Wat werkt in valpreventie

Vergelijkbare documenten
Screening op valrisico(factoren) van thuiswonende ouderen

Effectiviteit van visus gerelateerde interventies op vallen

Wat werkt in valpreventie?

valpreventie voor psychogeriatrische cliënten

Factsheet. Screening op valrisico(factoren) van thuiswonende ouderen

factsheet Effectiviteit van lichamelijke oefeningen bij valpreventie

Valproblematiek in de eerste en tweede lijn. Dr Marielle Emmelot-Vonk Klinisch geriater Geriatrie UMC Utrecht

Valpreventie in VPH Update richtlijn valpreventie

Samenvatting Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 hoofdstuk 3

Valpreventie voor psychogeriatrische cliënten

blijf staan valpreventie in verzorgingshuizen

Valpreventie. Een taak van de ergocoach? /!

Valpreventie in woonzorgcentra Stand van zaken met betrekking tot de effectiviteit van valpreventiemaatregelen

Pagina 1. Samenvatting

Vlaamse richtlijn: Valpreventie bij thuiswonende ouderen. Prof. Dr. Koen Milisen

Valpreventie bij ouderen met cognitieve problemen

Inleiding. A Case finding B Multifactoriële C Multifactoriële. Transfer van informatie bij ontslag

Prevention of cognitive decline

Bewegen door Senioren

valpreventie Sophia E. de Rooij internist-geriater 03 april 2008

ZORGPROGRAMMA VALPREVENTIE. Versie augustus 2013

Ergotherapierichtlijn Valpreventie de highlights. Ingrid Sturkenboom, PhD, Radboudumc, afdeling Revalidatie

Vallen bij ouderen. Vragen Vallen over bij valproblematiek. Laat ze niet vallen! Dode a.g.v val

Uitnodiging voor huisartspraktijken voor deelname aan onderzoek Valpreventie in de eerstelijnszorg

Nederlandse samenvatting

Valpreventie in woonzorgcentra

Regionale ketenaanpak Voorkom vallen. Beweeg! Marjolein Kuijt

Houd ouderen op de been:

Het OTAGO oefenprogramma

HET OTAGO-PROGRAMMA. Lenore Dedeyne. Otago hoofddocent Doctoraatsstudent CHROMETA

Dr. Hilde Verbeek 15 april Department of Health Services Research Focusing on Chronic Care and Ageing 1

Maatschappelijke kosten en baten van valpreventie. Ed van Beeck Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg Erasmus MC, Rotterdam

De multifactoriële aanpak van valproblematiek bij hoogrisicopersonen verloopt in drie fasen: A Case finding B Multifactoriële C Multifactoriële

FACTSHEET. Communicatie met ouderen over valpreventie

Valpreventie kwetsbare ouderen

Zo blijven ouderen op de been

Val ongevallen hebben bij ouderen vaak ernstige lichamelijke en sociale gevolgen.

STAPPENPLAN PREVENTIE VAN VALLEN IN DE EERSTE LIJN

Fysiotherapie bij osteoporose Digna de Kam Fysiotherapeut/ Bewegingswetenschapper

Valanalyse 65+ Interventie. Samenvatting

Gemeente Huizen: interventies valpreventie

Ouderen op de SEH: na een val in beeld

Programma. Kwetsbaarheid Fried (geriatrie)fysiotherapie. Geriatriefysiotherapie. Diagnosticeren van en interveniëren bij sarcopenie

Ketenzorg Arnhem. Vallen bij ouderen

De delirante patiënt van vergeetachtig tot verwardheid

Vitalis Brunswyk. Revalidatiecentrum voor ouderen. Ella van der Meeren - 22 februari 2016

Inhoud. Aanleiding Doel Samenstelling Werkmodel Activiteiten Resultaten

Factsheet. Effectiviteit van valpreventie bij ouderen met cognitieve problemen en dementie

Rondetafeldiscussie Dag van de Ondervoeding

Haalbaarheid Health Impact Bond Valpreventie. Oplossing of utopie?

Effectief verminderen van valangst

Monitoren in de thuissituatie na een heup fractuur, ervaringen met de SO-HIP studie

Universitair Medisch Centrum Groningen

GEÏNTEGREERDE THUISZORG

Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis

Somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten in de 1e lijn Ingrid Arnold

Gang- en valkliniek geriatrie Valpreventie

Meetinstrument valpreventie

Effectiviteit van voeding gerelateerde interventies op valongevallen FACTSHEET

Laten we ouderen vallen?

