Internationaal familierecht
|
|
|
- Tobias van den Velde
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Internationaal familierecht Arresten van Hof van Justitie EU & Hoge Raad & Gerechtshof Arlette van Maas de Bie 24 juni arresten Hof van Justitie EU &
2 Opzet De volgende arresten zullen worden behandeld: HvJ EU 1 oktober 2014, zaak C-436/13, ECLI:EU:C:2014:2246, NIPR 2014, 327 (art.12 lid 3 Brussel II bis, rechtsmacht); HvJ EU 12 november 2014, zaak C-656/13, ECLI:EU:C:2014:2364, NIPR 2015, 2 (art. 12 lid 3 Brussel II bis, rechtsmacht); HvJ EU 9 oktober 2014, zaak C-376 / 14 PPU, ECLI:EU:C:2014:2268, NIPR 2015, 1 (art. 11 Brussel II bis, kinderontvoering) arresten Hof van Justitie EU &
3 Opzet - vervolg Hof Arnhem-Leeuwarden 6 maart 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:1802, NIPR 2014, 217 (art.10:56 BW, overgangsrecht, toepasselijk recht echtscheiding); Hof Den Haag 28 mei 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:1975, NIPR 2014, 225 (HHV 1978 van toepassing op echtgenoten gelijk geslacht?); Hof Den Haag 26 februari 2014 ECLI:NL:GHDHA:2014:486, NIPR 2014, 118 (rechtskeuze in huwelijksakte voor huwelijksvermogensregime)
4 Art. 12 lid 3 Brussel II bis: forumkeuze: gezag en omgang Hof van Justitie EU 1 oktober 2014, zaak C-436/13, ECLI:EU:C:2014:2246, NIPR 2014, 327: Vader (Spaanse nat.), moeder (UK nat.) woonden bij geboorte kind meerdere jaren in Spanje (van mei 2005-februari 2010). Ouders uit elkaar in 2009, moeder februari 2010 terug naar UK; Ouders oneens over verdeling gezag/omgang kind / zij voeren meerdere procedures in Spanje en UK; Op 21 juli 2010 ondertekenen ouders ten overstaan van griffier Spaanse rechtbank een overeenkomst, waarbij moeder gezagrecht over kind en vader omgangsrecht, Spaanse rechtbank homologeert deze overeenkomst. De bepalingen over de omgangsregelingen lopen tot 6 januari 2013; 3 maanden later verzoekt moeder bij UK-rechter wijziging overeenkomst m.b.t. bepalingen omgangsrecht zij verzoekt een beperking van het omgangsrecht van vader; Vader verzoekt bij UK-rechter tenuitvoerlegging van Spaanse beslissing inzake homologatie overeenkomst;
5 Art. 12 lid 3 Brussel II bis - forumkeuze Moeder verzoekt Spaanse rechter de bevoegdheid over te dragen naar UK-rechter o.g.v. art.15 Brussel II bis; Spaanse rechter stelt: ik heb geen bevoegdheid meer, eerdere procedure is beëindigd, dus geen reden voor doorverwijzing o.g.v. art. 15 Brussel II bis; Moeder dient verzoek in bij UK court o.g.v. art. 8 Brussel II bis: kind inmiddels gewone verblijfplaats in UK. UK court neemt bevoegdheid aan. Vader stelt hoger beroep in tegen deze beslissing; UK court oordeelt dat hij geen gedetailleerde nieuwe voorwaarden mag stellen voor de uitoefening van het omgangsrecht. UK court twijfelt of het een procedure m.b.t. erkenning en tenuitvoerlegging van Spaanse beslissing betreft of een wijzigingsverzoek van de moeder. UK court geeft geen beslissingen over het tijdvak na 6 januari 2013; Vader stelt: UK court is niet bevoegd. O.g.v. art.12 lid 3 Brussel IIbis duurt de prorogatie van rechtsmacht voort, nadat de betrokken procedure is beëindigd en kunnen nadien bij de Spaanse rechter achteraf andere procedures worden ingeleid, die nodig blijken om geschillen inzake ouderlijke verantwoordelijkheid m.b.t. kind te beslechten
