Neonatale gehoorscreening, en daarna



Vergelijkbare documenten
Gehoorrevalidatie bij jonge kinderen. Alex Hoetink klinisch fysicus - audioloog

Audiologische diagnostiek en revalidatie. Cas Smits, klinisch fysicus-audioloog

Objectieve Diagnostiek. Tympanometrie Oto-Akoestische Emissies BERA Rechts 70 db, Links 90 db

Lange termijn follow-up van neonataal vastgesteld gehoorverlies in de NICU populatie

Gehoorscreening en -diagnostiek in een NICU-populatie

Neonatale gehoordiagnostiek

Subjectieve kinderaudiometrie

Behandeling en revalidatie van blijvende gehoorschade: hoortoestellen en cochleaire implantatie in een multidisciplinaire benadering

CDS: de KNO arts. Na audiologie. Eerste arts die diagnose bevestigt. Uitleg. revalidatie. slechthorendheid. diagnostiek.

BERA, Tymp en OAE bij de pasgeborene. Bert van Zanten UMC-Utrecht

Meningitis: het belang van gedegen multidisciplinaire diagnostiek van gehoor en communicatie De rol van het AC

AANGEBOREN GEHOORSTOORNISSEN:

Gehoordiagnostiek neonataal CASUS

Zorgtraject na de neonatale gehoorscreening

Congenitale slechthorendheid

Observatie-audiometrie met insert earphones bij kinderen van 2, 4 en 6 maanden oud

Welkom op het Informatiemoment Standaard gehoor oktobercyclus

Hoorzorg binnen een instelling

Gevolgen van slechthorendheid voor de ontwikkeling, gezinsbegeleiding en samenwerking met het CB

Medische diagnostiek naar gehoor bij meningitis: het landelijk protocol

5 jaar AABR neonatale gehoorscreening in Nederlandse NICU s

Richtlijn JGZ-richtlijn Vroegtijdige opsporing van gehoorverlies bij kinderen en jongeren (0-18 jaar)

MRI van de hersenen bij congenitale cytomegalovirus infectie

Hoofdstuk 3 De neonatale gehoorscreening

Het gehoor van kinderen. Een gids voor ouders

Verstandelijke beperking en gehoorstoornissen TOPICS INLEIDING. Melina Willems audiologe Inleiding

HET GEHOOR GEHOORMETINGEN HOE HOORT EEN GEHOORGESTOORDE?

Rijping van de BER. Literatuur en een casus

Actualiteit Gezondheidszorg. Cochleaire implantaten

Interventies bij slechthorende kinderen

Page 1. Gehoortesten Hoortoestellen Implantaten. Paul J Govaerts, MSc, MD, PhD. The Eargroup & Univ Antwerp Antwerp - Belgium

AC Kentalis De poort naar diagnostiek en begeleiding op maat.

Diagnostiek naar de oorzaak van slechthorendheid binnen het Centrum Diagnostiek Slechthorendheid

ASSR als onderdeel van de audiologische diagnostiek bij jonge kinderen

Gehoorverlies na Meningitis diagnostiek, preventie & behandeling

Visual Reinforcement Audiometry

Slechthorendheid op school Wat hoor je te weten in Cluster 2?

Medische oorzaken van gecombineerde visuele en auditieve handicaps

Het belang van etiologische diagnostiek bij slechthorendheid

Audiometrie. Bij mensen met een verstandelijke beperking. Henriëtte Koch Audiologisch Centrum

Neonatale gehoorscreening

Etiologisch onderzoek naar slechthorendheid op de kinderleeftijd. Sarina Kant & Rosanne van Velzen

In Nederland zijn meer dan 1,5 miljoen mensen doof of

gehoorverlies en auditieve implantaten

Audiologische zorg na prenatale CMV infectie Yvonne Simis, Cas Smits, Theo Goverts