Het voorspellen van de kans op vallen de hoeveelheid en kwaliteit van het alledaags lopen als risicofactoren

Valpreventie. Beter voor elkaar

door Tamara Schellekens, Marcel Bouvy, Martine Kruijtbosch

Wandelen als medicijn voor 65-plussers

EDOMAH staat voor: Ergotherapie bij Dementerende Ouderen en hun Mantelzorgers Aan Huis.

HOOFDSTUK 1: INLEIDING

PROJECTPLAN Vroege herkenning en behandeling ondervoeding in revalidatiecentra

Verbeterpakket Valpreventie

De Leefgezondcoach in de praktijk. Een handleiding voor professionals

Gezondheid en arbeidsparticipatie: determinanten, gevolgen en bouwstenen voor reïntegratie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Prof. Koen Milisen. Centrum voor Ziekenhuis- en verplegingswetenschap, K.U.Leuven en Dienst Geriatrie, UZ Leuven

Valpoli Analyse valrisico, advies en behandeling Vakgroep Klinische Geriatrie Afdeling Fysiotherapie Afdeling Ergotherapie IJsselland Ziekenhuis

Werkblad beschrijving interventie

CVRM kwetsbare ouderen. Rotterdam maart 2015 AJ Arends, klinisch geriater en klinisch farmacoloog io

Valgerelateerde ziekenhuisopnamen bij ouderen in Nederland. [Trends in Fall-Related Hospital Admissions in Older Persons in the Netherlands]

> Zorgaanbod voor mensen met de ziekte van Parkinson. Wonen, (thuis)zorg en dagbehandeling

HET ZAL JE MOEDER MAAR ZIJN

Haalbaarheid van een Health Impact Bond Valpreventie Ouderen

VALPREVENTIE MB Brochure: Vallen l Ziekenhuis Oost-Limburg

Verminder uw kans om te vallen in het ziekenhuis

Uitgebreide toelichting van het meetinstrument

Zorgpad voor Kwetsbare Ouderen Presentatie Heerenveen 18/11/2014

> Wonen, (thuis)zorg en dagbehandeling. voor mensen met de ziekte van Parkinson

Handhygiëne in Nederlandse ziekenhuizen

Valincidenten bij ouderen: Valt het mee?

Valpreventie in ziekenhuizen: update van de literatuur

Nederlandse samenvatting

HET SUCCES VAN TOM. Met het programma TOM blijven 65-plussers langer zelfstandig, fit en mobiel. Voeding. Valpreventie. Communicatie met ouderen

behandeling volgens de KNGF-richtlijn bij mensen met artrose aan de heup en/of knie.

Transcriptie:

Whitepaper december 2013 Wat werkt in valpreventie Auteurs: Judith Kuiper, Martien Panneman, Lize Adriaensens