6 Art. 12 lid 3 Brussel II bis - forumkeuze HvJ EU: Bij uitleg van Unierecht rekening houden met beoordelingen en doel ervan, maar ook met de context van de bepaling en met de doelstellingen die worden nagestreefd; Bevoegdheid bepaalt op het tijdstip waarop de zaak bij het gerecht aanhangig is gemaakt ; Prorogatie o.g.v. art. 12 lid 3 Brussel II bis bevoegdheid rechter van andere lidstaat dan die van de gewone verblijfplaats kind uitdrukkelijk dan wel op enige andere ondubbelzinnige wijze aanvaard door alle partijen in de procedure; Die bevoegdheid houdt op nadat een lopende procedure is afgesloten; Niet kan worden aangenomen dat een dergelijke prorogatie in alle gevallen, gedurende de gehele kindertijd van het betrokken kind, in zijn belang blijft. Ook niet indien nadien andere vragen rijzen; Art. 12 lid 3 Brussel II bis geldt slechts voor de specifieke procedure die aanhangig is gemaakt en vervalt ten gunste van art. 8 lid 1 Brussel II bis rechter op het moment waarop de procedure definitief wordt beëindigd
7 Art. 12 lid 3 Brussel II bis - forumkeuze HvJ EU 12 november 2014, zaak C-656/13, ECLI:EU:C:2014:2364, NIPR 2015, 2 Vader en moeder niet gehuwd, samen twee kinderen; Kinderen in Tsjechië geboren, met Tsjechische nationaliteit; Tot februari 2010 woonden de ouders en hun kinderen in Tsjechië. Vanaf februari 2010 werkte moeder in Oostenrijk en woonden de kinderen afwisselend bij hun moeder en hun vader; 20 mei 2012 heeft moeder de woonplaats van de kinderen in Oostenrijk geregistreerd, in september 2012 heeft zij vader laten weten dat de kinderen niet zouden terugkeren naar Tsjechië. Kinderen toen in Oostenrijk naar school gegaan;
8 Art. 12 lid 3 Brussel II bis 26 oktober 2012 verzoekt vader bij Tsjechische rechtbank de voogdij over de kinderen; op 28 oktober 2012 heeft vader de kinderen, die bij hem op bezoek waren, anders dan met moeder was afgesproken, niet aan haar teruggegeven; op 29 oktober 2012 heeft ook moeder bij Tsjechische rechtbank verzocht om haar de voogdij over de kinderen toe te kennen. Daarna heeft zij bij de Oostenrijkse rechter een soortgelijk verzoek ingediend; voorlopige maatregel Tsjechische rechtbank kinderen op 1 november 2012 teruggekeerd naar moeder in Oostenrijk, en sindsdien gaan zij daar naar school; in bodemprocedure: Tsjechische rechter acht zich onbevoegd op grond van art. 8 Brussel II bis, want kinderen hadden gewone verblijfplaats in Oostenrijk
9 Art. 12 lid 3 Brussel II bis Volgens vader Tsjechische rechtbank bevoegd o.g.v. art. 12 lid 3 Brussel II bis, omdat moeder met bevoegdheid heeft ingestemd, aangezien ze zelf in de Tsjechische procedure een tegenverzoek doet. Volgens moeder in casu niet is voldaan aan de voorwaarde van aanvaarding van de internationale bevoegdheid van de Tsjechische rechter als bedoeld in art. 12 lid 3 Brussel II bis. Zij heeft haar verzoek op aanraden van het Tsjechische bureau voor wettelijke en sociale bescherming van kinderen bij Tsjechische rechtbank ingediend omdat zij niet wist waar haar kinderen zich bevonden. Zij heeft zich ook tot de bevoegde Oostenrijkse instanties gewend en vanaf 31 oktober 2012, na kennis te hebben genomen van alle feiten, heeft zij duidelijk verklaard het oneens te zijn met de internationale bevoegdheid van de Tsjechische rechter
10 Prejudiciële vraag: Art. 12 lid 3 Brussel II bis Moet art. 12 lid 3 Brussel II bis aldus worden uitgelegd dat onder uitdrukkelijk dan wel op enige andere ondubbelzinnige wijze aanvaard ook de situatie wordt verstaan waarin de partij die de procedure niet heeft ingesteld, in dezelfde zaak haar eigen gedinginleidend stuk indient, maar vervolgens bij de eerste door haar te stellen handeling de onbevoegdheid aanvoert van de rechter in de door de andere partij voorheen ingestelde procedure?
