RUP DROWA aanhangwagens bvba

Vergelijkbare documenten
RUP Driegaaienstraat

13 DEELPLAN 13 - GRONDWERKEN GEERT MAES

Gemeentelijk RUP Den Huilaert Gemeente Kortemark. Stedenbouwkundige voorschriften en grafisch plan Maart 2011

RUP Heihoek. Stedenbouwkundige voorschriften. ontwerp. september 2011

RUP Gerda. Stedenbouwkundige voorschriften. ontwerp. april Departement ruimte en milieu Dienst ruimtelijke ordening Cel ruimtelijke planning

2 DEELPLAN 2 - BEDRIJFSVERZAMELGEBOUW DE AKKER

Gemeentelijk RUP zonevreemde bedrijven fase IV Johan Lasseel Gemeente Nazareth. Stedenbouwkundige voorschriften en grafisch plan Juni 2010

STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

GEMEENTE MIDDELKERKE Deelgemeente SLIJPE

Historisch gegroeid bedrijf

RUP KLAARSTRAAT (HERZIENING EN UITBREIDING VAN HET RUP ZONEVREEMDE TERREINEN EN GEBOUWEN VOOR SPORT-, RECREATIE- EN JEUGDACTIVITEITEN-

RUP Steven Pleysier. STUDIEBUREAU IR. JONCKHEERE bvba PROVINCIE WEST-VLAANDEREN GEMEENTE KOEKELARE. Koningin Astridlaan 134/ BRUGGE 050/

historisch gegroeid bedrijf Aertssen te Stabroek

Historisch gegroeid bedrijf Verhelst te Knokke-Heist

RUP Cardiff nv Gemeente Zulte. Stedenbouwkundige voorschriften en grafisch plan November 2017

Historisch gegroeid bedrijf Dejaeghere te Langemark-Poelkapelle

1 Art. 1. Algemene bepalingen

Provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan

Stedenbouwkundige voorschriften

GRUP Erogal Stedenbouwkundige voorschriften Gemeente Staden Juni 2013

Provincie West-Vlaanderen GEMEENTE LICHTERVELDE. Stedenbouwkundige voorschriften Ontwerp

Gemengd regionaal bedrijventerrein Polderhoek te Zonnebeke

Bestaand regionaal bedrijf

STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN artikel 14

RUP Quintyn gebroeders bvba Gemeente Zulte. Stedenbouwkundige voorschriften en grafisch plan November 2017

Stedenbouwkundige voorschriften

Regionaal bedrijf Dubaere - Dubatex

STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN artikel 14

gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Historisch gegroeid bedrijf Brouwerij Lindemans te Sint-Pieters-Leeuw

Ontwerp BPA NIEUWE ABELE WEST

GRUP Alheembouw Stedenbouwkundige voorschriften Gemeente Staden December 2013

STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Stedenbouwkundige. voorschriften

STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN artikel 14

Gemeente Anzegem Ruimtelijk Uitvoeringsplan 2.3. Zonevreemde constructies fase 3

RUP SPORTHAL STEDENBOUWKUNDIGE

Gemeente Zoersel Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Groene Vogel

stedenbouwkundige voorschriften

Gemeentelijk Ruimtelijk uitvoeringsplan Weefstraat - Heerweg

RUP RWZI SINAAI TE SINT-NIKLAAS stedenbouwkundige voorschriften voorontwerp

Afbakening regionaalstedelijk gebied Aalst deelplan 7 Gemengd Regionaal Bedrijventerrein Sterrenhoek (wijziging)

Brabantnet sneltram A12

DEEL II: STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

BPA nr. 1/1 TOT 1/9 SECTORAAL BPA INZAKE ZONEVREEMDE ECONOMISCHE ACTIVITEITEN

VOORSCHRIFTEN RUP 19 LOKAAL BEDRIJVENTERREIN VAN DE WIELE. Stedenbouwkundige voorschriften ART. 0: ALGEMENE BEPALINGEN

Bestaand regionaal bedrijf

Transcriptie:

RUP DROWA aanhangwagens bvba ontwerp november 2012 Stedenbouwkundige voorschriften Departement ruimte en milieu Dienst ruimtelijke ordening Cel ruimtelijke planning

