Successiewet les 2 programma Successierecht Wetsficties Bedrijfsopvolgingsfaciliteit Aangifte 1 Wetsficties 1 van 11 Schuldigerkenning niet-registergoederen art. 8-1 SW Om het ontgaan van successierecht tegen te gaan worden volgens art. 8 SW alle aanwezige goederen geacht tot het vermogen van de erflater te behoren tenzij het tegendeel blijkt (bewijs leveren). Bovenmatige rente over erfrechtelijke schulden art. 9-2 SW Nalatenschap mag worden verkleind door erfrechtelijke schuld, maar niet met meer dan 6% samengestelde rente per jaar. Is de rente > 6% dan is bovenmatige deel een fictieve verkrijging art. 9-2 SW. 2 Wetsficties 2 van 11 Omzetten eigendom in vruchtgebruik art. 10 SW voorbeeld 1 Vader (57 jr) draagt in 2000 zijn woning aan zijn dochter (einig kind) over onder voorbehoud van het gebruik. De woning is 350.000 waard. In 2015 overlijdt vader. De woning is dan 600.000 waard. Dochter verkrijgt een fictief legaat (art. 10 SW). De verkrijgingsprijs is dan gelijk aan: WEV -/- waarde vruchtgebruik -/- rente over waarde blote eigendom. zie art. 5 Uitv.besl. SW zie art. 10 Uitv.besl. SW Belaste verkrijging 600.000 Af: blote eigendom 100% -/- (11 x 6%) van 350.000 -/- 119.000 Af: rentederving 15 jr x 6% van 119.000 art. 7-3 SW -/- 107.100 Totale verkrijging 373.900 3 Laman Opleiding & Advies 1
Wetsficties 3 van 11 Totale verkrijging 373.900 Vrijstelling kind - art. 32-1-4 sub c -19.535 Belaste verkrijging 354.365 Verschuldigde erfbelasting 10% over 117.214 11.721 20% over rest 47.430 + 59.151 Af: bij verkrijging blote eigendom betaalde overdrachtsbelasting 6% van 119.000-7.140 Af: rentederving 15 jr x 6% van 7.140-6.426 + -13.566 Te betalen erfbelasting 45.585 4 Wetsficties 4 van 11 Cumulatieve voorwaarden art. 10 SW 1. Vruchtgebruik is ontstaan door rechtshandeling van de erflater waardoor een goed (zaak of recht) zijn vermogen verlaat art. 10-1 SW. (Let op: de regel geldt dus niet bij verkrijging krachtens testament!); 2. Erflater heeft tot aan zijn dood het vruchtgebruik gehad art. 10-4 sub b SW. (Ook goed: overlijdt binnen 180 dagen na einde vruchtgebruik) 3. De bloot eigenaren zijn bloed- en aanverwanten t/m vierde graad en/of echtgenoot/partner zie art. 10-4 sub a SW. 5 Wetsfictie 5 van 11 Verkoop met uitgestelde levering art. 11 SW Vader verkoopt een pakket aandelen ter waarde van 1.000.000 aan zijn kinderen. Er wordt pas geleverd bij overlijden. Als de verkrijger naaste familie is van de erflater dan is de aflevering bij overlijden een fictieve verkrijging art. 11-5 SW. 6 Laman Opleiding & Advies 2
Wetsficties 6 van 11 Bedingen art. 11-2 SW voorbeeld Moeder drijft samen met haar dochter een kapsalon als VOF. In het VOF-contract is bepaald dat bij overlijden van een van hen diens aandeel in de VOF tegen een bepaalde prijs door de ander kan worden overgenomen. Die ander verkrijgt dan niet krachtens erfrecht maar krachtens overeenkomst (het beding). Gevolg: niet belast. Wetgever: als de prijs lager is dan de WEV is sprake van een fictieve erfrechtelijke verkrijging art. 11-2 SW. Deze bepaling geldt alleen bij verkrijgingen door bloed- en aanverwanten t/m vierde graad en/of echtgenoot/partner art. 11-5 SW. 7 Wetsficties 7 van 11 Schuldigerkenning of kwijtschelding onder voorwaarde van overleving (art 