Beste leerkracht, U heeft vorige week de kick-off van het onderzoekstraject Dans en Taal bijgewoond. Hopelijk heeft het u een goede indruk gegeven van hoe de dansopdrachten eruitzien. In deze lesbrief zal worden uitgelegd hoe u het onderzoekstraject Dans en Taal zelf kunt voortzetten in en met de klas. Lesbrief Dans en Taal Inhoud Unit 1: vulpen en stift Middenbouw (groep 4-6) Benodigdheden Gym- of speelzaal, digibord, muziekinstallatie, vulpen, dikke stift en kaartjes FR - NL Inleiding In de kick-off werd het hoofdthema van het onderzoekstraject Dans en Taal uitgelicht, namelijk: school. Ook de 4 units/sub thema s, afgeleid van het hoofdthema, kwamen kort aan bod. Het is de bedoeling dat u om de twee weken een unit thema aangrijpt en daaruit dansopdrachten in en met de klas uitvoert. Een unit thema zal ongeveer 15 min. duren. Afhankelijk van welke dansopdrachten u kiest, kunt u het klaslokaal met tafels laten staan of verbouwen. Toelichting Elk unit heeft een dezelfde opwarming en einddans. De kern (dans) bevat losse dansopdrachten waar u zelf een selectie uit mag maken. De dansopdrachten worden aangeduid met: A, B, C en D. Ieder onderdeel van een dansopdracht is onderstreept. Vervolgens zijn de onderdelen weer in stappen uitgezet. Sommige dansopdrachten bevatten ook een verdieping, de docent kan er zelf voor kiezen om deze opdracht wel/niet mee te pakken. Schuingedrukte tekst is hetgeen de docent letterlijk kan zeggen. Doel De oefeningen zijn echt bedoeld als energizer voor tussendoor, om de dag leuk mee te beginnen of om leuk mee af te sluiten! Project Sally Maastricht 1
Dansopdrachten Voorbereiding voor de leerkracht - neem, voor u met de kinderen aan de slag gaat, de opdrachten zelf een keer door - luister ook naar de bijbehorende muziek - check even of u aan de benodigdheden voldoet Oefening 1: Opwarming (opstelling: eigen plek in het lokaal) Track 1 De leerlingen en de docent leren, middels een video op het digibord, een vaste dans aan. Op het beeldscherm worden de passen voorgedaan door een dansdocent en meteen nagedaan door de klas. In de muziek worden de tellen 20-50 in het Frans gezongen. Uitleg unit 1 Er wordt vandaag gedanst rondom vulpen en stift. Oefening 2: Kern (dans) A (opstelling: eigen plek in het lokaal benodigdheden: vulpen en dikke stift) Track 2 De docent zet alvorens de oefening begint een streep op een groot vel papier, eerst met de vulpen en vervolgens met de stift. Vraag de kinderen waarmee je zojuist geschreven hebt en wat het verschil is tussen beide strepen. Ga daar vervolgens op in met het feit dat de stylo dun schrijft en de goupille juist dik. Zeg vervolgens dat ze de vloer mogen zien als een heel groot schrift. Dun schrijven Met welke lichaamsdelen kunnen we hele dunne lijnen maken, net als met de stylo? 1. Zoek samen met de leerlingen naar lichaamsdelen als: neus, vinger, teen, elleboog. Maak met die lichaamsdelen strepen op de vloer (alsof je dus zou schrijven in een schrift). Met welke lichaamsdelen kunnen we hele dikke lijnen maken, net als met de goupille? 1. Zoek samen met de leerlingen naar lichaamsdelen als: billen, benen, armen, buik, rug. Maak met die lichaamsdelen strepen op de vloer (alsof je dus zou schrijven in een schrift). Verdieping: in plaats van strepen trekken kun je ook stippen zetten op de vloer of kronkellijntjes. Probeer beide met zowel de stylo als met de goupille. Oefening 3: Kern (dans) B (opstelling: eigen plek in het lokaal) Track 3 Voor deze opdracht is het handig als de leerlingen Kern (dans) A ook al hebben gedaan. Vormen tekenen Project Sally Maastricht 2
Er zijn veel verschillende vormen die je zou kunnen tekenen. Wie kan eens een paar vormen opnoemen? De leerlingen geven voorbeelden. Wij gaan drie vormen tekenen vandaag. 1. De docent tekent een cirkel met zijn vinger op de grond. De kinderen mogen de vorm benoemen. Dan haakt de docent in met Franse benaming: cercle. Alle leerlingen mogen een cercle op de vloer tekenen met een dunne lijn, dus met de stylo. De lichaamsdelen van oefening 2 komen hier terug: neus, vinger, teen, elleboog 2. Herhaal stap 1 met een vierkant: carre 3. Herhaal stap 1 met een hartje: coeur Vormen inkleuren Nu gaan we de vormen van net inkleuren. Kleuren is in het Frans coloriser. Dit doen we met de goupille, dus met lichaamsdelen die dikke lijnen kunnen maken. 