Discussievragen in leeswijzers Renske Laroo Project Gedeelde literatuur Wetenschapswinkel Taal, Cultuur en Communicatie april 2015
Inhoudsopgave pagina Inleiding Discussievragen in leeswijzers - Inleiding - Algemene opmerkingen - Formulering van de vragen - Volgorde van de vragen - Openheid van de vragen - Eenduidigheid van een antwoord Aanbevelingen Conclusie Bronvermelding 3 4 4 9 9 11 12 12 13 14 15 Bijlage 1 17 2
Inleiding Stichting Senia, bibliotheek Eemland en bibliotheek Groningen hebben vragen neergelegd bij masterstudenten van de RUG in het kader van het onderzoekscollege Gedeelde Literatuur. Elk onderzoek dat vanuit dit college wordt uitgevoerd, richt zich op leesgroepen in Nederland. Dit specifieke onderzoek zal zich richten op een van de vragen van Stichting Senia Literair: Op welke manier kunnen leeswijzers worden geoptimaliseerd? Elke deelnemer van een leesgroep gericht op de Nederlandse literatuur heeft zo zijn of haar eigen reden om zicht aan te sluiten bij een groep. Om welke reden dan ook besluit elke deelnemer zelfstandig om het alleen-lezen uit te breiden of achter zich te laten. Het grootste verschil tussen een leesgroep en het zelfstandig lezen is de structuur die de lezer kan verwachten in de leesgroep. Deze structuur en aanvullend een verdieping in het boek worden onder andere bereikt door de aanwezigheid van een gespreksleider. Ook kunnen de lezers zich laten leiden door een leeswijzer waarin informatie over de inhoud van het werk staat en verschillende (mogelijke) discussiepunten worden genoemd. Recentelijk (2012) is er door twee masterstudenten, Nicky de Boer en Sigrid Leeuwerik, van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) onderzoek gedaan naar het gebruik van leeswijzers. Naar aanleiding van hun onderzoek deden zij verschillende aanbevelingen om discussievragen in de leeswijzers te verbeteren. Dit onderzoek kan gezien worden als een vervolgonderzoek om te kijken welke aanbevelingen zijn gebruikt bij het ontwikkelen van discussievragen in nieuwe leeswijzers. De vraag die in dit onderzoek zal worden gesteld is: In hoeverre zijn de aanbevelingen van De Boer en Leeuwerik gebruikt bij de discussievragen in nieuwe leeswijzers? Om deze vraag duidelijk te kunnen beantwoorden, zal er een praktisch onderzoek worden uitgevoerd. Allereerst zullen verschillende leesstijlen worden besproken die door Theo Witte zijn ontwikkeld. 1 Deze leesstijlen zij van belang omdat elke lezer één van de zes leesstijlen moet toepassen. Welke leesstijl gekozen moet worden, hangt af van het boek. Vervolgens zal in deze casus worden onderzocht of er door de schrijvers van de leeswijzers rekening is gehouden met de aanbevelingen die uit de masteronderzoeken naar voren zijn gekomen. Dit onderzoek wordt gedaan aan de 1 Witte, Theo. Het oog van de meester. Een onderzoek naar de literaire ontwikkeling van havo- en vwo-leerlingen in de tweede fase van het voortgezet onderwijs. Stichting Lezen, 2008. 3
hand van alle leeswijzers die in of na 2013 zijn geschreven en gaat in op vier aanbevelingen die naar voren kwamen uit het onderzoek van De Boer en Leeuwerik. Schrijvers van de leeswijzers kunnen rekening houden met deze aanbevelingen doordat zij gebruikmaken van een schrijvershandleiding. Deze handleiding is aangepast na de onderzoeken uit 2012, om zo meer rekening te kunnen houden met de behoeften van lezers. Vanuit Senia kwam de opmerking dat er altijd behoefte is aan onderzoek naar het gebruik van leeswijzers. Zij zoeken continu naar verbeterpunten en mogelijke manieren om de deelnemers van leesgroepen beter te kunnen faciliteren. Dit onderzoek biedt inzicht in de discussievragen van nieuwe leeswijzers: worden de vragen nu zodanig geformuleerd dat ze aansturen op een discussie? Daarnaast biedt het onderzoek inzicht in de veranderingen in leeswijzers en kan het inzicht bieden in eventuele verbeterpunten van de handleiding die bij het schrijven van een leeswijzer wordt gebruikt. Senia kan de uitkomsten van dit onderzoek gebruiken om haar service naar de lezers toe te perfectioneren op de punten waar dat nodig wordt gevonden. 4
