) interieur, techniek en materialen Kunstwerken/orgels/ gedenktekens/meubels die onderdeel zijn van het monument nr. 1 Materiaal/techniek Locatie (in/aan het beschermde monument) Polyester sculptuur, versterkt met aluminium. Drijvend object binnen de vijver ten oosten van de museumgebouwen. Kunstenaar Marta Pan (1923-2008) Voorstelling Sculpture flottante Datering 1960 (ontwerp); 1961 (uitvoering) Stijl/stroming Afmetingen 1,90 x 3.00 x 2,50 m (object). 32 x 14 m (vijver). Nr. 2 Materiaal/techniek (Gewapend) beton Locatie (in/aan het beschermde monument) Zes (3x 2) parkbanken op en aan de rand van de Grote Kom. Kunstenaar G.T. (Gerrit) Rietveld (1888-1964) Voorstelling Zes betonnen parkbanken in 3 x 2 uitvoeringen: convex (tweevoudig uitwaarts geknikt) en concaaf (tweevoudig inwaarts geknikt). Datering 1961 Stijl/stroming Nieuwe Zakelijkheid / Functionalisme Afmetingen 278 x 96 x 80 cm Groen erfgoed: beplanting Beplanting grotendeels gebaseerd op (het rooien van) reeds aanwezige vegetatie, deels -en hier en daar ruimaangevuld met coniferen (= naaldhout), rododendron, sparren en dennen. De eerder aanwezige vegetatie van onder meer beuken, eiken, diverse soorten dennen en berken dateerde in belangrijke mate uit de 19 de en de eerste decennia van de 20 ste eeuw, toen het grotendeels kale gebied is beplant. Kaarten geven percelen dennen, beuken en eiken aan, alsmede veel hakhout.

De huidige indeling laat met name op en ten oosten van de Grote Kom solitaire eiken en overwegende zones van hoog opgaand loofhout (van groene en enige rode beuken alsmede eiken en berken) zien. Hiernaast zijn kleinere gemengde clusters van loof en naaldhout (dennen en sparren) aanwezig, in het bijzonder ten noordoosten van de vijver. In het oosten van het door Bijhouwer ontworpen deel van de beeldentuin bevindt zich een belangrijk groter bos van sparren en dennen (het pinetum), dat zijn oorsprong heeft in de eerder aanwezige begroeiing. Stedenbouwkundige ligging, situering Archeologische relevantie ondergrond De beeldentuin bevindt zich ten oosten van het complex van gebouwen dat het Kröller-Müller Museum vormt. De aanleg op deze plaats is mede ingegeven door situering aan de noordzijde van een uitloper van de zogenoemde Franse Berg. De Franse Berg is een vrij steile, enkele tientallen meters hoge rug (stuwwal uit de voorlaatste ijstijd), die zich globaal van west naar oost uitstrekt. Het museum en de tuin liggen in de noordelijke luwte van deze rug. Museum en tuin liggen voor zover bekend niet op een terrein met archeologische verwachtingswaarde. Geschiedenis De stichting van de beeldentuin -en in de eerste plaats die van het Kröller-Müller Museum en van het Nationaal Park De Hoge Veluwe zelf- gaan terug op het echtpaar Kröller-Müller. Zij (Hélène, 1869-1939 en Anton, 1862-1941) kochten in 1909 een duizenden hectare groot, niet of nauwelijks in cultuur gebracht terrein ten noordwesten van Arnhem in de buurt van Otterlo. Anton Kröller, schatrijk geworden in het bedrijf van zijn latere schoonvader, kocht het terrein met het doel het als jachtgebied te benutten. Hélène Kröller-Müller, de schatrijke dochter van een Duitse ondernemer, was een belangrijke kunstverzamelaar en zag een toekomst van het terrein in de vestiging van een museum voor haar collectie. Een reeds in uitvoering genomen ontwerp voor een museum (van Henri van de Velde) moest in de jaren 20 door geldgebrek worden opgegeven, waarna de zaak, inclusief de kunstverzameling, in 1935 door de Nederlandse staat is gekocht. De bouw van een kleiner museum waarin de collectie zou worden getoond, was deel van het contract en midden 1938 is dit (kleinere) museum opgeleverd. De collectie omvat onder andere diverse Van Goghs, Picasso s en Mondriaans. Hiernaast verzamelde Hélène Müller beeldhouwwerken en nam ze zich voor de collectie uit te stallen. Op enige locaties kwamen beelden te staan. Het beheer van de totale collectie kwam in 1935 onder verantwoordelijkheid van de Kröller-Müller Stichting, die ook het initiatief nam voor de bouw van het museum, de aanleg van de beeldentuin en voor de uitbreidingen van beide. De aanleg van de beeldentuin was resultaat

