d e n k o n t w i k k e l i n g Activiteit 3 Mens en samenleving Versje met afspraken Doelen 1 De kleuters begrijpen dat regels en afspraken nodig zijn en kunnen uit hun ervaringen zelf voorbeelden aanreiken. (24) (WO 3.9) 2 De kleuters tonen hun bereidheid om gemaakte afspraken na te leven via het ondertekenen van een contract. (24) (WO 3.9) 3 De kleuters kunnen de regels of de afspraken associëren met de passende prent. (24/74) (N 3.1) 4 De kleuters kunnen het versje zin na zin nazeggen. (73) (N 5.5) 5 De kleuters kunnen in een verstaanbare taal beschrijven wat ze op een prent zien. (62/73) (N 2.11, 3.1) 6 De kleuters kunnen op een totaalprent aanduiden wat niet strookt met de gemaakte regels en afspraken. (54/74) (N 3.1) Materiaal * Bijlage 1 t.e.m. 8 pagina 41 t.e.m. 55 * Werkblad 1 pagina 1 Voortaak Ga voor jezelf na wat wel en niet kan in je klas. Sta er ook even bij stil waarom je iets wel of niet toelaat. Zo kun je de kleuters beter uitleggen waarom je een bepaalde regel voorstelt. Activiteit 3 BC 1 Ik zie mijn vriendjes terug 35
d e n k o n t w i k k e l i n g Vooraf 1 Introductie 2 Kern Bijlage 1 t.e.m. 8 pagina 41 t.e.m. 55 Bij het begin van het nieuwe schooljaar komen heel wat nieuwe afspraken aan bod. We nemen hier de tijd om deze via een versje bespreekbaar te maken. Verzamel de kleuters in de kring en vraag naar de reeds gemaakte afspraken. Bv. Wat moet je doen met de jassen, koekjes, boekentassen bij het binnenkomen in klas? 2.1 De inhoud van het versje aanbrengen Behandel prent na prent. Toon een prent en zet deze op een goed zichtbare plaats. Laat de kleuters spontaan reageren en beschrijven wat ze zien. Vraag hun wat de bedoeling is van de prent. Wat vertelt die prent? Daarna geef je de juiste verwoording, zoals in het versje. Je kunt de juiste tekst telkens bij de prent aanbrengen en nadien met het versje de volledige tekst zeggen. 2.2 Voordragen van het versje Vertel de kleuters dat je een versje hebt over regels en afspraken in de klas. Zo doen we het allemaal! Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Aan de haak komen de jassen. Tegen de muur staan de tassen. De koeken moeten in de mand. Zo is alles aan de kant. Opruimen kun je leren. Waar moeten de beren? Waar horen de blokken? Ik help mee en ga niet mokken. Na het schilderen en plassen, steeds mijn handjes wassen. Er is ruzie, t kan eens zijn, maar we doen elkaar geen pijn. Alstublieft en dank je wel, dat het zo moet, weet ik wel. De bel gaat, in de rij. Ik wil er ook nog bij! 36 BC 1 Ik zie mijn vriendjes terug Activiteit 3
d e n k o n t w i k k e l i n g 2.3 Uitdiepen van het versje Hou een kort gesprekje rond de vraag: heb je dingen gehoord die we ook in de klas doen? Bespreek alle afspraken met de bijhorende prenten. Geef extra uitleg over het waarom van deze regels en afspraken. Enkele suggesties ORDE (bijlage 1 en 2) Dit is een gelegenheid om samen met je kleuters duidelijke plaatsen af te spreken rond het eigen gerief. Toon hen de plaats voor jassen, boekentassen, koekjes en drankjes, vuilbakken, brooddozen, paraplu s, schriftjes, mutsen OPRUIMEN (bijlage 3 en 4) Laat de kleuters achterhalen waarom er moet opgeruimd worden: - Als er niet wordt opgeruimd, vinden we ons speelgoed niet meer terug. - Als we niet opruimen, kunnen we het speelgoed stuktrappen. HYGIENE (bijlage 5) Waarom moet je je handen wassen na het schilderen en plassen? Wanneer was je nog je handen? Voor en na het koken, na het buiten spelen, na het spelen in zand, na een knutselactiviteit RUZIE (bijlage 6) Bespreek met de kleuters hoe een