Verslag. Introductiesymposium

Vergelijkbare documenten
Bouw! Effectieve preventie van ernstige leesproblemen

Presentatie Bouw! Plein013

Presentatie Bouw! PPO Regio Leiden. Presentatie Bouw!

Tekst: Marleen Korf & Aryan van der Leij

Workshop Dyslexie. Opbouw. Dyslexie- wat is dyslexie en hoe signaleer je het? Protocol Leesproblemen en Dyslexie. Toeleiding naar vergoede zorg.

Leesproblemen, Laaggeletterdheid Dyslexie

Van onderwijs naar zorg: doorverwijzen bij een vermoeden van dyslexie in het kader van de vergoedingsregeling

Effectiviteit van een gestructureerde, fonologisch gebaseerde dyslexiebehandeling

Promotie onderzoek. Preventieve aanpak van ernstige leesproblemen. Haytske Zijlstra

VRAGENLIJST PRIMAIR ONDERWIJS DYSLEXIEMONITOR

Als het leren lezen niet zo soepel gaat

Richtlijn Omgaan met doublures bij de screening voor toegang tot vergoede dyslexiezorg

Leidraad vergoedingsregeling dyslexie van onderwijs naar zorg: doorverwijzing bij een vermoeden van dyslexie VERSIE 2.0

Richtlijn Omgaan met doublures bij de screening voor toegang tot vergoede dyslexiezorg

TIJD. Een integrale aanpak is niets nieuws, VOOR EEN INTEGRALE AANPAK! Kans om leesproblemen, laaggeletterdheid en dyslexie in samenhang op te lossen

Afspraken mbt protocol dyslexie Van Dijckschool Bilthoven. Inhoudsopgave:

Protocol Leesproblemen en dyslexie

CPS Onderwijsontwikkeling en advies. Doelgericht en planmatig werken aan leesontwikkeling in groep 1en 2. WAT en HOE in groep 1 en 2

Draagt lesmateriaal bij aan het vergroten van financiële vaardigheden van basisschoolleerlingen?

Het IGDI model. Het belang van goede instructie. Bij welke leerkrachten leren kinderen het beste? (Good 1989) Instructie en risicoleerlingen

Uw kind heeft moeite met lezen Wat kunt u van De Noordkaap verwachten?

PLD de Spindel, bijlage 4

Format Leerlingdossier Dyslexie

Opdracht 2: Data analyseren en interpreteren op groepsniveau (technisch lezen voor leerkrachten van groep 3 (Opdracht 2a) en groep 4 (Opdracht 2b))

Gerichte instructie in lezen en spellen voorkomt lees- en spellingproblemen bij (vrijwel) alle leerlingen op Het Kofschip

Zorgniveau 2 Zorgniveau 3

Beleidsstuk dyslexie. Augustus 2014

Format Leerlingdossier Dyslexie

Deel II Aanmeldingsformulier dyslexiezorg (in te vullen door school)

CBS Maranatha. Doel: Hoogklei 7, 9671 GC Winschoten Dyslexieprotocol 2013 aangepast sept.14

Doorstroomgegevens groep 1 tot en met 8 Inhoud

2014 Protocol dyslexie

Protocol leesproblemen en dyslexie

toetsen van Veilig Leren lezen en Estafette. groepen 1 2 LOVS Cito Taal voor Goed lees en spellingsonderwijs in de groepen 3 tot en met 8

Aanmelding Achterstand, scores, meetmomenten, doublure Geboden hulp, ondersteuningsniveaus, interventies lezen en spellen Comorbiditeit Verwachtingen

Dyslexieprotocol. Wat is dyslexie? Het belang van vroegtijdige signalering

Protocol Doublure. Doublure protocol Basisschool De Zonnewijzer Diepenveen

Early Identification and Intervention in Children at Risk for Reading Difficulties A.G.F.M. Regtvoort

