opdrachtenboek groep 5
blok 8 les Ik wil precies 00 gram, dus nog 400 erbij. Maak de tabellen af. 600 g samen 00 600 500 00 0 samen 00 750 890 970 60 80 samen 00 645 995 75 85 5 Kijk op de weegschaal. Schrijf op of de schep er nog bij kan. Maar meer dan 00 gram mag niet! Doe het zo: a: - ja, -... a U wilt 00 gram, mag het iets meer zijn? Nee! b U wilt 00 gram, mag het iets meer zijn? Nee! c U wilt 00 gram, mag het iets meer zijn? Nee! 650 g 70 g 545 g 545 g 40 450 400 50 60 80 500 450 460 Reken uit tussen streepjes. Kies steeds uit het mandje en het karretje getal en maak daarmee een som. Doe het zo: 649 + 7 = 700 8 a Maak 5 optelsommen waar meer dan 800 uitkomt. b Maak 5 aftreksommen waar minder dan 400 uitkomt. 649 67 568 44 504 607 7 95 4 04 89 96
les 4 blok 8 Hoe lang is elke plank? Schrijf het op in centimeters. Doe het zo: a 80 cm a c 50 0 b d 50 0 50 0 50 0 Hoeveel wijst de weegschaal aan? a b c d 00g 00g 00g 00g 750g 50g 750g 50g 750g 50g 750g 50g 500g 500g 500g 500g Hoe vol wordt de maatbeker? Kies voor elke soep het beste antwoord. Tomatensoep 750 ml Erwtensoep 5 ml Kippensoep 00 ml Groentesoep 50 ml Uiensoep 500 ml e d c b a 00 ml 900 800 700 600 500 400 00 00 0 4 Hoeveel klanten zijn er geweest? Maak een staafgrafiek met de getallen in de tabel. Gebruik het kopieerblad. dagen van de week ma di wo do vr za zo aantal klanten s ochtends 5 40 45 50 60 50 0 aantal klanten s middags 5 0 5 0 50 80 0
blok 8 les 5 Kijk hoeveel er al op de weegschaal ligt. a b c d 800 g 940 g 645 g 80 g samen 00 gram a 800 b 940 c d Kijk hoeveel er al op de weegschaal ligt. a b c d 00g 00g 00g 00g samen 00 gram a 450 b 750g 50g 750g 50g 750g 50g 750g 50g c 500g 500g 500g 500g d a Schrijf de namen van de dagen erin. Gebruik de grafiek. b Reken uit hoeveel klanten er s middags zijn geweest. dagen van de week ochtend middag totaal 9 50 7 504 97 55 89 5 maandag 5 0 47 0 0 0 aantal klanten 600 500 400 00 00 0 0 ochtend middag ma di wo do vr za zo dagen 4
les 7 blok 8 Doe het zo: 4 pakjes 4 x = 40 a Hoeveel stroopwafels? 4 pakjes 6 pakjes 7 pakjes pakjes 0 pakjes b Hoeveel eieren? dozen 5 dozen 8 dozen dozen dozen Reken het antwoord steeds op manieren uit. a 4 x 50 = 5 x 40 = b 5 x... = 6 x... = c 5 x... = x... = d... x... =... x... = x40= x70= 5x50= 6x0= 4x80= 40 x 6 = 50 x= 70 x= 90 x4= 60 x6= x= 0x50= 4x50= 5x60= 8x90= 4 aantal krentenbollen 4 8 0 prijs (in ),60 8 stuks,60 5
blok 8 les 9 Hoeveel krentenbollen? 4 x = 8 x = x = 7 x = 4 x =... Ik reken zo: = 0 x 4 80 9 Hoeveel? a 7 0 7 b 8 0 8 c 45 40 5 4 5 6 4 x 7 = 5 x 8 = 6 x 45 = 7 = 0 7 x 4 0 8... 8 = 0 8 x 5......... 45 = 40 5 x 6......... 4 x 40 = 7 x 0 = 8 x 40 = 5 x 80 = x 44 = x = 7 x = 4 x = 5 x 5 = 6 x = 4 x 4 = x 7 = 4 x 4 = 5 x 7 = 6 x 4 = 7 x 4 = 4... : 4 = rest... : 5 = rest 4... : 7 = 4 rest 5... : 7 = rest 50 :... = 6 rest 45 :... = 6 rest 50 :... = 7 rest 45 :... = rest 6
