Interpretatie van laboratoriumuitslagen

Vergelijkbare documenten
KLINISCHE CHEMIE. REFER002 Referentiewaarde Overzicht intern Klinische Chemie /H.v.I./Versie1. referentie waarden.

het anemieprotocol in de eerstelijn

Reflecterend testen. Een kwaliteitsverbetering voor huisarts en patient. Jeffrey Keuren, klinisch chemicus i.o. Atrium Medisch Centrum, Heerlen

Referentiewaarden. KLINISCHE CHEMIE Bepaling Eenheid Leeftijd / geslacht. Referentie waarden. Bronvermelding

Laboratoriumonderzoek bij vraagstelling/behandeling anemie

Referentiewaarden. 1/11 Documentnummer 314, versie 44

Hartfalen dubieus. Hartfalen onwaarschijnlijk

Referentiewaarden Klinisch Chemisch Hematologisch Laboratorium Zuyderland Medisch Centrum Locatie Heerlen Datum:

Reflecterend testen in de huisartsenpraktijk. Rein Hoedemakers / Peter van t Sant Klinisch chemici

Allemaal Beestjes. Eline van der Hagen Kcio 15 juni 2017

Onder- Boven- Onder- Bovengrens. (werk- a1-antitrip. A 0,9 2 0,9 2 g/l 3-5

Reticulocyten ,43 2, Hemoglobine (Hb) ,82 1,71

Versie: 038 Geldig vanaf: 23/10/2015. Referentiewaarden O.5.08/01a

Referentiewaarden Certe divisie Klinische chemie en hematologie (02/2015)

REFERENTIEWAARDEN (vanaf 1 maart 2013)

Referentiewaarden Klinisch Chemisch Hematologisch Laboratorium


Onze partners Symposium Chronische Nierschade 29 oktober 2012

REFERENTIEWAARDEN (vanaf 1 januari 2015)

Referentiewaarden (nieuw per januari 2012)

ACHTERGRONDEN BIJ DE CASUSSCHETSEN INCLUSIEF LEERDOELEN EN STELLINGEN

REFERENTIE-INTERVALLEN (vanaf 1 juni 2018)

Concentratie-en verdunningsproef ,70 0,58 (maximaal 6 x)

Mocht uw onderzoek er niet bij zijn dan kunt u contact opnemen door een mail te sturen naar contact@mdca.nl

Normocytaire anemie. Dr. Paul Berendes, arts klinische chemie ASZ Dr. Peter Westerweel, internist-hematoloog ASZ

Topics in Chronic Disease. Chronische Nierschade en de huisarts

Adviseren over specialistisch onderzoek: hemoglobinopathieën

Referentiewaarden Klinische Chemie Eenheid Hond Kat Eiwitten Eenheid Hond Kat Pancreas Darm Eenheid Hond Kat Bloedgassen Eenheid Hond Kat

ACUUT CORONAIR SYNDROOM

U/L mannen vrouwen. < 140 < 98 < 115 Ammoniak µmol/l Amylase < 107 U/L Androsteendion mannen vrouwen

WORKSHOP ANEMIE. een Maastrichtse aanpak. Michel van Gelder internist-hematoloog

Rationeel aanvragen De waarde van Spiegelinformatie over de aap en de mouw

Tarieven Laboratorium diagnostiek 2015

Nieuwsbrief nr. 01, maart 2012, 1 e lijn

Tarieven Laboratorium diagnostiek 2016

Nederlandse samenvatting

Certe tarievenlijst 2019 huisartsenlaboratorium en klinische chemie. Aanvraag Specificatie NZA-code Code tarief Hematologie

Deze tarievenlijst kan onvolkomenheden bevatten en hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

De oudere patiënt met comorbiditeit

Anemie en zwangerschap

Referentiewaarden (nieuw per augustus 2010)

Laboratorium & kliniek

Referentiewaarden Eerste druk, Klinisch Chemisch Hematologisch Laboratorium Apeldoorn, Zutphen

Versie 4 Ingangsdatum: Februari 2014 Controledatum: februari 2016

Ontstekingsparameters in de huisartspraktijk. Warffum 2012

CASUSSCHETSEN. Op het CB wordt aan voedselallergie gedacht en hypo-allergene voeding geadviseerd.