Passend onderwijs Verdieping Ontwikkelingsperspectief & Technisch lezen

Aanpak ter voorkoming van leesproblemen en het snel opsporen van dyslexie

bijlage 10 of ZLKLS auditieve woorden met de aangeboden bijlage 9 of ZLKLS auditieve synthese Toets met 20 klankzuivere

Automatisering van het lezen op woordniveau

Dyslexieprotocol. Versie: mei 2018

Rol van de interne begeleider in effectief leesonderwijs (basisonderwijs)

Bouw! in het kader van de vergoedingsregeling

Effectief aanvankelijk leesonderwijs

Richtlijn Het Activerende Directe Instructie Model

Achtergrondinformatie en aanwijzingen voor interpretatie van de Wintersignalering PLD groep 3:

Taak van de school. Vermoeden onderbouwen. Leerling ondersteunen & begeleiden. Verwijzen naar gezondheidszorg

Niet methodegebonden toetsen die gedurende de schoolperiode afgenomen worden op het gebied van taal, lezen en spelling:

Thoni Houtveen Congres Stichting Lezen 8 november Lectoraat Geletterdheid

Quickscan taal- en leesonderwijs

SCHAKELKLASSEN EN EFFECTIEF LEESONDERWIJS

Dyslexiebeleid CBS De Springplank

Stappenplan Dyslexietraject

Connect in de groep? Achtergronden Connect Hoe moet dat in de groep? Anneke Smits Tom Braams

Leerjaar 1 en 2 vmbo-g/t. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind leerjaar 2

Leerjaar 1 en 2 vmbo-b/k. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind leerjaar 2

Protocol leesproblemen en dyslexie

Dyslexieprotocol. Oranje Nassau School Geldermalsen. Oktober 2012

Groep 4. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind groep 4

Begrijpend lezen van basisschool naar voortgezet onderwijs

Leesproblemen en dyslexie 3

Dyslexie protocol en stappenplan

VOORTGEZET TECHNISCH LEZEN Leeshuis

Het systematisch volgen van leerlingen

esther dyslexiepraktijk

Binnen de school zijn de volgende personen goed ingevoerd op het gebied van dyslexie: - Intern begeleider - Groepsleerkracht - RT-er

Zorg voor kinderen met specifieke instructie- of ondersteuningsbehoeften

VRAGENLIJST PRIMAIR ONDERWIJS QUICKSCAN

Planmatig werken in groep 1&2 Werken met groepsplannen. Lunteren, maart 2011 Yvonne Leenders & Mariët Förrer

Passend onderwijs bij leesproblemen en dyslexie: pleidooi voor een geïntegreerde aanpak

Voorwoord. Letters uitspreken zoals de leerkracht dat doet.

Leesonderwijs en dyslexie in het PO, het SBO en het VO. Betsy Ooms

In dit vlot leesbaar boek vertaalt Kees Vernooy recente bevindingen uit de leeswetenschappen naar de onderwijspraktijk.

Samenvatting (Dutch summary)

Adviesburo Comenius bestaat al ruim 20 jaar en is in Midden Nederland bij ouders, scholen en huisartsen inmiddels een begrip.

lezen als de basis van leren

Handreiking invulling zorgniveau 2 en 3 bij vermoeden (ernstige enkelvoudige) dyslexie

Flitsend Spellen en Lezen 1

OPBRENGSTGERICHT WERKEN. Handleiding groepsoverzicht en groepsplan. versie 1

VALCKESTEYN Beleid Doubleren of Versnellen

Groep 7 en 8. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind groep 8

Zorgbeleid RML

OPBRENGSTGERICHT WERKEN. Handleiding groepsoverzicht en groepsplan. versie 1

kwaliteitskaart opbrengstgericht werken op groepsniveau Leesverbeterplan Enschede.

DYSLEXIEPROTOCOL

Dyslexieprotocol Bibit mei 2013

PROTOCOL DYSLEXIE ANNIE M.G. SCHMIDTSCHOOL, DEN HAAG. 1.Inleiding

Leerlingdossier Vergoedingsregeling Dyslexie

KWALITEITSKAART. Toetskalender lezen gericht op technisch lezen / woordenschat / begrijpend lezen. Inhoud. 2. Streefdoelen in een ander perspectief

KATERN. CITO Eindtoets k.b.s. De Langewieke. Dedemsvaart

Preventie & Remediëring

Een kind heeft recht op een stevig fundament.