2 Inleiding Er is sterk wetenschappelijk bewijs dat het valrisico bij ouderen verminderd kan worden. Uit wetenschappelijke literatuur blijkt dat er interventies zijn die effectief het valrisico verlagen. Maar het uitvoeren van succesvolle valpreventie is complex. Er zijn veel factoren van invloed op de effectiviteit. VeiligheidNL heeft in kaart gebracht wat werkt binnen valpreventie en heeft de werkzame elementen omschreven. Werkzame elementen zijn die onderdelen van een interventie die er voor zorgen dat de interventie het gewenste effect heeft. Professionals kunnen deze elementen gebruiken als bouwstenen bij het opzetten en uitvoeren van een valpreventieproject, dat aansluit bij de eigen context. In deze notitie zijn werkzame elementen voor valpreventie op hoofdlijnen beschreven. Waar dat relevant en mogelijk is, verwijzen we naar beschikbare methoden of interventies. We baseren onze bevindingen op zowel wetenschaps- als praktijkkennis. Wetenschappelijke inzichten hebben we verkregen op basis van literatuurstudie. Er is veel onderzoek gedaan naar het effect van valpreventie-interventies. Deze leveren krachtig bewijs voor de effectiviteit van een aantal van deze interventies. Over de opzet en uitvoering van valpreventie zijn wetenschappelijke studies minder uitgesproken, maar er zijn wel aanwijzingen dat een aantal elementen in de aanpak goed werkt. Deze aanwijzingen hebben we gestaafd in focusgroepgesprekken met professionals (zie bijlage), en aangevuld met kennis en ervaringen uit de praktijk. De kennis over werkzame elementen is dynamisch. Door toename van wetenschappelijke kennis en praktijkervaring zal het inzicht in wat werkt in valpreventie zich blijven ontwikkelen. Opzet en uitvoering van een effectief valpreventieprogramma In essentie is een valpreventieproject effectief als: de juiste doelgroep (ouderen met een verhoogd valrisico) wordt bereikt, effectieve interventies worden ingezet, die aansluiten bij kenmerken en problematiek van de doelgroep, de kwaliteit van opzet en uitvoering van het programma goed is. Aan de hand van deze drie uitgangspunten hebben we hierna de werkzame elementen voor valpreventie beschreven (zie ook figuur 1). Figuur 1 Overzicht van werkzame elementen van valpreventie bij ouderen Bereiken doelgroep Effectieve interventies Effectieve uitvoering 99Casefinding & screening 99Gefaseerde aanpak 99Multifactoriële aanpak 99Planmatige aanpak 99Multidisciplinair team 99Actieve begeleiding 99Beweegprogramma 99Medicatiebewaking 99Vitamine D suppletie 99Verbeteren visus 99Aanpassingen huis/omgeving

3 Werkzame elementen van valpreventieprogramma s Hieronder vindt u een korte beschrijving van werkzame elementen bij valpreventie. Per element is de achtergrond (waarom), inhoud (wat) en de toepassing (uitvoering) omschreven. 1 Bereik ouderen met een verhoogd valrisico Casefinding en screening Waarom: Valpreventieprogramma s zijn vooral effectief als ze worden toegepast bij de juiste doelgroep (ouderen met een hoog valrisico). Screening zorgt ervoor dat programma s zich richten op ouderen die dat het meest nodig hebben; mensen waarbij risicofactoren aanwezig zijn (casefinding). Uitgebreide screening op de aanwezigheid van risicofactoren maakt het mogelijk om een individueel en effectief advies te geven (uitgebreide screening). Wat: Bij thuiswonende ouderen zijn de drie belangrijkste aanwijzingen waarop gescreend moet worden: valgeschiedenis, valangst en loophulpmiddelengebruik (Peeters et al., 2011). Indien nodig volgt een uitgebreide systematische screening op persoons- en omgevingsfactoren, om vast te stellen welke factoren het valrisico verhogen. Verreweg de meeste bewoners van verpleeg- of verzorgingshuisbewoners hebben een verhoogd valrisico (CBO, 2004). Bij deze groep volstaat inventarisatie van de meest voorkomende oorzaken van vallen voor de totale populatie. Zo kunnen verantwoordelijken voor valpreventie een multifactoriële aanpak vormgeven en aanbieden aan alle bewoners. Een manier om dit te doen is het analyseren van valongevallen uit de Meldingen Incidenten Cliënten (MIC) op risicofactoren. Uitvoering: Professionals (zowel intra- als extramuraal) bevestigen het belang van casefinding, maar geven aan dat het in de praktijk nog niet structureel gebeurt. Meer bekendheid met goede screeningsinstrumenten kan bijdragen aan een verbetering van screening en casefinding. Beschikbare interventies: Valanalyse 65+ (VeiligheidNL). 2 Effectieve interventies Gefaseerde aanpak Waarom: Gedragsverandering vraagt om een gefaseerde aanpak. Mensen moeten zich eerst bewust zijn van het belang van valpreventie, vervolgens gemotiveerd zijn en uiteindelijk daadwerkelijk de voor hen relevante maatregelen nemen en blijven nemen (De Vries et al., 2008). Wat: Een project zou moeten starten met voorlichtingsactiviteiten gericht op bewustwording en motivering van ouderen. Hierna moet de kennis over valpreventieve maatregelen worden vergroot. Tot slot kunnen promotie en ondersteuning ervoor zorgen dat ouderen gemotiveerd zijn en blijven om de preventiemaatregelen daadwerkelijk te nemen. Achtergrondkennis over effectieve methoden om bewustwording, attitude, kennis en eigen effectiviteit te veranderen, is beschikbaar in literatuur en handboeken voor gezondheidsbevordering (o.a. Bartolomew et al., 2013). Uitvoering: Alle genoemde fasen moeten aan bod komen in een valpreventieproject. In de praktijk komt het voor dat een project zich beperkt tot voorlichting over valpreventie. Daarvan is aangetoond dat dit niet effectief is (Gillespie et al., 2012).

