Richtlijn Prostaatcarcinoom 2016

Vergelijkbare documenten
Richtlijn Prostaatcarcinoom 2016

Nieuwe technieken voor (moleculaire) beeldvorming voor het opsporen van lymfekliermetastasen bij patiënten met prostaatkanker

Pien de Haas en John de Klerk nucleair geneeskundigen Meander Medisch Centrum Amersfoort. 2e Mammacongres 28 januari 2011 Harderwijk

Beeldvorming bij oligometastasen met nadruk op PET/CT. Presentatie. PET/CT voor detectie van metastasen

Werkafspraken prostaatkanker, IKNL regionale werkgroep urologische tumoren locatie Amsterdam.

[ 68 Ga]PSMA-PET/CT-imaging bij de diagnostiek van prostaatkanker

(Very) High-risk prostaatcarcinoom: belang van multimodale behandeling?

Innovatieve beeldvorming bij prostaatkanker: Gallium-68-PSMA- PET-CT

Het imagen van tumor heterogeniteit bij een patiënte met borstkanker: FEScinerend

Actieve monitoring: gouden standaard voor low-risk tumoren?

Nederlandse samenvatting

2. KOSTENEFFECTIVITEIT PET/CT IN STADIUM III/IV PATIËNTEN (met behulp van scenario analyses)

MRI spoort prostaatkanker nauwkeurig op

Nederlandse samenvatting

Heeft chirurgie of radiotherapie nog zin bij uitgezaaide prostaatkanker?

Meer sparend bestraling van de axilla? Less is more (than enough) Nicola Russell

27/09/2019. Wat? Wie? Inleiding. Actieve monitoring Wachten tot het te laat is? Kunnen patiënten dit wel aan? Actieve opvolging.

Diagnostische methoden voor lymfeklierstadiëring

Nucleaire Geneeskunde in borstkankerzorg. Het licht schijnt in de duisternis

CHAPTER 8. Samenvatting

longcarcinoom: stadiëring en behandeling

Conceptrichtlijn melanoom Landelijke richtlijn, revisie 2015, versie 2.1

Een goede voorbereiding is het halve werk. Erik Vegt Nucleair geneeskundige Antoni van Leeuwenhoek AVL symposium 2014

Laarbeeklaan Brussel. Oncologisch Handboek. Richtlijnen Urologie. Prostaat

Locally advanced rectum carcinoom: wat gaat er veranderen na de RAPIDO studie? Dr B. van Etten, Oncologisch GE-Chirurg

verhoogd PSA hoeft niet noodzakelijkerwijs

Overbehandeling in radiotherapie. Prof. Dr. Caroline Weltens

Richtlijnen Urologie

mpmri kapseldoorgroei prostaatkanker radicale prostatectomie stadiëring

Minder chirurgie na neo adjuvante chemotherapie?

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation

Robot geassisteerde laparoscopische radicale prostatectomie (RALP) VUmc

PSA bepaling wanneer? En wat dan? Navorming HABO 18 januari 2018

Staat de radiotherapie indicatie ook vast na een complete respons op NAC?

Staging & opvolgonderzoeken RENATE PREVOS RADIOLOGIE, UZ LEUVEN

Responsevaluatie met 3T-DWI-MRI na inductie met FOLFIRINOX chemotherapie bij lokaal gevorderd PDAC (IMAGE-MRI)

Disseminatiediagnostiek bij locoregionaal recidief van mammacarcinoom: klinische praktijk en perspectief voor PET

Nieuwe ontwikkelingen in de mammadiagnostiek

Lymfeknoop dissectie in borstcarcinoom, diagnostiek of therapie? Wim Demey, medische oncologie, Borstkliniek voorkempen

PET-CT. Moderator Rosa Veldhoen. 1st author / speaker Judit A. Adam Nucleair geneeskundige

DIAGNOSTIEK. Shandra Bipat, klinisch epidemioloog Afd. Radiologie Academisch Medisch Centrum

1. Inleiding: De nieuwe TNM classifikatie stadiering. - onvolledigheden / aanvullingen. 3. De N factor: hoe in kaart brengen.