Flitsend Spellen en Lezen 1

Beleid huiswerk/hulpwerk

Transcriptie:

Verslag Introductiesymposium 11 juni 2014 1

INHOUD 1 Samenvatting... 3 2 Aryan van der Leij Wat is Bouw! Uitgangspunten, kenmerken en structuur... 3 3 Anne Regtvoort Vroege leesontwikkeling en verlengde interventie met Bouw!... 5 4 Sjoukje van der Laan - Factoren die van invloed zijn op een succesvolle implementatie van Bouw!... 6 5 Aryan van der Leij - Beter voorkomen dan genezen: belang van Bouw! voor de onderwijspraktijk... 8 2

1 SAMENVATTING Dagvoorzitter Annette Roetenberg, kinder- en jeugdpsycholoog bij Lexima, leidde het symposium in door de sprekers te introduceren en een korte geschiedenis van de ontwikkeling van Bouw! te geven. Het programma is ontwikkeld door onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam in samenwerking met het Expertisecentrum Het ABC. Na enkele jaren van testen en effectiviteitsonderzoek is Bouw! nu online beschikbaar. Bouw! is het effectieve, computergestuurde interventieprogramma dat speciaal is ontwikkeld om kinderen die risico lopen op problemen met lezen en spellen, preventief (in groep 2 tot 4) extra hulp te geven, actief ondersteund door tutors (ouders, oudere leerlingen, vrijwilligers of klassenassistenten). Bouw! bestaat uit 525 online lessen voor het aanleren, inoefenen, herhalen en toepassen van de leerstof, voorzien van heldere instructies voor de tutor. Wetenschappelijk onderzoek heeft niet alleen bijgedragen aan de inhoudelijke ontwikkeling van het programma, maar heeft ook de effectiviteit ervan bewezen en de succesfactoren aan het licht gebracht. Prof. Dr. Aryan van der Leij, emeritus hoogleraar aan de UvA, schetste eerst de situatie rond het leesonderwijs en de aanpak van leesproblemen in Nederland, om vervolgens de opbouw van Bouw! te presenteren en het wetenschappelijk kader voor deze aanpak. Hierna ging Anne Regtvoort, onderzoekster aan de UvA, dieper in op het wetenschappelijk onderzoek dat heeft geleid tot de huidige versie van Bouw!. Uit dit onderzoek blijkt dat Bouw! ernstige leesproblemen effectief helpt voorkomen. Vervolgens heeft Sjoukje van der Laan van Expertisecentrum Het ABC de factoren belicht die van invloed zijn op een succesvolle implementatie van Bouw! op school. Aryan van der Leij sloot het symposium af met een betoog waarom scholen met Bouw! moeten werken. 2 ARYAN VAN DER LEIJ WAT IS BOUW! UITGANGSPUNTEN, KENMERKEN EN STRUCTUUR Om te beginnen sprak Aryan van der Leij zijn hoop uit dat deze kleinschalige bijeenkomst de aanzet is tot een enorme daling van het aantal kinderen met leesproblemen in Nederland. Sinds hij begin jaren 70 is begonnen zich te verdiepen in leesproblemen is het aantal zwakke lezers niet afgenomen, terwijl lezen een essentiële vaardigheid is op school en in de rest van het leven. 3