4 Bewustwording en motivatie: Goede PR en communicatie zijn cruciaal bij het werven van (thuiswonende) ouderen voor valpreventieactiviteiten. Dat benadrukken ook professionals. De persoonlijke relevantie voor valpreventie is laag. De meeste ouderen voelen zich niet oud en willen niet graag geconfronteerd worden met oud zijn of oud worden (Voorn & Berg, 2005). Ze associëren valpreventie met ouderdom. Het is daardoor geen geliefd onderwerp. Het is dan ook van belang aan te sluiten bij onderwerpen die hen wel interesseren en om een positieve toon te gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan onderwerpen als mobiel blijven of langer zelfredzaam zijn. Onderzoek van Yardley et al. (2007) geeft aan dat u ouderen vooral kunt motiveren om maatregelen te nemen als ze het gevoel hebben daarmee voordeel te kunnen behalen (gepercipieerde winst). Actie: Naast actieve begeleiding (zie paragraaf hierover onder effectieve opzet en uitvoering ), geven professionals aan dat men het gewenste gedrag zoveel mogelijk taak- en context-specifiek moet aanleren en oefenen. Dat bevordert de eigen effectiviteit van de ouderen. Valangst kan ervoor zorgen dat ouderen beweging en ADL-activiteiten vermijden. Daarom is het verminderen van valangst ook een belangrijk aandachtspunt bij het activeren van ouderen (Zijlstra et al., 2007). Een beschikbare interventie hiervoor is Zicht op evenwicht (Trimbos Instituut). Multifactoriële aanpak Waarom: Omdat bij valongevallen bij ouderen vaak meerdere factoren een rol spelen, heeft een multifactoriële preventieprogramma de meeste kans van slagen. Vele effectstudies tonen aan dat het valrisico bij ouderen effectief gereduceerd kan worden (Gillespie et al., 2012; Cameron et al., 2013; Karlson et al., 2013). Van sommige maatregelen is bewezen dat ze, ook als u ze individueel uitvoert, de kans op een val verkleinen. Uit onderzoek blijkt echter dat de meeste maatregelen alleen effectief zijn als ze in combinatie met andere maatregelen worden uitgevoerd (Gillespie et al., 2012). Wat: Een goed valpreventieprogramma kent een multifactoriële aanpak van effectieve interventies. De interventies sluiten aan op de risicofactoren die in kaart zijn gebracht bij de screening. Interventies waarvan is aangetoond dat ze apart, maar meestal in combinatie met andere interventies, de kans op een val verkleinen zijn: beweegprogramma s (mobiliteit, spierkracht, balans), medicatiebewaking, vitamine D suppletie, verbeteren visus, aanpassingen in huis/omgeving. Deze interventies lichten we onderaan deze paragraaf verder toe. De genoemde interventies zijn primair gericht op preventie van valincidenten. Er zijn ook interventies die bepaalde risicofactoren van vallen kunnen wegnemen, maar die niet primair gericht zijn op het voorkomen van vallen. Voorbeelden hiervan zijn de aanpak van voetproblemen, het dragen van antislipschoeisel als er ijs ligt, of de aanpak van hartritmestoornissen (pacemakers) (Karlson et al., 2013). Deze maatregelen laten we in deze notitie buiten beschouwing. Ook de aanpak van valangst hebben we om die reden niet opgenomen in het rijtje effectieve valpreventie-interventies. Er zijn aanwijzingen dat de interventie Zicht op evenwicht (Trimbos Instituut) de angst om te vallen verkleint en het daaraan gerelateerde vermijdingsgedrag vermindert. De interventie zou er bovendien voor zorgen dat zelfstandig wonende ouderen van 70 jaar en ouder die valangst hebben, meer dagelijkse activiteiten verrichten. Uitvoering: Multifactoriële interventies zijn complex. De effectiviteit van een multifactoriële aanpak hangt onder andere af van de mate waarin de inhoud aansluit bij de specifieke risicofactoren, bij de kenmerken van de doelgroep en bij de setting. Alle multifactoriële interventies voor thuiswonende ouderen moeten tenminste één beweegcomponent bevatten.