Discussievragen in leeswijzers Inleiding Stichting Senia Literair geeft leesgroepen de mogelijkheid om een structuur aan te brengen bij het bespreken van gelezen boeken. Groepen kunnen elk jaar uit een lijst met literaire werken boeken kiezen die zij dat jaar willen behandelen. Bij elk boek wordt door neerlandici (in spe) een leeswijzer geschreven, met in ieder geval een korte samenvatting, een interpretatie (bestaande uit structuur, tijd, ruimte, thematiek, motieven, symbolen, vertelperspectief, personages, titel, motto s, taal, stijl en situering binnen het oeuvre), reacties van de pers, informatie over de auteur en een aantal aanbevelingen voor de lezer als hij meer wil weten of verder wil lezen. De discussievragen vormen de kern van de leeswijzer. Aan de hand hiervan kan de groep het boek bespreken. De discussievragen moeten de discussie structuur bieden waardoor een vaste gespreksleider niet nodig is. Senia garandeert hierbij een boeiende bespreking van ieder boek. 2 De leesgroepen van Senia kiezen elk jaar een aantal boeken om dat jaar te lezen en te bespreken. Ieder boek vereist een bepaalde leesstijl van de lezer. Theo Witte heeft een instrument ontwikkeld dat zes leesstijlen bevat: de belevende, herkennende, reflecterende, interpreterende, letterkundige en academische leesstijl. 3 Deze leesstijlen kunnen getypeerd worden door boek- en lezerskenmerken. Zo heeft elke lezer een leesstijl die het best bij hemzelf en het boek past. Sigrid Leeuwerik en Nicky de Boer deden allebei onderzoek naar het gebruik van leeswijzers. Hierbij maakten zij gebruik van het instrument dat Theo Witte heeft ontwikkeld. Bij de belevende stijl gaat het om een humoristisch, spannend of dramatisch boek dat de lezer leest om zich te amuseren. Centraal staat de snelle leesbaarheid. Het boek vereist om die reden geen specifieke voorkennis. Boeken die de leesstijl herkennend lezen vereisen, verhalen over herkenbare onderwerpen en personages, die er voor zorgen dat de lezer zich makkelijk in het verhaal kan inleven. Het boek is makkelijk te lezen en de lezer leest het met het doel zich te ontspannen. Vragen die hierbij gesteld worden zijn voornamelijk gericht op identificatie. Bij boeken met een reflecterende leesstijl horen sociale, morele en psychologische vraagstukken. De boodschap is vrij eenduidig en de structuur soms 2 Stichting Senia, Leesgroepen met inhoud, Stichting Senia, Senia, http://www.senia.nl/ (geraadpleegd op 27 oktober 2014). 3 Witte, Theo. Het oog van de meester. Een onderzoek naar de literaire ontwikkeling van havo- en vwo-leerlingen in de tweede fase van het voortgezet onderwijs. Stichting Lezen, 2008. 5
complex. De lezer kan zich in dit boek identificeren met de personages en wordt hierdoor gestimuleerd om zich te verplaatsen in het verhaal. Het verhaal zet de lezer aan tot nadenken. Het lezen van een boek met een interpreterende (esthetische) leesstijl vergt soms veel inspanning van de lezer. De boeken vereisen veel algemene kennis en bevatten veel open plekken waardoor het boek minder voorspelbaar is. De verhaallijn kan soms complex zijn. De lezer zal hierbij niet alleen nadenken over de gebeurtenissen, maar ook de betekenis hiervan. Lezers die een boek met een letterkundige leesstijl lezen krijgen soms te maken met een minder toegankelijke leesstijl. Deze boeken doen een beroep op de culturele, poëticale en literaire kennis van de lezer. De structuur is complex en de lezer is bereid veel energie te steken in de interpretatie van het boek. Tot slot vraagt de academische leesstijl veel algemene, culturele en literaire kennis van de lezer. In boeken die deze stijl vereisen, zitten veel verwijzingen naar andere kunstwerken en de boeken nodigen uit tot verdere verdieping. De boeken zijn zeer complex en kennen vele lagen. Dit type wordt gelezen om vat te krijgen op zichzelf en op de wereld. Zowel Leeuwerik als De Boer hebben de genoemde leesstijlen gebruikt om boeken te typeren. Sigrid Leeuwerik stelt in haar onderzoek Het hangt er een beetje van af wat je met een boek wilt, vast wat de relatie is tussen de lezers, twee geselecteerde boeken en de leeswijzers. Op deze manier onderzocht zij de effectiviteit van de leeswijzer. Leeuwerik meent dat hoe optimaler de relatie tussen deze drie factoren is, hoe effectiever de discussie naar aanleiding van het gelezen boek kan zijn. 4 De relatie is optimaal wanneer zowel de lezer als de leeswijzer gebruik maakt van de leesstijl(en) die kan/kunnen worden toegepast bij het boek. Of deze relatie optimaal is, onderzocht zij door verschillende boeken en leeswijzers te analyseren. Hieruit bleek dat niet alle discussievragen die in de leeswijzers werden voorgesteld aansluiten bij de leesstijl(en) van het boek. Vervolgens onderzocht Leeuwerik door middel van observaties op welke manier de leeswijzers worden gebruikt en ervaren door leden van Senia. Uit deze observaties bleek dat de leeswijzers en de discussievragen een belangrijke leidraad vormen voor de discussie in de geobserveerde leesgroepen. Slechts één leesgroep (van de zes onderzochte groepen) besprak een boek volledig zonder gebruik te maken van de leeswijzer. 5 De andere groepen gebruikten de leeswijzer intensief, maar waren niet geheel tevreden. Over het algemeen kwam naar voren dat lezers niet tevreden waren over schoolse 4 Leeuwerik, Sigrid., Het hangt er een beetje vanaf wat je van een boek wilt: een onderzoek naar het gebruik en de beleving van leeswijzers door leesgroepen van Stichting Senia Literair, Wetenschapswinkel Taal, Cultuur en Communicatie RUG, 2012, 2. 5 Leeuwerik, S. Het hangt er een beetje vanaf, 44. 6