Een potentiële zwakke lezer kan in groep 2 herkend worden door een lage letterkennis en zwak fonologisch bewustzijn. Dit kan het gevolg zijn van cognitieve factoren of van omgevingsfactoren, zoals weinig stimuli van letters in de thuisomgeving. In groep 3 kunnen zwakke lezers herkend worden doordat zij moeizaam letters en woorden leren lezen. In groep 4 kun je zwakke lezers herkennen aan een traag leestempo en veel fouten in spelling. In grootschalige onderzoeken van de leesontwikkeling is een geleidelijke stijging te zien van het niveau van kinderen. Op individueel niveau is echter te zien dat de ontwikkeling per kind heel verschillend is, en dat de stijging van het leesniveau vaak met horten en stoten gaat. Om dit soort verschillen in ontwikkeling op te vangen is er sinds de jaren 70 sprake van differentiatie binnen het onderwijs. In Nederland is er sprake van convergente differentiatie, aangezien het doel van de aanpak is om alle kinderen op hetzelfde niveau te krijgen. Het uitgangspunt van deze differentiatie is is hulp binnen klassikaal onderwijs. Wanneer de doelen niet bereikt kunnen worden in de klas wordt er doorverwezen naar een hoger niveau. Dan vindt de differentiatie plaats buiten de klas in de vorm van remedial teaching buiten de school in de vorm van een behandeling of speciaal basisonderwijs. Er wordt dus pas specialistische hulp ingezet wanneer een kind uitvalt ten opzichte van klasgenoten. Doubleren zonder specialistische hulp is ook een nog steeds veelgebruikte optie. Deze reactieve aanpak blijkt onvoldoende effect te hebben. Ondanks het feit dat de klassen tegenwoordig de helft van het aantal leerlingen hebben dan toen de gedifferentieerde aanpak in zwang kwam, zijn er nog steeds te veel zwakke lezers. In het huidige onderwijs loopt iedereen eigenlijk achter de feiten aan. Het is uit onderzoek gebleken dat het ontzettend moeilijk is voor een leerkracht om alle kinderen individueel aandacht te geven in de klas. De kinderen waarvan de achterstand zo groot is dat zij buiten de klas geholpen worden krijgen in ieder geval professionele hulp. Er is echter een groot aantal zwakke lezers die geen dyslexieverklaring hebben maar wel hulp behoeven. Wat het onderwijs nodig heeft is een intensieve individuele en preventieve aanpak die uitval voorkomt. Dit is precies wat Bouw! te bieden heeft. Bouw! is een programma voor kinderen in groep 2 tot en met 4 met (risico op) een achterstand in de leesontwikkeling. In groep 2 zijn kinderen met een risico op leesproblemen gemakkelijk te signaleren. Dit kan naar aanleiding van een vermoeden van de leerkracht, maar er zijn ook tests voor fonologische vaardigheden en beginnende geletterdheid. Leerlingen waarbij dyslexie in de familie voorkomt hebben een 10 keer grotere kans op dyslexie. Leerlingen uit een laag sociaaleconomisch milieu hebben kans op een achterstand vanwege een geringe stimulering van geletterdheid in hun thuisomgeving. Op deze factoren zou onder andere door leerkrachten gelet kunnen worden. Leerlingen die door de leerkracht worden gesignaleerd als risicovol kunnen 2 jaar lang het programma Bouw! volgen. Tijdens deze twee jaar werken kinderen samen met een tutor op de computer aan 525 lessen, het liefst 3 à 4 keer per week 10 tot 15 minuten lang. Het programma is web-based, waardoor kinderen altijd verder kunnen gaan waar ze gebleven waren, onafhankelijk van de computer die gebruikt wordt en thuis of op school. Ook worden alle resultaten opgeslagen en zijn die altijd te raadplegen. De combinatie van werken op de computer en werken met een tutor is van grote waarde. De lessen zijn goed gestructureerd en op een aantrekkelijke manier vormgegeven, de 4