Stereotactische radiochirurgie bij hersenmetastasen in het ARTI De resultaten met betrekking tot de overleving en de mate van lokale controle

Eline Deurloo Correlation of diagnostic breast imaging data and pathology: application to diagnosis and treatment

Het gebruik van radiologische en nucleaire technieken bij de beoordeling van een pijnlijke totale heupprothese; een diagnostisch algoritme

Tabellen hoofdstuk diagnostiek. Auteur Jaar N Prevalentie MRI techniek $ Sensitiviteit Specificiteit

Samenvatting in het Nederlands. Samenvatting

Voorspellen van tumor respons op neo-adjuv. therapie bij oesophagusca. Alex Dik, AIOS radiologie Atrium MC Parkstad

Nederlandse introductie en samenvatting voor niet-ingewijden

Richtlijn Prostaatcarcinoom 2013

PSMA PET-CT scan van het gehele lichaam. Informatiebrochure patiënten

Chapter 11. Nederlandse samenvatting en conclusies

Systematic reviews of imaging gynecological and gastrointestinal malignancies for developing evidence-based guidelines

Maligne melanoma Belang van sentinelklierbiopsie

J. Mamma aandoeningen. Inhoudsopgave 01 J 02 J 03 J 04 J 05 J 06 J 07 J 08 J 09 J 10 J 11 J 12 J 13 J 14 J 15 J 16 J 17 J 18 J 19 J

De waarde van MRI bij DCIS

Saffire Phoa. CT voor preoperatieve stagering van het pancreascarcinoom

KCE Report 194 & 226 Gelokaliseerde prostaatkanker 1 1. ALGORITME

WAARDE VAN DE PSA-BEPALING EN HET RECTAAL TOUCHER

Radiotherapie bij het pancreascarcinoom. Hanne Heerkens, AIOS radiotherapie 25 maart 2019

DIAGNOSTIEK. Hans Reitsma, arts-epidemioloog Afd. Klinische Epidemiologie, Biostatistiek & Bioinformatica Academisch Medisch Centrum

Spinocellulaire carcinomen van de huid: beleidslijnen

Samenvatting. Chapter 10

Een melanoom, wat nu?

Laarbeeklaan Brussel. Oncologisch Handboek. Richtlijnen Urologie. Testis

Automatische detectie van prostaatkanker in multi-parametrische MRI

Wordt u geconfronteerd met prostaatkanker? Wij vertellen u waarom da Vinci -chirurgie uw beste optie kan zijn voor de behandeling

Symposium Diagnostiek bij het rectumcarcinoom maandag 20 januari Symposium DIAGNOSTIEK BIJ HET RECTUMCARCINOOM

NEDERLANDSE SAMENVATTING

- incidentele bevinding zonder klachten - weigering van chirurgische behandeling - slechte algehele conditie waardoor chirurgie niet verantwoord is

KIEZEN VOOR MEER OF MINDER STRALING BIJ DE BEHANDELING VAN PROSTAATKANKER

Behandeling Prostaatkanker

Samenvatting. I-125 zaadimplantaten voor brachytherapie van de prostaat; Fysische eigenschappen en relaties met kwaliteit van leven na implantatie.

Fiorentino A et al. clinical target volume definition for glioblastoma radiotherapy planning: MRI and CT. clin transl oncol 2013;15:

PLASTIC Study Evaluation of PET and Laparoscopy in STagIng advanced gastric Cancer

Hoofdstuk 8. Orale leukoplakie een klinische, histopathologische en moleculaire studie. Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Achtergrond. capitatum lunatum. trapezoideum. duim scafoïd. pink. trapezium

Kwaliteitsnormen. Blaascarcinoom

Identification of senior at risk (ISAR)

MRI in de diagnostiek van acute trombose Techniek van de toekomst

Oligometastatischeziekte bij het mammacarcinoom. M. van der Sangen, radiotherapeut

7 e POST-EAUN meeting, , Amersfoort. Daniël Osses, arts-onderzoeker Urologie / Radiologie, Erasmus MC Rotterdam

Ontwikkelingen bij de chirurgie van het slokdarm- en maagcarcinoom

Geïndividualiseerde aanpak van gelokaliseerd prostaatcarcinoma.