discussievragen, vaak op het niveau van reproductie. Schools werd hierbij opgevat als te makkelijk of het gevoel krijgen overhoord te worden. 6 Wel waren de gebruikers tevreden over de opbouw van de leeswijzer, zeker het begin met de samenvatting werd als zeer prettig ervaren. 7 Leeuwerik kwam naar aanleiding van haar onderzoek tot verschillende aanbevelingen voor Senia om discussievragen in de leeswijzers te verbeteren. Zo wil men tijdens het bespreken van een boek geen verklaringen geven (geen interpreterende, academische of letterkundige leesstijl), maar het hebben over hun eigen mening. Men wil geen schools gestelde vragen (bijvoorbeeld: Licht toe ) of een vraag waar slechts één antwoord op te geven is, maar uitgedaagd worden om een eigen mening te vormen. Daarnaast wil men graag een discussie in de groep losmaken. Hierbij worden vragen over bijvoorbeeld de auteursintentie minder gewaardeerd. Deze vragen zouden iets minder open gesteld kunnen worden door de lezers bijvoorbeeld iets te vragen over een passage uit het boek. 8 Volgens Leeuwerik is een ander belangrijk punt de variatie in de volgorde van vragen. De discussievragen werden ingedeeld in subgroepen (bijvoorbeeld Personages of Taal en stijl). Wanneer deze strikte volgorde wordt aangehouden door de leesgroepen, ontstaat er bij verschillende leden frustratie door vragen die te veel op elkaar lijken. Leeuwerik raadt daarom aan om de subkopjes los te laten om zo een dynamischer gesprek te creëren. 9 Nicky de Boer deed eenzelfde soort onderzoek als Sigrid Leeuwerik. In haar onderzoek Dat is nou het mooie van lezen, onderzocht zij op welke manier leeswijzers van Stichting Senia Literair verbeterd zouden kunnen worden. Uit interviews kwam naar voren dat groepen liever geen letterkundige of academische leesstijl zouden willen hanteren. 10 De leeswijzer moet wel toegankelijk blijven, bijvoorbeeld door vaktermen uit te leggen. Zo kan de groep iets leren, maar wordt de discussie niet onnodig onderbroken. Daarnaast gaven lezers aan dat zij de vragen als ondersteunend ervoeren, doordat ze vaak aansloten bij vragen die zij zelf tijdens het lezen ook hadden. 11 Toch werden vragen soms te onduidelijk gevonden en 6 Leeuwerik, S. Het hangt er een beetje vanaf, 43. 7 Leeuwerik, S. Het hangt er een beetje vanaf, 45. 8 Leeuwerik, S. Het hangt er een beetje vanaf, 50. 9 Leeuwerik, S. Het hangt er een beetje vanaf, 51. 10 Boer, Nicky, de. Dat is nou het mooie van lezen: een onderzoek naar het gebruik en de mogelijke optimalisatie van de leeswijzers van de Stichting Senia Literair, Wetenschapswinkel Taal, Cultuur en Communicatie RUG, 2012, 37. 11 Boer, N. de. Dat is nou het mooie, 37. 7
vonden de ondervraagde leden opzoekvragen niet uitdagend. 12 De lezers reageerden positief op vragen waarbij zij zich in moesten leven in een personage uit het verhaal. 13 Zij vonden deze herkennende leesstijl prettig en bespraken de personages daarnaast vaak op reflecterende wijze door met elkaar in discussie te gaan over wat zij van de personages vonden. Ook de drie groepen die De Boer onderzocht gaven aan het prettig te vinden wanneer er om hun mening wordt gevraagd. 14 Tot slot gaven alle groepen aan interpreterende vragen interessant te vinden. 15 Het spoort hen aan om een diepere betekenis te zoeken in de gelezen roman. Vaak vinden zij deze vragen wel moeilijk, maar zij voeden doorgaans wel de discussie. Ook Nicky de Boer kwam tot een aantal aanbevelingen voor Stichting Senia. Zij raadde schrijvers van leeswijzers aan om zich te verdiepen in de leesstijlen die door Theo Witte zijn ontwikkeld. Zij meende dat wanneer auteurs van leeswijzers zich bewust zijn van de leesstijlen, zij beter rekening kunnen houden met de soort vragen die bij een bepaalde leesstijl passen. 