ruzie ontstaat en kan opgelost worden. Maak hen duidelijk dat fysiek geweld geen oplossing is, maar dat conflicten moeten besproken worden. Hierbij kunnen ze de hulp van de juf inroepen wanneer zich een ruzie voordoet. Misschien is dit een gelegenheid om het ook over klikken te hebben. BELEEFDHEID (bijlage 7) Ga na wanneer je a.u.b.' of dank je' kunt gebruiken. Je kunt ook dank je' zeggen als je iets niet wilt. RIJ (bijlage 8) Neem in de eerste weken zeker de tijd om de rij op een speelse manier in te oefenen. Let vooral op het trekken en duwen. Maak hen erop attent dat ze best steeds achteraan aansluiten. Zo voorkom je veel problemen. Geef de kleuters voldoende tijd en ruimte om te reageren op de afspraken. Laat hen ook aanvullen met eigen voorstellen. Activiteit 3 BC 1 Ik zie mijn vriendjes terug 37
d e n k o n t w i k k e l i n g 2.4 De kleuters ondertekenen Werkblad 1 pagina 1 3 Evaluatie en reflectie Reconstrueer het versje aan de hand van de bijlagen. Laat hen het contract nalezen (zin na zin nazeggen) en ondertekenen voor goedkeuring met hun eigen handtekening op het werkblad. Dit kan een krabbel of een getekend symbool zijn. Vooral de eerste weken helpen we elkaar herinneren aan deze aandachtspunten. 3.1 De kleuter blikt terug Proces ik zeg De kleuter denkt - Welke afspraak vinden jullie - Wat zal ik moeilijk kunnen doen? moeilijk? - Hebben jullie zelf een afspraak - Had ik andere voorstellen? voorgesteld? Product ik zeg De kleuter denkt - Wat deed je vandaag goed? - Wat heb ik gedaan zoals het moet? Kijk naar je jas, je tas, je handen - Wat lukt nog niet zo goed? - Wat doe ik nog fout? 3.2 Ik blik terug Proces - Geef ik de kleuters voldoende ruimte en tijd om te reageren op bepaalde afspraken? - Luisterde ik voldoende naar hun voorstellen? Product - Is het versje ondersteunend voor een correct begrip? - Herkennen de kleuters de afspraken op de tekeningen? 3.3 Ik kijk naar de kleuters Ik kijk in het bijzonder naar Doel 4. De kleuters kunnen het versje zin na zin nazeggen. Doel 5. De kleuters kunnen in een verstaanbare taal beschrijven wat ze op een prent zien. 38 BC 1 Ik zie mijn vriendjes terug Activiteit 3
d e n k o n t w i k k e l i n g Deze doelen vind je in de observatielijst bij Taalontwikkeling 73 luisteren en spreken verfijnen P 1K 2K 3K woorden zo uitspreken dat anderen je verstaan 2K / X 4 Tips de meeste Nederlandse klanken uitspreken (behalve als ze voorkomen in moeilijke combinaties) Ik observeer - Sommige kleuters hebben moeite om het vers alleen naar voren te brengen. 3K / X Ik remedieer - Ik probeer te begrijpen wat de oorzaak is. Het kan te maken hebben met verlegenheid, spanning - Ik geef hen een veilig gevoel door hun hand vast te houden, mijn armen rond hen te leggen, naast hen te gaan zitten - Hun geheugen kan hen in de steek laten. Ik vraag zeker niet het vers in volgorde voor te dragen maar laat hen een prent uitkiezen die ze wel al kunnen vertalen'. - Ik laat hen een vriendje kiezen om samen het vers te oefenen en daarna samen naar voren te brengen. - Ik forceer deze kleuters niet om het hele vers te brengen. Ik stel wel een zekere eis. Bv. vier van de acht prenten kunnen zeggen'. - Je kunt het versje in verschillende fases aanbrengen over verschillende dagen. - Hang de prenten uit in de klas. Zo blijven de regels duidelijk zichtbaar voor de kleuters. Ze zijn een goed geheugensteuntje. - Je kunt het versje uitbreiden met de voorstellen van de kinderen. - Ga na in de komende weken of je kleuters de gemaakte regels en afspraken naleven. - Het versje met de handtekening mogen ze meenemen naar huis in hun mapje. Activiteit 3 BC 1 Ik zie mijn vriendjes terug 39