Samenvattingen en Conclusies

Laarbeeklaan Brussel. Oncologisch Handboek. Richtlijnen Urologie. Blaas

CHAPTER 9 SAMENVATTING, CONCLUSIES EN VOORUITBLIK

oorspronkelijk chirurgisch vakgebied M. Lieburg: steensnijders mei 1552 protospecialist

Less is more: Axillaire stagering en behandeling bij het mammacarcinoom

Transcriptie:

Richtlijn Prostaatcarcinoom 2016 Datum: 22 februari 2016 Verantwoording: Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU) Versie: 2.1 Evidence based Type: Landelijke richtlijn 1

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 H3 DIAGNOSTIEK Het betreft hier een update van de module Diagnostiek uit versie 2.0 (april 2014) van de Richtlijn prostaatcarcinoom. De update betreft uitsluitend de toevoeging van overwegingen bij de submodule Beeldvormend onderzoek, onderdeel PET/CT. Deze update heeft geen consequenties voor de aanbevelingen. 3.3 Beeldvormend onderzoek Aanbevelingen PET/CT en (mp)mri Het routinematig verrichten van Choline PET/CT wordt bij de primaire stagering van prostaatcarcinoom ontraden. Choline PET/CT kan wel worden toegepast als alternatief voor skeletscintigrafie (zie aanbeveling skeletscintigrafie), en kan bij matig- tot hoogrisico prostaatcarcinoom van waarde zijn om voor lastig interpreteerbare lesies die zijn gevonden op CT of MRI het bestaan van metastasen meer of minder aannemelijk te maken. Een choline PET/CT kan bij biochemisch recidief prostaatcarcinoom worden toegepast om patiënten te her-stageren en te selecteren voor lokale salvage therapie, mits de kans op een positieve uitslag en impact op het beleid groot genoeg zijn, aangegeven door een PSA >5 ng/ml, of een PSA >1 ng/ml met daarbij een PSAdt <3 maanden of Gleason score 8. 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 Bij biochemisch recidief prostaatcarcinom kunnen voor her-stagering diverse diagnostische strategieën gevolgd worden. Daarbij kan als eerstelijns onderzoek zowel (mp)mri als Choline PET/CT overwogen worden, afhankelijk van lokale beschikbaarheid en ervaring. Literatuurbespreking PET/CT Positron emissie tomografie (PET) kan worden uitgevoerd met verschillende scantechnieken. In het algemeen wordt de beoordeling van functioneel beeldvormend onderzoek beter door correlatie met anatomisch beeldvormend onderzoek zoals CT of MRI, dit wordt in alle gevallen aanbevolen. Ten tijde van het uitbrengen van deze richtlijn wordt in Nederland vrijwel alleen nog maar gebruik gemaakt van gecombineerde PET/CT scanners. Literatuur wordt daarom zoveel mogelijk gebaseerd op studies die zijn uitgevoerd met PET/CT, en waar nodig aangevuld met resultaten van stand-alone PET. Choline PET kan worden uitgevoerd met de radioactief gelabelde tracers 11C-choline of 18F-methylcholine. De techniek is oorspronkelijk opgezet met 11C-choline, maar dit vereist een cyclotron en is daardoor beperkt beschikbaar. Inmiddels is 18F-choline landelijk beschikbaar. De twee tracers zijn chemisch en biologisch niet helemaal gelijk, er zijn bijvoorbeeld verschillen in renale klaring. Echter de opname in tumoren is in het algemeen wel vergelijkbaar [Hara 2003]. Als bij het scannen en beoordelen rekening wordt gehouden met fysiologische uitscheiding in de urinewegen, zal de diagnostische waarde van 11C-choline of 18F-methyl-choline elkaar benaderen. In deze richtlijn worden deze technieken als diagnostisch gelijkwaardig beschouwd, en wordt literatuur waar mogelijk als geheel beschouwd. Detectie van een primaire tumor De waarde van Choline PET/CT voor het detecteren en lokaliseren van een primair carcinoom binnen de nog onbehandelde prostaat is uitvoerig onderzocht, maar is consequent zeer beperkt. Dit wordt 2