Voedselallergie; kliniek en diagnostiek

Programma. Pijn op de borst Hartkloppingen AF en Nieuwe behandelmethodes

1 Inleiding Hoe verloopt het transport van stoffen in het lichaam? Wat zijn redenen om een laboratoriumtest aan te vragen?

Leverenzymstoornissen. Peter van Bommel, Dirk Bakkeren & Martijn ter Borg

Trombocytose. Dr. Dimitri Breems, internist-hematoloog ZNA Stuivenberg ZNA Medisch Centrum Regatta 3 juni 2014

Op hoop van zegen Johan de Vries

Maligne hematologie. Asia Ropela, internist-oncoloog St.Jansdal ziekenhuis 22 maart 2014

Checklist Bloedonderzoek

Referentiewaardelijst bepalingen

IJzer en Cystic Fibrosis. Renske van der Meer Longarts-onderzoeker Haga Ziekenhuis

Kostenoverzicht Laboratoriumdiagnostiek Certe Huisartsenlaboratorium Basis prijslijst per 1 januari 2016 (in Euro)

Bezinking óf CRP? Bezinking én CRP? Alleen CRP? W.V.Martina / Klin. Chem.

BRRRRRRRuin Serum. MMC Eindhoven 26 maart 2015

Laboratoriumafwijkingen en suppletieadviezen

Joyce Curvers, klinisch chemicus CZE Ronald Erdtsieck, internist MMC Marjolein Visser, huisarts

Chronische Nierschade

Belangrijk is om te beseffen dat deficiënties soms ontstaan ondanks het feit dat patiënten gesuppleerd worden.

AKL mededelingen

Normaal- en streefwaarden, formules

Informatie over laboratoriumdiensten van het Antonius Ziekenhuis. - eerstelijnsaanvragers -

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3

Referentiewaarden. Klinische Chemie, Hematologie en Endocrinologie

Bloedwaarden. Wat zeggen ze en wat kunnen we er mee? Landelijke contactdag Stichting Hematon 11 oktober door Joost Lips

Adreno Corticotroop Hormoon (ACTH) pmol/l EDTA-bloed K2E ml Certe locatie Leeuwarden 1 week

Workshop chronische nierschade. Adry Bakker Diepenbroek Bettie Hoekstra

Chemie. Materiaalcodes:

ACUTE CORONAIRE SYNDROMEN

, ,33

Hartfalen: kunnen we het beter doen?

Volwassenen Kinderen Ouderen. Stichting Oosterscheldeziekenhuizen Ziekenhuis Zeeuws Vlaanderen Ziekenhuis Walcheren vierde editie versie 2007

Deze verwijzingslaboratoria moeten aan diversie criteria en kwaliteitseisen voldoen en zijn volgens een interne procedure geselecteerd.

Nierfalen bij ouderen

Chronische nierschade A. van Tellingen. Smeerolie voor de poli 2015

Tarieven Laboratorium diagnostiek 2017

Mededelingen MDC-Amstelland voor (huis)artsen en verloskundigen. Augustus 2011

Deze bijlage is geldig van: tot Vervangt bijlage d.d.:

Wijzigingen laboratoriumbepalingen ten opzichte van de richtlijn 2006

Onderwerpen. De lever en zijn functies PBC: oorzaak? Wat is het precies? Verschijnselen en klachten Natuurlijk beloop Behandeling Overlapsyndromen

6. Bloedingsneiging BLO1 Onderstaande testen -APTT ,59 -Protrombinetijd ,74 -Thromboycten ,82

Vitamine D: meten of eten?

Maximum tarieven laboratoriumverrichtingen Meander Medisch Centrum 2016 (passanten)

ENDOCRINOLOGIE. * laboratorium Vasculaire Geneeskunde Bd-236a 50

MGUS undetermined significance to whom?

