Berichtencentrum BERICHTENCENTRUM LOW RANGE SELECTED

Vergelijkbare documenten
Waarschuwingslampjes WAARSCHUWINGSLAMPJES

Automatische transmissie

Lampen en waarschuwingslampjes

LCD scherm va LCD scherm

Zekeringen ZEKERINGEN

LCD scherm ve LCD scherm

Activeren voetplaat volgens EN Functie

Starten en rijden STUURSLOT

X Veiligheidsgordel 3 Verklikkerlicht brandt (met waarschuwingstoon) bij ingeschakelde ontsteking: Gordel omdoen, zie pagina 33.

IN EEN OOGOPSLAG. Panoramadak. Parkeerhulp achter

Sloten en alarm ALARM-SYSTEEM

Rijtechnieken. RIJDEN OP EEN GLADDE ONDERGROND (ijs, sneeuw, modder, nat gras)

HANDLEIDING AFSTANDSBEDIENING R51M/E. Inhoudstafel

Rijden in het terrein

Handleiding. Bijlage LCD Display. +32 (0)

Starten en rijden CONTACTSCHAKELAAR STUURSLOT

Introductie. Werking van RallySafe Unit. 1 De unit aanzetten

Bedieningsorganen en instrumenten

Instructie Voertuig (auto) controle Kia Cee d Autorijschool Lolkama

INHOUDSOPGAVE LCD DISPLAY INTELLIGENT 800S... 2

Kort overzicht BEDIENINGSKNOPPEN

Snel starten GEBRUIKEN VAN DE ZENDER

Handleiding: Rupsdumper zelfladende bak.

Starten en rijden STUURSLOT

NL ESP-Systeem

Parameters Zichtbaarheid. Inleiding

HANDLEIDING AFSTANDSBEDIENING

Trekken/slepen TREKKEN/SLEPEN

Uitrusting in interieur van auto

F I A T B R A V O NL S N E L G I D S

Vloeistofpe ilcontro les

Starten en rijden STUURSLOT

************************* **************** ******** ***

Sloten en alarmen. Gebruiken van de zender

Praktijk Vragen over auto

Activering van zichtbaarheids- en verlichtingsfuncties op afstand

Voertuigcontrole Kawasaki Z650 (BRAVOK)

Handleiding: Rupsdumper roterende kipbak.

Activering krachtafnemer automatische transmissie

HANDLEIDING TEMPO / TEMPO+ TRANZX PST

EEN VEILIGE WINTER(VAKANTIE) MET DE ALD WINTERTIPS

Ondersteunde modellen Durametric Versie 6

enjoy life!

Auto Alarm FM5000 FM500 FM600 FM700 LCD MINI

VOERTUIGCONTROLE ( BRAVOK)

Remmen WERKINGSPRINCIPE. Rempedaal. Rembekrachtiging. Remblokken. Natte rijomstandigheden

1. INCLINE: Gebruik de INCLINE knoppen om het loopvlak te verhogen of te verlagen. De helling is instelbaar van 0% tot 12%.

Banden ONDERHOUD VAN UW BANDEN

LDT-8850 Computerhandleiding

Voertuig Controle Golf 7

ContiComfortKit Handleiding

Korte introductie van de Vogue E-bike. 1 Motor 2 Display 3 Accu 4 Controller 5 Pedaal sensor. Aan/uit knop

RC030/RC035 Pneumatisch (handmatig) vloeistof afzuigapparaat. Instructies

Verkorte gebruiksaanwijzing

Bewaakt op afstand activeren van noodstopfunctie

Om een prettige ondersteuning te behouden, adviseren wij u eens per maand de E-bike te kalibreren.

