UITGEBREIDE INHOÜDSOPGAVE

Vergelijkbare documenten
Internationaal privaatrecht

Inhoudsopgave. Hoofdstuk 1 Inleiding J 5

Parlementaire Geschiedenis Burgerlijk Wetboek Boek 10. Internationaal Privaatrecht (IPR)

L. Strikwerda. Inleiding tôt het Nederlandse internationaal privaatrecht. vijfde druk

L Strikwerda. Inleiding tot het Nederlandse internationaal privaatrecht. Qp. Kluwer a Wolters Kluwer business. negende druk

InhOud Voorwoord 5 Inhoud 7 Lijst van afkortingen Verkort geciteerde literatuur

EU-Verordeningen huwelijks- en partnerschapsvermogensrecht

Erven naar Marokkaans recht

Eerste Kamer der Staten-Generaal

HOOFDSTUK 1. AUTHENTIEKE AKTEN (ART. 28 WIPR)... 1

Inhoud. Afkortingen. 1 Inleiding l

Inhoud. 1 Inleiding 1

BELGISCH INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

INHOUD. Voorwoord / 5. 1 Burgerlijk Wetboek Boek 1 (uittreksel) / 17. Titel 1 Algemene bepalingen / 17. Titel 2 Het recht op de naam / 17

Een nieuw Europees kindje... De

Internationaal Privaatrecht 2017/2019

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Verdrag inzake de voltrekking en de erkenning van de geldigheid van huwelijken

Inleiding tot de burgerlijke stand

Een Pools bruidje? Internationaal privaatrechtelijke aspecten van het Nederlandse en Poolse huwelijksvermogens- en erfrecht Mr. Brigitte F.P.

Internationaal privaatrecht

Sabine Heijning. het Notarieel Bureau. voor vragen:

DE JURIDISCHE STATUS VAN POLYGAME HUWELIJKEN BV RECHTSVERGELIJKEND PERSPECTIEF. Prof. dr. Katharina Boele-Woelki. Dr.


Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Voorwoord. Voorwoord bij de 1 e druk

HET INTERNATIONALE HUWELIJK

Grensoverschrijdende. van nationale conflictenrechtelijke in regelgeving. International National of in the new European Regulation

Grensoverschrijdende erkenning en tenuitvoerlegging. mr. dr. M. Freudenthal

Estate Planning Specialist Internationaal

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1994 Nr. 168

HUWELIJK MET INTERNATIONALE ASPECTEN HUWELIJK OVER DE GRENZEN

» Samenvatting. JPF 2013/101 Rechtbank Den Haag 22 mei 2013, C/09/416244; ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2361. ( mr. Bellaart mr. Brakel mr.

BELGISCH INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT EEN INLEIDING

Inhoud internationaal privaatrecht (ipr)

De Europese Erfrechtverordening en erflaters uit niet-lidstaten: hoe werkt het? 1

14 Nederlands nationaliteitsrecht

Verdrag inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en inzake de erkenning van trusts

Nationaliteitsaanknoping versus domiciliaire aanknoping in het internationale personen-, familie- en erfrecht

De betekenis van publieke belangen voor het personen- en familierecht: de erkenning van polygame huwelijken. Katharina Boele-Woelki

MATERIE BEVOEGDHEID TOEPASSELIJK RECHT EXEQUATUR EXTRA Bestaan en afwezigheid Boek blz. 420 Art. 41 WbIPR Art. 39 WbIPR Boek blz.

(Echt)scheiding en internationaal privaatrecht

Internationaal familierecht

INHOUD. Hoofdstuk IV. Ongeldigheid van het huwelijkscontract TITEL II DE VERSCHILLENDE HUWELIJKSSTELSELS... 51

Nieuw Europees IPR-erfrecht

HANDBOEK BURGERLIJK RECHT

INHOUDSOPGAVE. VOORWOORD... v DEEL I. GRONDVOORWAARDEN VOOR ADOPTIE CHRISTOPH CASTELEIN...1 HOOFDSTUK 1. AFBAKENING...3 HOOFDSTUK 2. ALGEMEEN...


DAGELIJKS WERKBOEK DEEL #1

JPF 2013/115 Rechtbank Den Haag 11 februari 2013, C/09/ FA RK ; ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3284. ( mr. Brakel )

STAATSCOMMISSIE VOOR HET INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT

De Europese Huwelijksvermogensrechtverordening; toepasselijk recht en rechtskeuzemogelijkheden

Geleid door de wens gemeenschappelijke bepalingen vast te stellen betreffende het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime,

Ulrik Huber Instituut voor Internationaal Privaatrecht Groningen, Nederland

Internationaal Privaatrecht HC 1A

7 Inleiding / 11 8 Verkrijging, verlening, verlies en vaststelling van het Nederlanderschap / 12 9 Nationaliteit en internationaal privaatrecht / 16

Tweede Kamer der Staten-Generaal

STAATSCOMMISSIE VOOR HET INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT

De Europese Erfrechtverordening

30 IPR-aspecten van de internationale samenlevingsovereenkomst

Seminar De Europese Erfrechtverordening. Europese Erfrechtverklaring. Grensoverschrijdende nalatenschappen. De Europese verklaring van erfrecht

GEWOGEN RECHTSMACHT IN HET IPR. Over forum (non) conveniens en forum necessitatis. mr. F. Ibili

Inhoudsopgave Spaanse nalatenschappen

Transcriptie:

UITGEBREIDE INHOÜDSOPGAVE (Verwezen wordt naar de randnummers) 1 Nationaliteitsaanknoping versus domiciliaire aanknoping in het internationale perso- 1 nen-, familie- en erfrecht 1 Inleiding 1 1 Algemeen. 2 Erosie van het nationaliteitsbeginsel? - een rechtsvergelijkende schets 2 2 Gedeeltelijke afkaiving nationaliteitsaanknoping. 3 Gedeeltelijke afkaiving nationaliteitsaanknoping (vervolg). 4 Gedeeltelijke afkaiving nationaliteitsaanknoping (vervolg). 3 De nationaliteitsaanknoping 4 I Algemeen 4 5 Nationaliteitsaanknoping. 6 Catalogus en afweging van 'belangen'. 7 Catalogus en afweging van 'belangen (vervolg)'. II Rechtvaardiging van de nationaliteitsaanknoping in het licht van de internationale mobiliteit 7 en de bescherming van de culturele identiteit 8 Nadere onderbouwing nationaliteitsaanknoping. III Het Unierecht en de nationaliteitsaanknoping 8 9 Het discriminatieverbod van art. 18 WVEU. 4 De domiciliaire aanknoping ^ I Algemeen " 10 Algemeen. II Rechtvaardiging van de domiciliaire aanknoping in het kader van de internationale mobiliteit 10 en de bescherming van de cultureie identiteit 11 Integrate en domiciliaire aanknoping. 12 Geen verplichte integratie. 13 Geen verplichte integratie (vervolg). III Het begrip gewone verblijfplaats. 13 14 De gewone verblijfplaats. 5 Relativering van zowel de nationaliteits- als de domiciliaire aanknoping 14 15 Relativering nationaliteits- en woonplaatsbeginsel. 16 De realiteitstoets. 6 Enkele complicates bij de nationaliteitsaanknoping 16 I Meervoudige nationaliteit * 6 17 Algemeen. 18 De functionele benadering. 19 De functionele benadering (vervolg). 20 De functionele benadering (vervolg). 21 De functionele benadering (vervolg). 22 De functionele benadering (vervolg). II De enkelvoudige nationaliteit van betrokkene en de realiteitswaarde ervan 20 23 Terugdringen realiteitstoets. XXIII