Bijlage 1 d e n k o n t w i k k e l i n g Activiteit 3 BC 1 Ik zie mijn vriendjes terug 41
Bijlage 2 d e n k o n t w i k k e l i n g Activiteit 3 BC 1 Ik zie mijn vriendjes terug 43
Bijlage 3 d e n k o n t w i k k e l i n g Activiteit 3 BC 1 Ik zie mijn vriendjes terug 45
Bijlage 4 d e n k o n t w i k k e l i n g Activiteit 3 BC 1 Ik zie mijn vriendjes terug 47
Bijlage 5 d e n k o n t w i k k e l i n g Activiteit 3 BC 1 Ik zie mijn vriendjes terug 49
Bijlage 6 d e n k o n t w i k k e l i n g Activiteit 3 BC 1 Ik zie mijn vriendjes terug 51
Bijlage 7 d e n k o n t w i k k e l i n g Activiteit 3 BC 1 Ik zie mijn vriendjes terug 53
Bijlage 8 d e n k o n t w i k k e l i n g Activiteit 3 BC 1 Ik zie mijn vriendjes terug 55
e x p r e s s i e Activiteit 4 Muziek Het hoekenlied Doelen 1 De kleuters kunnen de ruimte structureren door alle hoeken te benoemen. (66) (WO 6.8) 2 De kleuters kunnen verwoorden waarom ze een hoek plezierig vinden. (6/84) (N 2.2) 3 De kleuters kunnen communiceren over eigen indrukken en ervaringen in bepaalde hoeken. (71/72) (N 2.2) 4 De kleuters kunnen de juiste woorden in een ritmische zin invullen en/of nazeggen. (40/73) (MV 2.2) 5 De kleuters kunnen bij het zingen, de juiste toon overnemen. (40) (MV 2.1) 6 De kleuters kunnen hun ervaringen creatief uitdrukken binnen de liedstructuur. (37/40) (MV 2.5) 7 De kleuters durven actief deel te nemen en plezier te beleven aan het lied. (40/73) (MV 2.5) 8 De kleuters kunnen zich oriënteren in de ruimte door naar de betreffende hoek te gaan. (66) (WO 6.3) 9 De kleuters kunnen de materialen en de hoekpictogrammen aan de betreffende hoek koppelen. (60/74) (LO 1.39, N 3.2) Materiaal * Bijlage 1 en 2 pagina 61 en 62 * Werkblad 2 en 3 pagina 2 en 3 * Hoekpictogrammen * Speelgoed * Blokfluit * Keuzebord * Audio-cd track 1 en 16 * Schaar en lijm Voortaak Beluister vooraf even Het hoekenlied' op de cd. Ga na of de tekst van toepassing is op jouw klas. Indien nodig kun je de tekst aanpassen en inzingen op de instrumentale versie. Activiteit 4 BC 1 Ik zie mijn vriendjes terug 57
e x p r e s s i e 1 Introductie 2 Kern Keuzebord met pictogrammen In de klas zijn er heel wat hoeken. We hebben ze al grondig verkend en ze een pictogram gegeven (zie activiteit 1). We overlopen met een lied nog eens alle hoeken van de klas. Laat de kleuters alle hoeken van de klas opsommen en laat hen verwoorden wat je er allemaal kunt doen. Een raadselspelletje: - Wat vind je in de? - Ik heb een Ik speel met een In welke hoek zit ik? - Waar vind je geen? 2.1 Bespreking keuzebord Neem je keuzebord. Vraag een kleuter naar zijn lievelingshoek. Bv. Ruben kiest de bouwhoek. Laat Ruben het bijhorende pictogram van deze hoek zoeken op het keuzebord. Laat hem verwoorden waarom hij daar graag speelt, wat hij daar allemaal doet. Geef de andere kleuters de kans om daarop in te spelen. Bv. torens bouwen, huizen bouwen, tenten bouwen Je pikt in op de reactie van deze kleuter door opnieuw te verwoorden: Jij speelt graag in de bouwhoek'. 2.2 Het lied Bijlage 1 en 2 pagina 61 en 62 Blokfluit, audio-cd Ga over tot het lied. Speel het enkele keren op de blokfluit en ga over tot het zingen. Laat Ruben naar de bouwhoek lopen en laat hem een favoriet stukje speelgoed meebrengen. Doe hetzelfde met de andere kleuters en ga zo door tot iedereen aan de beurt is geweest. Daar de kleuters een stuk speelgoed bij zich hebben, kun je makkelijk zien wie nog niet aan de beurt kwam. Wanneer een hoek meerdere keren aan bod komt, zullen de kleuters het lied spontaan meezingen. Telkens wanneer een andere kleuter zijn hoek kiest, speel je het lied nog eens op de blokfluit. Let erop dat de kleuters de juiste toon overnemen bij het zingen. 