Gezien en voorlopig vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van / /2012 De voorzitter, Jo De Cuyper Het college van burgemeester en schepenen verklaart dat onderhavig plan voor iedereen ter inzage heeft gelegen van / /2012 tot / /2012 De burgemeester, Christel Geerts Gezien en definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van / /2012 De voorzitter, Jo De Cuyper Ruimtelijke planner: Bart Van Lokeren Stedenbouwkundige voorschriften RUP DROWA aanhangwagens bvba 1

Art. 1. Zone voor bedrijvigheid CATEGORIE BEDRIJVIGHEID 1.1 Bestemming De zone is bestemd voor werkplaatsen, opslagplaatsen, bergruimten e.d., noodzakelijk voor de bedrijfsvoering, zijnde constructie van aanhangwagens. De niet-bebouwde delen van de zone zijn bestemd voor opritten, parkeerplaatsen en stapelplaatsen in open lucht. Nevenactiviteiten zijn alleen toegelaten voor zover ze noodzakelijk zijn voor de bedrijfsvoering van het bedrijf. Bij heroriëntering of stopzetting van de bedrijfsactiviteiten mogen de nieuwe of andere activiteiten niet meer hinder veroorzaken dan de op het ogenblik van inwerkingtreding van dit RUP aanwezige activiteiten. Bij stopzetting van de bedrijfsactiviteiten kan de zone voor bedrijvigheid ingericht worden voor ondersteunende activiteiten bij de voorliggende zone. Alle werken, die betrekking hebben op de verbetering van de waterhuishouding van het plangebied, zijn toegelaten. Installaties voor het opwekken van hernieuwbare energie of energierecuperatie zijn toegelaten. 1.2 Inrichting Op de laterale perceelsgrenzen dient de schermfunctie gegarandeerd te worden door middel van opgaande begroeiing met een aaneengesloten karakter (haag, struiken, begroeide draad,...). Deze lijnbuffer dient gerealiseerd te worden ten laatste tijdens het eerste plantseizoen na het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning voor de uitbreiding van het bedrijfsgebouw. De niet-bebouwde delen kunnen integraal worden verhard, op de nodige plantruimte voor de lijnbuffer na. De gebruikte materialen dienen qua aard en kleur passend te zijn binnen de bestaande omgeving. Verhardingen worden uitgevoerd in een hoogwaardig stofvrij en waterdoorlatend materiaal, tenzij dit verboden wordt vanuit een andere regelgeving. Indien geen waterdoorlatende materialen kunnen worden gebruikt, moet het hemelwater worden opgevangen en afgeleid naar, ofwel regenwaterputten, ofwel naar niet-verharde ruimten waar het water in de bodem kan infiltreren, zonder dat op enigerlei wijze kan worden vervuild. Monoliete asfalt- of betonverhardingen zijn niet toegelaten, tenzij dit vanuit milieutechnisch oogpunt verplicht zou zijn. De noodzaak hiervan moet aangetoond worden in een bijgevoegde nota bij de vergunningsaanvraag. De maximale stapelhoogte in open lucht bedraagt 6m ten opzichte van het huidige maaiveld. De niet-bebouwde en niet-verharde delen van het bedrijfsperceel worden ingericht als groenzone. Op de niet-bebouwde zij- en achterperceelsgrenzen zijn afsluitingen toegelaten. De perceelsafsluiting wordt uitgevoerd met levende groenaanplantingen, eventueel verstevigd met esthetisch verantwoorde paal en draad, met een maximale hoogte van 2,50 m. Publiciteit is verboden. De aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning omvat de nodige elementen en motivaties om aan te tonen dat aan de eisen van de zone voldaan wordt. Daarom moet bij elke vergunningsaanvraag een inrichtingsplan toegevoegd worden. Dit is een informatief document, dat de inrichting vastlegt van het gebied, waarop de aanvraag betrekking heeft. Indien bij een volgende vergunningsaanvraag wordt afgeweken van het eerste inrichtingsplan, dan dient een nieuw globaal Stedenbouwkundige voorschriften RUP DROWA aanhangwagens bvba 2