Uitgebreide inhoudsopgave 24 Criteria realiteitstoets. Hi Staatloosheid en het niet kunnen vaststellen van iemands nationaliteit 22 A Algemeen ^ 25 Staatloosheid. B De verhouding van het VN Staatlozenverdrag 1954 tot art. 10:16 BW 23 26 Verhouding Staatlozenverdrag 1954 en art. 10:16 BW. c Het geval dat de nationaliteit van een persoon niet kan worden vastgesteld 25 27 Vaststelling nationaliteit van een persoon door rechtstoepasser. D Eerbiediging van voorheen uit de persoonlijke Staat verkregen rechten 25 28 Verkregen rechten. IV Vluchtelingen 27 A Algemeen 27 29 Vluchtelingen. B De verhouding tussen het Vluchtelingenverdrag 1951 en art. 10: 17 BW 27 30 Verhouding en afbakening Vluchtelingenverdrag 1951 en art. 10:17 BW. 31 Verhouding en afbakening Vluchtelingenverdrag 1951 en art. 10:17 BW (vervolg). c Art. 10:17 lid 1 BW bestrijkt ook niet-verdragsvluchtelingen en buitenlandse 29 asielgerechtigden 32 Uitbreiding personele toepassingsgebied Vluchtelingenverdrag 1951. D Eerbiediging van voorheen uit de persoonlijke Staat verkregen rechten 30 33 Verkregen rechten. 7 Meervoudige rechtsstelsels 30 1 Algemeen 30 34 Meervoudige rechtsstelsels. 35 Algemeen. II Nationaliteits- en domiciliaire aanknoping bij interregionale en interpersonele situaties 32 36 Toepassingsgebied art. 10:15 BW. III Nadere afgrenzing van art 10:15 BW 33 37 Beperkte reikwijdte. 2 Denaam 35 1 Inleidende opmerkingen 35 38 Structuur van Titel 2 Boek 10 BW. 39 Structuur van Titel 2 Boek 10 BW (vervolg). 2 Enkele karakteristieken van de regeling 37 I Incorporate van de Overeenkomst van München van 1980 37 40 Overneming van de verdragsregeling. II De structuur van de verwijzingsregeling 38 41 Coördinatie van IPR-stelsels. III Uitgangspunt: tweedeling van in Nederland en in het buitenland tot stand gekomen 38 naamsvaststellingen 42 Geen conflictenrechteiijke toets. 3 De naam van een vreemdeling 39 I De hoofdregel: het nationale recht van de vreemdeling 39 43 Nationale recht van een vreemdeling. Aanvaarding renvoi. II De voorvraag 40 44 Afhankelijke aanknoping voorvraag. HI Personen met een meervoudige buitenlandse nationaliteit 41 45 Meervoudige buitenlandse nationaliteit. 4 De naam van een Nederlander 41 I De hoofdregel 41 46 De naam van een Nederlander. XXIV

Uitgebreide inhoudsopgave II Personen met een meervoudige nationaliteit die ook de Nederlandse nationaliteit bezitten 42 47 Meervoudige Nederlandse nationaiiteit 48 Rechtskeuze en net unierecht. 49 Rechtskeuze en het unierecht (vervolg). III De voorvraag 45 50 Afhankelijke aanknoping voorvraag. 5 Latere vermelding van de naam volgens het andere niet toegepaste nationale recht 45 6 De wijziging van de aanknopingsfactor in de tijd 46 I De hoofdregel 46 52 De conflit mobile-kwestie. II De verkrijging van de Nederlandse nationaliteit 46 53 Een vreemdeling verkrijgt de Nederlandse nationaliteit. 7 Onmogelijkheid om het toepasselijke recht te kennen 47 54 Ontoegankelijkheid toepasselijk vreemde recht. 8 Erkenning van in het buitenland vastgestelde of gewijzigde namen 48 I Algemeen 48 55 Een processuele toets. 56 Een processuele toets (vervolg). 57 Een processuele toets (vervojg). II De verhouding van de erkenningsregel van art. 10:24 BW tot de verwijzingsregel van art. 50 10:20 BW; rechtskeuzebevoegdheid 58 Verhouding art 10:24 BW tot art 10:20 BW. 59 Verhouding art 10:24 BW tot art. 10:20 BW (vervolg). 60 Verhouding art. 10:24 BW tot art. 10:20 BW (vervolg). III Geen conflictenrechtelijke toets; de openbare orde 52 61 Afschaffing conflictenrechtelijke toets. IV De naamskeuze overeenkomstig art 10:25 BW 53 62 Naamskeuze volgens Nederlands recht. 9 Het recht op naamskeuze in internationale gevallen 54 63 Naamskeuze volgens Nederlands recht 3 Internationale huwelijken 55 1 Inleidende opmerkingen 55 I Algemeen 55 64 Haags Huwelijksverdrag 1978. II De favor matrimonii van het Haagse Huwelijksverdrag 1978 56 65 Begunstiging geldigheid huwelijk HI De gunstiger regeling van de art 10:27-10:34 BW 57 66 Bodemvoorziening verdragsregeling. 67 Bodemvoorziening verdragsregeling (vervolg). 2 Het materiele toepassingsgebied 59 68 Materieel toepassingsgebied. 69 Huwelijk personen gelijk geslacht 3 De materiele huwelijksvereisten en enkele bewijsrechtelijke kwesties 60 I De verwijzingsregeling 60 70 De verwijzingsregel inzake de materiele huwelijksvereisten. 71 Alternatieve aanknoping. 72 Meervoudige nationaliteit 73 Meervoudige nationaliteit (vervolg). II Vaststelling van het toepasselijke buitenlandse recht en bewijs/legalisatie van buitenlandse 63 documenten 74 Vaststelling buitenlands recht XXV