36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 mede veroorzaakt door onvoorspelbare opname van choline in omliggend normaal prostaatweefsel, bijvoorbeeld op basis van hyperplasie of prostatitis. Een recente studie waarin Choline PET werd vergeleken met histopathologie van prostatectomie preparaten toonde dat choline uptake in minder dan 50% van de gevallen gecorreleerd is met een tumorgebied [Bundschuh 2013]. Hierbij speelt het formaat en de configuratie van de tumor een rol, maar de diagnostische waarde blijft in alle gevallen slecht [Souvatzoglou 2011]. Daarom wordt Choline PET niet aangeraden voor screening, detectie of stagering van een primaire prostaattumor binnen een nog onbehandelde prostaat [Schwarzenböck 2012]. Uitgangsvraag evidence based revisie 2013: Is PET/CT geïndiceerd bij het bepalen van de initiële pelviene lymfeklierstatus van bewezen prostaatcarcinoom? Vier prospectieve studies evalueerden de diagnostische accuratesse van PET [de Jong 2003] of PET/CT [Behesti 2010, Poulsen 2012, Schiavina 2008] voor het bepalen van de pelviene lymfeklierstatus in een populatie van meer dan 50 patiënten met bewezen prostaatcarcinoom. Al deze studies includeerden patiënten met een matig- tot hoog-risico prostaatcacinoom. Twee studies evalueerden 18 F-fluorocholine (FCH) als tracer. Poulsen et al. includeerden 210 opeenvolgende patiënten met prostaatcarcinoom zonder botmetastasen en een geplande curatieve behandeling (radicale prostatectomie of uitwendige radiotherapie) [Poulsen 2012]. Open retroperitoneale bilaterale pelviene lymfeklierdissectie werd als referentiestandaard gebruikt bij alle patiënten. Zowel de beoordeling van de PET/CT als van de pathologie gebeurde blind. De sensitiviteit en specificiteit bedroegen 73% en 88%, respectievelijk. De positief voorspellende waarde was slechts 59%. Behesti et al. includeerden 130 opeenvolgende patiënten met bewezen prostaatcarcinoom en een geplande radicale prostatectomie [Behesti 2010]. Patiënten zonder lymfeklier- of botmetastasen op FCH PET/CT ondergingen radicale prostatectomie en een uitgebreide pelviene lymfeklierdissectie. De overige patiënten ondergingen geen chirurgie, en kregen een follow-up FCH PET/CT na 6 maanden. De sensitiviteit en specificiteit bedroegen 45% en 96%, respectievelijk. Voor lymfeklieren van minstens 5 mm diameter steeg de sensitiviteit naar 67%. De positief voorspellende waarde bedroeg telkens 82%. Op basis van de FCH PET/CT resultaten wijzigde het therapieplan van 19 patiënten (15%). Deze studie heeft belangrijke methodologische beperkingen. Twee verschillende referentiestandaarden werden gebruikt met betrekking tot het FCH PET/CT resultaat, en bovendien werd bij de patiënten met een positieve FCH PET/CT de indextest als referentiestandaard gebruikt. De evaluatie van de index- en referentietest gebeurde ook niet blind. Twee andere studies gebruikten 11 C-choline als tracer. De Jong et al. includeerden 67 opeenvolgende patiënten met bewezen prostaatcarcinoom (<ct4) zonder aangetoonde metastasen [de Jong 2003]. 11 C-choline PET werd vergeleken met pelviene lymfeklierdissectie of klinische followup met PSA na 1 jaar. De sensitiviteit en specificiteit bedroegen 80% en 96%, respectievelijk. De positief voorspellende waarde was 86%. De vraag is of follow-up met PSA na 1 jaar wel een adequate referentiestandaard is. Bovendien is het niet duidelijk of de evaluatie van de histo-pathologie blind gebeurde. Schiavina et al. includeerden 57 consecutieve patiënten met een bewezen prostaatcarcinoom en een geplande radicale prostatectomie in afwezigheid van aangetoonde metastasen [Schiavina 2008]. 11 C- choline PET/CT werd vergeleken met pelviene lymfeklierdissectie. De sensitiviteit en specificiteit bedroegen 60% en 98%, respectievelijk. De positief voorspellende waarde bedroeg 90%. Het is niet duidelijk of de evaluatie van de index- en referentietest blind gebeurde. Schiavina et al. vergeleken de diagnostische accuratesse van PET/CT ook met deze van 2 nomogrammen, namelijk het Briganti en 3