11 Art. 12 Brussel II bis prorogatie rechtsmacht HvJ EU: Volgens de duidelijke tekst van die bepaling ( ) moet derhalve uiterlijk op het tijdstip waarop het stuk waarmee het geding wordt ingeleid of een gelijkwaardig stuk bij de gekozen rechter wordt ingediend, zijn aangetoond dat er tussen alle partijen bij de procedure een uitdrukkelijk of minstens eenduidig akkoord over die prorogatie van rechtsmacht bestaat. Dat kan kennelijk niet het geval zijn wanneer de zaak op initiatief van slechts een van de partijen in de procedure bij de betrokken rechter aanhangig is gemaakt, een andere partij in de procedure op een later tijdstip bij diezelfde rechter een andere procedure instelt en die andere partij al bij de eerste door haar te stellen handeling in de eerste procedure de bevoegdheid betwist van de rechter bij wie de zaak aanhangig is gemaakt. Hieraan moet worden toegevoegd dat (...) het belang van het kind alleen kan worden gewaarborgd door in elk specifiek geval te onderzoeken of de nagestreefde prorogatie van rechtsmacht in overeenstemming is met dat belang, en dat een prorogatie van rechtsmacht op grond van art. 12, lid 3, van verordening nr. 2201/2003 alleen geldt voor de specifieke procedure die is ingesteld bij de rechter ten gunste van wie de prorogatie is toegepast (zie in die zin arrest E, EU:C:2014:2246, punten 47 en 49)
12 Art. 11 Brussel II bis - kinderontvoering HvJ EU 9 oktober 2014, zaak C-376 / 14 PPU, ECLI:EU:C:2014:2268, NIPR 2015, 1: C (Franse nat) gehuwd met M (UK nat) op 24 mei 2008, 14 juli 2008 geboorte kind, 17 november 2008 echtscheidingsverzoek in Frankrijk; na echtscheiding ouders gezamenlijk gezag, gewone verblijfplaats kind van 7 juli 2012 bij moeder. Vader omgangsregeling. Moeder mag van rechter verhuizen naar Ierland; uitspraak uitvoerbaar bij voorraad; moeder verhuist op 12 juli 2012 met kind naar Ierland; vader in hoger beroep; in hoger beroep wordt verblijfplaats kind bij vader bepaald en moeder recht op omgang
13 Artikel 11 Brussel II bis - kinderontvoering moeder weigert kind terug te geven; vader dient teruggeleidingsverzoek in Frankrijk in. Wordt ingewilligd op 10 juli Moeder in cassatie, verzoekt schorsing tenuitvoerleggingsprocedure. Uitspraak: overbrenging kind naar Ierland legaal, omdat dit was geschied op basis van een uitspraak van de Franse rechter die uitvoerbaar bij voorraad was; rechter waarbij verzoek om terugkeer aanhangig is gemaakt, moet dat beoordelen of hij bevoegd is: gewone verblijfplaats kind aan de hand van een beoordeling van alle omstandigheden van het geval of het kind onmiddellijk vóór het vermeend ongeoorloofd niet doen terugkeren zijn gewone verblijfplaats nog in de lidstaat van oorsprong had. Bij die beoordeling moet rekening worden gehouden met het feit dat de rechterlijke beslissing waarbij de overbrenging is toegestaan, uitvoerbaar bij voorraad was en dat daartegen hoger beroep was ingesteld
14 Art. 11 Brussel II bis - kinderontvoering de overbrenging van het kind heeft plaatsgevonden overeenkomstig een bij voorraad uitvoerbare rechterlijke beslissing die vervolgens is vernietigd door een rechterlijke beslissing waarbij is bepaald dat de verblijfplaats van het kind de woonplaats van de ouder in de lidstaat van oorsprong zal zijn, het niet doen terugkeren van het kind naar die lidstaat na die tweede beslissing ongeoorloofd is, en art. 11 van de verordening van toepassing is wanneer wordt geoordeeld dat het kind zijn gewone verblijfplaats vóór het niet doen terugkeren nog in genoemde lidstaat had. Wordt daarentegen geoordeeld dat het kind zijn gewone verblijfplaats toen niet langer in de lidstaat van oorsprong had, dan wordt de beslissing tot afwijzing van het op die bepaling gebaseerde verzoek om terugkeer genomen onverminderd de toepassing van de regels in hoofdstuk III van de verordening over de erkenning en de tenuitvoerlegging van de in een lidstaat gegeven beslissingen