1. De cercle inkleuren (gebruik nu alleen nog maar het woord: coloriser) met verschillende grote lichaamsdelen: armen, benen, rug, buik, billen, dus met de goupille. Er wordt echt een rondje getekend en ingekleurd. 2. Herhaal stap 1 met carre 3. Herhaal stap 1 met coeur Verdieping: Eigen vorm / tekening bedenken Je mag nu zelf een vorm bedenken maar het mag ook een tekening zijn. Je mag alles tekenen wat je wilt. 1. De docent refereert naar de stylo, wat betekent dat de leerlingen iets mogen gaan tekenen met de kleine lichaamsdelen en dunne lijnen. 2. De docent refereert naar de goupille, wat betekent dat de leerlingen hun tekening mogen gaan coloriser. Vraag tussendoor ook aan de leerlingen wat ze gemaakt hebben! Oefening 4: Kern (dans) C (opstelling: eigen plek in het lokaal) Track 4 Deze oefening mag zittend in de kring, maar kan ook achter het tafeltje op de stoel worden gedaan. De leerlingen hebben de eigen rugzak niet nodig. De docent leidt de oefening, de leerlingen doen de docent na. Je eigen naam schrijven We gaan onze eigen nom (het woord lijkt veel op het NL) schrijven met ons lichaam. Je mag zelf kiezen met welk lichaamsdeel en of je met de stylo (dunne lijnen) of met de goupille (dikke lijnen) schrijft. 1. De docent geeft eerst een voorbeeld. Vervolgens gaan de leerlingen zelf met een lichaamsdeel schrijven op de vloer. 2. Nu mogen de leerlingen hun nom ook in de lucht schrijven in plaats van alleen op de vloer. Alle lichaamsdelen mogen gebruikt worden. Alsof het papier dat normaal platligt, nu rechtop staat. Project Sally Maastricht 3
3. De leerlingen leren de zin Mon nom est. Daarna mogen ze pas de eigen naam schrijven in de lucht. 4. De klas wordt verdeeld in 2 groepen. De eerste groep gaat aan de kant zitten en de tweede groep begint met het presenteren van de eigen geschreven naam: er mag zowel op de grond als in de lucht geschreven worden na de woorden mon nom est. Wanneer iedereen klaar is moet de eerste groep raden welk schrijfgerei werd gebruikt. 5. Wissel de eerste en de tweede groep om en herhaal stap 3 Oefening 5: Kern (dans) D (opstelling: eigen plek in het lokaal) Track 5 In deze oefening moet een een kleine frase van dansbewegingen door de leerlingen uiteindelijk zelfstandig uitgevoerd kunnen worden. De docent helpt in het begin met het aanleren van de passen. 1. Trek met twee vingers een lange, dunne streep in de lucht van onder tot boven Dit duurt in de muziek 2. Spring vier keer in de lucht, alsof je stippen maakt op de vloer 3. Trek met twee ellebogen een lange, dunne streep in de lucht van boven tot onder 4. Draai een rondje met je hoofd: alsof je met je hoofd een cercle tekent in de lucht Kringgesprek/reflectie (benodigdheden: kaartjes FR NL) De docent bespreekt met de leerlingen de verschillende Franse woordjes die in de dansoefeningen aan bod zijn gekomen. Op de onderstreepte woorden ligt over het algemeen in deze unit de nadruk. We hebben zojuist verschillende dansopdrachten gedaan waar Franse woordjes in voor kwamen. Wie weet nog wat betekent? - stylo - goupille - Cercle - Coeur - Coloriser - Nom - Mon nom est Oefening 6: Einddans (opstelling: kring) Track 6 De afsluiting is een au revoir yell zonder muziek waarbij op iedere zin die wordt geroepen, bewegingen worden gedaan. De docent leert de bewegingen en de yell aan, de leerlingen proberen het te onthouden en vervolgens zelfstandig uit te voeren. De au revoir yell staat op video zodat de docent hierop terug kan vallen. Project Sally Maastricht 4
Au revoir yell Bonjour, au revoir et salut 1. Zwaai armen van rechts naar links De Franse taal die hoor je nu 2. Armen maken een cirkelvorm van boven naar onder, op het woord nu stamp je met je voet op de grond Door te dansen leren we Frans 3. Zet 2 stappen naar voren en 2 stappen naar achter, dit mag zelf in de zin getimed worden Vind je dat geen mooie kans?! 4. Rennen op de plaats, zo snel als je kunt, op kans naar een wijdbeense positie springen Wow! Yo! (herhaal 4x) 5. Maak vier keer een pose (stoere pose, lage pose, vrolijke pose) Dat Frans leren we zo! 6. Op de hurken gaan zitten, op zo omhoog springen. De leerlingen mogen zelf een hoge sprong bedenken. Project Sally Maastricht 5