16 Daarnaast bleek uit de interviews dat men de interpreterende leesstijl moeilijk, maar interessant vond. Hierbij formuleerde De Boer het advies om de nadruk te leggen op vragen die gaan over literaire begrippen die passen bij de reflecterende leesstijl, zonder dat de lezer gevraagd wordt een diepere betekenislaag te construeren naar aanleiding van die literaire begrippen. De lezer kan gevraagd worden wat hij van het vertelperspectief vindt, zonder dat hij zich bezig houdt met de vraag waarom de auteur dit zo heeft bedacht. 17 Tot slot gaf De Boer aan dat lezers niet graag het gevoel willen krijgen overhoord te worden. Vragen met een open karakter, waarbij je niet met ja of nee kunt antwoorden of waar al een waardeoordeel in zit, worden juist wel als prettig ervaren. Lezers geven aan graag zelf een mening te willen geven. 18 Naar aanleiding van de onderzoeken die hierboven staan beschreven, heeft Senia de handleiding die gebruikt wordt voor het schrijven van de leeswijzers aangepast. De auteurs die in 2013 of 2014 een leeswijzer hebben geschreven, zijn in twee groepen opgedeeld. De (nieuwe) studenten hebben de nieuwe handleiding gekregen en aan de hand daarvan een leeswijzer ontwikkeld. De auteurs die al vaker een leeswijzer hebben geschreven is de keuze gelaten om de handleiding te gebruiken. 12 Boer, N. de. Dat is nou het mooie, 36. 13 Boer, N. de. Dat is nou het mooie, 37. 14 Boer, N. de. Dat is nou het mooie, 47. 15 Boer, N. de. Dat is nou het mooie, 47. 16 Boer, N. de. Dat is nou het mooie, 52. 17 Boer, N. de. Dat is nou het mooie, 52. 18 Boer, N. de. Dat is nou het mooie, 53. 8
In dit onderzoek wordt onderzocht of de aanbevelingen van De Boer en Leeuwerik op een effectieve manier zijn toegepast bij de ontwikkeling van leeswijzers in of na 2013. Dit wordt onderzocht op vier aspecten: de formulering van de vragen, de volgorde van de vragen, de openheid van de vragen en eenduidigheid van een antwoord. Deze aspecten zijn geselecteerd uit de aanbevelingen die De Boer en Leeuwerik hebben gedaan naar aanleiding van hun onderzoek. Algemene opmerkingen In 2013 en 2014 zijn in totaal 65 leeswijzers voor Nederlandse literatuur ontwikkeld. Dit is gedaan door zowel auteurs die al vaker een leeswijzer hadden geschreven als door nieuwe auteurs. In de in 2012 aangepaste handleiding staat aangegeven dat discussievragen in drie blokken opgedeeld moeten worden: Uw eerste indruk, het boek nader bekeken en schrijver, lezer en maatschappij. Auteurs wordt gevraagd om achter de discussievraag extra informatie te plaatsen zodat de lezer weet bij welke categorie de vraag hoort, bijvoorbeeld bij interpretatie, thematiek en symbolen, titel en motto's, structuur, tijd en ruimte. Al deze onderdelen zijn eerder behandeld in de leeswijzer. Zo is het voor lezers eenvoudig om terug te bladeren naar de bijhorende informatie. Het is opvallend dat slechts 34 leeswijzers uit 2013 en 2014 zijn geschreven aan de hand van de nieuwe handleiding. De overige 31 leeswijzers zijn op een andere manier geschreven en houden geen rekening met de aanbevelingen van Sigrid Leeuwerik en Nicky de Boer. Dit komt neer op maar liefst 48% van de leeswijzers. Hoewel er een grote vraag is vanuit leesgroepen om de leeswijzers aan te passen, houden de auteurs van de leeswijzers hier niet allemaal rekening mee. Toch is er een stijging waar te nemen. In 2013 zijn 47% van de leeswijzers aangepast aan de nieuwe handleiding. In 2014 is dit al 58%. De 34 leeswijzers die zijn geschreven aan de hand van de nieuwe handleiding, zullen opgenomen worden in het onderzoek. De overige leeswijzers zijn niet geschreven aan de hand van de nieuwe handleiding, waardoor niet deze niet passen binnen dit onderzoek. Een overzicht van de onderzochte leeswijzers en de resultaten van de analyse zijn te vinden in bijlage 1. Formulering van de vragen Sigrid Leeuwerik en Nicky de Boer hadden verschillende aanbevelingen voor de formulering van vragen. Zo werd een vraag met licht toe te schools gevonden door 9
de ondervraagden. In de leeswijzers uit 2013 en 2014 is geen enkele vraag gevormd met behulp van de woorden licht toe. Toch zijn niet alle vragen even open geformuleerd. Zo gaat de auteur van de leeswijzer van Max Havelaar (Multatuli) er al vanuit dat de gebruiker van de leeswijzer een bepaalde mening heeft over een hoofdstuk in de vraag: In hoofdstuk 17 begint het verhaal over Saïdjah en Adinda. Wat maakt dit verhaal zo aangrijpend?. 