Handleiding: instelling en werking E-Drive LCD display

Activering EK-krachtafnemer. Algemene informatie

RCW Afstandsbediening

Stoelen VOORSTOELEN. Juiste zithouding H6544L. Stoelen

SportsArt 1080 gebruiksaanwijzing computergedeelte

Handleiding MH1210B temperatuurregelaar

SportsArt 1060 gebruiksaanwijzing Computergedeelte

Handleiding: instelling en werking E-Drive LCD display

Verrijdbare airconditioning MIDEA. Handleiding

AUTO ON OFF BEDIENINGSHANDLEIDING RC 5

Bedrade afstandbediening Introductie van het spare part. Knoppen en display van de afstandbediening.

druk 1 1TH NSN PROJECTNUMMER TECHNISCHE HANDLEIDING VAU 150 KN 6X6 DAF YBB TAKEL

Afstandsbedieningshandleiding IR NED: Cassette model airconditioner CTS-12-SET CTS-18-SET CTS-24-SET

Maverick ET 732 Handleiding

LifeSpan TR800 Loopband. Gebruikershandleiding. Versie 1.0

Gebruiksaanwijzing TR12-1-

ROOD Niet goed, zet uw auto op een veilige plaats stil en bel de mobiliteitsservice!

Starten & rijden STUURSLOT

Handleiding: Rupsdumper vaste kipbak. Veiligheidsvoorzieningen

ONDERHOUD & GEBRUIK VAN DE BATTERIJ

NL Dual FuNction System (automaat)

BIZOBIKE Display handleiding E-Motion

Vehicle Security System VSS3 - Alarm system remote

Activering werkverlichting. Beschrijving. Algemeen. Drukknop achteraf aanbrengen. Aansluitopties PGRT

Praktijk Vragen over auto

Gebruiksaanwijzing TR20-1-

Gebruiksaanwijzing TR10-1-

Handleiding: instelling en werking LCD display t.b.v. ombouwset 007 en prolithium Daily Driver, Juice, Stick, Heavy Duty, Hammer en Monster

Boordcomputer (OBC) BOORDCOMPUTER COMPUTER-INSTELLINGEN. Scherm: hoofdinstellingen

Rijverlichting deactiveren

Dit systeem is ontworpen voor een loopband. De handleiding bestaat uit de volgende hoofdstukken:

De-/montage handleiding VAG DSG6 02E Mechatronic

Computer Instructies voor de SM-5062

Trekken AANBEVOLEN TREKGEWICHTEN ELEKTRISCHE AANSLUITING VAN DE AANHANGER

Programmeerhandleiding Nelson Turf EZ Pro Jr. voor de types 8304, 8306, 8309, 8312, 8374, 8376, 8379, 8382

Verkorte gebruiksaanwijzing

Gebruiksaanwijzing JBM

Verwarming en ventilatie

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000

F I A T NL

TechGrow HS-1 PORTABLE CO 2 METER HANDLEIDING. software versie: Uitgifte datum:

F I A T D U C A T O NL C O M F O R T - M A T I C

Bedieningen Dutch - 1

Infiniti ST-790 Computerhandleiding Introductie

Transcriptie:

Berichtencentrum BERICHTENCENTRUM H6451L LOW RANGE SELECTED Op het berichtencentrum worden ten behoeve van de bestuurder, waarschuwingen en informatie weergegeven. Berichten hebben verschillende prioriteiten en zijn gegroepeerd in de volgende categorieën. Berichten worden weergegeven als de aanwezigheid van een storing wordt geconstateerd en ook als het contactslot wordt uitgezet. Het is mogelijk om, door de systeemcontrole-schakelaar in te drukken, berichten te bekijken tot maximaal 3 minuten nadat de contactsleutel uit het contactslot is verwijderd. Urgente waarschuwingsberichten Urgente waarschuwingsberichten gaan vergezeld van een hoorbaar waarschuwingssignaal. Urgente waarschuwingsberichten worden, zolang het contact aan staat, constant weergegeven. Deze blijven zichtbaar zolang de storing aanwezig is. Deze berichten mogen NOOIT worden genegeerd. Voer zo spoedig mogelijk de juiste actie uit. Waarschuwingen en informatieberichten Waarschuwingsberichten die niet urgent zijn, moeten echter wel met een zekere prioriteit worden behandeld. Ook deze worden, iedere keer dat het bericht wordt weergegeven, vergezeld van een hoorbare waarschuwing. Deze berichten mogen NOOIT worden genegeerd. Voer zo spoedig mogelijk de juiste actie uit. Waarschuwingsberichten worden circa 20 seconden lang weergegeven. Als andere waarschuwingsberichten nog moeten worden weergegeven, zal die periode worden gereduceerd tot circa 2 seconden. Informatieberichten zullen als en wanneer dat noodzakelijk is, worden weergegeven. Die berichten verschijnen ook als het contact aan of wordt uitgezet. Als door het bericht actie van de bestuurder wordt vereist - VOER ZO SPOEDIG MOGELIJK DE JUISTE ACTIE UIT. Buitentemperatuur Op het hoofdberichtencentrum wordt ook de buitentemperatuur weergegeven. Transmissiehendel - weergave Op het hoofdberichtencentrum wordt ook de gekozen schakelstand weergegeven. Zie TRANSMISSIEHENDEL - WEERGAVE, 100. 87