leerstof kan zo vaak als nodig herhaald worden, het programma kan zich aanpassen aan het niveau van het kind en ten slotte kunnen op de juiste momenten toetsen worden gestart om de voortgang bij te houden. De tutor is essentieel als aanspreekpunt en motiverende kracht. Van der Leij noemt Bouw! een vorm van supplementaire interventie. Het programma vult het klassenonderwijs aan, waardoor kinderen op leeftijdsniveau kunnen blijven presteren. Omdat Bouw! van groep 2 tot en met groep 4 wordt gebruikt omvat het programma het hele proces van leren lezen. Dit proces is terug te zien in de opbouw van de lessen. Eerst worden de letters afzonderlijk geoefend, dan wordt er met korte woorden gewerkt en ten slotte komen er moeilijkere woorden aan bod. Bij de opbouw van de moeilijkheidsgraad van letters is gekeken naar wetenschappelijk onderzoek en bestaande leesmethodes. Via de zes lestypen, Letters, Fono, Bouwen, Memory, Domino en Zelf, leren de kinderen lezen. Uiteindelijk leidt het afronden van Bouw! tot leesvaardigheid en zelfvertrouwen. 3 ANNE REGTVOORT VROEGE LEESONTWIKKELING EN VERLENGDE INTERVENTIE MET BOUW! Bouw! is ontwikkeld naar aanleiding van wetenschappelijk onderzoek. Zo is er bijvoorbeeld in eerste instantie een kortere interventie van 14 weken beproefd. Deze interventie bestond uit het aanleren van 21 letters, oefeningen met klanken en oefeningen met woorden. De interventie resulteerde in een toename van het aantal letters dat de kinderen kenden en het aantal woorden dat ze konden lezen. De onderzoeksgroep met kinderen met familiair risico op dyslexie had zelfs een voorsprong op de groep zonder risico. Een half jaar later was er echter geen verschil meer tussen de onderzoeksgroep en de controlegroep en was er zelfs een achterstand ontstaan ten opzicht van de groep kinderen zonder familiair risico. In andere onderzoeken werd een soortgelijk effect gevonden, namelijk dat effecten in groep 2 halverwege groep 3 verdwenen waren. Om deze reden werd er gekozen voor een verlengde interventie. Met subsidie van het Ministerie van OCW werd onderzoeksproject Bouw! gestart. In het eerste Bouw! onderzoek werd de interventie in groep 3 gestart. Hier werd de onderzoeksgroep niet geselecteerd op basis van familiair risico maar werden kinderen geselecteerd op basis van zwakke vaardigheden in beginnende geletterdheid. Per school en per klas werden kinderen willekeurig in de Bouw! groep of de controlegroep geplaatst. In groep 3, 4 en 5 werden in totaal acht metingen gedaan. Omdat niet alle kinderen het lessenprogramma afmaakten werd de interventiegroep gesplitst in een INT FIN (intervention finished) en INT notfin (not finished). Op de Drie Minuten Toets (DMT), de 5

Klepel, Spelling en Begrijpend Lezen (BL) scoorde de interventie groep die de lessen had afgemaakt significant beter dan de groep die het niet af had gemaakt en op de DMT, de Klepel en BL en ook dan de controlegroep (noint). Op de woordenschattoets was er geen verschil tussen de groepen. In een nieuw onderzoek is de interventiegroep al in groep 2 gestart met Bouw!. Ook in dit onderzoek waren er 8 metingen, van halverwege groep 2 tot begin groep 5. Weer zijn de participanten uiteindelijk onderverdeeld in de groepen noint (controlegroep), INT notfin (interventie niet afgemaakt) en INT FIN (interventie afgemaakt). Uit de resultaten bleek dat de groep die Bouw! had afgemaakt op de DMT, de Klepel en op spelling significant beter scoren dan beide andere groepen. Op Begrijpend Lezen scoorde de groep INT FIN significant beter dan de controlegroep. Wederom waren er geen significante verschillen op de woordenschattoets. Omdat de DMT een zeer hoge correlatie heeft met de AVI-niveaus is de verwachting dat de hogere DMT score van de kinderen die Bouw! hebben afgemaakt resulteert in hogere AVI-niveaus dan verwacht voor deze oorspronkelijk zwakke groep. In figuur 1 is de vergelijking van de DMT scores met de Cito normindeling van de INT FIN groep te zien van het onderzoek dat in groep 3 startte, en in figuur 2 van de groep die in groep 2 met Bouw! startte. Deze figuren laten zien dat de interventie het beste in groep 2 gestart kan worden. Van de groep die startte in groep 3 scoort een groter gedeelte dan de norm D- en E-scores. Van de groep die startte in groep 2 scoort een kleiner percentage dan de norm D- en E-scores. Bovendien scoort een veel groter percentage dan de norm een A. Bouw! is dus een effectieve interventie die voorkomt dat kinderen met een risico op leesproblemen deze problemen werkelijk ontwikkelen. Om dit effect te verzekeren is het belangrijk dat het gehele programma wordt doorlopen en (bij voorkeur) dat er in groep 2 gestart wordt. Het programma is gebruiksvriendelijk door de combinatie van moderne technologie en een persoonlijke tutor. Doordat het programma web-based is kan het thuis en op school gebruikt worden en kunnen de resultaten door leerkrachten en begeleiders worden gevolgd. Bouw! is een zeer geschikte aanvulling van het onderwijs omdat het naast elke methode gebruikt kan worden. 4 SJOUKJE VAN DER LAAN - FACTOREN DIE VAN INVLOED ZIJN OP EEN SUCCESVOLLE IMPLEMENTATIE VAN BOUW! Het uiteindelijke doel van Bouw! is om de onderwijsleerresultaten te verbeteren. Het programma past binnen het kader van het begeleidingsaanbod dat verwoord is in het 6