19 In plaats van de vraag te stellen wat voor gevoel de lezer bij het verhaal heeft gekregen, gaat de auteur er hier al van uit dat alle lezers het verhaal aangrijpend zullen vinden. Ook de formulering van een vraag in de leeswijzer bij Dit zijn de namen (Tommy Wieringa) sluit niet aan bij de wensen van de gebruikers van de leeswijzer: Het boek gaat over politiek-gevoelige onderwerpen. Neemt Wieringa met deze roman een standpunt in? Zo ja, welk?. 20 Volgens Sigrid Leeuwerik is het beter om de lezer een gegeven te geven zodat de groep daar mee verder kan werken. De auteur had de vraag dus beter kunnen formuleren als: Het boek gaat over politiek-gevoelige onderwerpen. Je zou kunnen zeggen dat Wieringa met deze roman standpunt X inneemt. Bent u het hier mee eens of denkt u dat er een ander standpunt in wordt genomen? Dit zou stimulerend kunnen werken voor de discussie binnen de leesgroep, doordat zij op weg worden geholpen met een gegeven, maar daar zelf een mening bij kunnen vormen. Ondanks verschillende vragen die niet zijn aangepast aan de aanbevelingen van De Boer en Leeuwerik, zijn er veel vragen die op een discussie aansturen. Bijvoorbeeld in de leeswijzer van Het grote zwijgen (Erik Menkveld) wordt de leesgroep duidelijk gestimuleerd door de volgende vraag: In sommige recensies wordt als kritiek op Het grote zwijgen de lengte van het boek gegeven. Bent u het daarmee eens?. 21 Doordat elk lid van de groep een andere mening zal hebben, is de kans groot dat er een discussie ontstaat. Zulke vragen zijn veelvoorkomend: In Gisèle wordt vanuit drie gezichtspunten verteld, soms over dezelfde gebeurtenissen. Wat vindt u van deze compositie? 22 ; Wat vindt u van het motto van het boek, weest gelukkig, want jullie zijn niet schuldig!? Bent u het hiermee eens? 23 ; Wat vond u van de soms 19 Fahner, Nels. Max Havelaar Multatuli. Olst: Stichting Senia, 2013, 12. 20 Timmers, Nienke. Dit zijn de namen Tommy Wieringa. Olst: Stichting Senia, 2013, 10. 21 Leeuwerik, Sigrid. Het grote zwijgen Erik Menkveld. Olst: Stichting Senia, 2013, 10. 22 Tillema, Annelieke. Gisèle Susan Smit. Olst: Stichting Senia, 2014, 11. 23 Voort, Gea, van der. Feest van het begin Joke van Leeuwen. Olst: Stichting Senia, 2013, 10. 10
plastisch beschreven gruwelijkheden op het slagveld? Hoort zoiets bij een roman of had het ook wel wat minder gekund?. 24 Over het algemeen worden er in de nieuwe leeswijzers goede vragen gesteld die voornamelijk gericht zijn op het losmaken van een discussie binnen de groep. De aanbevelingen die De Boer en Leeuwerik hebben gedaan zijn hier dus goed toegepast. Volgorde van de vragen In de meeste leeswijzers zijn de vragen met voldoende variatie geplaatst. Ondanks de aanbevelingen om vragen te benoemen in de termen van personages, structuur of tijd en ruimte, hebben maar weinig auteurs dit gedaan. Dit komt door een keuze die Senia heeft gemaakt: in eerste instantie heeft Senia deze rubricering toegepast bij alle leeswijzers. Het is later echter uit de leeswijzers verwijderd. Dit heeft te maken met nieuwe informatie die zij hebben verkregen via een enquête onder verschillende leesgroepen. Leden van de leesgroepen gaven aan de rubricering erg schools te vinden. Om rekening te houden met de wensen van de leesgroepen, is de rubricering verwijderd uit de leeswijzers. Niet alle auteurs zijn er in geslaagd om voldoende variatie in de vragen te brengen, zo volgen de volgende drie vragen elkaar op in de leeswijzer Bekentenissen van Zeno (Italo Svevo): Kunt u de keuze van Zeno voor Augusta begrijpen? En haar keuze voor hem? Vervolgens stelt de auteur van de leeswijzer nog een vraag over Zeno: Vindt u dat Zeno een sterk karakter heeft of is hij juist een soft iemand? Daarna wordt het personage Zeno opnieuw gebruikt voor een vraag: Zeno heeft een bepaalde focus op gezondheid. Hij denkt telkens dat hij ziek is, terwijl daar strikt genomen geen aanwijzingen voor zijn. Kunt u zich inleven in zo iemand?. 25 Om meer variatie aan te brengen in de vragen, had de auteur naast vragen over het hoofdpersonage ook vragen kunnen stellen over bijfiguren. Opvallend is dat auteurs van de leeswijzers een eigen manier van het samenstellen van de leeswijzers hanteren. Zo komt het meer dan eens voor dat dezelfde auteur geen variatie aanbrengt in de volgorde van vragen. Toch zijn dit niet altijd de auteurs die al langer leeswijzers schrijven: ook nieuwe auteurs overkomt dit. Een 24 Fahner, Nels. Post voor mevrouw Bromley Stefan Brijs. Olst: Stichting Senia, 2014, 10. 25 Fahner, Nels. Bekentenissen van Zeno Italo Svevo. Olst: Stichting Senia, 2013, 9. 11