BERICHTEN MET WAARSCHUWINGEN Berichtencentrum Waarschuwingen en informatieberichten verschijnen in volgorde van belangrijkheid. Urgente waarschuwingen hebben de hoogste prioriteit. CHECK ALL TYRE PRESSURES (CONTROLEER ALLE BANDENSPANNINGEN) CHECK BRAKE FLUID (CONTROLEER REMVLOEISTOFPEIL) CHECK BRAKE PADS (CONTROLEER REMBLOKJES) CHECK CONTROL OK (SYSTEEMCONTROLE OK) CHECK COOLANT LEVEL (CONTROLEER KOELVLOEISTOFPEIL) CHECK DIP BEAM LIGHT (CONTROLEER DIMLICHT) Minstens één van uw banden is veel te zacht. Het vloeistofpeil is te laag. De remblokjes naderen de slijtagelimiet. In geen van de systemen zijn, door het voertuig-diagnosesysteem, storingen gedetecteerd. Te laag koelvloeistofpeil. Een gloeilamp is defect of er is een storing in het elektrische circuit. U moet het voertuig zo spoedig mogelijk tot stilstand brengen. Controleer de banden en pomp die op tot de aanbevolen bandenspanning. Breng het voertuig zodra dit veilig kan geschieden tot stilstand. Vul de remvloeistof bij. De bron van een eventueel lek moet door uw reparatiebedrijf worden gecontroleerd. Rij uiterst voorzichtig. Tevens dient u zo snel mogelijk het advies in te winnen van uw Land Rover Actie overbodig. Zo snel mogelijk bijvullen met het juiste mengsel antivries en water. Neem contact op met uw reparatiebedrijf als het probleem hiermee niet is opgelost. De gloeilamp moet worden 88

CHECK ENGINE OIL LEV (CONTROLEER OLIEPEIL) CHECK FUEL TANK CAP (CONTROLEER VULDOP) (uitsluitend bepaalde exportgebieden) CHECK FRONT FOGLIGHT (CONTROLEER VOORSTE MISTLAMP) CHECK FRONT LIGHT (CONTROLEER BOCHTVERLICHTING) CHECK MAIN BEAM LIGHT (CONTROLEER GROOTLICHT) CHECK NUMPLATE LIGHT (CONTROLEER NUMMERPLAATVERLICHTING ) CHECK REAR FOGLIGHT (CONTROLEER MISTACHTERLICHT) Het oliepeil staat op het minimum peil. De brandstofvuldop is niet goed geplaatst. Een gloeilamp is defect of er is een storing in het elektrische circuit. Meer dan één lamp voorop het voertuig is defect. Een gloeilamp is defect of er is een storing in het elektrische circuit. Een gloeilamp is defect of er is een storing in het elektrische circuit. Een gloeilamp is defect of er is een storing in het elektrische circuit. Breng het voertuig zodra dit veilig kan geschieden tot stilstand. Bijvullen tot het juiste oliepeil is bereikt. Controleer de dop en draai deze vast of breng de dop juist aan. De gloeilamp moet worden Controleer welke lampen defect zijn en vervang een doorgebrande gloeilamp. Als een lamp nog steeds defect is, laat de storing dan opheffen door een dealer/geautoriseerd De gloeilamp moet worden De gloeilamp moet worden De gloeilamp moet worden 89

