Bos & milieu. Bomen 2013/12

Vergelijkbare documenten
Informatie reader. Over bomen

(FRUIT-)BOMEN SCHRIJVEN GESCHIEDENIS

Jurgen Vansteenkiste : Atlas Atheneum Gistel. Dwarse doorsnede van een boomstam

Cursus Hout in Boomopbouw en -architectuur

Hout. Primaire en secundaire groei. Primaire groei : bij kruidachtige planten (wortel, stengel, ) zie cursus plantkunde

ALLES WAT JE WILT WETEN OVER BOMEN

Boombiologie. Basiskennis 1. Boomanatomie (1) Boomanatomie (3) Boomanatomie (2) Het samenstel van deze organen vormen samen een organisme: de boom

Hout. Hout. 1e college Utrecht 6 september Inleidend college Utrecht 7 september 2009 HKU HKU

ALLES WAT JE WILT WETEN OVER BOMEN

Beknopte snoeiinstructie door Leo van Mierlo voor Boomgaard De Steenen Camer, januari 2015

Werkbladen. Kiezen voor Bomen. voor de leerlingen

LEVEN MET BOMEN. Dirk Criel

Bouwkundige elementen. Hout: introductie

Loof-en naaldbomen. Naam :

Bomenpad Park Vredeoord. Antwoordenblad. Vul hier eerst jullie namen in:

Samenvatting Biologie Planten en cellen

Cellen aan de basis.

Biologie VWO thema: Planten Tweede deel. Docent: A. Sewsahai

Samenvatting Biologie Hoofdstuk 5

Aantekeningen Hoofdstuk 2: Planten, dieren, mensen BBL. 2.1 Namen 1 Hoe komen planten en dieren aan hun naam? De naam van een plant of een dier kan: *

1 Gewassen en hun afwijkingen Kennismaking met de plant Afwijkingen in de teelt Afsluiting 24

INHOUD. 1. Zwammen 02 - Vliegenzwam 03 - Eekhoorntjesbrood 03 - Aardappelbovist 04 - Stinkzwam Beuk Eik 06

BOOM de kampioen. vertelt over de plek die alle bomen over de hele wereld in ons. Er zijn ontelbaar veel boomsoorten en soms heeft een boom

Samenvatting Thema 5 Planten Brugklas Nectar

Eindexamen biologie pilot havo I

Hygroscopische eigenschappen

1 Stoffen worden omgezet. Stofwisseling is het vormen van nieuwe stoffen en het vrijmaken van energie. Kortom alle processen in organismen.

PRESENTATIE BOMENPLAN ISVW

Extra -Laat de kinderen eventueel op internet zoeken naar gezonde en ongezonde bomen

1 Gras Bouw en leefwijze van planten Indeling van de grassen Mengselkeuze Kwaliteit van de graszode 17 1.

Kruidachtigen. Datum: woensdag 8 februari Leerjaar 1 en 2 Tuin, Park en Landschap

Planten en de mens vmbo-b12. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Organismen die organisch en anorganische moleculen kunnen maken of nodig hebben zijn heterotroof

PLANTEN. Basis maakt de vragen 1 t/m 35. Voor iedere vraag kan 1 punt behaald worden

T2. Planten Biosoft TCC - Lyceumstraat

Inhoud. Praktische gegevens 3 - Doelgroep - Leerdoelen - Tijdsduur - Aansluiting bij lesmethoden - Keuze van de onderzoeksplek

1 Kenmerken van de plant De uiterlijke kenmerken van een plant Het inwendige van de plant Afsluiting 21

DE BOMEN DOOR HET BOS ZIEN

Thema 1 De wereld om je heen

BOMEN EN STRUIKEN. IVN Helden 1 Bomen

Antwoorden Biologie Planten

Virtual Classroom Biologie: Objectief: - ter ondersteuning van (plantkunde) praktika en werkstukken

Onderstaande tabellen geven de meest voorkomende afmetingen van hout in België verhandeld.

Hoe groot is onze CO 2 afdruk?

Hout, eigenschappen en soortherkenning

Parken en groenstroken Brede straten Tuinen

Bijlage VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 2. Deze bijlage bevat informatie.

KLEE JENNE ILYANO KARA ROZELIEN QUINN NIENE FLEUR V. NOAH JULES NINA. Project Bomen

Een jonge sequoia opgegroeid tussen de as van een bosbrand en een jonge sequoia in een pot.

Samenvatting Biologie Hoofdstuk 1 Stofwisseling

Meet- en rekenprincipes

BOSSEN. Dwaal door onze groene wereld. Christiane Dorion

Bloeiend plantje Spoor van een dier

Yves de Roder C U R S U S. Wondreacties

Planten en hun omgeving. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Snoeien van (fruit)bomen. De basisbeginselen

NovaWood (Thermo Essen) Gevelbekleding:

Tussentijdse rapportage bastknobbelonderzoek 2007 in Alphen aan den Rijn 20 mei 2007

Handboek (kamp) vuur. Handboek (kamp) vuur

Ongeslachtelijke voortplanting : Een deel van een individu groeit uit tot een nieuw individu.