eenvoudige manier om dit op te lossen is de auteurs in kwestie hier tips over te geven. Openheid van de vragen In eerder onderzoek werd duidelijk dat gebruikers van de leeswijzer niet graag het idee kregen dat zij overhoord worden. Vaak is er bij een overhoring slechts één antwoord goed, of krijgt men het idee dat zij hun antwoord waterdicht moeten onderbouwen. 26 Over het algemeen houden de leeswijzers uit 2013 en 2014 hier rekening mee. Toch gaat het niet altijd goed. Zo staat er in de leeswijzer bij De kunst van het veldspel (Chad Harbach) de volgende vraag: In de literatuuranalyse gebruikt men wel de termen Raffnung en Dehnung voor respectievelijk tijdversnelling (een grotere periode in enkele zinnen vertellen) en tijdvertraging (de details van een moment over meerdere zinnen uitspreiden); doel van beide technieken is zorgen voor een goede spanningsopbouw in het verhaal. Welke van de twee technieken zie je terug aan het eind van hoofdstuk 8? 27 Voor veel scholieren en studenten zal deze vraag herkenning oproepen. Men krijgt twee gegevens en moet hieruit een keuze maken door ze toe te passen op een bepaalde passage. Gebruikers van leeswijzers vinden dit soort vragen juist niet prettig. Behalve dat zij het gevoel krijgen overhoord te worden, is het ook geen vraag waardoor zij uitgedaagd worden een discussie op gang te brengen. Eenduidigheid van een antwoord Eerder onderzoek toonde aan dat leden van leesgroepen zich liever niet willen verplaatsen in de auteur. Zij gaven aan vragen als: waarom denkt u dat auteur X probleem Y heeft aangesneden in zijn boek, moeilijk te vinden. Toch bleek uit het onderzoek ook dat de leden wel graag over de auteursintentie praten. 28 De aanbeveling was om dit soort vragen te vermijden of meer open te stellen. Deze aanbeveling wordt door veel auteurs van leeswijzers genegeerd. Een greep uit de vragen die werden gesteld: De taal is zoo eenvoudig en het gegeven zoo open dat de meesten het klankbord erachter niet bespeuren zullen, schreef Bomans zelf over 26 Leeuwerik, S. Het hangt er een beetje vanaf, 43. 27 Fahner, Nels. De kunst van het veldspel Chad Harback. Olst: Stichting Senia, 2013, 8. 28 Leeuwerik, S. Het hangt er een beetje vanaf, 55. 12
het boek. Welk klankbord zou hij bedoeld hebben? 29 ; Zijn dit type passages volgens u nodig of op hun plek in een historische roman als deze? Waarom zou de auteur hiervoor gekozen hebben? 30 ; Een boek gebaseerd op een film is een onconventionele volgorde. Waarom zou Tessa de Loo hier toch voor gekozen hebben?. 31 Al deze vragen rekenen er op dat de lezer zich wil verplaatsen in de auteur. Het is echter gebleken dat zij dit erg moeilijk vinden. Zij geven aan liever een mening willen geven dan dat ze willen praten over de keuzes van een auteur. Een betere manier om zulke vragen te stellen wordt gevonden in de leeswijzer bij Publiek geheim (Bernlef): Bernlef gebruikt korte, heldere zinnen en weinig beeldend taalgebruik. Vond u dit prettig lezen?. 32 In deze vraag krijgt de lezer een gegeven waarmee hij of zij een mening over kan geven. Lezers hebben aangegeven dit een prettige vraagsoort te vinden. 29 Fahner, Nels. Erik of het klein insectenboek Godfried Bomans. Olst: Stichting Senia, 2013, 12. 30 Timmers, Nienke. Jongens en vuur Ursula Hegi. Olst: Stichting Senia, 2013, 9. 31 Timmers, N. Kenau Tessa de Loo. Olst: Stichting Senia, 2014, 9. 32 Bellwinkel, Joris. Publiek geheim J. Bernlef. Olst: Stichting Senia, 2013, 9. 13
Aanbevelingen Ondanks de aanbevelingen die Sigrid Leeuwerik en Nicky de Boer hebben gedaan, blijkt uit dit onderzoek dat veel aanbevelingen niet op de juiste manier worden gebruikt. Bij alle onderzochte punten zijn er verbeteringen denkbaar. Toch is het niet zo dat elke leeswijzer onvolkomenheden bevat. Binnen dit onderzoek zijn er vijftien leeswijzers waarbij geen opmerkingen zijn geplaatst. Auteurs van leeswijzers kunnen er op gewezen worden dat leesgroepen graag met elkaar in discussie willen over verschillende aspecten van het boek. Zij kunnen er rekening mee houden dat lezers voornamelijk een mening willen vormen en dat zij de vragen het beste zo kunnen formuleren dat de deelnemers hier over na moeten denken. Op deze manier vormt elke deelnemer een eigen mening en zal er een discussie ontstaan. Daarnaast kunnen auteurs via de handleiding de opmerking mee krijgen dat zij er om moeten denken om vragen te variëren. De vragen kunnen prima met elkaar samenhangen maar ze moeten toch steeds een ander aspect behandelen. Het kwam vaak voor dat er een gebrek aan variatie was. De meeste vragen die werden gesteld in de leeswijzers waren duidelijk en voldoende open. Voornamelijk bij auteurs die al langer leeswijzers schrijven, valt het op dat het soms nog wat schools is. Wellicht kunnen deze auteurs de tip mee krijgen om te denken aan open vragen waar groepen goed over kunnen discussiëren. Ook is het goed om de auteurs te laten weten dat lezers het niet prettig vinden om zich in de auteur te verplaatsen. Een vraag over de auteur kan wel gesteld worden, maar moet goed worden geformuleerd. Tot slot is het belangrijk dat leeswijzers nauwkeurig worden nagelopen voordat zij worden gedrukt. Minder goed geformuleerde discussievragen kunnen worden gecorrigeerd als de leeswijzers kritisch worden doorgelezen. De discussievragen kunnen daarnaast worden nagelopen aan de hand van de aanbevelingen die zijn gedaan. 14