5 Hieronder staat per interventie een toelichting op de aard, achtergrond en effectieve uitvoering ervan. Beweegprogramma s gericht op mobiliteit, spierkracht en balans Waarom: Mobiliteitsstoornissen, dat wil zeggen stoornissen in balans, looppatroon en verminderde spierkracht, verhogen het risico op vallen. Wat: Uit de literatuur blijkt dat beweegprogramma s die gericht zijn op balans, spierkracht en mobiliteit het meest effectief zijn om valrisico te verkleinen. Dit geldt voor groepslessen, thuisprogramma s en Tai Chi-bijeenkomsten. De programma s hebben zowel effect in de algemene populatie (aanbieden aan alle ouderen), als in de populatie thuiswonende ouderen met een verhoogd valrisico. Het bewijs voor effectiviteit bij ouderen in verpleeg- en verzorgingstehuizen is niet eenduidig. Het lijkt erop dat beweeginterventies effectief zijn voor ouderen die nog niet veel zorg nodig hebben. Uitvoering: Programma s met lage intensiteit, zoals wandelprogramma s, hebben geen effect. De oefeningen moeten voldoende uitdaging bieden aan de balans en ouderen moeten ze regelmatig, intensief en continue uitvoeren. Beweegprogramma s (alleen) zijn beperkt effectief als er andere risicofactoren aanwezig zijn. Dit is met name het geval bij ouderen met een valgeschiedenis. In dat geval is adequate doorverwijzing naar andere disciplines c.q. een multifactoriële aanpak wenselijk (Sherrington et al., 2008; Karlson et al., 2013.) Deskundige begeleiding door een fysiotherapeut of beweegdocent is noodzakelijk, omdat het programma goed afgestemd moet worden op de belastbaarheid van deelnemer. Zorginstellingen, vooral met psychogeriatrische patiënten, passen beweegprogramma s minder toe. De beschikbare beweegprogramma s zijn vanwege de fysieke en cognitieve beperkingen minder geschikt voor deze doelgroep. Beschikbare interventies: Vallen Verleden Tijd (Sint Maartenskliniek), In Balans (VeiligheidNL, voorheen aangeboden door NISB). Medicatiebewaking Waarom: Het gebruik van meer dan vier medicijnen (polyfarmacie) en/of het gebruik van zogenaamde valrisico verhogende medicijnen (met name psychofarmaca, cardiovasculaire medicijnen, sommige ontstekingsremmende medicijnen, sommige sterke pijnstillers en oog druppels of ooggel) kan de kans op een val vergroten. Van de valrisico-verhogende medicijnen beïnvloeden de psychofarmaca het valrisico het sterkst. Dit zijn gedrag beïnvloedende medicijnen, waaronder benzodiazepines (slaap- en kalmeringsmiddelen), antidepressiva en anti-epileptica. Wat: Kritische evaluatie en zo nodig aanpassing van medicijngebruik door het vervangen of staken van valrisico verhogende medicatie, zoals psychofarmaca. Voorbeelden van psychofarmaca zijn slaap- en kalmeringsmiddelen of bloeddrukverlagers. Het stoppen of reduceren van valrisicoverhogende medicijnen is een effectieve monofactoriële interventie voor vallen, zonder negatieve effecten voor de kwaliteit van leven. De maatregel is effectief voor zowel thuiswonende ouderen als voor bewoners van verpleeg- en verzorgingshuizen. Het reduceren van het totaal aantal medicijnen, inclusief het verlagen van de gebruikte dosis, blijkt effectief als onderdeel van multifactoriële interventies. Uitvoering: Een apotheker kan een signalerende en adviserende functie hebben bij het gebruik van meerdere valrisico verhogende medicijnen. De huisarts of verpleeghuisarts moet alert zijn op polyfarmacie, het gebruik van valrisico verhogende medicijnen en het valrisico van een oudere. Helaas ontbreekt het apothekers en artsen vaak aan voldoende tijd om de medicatie te screenen. Daarbij blijkt dat het in de praktijk voor artsen lastig kan zijn om medicatie die in het verleden door een andere arts is voorgeschreven aan te passen of te stoppen. Relevante richtlijnen voor medicatiebewaking zijn de Minimale interventie strategie (Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM)) en de Multidisciplinaire Richtlijn Polyfarmacie bij ouderen (Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie (NVKG), Orde van Medisch Specialisten (OMS)).