Valkuilen bij interpretatie van HbA1c

Thalassemie nader belicht. H. Heijboer, afd. kinderhematologie 2006

Referentiewaardenoverzicht Algemeen Klinisch Laboratorium

NIERFUNCTIE STOORNISSEN juni 2015

, ,56

Analysefrequentie laboratoriumonderzoek

Referentiewaardentabel KCHL

Referentiewaarden Algemeen Klinisch Laboratorium

Transcriptie:

Interpretatie van laboratoriumuitslagen De rol van de klinisch chemicus? Dr Joyce Curvers Klinisch chemicus / Specialist Laboratoriumgeneeskunde 040-2398631 Joyce.curvers@cze.nl

Onderwerpen Anemie Hartziekten Calciumhuishouding Allergiediagnostiek (als er tijd over is )

Interpretatie van labuitslagen: casus 1 Komt een vrouw bij de dokter: Van 28 jaar, Nederlandse komaf met algehele malaise sinds 2 weken, moeheid en een zwangerschapswens. U besluit algemeen labonderzoek aan te vragen en krijgt de volgende resultaten: BSE Hb MCV Kreatinine Ureum ASAT ALAT LD CRP 15 mm/uur 5.6 mmol/l 90 fl 80 mmol/l 4.0 mmol/l 25 U/L 30 U/L 180 U/L <6 mg/l Wat zou u doen? Zet u vervolgonderzoek in? 1. Nee, geen vervolgonderzoek, ijzertabletten en over 4 weken nog eens prikken 2. Ja, vervolgonderzoek: IJzer transferrine ferritine Vit B12 of MMA folaat haptoglobine Schildklierscreening bloedceldifferentiatie anders, nl..

Interpretatie van labuitslagen: casus 1 Komt een vrouw bij de dokter: Van 28 jaar, Nederlandse komaf met algehele malaise sinds 2 weken, moeheid en een zwangerschapswens. U besluit algemeen labonderzoek aan te vragen en krijgt de volgende resultaten: BSE Hb MCV Kreatinine Ureum ASAT ALAT LD CRP 15 mm/uur 5.6 mmol/l 90 fl 80 mmol/l 4.0 mmol/l 25 U/L 30 U/L 180 U/L <6 mg/l Nadeel: Diagnostische delay als het geen ijzergebrek blijkt te zijn. Wat zou u doen? Zet u vervolgonderzoek in? 1. Nee, geen vervolgonderzoek, ijzertabletten en over 4 weken nog eens prikken 2. Ja, vervolgonderzoek: IJzer transferrine ferritine Vit B12 of MMA folaat haptoglobine Schildklierscreening bloedceldifferentiatie anders, nl..

NHG Anemie: aanmaak vsafbraak

NHG Anemie: de waarde van het MCV

MCV bij diagnostiek naar anemie MCV toegevoegde waarde <80fL: hoge sensitiviteit, lage specificiteit. MCV >80fL is een thalassemie onwaarschijnlijk, alle andere diagnoses mogelijk.

Interpretatie van labuitslagen: casus 1 Komt een vrouw bij de dokter: Van 28 jaar, Nederlandse komaf met algehele malaise sinds 2 weken, moeheid en een zwangerschapswens. U besluit algemeen labonderzoek aan te vragen en krijgt de volgende resultaten: BSE Hb MCV Kreatinine Ureum ASAT ALAT LD CRP 15 mm/uur 5.6 mmol/l 90 fl 80 mmol/l 4.0 mmol/l 25 U/L 30 U/L 180 U/L <6 mg/l Wat zou u doen? Zet u vervolgonderzoek in? 1. Nee, geen vervolgonderzoek, ijzertabletten en over 4 weken nog eens prikken 2. Ja, vervolgonderzoek: IJzer transferrine ferritine Vit B12 of MMA folaat haptoglobine Schildklierscreening bloedceldifferentiatie anders, nl..

Ijzer, ferritine en transferrine Fe 2+ / Fe 3+ IJzerconcentratie in lichaam (4-5 g) 75% in hemoglobine 20% in ferritine 5%in eiwitten 1%in transferrine Belangrijkste cellen: enterocyt, erythrocyt hepatocyt, macrofaag

IJzerstatus: beste voorspeller is ferritine

Ferritine Een ferritine <30ug/L is zeer sterke aanwijzing voor ijzergebreksanemie.