75 Verklaring huwelijksbevoegdheid. 76 Vereiste van legalisatie. 77 Vereiste van legalisatie (vervolg). 4 Op de Nederlandse openbare orde gebaseerde weigeringsgronden in het geval van 66 huwelijksvoltrekking in Nederland 78 Nederlandse weigeringsgronden van fundamentele aard. 79 Nederlandse weigeringsgronden van fundamentele aard (vervolg). 80 Buitenlandse huwelijksbeletselen in strijd met openbare orde. 5 De vorm van de huwelijkssluiting 70 I De hoofdregel: exdusieve bevoegdheid van de abs 70 81 Monopolie abs inzake huwelijkssluiting. II Uitzondering: consulaire huwelijken 70 82 Consulair huwelijk. 6 De erkenning van een buiten Nederland gesloten huwelijk 72 I Inleidende opmerkingen 72 83 Erkenning buitenlands huwelijk. II Erkenningsvraag van een elders tot stand gekomen huwelijk en de processuele toets 72 84 Geen conflictenrechtelijke toets. 11! Het huwelijk dient ingevolge het recht van de Staat van huwelijksvoltrekking rechtsgeldig te 73 zijn 85 Ruime invulling begrip 'recht'. 86 Informeel huwelijk. 87 Rechtsgeldig huwelijk. 88 Nadien rechtsgeldig geworden huwelijk. IV Erkenning rechtsgeldigheid buitenlandse huwelijken gesloten ten overstaan van 75 diplomatieke of consulaire ambtenaar 89 Erkenning buitenlandse consulaire huwelijken. V Recht omvat ook regels van conflictenrecht 76 90 Toelating renvoi. VI De 'huwelijksverklaring' afgegeven door een bevoegde autoriteit 76 91 Huwelijksverklaring. 7 De openbare orde-exceptie 77 I Algemeen 77 92 De weigeringsgrond van de openbare orde. 93 De weigeringsgrond van de openbare orde (vervolg). II Toetsing van elders tot stand gekomen huwelijksvormen aan de openbare orde 79 94 Buitenlandse huwelijksvormen en de openbare orde. 95 Kinderhuwelijk. 96 Cedwongen huwelijk. 97 Schijnhuwelijk. 98 Erkenning polygaam huwelijk. 99 Erkenning polygaam huwelijk (vervolg). 8 De voorvraag 84 I Algemeen 84 100 Erkenning buitenlands huwelijk als voorvraag. II Zelfstandige aanknoping van de voorvraag van de erkenning van in het buitenland gesloten 84 huwelijk 101 Zelfstandige aanknoping voorvraag. III De afhankelijke aanknoping van de voorvraag in de zin van art 12 lid 2 Huwelijksverdrag 85 1978 102 Afhankelijke aanknoping voorvraag. XXVI

9 Sanctie op overtrading van de materiele en/of formele huwelijksvereisten 86 103 Gevolgen met betrekking tot geschonden huwelijksvereisten. 104 Gevolgen met betrekking tot het geschonden huwelijksvereisten (vervolg). 105 Gevolgen met betrekking tot geschonden huweiijksvereisten (vervolg). 10 Overgangsrecht 88 106 Temporele regeling erkenning buitenlandse huwelijken. 4 De rechtsbetrekkingen tussen de echtgenoten 91 1 Inleidende opmerkingen 91 107 Structuur afdeling 2 van Titel 3 Boek 10 BW. 108 Structuur afdeling 2 van Titel 3 Boek 10 BW (vervolg). 2 De persoonlijke rechtsbetrekkingen tussen de echtgenoten 92 I Algemeen 92 109 De persoonlijke rechtsbetrekkingen tussen de echtgenoten. II De rechtskeuze 93 110 De rechtskeuzebevoegdheid. III De objectieve verwijzingsregel 94 111 De objectieve verwijzingsregeling. 112 Gemeenschappeüjke nationaliteit als aanknopingsfactor. IV De temporele gevolgen van de rechtskeuze en de wijziging van de aanknopingsfactor in de 96 tijd 113 Gevolgen van latere rechtskeuze en wijziging van de aanknopingsfactor in de tijd. V Terzijdestelling van het toepasselijke buitenlandse recht met beroep op de openbare orde 97 114 De openbare orde-exceptie. 3 Verbintenissen ten behoeve van de gewone gang van de huishouding 97 115 Verbintenissen ten behoeve van de gewone gang van de huishouding. 116 Verbintenissen ten behoeve van de gewone gang van de huishouding (vervolg). 4 Gezinsbescherming 99 117 De gezinsbeschermende bepalingen. 118 De niet-handelende echtgenoot woont in het buitenland. 119 Bescherming buitenlandse wederpartij. 120 Bescherming buitenlandse wederpartij (vervolg). 5 De verhouding tot andere verwijzingscategorieen 102 121 Afbakening tot andere verwijzingscategorieen. 5 De huwelijksontbinding 1 Meidende opmerkingen 122 Structuur afdeling 4 van Titel 3 Boek 10 BW. 123 Structuur afdeling 4 van Titel 3 Boek 10 BW (vervolg). 124 Structuur afdeling 4 van Titel 3 Boek 10 BW (vervolg). 2 Het echtscheidingsmonopolie van de Nederlandse rechter 105 125 Exclusieve bevoegdheid Nederlandse rechter. 3 Het op de echtscheiding toepasselijke recht 106 I Algemeen 106 126 De voormalige regeling van art 1 WCE. II De structuur van de nieuwe verwijzingsregeling 1 8 127 De opzet en het toepassingsgebied van art 10:56 BW. HI Toepasselijkheid van het Nederlandse recht als lex fori 109 128 De rechtstfteoretische grondslag. 129 De lex fori. 130 Enkele bezwaren tegen art 10:56 lid 1 BW. 103 XXVII

