RAPPORT SOCIALE VAARDIGHEDEN SCHOOLJAAR 2010-2011 NAAM: KLAS:
Inleidend woord Dit is het vernieuwde rapport sociale vaardigheden. Het sociaal functioneren op school vinden wij uitermate belangrijk. We willen regelmatig informatie geven over de leefhouding van jullie kind. We doen dit aan de hand van concreet verwoorde waarden. Deze zijn gebaseerd op het project Er zit een schat verborgen in jezelf. Iedere maand zetten we twee waarden in de kijker waarrond we in de klas en op school werken. We koppelen er ook een uitspraak aan. Ook over de leer- en werkhouding willen we rapporteren vanuit duidelijke doelen. De figuren van de schat stellen elk een waarde voor. Op de volgende bladzijde lees je hun naam en waar ze voor staan. Het weersymbool geeft de beoordeling weer zodat ieder kind het begrijpt. Elke leerkracht probeert op zijn manier een beeld te geven over het schoolse doen en laten van jullie kind. Ze proberen dit op een eigen, doorleefde en waarachtige manier te doen. Daardoor ontstaan er waarschijnlijk interpretaties die wat van elkaar zullen verschillen. Het heeft dus geen zin om de beoordelingen van verschillende leerkrachten of kinderen naast elkaar te leggen of te vergelijken. We hopen dat dit werkinstrument de totale ontwikkeling van jullie kind ondersteunt. We willen ertoe bijdragen dat iedereen gelooft in zijn mogelijkheden om te groeien. Soms zal dat moeite kosten. Daarom willen we hen door dit rapport ook aanmoedigen. Voor een verhelderend gesprek zijn we altijd bereid. Het leerkrachtenteam Karel Scherpereel, directeur
Alstublieft dankjewel Alstublieft Dankjewel is mijn vriend. Ik probeer beleefd te zijn en ik hou rekening met andere kinderen en met de leerkrachten. Aanmoedigen met warme en lieve woorden kan ik Mijn leerkracht vindt dat ik een positieve houding heb omdat ik heel vaak erg beleefd ben en anderen vaak een pluim geef. Ik praat heel correct en verzorgd. Blind Vertrouwen. Blind Vertrouwen is mijn vriend. Zonder vriendschap kan ik niet leven en ik heb bijgevolg rond mij een grote vriendenkring. Mijn vrienden kunnen op mij rekenen: ik ben te vertrouwen. Als ik met mijn vrienden speel voel ik me gelukkig en blij. Ik probeer de hele klasgroep te zien als mijn vriend. Ik draag zorg voor mijn vrienden, want ik zie ze graag. Heertje Eerlijk. Heertje Eerlijk is mijn vriend want in het spel, in de klas, tijdens het sporten, ben ik eerlijk! Ik heb niets te verbergen en lieg niet. Als ik blij ben, ben ik ook blij. Als ik verdrietig ben, ben ik intens verdrietig. Ik ben wie ik ben. Ik durf te tonen hoe ik me voel. Geweldig Geweldig! Is mijn vriend. Ik kan ruzietjes uitpraten en oplossen zonder op de vuist te gaan of boos te worden. Ik wil niet altijd de beste zijn. Ik breek kinderen niet af. Ik lach kinderen niet uit. Wat vind ik wél geweldig? Samenwerken en samenspelen! Ik weet dat dit voor minder ruzie zorgt! Houvast Houvast is mijn vriend! Samenwerken vind ik leuker dan alleen werken! Ik kan dit ook goed, ook al ben ik geen leider. Ik kan luisteren als andere kinderen het woord hebben, ik aanvaard dat. Als ik iets moet doen, dan doe ik dat ook! Ik draag dus mijn verantwoordelijkheid. Als ik met iets niet akkoord ben, probeer ik dat op een aanvaardbare manier te zeggen. Ik ben ook een goede helper! De groep is mijn vriend! Evenwaardig Evenwaardig is mijn vriend. Ik ben heel verdraagzaam: mensen die anders denken, die er anders uitzien, die anders doen, probeer ik te aanvaarden. Iedereen is in mijn ogen evenveel waard. Ik heb een groot hart en kan bijna voelen hoe de ander zich voelt. Mijn oren zijn erg groot. Zo kan ik goed naar anderen luisteren. Als andere kinderen mij kritiek geven, probeer ik dat te aanvaarden en er iets uit te leren.
