Inkomstenbelasting winst 4 programma Fiscale reserves Uitleg kostenegalisatiereserve Uitleg herinvesteringsreserve Uitleg fiscale oudedagsreserve 1 Fiscale reserves Artikel 3.53 1. Bij het bepalen van de in een kalenderjaar genoten winst kan worden gereserveerd: a. tot gelijkmatige verdeling van kosten en lasten (egalisatiereserve); b. tot herinvestering in bedrijfsmiddelen volgens artikel 3.54 (herinvesteringsreserve) en c. voor de oude dag volgens paragraaf 3.2.3 (oudedagsreserve). Fiscaal kennen wij dus de volgende reserves: de kostenegalisatiereserve; de herinvesteringsreserve; de oudedagsreserve. 2 Egalisatiereserve Doel Gelijkmatige verdeling van uitgaven over de jaren waarin zij ontstaan. Voorwaarden Kosten moeten zijn opgeroepen door bedrijfsuitoefening in voorgaande jaren; Belastingplichtige is stellig van plan de kosten te maken; Moet gaan om kosten en niet om verbetering of vernieuwing; Het te reserveren bedrag moet worden ingeschat uitgaande van het prijsniveau in het eerste jaar; Inhaaldotaties zijn alleen toegestaan voor zover de prijs inmiddels is gestegen, dus tot het huidige prijsniveau. 3 1
Oefening 1a Ondernemer koopt een pand in jaar 1. Eenmaal in de 10 jaar moet het pand worden geschilderd. De kosten worden in jaar 3 geschat op 20.000 (prijspeil jaar 3). Ondernemer doteert in jaar 3 voor het eerst aan een kostenegalisatiereserve. Gevraagd Hoeveel mag hij in jaar 3 doteren aan de reserve? Antwoord 20.000 x 10% = 2.000. Inhaaldotaties voor de jaren 1 en 2 zijn niet toegestaan! 4 Oefening 1b Een ondernemer koopt een pand in jaar 1. Eenmaal in de 10 jaar moet het pand worden geschilderd. In jaar 3 brengt een schilder offerte uit: 20.000. De ondernemer begint in jaar 3 met doteren aan reserve. In jaar 5 brengt de schilder een nieuwe offerte uit: 30.000. Gevraagd Hoeveel mag de ondernemer doteren in jaar 5? Over de jaren 1 en 2 mag niet worden gedoteerd! Antwoord Omschrijving na offerte 2 na offerte 1 Dotatie Voor jaar 5: 3.000 Inhaaldotatie wegens prijsstijging Voor jaar 1 0 0 Voor jaar 2 0 0 Voor jaar 3 3.000 2.000 Voor jaar 4 3.000 + 2.000 + Totaal inhaaldotatie 6.000 -/- 4.000 = 2.000 + Totaal doteren in jaar 5 5.000 5 Herinvesteringsreserve 1 van 5 Artikel 3.54 1. Indien bij vervreemding ( ) de opbrengst de boekwaarde ( ) overtreft, kan ( ) het verschil gereserveerd worden en blijven tot vermindering van de ( ) aanschaffings- of voortbrengingskosten van bedrijfsmiddelen die ( ) worden aangeschaft of voortgebracht, indien en zolang het voornemen tot herinvestering van de opbrengst bestaat. Doel Voorkomen dat over de bij verkoop van een bedrijfsmiddel behaalde boekwinst belasting moet worden betaald. 6 2
Herinvesteringsreserve 2 van 5 Hoe Artikel 3.54 2. Afboeking van de herinvesteringsreserve ( ) vindt plaats voorzover ( ) de boekwaarden ( ) door die afboeking niet daalt beneden het bedrag van de boekwaarde onmiddellijk voorafgaande aan de vervreemding van het bedrijfsmiddel ter zake waarvan de herinvesteringsreserve is gevormd. Dus: herinvesteringsreserve komt in mindering op investeringsbedrag van het nieuwe actief (verplicht); resterende boekwaarde nieuwe actief mag nooit lager worden dan boekwaarde oude actief! 