Protocol Leesproblemen en Dyslexie. Door de inzet van ouders als tutor (vooral bij de kinderen uit groep 2) wordt de handelingsbekwaamheid van de driehoek school-oudersleerling vergroot. Bouw! past daarbij binnen het continuüm van zorg van Struiksma. Om de implementatie van Bouw! optimaal te laten verlopen zijn de succesfactoren onderzocht door Expertisecentrum Het ABC. Uit de resultaten bleek dat de kans op effectiviteit wordt vergroot door een planmatig implementatieproces. Hierbij moet aandacht worden besteed aan realistische, toetsbare doelen. Daarnaast moet er voldoende tijd voor het werken met Bouw! worden vrijgemaakt. Verder moeten de kinderen op het juiste niveau werken (inmiddels ingebouwd in programma). Ook moeten de kinderen met regelmaat de lessen volgen (niet te lange tussenpozen). Ten slotte moeten de tutoren de kinderen motiveren en stimuleren om door te gaan. Vakanties, schoolreisjes en andere onderbrekingen van het schema moeten goed worden opgevangen in de planning van de lessen, want onderbrekingen hebben een negatieve invloed op de effectiviteit van het programma. Een oplossing voor dit probleem is om één coördinator van Bouw! aan te wijzen die de lessen plant en de tutoren regelt en traint. Lexima biedt hiervoor cursussen voor coördinators en tutors. Een interventie moet volgens Sjoukje van der Laan altijd accuraat en consistent zijn. Zij stipt daarbij het belang aan van organiseren, investeren, motiveren en realiseren. Het organiseren kan zoals genoemd het beste door één coördinator te benoemen, in plaats van verschillende leerkrachten die het voor de kinderen in hun klas regelen. Er moet wel door het gehele team op een school geïnvesteerd worden in het programma. De ontwikkeling van de leerlingen die Bouw! gebruiken moet regelmatig besproken worden, zodat iedereen die bij het kind betrokken is hiervan op de hoogte is. Voor het bevorderen van motivatie zou de rol van de tutor nog verder onderzocht kunnen worden. Ten slotte is het voor de realisatie erg belangrijk dat er een doorlopende leerlijn gevolgd wordt. De tutor moet zorgen dat het kind de lessen in de goede volgorde volgt. Kinderen mogen in principe geen lessen overslaan. Aan de andere kant is het belangrijk dat de tutor inschat of het kind verder moet, bijvoorbeeld wanneer een kind een bepaalde les zo vaak moet herhalen dat de motivatie om met Bouw! te werken te sterk daalt. Sjoukje van der Laan sloot af met 5 tips voor een goede implementatie. Ten eerste moet een professional (intern begeleider, remedial teacher) worden aangewezen als coördinator, die het nut van het programma kan overbrengen op het team, de ouders en de tutors. Ten tweede moet er gezorgd worden voor optimale omstandigheden, zoals een rustige werkomgeving en regelmaat. Daarnaast moeten ouders en tutors betrokken worden bij Bouw! en de ontwikkeling van het kind. Ten vierde moet de lessenvolgorde goed in de gaten gehouden worden. Ten slotte kan er het best regelmatig getoetst worden met de toetsen in Bouw! om andere personen die het kind begeleiden (leerkracht, ouders) een beeld te geven van de vooruitgang die het kind boekt. Door de leerkracht hier inzicht in te geven kan het aanbod in de klas ook aangepast worden. 7