Oorzaken ijzergebreksanemie Komt veel voor, slechts 1-2% leid tot daadwerkelijke anemie (>65 jaar vaker) Verhoogd verlies: bloeding (evt door trauma), GI bloeding, maar ook bloeddonatie, menstruatie Verhoogde behoefte: zwangerschap Verlaagde absorptie: ondervoeding (alcoholici) of algemene malabsorptie syndromen (coeliakie, gastritis) NB Bij mannen en postmenopauzale vrouwen past geen ijzergebrek: diagnose onderliggende aandoening!

Interpretatie van labuitslagen: casus 1 Komt een vrouw bij de dokter: Van 28 jaar, Nederlandse komaf met algehele malaise sinds 2 weken, moeheid en een zwangerschapswens. U besluit algemeen labonderzoek aan te vragen en krijgt de volgende resultaten: BSE Hb MCV Kreatinine Ureum ASAT ALAT LD CRP 15 mm/uur 5.6 mmol/l 90 fl 80 mmol/l 4.0 mmol/l 25 U/L 30 U/L 180 U/L <6 mg/l Wat zou u doen? Zet u vervolgonderzoek in? 1. Nee, geen vervolgonderzoek, ijzertabletten en over 4 weken nog eens prikken 2. Ja, vervolgonderzoek: IJzer transferrine ferritine Vit B12 of MMA folaat haptoglobine Schildklierscreening bloedceldifferentiatie anders, nl..

MCV? OOk hier geldt: MCV<80fL hoge specificiteit voor uitsluiten B12/folaat deficientie Slechts een fractie heeft MCV>100fL Scand J Clin Lab Invest. 2000 Feb;60(1):9-18.

Vitamine B12/ folaat (MMA en Hcy) folaat vitb6 cysteine

B12 en methylmalonzuur (MMA) Interpretatieve tekst bij uitslag. Rekening houdend met eerdere uitslagen en Hcy, VitB6, VitB12 uitslagen Wat is uw ervaring?

B12 of folaat deficientie Vaak als gevolg van ontbreken voedingsstoffen (ook bij alcoholabuses, darmziekten (bacteriele overgroei, Crohn, coeliakie) Zelden als uiting van myeloproliferatieve aandoening/cytostatica, verbruik. Vit B12: anti-intrinsic factor antistoffen of anti-parietaal cel antistoffen Folaat: methotrexaat gebruik

Interpretatie van labuitslagen: casus 1 Komt een vrouw bij de dokter: Van 28 jaar, Nederlandse komaf met algehele malaise sinds 2 weken, moeheid en een zwangerschapswens. U besluit algemeen labonderzoek aan te vragen en krijgt de volgende resultaten: BSE Hb MCV Kreatinine Ureum ASAT ALAT LD CRP 15 mm/uur 5.6 mmol/l 90 fl 80 mmol/l 4.0 mmol/l 25 U/L 30 U/L 180 U/L <6 mg/l Wat zou u doen? Zet u vervolgonderzoek in? 1. Nee, geen vervolgonderzoek, ijzertabletten en over 4 weken nog eens prikken 2. Ja, vervolgonderzoek: IJzer transferrine ferritine Vit B12 of MMA folaat haptoglobine Schildklierscreening bloedceldifferentiatie anders, nl..

Verhoudingtussen Hb en ery Vaak is er sprake van verhoogd #ery s bij het lage Hb. Vaak sprake van laag MCV, zeker laag MCH Vormafwijkingen (anisoplanie, schietschijfcellen (zgn targetcells).

Thalassemieen ander Hemoglobine synthese in mrna van reti (BM) 2 en 4 globuline allelen en worden alleen in embryonale fase gemaakt Na de geboorte wordt HbF geproduceert, verdwijnt na 1 jr

Hb-varianten en thalassemie naam genotype opmerking HbA 0 2 2 95% HbA 2 2 2 <3.5% HbF 2 2 Verdwijnt 6-12 mnd na geboorte (<3%) HbS HbC/D/E -thalassemie -thalassemie 6A3 Hetero/homo Hetero/homo Hetero (minor) /homo (major) deoxyhbs vormt Hbmultimeren, sikkelcellen gendeleties, totale hoeveelheid Hb >200 mutaties, totale hoeveelheid Hb b+ en b0 varianten; vn HbF Kwantitatief defect, kan ook leiden tot hemolytische anemie

Hb electroforese De verhouding tussen erytrocyten en Hb verraad een Hb-variant/thalassemie vaak Eenvoudige scheiding op lading Eventueel gevolgd door DNA onderzoek op (alfa-)thalassemie Kan mogelijk gevolgen hebben voor zwangerschap, soms partneronderzoek geindiceerd HbA1c-methode is dezelfde als de Hb-electroforese: soms verwarrende diagnostiek terug.