CHECK REAR LIGHT Meer dan één lamp achterop het (CONTROLEER ACHTERLICHT) voertuig is defect. CHECK SIDE LIGHT (CONTROLEER STADSLICHT) CHECK SPARE PRESSURE (CONTROLEER SPANNING RESERVEBAND) Een gloeilamp is defect of er is een storing in het elektrische circuit. CHECK TAIL LIGHT Een gloeilamp is defect of er is (CONTROLEER ACHTERLICHT) een storing in het elektrische circuit. CHECK TRAILER LIGHT (CONTROLEER AANHANGERVERLICHTING) CLOSE DOORS TO CHANGE HEIGHT (SLUIT DEUREN OM RIJHOOGTE TE WIJZIGEN) Controleer welke lampen defect zijn en vervang een doorgebrande gloeilamp. Als de lamp nog steeds defect is, laat de storing dan opheffen door een dealer/geautoriseerd De gloeilamp moet worden Uw reserveband is veel te zacht. U moet de reserveband oppompen tot de aanbevolen bandenspanning is bereikt. Een gloeilamp is doorgebrand, er is een slechte aansluiting of er is een storing in het elektrische circuit. Rijhoogte-verandering door de luchtvering is beperkt omdat een deur open staat. De gloeilamp moet worden Controleer de aanhangeraansluiting. De gloeilamp moet worden Sluit alle openstaande deuren. De rijhoogte moet opnieuw worden gekozen als een deur langer dan 90 seconden heeft open gestaan. 90

COOLANT TEMPERATURE (KOELVLOEISTOF- TEMPERATUUR) COOLING SYSTEM FAULT MONITOR GAUGE (STORING IN KOELSYSTEEM; CONTROLEER METER) DOOR OPEN (DEUR OPEN) DSC SWITCHED OFF (DSC AFGEZET) EEPROM LCMC ENGINE SYSTEM FAULT (MOTORSYSTEEM-STORING) EXTENDED MODE (VERHOOGDE RIJHOOGTE) Te hoge koelvloeistoftemperatuur. Laag koelvloeistofpeil Een deur is niet gesloten (dit wordt aangegeven zodra met een stilstaand voertuig wordt weggereden). Dynamische stabiliteitsregeling (DSC) niet beschikbaar - uitgeschakeld door de bestuurder. Er is een storing in de hoofdverlichtingsschakelaar. Door het motormanagement-systeem wordt een ernstige storing geregistreerd - het is mogelijk dat verminderde prestaties worden ervaren. De carrosserie van het voertuig is vast komen te zitten op een obstakel en gaat automatisch omhoog. Breng het voertuig zodra dit veilig kan geschieden tot stilstand. Zet de motor af en laat de motor afkoelen. Raadpleeg zo snel mogelijk uw dealer/geautoriseerd Koelvloeistof bijvullen. Neem contact op met uw reparatiebedrijf als het probleem hiermee niet is opgelost. Breng het voertuig zo snel dat op veilige wijze kan geschieden, tot stilstand en sluit de deur. Opnieuw selecteren door de DSC-schakelaar in te drukken. Raadpleeg zo snel mogelijk uw dealer/geautoriseerd Vermijd hoge snelheden en win het advies in van uw 91

EXTERNAL TEMP X C/F (BUITEN- TEMPERATUUR X C/F) FASTEN SEAT BELTS (AUTOGORDELS VASTMAKEN) FOR MAX AC SELECT NEUTRAL (KIES NEUTRAAL VOOR MAXIMUM AIRCO) FRONT (REAR) LEFT (RIGHT) TYRE PRESSURE NOT MONITORED (VOOR [ACHTER] LINKER [RECHTER] BAND - SPANNING NIET GECONTROLEERD FUEL TANK CAP LOOSE OR MISSING (BRANDSTOFTANK-DOP LOS OF ONTBREEKT) HDC FAULT SYSTEM NOT AVAILABLE (HDC-STORING; SYSTEEM NIET BESCHIKBAAR) De buitentemperatuur is gelijk aan of lager dan 4 C. De autogordel van de bestuurder of de passagier voorin het voertuig is niet goed vastgemaakt. De airco kan uitsluitend in de hoogste stand worden gezet als door een stationair draaiende motor maximum vermogen wordt geleverd. In de daarmee overeenkomende positie is een tijdelijke reserveband geplaatst. of De TMPS-sensor van de betreffende band is defect, door niet-goedgekeurde accessoires wordt het TPMS-systeem gestoord of u heeft een wiel met band zonder sensor geplaatst. Door het systeem wordt gedetecteerd dat de dop van de brandstoftank niet op de juiste manier is geplaatst. Afdalings-remregeling (HDC) - systeemstoring. Dit wijst op vorst. Vóór het rijden moeten de juiste voorzorgsmaatregelen worden getroffen voor het ontdooien van de verschillende systemen. Ook kan op de wegen ijzel aanwezig zijn. Ga na welke autogordel niet goed is vastgemaakt. Maak die autogordel vast. Kies de neutraalstand terwijl het voertuig stilstaat. De snelheid van het voertuig dient beperkt te blijven tot 80 km/u. De tijdelijke reserveband moet zo snel mogelijk worden vervangen door een band van een normale maat die is opgepompt tot de juiste bandenspanning. U dient zo snel mogelijk de hulp in te roepen van uw Controleer de vuldop. Rijd met zorg en tracht niet om steile hellingen af te dalen. Roep onmiddellijk deskundige hulp in. 92