88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 het Kattan nomogram. De specificiteit van PET/CT was significant hoger dan deze van het Briganti (74%) en Kattan nomogram (64%). De oppervlakten onder de ROC-curve verschilden echter niet significant (0.79 voor PET/CT, 0.71 voor Briganti, 0.64 voor Kattan). Afstandsmetastasen Choline PET kan botmetastasering aantonen ongeacht de aanwezigheid van reactieve sclerosering van omliggend bot, en daarmee ook in geval van negatieve CT of skeletscintigrafie. In een studie met 123 patiënten met PSA recidief en een negatieve botscan werd bij 15% alsnog botmetastasering aangetoond met Choline PET [Fuccio 2012]. In een vergelijkend onderzoek met 78 patiënten is de accuratesse van Choline PET hoger dan skeletscintigrafie (95-96% versus 83-90%), met ook een aanzienlijk lager aantal onzekere uitslagen (1% versus 21%) [Picchio 2012]. Daarnaast zijn patiënten beschreven met op choline PET aangetoonde metastasering in de longen [Fuccio 2012] en de lever [Tuncel 2008]. Primaire stagering De diagnostische waarde van Choline PET/CT voor primaire stagering van prostaatcarcinoom bestaat uit de gecombineerde waarden voor detectie van de primaire tumor, kliermetastasen en afstandsmetastasen. Mede door de slechte waarde voor detectie van een primaire tumor wordt deze opbrengst doorgaans als beperkt ingeschat en zijn op dit terrein weinig goede studies uitgevoerd. In een studie met 130 patienten met matig tot hoog risico op kapselinfiltratie door de primaire tumor werd door detectie van onverwachte metastasen impact op het beleid gezien bij 15% [Beheshti 2010]. Deze opbrengst moet worden afgewogen tegen de stralingsbelasting en de relatief hoge kosten van Choline PET. De in deze richtlijn beschreven goede diagnostische waarde voor identificatie van lymfekliermetastasen of afstandsmetastasen kan in specifieke gevallen wel worden benut. Een voorbeeld hiervan is het meer of minder aannemelijk maken van metastasen bij lastig interpreteerbare lesies die zijn gevonden op CT of MRI, bij matig- tot hoog-risico prostaatcarcinoom. Herstagering bij biochemisch recidief Na radicale prostatectomie of bestraling is geen functioneel prostaatweefsel meer aanwezig en kan met Choline PET/CT betrouwbaar een lokaal recidief worden aangetoond. In combinatie met de beschreven waarde voor detectie van kliermetastasen en afstandsmetastasen kan Choline PET/CT worden ingezet voor herstagering bij biochemisch recidief met een wholebody benadering. Voor een zinvolle selectie van patiënten is van belang dat een negatieve uitslag doorgaans het beleid niet beïnvloedt, in dat geval zal een geplande lokale salvage behandeling van de prostaat of hormoontherapie onveranderd worden uitgevoerd. Een positieve uitslag kan wel grote impact hebben op het beleid. Een voorbeeld is het afzien van lokale salvage behandeling na het aantonen van metastasen, of het uitstellen van palliatieve hormoontherapie met behulp van lokale stereotactische bestraling na het aantonen van oligometastasering [Berkovic 2013]. Voor een goede kans op een positieve uitslag bij Choline PET bestaan verschillende voorspellers, waaronder de PSA spiegel, PSA verdubbelingstijd en Gleason score. Op basis van de beschikbare data is door de Nederlandse vereniging van Nucleaire geneeskunde een aanbeveling Choline PET opgesteld, waarin als selectiecriteria een PSA >5 ng/ml, of een PSA >1 ng/ml met daarbij PSAdt <3 maanden of Gleason score 8 worden aangehouden. Een systematische meta-analyse van 19 publicaties met in totaal 1555 patiënten waarbij over het algemeen vergelijkbare selectiecriteria werden toegepast toonde voor lokaal recidief, klieren en afstandsmetastasen een gepoolde sensitiviteit van 86% en specificiteit van 90%, met een kans op een positieve uitslag van 62% [Evangelista 2013]. Een studie met 70 patiënten in Groningen liet bij 81% een positieve uitslag zien, met binnen deze groep een klinisch relevant onderscheid tussen 60% lokaal recidief en 23% gemetastaseerde ziekte [Breeuwsma 2010]. Conclusies PET/CT 4