IV Rechtskeuze voor het gemeenschappelijke nationale recht 112 131 Gezamenlijke of onweersproken rechtskeuze. 132 Een eenzijdige rechtskeuze. 133 De realiteitstoets. 134 De realiteitstoets (vervolg). 135 De vorm van de rechtskeuze. 136 Het tijdstip van net doen van rechtskeuze. 4 Erkenning van buitenlandse echtscheidingen 117 I De erkenningsregeling van Brüssel Ilbis 117 137 Algemeen. 138 Algemeen (vervolg). 139 Erkenning zonder vorm van proces. 140 Weigeringsgronden. 141 Weigeringsgronden (vervolg). 142 Geen bevoegdheids- en conflictenrechtelijke toets. Verbod revision en fond. II De erkennmgsregeiing van de verdragen van Luxemburg 1967 en 's-gravenhage 1970 122 143 De bodemvoorziening van het Luxemburgse en het Haagse Echtscheidingserkenningsverdrag. III De erkenning met betrekking tot buitenlandse in een niet EU-lidstaat gegeven 123 echtscheidingsbeslissing A Algemeen 123 144 De nationale erkenningsregel. B De afbakening van de erkenningsregel van art. 10:57 BW tot die van art. 10:58 BW 123 145 Afbakening art 10:57 BW tot art. 10:58 BW. c De erkenningsvereisten van art. 10:57 lid 1 BW 124 146 Enkele processuele erkenningsvereisten. D De erkenningsvereisten van art. 10:57 lid 2 BW 125 147 De reparatiemogelijkheid van art. 10:57 lid 2 BW. E Verruiming van de werkingssfeer van art. 10:57 BW: enkele specifieke vormen van 126 huwelijksontbinding 148 Verruiming toepassingsgebied art. 10:57 BW. 149 De rechterlijke tatliq-echtscheiding. 150 De khoel-huwelijksontbinding. 151 De talaq-huwelijksontbinding. 152 Huwelijksontbinding met wederzijds goedvinden 153 Afwijzende buitenlandse echtscheidingsbeslissing. IV De erkenning van buitenlandse huwelijksontbindingen door een eenzijdige verklaring van 131 een der echtgenoten 154 Algemeen 155 Huwelijksontbinding in het buitenland. 156 Overeenstemming met een nationaal recht van de echtgenoot die het huwelijk eenzijdig heeft ontbonden. 157 Rechtsgevolg ter plaatse 158 Instemming of berusting door de vrouw. V De openbare orde-exceptie 136 159 De openbare orde 6 Huwelijksvermogensrecht 139 1 Inleiding 139 160 Verscheidene rechtsbronnen. XXVIII

Uitgebreide inhoudsopgave 2 Het Haagse Huwelijksvermogensverdrag 1978 140 I Inleidende opmerkingen 140 A Algemeen 140 161 Het Haagse Huwelijksvermogensverdrag 1978. 162 De structuur. B Schets van de in afdeling 3 van Titel 3 Boek 10 BW opgenomen regeling 142 163 De - nationale - regeling van afdeling van Titel 3. II Het materiele toepassingsgebied 144 164 Afbakening materieel toepassingsgebied. 165 Afbakening materieel toepassingsgebied (vervolg). 166 Uitgesloten onderwerpen. 167 Andere uitgesloten onderwerpen. III Recntskeuze door partijen ' 47 A Algemeen 147 168 Rechtskeuzebevoegdheid algemeen. 169 Rechtskeuzebevoegdheid algemeen (vervolg). B Het tijdstip van de rechtskeuze: vooraf of staande huwelijk 149 170 Tijdstip van de rechtskeuze. c Geenvolledigevrijheidmetbetrekkingtotdetekiezenrechtsstelsels 149 171 Betrokkenheidsvereiste. D Het eenheidsbeginsel versus partiele rechtskeuze 151 172 Rechtskeuze voor gehele vermögen. E Het bestaan van wilsovereenstemming met betrekking tot het gekozen recht 152 173 Wilsovereenstemming. F Uitdrukkelijke of stilzwijgende rechtskeuze I 53 174 Uitdrukkelijke of stilzwijgende rechtskeuze. c De vormvoorschriften waaraan de rechtskeuze dient te voldoen 154 175 Vormvereisten met betrekking tot de rechtskeuze. 176 Vormvereisten met betrekking tot de rechtskeuze (vervolg). H Het rechtsgevolg van een rechtskeuze 'sec' ten aanzien van het huwelijksvermogensregime 155 177 De rechtskeuze "sec'. 1 Enkele kwesties die speciaal een rechtskeuze staande huwelijk betreffen 156 178 Geen terugwerkende kracht rechtskeuze in eigenlijke zin. 179 Rechtskeuze in echtscheidingsprocedure. IV De objectieve verwijzingsregeling ICQ A Aigemeen 180 De objectieve verwijzingsregeling. 181 De objectieve verwijzingsregeling (vervolg). B De objectieve - meerzijdige - verwijzingsregel van art 4 182 Een aanknopingsladder. c Op het afstemmingsbeginselgebaseerde regeling van art 4 en 5 voor enkele specifiek 161 afgebakende situaties 183 Coördinatie van betrokken IPR-stelsels. 184 Coördinatie van betrokken IPR-stelsels (vervolg). D De 'gemeenschappelijke nationaliteif als aanknopingsfactor in de zin van het verdrag 163 E 185 De gemeenschappelijke nationaliteit. 186 De meervoudige nationaliteit De aanknopingsfactor van de eerste gewone verblijfplaats 187 De eerste gewone verblijfplaats. 188 Flexibele peildatum. 189 Flexibele peildatum (vervolg). 190 Gewone verblijfplaats van enige duur. XXIX

Uitgebreiäe inhoudsopgave F Het 'nauwst verbondenheids'-criterium 168 191 Het 'nauwst verbunden' recht. V Gemitigeerde veranderlijkheid van het door de objectieve verwijzingsregeling aangewezen 169 recht A Algemeen 169 192 Onveranderlijkheid versus veranderlijkheid. 193 Onveranderlijkheid versus veranderlijkheid (vervolg). B De situaties waarin automatische verandering van het toepasselijke recht optreedt 171 194 Automatische verandering. 195 Remigratie en naturalisatie. 196 Wijziging toepasselijk recht na tien jaar gewone verblijfplaats. 197 Vestiging van gewone verblijfplaats in dezelfde Staat. 198 De 'behoudkeuze'. c De gevolgen van de automatische verandering van het objectief toepasselijke recht 175 199 Exclusieve werking van de automatische verandering. 200 Terugwerkende kracht van rechtskeuze. VI Derdenwerking en derdenbescherming 177 201 Derdenwerking en derdenbescherming. 202 Specifieke regeling derdenbescherming. 203 Bewijslastverdeling; notariele partijverklaring. 204 Bescherming tegen niet-opeisbaarheid vergoedingsrechten. 205 Temporele regeling. VII De overgangsrechtelijke regeling 180 206 Temporele regeiing. 207 Temporele regeling (vervolg). VIII Näherberechtigung en verrekening 182 208 Aanknopingsovermacht en verrekening. IX Pensioenverevening 183 A Inleiding 183 209 Verevening van pensioenen bij echtscheiding. 210 Verevening van pensioenen bij echtscheiding (vervolg). B De ratio van de WVP: dubbele - verzorgingsrechtelijke en huwelijksvermogensrechtelijke - 185 kwalificatie 211 Dubbele kwalificatie pensioenverevening. c De reikwijdteregel voor pensioenen die vallen onder art. I lid 4-6 WVP 186 212 De reikwijdteregel van art. I lid 7 WVP. D Buitenlandse pensioenen in de zin van art I lid 8 WVP 187 213 Buitenlandse pensioenen. 214 Analogische toepassing van verwijzingsregeling huwelijksvermogensrechl E Kortsluiting in het verwijzingsresultaat 189 215 Samenloop van toepasselijke rechtsstelsels. 3 Het Haagse Huwelijksgevolgenverdrag 1905 190 I Algemeen 190 216 Huwelijksgevolgenverdrag 1905. II Het formele toepassingsgebied 191 217 Beperkt formeel toepassingsgebied. III De overgangsrechtelijke regeling 192 218 Temporele regeling. 219 Temporele regeling inzake rechtskeuze. 4 Het commune internationale huwelijksvermogensrecht 194 I Algemeen 194 220 De Chelouche-huweiijken. XXX