SEPTEMBER Ik groet iedereen, ik zeg vriendelijk goeiedag. Ik heb respect voor iedereen in de klasgroep. Iedereen is evenveel waard. Ik heb respect voor het materiaal en draag er zorg voor. Wanneer ik wat wil zeggen, steek ik mijn vinger op.
OKTOBER Ik ben eerlijk in sport en spel en ook bij het werken in de klas. Ik bouw mee aan een fijne (klas)sfeer. Ik werk netjes en verzorgd in mijn schriften. Als de bel gaat, sta ik snel en stil in de rij.
NOVEMBER Ik los een ruzie rustig op zonder geweld of lelijke woorden. Ik help anderen, ook de juf of meester. Ik werk aandachtig en actief mee. Ik dien mijn huiswerken en taken tijdig in en leer mijn lessen.
DECEMBER/JANUARI Ik zeg dankjewel. Ik doe dat welgemeend. Ik ga op een gepaste manier om met opmerkingen over mezelf. Mijn bank en boekentas zijn ordelijk Kleren horen aan de kapstok, niet op de grond. Daar zorg ik voor..
FEBRUARI Ik toon mijn gevoelens op een correcte manier. Ik voer mijn taken goed uit. Ik kan verantwoordelijkheid dragen. Op mij kan je rekenen! Ik kan gemotiveerd en zelfstandig werken. Ik neem initiatief.
MAART Ik wil niet steeds de eerste zijn. Ik sluit niemand uit en heb respect voor de anderen. Ik kan doorzetten, ook als het moeilijk is. Mijn schooltas is niet te zwaar.
MEI Ik kan goed naar anderen luisteren. Ik ben beleefd, ook buiten de schoolmuren. Mijn taal is keurig. Ik doe mijn best om net te werken.
JUNI Ik ben eerlijk in wat ik zeg en doe, ook tijdens de toetsen. Ik draag mijn steentje bij om als leuke klasgroep te eindigen. Ik lach niemand uit..ik doe eens iets spontaan.
De wereld verbeteren Een bekwaam onderzoeker zit in zijn bureau te werken aan een project om de wereld te verbeteren als plots zijn dochtertje van 8 jaar binnenkomt. Ik wil met je spelen zegt ze. Maar de man antwoordt dat hij geen tijd heeft en dat ze hem moet laten verder werken. Na wat aandringen verandert het meisje van tactiek : Laat mij dan helpen, dan ben je vlugger klaar met de wereld te verbeteren zegt ze. De man is vertederd en zoekt een oplossing. Hij vindt in een tijdschrift een wereldkaart, scheurt die aan stukken en geeft alles aan zijn dochtertje met de opdracht dat zij de wereld opnieuw in orde moet brengen. Hij hoopt zo voor de rest van de dag geen last meer te hebben van haar gezaag, want hij weet dat ze daarvoor nog te klein is omdat ze het beeld van de wereldkaart niet kent. Maar na een kwartiertje komt ze fier terug met de wereldkaart, netjes aaneengeplakt. Klaar, roept ze uit. Hoe heb je dat gedaan?, vraagt de papa verbaasd. Simpel, zegt het meisje, toen je het blad uit het tijdschrift scheurde, zag ik dat er op de achterkant een foto van een man stond. Toen ik de wereld niet ineen kon puzzelen, heb ik alles omgedraaid en eerst de mens in orde gebracht. Toen ik daarna het blad omdraaide, zag ik dat de wereld ook in orde was.