6 Vitamine D suppletie Waarom: Vitamine D levert een bijdrage aan een betere botkwaliteit en heeft een gunstig effect op spierkracht en balans. Wat: Bij ouderen (zowel zelfstandig wonend als in verpleeg- en verzorgingshuizen) met lage vitamine D waarden leidt aanvullend gebruik van vitamine D tot een afname van het aantal valincidenten. Vitamine D suppletie in combinatie met calcium vermindert bij bewoners van verpleeg- en verzorgingshuizen ook het aantal (heup)fracturen. Dit laatste effect is niet bij thuiswonende ouderen aangetoond. Uitvoering: Het aanvullend gebruik van vitamine D heeft alleen effect bij ouderen met lage vitamine D waarden. Professionals geven aan dat verpleeg- en verzorgingshuizen vitamine D suppletie over het algemeen meenemen. Professionals die met thuiswonende ouderen werken zijn nog vrij onbekend met vitamine D suppletie en doen er daarom nog niet veel mee. Ze zien het wel als een goede aanvullingen geven aan dat het daarbij ook relevant is te kijken naar ondervoeding. Verbeteren visus Waarom: Er zijn aanwijzingen dat stoornissen in het gezichtsvermogen, zoals verminderde diepteperceptie, verminderde contrastgevoeligheid en verminderde gezichtsscherpte, samenhangen met een verhoogde valkans. Veel ouderen dragen multifocale brillen, die corrigeren voor zowel bijziendheid als leeftijdsverziendheid. Er zijn echter aanwijzingen dat multifocale glazen de contrastgevoeligheid en de dieptewaarneming aantasten. Hierdoor lopen ouderen met dit type glazen meer risico om te vallen, vooral bij activiteiten buitenshuis en bij het trappen lopen. Wat: Screening en verbetering van opgespoorde visusproblemen. De meest geschikte aanpak moet u per oudere bepalen. Bij ouderen die veel buitenshuis actief zijn kan het vervangen van multifocale glazen door monofocale raadzaam zijn. Voor ouderen die vooral binnen zijn, raden onderzoekers dit juist af. Uitvoering: Het aanmeten van nieuwe glazen leidt niet altijd tot verbetering. Het valrisico kan juist toenemen, omdat ouderen aan het nieuwe zicht moeten wennen of door het verbeterde zicht meer risico nemen. Literatuur over de relatie tussen visusbeperkingen en vallen of valletsel is tegenstrijdig. Dit heeft te maken met matige compliance en mogelijk negatieve effecten van de overstap naar een nieuwe bril. Indien visusverbetering is opgenomen in een multifactoriële setting, waarbij ook de woonomgeving wordt aangepast, dan zorgt het voor positieve resultaten (Costello & Edelstein, 2008). Onderzoeken tonen aan dat een staaroperatie de kans op vallen kan verminderen. Dit effect is echter alleen gevonden bij operatie van het eerste oog. Bij een tweede operatie vond men geen effect (Foss et al., 2006). Professionals uit verpleeg- en verzorgingshuizen geven aan dat het lastig is consulten met optometristen of andere oogspecialisten in verpleeg- of verzorgingshuizen te realiseren. Vaak heeft dit praktische redenen; de oogspecialisten kunnen niet makkelijk hun apparatuur meenemen. Tegelijkertijd is het lastig om psychogeriatrische patiënten het spreekuur van een specialist in het ziekenhuis te laten bezoeken. Een normaal consult is veel te kort voor dit soort patiënten. Aanpassingen aan huis en omgeving Waarom: Woningen bevatten vaak risicofactoren voor vallen. Zo kunnen losse kleden en snoeren, slechte verlichting, gladde vloeren en drempels tot een val leiden. Wat: Inventarisatie van risico s in huis en omgeving, het zo nodig aanpassen daarvan en het stimuleren van het gebruik van handige producten en hulpmiddelen, zoals verlichting, een extra leuning en beugels. Uitvoering: Aanpassing van risicofactoren in huis is effectief als een ergotherapeut of veiligheidsadviseur de interventie uitvoert. Dit geldt met name bij verminderd vitale ouderen (>75 jaar, visus stoornis, eerder gevallen). Professionals, zowel intra- als extramuraal, geven aan dat het goed zou zijn als instanties bij het bouwen van nieuwe woningen en zorgcomplexen al maatregelen ter vermindering van valrisico s meenemen. Over de effectiviteit van hulpmiddelen zijn geen goede wetenschappelijke studies bekend. Professionals benadrukken dat het bij het gebruik van rollators belangrijk is aandacht te schenken aan de juiste productkeuze, onderhoud en afstelling. Ook is het nodig dat een professional een goede instructie geeft over het gebruik van de rollator. Dit kan ongevallen voorkomen.