les blok 8 Hoeveel tulpen? Aanbieding: bij tulpen gratis 5 tulpen extra! 4 x 5 = 5 = 5 x 4......... 8 x 5 = 5 = 5 x 8......... 7 x 5 = 5 = 5 x............ 4x5=... Ik reken zo: 5 = 5 x 4 40 0 60 9 x 5 = 5 = 5 x............ Hoeveel? 74 70 4 x 58 =... =...... x............ 6 x 54 =... =...... x............ 4 x 64 =... =...... x............ x 74 =... =...... x............ a Hoeveel heb je nodig voor 5 sneeuwpopjes? Maak zelf een tabel. Nodig voor sneeuwpopje: sneeuwpopjes spekbollen snoeprondjes rozijntjes b Hoeveel zakken spekbollen en snoeprondjes heb je nodig als je sneeuwpopjes maakt voor alle kinderen in jouw klas? c Hoeveel spekbollen en snoeprondjes houd je dan over? spekbollen snoeprondjes 5 stuks 7
puntblad blok 8 bij les en Reken uit tussen streepjes. 74 + 58 = 700 50 7 857 567 + 9= 444 + 9= 57 + 77= 5 + 476= 94 68= 00 50 5 64 5= 548 474= 86 547= 49 87= Wat staat onder de vlek? Schrijf dat getal op. 97 + = 400 0 4 54 87 + = 400 0 4 54 46 + = 400 0 4 54 57 + = 400 0 4 54 69 + = 400 0 4 54 44 = 00 0 67 56 = 00 0 67 846 = 00 0 67 446 = 00 0 67 94 = 00 0 67 Gooi en reken. Je hebt nodig: een dobbelsteen. = Teken allebei de lege vakjes en de en de = na. Gooi om de beurt met de dobbelsteen. Vul in wat je gooit. Je mag zelf een vakje kiezen. Maar let op: als het tweede getal groter wordt dan het eerste getal, ben je af! Als alle vakjes vol zijn, reken je je som uit. Wie heeft het laagste getal als antwoord? Die wint. Speel het spel 5 keer. 5 6 = 5 4 6 5 = 8
blok 8 plusblad bij les en Reken uit tussen streepjes. Kies steeds uit elk vak zak en maak daarmee een som. Doe het zo: 587 + 57 = 800 0 4 944 a Maak optelsommen waar meer dan 700 gram uitkomt. b Maak aftreksommen waar minder dan 50 gram uitkomt. 587 gram 75 gram 468 gram 57 gram 84 gram 7 gram 9 gram 7 gram Maak optelsommen en aftreksommen met de volgende cijfers:, 4, 6, 7, 8, 9. Doe het steeds anders. Je mag de cijfers vaker gebruiken. a b + = = Maak sommen bij alle antwoorden. Gebruik alleen de volgende cijfers:, 4, 6, 7, 8, 9. = = = 0 89 0 0 5 65 0 0 69 9
puntblad blok 8 bij les en 4 Kijk in de grafiek en schrijf het antwoord op. a Op welke dag zijn er de meeste klanten? b Op welke dag zijn er s ochtends de meeste klanten? c Op welke dag zijn er s middags de meeste klanten? d Op welke dagen zijn er s ochtends evenveel klanten als s middags? e dagen van de week ma di wo do vr za zo aantal klanten in week 40 0 aantal klanten 0 0 0 90 80 70 60 50 40 0 0 0 aantal klanten in week ochtend middag ma di wo do vr za zo dagen In de tabel zie je hoeveel klanten in week in de supermarkt zijn geweest. Maak de grafiek af. Gebruik het kopieerblad. dagen van de week ma di wo do vr za zo aantal klanten in week 0 40 5 95 0 5 0 aantal klanten 0 0 0 90 80 70 60 50 40 0 0 0 aantal klanten in week ma di wo do vr za zo dagen