WORD EEN ECHTE bomenkenner!

Plantenkennis. Coniferen. lijst 1 G41-G31-GB1+2

Projectteam Groen. Advies. Van Haeringenplantsoen. Inventarisatie bomen t.b.v. de renovatie. IB, Groen, 10 april 2017 Maarten H.

Module Het groeien van planten

Opdrachtgever. : Gemeente Breda : Toezichthouder. : J.L. de Jong Deelopdracht / perceel. : Mechelenstraat NTO-formulier nummer : -

RAPPORTAGE BOOMVEILIGHEID

Bomenspeurtocht in het Wilhelminaplantsoen. Van:

Samenvatting Planten VMBO 4a Biologie voor Jou

Bomen in drie seizoenen

Wondreacties. Supportpage TW14

2. Het gewas. Voedergewassen

5 Kansen en knelpunten voor de houtsector en boseigenaren

vormen Bomen IN ONZE SERIE BOMEN VORMEN ZULLEN WE NU DE VERZORGING VAN PRUIMEBOMEN BEHANDELEN. Opkweek van vrijstaande bomen

01 De hut vol info. POSTENTOCHTantwoordblad. biotoopstudie. 4. ja/neen. 5. ja/neen GROEP

Plantekennis. Naam: Teun Laureijs. Klas: G42. Vak: Plantenkennis.

SNOEIEN (LAAN) BOMEN

Van Hallstraat. Prunus avium Plena

Voorbereidende opgaven Examencursus

De aanwasboor, hulpmiddel bij het tellen van jaarringen

Reflectie GEVELTIMMERWERK READER. Mathieu Peters. Fontys PTH Eindhoven. Studentennummer:

Acer freemanii Armstrong

Bijlage VMBO-GL en TL

Samenvatting Biologie Hoofdstuk 5: planten

Bouw zaadplanten. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Samenvatting Biologie Samenvatting hoofdstuk 1 bvj

Bomen. Plantgoed en kwaliteit

Bomenspeurtocht in het Wilhelminaplantsoen. Van:

Vragen. Groeien en bloeien

Synthese 35 Kruiswoordraadsel 36 Ken je de leerstof? 37. Hoofdstuk 2 Hoe zijn bloemplanten opgebouwd? 38 1 Wat zijn bloemplanten?

ONBEKENDE BOOMAANTASTINGEN. December 2009

Houtaantasting onder water -stopt het ooit-

LEVENSGEMEEN SCHAPPEN

Handleiding. Kiezen voor Bomen. voor de leerkracht

Overzicht haagconiferen

1. Geheimen. 2. Zwammen

1 Water Water in de plant Soorten water en waterkwaliteit Verbeteren van de waterkwaliteit Afsluiting 27

5 Borderonderhoud 70 BORDERONDERHOUD

Aantekeningen Hoofdstuk 2: Planten, dieren, mensen KGT

Telen van Kwaliteitshout Wouter Bax, Parenco hout. Parenco hout Wat is kwaliteitshout Welke factoren zijn van belang

Transcriptie:

2013/12 Bos & milieu Bomen In een boom speelt zich een aantal levensprocessen af die zorgen voor de groei. Dit verschijnsel heet fysiologie en komt bij alle levende organismen voor. De belangrijkste levensprocessen in de boom zijn de ademhaling, de vorming van voedingsstoffen, de waterhuishouding en de groei. Ademhaling De ademhaling of dissimilatie van planten vindt plaats in de levende cellen van de bladeren, de stengels en de wortels. Dit proces, dat in chemische zin gelijk aan de ademhaling van mens en dier, vindt 's nachts plaats. Uit zetmeel (koolhydraten) van de plant en zuurstof (O 2 ) uit de lucht worden energie, koolzuurgas (CO 2 ) en water (H 2 O) gevormd volgens de formule: zetmeel + O 2» H 2 O + CO 2 + energie. Vorming van voedingstoffen Groene planten zijn in staat zelf het zetmeel te vormen dat nodig is voor de groei. Voor dit proces zijn koolzuurgas (CO 2 ), water (H 2 O) en energie nodig. De energie is afkomstig van de zonnewarmte. Dit proces van assimilatie vindt overdag plaats en is in principe het omgekeerde van het ademhalingsproces. In formulevorm: zonne-energie + H 2 O + CO 2» zetmeel + O 2