Interpretatie van labuitslagen: casus 1 Komt een vrouw bij de dokter: Van 28 jaar, Nederlandse komaf met algehele malaise sinds 2 weken, moeheid en een zwangerschapswens. U besluit algemeen labonderzoek aan te vragen en krijgt de volgende resultaten: BSE Hb MCV Kreatinine Ureum ASAT ALAT LD CRP 15 mm/uur 5.6 mmol/l 90 fl 80 mmol/l 4.0 mmol/l 25 U/L 30 U/L 180 U/L <6 mg/l Ferritine <10 ug/l Folaat Vit B12 12 mmol/l 110 mmol/l Gecombineerde deficienties Nader onderzoek: anti-ttg >100U/L Diagnose Coeliakie Wat zou u doen? Zet u vervolgonderzoek in? 1. Nee, geen vervolgonderzoek, ijzertabletten en over 4 weken nog eens prikken 2. Ja, vervolgonderzoek: IJzer transferrine ferritine Vit B12 of MMA folaat haptoglobine Schildklierscreening bloedceldifferentiatie anders, nl..

NHG Anemie: de waarde van het MCV Kreatinine ivm nierfalen Kopje Anemie

Benauwdheid Er komt een man bij de dokter: Van 63 jaar, klaagt over moeheid en benauwd gevoel, soms pijn op de borst. U besluit algemeen labonderzoek aan te vragen en krijgt de volgende resultaten: Hb 7.0 mmol/l MCV 90 fl Kreatinine 180 mmol/l Ureum 6.3 mmol/l Natrium 138 mmol/l Kalium 4.6 mmol/l Troponine T 40 ng/l NTpro-BNP 100 pmol/l CRP <6 mg/l Wat zou u doen? Zet u vervolgonderzoek in? 1. Nee, geen vervolgonderzoek, gelijk doorsturen naar SEH-cardiologie. 2. Nee, geen vervolgonderzoek, aspirine en doorverwijzing. 2. Ja, vervolgonderzoek: herhaal TnT bloedceldifferentiatie anders, nl.. herhaling in ander laboratorium

Coronaire ziekten Coronair atherosclerose ------------------------------- Thrombose Ischemie ------------------------------------------------- Necrose Volume overbelasting Angina pectoris Instabiele Angina pectoris Non-ST elevated Myocard Infarct (STEMI) ST elevated Myocard Infarct (STEMI) Acuut / Chronisch Hartfalen

Cardiac markers - Troponine Bij het acuut coronair syndroom zit er dynamiek in de troponine uitslag, klinische diagnosestelling NSTEMI. Bij slechte nierfunctie is m.n. TnT verhoogd Bij niet acute ischemische schade (IAP) kan de TnT/TnI verhoogd zijn, zonder dynamiek

Let op: platform en referentiewaarden Catharina ziekenhuis TnT Roche < 30 ng/l actiegrens Diagnostiek voor U TnI Abbott < 0.03 ug/l Referentiewaarde (95% CI) Maxima Medisch Centrum TnT Roche < 0.03 ug/l actiegrens St Anna Geldrop TnT Roche < 0.03 ug/l actiegrens Elkerliek Helmond TnI Beckman Coulter < 0.03 ug/l Referentiewaarde (95% CI)

Harmonisatie tussen assays? Invloed van nierfalen? De laboratoriumspecialist is zich hiervan bewust De huisarts moet zich hierover niet hoeven buigen Concordance, Variance, and Outliers in 4 Contemporary Cardiac Troponin Assays: Implications for Harmonization Clinical Chemistry 2012; v. 58, p.274.