7 3 Effectieve opzet en uitvoering van valpreventie activiteiten Planmatige aanpak Waarom: De basis voor het succesvol ontwikkelen en uitvoeren van een valpreventieproject ligt bij een planmatige aanpak. Dit voorkomt dat professionals aspecten vergeten en dat de activiteiten niet aansluiten op de beleving, problematiek, behoeften of mogelijkheden van de einddoelgroep en de uitvoerders. Wat: We onderscheiden de volgende fasen: 1. Verkennen: het afbakenen van de doelgroep, in kaart brengen van de uitgangssituatie, de context, bestaande activiteiten en samenwerkingsmogelijkheden. Dit resulteert in een onderbouwing voor doelstellingen op groepsniveau. 2. Ontwikkelen van een plan van aanpak: het opstellen van een gefaseerd multifacto rieel plan van aanpak dat aansluit op doelgroep en context (zie verder onder effectieve interventies ). 3. Uitvoeren van de geplande activiteiten: uitvoering door een multidisciplinair team van gediplomeerde deskundigen, met actieve begeleiding van de ouderen (zie verderop in deze paragraaf). 4. Evalueren van de uitvoering en monitoren van de resultaten: monitoring is vooral bedoeld om op groepsniveau inzichtelijk te krijgen of de juiste werkzame inhoudelijke elementen worden toegepast. 5. Verankeren: zorgen voor structurele aandacht voor valpreventie, bijvoorbeeld door opname in het jaarplan van uitvoerende organisaties. Uitvoering: Professionals benadrukken dat het belangrijk is om bij de verkenning ook cognitie mee te nemen. Niet omdat cognitieve stoornissen een risicofactor zijn (daarvoor is geen bewijs), maar omdat de uitvoering van bestaande interventies bij ouderen met cognitieve beperkingen of dementie niet altijd mogelijk of zinvol is. Bestaande programma s voor het planmatig opzetten en uitvoeren van valpreventie zijn Halt! U valt! voor de doelgroep thuiswonende ouderen en Blijf Staan voor verpleeg- en verzorgingstehuizen (beide van VeiligheidNL). Multidisciplinair team (aansluitend bij setting) Waarom: Het succes van de interventies om afzonderlijke risicofactoren aan te pakken is afhankelijk van specifieke deskundigheid. Daarom heeft het de voorkeur dat een team van professionals valpreventie uitvoert. Wat: Participerende disciplines zijn medici (huisarts of geriater), fysiotherapeuten, ergotherapeuten, praktijkondersteuners, apothekers, verpleegkundigen, optometristen en beweegdocenten. Uitvoering: Professionals benadrukken het belang van goede samenwerking tussen verschillende disciplines. Ze geven aan dat het voor de effectiviteit van valpreventie belangrijk is om elkaar op tijd in te schakelen. De deskundigheid van de uitvoerders is essentieel, daarom is het van belang gediplomeerd personeel in te zetten. Actieve begeleiding Waarom: Persoonlijke aandacht en begeleiding dragen bij aan het daadwerkelijk volgen en volhouden van voorgeschreven activiteiten en het veranderen van gedrag. U moet ouderen bij de hand nemen in het interventieproces, anders haken zij af (Tinetti, 2008). Wat: (Thuiswonende) ouderen actief blijven begeleiden door middel van vervolgconsulten en monitoren of ouderen adviezen opvolgen (bijvoorbeeld bezoek optometrist, volgen beweegprogramma). Uitvoering: Een follow-up na 1, 3 en 6 maanden is wenselijk. Voor de kwaliteit van de begeleiding is het van belang dat er professionals betrokken zijn die getraind zijn in het geven van de betreffende programma s, bijvoorbeeld een fysiotherapeut voor balanstraining, of een huisarts of apotheker voor het herkennen en aanpassen van valgevaarlijke medicatie (zie ook onder Multidisciplinair team ).