inrichtingsplan te worden toegevoegd aan de betreffende vergunningsaanvraag. Ook moet bij elke bouwaanvraag een geluidsstudie, uitgevoerd door een geluidsdeskundige, toegevoegd worden. Het inrichtingsplan van het terrein duidt minstens de volgende gegevens aan: de interne circulatie volgens de verschillende vervoersmodi; de parkeerruimte en de behoefteberekening ervan; de plaatsing van de constructies en een omschrijving van de functies en activiteiten; de voorzieningen voor brandbestrijding en aspecten van veiligheid voor de gebruiker; de voorzieningen inzake infiltratie, buffering en vertraagde afvoer van hemelwater; de verharde en niet-verharde ruimten; de afsluitingen; het materiaalgebruik van de gebouwen, verhardingen en afsluitingen; een gedetailleerd beplantingsplan van de groenbuffers e.a. Zone voor bebouwing (in overdruk) 1.3 Deze overdruk heeft geen eigen bestemmingscategorie maar volgt de bestemmingscategorie van de grondkleur. De niet als dusdanig gerealiseerde gedeelten van de aangegeven zone worden ontwikkeld overeenkomstig de in grondkleur aangegeven bestemming. Binnen deze overdruk is de oprichting van gebouwen toegelaten. De maximale kroonlijsthoogte bedraagt 6m vanaf het maaiveld. De maximale nokhoogte is 8m. De dakvorm is vrij. De uitbreiding van het gebouw gebeurt door middel van een kwalitatieve bedrijfsarchitectuur. De bedrijfsgebouwen dienen te worden uitgevoerd in bouwfysisch verantwoorde materialen. De materiaalkeuze voor gevel- en dakmateriaal is duurzaam en esthetisch verantwoord. Het architecturaal voorkomen van de bouwvolumes en materiaalgebruik van de nieuwe en/of te vernieuwen gebouwen dient in harmonie te zijn met de bestaande omgeving. Stedenbouwkundige voorschriften RUP DROWA aanhangwagens bvba 3

Art. 2. Bufferzone CATEGORIE OVERIG GROEN 2.1 Bestemming De zone is bestemd voor de aanleg van een groene buffer. De groenbuffer vormt een visuele afscherming van het gebied en zorgt voor de landschappelijke omkadering van het geheel. Alleen werken en handelingen met het oog op de aanleg en het onderhoud van de groenbuffer zijn toegelaten, met inbegrip van waterbeheersingwerken. 2.2 Inrichting Het is verboden in de bufferzone constructies op te richten, verhardingen aan te brengen, materialen, afval e.a. te stapelen, met uitzondering van inrichtingen i.f.v. waterbeheersing en afsluitingen op de perceelsgrenzen. De perceelsafsluiting wordt uitgevoerd met levende streekeigen groenaanplantingen, eventueel verstevigd met esthetisch verantwoorde paal en draad, met een maximale hoogte van 2,50 m. De zone moet beplant, deskundig aangelegd en gehandhaafd worden met een gemengd streekeigen (inheems) en houtachtig bestand van hoog- en laagstammige bomen en struiken. De wettelijke plantafstanden dienen te worden gerespecteerd. Bestaande vegetatie dient optimaal geïntegreerd te worden in de bufferzone. De aanleg en het latere onderhoud dienen zo te gebeuren dat de bufferzone steeds een bufferende functie vervult, ook tijdens de winter. De bufferzone dient gerealiseerd te worden ten laatste tijdens het eerste plantseizoen na het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning voor de uitbreiding van het bedrijfsgebouw. De inrichting van de bufferzone maakt integraal deel uit van het inrichtingsplan. De soortensamenstelling en het voorkomen van de bufferzone wordt bepaald in overleg met de stedelijke groendienst en de stedelijke milieudienst. In deze zone kan een infiltratievoorziening aangelegd worden die het hemelwater van de zone voor bedrijvigheid op piekmomenten kan opvangen voor infiltratie en vervolgens eventueel vertraagd kan afvoeren. Het infiltratiebekken zal op een landschappelijke manier geïntegreerd worden in de bufferzone, waarbij aandacht besteed wordt aan de relatie met de omgeving en natuurontwikkeling. Stedenbouwkundige voorschriften RUP DROWA aanhangwagens bvba 4