Cardiac markers (NTpro)BNP Geklaard door de nieren Geklaard door receptormechanisme en beetje via nieren

Harmonisatie en interpretatie? Catharina ziekenhuis NTpro-BNP Roche <35 pmol/l Acuut hartfalen onwaarschijnlijk actiegrens 35-53 (<50j) 105 (50-75j) 210 (>75j) pmol/l Acuut hartfalen minder waarschijnlijk >53 (<50j) 105 (50-75j) 210 (>75j) pmol/l Acuut hartfalen waarschijnlijk Diagnostiek voor U BNP Abbott < 29 pmol/l Referentiewaar de (95% CI) MMC NTpro-BNP Roche Gelijk aan CZE actiegrens St Anna Geldrop NTpro-BNP Roche Gelijk aan CZE actiegrens Elkerliek Helmond BNP Beckman Coulter BNP afkapwaarde hartfalen: 100 pg/ml < 45 jaar < 24 < 47 pg/ml actiegrens 45-54 jaar < 39 < 72 pg/ml 55-64 jaar < 72 < 81 pg/ml 65-74 jaar < 63 < 95 pg/ml 75 jaar < 78 < 180 pg/ml

Hartfalen: de richtlijn Clinical Chemistry 2006, 52: 1054-61 Aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van hartfalen Maak bij vermoeden van hartfalen een ECG en bepaal het (NT-pro)BNP. Bij een abnormaal ECG of een verhoogd (NT-pro)BNP is nader onderzoek geïndiceerd in de vorm van aanvullend laboratoriumonderzoek, echocardiografie en eventueel een thoraxfoto. De afkapwaarden voor (NT-pro)BNP verschillen bij acuut hartfalen (NT-proBNP >400 pg/ml; BNP >100 pg/ml) en geleidelijk ontstaan hartfalen (NT-proBNP >125 pg/ml; BNP >35 pg/ml). Verdere diagnostiek ter bepaling van de oorzaak, ernst en prognose laboratoriumbepalingen: CRP, leukocyten met differentiatie, Hb, Ht, glucose, natrium, kalium, creatinine en berekende klaring, ALAT, ASAT en gamma-gt, TSH, lipidenprofiel

Benauwdheid Er komt een man bij de dokter: Van 63 jaar, klaagt over moeheid en benauwd gevoel, soms pijn op de borst. U besluit algemeen labonderzoek aan te vragen en krijgt de volgende resultaten: Hb 7.0 mmol/l MCV 90 fl Kreatinine 180 mmol/l Conclusie: MDRD Ureum Natrium Kalium Troponine T NTpro-BNP CRP 33 ml/min/bsa 6.3 mmol/l 138 mmol/l 4.6 mmol/l 40 ng/l 100 pmol/l <6 mg/l Gezien leeftijd (50-75j) en uitslag van TnT en BNP vermoedelijk sprake van verminderde klaring waardoor verhoogde waarden voor TnT en BNP. Wel slechte overall-prognose Wat zou u doen? Zet u vervolgonderzoek in? 1. Nee, geen vervolgonderzoek, gelijk doorsturen naar SEH-cardiologie. 2. Nee, geen vervolgonderzoek, aspirine en doorverwijzing. 2. Ja, vervolgonderzoek: herhaal TnT bloedceldifferentiatie anders, nl.. herhaling in ander laboratorium

Botpijn Er komt een man bij de dokter: Van 54 jaar, klaagt over moeheid en pijn in de botten, is geen drinker. U besluit algemeen labonderzoek aan te vragen en krijgt de volgende resultaten: BSE Hb MCV 55 mm/uur 7.0 mmol/l 90 fl Kreatinine 120 mmol/l Ureum ASAT ALAT LD Alk Fosf Calcium CRP 4.0 mmol/l 25 U/L 30 U/L 180 U/L 130 U/L 2.61 mmol/l <6 mg/l Wat zou u doen? Zet u vervolgonderzoek in? 1. Nee, geen vervolgonderzoek, 4 weken nog eens op spreekuur. 2. Ja, vervolgonderzoek: Reumafactor PTH magnesium M-proteine fosfaat Alkalisch fosfatase iso-enzymen vitamine D bloedceldifferentiatie anders, nl..