8 Geraadpleegde literatuur Bartholomew LK, Parcel GS, Kok G, Gottlieb NH, Fernandez ME. (2011). Planning Health Promotion Programs. San Francisco; Jossey-Bass. Cameron ID, Gillespie LD, Robertson MC, Murray GR, Hill KD, Cumming RG, Kerse N. (2013) Interventions for preventing falls in older people in care facilities and hospitals (review). The Cochrane Library, issue 3. CBO (2004). Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg. Richtlijn preventie van valincidenten bij ouderen. Utrecht: CBO/NVKG. Costello E, Edelstein JE. (2008) Update on falls prevention for community-dwelling older adults: review of single and multifactorial intervention programs. J Rehabil Res Dev. 45(8):1135-52. Review. De Vries H, Kremers S, Smeets T, Brug J, Eijmael K. (2008) The effectiveness of tailored feedback and action plans in an intervention addressing multiple health behaviors. American Journal of Health Promotion, 22(6):417-425. Karlsson, MK, Vonschewelov, T, Karlsson, C, Cöster, M, Rosengen BE. (2013) Prevention of falls in the elderly: A review. Scandinavian Journal of Public Health. 41: 442-454. Peeters, G, Elders, P, Lips, P, Deeg, D (2011). Snelle inschatting van de kans op herhaald vallen bij ouderen. Huisarts & Wetenschap, 54(4):186-191. Tinetti ME. (2008) Multifactorial fall-prevention strategies: time to retreat or advance. J Am Geriatr Soc. Aug;56(8):1563-5. Voorn, M, & van de Berg, S (2005). Veilig ouder worden: onderzoeksrapportage. Amsterdam; Motivaction. Yardley, L., Beyer, N., Hauer, K. [et. al]. (2007). Recommendations for promoting the engagement of older people in activities to prevent falls. Quality & safety in health care, 16, (3): 230-234. Zijlstra GA, van Haastregt JC, van Rossum E, van Eijk JT, Yardley L, Kempen GI. (2007) Interventions to reduce fear of falling in communityliving older people: a systematic review. J Am Geriatr Soc. 55:603-15. Foss AJ, Harwood RH, Osborn F, Gregson RM, Zaman A, Masud T. (2006) Falls and health status in elderly women following second eye cataract surgery: a randomised controlled trial. Age Ageing. 35(1):66-71. Gillespie LD, Robertson MC, Gillespie WJ, Sherrington C, Gates S, Clemson LM, Lamb SE. (2012) Interventions for preventing falls in older people living in the community (review). The Cochrane Library, issue 11.

9 Bijlage Deelnemers focusgroepsgesprekken Ervaringskennis over wat werkt bij valpreventie is afkomstig uit twee focusgroepsgesprekken gehouden in juni 2013 met professionals die betrokken zijn bij de opzet en uitvoering van valpreventieprojecten. De eerste focusgroep bestond uit tien professionals werkzaam in verpleeg- en/of verzorgingshuizen en de tweede focusgroep bestond uit negen professionals uit de extramurale setting met als doelgroep thuiswonende ouderen. Praktijkprofessionals Verpleeg- en verzorgingshuizen Maandag 10 juni 2013 Elsbeth Arendse Careyn Janine Waaijer Marente Harma Vos Atlant Zorggroep Berty van Tilburg St. Anna Marjan Doves Zorgcirkel Terrie Hogeveen Beweging 3.0 Hanneke van Wijk Zorgpartners Anita Vrij Reinier de Graaf Groep Susan Katelaar Stichting Land van Hoorne Esther Pleijsier Woonzorg Centra Haaglanden Praktijkprofessionals extramurale setting (thuiswonende ouderen) Maandag 17 juni 2013 Etiënne Savelkoul Zelfstandig ondernemer Binke van Seumeren Ergotherapeut in Houten Bep van Norden Geerestein Groep Hennie Ardesch Stichting VVVS, Vitaliteit en Veiligheid voor Senioren in Enschede Tineke Beterarms Vivium Elly Glerum GGD Zuid Holland West Astrid van Ketel GGD Amsterdam Lia Neelen Zorggroep Venlo Margriet van der Sluis Zelfstandig ondernemer