15 Echtscheiding- toepasselijk recht Hof Arnhem-Leeuwarden 6 maart 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:1802, NIPR 2014, 217: Verzoeken tot echtscheiding ná 1 januari 2012 ingediend, op grond van art. 270 Overgangswet NBW het terzake toepasselijke recht bepaald aan de hand van art. 10:56 BW. Hoofdregel art. 10:56 lid 1 BW : Nederlandse recht van toepassing op de echtscheiding. Rechtskeuze voor Iraaks recht - art. 10:56 lid 2 BW? Een goede procesorde verzet zich ertegen dat vrouw thans terugkomt op haar eerdere, ongeclausuleerde instemming met de toepassing van Nederlands echtscheidingsrecht. Als de vrouw in het onderhavige geval al met succes een beroep op de toepasselijkheid van Iraaks recht zou kunnen doen, wordt de man in dat geval door de vrouw in zijn processuele positie onredelijk bemoeilijkt. Immers, nadat de mondelinge behandeling bij dit hof heeft plaatsgevonden, zouden dan snog feiten en omstandigheden moeten worden gesteld die een grond voor echtscheiding naar Iraaks recht opleveren en bovendien zouden die feiten en omstandigheden en de toepassing van Iraaks recht niet meer in twee feitelijke instanties kunnen worden beoordeeld
16 Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 Hof Den Haag 28 mei 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:1975, NIPR 2014, 225: HHV 1978 van toepassing op het huwelijksvermogensregime van echtgenoten van gelijk geslacht? Het Verdrag bezigt de begrippen de echtgenoten en het huwelijk. Toen het Verdrag tot stand kwam en in werking trad, was de Wet openstelling huwelijk in werking getreden op 1 april 2001 nog niet van toepassing en daarmee een huwelijk tussen personen van gelijk geslacht (nog) niet mogelijk. De vraag rijst of die beide voormelde begrippen mede huwelijken tussen personen van gelijk geslacht bestrijken
17 Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 Het onderscheid tussen huwelijken van personen van verschillend geslacht en van gelijk geslacht is naar Nederlands recht door de Wet openstelling huwelijk inwerking getreden op 1 april 2001 opgeheven. Een huwelijk tussen personen van gelijk geslacht wordt aldus op grond van art. 1 van de Grondwet beschermd. Algemeen wordt aangenomen dat onder het huwelijk in het Verdrag inzake de voltrekking en de erkenning van de geldigheid van huwelijken (Huwelijksverdrag) in verbinding met de art. 10:27-10:34 BW mede huwelijken tussen personen van gelijk geslacht worden begrepen. Naar Nederlands recht is in dit geval derhalve sprake van een rechtsgeldig en in Nederland gesloten huwelijk en derhalve ook van echtgenoten. De onderwerpen van het verdrag en het Huwelijksverdrag hangen nauw samen de rechtsgeldigheid van een huwelijk enerzijds en de vermogensrechtelijke gevolgen daarvan anderzijds en naar het oordeel van het hof dienen de daarin gebezigde begrippen huwelijk en echtgenoten vanwege die consistentie naar Nederlands IPR hetzelfde te worden uitgelegd. Het ligt dan ook in de rede de echtgenoten van verschillend en gelijk geslacht ook in huwelijksvermogensrechtelijk opzicht gelijkelijk te behandelen