Bot Dient voor stevigheid, mechanische functies en opslag mineralen (Ca, P, Mg) Matrix bestaat uit type I collageen, osteocalcine, zouten (calcium 99%, fosfaat 85%, Magnesium 55%, Natrium, Kalium), hydroxyapatiet kristallen. Remodeling units: Activatie- resorptie- reversal- formatie- rust 10-30% remodeling elk jaar

Calcium homeostase PTH Ca 2+ Hoog vrij calcium Calcitonine (door bijschildklier) Calciumopname in bot Verminderde opname uit darm Verhoogde uitscheiding urine lager calcium

Oorzaken hypercalciemie Endocrien: Hyperparathyreoidie (primair/ tertiair) Hyperthyreoïdie Acute adrenocorticale insufficiëntie Fam. hypocalciurische hypercalciëmie PTH-rp Andere metabole oorzaken Vitamine D intoxicatie Milk-alkali syndroom Sarcoïdose Botziekten Medicijnen

Hyperparathyreoidie Primair (Prevalentie 1/500-1/1000) : gaat samen met verhoogd calcium adenoom (88%) een of twee klieren onderdeel van MEN (multipele endocriene neoplasie) hyperplasie (11%) carcinoom (1%) Secundair : gaat samen met verlaagd calcium, dat onherstelbaar is Nierfalen Vitamine D tekort Idiopatische hypercalciurie Hypermagnesiemie Langdurig lithium gebruik etc.

Botpijn Er komt een man bij de dokter: Van 54 jaar, klaagt over moeheid en pijn in de botten, is geen drinker. U besluit algemeen labonderzoek aan te vragen en krijgt de volgende resultaten: BSE Hb MCV 55 mm/uur 7.0 mmol/l 90 fl Kreatinine 120 mmol/l Ureum ASAT ALAT LD Alk Fosf Calcium CRP 4.0 mmol/l 25 U/L 30 U/L 180 U/L 130 U/L 2.61 mmol/l <6 mg/l Wat zou u doen? Zet u vervolgonderzoek in? 1. Nee, geen vervolgonderzoek, 4 weken nog eens op spreekuur. 2. Ja, vervolgonderzoek: Week later weer bij dokter: Pijn in nierloges (nierstenen), calcium gestegen naar 3.1 PTH 23 pmol/l, bijschildklier scintigrafie: primaire tumor: resectie lost probleem op. Reumafactor PTH magnesium M-proteine fosfaat Alkalisch fosfatase iso-enzymen vitamine D bloedceldifferentiatie anders, nl..

Botpijn Dezelfde man komt bij u. U besluit algemeen labonderzoek aan te vragen en krijgt de volgende resultaten: BSE Hb MCV 12 mm/uur 7.0 mmol/l 90 fl Kreatinine 80 mmol/l Ureum ASAT ALAT LD Alk Fosf Calcium CRP 4.0 mmol/l 25 U/L 30 U/L 180 U/L 70 U/L 1.78 mmol/l <6 mg/l Wat zou u doen? Zet u vervolgonderzoek in? 1. Nee, geen vervolgonderzoek, 4 weken nog eens op spreekuur. 2. Ja, vervolgonderzoek: Albumine: 45 g/l PTH: niet meetbaar Vitamine D: 35 nmol/l Reumafactor PTH magnesium M-proteine fosfaat Albumine vitamine D bloedceldifferentiatie anders, nl..

Vitamine D Polulatiestatistiek (n=20000) 17.7-113.3 nmol/l Classificatie 0-13 nmol/l Deficiëntie 13-50 nmol/l Onvoldoende 50-100 nmol/l Hypovitaminose D 100-250 nmol/l Voldoende >250 nmol/l Toxisch Nederlandse Gezondheids Raad (2000) Streefwaarde >30 nmol/l NVKC Streefwaarde > 50 nmol/l Tachtig is prachtig

Botpijn Er komt een man bij de dokter: Van 54 jaar, klaagt over moeheid en pijn in de botten, is geen drinker. U besluit algemeen labonderzoek aan te vragen en krijgt de volgende resultaten: BSE Hb MCV 55 mm/uur 6.7 mmol/l 90 fl Kreatinine 120 mmol/l Ureum ASAT ALAT LD Alk Fosf Calcium CRP 4.0 mmol/l 25 U/L 30 U/L 180 U/L 70 U/L 2.61 mmol/l <6 mg/l Wat zou u doen? Zet u vervolgonderzoek in? 1. Nee, geen vervolgonderzoek, 4 weken nog eens op spreekuur. 2. Ja, vervolgonderzoek: Reumafactor PTH magnesium M-proteine fosfaat Alkalisch fosfatase iso-enzymen vitamine D bloedceldifferentiatie anders, nl..