Niveau 2 Het is aannemelijk dat, ongeacht de gebruikte tracer [ 18 F-fluorocholine of 11 C- choline], PET/CT een lage sensitiviteit, maar een hoge specificiteit heeft voor de detectie van pelviene lymfekliermetastasen. De positief voorspellende waarde lijkt hoger te zijn met 11 C-choline. Niveau 3 Niveau 3 Niveau 2 A2 Poulsen 2012, Behesti 2010, de Jong 2003, Schiavina 2008 Er zijn aanwijzingen dat mp-mri gecombineerd met MRS een lage sensitiviteit (50%) en een hoge specificiteit (97%) heeft voor de diagnose van pt3 prostaatcarcinoom. B McClure 2012 Er zijn aanwijzingen dat klassieke MRI gecombineerd met MRS een lage sensitiviteit (42%) en een hoge specificiteit (95%) heeft voor de diagnose van kapseldoorbraak. B Wang 2004 Voor de lokalisatie van prostaatcarcinoom is de diagnostische accuratesse van MRI hooguit matig. 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 154 155 156 157 158 159 160 161 162 163 164 165 166 167 168 169 170 171 Overwegingen B Giusti 2010, Kim 2005, Katahira 2011, Colleselli 2010, Goris Gbenou 2012, Graser 2007, Li 2006, Morgan 2007, Delongchamps 2011 PET/CT Inmiddels is aangetoond dat de diagnostische waarde van Choline PET/CT ook kan worden bereikt met het alternatieve onderzoek Gallium-68-PSMA PET/CT [Morigi, 2015]. Er zijn sterke aanwijzingen dat dit nieuwe onderzoek een hogere sensitiviteit en specificiteit heeft, en al bij een lagere PSA waarde een klinisch relevante opbrengst kan geven [Afshar-Oromieh, 2014]. Daarnaast heeft het onderzoek een lagere stralingsbelasting en in veel gevallen een lagere kostprijs. In centra waar Gallium-68-PSMA PET/CT beschikbaar is, kan dit onderzoek de Choline PET/CT vervangen voor (her)stadiering van prostaatcarcinoom. Referenties 2014 Beheshti M, Imamovic L, Broinger G, et al. 18F choline PET/CT in the preoperative staging of prostate cancer in patients with intermediate or high risk of extracapsular disease: a prospective study of 130 patients. Radiology 2010;254(3):925-33. Berkovic P, De Meerleer G, Delrue L, et al. Salvage stereotactic body radiotherapy for patients with limited prostate cancer metastases: deferring androgen deprivation therapy. Clin Genitourin Cancer 2013;11(1):27-32. Bundschuh R, Wendl C, Weirich G, et al. Tumour volume delineation in prostate cancer assessed by ((11)C)choline PET/CT: validation with surgical specimens. Eur J Nucl Med Mol Imaging 2013;40(6):824-31. Breeuwsma A, Pruim J, Bergh van den A, et al. Detection of local, regional, and distant recurrence in patients with psa relapse after external-beam radiotherapy using (11)C-choline positron emission tomography. Int J Radiat Oncol Biol Phys 20101;77(1):160-4. Colleselli D, Schilling D, Lichy M, et al. Topographical sensitivity and specificity of endorectal coil magnetic resonance imaging for prostate cancer detection. Urologia Internationalis 2010;84(4):388-94. 5