HDC NOT AVAILABLE IN THIS GEAR (HDC NIET BESCHIKBAAR IN DEZE VERSNELLING) HDC NOT AVAILABLE SPEED TOO HIGH (HDC NIET BESCHIKBAAR; SNELHEID TE HOOG) HDC TEMPORARILY NOT AVAILABLE SYSTEM COOLING (HDC TIJDELIJK NIET BESCHIKBAAR; SYSTEEM WORDT GEKOELD HDC SWITCHED OFF (HDC AFGEZET) KOPLAMP - VERTRAGING De afdalings-remregeling (HDC) is niet geactiveerd omdat de onjuiste versnelling is gekozen. De afdalings-remregeling (HDC) is geheel beschikbaar in de 1e versnelling en de achteruitversnelling van handgeschakelde versnellingsbakken en in '1', 'R' en 'D' van een automatische transmissie in de HOGE gearing. Dit werkt in alle versnellingen voor voertuigen met automaat en handbak in de LAGE gearing. Afdalings-remregeling (HDC) niet beschikbaar - drempelwaarde voor snelheid overschreden. De maximum snelheid waarmee de afdalings-remregeling (HDC) werkt, is 50 km/u. De maximum snelheid waarbij de HDC kan worden gekozen, is 80 km/u. Afdalings-remregeling (HDC) uitgeschakeld terwijl remsysteem afkoelt. Afdalings-remregeling (HDC) uitgeschakeld door bestuurder of drempelwaarde voor snelheid overschreden. U heeft de koplampvertraging gekozen - de koplampen zullen automatisch worden uitgeschakeld. Kies de juiste versnelling als de afdalings-remregeling (HDC) moet worden gebruikt. In de LAGE gearing werkt de afdalings-remegeling (HDC) op voertuigen met handgeschakelde versnellingsbak en automatische transmissie in alle versnellingen. Verminder de snelheid van het voertuig. Wacht tot het bericht verdwijnt voordat een poging wordt gewaagd om steile hellingen af te rijden. Actie overbodig. 93

HIGH ENGINE SPEED FOR COOLING (HOOG MOTORTOERENTAL VOOR KOELING KEY BATTERY LOW (BATTERIJ IN SLEUTEL BIJNA LEEG) KEY IN IGNITION LOCK (CONTACTSLEUTEL IN CONTACTSLOT) (uitsluitend op modellen voor bepaalde exportgebieden) LIGHTS ON (VERLICHTING AAN) Verhoging van het stationaire toerental om de koeling en/of de prestaties van de airco te verbeteren. De batterij in de zender in de sleutel is ontladen. De contactsleutel steekt nog in het contactslot en de bestuurdersdeur is geopend. De sleutel is uit het contactslot verwijderd, maar de verlichting staat nog aan. LOW SCREEN WASH Het vloeistofpeil is te laag. (LAAG RUITENSPROEIERPEIL) REDUCED ENGINE PERFORMANCE (GEREDUCEERDE MOTORPRESTATIES) PRE-HEATING (VOORVERWARMING) RELEASE HANDBRAKE (DEACTIVEER PARKEERREM) RESET HEIGHT IF CLEAR OF OBSTACLE (STEL RIJHOOGTE TERUG NA KLAREN OBSTAKEL) Door het motormanagement-systeem wordt een ernstige storing geregistreerd - het is mogelijk dat verminderde motorprestaties worden ervaren. Het voorverwarmingssysteem van het voertuig is geactiveerd. De parkeerrem is geactiveerd terwijl een rijversnelling is gekozen. Wielophanging staat in de verhoogde rijhoogte. De batterij in de zender in de sleutel moet worden vervangen. Verwijder de contactsleutel uit de contactschakelaar. Als de verlichting niet langer hoeft te worden gebruikt moet de hoofdverlichtingsschakelaar op "off" (uit) worden gezet. Vul het sproeierreservoir zo snel mogelijk bij. Vermijd hoge motortoerentallen en win het advies in van uw Land Rover Is dit niet nodig, dan moet het systeem worden uitgeschakeld. Deactiveer de parkeerrem. Controleer of het voertuig vrij is van een obstakel. Als de carrosserie vrij is van het obstakel druk dan op de "omlaag"-schakelaar zodat het voertuig niet langer in de verhoogde rijhoogte blijft staan. 94