Conclusie Het is duidelijk te zien dat Stichting Senia de aanbevelingen van Sigrid Leeuwerik en Nicky de Boer serieus heeft opgepakt om hun leeswijzers op de manier te optimaliseren. Dit doen zij onder andere door een nieuwe handleiding bij het schrijven van een leeswijzer te ontwikkelen. Doordat auteurs die al vaker een leeswijzer hadden geschreven de keuze kregen om de nieuwe handleiding te gebruiken, is een duidelijke scheiding te zien. Een aantal leeswijzers is hierdoor nog niet geoptimaliseerd. Om terug te komen op de onderzoeksvraag: In hoeverre zijn de aanbevelingen van De Boer en Leeuwerik gebruikt bij de discussievragen in nieuwe leeswijzers?, is te stellen dat de stichting veel werk heeft verzet, maar er nog punten zijn waarop zij kan verbeteren. Ten eerste is het belangrijk dat in de toekomst alle leeswijzers de nieuwe indeling krijgen, zoals de leden dat graag zien. Daarnaast is het aan te bevelen dat ook auteurs die al langer leeswijzers schrijven de nieuwe handleiding toegezonden krijgen. Tot slot kan Stichting Senia in de toekomst nog kritischer naar de leeswijzers kijken voordat ze worden gedrukt en verstuurd naar de leesgroepen. Al met al is het positief dat de stichting zo serieus met de wensen van haar leden om gaat. 15
Bronvermelding Primaire bronnen (leeswijzers) BELLWINKEL, J. Publiek geheim J. Bernlef. Olst: Stichting Senia, 2013. BOER, N., de. Nemesis Philip Roth. Olst: Stichting Senia, 2014. BOER, N., de. Zeevonk Josha Zwaan. Olst: Stichting Senia, 2014. BOGAERDS, A. Bericht uit Berlijn Otto de Kat. Olst: Stichting Senia, 2013. BOSMA, F. Eva slaapt Francesca Melandri. Olst: Stichting Senia, 2013. CROM, L. Schaduwkind P.F. Thomése. Olst: Stichting Senia, 2014. EELKEMA, E. De man zonder ziekte Arnon Grunberg. Olst: Stichting Senia, 2014. FAHNER, N. Bekentenissen van Zeno Italo Svevo. Olst: Stichting Senia, 2013. FAHNER, N. Bruggenbouwers Jan Guillou. Olst: Stichting Senia, 2014. FAHNER, N. De helleveeg A.F.Th. van der Heijden. Olst: Stichting Senia, 2014. FAHNER, N. De kunst van het veldspel Chad Harback. Olst: Stichting Senia, 2013. FAHNER, N. De oude koning in zijn rijk Arno Geiger. Olst: Stichting Senia, 2013. FAHNER, N. Erik of het klein insectenboek Godfried Bomans. Olst: Stichting Senia, 2013. FAHNER, N. Gösta Berling Selma Lagerlöf. Olst: Stichting Senia, 2013. FAHNER, N. Het lam Jannie Regnerus. Olst: Stichting Senia, 2014. FAHNER, N. Max Havelaar Multatuli. Olst: Stichting Senia, 2013. FAHNER, N. Post voor mevrouw Bromley Stefan Brijs. Olst: Stichting Senia, 2014. FAHNER, N. Verloren grond Murad Isik. Olst: Stichting Senia, 2013. HOEKSTRA, M. De verdovers Anna Enquist. Olst: Stichting Senia, 2014. KOOMAN, E. Contrapunt Anna Enquist. Olst: Stichting Senia, 2014. LEEUWERIK, S. Het grote zwijgen Erik Menkveld. Olst: Stichting Senia, 2013. LEEUWERIK, S. Vele hemels boven de zevende Griet Op de Beeck. Olst: Stichting Senia, 2014. SCHLÖTZ, R.A. De lessen van mevrouw Lohmark Judith Schalansky. Olst: Stichting Senia, 2014. 16
SCHLÖTZ, R.A. Van het westelijk front geen nieuws Erich Maria Remarque. Olst: Stichting Senia, 2014. TILLEMA, A. Gisèle Susan Smit. Olst: Stichting Senia, 2014. TILLEMA, A. Het puttertje Donna Tartt. Olst: Stichting Senia, 2014. TILLEMA, A. Kinderen van het ruige land Anke Hulst. Olst: Stichting Senia, 2014. TIMMERS, N. De onwaarschijnlijke reis van Harold Fry Rachel Joyce. Olst: Stichting Senia, 2013. TIMMERS, N. Dit zijn de namen Tommy Wieringa. Olst: Stichting Senia, 2013. TIMMERS, N. Het portret van Dorian Grey Oscar Wilde. Olst: Stichting Senia, 2013. TIMMERS, N. Jongens en vuur Ursula Hegi. Olst: Stichting Senia, 2013. TIMMERS, N. Kenau Tessa de Loo. Olst: Stichting Senia, 2014. TIMMERS, N. Vrijheid Jonathan Franzen. Olst: Stichting Senia, 2013. VOORT, G., van der. Feest van het begin Joke van Leeuwen. Olst: Stichting Senia, 2013. Secundaire bronnen BOER, N. de, 'Dat is nou het mooie van lezen: een onderzoek naar het gebruik en de mogelijke optimalisatie van de leeswijzers van de Stichting Senia Literair', Wetenschapswinkel Taal, Cultuur en Communicatie RUG, 2012. LEEUWERIK, S., 'Het hangt er een beetje vanaf wat je van een boek wilt: een onderzoek naar het gebruik en de beleving van leeswijzers door leesgroepen van Stichting Senia Literair', Wetenschapswinkel Taal, Cultuur en Communicatie RUG, 2012. WITTE, T. Het oog van de meester. Een onderzoek naar de literaire ontwikkeling van havo- en vwo-leerlingen in de tweede fase van het voortgezet onderwijs. Stichting Lezen, 2008. 17