172 173 174 175 176 177 178 179 180 181 182 183 184 185 186 187 188 189 190 191 192 193 194 195 196 197 198 199 200 201 202 203 204 205 206 207 208 209 210 211 212 213 214 215 216 217 218 219 220 221 222 223 224 de Jong I, Pruim J, Elsinga PH, et al. Preoperative staging of pelvic lymph nodes in prostate cancer by11c-choline PET. J Nucl Med 2003;44(3):331-5. Delongchamps N, Rouanne M, Flam T, et al. Multiparametric magnetic resonance imaging for the detection and localization of prostate cancer: combination of T2-weighted, dynamic contrast-enhanced and diffusion-weighted imaging. BJU Int 2011;107(9):1411-8. Evangelista L, Zattoni F, Guttilla A, et al. Choline PET or PET/CT and Biochemical Relapse of Prostate Cancer: A Systematic Review and Meta-Analysis. Clin Nucl Med 2013;38(5):305-14. Fuccio C, Castellucci P, Schiavina R, et al. Role of 11C-choline PET/CT in the re-staging of prostate cancer patients with biochemical relapse and negative results at bone scintigraphy. Eur J Radiol 2012;81(8):e893-6. Giusti S, Caramella D, Fruzzetti, E et al. Peripheral zone prostate cancer. Pre-treatment evaluation with MR and 3D 1H MR spectroscopic imaging: correlation with pathologic findings. Abdom Imaging 2010;35(6):757-63. Goris Gbenou M, Peltier A, Addla S, et al. Localising prostate cancer: Comparison of endorectal magnetic resonance (MR) imaging and 3D-MR spectroscopic imaging with transrectal ultrasoundguided biopsy. Urol Int 2012;88(1):12-7. Graser A, Heuck A, Sommer B, et al. Per-sextant localization and staging of prostate cancer: correlation of imaging findings with whole-mount step section histopathology. AJR Am J Roentgenol 2007; 188(1):84-90. Hara T, Kondo T, Hara T, et al. Use of 18F-choline and 11C-choline as contrast agents in positron emission tomography imaging-guided stereotactic biopsy sampling of gliomas. J Neurosurg 2003;99(3):474-9. Katahira K, Takahara T, Kwee T, et al. Ultra-high-b-value diffusion-weighted MR imaging for the detection of prostate cancer: evaluation in 201 cases with histopathological correlation. Eur Radiol 2011;21(1):188-96. Kim J, Hong S, Choi Y, et al. Wash-in rate on the basis of dynamic contrast-enhanced MRI: usefulness for prostate cancer detection and localization. J Magn Reson Imaging 2005;22(5):639-46. Li H, Sugimura K, Kaji Y, et al. Conventional MRI capabilities in the diagnosis of prostate cancer in the transition zone. Am J Roentgenol 2006;186(3):729-42. McClure T, Margolis D, Reiter R, et al. Use of MR imaging to determine preservation of the neurovascular bundles at robotic-assisted laparoscopic prostatectomy. Radiology 2012;262(3):874-83. Morgan V, Kyriazi S, Ashley S, et al. Evaluation of the potential of diffusion-weighted imaging in prostate cancer detection. Acta Radiol 2007;48(6):695-703. Picchio M, Spinapolice E, Fallanca F, et al. (11C)Choline PET/CT detection of bone metastases in patients with PSA progression after primary treatment for prostate cancer: comparison with bone scintigraphy. Eur J Nucl Med Mol Imaging 2012;39(1):13-26. Poulsen M, Bouchelouche K, Høilund-Carlsen F, et al. [18F]fluoromethylcholine (FCH) positron emission tomography/computed tomography (PET/CT) for lymph node staging of prostate cancer: a prospective study of 210 patients. BJU Int 2012;110(11):1666-71. 6

225 226 227 228 229 230 231 232 233 234 235 236 237 238 239 240 241 242 243 244 245 246 247 248 249 250 Schiavina R, Scattoni V, Castellucci P, et al. 11C-Choline Positron Emission Tomography/Computerized Tomography for Preoperative Lymph-Node Staging in Intermediate-Risk and High-Risk Prostate Cancer: Comparison with Clinical Staging Nomograms. Eur Urol 2008;54(2):392-401. Schwarzenböck S, Souvatzoglou M, Krause B. Choline PET and PET/CT in Primary Diagnosis and Staging of Prostate Cancer. Theranostics 2012;2(3):318-30. Souvatzoglou M, Weirich G, Schwarzenboeck S, et al. The sensitivity of (11C)choline PET/CT to localize prostate cancer depends on the tumor configuration. Clin Cancer Res 2011;17(11):3751-9. Wang L, Mullerad M, Chen H-N, et al. Prostate cancer: incremental value of endorectal MR imaging findings for prediction of extracapsular extension. Radiology 2004;232(1):133-9. Referenties 2016 Afshar-Oromieh A, Zechmann CM, Malcher A, Eder M, Eisenhut M, Linhart HG, Holland-Letz T, Hadaschik BA, Giesel FL, Debus J, Haberkorn U. Comparison of PET imaging with a (68)Ga-labelled PSMA ligand and (18)F-choline-based PET/CT fort he diagnosis of recurrent prostate cancer. Eur J Nucl Med Mol Imaging 2014; 41(1): 11-20. Morigi JJ, Stricker PD, van Leeuwen PJ, Tang R, Ho B, Nguyen Q, Hruby G, Fogarty G, Jagavkar R, Kneebone A, Hickey A, Fanti S, Tarlinton L, Emmett L. Prospective comparison of 18F- Fluoromethylcholine versus 68Ga-PSMA PET/CT in prostate cancer patients who have rising PSA after curative treatment and are being considered for targeted therapy. Journal of Nuclear Medicine 2015; 56(8): 1185-1190. 7