18 Rechtskeuze in huwelijksakte/huwelijkse voorwaarden Art. 3 / 11 / 12 / 13 HHV 1978 In Mohammedaanse rechtsstelsels huwelijk is contract huwelijksakte is tevens huwelijkscontract/huwelijkse voorwaarden IPR huwelijksvermogensrecht
19 IPR Huwelijksvermogensrecht - rechtskeuze Hof Den Haag 26 februari 2014 ECLI:NL:GHDHA:2014:486, NIPR 2014, 118 (r.o. 8): Iraanse huwelijkscontract eveneens als huwelijkse voorwaarden werd gekwalificeerd: 8. ( ) de voorwaarden om krachtens art. 7 lid 2 Verdrag 1978 tot een automatische wijziging van het toepasselijke recht op het huwelijksvermogensregime te komen, (zijn) niet zijn vervuld. Dit volgt uit de door partijen afgesproken huwelijkse voorwaarden, zoals opgenomen in het huwelijkscontract. ( ) De in de vertaling als huwelijksvoorwaarden betitelde bepalingen uit het huwelijkscontract, waarin geen rechtskeuze ten aanzien van het huwelijksvermogensregime is gemaakt, regelen de afwikkeling van het vermogen indien een bepaalde voorwaarde intreedt. Deze huwelijkse voorwaarden zijn in Iran aangegaan en in een notariële akte vastgelegd, hetgeen naar Iraans recht de geldige vorm is; de akte is gedagtekend en door de vrouw en de vertegenwoordiger van de man ondertekend. Daarmee zijn de huwelijkse voorwaarden als rechtsgeldig te beschouwen. ( ) De conclusie moet dan ook zijn dat Iraans recht het huwelijksvermogensregime van partijen beheerst en dat daarin geen verandering is gekomen door een wijziging van de gewone verblijfplaats of nationaliteit van een van partijen
20 IPR huwelijksvermogensrecht - rechtskeuze Gerechtshof Amsterdam 24 juni 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:3699: Rechtskeuze kan in een huwelijkscontract, dan wel huwelijkse voorwaarden zijn opgenomen
21 IPR-ADVIES? VMBS-Advocaten Paradijslaan 42b 5611 KP Eindhoven Postbus AT Eindhoven T (+31) F (+31) [email protected] arresten Hof van Justitie EU &
JPF 2013/115 Rechtbank Den Haag 11 februari 2013, C/09/419508 FA RK 12-3722; ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3284. ( mr. Brakel )
JPF 2013/115 Rechtbank Den Haag 11 februari 2013, C/09/419508 FA RK 12-3722; ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3284. ( mr. Brakel ) [De minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], Frankrijk, wonende
EU-Verordeningen huwelijks- en partnerschapsvermogensrecht
29-05-2018 1 EU-Verordeningen huwelijks- en partnerschapsvermogensrecht ALV en cursusdag EPN Amersfoort, 29 mei 2018 Mr. dr. J.G. (Jan-Ger) Knot Agenda 2 Inleiding Conflictregelkalender Rechtskeuze en
Datum van inontvangstneming : 16/09/2013
Datum van inontvangstneming : 16/09/2013 Vertaling C-442/13-1 Zaak C-442/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 6 augustus 2013 Verwijzende rechter: Oberster Gerichtshof (Oostenrijk)
Raad van de Europese Unie Brussel, 29 november 2017 (OR. en)
Raad van de Europese Unie Brussel, 29 november 2017 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2017/0153 (E) 13587/17 JUSTCIV 251 COLAC 111 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: BESLUIT VAN DE
JPF 2013/149 Rechtbank 's-gravenhage 23 oktober 2012, 422965/FA RK 12-5121; ECLI:NL:RBSGR:2012:BY2371. ( mr. Bellaart )
JPF 2013/149 Rechtbank 's-gravenhage 23 oktober 2012, 422965/FA RK 12-5121; ECLI:NL:RBSGR:2012:BY2371. ( mr. Bellaart ) [De vrouw] te [woonplaats vrouw], hierna: de vrouw, advocaat: mr. L.J. Zietsman te
Bevoegdheid Nederlandse rechter vordering afgifte minderjarige na overbrenging buitenland