5 ARYAN VAN DER LEIJ - BETER VOORKOMEN DAN GENEZEN: BELANG VAN BOUW! VOOR DE ONDERWIJSPRAKTIJK Zwakke leerlingen hebben behoefte aan intensieve instructie en begeleiding van voorbereidend lezen tot en met voortgezet lezen. Tijdens dit proces hebben ze continue aanmoediging nodig en directe feedback. Op dit moment loopt men in het onderwijs eigenlijk achter de feiten aan, maar wanneer aan de zojuist genoemde behoefte voldaan wordt kunnen leesproblemen worden voorkomen. Aryan van der Leij pleit daarom voor een verandering van het continuüm van zorg van Struiksma naar continue zorg. Aryan van der Leij vat de 9 fases van het continuüm van zorg van Struiksma samen in 4 niveaus. Niveau 1 betreft de reguliere instructie en oefening binnen de klas. Niveau 2 is hulp binnen de klas aan de zwakste lezers. Niveau 3 is het niveau waar Bouw! zich bevindt, namelijk hulp buiten de klas aan leerlingen die onvoldoende profiteren van het reguliere onderwijs. Het vierde niveau is hulp buiten de school, waarvoor alleen kinderen met zuivere dyslexie in aanmerking komen. Wanneer de kinderen uit niveau 3 met Bouw! preventieve zorg krijgen kunnen zij buiten de klas geholpen worden voordat ze onvoldoende profiteren van het aanbod in de klas. Niveau 3 wordt dan eerder ingezet en loopt parallel aan niveau 1. De niveaus uit het continuüm van zorg waar kinderen doorverwezen worden naar een remedial teacher of een gespecialiseerd instituut buiten de school wordt bij continue zorg gehalveerd. Dit maakt deze aanpak zeer kosteneffectief voor scholen. Uit onderzoek naar welke interventiefactoren het best succesvolle resultaten voorspellen kwam als resultaat dat hoe vaak een kind met Bouw! werkte en met hoe veel aandacht en concentratie de lessen worden gedaan de beste voorspellers zijn. Kinderen met een familiair risico op dyslexie hebben meer sessies nodig om tot hetzelfde resultaat te komen. Bouw! werkt dus ook voor kinderen met een dubbel risico op leesproblemen (het zit in de familie en ze zijn zwak in letterkennis en fonologische vaardigheden). Voor zowel de kinderen met familiair risico als de niet-risico kinderen had de interventie bovendien een zeer positief effect op het zelfvertrouwen van de kinderen. Er kan geconcludeerd worden dat Bouw! leesproblemen kan voorkomen: het aantal zeer zwakke lezers in de interventiegroep die het programma afmaakt is gehalveerd. De implicaties hiervan voor het onderwijs zijn dat in groep 2 of in begin groep 3 kinderen geselecteerd moeten worden die een zwakke letterkennis en zwak klankbewustzijn hebben. Hierbij moeten de leerkrachten alert zijn op factoren die als extra risico op 8

leesproblemen gelden, zoals dyslexie in de familie of laaggeletterde ouders. Zorg ervoor dat het onderwijs op school voldoet aan de behoefte van kinderen. Vul het arsenaal daarom aan met differentiëren via supplementaire interventies zoals Bouw! 9