11-3 SW) De wet onthoudt aan schuldigerkenning of kwijtschelding bij testament betekenis. Vader leent 100.000 aan zijn dochter. In zijn testament bepaalt hij, dat de schuld na zijn overlijden niet behoeft te worden terugbetaald (= kwijtschelding). Naar het privaatrecht beoordeelt, is geen sprake van een erfrechtelijke verkrijging, maar via art. 11-3 wel fictief voor SW. 8 Wetsficties 8 van 11 Verblijvingsbeding art. 11-4 SW Als partijen buiten gemeenschap van goederen gehuwd zijn, wordt er soms een verblijvingsbeding bij de huwelijksvoorwaarden opgenomen. Bij overlijden verkrijgt de langstlevende echtgenoot dan de gehele huwelijksgoederengemeenschap. De langlevende echtgenoot verkrijgt dus ook het deel van de ander. Naar het privaatrecht beoordeelt, is geen sprake van een erfrechtelijke verkrijging, maar via art. 11-4 wel fictief voor SW. 9 Laman Opleiding & Advies 3
Wetsficties 9 van 11 Finaal verrekenbeding art. 11-4 SW Als partijen buiten gemeenschap van goederen gehuwd zijn, wordt er soms in de huwelijkse voorwaarden een finaal verrekenbeding opgenomen. Bij overlijden wordt gedaan alsof partijen in gemeenschap van goederen gehuwd waren. Voor zover 50% van de gemeenschap meer is dan waar de langstlevende voor het overlijden recht op had, is sprake van een fictieve verkrijging art. 11-4 SW. Martha bezit 1 mln. en John 100.000. Martha overlijdt. Door het finaal verrekenbeding vloeien de vermogens samen. Ieder heeft recht op 550.000. De nalatenschap bedraagt 550.000. Fictieve verkrijging 450.000. De fictie geldt niet bij wederkerig verrekenbeding art. 11-4 SW. 10 Wetsficties 10 van 11 Verkrijging uit een levensverzekering (art. 13 SW) Voorbeeld Ron en Elke zijn op huwelijkse voorwaarden gehuwd. Ron heeft een levensverzekering waarvoor hij de premie betaalt. De verzekering keert bij zijn overlijden 50.000 uit aan Elke. De uitkering is in art. 13 SW gelijkgesteld aan een erfrechtelijke verkrijging. Er is geen verkrijging als wordt uitgekeerd aan degene die de premie voldeed kruislingse premiebetaling. Voor in gemeenschap van goederen gehuwden geldt dat helft van de uitkering als erfrechtelijke verkrijging wordt aangemerkt. 11 Wetsficties 11 van 11 Vrijval pensioenverplichting (art. 13a SW) Ondernemers kiezen er vaak voor hun pensioenopbouw via een (pensioen-) BV in eigen beheer te houden. Als de ondernemer overlijdt, stijgt de waarde van de aandelen van de BV door het wegvallen van de (latente) verplichting. Deze waardestijging wordt via art. 13a SW bij AB-houders belast. 12 Laman Opleiding & Advies 4
Bedrijfsopvolgingsfaciliteit 1 van 7 Waarvoor vrijstelling Op grond van art. 35b SW geldt een vrijstelling bij vererving of schenking van: elke materiële onderneming van IB-ondernemer (eenmanszaak/vof) (soms ook commandiet); aandelen in elke BV waarin 1 e een materiële onderneming wordt gedreven en 2 e erflater/schenker een AB ( 5%) heeft; onroerende zaken die 1 e bij erflater/schenker onder de TBS-regeling vallen en 2 e dienstbaar zijn aan de onderneming van de AB-BV. 13 Bedrijfsopvolgingsfaciliteit 2 van 7 Omvang vrijstelling Waarde onderneming: t/m 1.045.611: 100% vrij; boven 1.045.611: 83% vrij; positief verschil liquidatiewaarde -/- going concernwaarde (is vrijgesteld). Waarde = going concernwaarde of