JPF 2012/72 Gerechtshof 's-gravenhage 1 maart 2011, 200.072.990/01; LJN BR3349. ( mr. Mos-Verstraten mr. Van Dijk mr. Mink ) [De vrouw] te [gemeente], appellante, hierna te noemen: de vrouw, advocaat:
Rolnummer 3630. Arrest nr. 174/2005 van 30 november 2005 A R R E S T
Rolnummer 3630 Arrest nr. 174/2005 van 30 november 2005 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 320, 4, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te
ECLI:NL:RBDHA:2016:1836
ECLI:NL:RBDHA:2016:1836 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 29012016 Datum publicatie 01032016 Zaaknummer 490662 en 498112 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen en familierecht
ECLI:NL:RBUTR:2005:AS6703
ECLI:NL:RBUTR:2005:AS6703 Instantie Rechtbank Utrecht Datum uitspraak 26-01-2005 Datum publicatie 14-03-2005 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 184276/FA RK04-5055 Personen-
Huwelijksvermogensrecht journaal. Januari 2015
Huwelijksvermogensrecht journaal Januari 2015 Items Vinger aan de pols: Voorstel van wet 33 987, Literatuur en wetgevingsproces Pensioen Een Turkse zaak Huwelijksvoorwaarden: van periodiek naar finaal
HUWELIJK MET INTERNATIONALE ASPECTEN HUWELIJK OVER DE GRENZEN
HUWELIJK MET INTERNATIONALE ASPECTEN HUWELIJK OVER DE GRENZEN Dit gedeelte van de site gaat over het huwelijksvermogensrecht in internationaal verband. De belangrijkste regels van het hiermee samenhangende
ECLI:NL:GHARL:2017:2726
ECLI:NL:GHARL:2017:2726 Instantie Datum uitspraak 30-03-2017 Datum publicatie 09-05-2017 Zaaknummer 200.197.064 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Personen-
ECHTSCHEIDINGEN KENNEN GEEN GRENZEN (regels van internationaal privaat recht)
ECHTSCHEIDINGEN KENNEN GEEN GRENZEN (regels van internationaal privaat recht) Steeds meer worden we in de rechtspraktijk geconfronteerd met internationale echtscheidingen op basis van de volgende elementen:
Echtscheidingsrecht in hoofdlijnen
Echtscheidingsrecht in hoofdlijnen In België kan men onder andere aan de hand van twee verschillende procedures uit de echt scheiden: - de procedure EOT (Echtscheiding Onderlinge Toestemming) - de procedure
ECLI:NL:RBMNE:2017:449
ECLI:NL:RBMNE:2017:449 Instantie Datum uitspraak 02-02-2017 Datum publicatie 06-02-2017 Rechtbank Midden-Nederland Zaaknummer C/16/418623 / FA RK 16-4448 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie
ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0634
ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0634 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 24-01-2013 Datum publicatie 05-02-2013 Zaaknummer 200.113.026 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken
ECLI:NL:RBNHO:2016:10882
ECLI:NL:RBNHO:2016:10882 Instantie Datum uitspraak 28-12-2016 Datum publicatie 17-01-2017 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer C/15/245613 / FA RK 16-4085 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie
Sabine Heijning. het Notarieel Bureau. voor vragen:
Sabine Heijning het Notarieel Bureau www.hetnb.nl voor vragen: [email protected] De Verordening in de tijd Nalatenschap opengevallen vóór of na 17 augustus 2015 Wanneer oud ipr toepassen? Welk ipr? Wat valt
ECLI:NL:RBAMS:2017:2967
ECLI:NL:RBAMS:2017:2967 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 10-05-2017 Datum publicatie 12-05-2017 Zaaknummer C/13/614815 / FA RK 16-6107 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie
De Stichting Bureau Jeugdzorg te Eindhoven, mede kantoorhoudende te Breda, hierna te noemen: de stichting, en de minderjarige [naam minderjarige].