SELECT NEUTRAL FOR RANGE CHANGE (KIES NEUTRAAL VOOR GEARING - HOOG/LAAG; LAAG/HOOG) SLOW DOWN OR VEHICLE WILL RAISE (LOWER) (VERTRAGEN ANDERS GAAT VOERTUIG OMHOOG (OMLAAG)) SPEED LIMIT (SNELHEIDSLIMIET) SPEED TOO HIGH TO CHANGE HEIGHT (SNELHEID TE HOOG OM RIJHOOGTE TE WIJZIGEN) SPEED TOO HIGH FOR RANGE CHANGE" (SNELHEID TE HOOG VOOR HOGE/LAGE GEARING OF OMGEKEERD) Hierdoor wordt de bestuurder op de hoogte gebracht van het feit dat veranderen van gearing (van hoog naar laag of van laag naar hoog) pas plaats zal vinden nadat de transmissie in de neutraalstand ('N') is gezet. Het voertuig gaat, vanuit kruipen over rotsen ("Crawl") omhoog naar de normale rijhoogte (of vanuit de terrein-rijhoogte omlaag naar de normale rijhoogte) als de voertuigsnelheid wordt opgevoerd. De ingestelde maximum toegestane snelheid wordt overschreden. Door de bestuurder werd een niet toegestane rijhoogte-verandering gekozen (m.a.w. het voertuig rijdt te hoog om de terrein-rijhoogte te kunnen kiezen). Door de bestuurder is schakelen van de hoge naar de lage gearing (of omgekeerd) aangevraagd bij een te hoge voertuigsnelheid. SPORT MODE (SPORTSTAND) De transmissie staat in de sportstand. START ENGINE TO RAISE VEHICLE (START MOTOR OM VOERTUIG OMHOOG TE BRENGEN) De rijhoogte van het voertuig kan uitsluitend worden vergroot als de motor loopt. SELECT NEUTRAL (KIES NEUTRAAL) Ga langzamer rijden of accepteer de rijhoogte-verandering. Vertragen tot de toegestane snelheid. Ga langzamer rijden zodat de rijhoogte kan worden veranderd. Verminder de snelheid van voertuigen met automatische transmissie tot 40 km/u of van voertuigen met handgeschakelde versnellingsbak tot 20 km/u. Kies "automatisch schakelen" als de sportstand niet langer hoeft te worden gebruikt. Start de motor. 95