II De commune verwijzingsregeling vöör 1976 195 221 De patriarchate aanknoping aan de nationaliteit van de man. III De Chelouche/Van Leer aanknopingsladder 196 A Algemeen 196 222 Een aanknopingsladder. 223 Een aanknopingsladder (vervolg). B De rechtskeuze onder de Chelouche-regeling 198 224 De rechtskeuzebevoegdheid. c De objectieve verwijzingsregel van de Chelouche-regeling 199 225 Het onveranderlijkheidsbeginsel. 226 De gemeenschappelijke nationaliteit. IV De overgangsrechtelijke regeling 201 227 De overgangsrechtelijke vraag met betrekking tot Chelouche-huwelijken. 228 Ceen beperkte, maar 'in beginsel' onbeperkte terugwerkende kracht. 229 Geen beperkte, maar 'in beginsel' onbeperkte terugwerkende kracht (vervolg). V Enkele specifieke exceptieclausules 204 230 Verschillende typen exceptieclausules. 231 De Sabah-exceptie. 232 De Chelouche 'onaanvaardbaarheids'-exceptie. 233 De redelijkheids- en billijkheidsexceptie. 234 De redelijkheids- en billijkheidsexceptie (vervolg). 7 Afstamming 209 1 Inleidende opmerkingen 209 235 StructuurTitel5BoeklOBW. 2 Enkele kwesties van algemene aard met betrekking tot Titel 5 210 I De algemene bepalingen van Titel 1 21 236 De algemene bepalingen. II Uitgangspunt: begrippen uit het eigen Nederlandse afstammingsrecht 211 237 Verruiming van de eigen verwijzingscategorieen. III Geen effectiviteitstoets in geval van een meervoudige nationaliteit 212 238 Meervoudige nationaliteit. IV Tweedeling tussen in Nederland en in het buitenland tot stand gekomen 213 afstammingsbetrekkingen - een processuele toets 239 Een processuele toets. 3 Het ontstaan van familierechtelijke betrekkingen door geboorte uit gehuwde ouders 214 I Hoofdregel 214 240 Afstamming door geboorte uit gehuwde ouders. II Meervoudige nationaliteit: geen effectiviteitstoets 216 241 Meervoudige nationaliteit 4 Ontkenning van het vaderschap 216 I Algemeen 216 242 Ontkenning van het door huwelijk ontstane vaderschap. II De primaire verwijzingsregel: toepasselijkheid van art 10:92 BW 217 243 Hoofdregel gerechtelijke ontkenning vaderschap. III De subsidiaire verwijzingsregel: begunstiging van de gerechtelijke ontkenning vaderschap 218 244 Begunstiging gerechtelijke ontkenning vaderschap. 245 Gezamenlijk verzoek door partijen. 246 De - alternatieve - aanknopingspunten. 247 Het criterium belang van het kind. IV Benoeming van een bijzonder curator 220 248 Een bijzondere curator. XXXI

V De gerechtelijke ontkenning van het vaderschap en de openbare orde 220 249 De mogelijkheid van strijd met de openbare orde. VI De buitengerechtelijke ontkenning van het vaderschap 221 250 Buitengerechtelijke ontkenning van vaderschap door de moeder. 251 Een tweetal beperkingen. Geen belangenafweging. 5 Familierechtelijke betrekkingen tussen het kind en zijn ongehuwde moeder 223 I Algemeen 223 252 Afstamming tussen kind en zijn ongehuwde moeder. II Aanknoping aan het nationale recht van de moeder 223 253 De nationaliteit van de moeder. III Voorrang van het Nederlandse recht in geval van gewone verblijfplaats van de vrouw in 224 NederSand 254 De gewone verblijfplaats van de moeder in Nederland. IV De aanknopingsfactor in de tijd 225 255 De conflit mobile- kwestie. V Toepasselijkheid van de Overeenkomst van Brüssel 1962 225 256 Overeenkomst van Brüssel van 1962. 6 Familierechtelijke betrekkingen ontstaan door erkenning 226 I Algemeen 226 257 Distributieve aanknoping in geval van erkenning door de man. II Begünstigende aanknoping voor de bevoegdheid van de man en de overige voorwaarden tot 226 erkenning 258 Begunstiging van de erkenning via een subsidiaire aanknoping. HI Erkenning door een Nederlandse gehuwde man 228 259 Erkenning door een Nederlandse gehuwde man. IV Vermelding van het toegepaste recht in de akte 228 260 Registratie van het toegepaste recht. V Bijzondere aanknoping voor de toestemming van de moeder onderscheidenlijk het kind 229 261 Toestemming van de moeder/het kind. VI De aanknopingsfactor in de tijd 230 262 De conflit mobile-kwestie. 7 Ongedaanmaking van de erkenning 230 263 Ongedaanmaking van de erkenning. 8 Familierechtelijke betrekkingen ontstaan door gerechtelijke vaststelling van het vaderschap 231 I Een uit drie sporten bestaande aanknopingsladder 231 264 Hoofdregel. 265 De mogelijkheid van strijd met de openbare orde. II De situatie dat de man of de moeder ten rjjde van de indiening van het verzoek is overleden 233 266 De postume gerechtelijke vaststelling van het vaderschap. 9 Familierechtelijke betrekkingen ontstaan door wettiging 233 I De Overeenkomst inzake wettiging door huwelijk van 1970 233 267 De Overeenkomst inzake wettiging door huwelijk. II De subsidiaire aanknoping van de gewone verblijfplaats van het kind 234 268 De subsidiaire aanknoping van de gewone verblijfplaats van het kind. III Het nietige huwelijk waarbij een Nederlandse partij is betrokken 234 269 Het geval van het nietige huwelijk waarbij een Nederlandse partij is betrokken. 10 De inhoud - de gevolgen - van de familierechtelijke betrekkingen 235 270 De gevolgen van de afstamming. XXXH