2.3 Tekstverandering begeleiden Audio-cd track 1 en 16 Wanneer een kleuter een andere hoek kiest dan die in het lied, dan ga je op zoek naar de stukken tekst die moeten veranderd worden. Bv.: Mieke wil gaan schilderen. Zeg de nieuwe zin ritmisch en ga over tot het zingen. Pas het verloop van 2.2 verder toe. Ga zo door tot alle kleuters aan bod zijn geweest en dus een stukje speelgoed in de hand hebben. Laat je inspireren door het hoekenlied' op de audio-cd. Let in dit deel vooral op de juiste uitspraak van sommige woorden en schakel hier eventueel een remediëring in. 58 BC 1 Ik zie mijn vriendjes terug Activiteit 4
e x p r e s s i e 2.4 Het volledige hoekenlied Terwijl jij nu het volledige hoekenlied herhaalt, laat je de kleuters die voor een bepaalde hoek kozen, naar de betreffende hoek vertrekken om er hun materiaal terug op te bergen. Motiveer de kleuters om mee te zingen. 2.5 Als afsluiter Werkblad 3 pagina 3 Schaar, lijm 3 Evaluatie en reflectie Neem werkblad 3: Waar hoort wat thuis? Geef de kleuters de opdracht: Knip de kaartjes uit en kleef ze bij de juiste hoek. 3.1 De kleuter blikt terug Proces ik zeg De kleuter denkt - Vinden jullie het moeilijk om je - Vind ik het moeilijk om een hoek lievelingshoek te kiezen? te kiezen? - Kunnen jullie vertellen wat er in - Kan ik vertellen wat ik in de hoek de hoeken gebeurt? doe? Product ik zeg De kleuter denkt - Wie vond zijn lievelingshoek terug? - Vond ik mijn lievelingshoek terug? - Wie kan over zijn lievelingshoek - Wil/kan ik er iets over zingen? iets zingen? 3.2 Ik blik terug Proces - Hield ik voldoende rekening met de prille ervaringen van de kleuters in de hoeken? - Leidde mijn tekst- en melodiekeuze tot een ondersteuning van het oriënteringsproces? Product - Toont deze activiteit dat sommige hoeken minder functioneren? - Kunnen de kleuters de materialen op de juiste plaats situeren? - Leidde mijn tekst- en melodiekeuze tot een haalbaar resultaat? 3.3 Ik kijk naar de kleuters Ik kijk in het bijzonder naar Doel 4. De kleuters kunnen de juiste woorden in een ritmische zin invullen en/of nazeggen. Activiteit 4 BC 1 Ik zie mijn vriendjes terug 59
e x p r e s s i e Dit doel vind je in de observatielijst bij Taalontwikkeling 73 luisteren en spreken verfijnen P 1K 2K 3K woorden zo uitspreken dat anderen je verstaan 2K / X de meeste Nederlandse klanken uitspreken (behalve als ze voorkomen in moeilijke combinaties) 3K / X Ik observeer - Sommige kleuters hebben het moeilijk met sommige woorden uit de tekst: chique, tasje, ringen. Ik remedieer - Ik laat hen de moeilijke stukken ritmisch mee klappen op de knieën of op een ander steunvlak, bv. sj sj sj. Daarna oefen je het volledig woord. - Ik speel articulatiespelletjes met hen: sj sj sj (poes wegjagen), ring (bel nabootsen). 4 Tips Werkblad 2 pagina 2 - Introduceer de melodie door deze regelmatig te neuriën. Bv. bij het opruimen, bij het stappen naar de speelplaats, bij het samenkomen in de klas - Leg de lat niet te hoog. - Verwerk de moeilijke woorden. - Geef het ritme aan. - Geef het werkblad met het liedje mee naar huis in hun mapje. 60 BC 1 Ik zie mijn vriendjes terug Activiteit 4
Bijlage 1 e x p r e s s i e Het hoekenlied Tekst en muziek: Steef Coorevits Activiteit 4 BC 1 Ik zie mijn vriendjes terug 61
Bijlage 2 e x p r e s s i e 62 BC 1 Ik zie mijn vriendjes terug Activiteit 4