STOP!ENGINE OIL PRESS (STOPPEN! OLIEDRUK) SUSPENSION FAULT (STORING IN WIELOPHANGING) SUSPENSION FAULT MAX SPEED 30 MPH (50 KM/H) (MAX SNELHEID 50 KM/U) SUSPENSION FAULT NORMAL HEIGHT ONLY (STORING IN WIELOPHANGING - UITSLUITEND NORMALE RIJHOOGTE) SUSPENSION LOCKED AT ACCESS HEIGHT (WIELOPHANGING GEBLOKKEERD OP INSTAPHOOGTE) SUSPENSION LOWERED (LUCHTVERING OMLAAG) SUSPENSION WILL LIFT WHEN SYSTEM COOLED (LUCHTVERING GAAT OMHOOG NADAT SYSTEEM IS AFGEKOELD) Te lage oliedruk. Er werd een storing gedetecteerd in de luchtvering. In de luchtvering is een belangrijke storing geconstateerd waardoor het systeem de rijhoogte van het voertuig niet langer op de juiste manier onder controle kan houden. In de luchtvering is een storing geconstateerd en uitsluitend de normale rijhoogte kan worden gebruikt. "Kruipen over rotsen" ("Crawl") geselecteerd en luchtvering geblokkeerd. Het voertuig gaat omlaag tot de instaphoogte omdat in een ander systeem van het voertuig een storing is opgetreden. De compressor van de luchtvering koelt af. Verhogen van de rijhoogte wordt hervat nadat de compressor is afgekoeld. Breng het voertuig zodra dit veilig kan geschieden, tot stilstand en zet de motor af. Controleer het oliepeil en vul dit zonodig bij. Indien OK, win dan eerst het advies in van uw dealer alvorens met het voertuig te rijden. Roep zo snel mogelijk de hulp in van een Blijf langzaam rijden tot het defect is gerepareerd. Roep zo snel mogelijk de hulp in van een Controleer of een systeemstoring aanwezig is. Hef de storing op of reageerd zoals voorgeschreven. Wacht tot door de wielophanging de procedure voor het verhogen van de rijhoogte wordt uitgevoerd. 96

TAILGATE OPEN (ACHTERKLEP OPEN) TRANSMISSION FAULT (TRANSMISSIESTORING) TRANSMISSION FAULT AND OVERHEAT (TRANSMISSIESTORING EN OVERVERHITTING) TRANSMISSION FAULT LIMITED GEARS ONLY (TRANSMISSIESTORING - UITSLUITEND BEPERKT AANTAL VERSNELLINGEN) TRANSMISSION FAULT TRACTION REDUCED (TRANSMISSIESTORING; GEREDUCEERDE GRIP) TRANSMISSION OVERHEAT SLOW DOWN (TRANSMISSIE OVERVERHIT - AFREMMEN) TRANSMISSION RANGE CHANGE NOT AVAILABLE (TRANSMISSIE - SCHAKELEN HOGE/LAGE GEARING NIET BESCHIKBAAR) De achterklep staat open terwijl wordt weggereden. Hierdoor wordt de bestuurder geadviseerd dat in de automatische transmissie een storing aanwezig is. Hierdoor wordt de bestuurder op de hoogte gebracht van het feit dat in de automatische transmissie een storing is opgetreden en dat de temperatuur te hoog is opgelopen. Hierdoor wordt de bestuurder geadviseerd dat in de automatische transmissie een storing aanwezig is en dat de prestaties negatief kunnen worden beïnvloed. Hierdoor wordt de bestuurder op de hoogte gebracht van het feit dat in het regelsysteem voor de tussenbak een storing is opgetreden. De bestuurder wordt op de hoogte gebracht van het feit dat de temperatuur van het middendifferentieel te hoog oploopt. Hierdoor wordt de bestuurder op de hoogte gebracht van het feit dat met de tussenbak niet kan worden geschakeld (van de hoge naar de lage gearing en vice versa). Breng het voertuig zo snel dat op veilige wijze kan geschieden, tot stilstand en sluit de achterklep. Roep zo snel mogelijk de hulp in van een Ga langzaam rijden en roep win zo snel motor de hulp en het advies in van een dealer/geautoriseerd Ga langzaam rijden en roep win zo snel motor de hulp en het advies in van een dealer/geautoriseerd Verminder snelheid en roep zo snel mogelijk deskundige hulp in. N.B. De prestaties in het terrein zullen nadelig worden beïnvloed. Ga langzamer rijden en laat het differentieel afkoelen. Verminder snelheid en roep zo snel mogelijk deskundige hulp in. 97