blok 8 plusblad bij les en 4 Hoeveel klanten zijn er geweest? Maak een staafgrafiek met de getallen in de tabel. Gebruik het kopieerblad. dag ma di wo do vr za zo aantal klanten s ochtends 5 60 55 65 40 50 0 aantal klanten s middags 40 70 5 5 45 75 0 Kijk in de grafiek en schrijf het antwoord op. a Op welke dag zijn er de meeste klanten? b Op welke dag zijn er de minste klanten? c Op welke dagen zijn er s ochtends meer klanten dan s middags? d Op welke dagen zijn er s middags meer klanten dan s ochtends? e Op welke dag zijn er s middags evenveel klanten als s ochtends? Maak tabel af. Kijk in de grafiek. dag ma di wo do vr za zo aantal klanten s ochtends aantal klanten s middags 5 0 5 0 aantal klanten in week 5 ochtend aantal klanten middag 550 500 450 400 50 00 50 00 50 0 50 0 ma di wo do vr za zo dagen aantal klanten in week 6 ochtend aantal klanten middag 550 500 450 400 50 00 50 00 50 0 50 0 ma di wo do vr za zo dagen
puntblad blok 8 bij les 6 en 7 Hoeveel glazen? fl essen 6 7 5 glazen 6 pakken 4 8 5 9 glazen 7 rollen 5 8 oekjes 5 koekjes 5 koekjes 5 koekjes 5 koekjes koekjes 5 oekjes 5 koekjes 5 koekjes Wat heb je nodig? Nodig voor cake: aantal cakes 4 5 boter (g) 00 suiker (g) 00 eieren bloem (g) 50
blok 8 plusblad bij les 6 en 7 Wat heb je nodig? pannenkoeken 0 40 50 meel (g) 400 melk (dl) 6 eieren 5 Nodig voor 0 pannenkoeken 400 gram meel 8 dl melk eieren Maak zelf tabellen en vul ze in. Gebruik het kopieerblad. In rol zitten 0 koekjes. Hoeveel in rollen? Hoeveel in 4 rollen? Hoeveel in 6 rollen? Hoeveel in 8 rollen? Hoeveel in rollen? In zakje zitten 5 spekjes. 0 Koekjes oekjes Hoeveel in zakjes? Hoeveel in 4 zakjes? Hoeveel in 5 zakjes? Hoeveel in zakjes? Hoeveel in 5 zakjes? 5 Spekjes 5 Spekjes
puntblad 4 blok 8 bij les 8 en 9 : 4 =... rest... : 4 =... rest... 6 : 4 =... rest... 4 : 4 =... rest... 9 : 4 =... rest... 4 : 6 =... rest... 6 : 6 =... rest... 0 : 6 =... rest... 44 : 6 =... rest... 6 : 6 =... rest... 5 : 7 =... rest... : 7 =... rest... 0 : 7 =... rest... 9 : 7 =... rest... 7 : 7 =... rest... Schrijf de som op. a Milou zet 9 doosjes thee naast elkaar op een rij. Zij heeft 65 doosjes. Hoeveel volle rijen kan zij maken? Hoeveel doosjes heeft zij nog over? De som is 65 : 9 =... rest... b Milou zet 5 zakken suiker naast elkaar op een rij. Zij heeft 6 zakken. Hoeveel volle rijen kan zij maken? Hoeveel zakken heeft zij nog over? De som is... :... =... rest... c Milou zet 6 pakken koffie naast elkaar op een rij. Zij heeft 49 pakken. Hoeveel volle rijen kan zij maken? Hoeveel pakken heeft zij nog over? De som is... :... =... rest... d Milou zet 8 flessen melk naast elkaar op een rij. Zij heeft 65 fl essen. Hoeveel volle rijen kan zij maken? Hoeveel flessen heeft zij nog over? De som is... :... =... rest... 4
blok 8 plusblad 4 bij les 8 en 9 Reken de sommen uit. Zoek de letter die bij het antwoord hoort. Wat staat er? = e = i = k 4 = a 5 = l 6 = r 7 = n 8 = g 9 = o = m = s = p = w 4 : 8 : 6 : 6 : 8 5 : 5 64 : 8 48 : 8 6 : 4 0 : 5 7 : 9 : : 49 : 7 i 6 : 4 : 0 : 6 8 : 9 56 : 7 6 : 6 40 : 90 : 9 4 : 6 4 : 6 : : 50 : 66 : 6 Wat staat er onder de vlek? 7 : = 5 rest 4 : = 5 rest 6 67 : = 8 rest 5 : = 4 rest 7 : = 9 rest 0 45 : = 4 rest 5 4 : = 6 rest 0 9 : = rest 6 : = 4 rest 4 8 : = rest Welke deelsommen kun je maken? Zoek steeds deelsommen bij elk antwoord. Schrijf het zo op: 8 rest 6 : en 4 : 5 8 rest 7 rest rest 5 rest 4 rest 6 rest 8 rest rest 5 rest 4 rest 6 5