van een initiatief van directeur Bram Hammacher en architect Henri van de Velde. De feitelijke eigenaar van de grond (namens de overheid: Stichting Het Nationale Park De Hoge Veluwe ) moest hiertoe grond in erfpacht geven. De opdracht voor een eerste ontwerp ging in 1954 naar J.T.P. Bijhouwer. Terwijl de verwerving van nieuw werk doorgang vond, bestond de beeldentuin nog uit niet veel meer dan een gazon aan de noordzijde van het museum. Maar nadat Bijhouwer zijn eerste schetsen (ca. 1955) had uitgewerkt (ca. 1960) en inhoudelijke en financiële kwesties waren opgelost, kwam de aanleg tot uitvoering. Roerende objecten van belang voor het gebouw Relevante wijzigingen Een gedeelte van oudste aanleg (het westelijk deel) van de beeldentuin is rond 1975 verloren gegaan door de bouw van de grote uitbreiding van het museum naar ontwerp van W. Quist (geboren 1930). Hierdoor is het contact tussen de museale binnen- en buitenruimten versterkt, wat een doelbewuste keuze was. Hierdoor is de vijver relatief dicht tegen het binnenmuseum komen te liggen en wordt er een uitnodigend gebaar gemaakt naar één van de beeldmerken van het museum: het Sculpture flottante, Otterlo'. Aan de oostzijde van de tuin is bij een latere uitbreiding een aanleg gerealiseerd die deels aansluit bij het eerdere plan van Bijhouwer voor dit gebied, maar die wel een ander karakter laat zien dan dat van de beide oudere delen. Hier kwam een veel minder uit slingerende paden samengesteld grondplan tot stand, met zichtlijnen langs tamelijk rechte lanen. Binnen dit nieuwe deel zijn ook enkele gebouwde elementen tot stand gebracht, waaronder een beeldenpaviljoen (oorspronkelijk 1965/66, verplaatst 2005) van Aldo van Eyck (1918-1999) en Kijk uit attention (1986/2005) van Krijn Giezen (geboren 1939). Dit laatste object is een lange trap op de Franse Berg. Deze uitbreiding maakt geen deel uit van de beschermde tuin. Bezocht Frits Niemeijer, 31 oktober 2012, buiten Overige KENNIS: BRONNEN Primaire bronnen,

kaarten, literatuur, documentatie, websites Nr. 1 Nr. 2 Nr. 3 Nr. 4 Nr. 5 Nr. 6 Nr. 7 Nr. 8 Interviews bewoners, gebruikers T. van Kooten en M. Bloemheuvel (red.) Beeldentuin Kröller-Müller Museum. Otterlo / Rotterdam, 2007. G. Deunk Nederlandse tuin- en landschapsarchitectuur van de 20 ste eeuw. Rotterdam, 2002. G. Andela J.T.P. Bijhouwer; Grensverleggend landsachapsarchitect. Rotterdam, 2011. C.S. Oldenburger-Ebbers, A.M. Backer en E. Blok Gids voor de Nederlandse Tuin- en Landschapsarchitectuur, Deel Oost en Midden: Gelderland Utrecht. Rotterdam, 1996. http://www.rgd.nl/onderwerpen/degebouwen/rietveld-paviljoen/#c15101 http://nl.wikipedia.org/wiki/helene_kr%c3%b6ller- M%C3%BCller http://nl.wikipedia.org/wiki/anton_kr%c3%b6ller P. de Jonge Helene Kröller-Müller : een biografische schets in woord en beeld. Otterlo, 2004. Dhr. R. Vonhof, Zakelijk adjunct-directeur.