11 De erkenning van in het buitenland tot stand gekomen rechterijke beslissingen, rechtsfeiten 236 en rechtshandelingen waarbij familierechtelijke betrekkingen uit hoofde van afstamming zijn vastgesteld I Algemeen 236 271 De erkenningsregeling gaat uit van een processuele toets. II Geen onderscheid tussen de erkenning van buitenlandse rechterlijke beslissingen en 237 rechtsfeiten of rechtshandelingen waarbij een niet-rechterlijke autoriteit is betrokken 272 Geen onderscheid tussen erkenning rechterlijke beslissingen en erkenning rechtsfeiten of rechtshandelingen. 12 Erkenning van buitenlandse rechterlijke beslissingen 238 I Nadere vereisten voor erkenning 238 273 Een vijftal processuele erkenningsvereisten. II Geen erkenning van negatieve beslissingen 240 274 Uitsluitend positieve beslissingen. III Geen conflictenrechtelijke toets 240 275 Geen conflictenrechtelijke toets. IV Tegenstrijdige beslissingen 241 276 Tegenstrijdige rechterlijke beslissingen. V De Overeenkomst inzake wettiging door huwelijk 1970 241 277 De verwijzingsregeling van de Overeenkomst inzake wettiging door huwelijk. 13 De erkenning van in het buitenland tot stand gekomen rechtsfeiten en rechtshandelingen 242 I Vereisten voor erkenning van in het buitenland tot stand gekomen rechtsfeiten en 242 rechtshandelingen 278 Processuele toets met betrekking tot elders tot stand gekomen rechtsfeiten en rechtshandelingen. 279 Processuele toets met betrekking tot elders tot stand gekomen rechtsfeiten en rechtshandelingen (vervolg). II Op de openbare orde gebaseerde weigeringsgronden 244 280 De op de openbare orde gebaseerde weigeringsgronden. 281 De op de openbare orde gebaseerde weigeringsgronden (vervolg). 282 Draagmoederschap. 283 Draagmoederschap (vervolg). 14 De temporele werking 247 284 De overgangsrechtelijke regeling van Titel 5. 8 Adoptie 249 1 Inleidende opmerkingen 249 285 De interlandelijke adoptie. $ 2 De Wet opneming buitenlandse (anderen ter adoptie 250 286 Vereisten Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie. 3 Het Haagse Adoptieverdrag van 1993 252 I Een verdrag met een specifiek karakter 252 287 Een mulrjdimensionaal verdrag. II Enkeleaan het verdrag ten grondslag liggende doelstellingen 253 288 Enkele beginselen van het adoptieverdrag. HI Toepassingsgebied van het Haagse Adoptieverdrag van 1993 254 289 Toepassingsgebied. 4 Titel 6: Het toepasselijke recht op in Nederland uit te spreken adopties en de erkenning van 255 in het buitenland tot stand gekomen niet-verdragsadopties 1 Algemeen 255 290 Het complementaire en subsidiaire karakter van Titel 6 Boek 10 BW. 291 Nationaliteitsgevolg inzake adoptie. XXXIII

II Voorrang van de regelgeving inzake interlandelijke adoptie 257 292 Voorrang verdrag, uitvoeringswet en Wobka op Titel 6. III Nadere afbakening van de rechtsfiguur adoptie 258 293 Het begrip 'adoptie' in de zin van Titel 6. 294 Het begrip 'adoptie' in de zin van Titel 6 (vervolg). IV Het op de adoptie toepasselijke recht 259 295 Toepasselijkheid Nederlandse recht op in Nederland uitgesproken adoptie. 296 Versoepeling Nederlands adoptierecht in geval van een verdragsadoptie. 297 Toestemming van de ouders van het kind. 298 Geen effectiviteits- en realiteitstoets. 299 Geen effectiviteits- en realiteitstoets (vervolg). 300 Herroeping adoptie. V De rechtsgevolgen van een in Nederland uitgesproken adoptie 264 301 Rechtsgevolgen van een Nederlandse adoptie. VI Erkenning van niet-verdragsadopties 264 302 Erkenning niet-verdragsadopties. 303 Het voormalige erkenningsrecht inzake buitenlandse niet-verdragsadopties. VII Erkenning van rechtswege van niet-verdragsadopties waarbij alle partijen buiten Nederland 266 zijn gevestigd 304 Erkenning van rechtswege van bepaalde buitenlandse niet-verdragsadopties. 305 Erkenning van rechtswege van bepaalde buitenlandse niet-verdragsadopties (vervolg). 306 Drie weigeringsgronden. 307 De schijnadoptie en de openbare orde. 308 Geen conflictenrechtelijke toets. VIII Erkenningsprocedure van niet-verdragsadopties door adoptiefouders met gewone 270 verblijfplaats in Nederland 309 Speciale erkenningsprocedure bepaalde niet-verdragsadopties onder bepaalde voorwaarden. 310 Declaratoir op verzoek. IX Rechtsgevolgen van de erkenning 272 311 Rechtsgevolgen buitenlandse niet-verdragsadopties. X Omzetting van een 'zwakke' buitenlandse adoptie in een 'sterke' adoptie naar Nederlands 273 recht 312 Omzetting zwakke in sterke adoptie. 9 Ouderiijkeverantwoordelijkheidenkinderbescherming 275 1 Inleiding 275 I Algemeen 275 313 Verscheidene rechtsbronnen. 314 Verscheidene rechtsbronnen (vervolg). 315 Verscheidene rechtsbronnen (vervolg). 316 Samenloop. II Het 'Gleichlauf-beginser 279 317 Gleichlauf bevoegdheid en toepasselijkheid. 2 Het materiele toepassingsgebied van Brüssel nbis en HKV1996 280 318 Het begrip 'ouderlijke verantwoordelijkheid'. 319 Het begrip 'ouderlijke verantwoordelijkheid' (vervolg). 320 Het begrip'kind 1. 3 Het formele toepassingebied van Brüssel Ilbis en HKV 1996 282 321 Formed toepassingsgebied. XXXIV