M-proteine leukemie Lymfoom (meestal B-lymfo s) Ookwel paraproteinemie genoemd Vaak verhoogde bezinking, soms verhoogd totaal eiwit. Bij anemie, nierfalen en bezinking, calcium zeker in Dd! In eiwitspectrum een piek, duidend op een monoklonale immuunglobuline die door (mono)klonale B-celpopulatie (rijpe plasmacellen) wordt uitgescheiden. Kan ook voorkomen bij auto-immuunziekten, andere B- celmaligniteiten. Reden doorverwijzing 2e lijn? 10-15% bij >70jr MGUS Slechts 0.5-1% ontwikkelt Multiple Myeloom myeloom

Interpretatie van allergie-uitslagen Er komt een kind bij de dokter: Van 6 jaar, heeft in het voorjaarsseizoen last van een waterige snotneus met jeuk in de ogen en kriebel in de mond bij het eten noten en appel. U besluit algemeen allergie-onderzoek aan te vragen en krijgt de volgende resultaten: Inhalatiemix positief Voedselscreening (mix) positief Huisstofmijt 7.5 ku/l Soja 1.2 Kattenroos <0.35 Koemelk <0.35 Hondenroos <0.35 Kippeneiwit <0.35 Graspollenmix 1.0 Tarwe 1.8 Boompollenmix 18 ku/l Kabeljauw <0.35 Hazelnoot 14 ku/l Pinda 5.6 Wat zou u doen? Zet u vervolgonderzoek in? 1. Nee, geen vervolgonderzoek, allergenen die positief zijn vermijden. 2. Ja, vervolgonderzoek: Dubbelblind gerandomiseerd placebo gecontroleerde voedselprovocatie in overleg met kinderarts 2. Ja, vervolgonderzoek: anti-ttg (coeliakie) graspollenmix uitsplisten boompollemix uitsplitsen componenten pinda sige tegen appel notenmix anders, nl:

IgEgemedieerde allergie

Primaire sensibilisatie vskruisreactiviteit

Relatie tussen component, skin prik en klinische symptomen

Primaire sensibilisatie vskruisreactiviteit Betv1 is component van de ruwe berk die zeer sterk lijkt op component van de hazelnoot Cora8 Primaire sensibilisatie door Berk kan leiden tot (niet klinische maar orale) klachten bij eten van hazelnoot. Daarnaast zijn er andere allergeen componenten die een sterk klinische reactie kunnen geven op componenten uit dezelfde groep: Noten, topoisomerase-allergenen (schaal/schelpdieren)

Interpretatie van allergie-uitslagen Er komt een kind bij de dokter: Van 6 jaar, heeft in het voorjaarsseizoen last van een waterige snotneus met jeuk in de ogen en kriebel in de mond bij het eten noten en appel. U besluit algemeen allergie-onderzoek aan te vragen en krijgt de volgende resultaten: Inhalatiemix positief Voedselscreening (mix) positief Huisstofmijt 7.5 ku/l Soja 1.2 Kattenroos <0.35 Koemelk <0.35 Hondenroos <0.35 Kippeneiwit <0.35 Graspollenmix 1.0 Tarwe 1.8 Boompollenmix 18 ku/l Kabeljauw <0.35 Hazelnoot 14 ku/l Pinda 5.6 Anamnese het belangrijkst bij (voedsel)allergie; Welke producten hebben geleid tot welke reactie Wat zou u doen? Zet u vervolgonderzoek in? 1. Nee, geen vervolgonderzoek, allergenen die positief scooren vermijden. 2. Ja, vervolgonderzoek: Dubbelblind gerandomiseerd placebo gecontroleerde voedselprovocatie in overleg met kinderarts 2. Ja, vervolgonderzoek: anti-ttg (coeliakie) graspollenmix uitsplisten boompollemix uitsplitsen componenten pinda sige tegen appel notenmix anders, nl: