Naam:.. Klas:. Mentor: Lees elke bewering goed door en beantwoord, door een vakje aan te kruisen, hoe jij over de bewering denkt. Je kunt kiezen tussen: - en - -. 1. Als ik een nieuwsbericht lees dan begrijp ik na één keer lezen al wat de schrijver bedoelt 2. Woorden leren (voor Spaans of Duits bijvoorbeeld) kost mij veel tijd. Ik vind dat lastig 3. Voor Mens en Maatschappij lukt het me goed om alle informatie uit de teksten te onthouden 4. Als ik informatie op internet vind dan twijfel ik vaak of het wel de juiste informatie is 5. Als ik in een tekst de kernwoorden moet onderstrepen, dan lukt me dit wel 6. Het kost mij veel tijd om iets uit mijn hoofd te leren 7. Ik probeer op een andere, creatieve manier te leren, met bijvoorbeeld een mindmap of samenvatting met verschillende kleuren 1
8. heb ik zoveel taken en opdrachten in één week of op één dag dat ik door de bomen het bos meer zie 9. Voor een toets, zorg ik dat ik voldoende tijd heb om te leren 10. Ik vind het vervelend om hulp te vragen en doe dat liever 11. Mijn kluisje is onoverzichtelijk 12. Ik heb een goed werkende passer, geo-driehoek, rekenmachine, potlood, gum en pen als ik op school ben 13. Ik kom er tijdens de les wel eens achter dat ik opgaven allemaal heb gemaakt of dat ik de verkeerde opgaven heb gemaakt 14. Ik ga zelf onderzoeken wat ik precies moet doen voor een toets en als het mij duidelijk is, dan vraag ik het aan de expert 15. Bij samenwerking in mijn groepje, neem ik mijn verantwoording om een eerlijk deel van de taak op me te nemen 16. Presenteren vind ik zo fijn om te doen. Ik krijg er veel stress van 17. Ik heb wel zin om aan mijn schooltaken te werken 18. Als ik een slecht cijfer haal, dan komt dat doordat de expert onduidelijk of te weinig uitleg heeft gegeven 2
19. Ik kan me goed afsluiten voor dingen om me heen óf ik zoek een rustig plekje op als ik aan een lastige schooltaak werk 20. Bij een slecht cijfer denk ik pech gehad, de volgende keer gaat het hopelijk beter. Ik kijk die slechte toets dan meer in 21. Als ik een deadline heb voor het inleveren van een werkstuk dan ben ik ruim op tijd klaar 22. Een stuk tekst voor het vak Mens en Natuur, moet ik een paar keer lezen voordat ik snap wat er staat 23. Om rijtjes woorden te leren voor Engels, gebruik ik een handige manier om ze te onthouden 24. Het leren van teksten vind ik best moeilijk 25. Ik ben heel handig in het vinden van informatie op internet 26. Als ik een tekst moet samenvatten dan ben ik vaak bang dat ik belangrijke dingen weglaat 27. Ik probeer moeilijke begrippen alleen letterlijk uit mijn hoofd te leren, als ik ook in mijn eigen woorden kan vertellen wat het betekent 3
28. Ik zou wel eens op een handigere, snellere manier willen leren voor een toets, maar weet hoe ik dat aan moet pakken 29. Ik weet altijd precies welke taken het belangrijkst zijn om als eerste te doen 30. Ik kijk pas aan het einde van het weekend of ik nog huiswerk heb. Ik heb daar op vrijdagmiddag en zaterdag echt geen zin in 31. Al mijn schooltaken staan duidelijk in mijn agenda of een ander overzicht (zoals afvinklijst) 32. Ik vergeet wel eens mijn schrift of boek voor de les die ik dat blok heb 33. Ik gebruik ezelsbruggetjes om dingen te onthouden 34. Ik moet lang zoeken naar schoolspullen omdat ik meer precies weet het ligt 35. Samenwerken is leuk omdat dan de sterkste kanten van ieder persoon uit je groep worden gecombineerd 36. Ik ben snel afgeleid in de les 37. Ik controleer in het weekend of ik al mijn taken van de vorige week af heb 4
38. Als de expert geen duidelijke samenvatting of overzicht geeft van de leerstof, dan kan ik de toets goed voorbereiden 39. Ik vraag hulp aan klasgenoten of de expert als ik de stof begrijp 40. Bij samenwerking vind ik het vervelend dat er steeds dingen overlegd moeten worden 41. Ik kan goed presenteren 42. Ik vind regelmatig dat mijn schooltaken echt nuttig zijn om te doen 43. Ik ben zelf verantwoordelijk voor mijn prestaties 44. Als ik een opdracht lastig vind, dan heb ik de neiging om het uit te stellen 45. Als ik een slecht cijfer haal, dan weet ik vaak goed dat aan ligt 46. Ik moet vaak vreselijk stressen om mijn inlevertaken op tijd af te hebben 47. Mijn kamer is opgeruimd en overzichtelijk 48. Als ik iets geleerd heb voor een toets, dan ben ik het een week later weer kwijt 49. Als ik een moeilijke of vervelende opdracht moet maken en inleveren, dan dwing ik mezelf om er toch snel aan te beginnen 50. Ik werk liever zelfstandig aan een werkstuk, dan in een groepje 5
51. Het is voor mij nodig om heel erg goed georganiseerd te zijn 52. Als ik me goed aan mijn planning houdt, dan lijden mijn cijfers eronder 6