lagere liquidatiewaarde. Extra faciliteit Ontvanger verleent desgevraagd 10 jaar rentedragend uitstel van betaling voor de over het belaste deel verschuldigde belasting - art. 25-12 IW. 14 Bedrijfsopvolgingsfaciliteit 3 van 7 Voorwaarden vrijstelling geldt alleen als onderneming/bv hoofdzakelijk (>70%) ondernemersactiviteiten verricht (bij BV wordt het vermogen zo nodig gesplitst in een deel ondernemingsvermogen en een deel beleggingsvermogen); bij erven: erflater was min. 1 jr. ondernemer/ab-houder, bij schenken: schenker was min. 5 jr. ondernemer/ab-houder; onderneming/ab-schap wordt min. 5 jr. voortgezet (de verkrijging wordt anders alsnog belast); vrijstelling uitsluitend op verzoek. 15 Laman Opleiding & Advies 5
Bedrijfsopvolgingsfaciliteit 4 van 7 Voorbeeld 1 Bob en Job erven van hun vader een IB-onderneming. Going-concernwaarde 1.645.611, liquidatiewaarde 1.845.611. Vrijstelling Liquidatiewaarde 1.845.611 200.000 vrij (100%) Going-concernwaarde 1.645.611 498.000 vrij (83%) art. 35b SW 1.045.611 1.045.611 vrij (100%) Belast deel: 1.845.611 -/- 1.745.611 = 102.000. 16 Bedrijfsopvolgingsfaciliteit 5 van 7 vader Voorbeeld 2 Vader verhuurt bedrijfspand aan zijn 100% Werk-BV. Vader heeft indirect een AB in Werk-BV TBS-regeling. Vader overlijdt. verhuur Holding BV 100% Werk BV Situatie 1 Sjors erft aandelen + pand faciliteit geldt voor aandelen BV + pand Situatie 2 Daan erft aandelen faciliteit geldt (alleen) voor aandelen BV Sjors erft pand faciliteit niet van toepassing, belast! Art. 35c-5-a SW: bij indirect belang van min. 5% worden de ondernemersactiviteiten van Werk-BV aan Holding-BV toegerekend. 17 Bedrijfsopvolgingsfaciliteit 6 van 7 Voorbeeld 3 Vader bezit een woning ( 600.000) en een onderneming ( 1.800.000). Vader overlijdt en laat twee zonen na die elk voor 50% erven. Rob heeft geen interesse in het bedrijf; bedrijf wordt aan Bob toebedeeld. Situatie voor Bob Waarde verkrijging 1.800.000 Af: overbedelingsschuld aan Rob nalatenschap 2.400.000 : 2 elk 1.200.000 Bob krijgt 1.800.000, recht op 1.200.000 overbedeling 600.000 - Blijft 1.200.000 Vrijstelling BOF (35b SW) 1.028.132 + 83% van 800.000 = 1.692.132 doch max. 1.200.000 Belast 0 18 Laman Opleiding & Advies 6
Bedrijfsopvolgingsfaciliteit 7 van 7 Voorbeeld 3 Vader bezit een woning ( 600.000) en een onderneming ( 1.800.000). Vader overlijdt en laat twee zonen na die elk voor 50% erven. Bob wil bedrijf voortzetten, Rob heeft geen interesse. Situatie voor Rob Waarde verkrijging (de woning) 600.000 Bij: onderbedelingsvordering op Bob nalatenschap 2.400.000 : 2 elk 1.200.000 Rob krijgt 600.000, recht op 1.200.000 onderbedeling 600.000 + Belast 1.200.000 Rob kan 10 jr. rentedragend uitstel krijgen voor erfbelasting over ondernemingsdeel. 19 Aangifte SW Erfbelasting Wordt geheven van elke verkrijger/erfgenaam. Belastingdienst reikt binnen 4 maanden na overlijden een aangifte uit aan de erven; mag volstaan met één aangiftebiljet art. 39 SW. Na 8 maanden nog geen biljet ontvangen: zelf om vragen. Schenkbelasting Verkrijger moet binnen 2 maanden na afloop kalenderjaar waarin hij de schenking ontving aangifte doen art. 46 SW. Alle in een jaar van dezelfde schenker (pa=ma) ontvangen schenkingen bij elkaar optellen. 20 einde 21 Laman Opleiding & Advies 7