Waterhuishouding Om te groeien hebben planten en bomen water nodig. Het vocht wordt samen met de erin opgeloste minerale voedingsmiddelen via het wortelstelsel uit de grond opgenomen. De opname vindt plaats via de haarwortels die aan het oppervlak uit levende cellen bestaan. Groei De diktegroei van de stam, de wortels en de takken vindt plaats door de vorming van groeiringen. Deze secundaire (dikte)groei is karakteristiek voor houtachtige planten. Het cambium produceert naar binnen toe houtcellen en naar buiten toe bastcellen. De cambiumcellen die een gesloten ring vormen blijven het hele jaar actief. Het aantal bastcellen dat wordt gevormd is veel kleiner dan het aantal houtcellen, waardoor een boom meer hout dan bast heeft. Door het afzetten van hout- en bastcellen neemt de omvang van de boom toe. Om een gesloten ring te blijven vormen moet de cambiumzone groter worden. Daarvoor worden in de richting van de omtrek extra cellen gevormd. Dit verschijnsel wordt dilatatie genoemd. 2 van 6

De jaarlijks gevormde houtcellen zijn op het kopse vlak herkenbaar als groeiringen. In perioden van droogte - bij ons het najaar en winter- stagneert de groei en vormt zich een smallere laag die vaak donkerder van kleur is. Dit wordt het laathout genoemd. De laag die in de niet droge periode wordt gevormd wordt vroeghout genoemd. Zo vormt zich elk jaar een groeiring die daarom ook jaarring wordt genoemd. In streken waar meerdere droge perioden in een jaar voorkomen, kunnen zich jaarlijks echter meerdere groeiringen vormen. In sommige tropische streken, waar geen drogere perioden voorkomen, zijn in het hout geen duidelijke groeiringen waarneembaar. Groeiringen Bij de meeste naaldhoutsoorten en bij ringporig loofhout dat in aan het begin van het groeiseizoen een ring met veel grote vaten vormt en later minder en kleinere vaten, is er een verband tussen de breedte van de groeiringen en de volumieke massa. Bij naaldhoutsoorten neemt de volumieke massa af als de groeiringen breder worden. Bij ringporig loofhout daarentegen neemt bij toename van de groeiringbreedte de volumieke massa juist toe. De groeiring wordt gevormd door het vroeg- en het laathout. Naaldhout maakt laathout aan met een hoge volumieke massa. Deze zones hebben een relatief constante breedte. De breedte van de groeiringen wordt bepaald door de breedte van het vroeghout. Ringporig loofhout (bijvoorbeeld eiken en essen) maakt in de lente een grote concentratie open vaten aan. De dikte van dit vroeghout is relatief constant. Bij deze houtsoorten wordt de groeiringbreedte bepaald door de dikte van het laathout. Deze regel geldt niet bij verspreidporig loofhout als populieren en beuken. 3 van 6

Groeiringen in naaldhout Uiterlijk van een boom Een boom onderscheidt zich van andere planten door het aanwezig zijn van een stam en een kroon. Als de stam laag is of zich al op de grond vertakt, spreken we van een struik of heester. De grens tussen boom en struik is niet scherp. De stam De vorm van de stam kan zijn: rond (cilindrisch); onregelmatig van vorm, hierbij zijn er veelal diepe groeven in de bast; kegelvormig, dat wil zeggen dat in de hoogte de diameter geleidelijk afneemt. Soms neemt de diameter van de stam relatief snel af. De kroon De vorm van de kroon wordt bepaald door de wijze waarop de stam in de kroon doorloopt. Ook spelen een rol de hoogte waarop en de stand waarin de takken zijn ingeplant en de lengte en dikte van de takken. De volgende kroonvormen worden onderscheiden: 4 van 6

de ovale tot langwerpige kroon (meest voorkomend, o.a. bij eiken, beuken en essen); de kogelronde kroon (o.a. kersen, linden en pruimen); de brede kroon (vrij plat zoals bij appelbomen); de kegel- of piramidevormige kroon (veelal naaldhoutsoorten als spar en douglas); de schermvormige kroon, waarbij de takken naar boven groeien, de buitenste wat meer dan de binnenste. Deze vorm vinden we bijvoorbeeld bij de ceder (Cedrus spp.); de zuilvormige kroon waarbij de takken over een grote lengte van de stam even lang zijn (zoals populier en cipres); de treurvormige kroon waarbij takken en twijgen min of meer naar beneden hangen. Deze vorm komt bij verschillende houtsoorten voor en wordt soms kunstmatig gecreëerd door enten en/of snoeien of door selectie. Een voorbeeld is de 'Schneefichte' die in Zuid-Duitsland en Oostenrijk voorkomt. Deze spar heeft zeer sterk afhangende takken. 5 van 6

De boomvorm (habitus) bepaalt in sterke mate de hoeveelheid beschikbaar hout. Een grote boom met een zware kroon heeft dikkere takken waardoor de hoeveelheid bruikbaar hout beperkter is. Bij alleenstaande (solitaire) bomen ontwikkelt de kroon zich beter waardoor de hoeveelheid bruikbaar hout minder is. In een gesloten bosformatie (bosopstand) daarentegen is de ontwikkeling van de kronen kleiner en de hoeveelheid beschikbaar hout groter. EINDE 6 van 6