TYRE MONITORING SYSTEM FAULT (BANDENSPANNINGSCONTRO LE - SYSTEEMSTORING TYRE PRESSURES LOW FOR SPEED (BANDENSPANNING - ZACHT VOOR SNELHEID) VEHICLE LIFTING SLOWLY (VOERTUIG GAAT LANGZAAM OMHOOG) U heeft wielen en banden geplaatst zonder TPMS-sensors. De TMPS-sensors zijn defect, door niet-goedgekeurde accessoires wordt het TPMS-systeem gestoord of in het TPMS-systeem werd een algemene storing gedetecteerd. De bandenspanning is niet geschikt voor hoge snelheden. Het voertuig wordt, uitsluitend door de compressor, langzaam omhoog gebracht omdat de luchtketel leeg is. De wielen en banden moeten zo snel mogelijk worden voorzien van TPMS-sensors. U dient zo snel mogelijk de hulp in te roepen van een U moet langzamer gaan rijden. Pomp de banden op tot de aanbevolen bandenspanning voordat met hoge snelheid wordt gereden. 98

SERVICE-INTERVAL INDICATOR H6494L OIL SERVICE INSPECTION OIL SERVICE INSPECTION 342 km OIL SERVICE INSPECTION 01/06 Als het contactslot in stand 'I' wordt gedraaid, wordt op het berichtencentrum de afstand "afgeteld" tot de volgende onderhoudsbeurt. Als voor de resterende afstanden een minteken verschijnt, wil dat zeggen dat het punt waarop de onderhoudsbeurt diende te worden uitgevoerd, is overschreden en dus ook hoe lang geleden (afstand) die onderhoudsbeurt diende plaats te vinden. Na circa 5 seconden wordt het normale scherm weer weergegeven. Het aftellen van de kilometerstand wordt geregeld door het motormanagement-systeem en hierbij wordt, teneinde te bepalen wanneer de volgende onderhoudsbeurt moet worden uitgevoerd, rekening worden gehouden met de rijstijl van de bestuurder en de overheersende condities. N.B. Na voltooiing van iedere onderhoudsbeurt, zal de weergave van de afstand door de dealer/het geautoriseerde reparatiebedrijf weer worden teruggesteld. Deze begint dus weer af te tellen tot de volgende onderhoudsbeurt. Als de "Check control" knop (zie INSTRUMENTENPANEEL, 75) - wordt ingedrukt voordat 5 seconden zijn verstreken, wordt in plaats van de "aftelling" de datum weergegeven waarop de volgende onderhoudsbeurt moet worden uitgevoerd (de maand, gevolgd door het jaar; voorbeeld: december 2005 = 12.05). Die verschijnen nogmaals vijf seconden. Als de onderhouds/inspectiedatum is verstreken voordat de aftelling op nul staat, wordt het bericht "OIL SERVICE INSPECTION" (SMEERBEURT/INSPECTIE), iedere keer dat het contact wordt aangezet, 5 seconden lang weergegeven zodat de bestuurder de onderhoudsvereisten van het voertuig niet vergeet. Check/Control-toets H6554L CHECK CONTROL OK CHECK COOLANT LEVEL Nadat de "Check control" knop de eerste keer is ingedrukt, verschijnt het bericht "CHECK CONTROL OK" (ONDERHOUDSCONTROLE OK) als er verder geen recente berichten zijn). Zijn er wel berichten dan schuiven die, iedere keer dat de knop wordt ingedrukt, langs het venster. 99

TRANSMISSIEHENDEL - WEERGAVE DAGTELLER H6454L D S 3 Hierdoor wordt de gekozen schakelstand ('P', 'R', 'N', 'D' of 'S') weergegeven. Ook wordt hierdoor aangegeven wanneer de lage gearing is gekozen. Tevens wordt de gekozen versnelling weergegeven als de versnellingsbak op "handmatig schakelen" staat (6, 5, 4, 3, 2 of 1 voor voertuigen met benzinemotor) (5, 4, 3, 2 of 1 voor voertuigen met dieselmotor). H6460L Zet het contact in stand 'II'. Nu wordt de totale door het voertuig afgelegde afstand weergegeven inclusief de afstand die gedurende recente individuele ritten werd afgelegd. In bepaalde exportgebieden kan het systeem worden ingesteld op mijlen of kilometers. Teneinde van mijlen op kilometers (of vice versa) over te gaan moet de reset-toets van de dagteller (zie pijl) minimaal twee seconden lang worden ingedrukt. Druk de reset-toets kort in zodat de dagteller weer op nul gaat staan. 100