7 Herinvesteringsreserve 3 van 5 Eisen Artikel 3.54 5. Een herinvesteringsreserve wordt uiterlijk in het derde jaar na het jaar waarin de reserve is ontstaan, in de winst opgenomen, behalve voorzover: a. in verband met de aard van de ( ) bedrijfsmiddelen een langer tijdvak is vereist of b. de aanschaffing of voortbrenging, mits daaraan een begin van uitvoering is gegeven, door bijzondere omstandigheden is vertraagd. Dus: Opbrengst bij verkoop is meer dan boekwaarde. Stellige voornemen tot doen van nieuwe investering. Investering moet binnen max. lopende jaar + 3 jaar een feit zijn anders valt reserve vrij winst (tenzij ) 8 Herinvesteringsreserve 4 van 5 Hoofdregel Maakt niet uit hoe de reserve ontstond noch waar je hem op afboekt. Voorbeeld Bij de verkoop van een bedrijfsauto wordt een boekwinst behaald. Deze boekwinst wordt aan een herinvesteringreserve toegevoegd. Later wordt een nieuwe kopieermachine aangeschaft De herinvesteringsreserve komt nu in mindering op de aanschafwaarde van de computer. Journaal Bank 5.500 Kopieermachine 3.000 Aan Bedrijfsauto 3.000 Herinvesteringsres. 1.000 Aan Herinvesteringsres. 2.500 Aan Bank 4.000 De boekwaarde van het nieuwe actief mag nooit lager worden dan de boekwaarde van het oude actief. 9 3
Herinvesteringsreserve 5 van 5 Twee uitzonderingen 1. Lid 3 - dotatie komt van actief waarop niet werd afgeschreven of waarop langer dan 10 jaar werd afgeschreven (vaak onroerende zaak) geen verplichte afname bij investeringen in actief met andere economische functie. (reserve ontstaan bij verkoop pand mag je bewaren voor aankoop nieuw pand) 2. Lid 4 - bij investering in actief waarop niet wordt afgeschreven (grond) of waarop langer dan 10 jaar wordt afgeschreven (panden) mag de reserve alleen in mindering worden gebracht als (dat deel van) de reserve is ontstaan bij vervreemding (verkoop) van een actief met dezelfde economische functie. (op aankoop pand mag je alleen dat deel van de HIR dat is ontstaan bij verkoop van een pand afboeken) 10 Oefening 2-a Een computersysteem heeft een afschrijvingstermijn van vijf jaren en een boekwaarde van 4.000. Dit computersysteem wordt voor 5.000 verkocht. Gevraagd 1. Hoe groot kan de herinvesteringsreserve zijn? 2. Mag deze herinvesteringsreserve afgeboekt worden op de aanschaf van een pand? Antwoord 1. De stand van de herinvetseringsreserve wordt: Opbrengst 5.000 Boekwaarde 4.000 af Boekwinst = dotatie 1.000 mits voornemen tot herinvestering bestaat. 2. Nee, de afschrijvingstermijn van de computer is 5 jaar; voldoet dus niet aan de eis van art. 54-4 Wet IB. 11 Oefening 2-b Een computersysteem had een afschrijvingstermijn van vijf jaren en een boekwaarde van 4.000. Dit computersysteem werd voor 5.000 verkocht. De boekwinst werd aan een herinvesteringsreserve toegevoegd. In het daaropvolgende jaar koopt de ondernemer een draaibank voor 4.800. Vraag 1 Mag de herinvesteringsreserve op de aanschaf van een draaibank afgeboekt worden? Ja. Vraag 2 Hoeveel bedraagt de boekwaarde van de draaibank na de afboeking? Investeringsbedrag 4.800 4.800 Herinvesteringsreserve 1.000 -/- 800 -/- Geeft als boekwaarde 3.800 is te laag daarom 4.000 12 4