JPF 2012/145 Rechtbank Breda 25 juni 2012, 248793 JE RK 12-755; LJN BX6894. ( mr. Tempelaar ) De Stichting Bureau Jeugdzorg te Eindhoven, mede kantoorhoudende te Breda, hierna te noemen: de stichting,
» Samenvatting. JPF 2013/101 Rechtbank Den Haag 22 mei 2013, C/09/416244; ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2361. ( mr. Bellaart mr. Brakel mr.
JPF 2013/101 Rechtbank Den Haag 22 mei 2013, C/09/416244; ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2361. ( mr. Bellaart mr. Brakel mr. Brandt ) [De man] te [woonplaats], hierna: de man, advocaat: mr. C.A. Lucardie te s-gravenhage.
ECLI:NL:RBDHA:2016:11833
ECLI:NL:RBDHA:2016:11833 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 03-10-2016 Datum publicatie 04-10-2016 Zaaknummer C/09/503343 / FA RK 16-214 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken
Datum van inontvangstneming : 22/05/2014
Datum van inontvangstneming : 22/05/2014 Vertaling C-184/14-1 Zaak C-184/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 14 april 2014 Verwijzende rechter: Corte Suprema di Cassazione (Italië)
Hof van Cassatie van België
2 JANUARI 2014 C.12.0463.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.12.0463.N 1. WIBRA BELGIË nv, met zetel te 9140 Temse, Frank Van Dyckelaan 7A, 2. WIBRA HOLDING bv, vennootschap naar Nederlands recht,
JPF 2012/161 Rechtbank Dordrecht 30 mei 2012, 96504/FA RK ; 96507/FA RK ; LJN BW7709. ( mr. Haerkens-Wouters )
JPF 2012/161 Rechtbank Dordrecht 30 mei 2012, 96504/FA RK 12-7108; 96507/FA RK 12-71111; LJN BW7709. ( mr. Haerkens-Wouters ) [Verzoekster] te [adres verzoekster], verzoekster, advocaat: mr. M. Huisman
Rolnummer Arrest nr. 172/2009 van 29 oktober 2009 A R R E S T
Rolnummer 4725 Arrest nr. 172/2009 van 29 oktober 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 323 van het Burgerlijk Wetboek, zoals van kracht vóór de opheffing ervan bij artikel
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2004 334 Wet van 6 juli 2004, houdende regeling van het conflictenrecht met betrekking tot het geregistreerd partnerschap (Wet conflictenrecht geregistreerd
Lisette Frohn, wetenschappelijk medewerker Internationaal Juridisch Instituut Patrick Wautelet, gewoon hoogleraar Universiteit Luik
GRENSOVERSCHRIJDENDE ECHTSCHEIDINGEN Lisette Frohn, wetenschappelijk medewerker Internationaal Juridisch Instituut Patrick Wautelet, gewoon hoogleraar Universiteit Luik De verschillende (inter)nationale
Datum van inontvangstneming : 28/12/2015
Datum van inontvangstneming : 28/12/2015 Vertaling C-618/15-1 Zaak C-618/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 23 november 2015 Verwijzende rechter: Cour de cassation (Frankrijk)
Geleid door de wens gemeenschappelijke bepalingen vast te stellen betreffende het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime,
Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime De Staten die dit Verdrag hebben ondertekend, Geleid door de wens gemeenschappelijke bepalingen vast te stellen betreffende
Gelijkwaardig ouderschap en co-ouderschap; belang van kind doorslaggevend
Regelingen en voorzieningen CODE 7.2.3.38 Gelijkwaardig ouderschap en co-ouderschap; belang van kind doorslaggevend jurisprudentie bronnen EB, Tijdschrift voor scheidingsrecht, afl. 10 - oktober 2010 Gerechtshof
ECLI:NL:GHLEE:2007:BB1198 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer
ECLI:NL:GHLEE:2007:BB1198 Instantie Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak 01-08-2007 Datum publicatie 07-08-2007 Zaaknummer 0600575 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen- en familierecht
(Echt)scheiding en internationaal privaatrecht
(Echt)scheiding en internationaal privaatrecht mr. dr. A.R. van Maas de Bie 5e gewijzigde druk S d u U itg ev ers D e n H aag, 2014 Inhoudsopgave Voorwoord / 11 Afkortingenlijst / 17 i ï.i 1.2 1. 2.1 1.2.2
www.asser.nl/cursusaanbod-advocatuur
Cursusaanbod Onderhoud Vakbekwaamheid (PO) voor de advocatuur T.M.C. Asser Instituut 6 dec 2013 IPR Familierecht. Echtscheiding en nevenvoorzieningen inzake boedelscheiding en alimentatie gewezen echtgenoten
INTERNATIONALE KINDERONTVOERING STAND VAN ZAKEN, VERZET VAN HET KIND?