4 Internationale bevoegdheid van Brüssel Ilbis en van HKV1996 283 I Algemeen 283 322 De structuur van de bevoegdheidsregeling. II Hoofdregel: het gerecht van de gewone verblijfplaats van het kind 285 323 Primaire bevoegdheidsregel. 324 Wijziging bevoegdheid bij verandering gewone verblijfplaats land. III Het gerecht van de verblijrplaats van het kind 287 325 Rechter van de verblijfplaats van het kind. IV Voortgezette bevoegdheid bij wijziging van het omgangsrecht 287 326 Voortgezette bevoegdheid bij wijziging omgangsrecht. V In beginsel geen overgang van bevoegdheid in geval van kinderontvoering 289 327 Bevoegdheid in gevallen van kinderontvoering. VI Prorogatie van rechtsmacht 289 328 Forumkeuze. VII Het commune bevoegdheidsrecht 291 329 De commune Nederlandse bevoegdheidsregeling. VIII Overdracht van bevoegdheid aan een geschikt forum 291 330 Verwijzing naar een meer geschikt forum. 5 Het Haagse Kinderbeschermingsverdrag van 1961 293 I De structuur van de verdragsregeling 293 331 Structuur HKV 1961. 6 Het toepasselijke recht van het Haagse Kinderbeschermingsverdrag van 1996 294 I Algemeen 294 332 Toepasselijke recht 333 Toepasseiijke recht (vervolg). II Het op beschermende maatregelen toepasselijke recht 296 334 Delexfori. 335 De excepriedausule. 336 Wijziging van de gewone verblijfplaats in de rijd. III Het van rechtswege ontstaan of tenietgaan van ouderlijke verantwoordelijkheid 298 337 Algemeen. 338 Het van rechtswege ontstaan of tenietgaan van ouderlijke verantwoordelijkheid. 339 Ouderlijke verantwoordelijkheid uit overeenkomst of eenzijdige rechtshandeling. 340 Ouderschapsplan. 341 Verandering van de gewone verblijfplaats van het kind. 342 Verandering van de gewone verblijfplaats van het kind (vervolg). 343 Temporele regeling van ex lege voortbestaan, respecrievelijk ontstaan van ouderlijke verantwoordelijkheid. 344 Uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid. 345 Ontneming of wijziging van ouderlijke verantwoordelijkheid. IV Gedeeltelijke uitsluiting renvoi en het afstemmingsbeginsel 306 346 Gedeeltelijke uitsluiting renvoi. 10 Alimentatie 307 1 Inleidende opmerkingen 307 1 Algemeen 307 347 Algemeen. B De voormalige en nieuwe regelgeving 307 348 Hoofdlijnen voormalige en nieuwe regelgeving. 349 Hoofdlijnen voormalige en nieuwe regelgeving (vervolg). XXXV

III De verhouding van de Alimentatie-Verordening 2008 en het Haagse Protocol inzake 309 alimentatie 2007 tot bestaande internationale instrumenten 350 Verhouding tussen de oude en nieuwe regelgeving. 351 Verhouding tussen de oude en nieuwe regelgeving (vervolg). 352 Het Haagse Protocol inzake alimentatie 2007. 2 Het toepasselijke recht inzake alimentatie 312 I Algemeen 353 De nieuwe conflictenrechtelijke regeling. 354 De nieuwe conflictenrechtelijke regeling (vervolg). II Karakter en structuur van de nieuwe regeling 314 355 Overzicht regeling Haags Alimentatie Protocol 2007. 356 Temporele regeling. 357 Het Haagse Protocol en het UnierechL 358 Voorrang Haagse Protocol. HI Het materiele en formele toepassingsgebied 317 359 Materieel toepassingsgebied. 360 Het begrip 'onderhoudsverplichtingen die voortvloeien uit een familiebetrekking'. 361 Alimentatieovereenkomsten tussen echtgenoten. 362 Voorlopige alimentatievoorzieningen. 363 Afzonderlijke verwijzingsregeling voor onderwerp alimentatie. 364 Formeel toepassingsgebied. IV De - algemene - hoofdaanknoping aan het recht van de Staat van de gewone verblijfplaats 322 van de alimentatiegerechtigde 365 De - algemene - objectieve verwijzingsregeling. 366 Cte wijziging van de aanknopingsfactor in de tijd. V Enkele bijzondere verwijzingsregels ten gunste van bepaalde alimentatiegerechtigden 324 A De structuur van de regeling van art. 4 van het Haagse Protocol 324 367 Enkele subsidiaire aanknopingsvarianten. B Het personele toepassingsgebied van art. 4 van het Haagse Protocol 325 368 Personeel toepassingsgebied. c De subsidiaire aanknoping aan respectievelijk de lex fori en het recht van de Staat van de 326 gemeenschappelijke nationaliteit 369 Begunstiging alimentatiegerechtigde. D Het geval dat de zaak aanhangig wordt gemaakt door de alimentatiegerechtigde bij de 327 bevoegde autoriteit van de Staat waar de alimentatieplichtige zijn gewone verblijfplaats heeft 370 De primaire aanknoping aan de lex fori. VI De bijzondere verwijzingsregel inzake alimentatie tussen echtgenoten en ex-echtgenoten 328 371 Algemeen. 372 Bezwaren tegen de verwijzingsregel van art 8 Haags Alimentatieverdrag 1973. 373 De functie van de exceptieclausule. 374 Het 'sterker betrokken recht 1. 375 Echtgenoten en ex-echtgenoten. VII De rechtskeuze 333 A Inleiding 333 376 Algemeen. B Rechtskeuze voor het recht dat ten behoeve van een specifieke alimentatieprocedure van 334 toepassing is 377 Algemeen. 378 Algemeen (vervolg). c De rechtskeuze van het toepasselijke recht 335 379 Algemeen. 380 De keuze van enkele 'betrokken' rechtsstelsels. 312 XXXVI

381 De keuze van enkele 'betrokken' rechtsstelsels (vervolg). 382 Afstand doen van recht op alimentatie. 383 De exceptiedausule van art 8 lid 5. VIII Het recht van een overheidslichaam tot terugbetaling 339 384 Recht overheidsinstantie tot terugbetaling. IX De werkingsomvang van het alimentatiestatuut 340 385 Alimentatiestatuut. X Vaststelling van het bedrag van de alimentatie 342 386 Correctie op grond van behoeften en draagkracht 387 De openbare orde-exceprie. 11 Erfrecht 345 1 Inleiding 345 388 Rechtsbronnen en de erfrechtelijke driedeling. 2 De testamentaire vorm en bekwaamheid 346 I Inleidende opmerkingen 346 A Algemeen 346 389 Het Haags Testamentsvormenverdrag 1961. B Het formele toepassingsgebied van het Haags Testamentsvormenverdrag 1961 348 390 Universele werking Haags Testamentsvormenverdrag 1961. c Overgangsrechtelijke aspecten 348 391 Overgangsrechtelijke aspecten. II De materiele reikwijdte van het Haags Testamentsvormenverdrag 1961 349 392 Afbakening materieel toepassingsgebied Haags Testamentsvormenverdrag 1961. 393 Afbakening materieel toepassingsgebied Haags Testamentsvormenverdrag 1961 (vervolg). 394 Bekwaamheid. III Het toepasselijke recht 351 395 Het toepasselijke recht. 396 Het toepasselijke recht (vervolg). 397 De herroeping. 398 De stichting opgericht bij testament 399 Geenrenvoi. 400 Het mondelinge testament. 401 Openbare orde. 402 Voorbehouden. 3 De erfopvolging 357 I Inleidende opmerkingen 357 A Algemeen 357 403 Boek 10 BW en het Haags Erfrechtverdrag 1989. B Het formele toepassingsgebied van het Haags Erfrechtverdrag 1989 358 404 Universele werking Haags Erfrechtverdrag 1989. c Overgangsrechtelijke aspecten 358 405 Overgangsrechtelijke aspecten Haags Erfrechtverdrag 1989. 406 Overgangsrechtelijke aspecten Haags Erfrechtverdrag 1989 (vervolg). II De materiele reikwijdte van het Haags Erfrechtverdrag 359 407 Het Haags Erfrechtverdrag 1989 ziet op erfopvolging. 408 Het Haags Erfrechtverdrag 1989 ziet op erfopvolging (vervolg). 409 Het Haags Erfrechtverdrag 1989 ziet op erfopvolging (vervolg). 410 Het Haags Erfrechtverdrag 1989 ziet op erfopvolging (vervolg). 411 Het Haags Erfrechtverdrag 1989 ziet op erfopvolging (vervolg). 412 Het Haags Erfrechtverdrag 1989 ziet op erfopvolging (vervolg). XXXVII

413 Het Haags Erfrechtverdrag 1989 ziet op erfopvolging (vervolg). 414 Het Haags Erfrechtverdrag 1989 ziet op erfopvolging (vervolg). 415 Afbakening materieel toepassingsgebied Haags Erfrechtverdrag 1989. 416 Splitsing erfrecht en huwelijksvermogensrecht. 417 Quasi-erfrecht uitgezonderd in Haags Erfrechtverdrag 1989. 418 Afbakening erfrecht, trust en stichting. HI Het toepasselijke recht A Algemeen 367 419 Eenheidsstelsel. 420 Geen renvoi, tenzij art. 4 HEV. 421 Bijzondere erfrechtregimes. 422 Toe-eigenen door Staat bij ontbreken erfgenaam of legataris. 423 Openbare orde. 424 Voorbehouden Haags Erfrechtverdrag 1989. B Rechtskeuze 372 c 425 De rechtskeuze in het Haags Erfrechtverdrag 1989. 426 De rechtskeuze in het Haags Erfrechtverdrag 1989 (vervolg). 427 Vorm van de rechtskeuze en de herroeping. 428 De materieelrechtelijke rechtskeuze. De objectieve verwijzingsregeling 429 De objectieve verwijzingsregeling van het Haags Erfrechtverdrag 1989. 430 Het begrip 'gewone verblijfplaats' in art 3 HEV. 431 Verwijzingsregeling samenloop gewone verblijfplaats en nationaliteit 432 Verwijzingsregeling bij uiteenlopen gewone verblijfplaats en nationaliteit langer dan vijfjaren. 433 Verwijzingsregeling bij uiteenlopen gewone verblijfplaats en nationaliteit langer dan vijfjaren (vervolg). 434 Verwijzingsregeling in andere gevallen. D Overeenkomsten inzake erfopvolging 381 435 Overeenkomst inzake erfopvolging. 436 Eigen regime voor de overeenkomst inzake erfopvolging. 437 Verwijzingsregels overeenkomst inzake erfopvolging betreffende een nalatenschap. 438 Verwijzingsregels overeenkomst inzake erfopvolging betreffende meerdere nalatenschappen. 4 De vereffening, verdeling en verrekening 385 I Inleidende opmerkingen 385 A Algemeen 385 439 Eigen en eenzijdige verwijzingsregels voor afwikkeling in Boek 10 BW. 440 De eenzijdigheid van de verwijzingsregels voor afwikkeling. B Overgangsrechtelijke aspecten 387 441 Overgangsrechtelijke aspecten vereffening en verdeling. II De materiele reikwijdte afwikkelingsregels Boek 10 BW 388 442 Vereffening. 443 Taken en bevoegdheden benoemde vereffenaar. 444 Verdeling. III Het toepasselijke recht 391 A De rechtskeuze inzake de verdeling 391 445 De rechtskeuze voor de verdeling. 446 De vorm van de rechtskeuze voor de verdeling. B De objectieve verwijzingsregel 392 447 Het toepasselijke recht 448 Het toepasselijke recht (vervolg). 367 376 XXXVIII

449 Het toepasselijke recht (vervolg). IV Näherberechtigung en verrekening 394 450 Näherberechtigung en verrekening. 451 Verrekening bij afwikkeling. 452 Verrekening bij afwikkeling (vervolg). 453 Verrekening bij afwikkeling (vervolg). 454 Verrekening bij afwikkeling (vervolg). 5 Toekomstig internationaal erfrecht; De Europese erfrechtverordening 398 I Inleidende opmerkingen 398 A Algemeen 398 455 De Europese Erfrechtverordening als toekomstige rechtsbron. B Het formele toepassingsgebied van de Erfrechtverordening 399 456 Universele werking Erfrechtverordening c Overgangsrechtelijke aspecten 399 457 Overgangsrechtelijke aspecten Europese Erfrechtverordening. II De materiele reikwijdte van de Erfrechtverordening 401 458 De Erfrechtverordening, meer dan 'erfopvolgjng' en een ruimer toepassingsgebied dan het Haags Erfrechtverdrag 1989. 459 Afbakening materieel toepassingsgebied Erfrechtverordening. 460 De Erfrechtverordening en de vorm, materiele afbakening. III Het toepasselijke recht 404 A Algemeen 404 461 Eenheidsstelsel. 462 Beperkte terugverwijzing. 463 Openbare orde. B Vorm en bekwaamheid 405 464 Het toepasselijke recht op de vorm. 465 Bekwaamheid. c Erfopvolging 407 466 Erfrechtverordening en rechtskeuze. 467 De objectieve verwijzingsregeling in de Erfrechtverordening. 468 De objectieve verwijzingsregeling in de Erfrechtverordening (vervolg). 469 Erfovereenkomst. 470 Bijzondere erfrechtregimes. 471 Toe-eigenen door Staat bij ontbreken erfgenaam of legataris. D Afwikkeling 411 472 De afwikkeling en de Erfrechtverordening. XXXIX