Oudedagsreserve Artikel 3.67 1. De ondernemer die aan het urencriterium voldoet en ( ) de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt, kan ( ) toevoegen aan de oudedagsreserve. Artikel 3.68 1. De toevoeging ( ) bedraagt 10,9% van de winst ( ) maar niet meer dan 9.542 ( ) verminderd met ( ) premies ( ) voor pensioenregelingen. 2. De ( ) toevoeging bedraagt ten hoogste het bedrag waarmee het ondernemingsvermogen bij het einde van het kalenderjaar de oudedagsreserve bij het begin van het kalenderjaar te boven gaat. Voorwaarden voldoen aan urencriterium zie art. 3.6; op 1 januari (0.00 uur) van kalenderjaar jonger dan 65 jaar; premies voor pensioenvoorzieningen verkleinen de ruimte; dotatie max. ondernemingsvermogen 31-12 minus FOR 01-01 13 Afwijkend winstbegrip Artikel 3.68 3. ( ) wordt onder winst verstaan: de winst voor toevoeging aan en afneming van de oudedagsreserve en vermeerderd met de premies en andere bijdragen als bedoeld in het eerste lid, maar met uitzondering van voorbeeld Notaris Turan neemt deel aan de pensioenregeling van de broederschap van notarissen. Turan betaalde dit jaar 6.000 premie bij een winst van 60.000. Winst voor FOR Winst 60.000 Bij: premie verplichte pensioenregeling 6.000 + (zie art. 3.68-1) Winst t.b.v. FOR 66.000 Dotatie Percentage van de winst 10,9% van 66.000 7.194 Maximum 9.542 altijd laagste bedrag Laagste van deze twee 7.194 Af: premies verplichte pensioenregeling 6.000 -/- Ruimte voor FOR 1.194 14 Afname van de FOR 1 van 2 Artikel 3.70 1. De oudedagsreserve neemt af met: a. een ( ) te kiezen bedrag, maar met ten hoogste ( ) de premies voor lijfrenten ; b. het bedrag waarmee de oudedagsreserve het ondernemingsvermogen bij het einde van het kalenderjaar overtreft indien: 1. ( ) de onderneming of een gedeelte van de onderneming is gestaakt; 2. de belastingplichtige ( ) de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt of 3. de belastingplichtige in het kalenderjaar en in het voorafgaande kalenderjaar niet aan het urencriterium voldoet. 2. Het bedrag van de afnemingen wordt in de winst opgenomen. 15 5
Afname van de FOR 2 van 2 Dus FOR afbouwen: Vrijwillig tot max. betaalde lijfrentepremies (art. 3.128), Verplicht tot 0 (nihil) bij algehele bedrijfsbeëindiging (art. 3.70) of tot niveau ondernemingsvermogen: bij begin kalenderjaar 65 jaar of ouder (of); bij staken (zelfstandig) deel van de onderneming (of); voldoet in kalenderjaar en voorgaande jaar niet aan urencriterium. 16 Oefening 3 1 van 2 De winst uit onderneming bedraagt over 2014 64.000. In dit resultaat zit 6.000 verwerkt aan betaalde pensioenpremies. Het ondernemingsvermogen bedroeg op 31 december 2014 100.000. De stand van de FOR was aan het begin van dat jaar 98.000. De ondernemer is 35 jaar en voldoet aan het urencriterium. Gevraagd Hoeveel mag de ondernemer doteren aan zijn FOR? 17 Oefening 3 2 van 2 Uitwerking Winst voor FOR Winst 64.000 Bij: premie verplichte pensioenregeling 6.000 + (zie art. 3.68-1) Winst t.b.v. FOR 70.000 Dotatie Percentage van de winst 10,9% van 70.000 7.630 Maximum 9.542 altijd laagste bedrag Laagste van deze twee 7.630 Af: premies verplichte pensioenregeling 6.000 -/- Ruimte voor FOR 1.630 Ondernemingsvermogen 31-12 100.000 Stand FOR per 1-1 98.000 altijd laagste bedrag Ruimte voor dotatie op basis vermogen 2.000 Maximale dotatie aan FOR 2.000 18 6
EINDE 19 7