Bijlage 1 - Auteur leeswijzer - Titel van het boek dat in de leeswijzer wordt besproken - Naam van de auteur van het boek - Heeft het boek de nieuwe indeling zoals aanbevolen? - Jaar waarin de leeswijzer is geschreven - Formulering van de discussievragen - Volgorde van de discussievragen * zoals aanbevolen * wel of geen verwijzing naar de rubriek waar de vraag bij hoort * wel of geen variatie binnen de discussievragen - Openheid van de vragen - Eenduidigheid van een antwoord * auteur betekent dat er in discussievragen naar de auteursintentie wordt gevraagd 18
Nels Fahner Bekentenissen van Zeno Italo Svevo x 2013 ok nee (bijna alleen personages) geen vragen ja over reacties ok van de pers Nienke Timmers Het portret van Dorian Grey Oscar Wilde x 2013 ok ja (geen verw. -) ja ok Nels Fahner Max Havelaar Multatuli x 2013 matig ja (geen verw. -) ja ok Sigrid Leeuwerik Vele hemels boven de zevende Griet Op de Beeck x 2014 ok ja (geen verw. -) ja ok Mirjam Hoekstra De verdovers Anna Enquist x 2014 ok ja (geen verw. -) ja ok Eline Eelkema De man zonder ziekte Arnon Grunberg x 2014 ok nee (geen variatie) (wel verw. +) ja ok Nels Fahner Bruggenbouwers Jan Guillou x 2014 ok ja (geen verw. -) nee ok Nels Fahner De helleveeg A.F.Th van der Heijden x 2014 ok ja (geen verw. -) ja ok Annelieke Tillema Kinderen van het ruige land Auke Hulst x 2014 ok ja (geen verw. -) ja ok Nienke Timmers Kenau Tessa de Loo x 2014 ok ja (geen verw. -) ja auteur Nels Fahner Het lam Jannie Regnerus x 2014 ok ja (geen verw. -) nee ok Nicky de Boer Nemesis Philip Roth x 2014 ok ja (geen verw. -) ja ok René Axel Schlötz De lessen van mevrouw Lohmark Judith Schalansky x 2014 ok ja (geen verw. -) ja ok Annelieke Tillema Gisèle Susan Smit x 2014 ok ja (geen verw. -) ja ok Annelieke Tillema Het puttertje Donna Tartt x 2014 ok ja (geen verw. -) nee ok Nicky de Boer Zeevonk Josha Zwaan x 2014 ok ja (geen verw. -) ja ok René Axel Schlötz Van het westelijk front geen nieuws Erich Maria Remarque x 2014 ok ja (geen verw. -) ja ok Nels Fahner Post voor mevrouw Bromley Stefan Brijs x 2014 ok ja (geen verw. -) ja ok Lenora Crom Schaduwkind P.F. Thomése x 2014 ok nee (nieuwe structuur, maar toch tussenkopjes ja bij ok vragen) Elizabeth Kooman Contrapunt Anna Enquist x 2014 ok ja (geen verw. -) nee ok Joris Bellwinkel Publiek Geheim J. Bernlef x 2013 ok nee (wel verw. +) ja auteur Axel Bogaerds Bericht uit Berlijn Otto de Kat x 2013 ok ja (geen verw. -) ja ok Nels Fahner Gösta Berling Selma Lagerlöf x 2013 ok ja (geen verw. -) ja ok Nels Fahner Erik of het klein insectenboek Godfried Bomans x 2013 ok ja (geen verw. -) ja auteur Nienke Timmers Vrijheid Jonathan Franzen x 2013 ok ja (geen verw. -) ja auteur Nels Fahner De oude koning in zijn rijk Arno Geiger x 2013 ok nee (geen variatie) ja ok Nels Fahner De kunst van het veldspel Chad Harbach x 2013 ok nee (geen variatie) nee matig Nienke Timmers Jongens en vuur Ursula Hegi x 2013 ok nee (geen variatie) ja auteur Nels Fahner Verloren grond Murad Isik x 2013 ok nee (matige variatie) ja ok Nienke Timmers De onwaarschijnlijke reis van Harold Fry Rachel Joyce x 2013 ok ja (geen verw. -) ja ok Gea van der Voort Feest van het begin Joke van Leeuwen x 2013 ok ja (geen verw. -) ja ok Frodo Bosma Eva slaapt Francesca Melandri x 2013 ok ja (geen verw. -) ja ok Sigrid Leeuwerik Het grote zwijgen Erik Menkveld x 2013 ok ja (geen verw. -) ja ok Nienke Timmers Dit zijn de namen Tommy Wieringa x 2013 matig ja (geen verw. -) ja ok 19 Auteur leeswijzer Titel Auteur boek Nieuwe indeling? Jaar Formulering (bv Volgorde geen licht (variatie toe) in soorten vragen) Openheid (niet Eenduidig alleen ja of nee)
Colofon Titel: Auteur: Een uitgave van: Discussievragen in leeswijzers Renske Laroo Wetenschapswinkel Taal, Cultuur en Communicatie Rijksuniversiteit Groningen Begeleiding: Met dank aan: dr. S. van Voorst,dr. P. Broomans, dr. J.M.L. den Toonder Organisatie Senia Verkoopprijs: 5,00 Uitgave: Groningen, maart 2015 Contact: Wetenschapswinkel Taal, Cultuur en Communicatie Postbus 716 9700 AS Groningen 050-3635271 tawi@rug.nl www.rug.nl/wewi 20