INTERNATIONALE KINDERONTVOERING STAND VAN ZAKEN, VERZET VAN HET KIND? Ius Commune Conference Amsterdam Workshop Family Law 29 november 2012 Geeske Ruitenberg Opbouw > Toepasselijk recht > Cijfers: wie
Datum van inontvangstne ming : 24/05/2012
Datum van inontvangstne ming : 24/05/2012 C-181/12-1 Zaak C-181/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 18 april 2012 Verwijzende rechter: Finanzgericht Düsseldorf (Duitsland) Datum
De Verordening EG nr. 2201/2003 en de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake huwelijkszaken en ouderlijke verantwoordelijkheid
INTERNATIONAAL ADVOCATENKANTOOR ADVOCAAT DR. ALFONSO MARRA JURIST VERTALER BEVOEGDHEID VOOR DE TWEETALIGHEID DUITS ITALIAANS VAN DE ZELFSTANDIGE PROVINCIE BOLZANO GESLAAGD VOOR HET STAATSEXAMEN VAN DUITSE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG
1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj
Hof van Cassatie van België
29 MEI 2015 C.13.0615.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.13.0615.N Ch. V., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 61, onder c), en artikel 67, lid 1,
32003R2201 Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid,
INHOUD. Voorwoord / 5. 1 Burgerlijk Wetboek Boek 1 (uittreksel) / 17. Titel 1 Algemene bepalingen / 17. Titel 2 Het recht op de naam / 17
INHOUD Voorwoord / 5 1 Burgerlijk Wetboek Boek 1 (uittreksel) / 17 Titel 1 Algemene bepalingen / 17 Titel 2 Het recht op de naam / 17 Titel 3 Woonplaats / 22 Titel 4 Burgerlijke stand / 23 Afdeling 1 De
ECLI:NL:RBMNE:2017:386
ECLI:NL:RBMNE:2017:386 Instantie Rechtbank Midden-Nederland Datum uitspraak 02-02-2017 Datum publicatie 16-02-2017 Zaaknummer C16/420604/FO RK 16-141 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere
Hof van Cassatie van België
13 FEBRUARI 2006 C.04.0454.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.04.0454.F M. M., Mr. Isabelle Heenen, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen T. M. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep
Datum van inontvangstneming : 13/12/2016
Datum van inontvangstneming : 13/12/2016 Vertaling C-558/16-1 Datum van indiening: Verwijzende rechter: Zaak C-558/16 Verzoek om een prejudiciële beslissing 3 november 2016 Kammergericht (Duitsland) Datum
Datum van inontvangstneming : 31/08/2015
Datum van inontvangstneming : 31/08/2015 Vertaling C-417/15-1 Zaak C-417/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 29 juli 2015 Verwijzende rechter: Landesgericht für Zivilrechtssachen
ECLI:NL:GHAMS:2014:5046 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer
ECLI:NL:GHAMS:2014:5046 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 04-11-2014 Datum publicatie 16-12-2014 Zaaknummer 200.148.742-01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen- en
Publicatieblad van de Europese Unie. VERORDENING (EG) Nr. 2201/2003 VAN DE RAAD. van 27 november 2003
23.12.2003 L 338/1 I (Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing) VERORDENING (EG) Nr. 2201/2003 VAN DE RAAD van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging
Afstamming. U hebt vragen over uw afstamming of over de afstamming van uw kind
Afstamming U hebt vragen over uw afstamming of over de afstamming van uw kind Inhoud Afstamming in het Belgische recht...3 Afstamming krachtens de wet...4 Afstamming langs moederszijde...4 Afstamming langs