Sophia Kinderziekenhuis. Baby Gehoorspreekuur. Gehoor en Spraak Centrum Erasmus MC-Sophia

Not deaf enough. Matig slechthorende kinderen. Slechthorende kinderen in beeld. Onderzoek. Matig slechthorende kinderen

Hoortoestelaanpassing bij kinderen met het Down Syndroom

Vroege onderkenning van perceptief gehoorverlies (neonatale gehoorscreening)

Bijzondere binnenoor aandoeningen

Horen en CMV. Leiden CONCERT study. Dr.ir. Wim Soede, klinisch fysicus audioloog. KNO/Centrum Audiologie en Hoorimplantaten LEIDEN

PREVALENTIE EN DIAGNOSTIEK VAN SLECHTHORENDHEID BIJ PERSONEN MET EEN VERSTANDELIJKE BEPERKING EN AUTISMESPECTRUMSTOORNIS

SAMENVATTING VOOR DE NIET MEDISCH ONDERLEGDE LEZER

Inhoud. Slechthorendheid, hoe zat het ook alweer?

CI-ON en bilaterale CI in Nederland: de stand van zaken

Auditieve verwerkingsproblemen na niet aangeboren hersenletsel (NAH)

Richtlijn JGZ-richtlijn Vroegtijdige opsporing van gehoorstoornissen 0-19 jaar

Subjectieve audiometrie bij jonge kinderen: Wat is de rol van Visual Reinforcement Audiometry (VRA)?

Indicatie cluster 2 bij kinderen met een CI. Rens Leeuw CI-team Nijmegen Sint-Michielsgestel Viataal

CMV en slechthorendheid diagnostiek, behandeling & revalidatie

INSTROOM EN OUTCOME VAN HET OTOGENETISCH SPREEKUUR

Doelstelling van de standaard Gehoor voor het CLB. Cécile GUERIN Vlaamse Wetenschappelijke Vereniging voor Jeugdgezondheidszorg 28 februari 2013

Trommelvliesbuisjes. Dagbehandeling / kort verblijf

Factsheet Neonatale Gehoorscreening Mei 2016

Dienst Neus-Keel-Oorziekten Universitair Revalidatiecentrum voor Communicatiestoornissen

Neonatale gehoorscreening het belang van de etiologische diagnostiek

Centrum voor diagnostiek van slechthorendheid bij kinderen

Prevalentie en incidentie van gehoorstoornissen bij kinderen

hoofd, hals en zenuwstelsel info voor patiënten Cochleair implantaat Vooronderzoeken

Hoe werkt het gehoor? Bert van Zanten Klinisch-Fysicus/Audioloog Hoofd KNO-Audiologisch Centrum

Oorzaken en verschijningsvormen van aggravatie. N.J.. Versfeld J.E. Hoogeveen KNO/audiologie AMC Amsterdam

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID

Evaluatie van de hoortoestelaanpassing

Libra R&A locatie Leijpark. Gehoor en gehooronderzoek bij VIN-revalidanten. Informatie voor familie en naasten

Compensatie van gehoorverlies met beengeleidingstoestellen: Praktische aspecten van de BAHA. Bert Maat

B R O C H U R E. Revalidatiecentrum Overleie Overleiestraat Kortrijk

Lucas Mens Arjan Bosman Henriëtte Koch Bart Luijten Ad Snik

Diagnostiek bij Auditieve Neuropathie. Bert van Zanten Klinisch-fysicus/Audioloog UMCU

Transcriptie:

Maastricht University Medical Centre MUMC Neonatale gehoorscreening, en daarna de zorg voor het slechthorende kind JR Hof 27 mei 2014

Gehoorscreening Doel Aantonen van een permanent conductief, perceptief of gemend gehoorverlies Vroege interventie

Vroege gehoordiagnostiek Verwachting dat vroege detectie van gehoorverlies ten goede komt aan het gehoor, cognitie, taal en sociaal-emotioneel welbevinden van het kind. Een voorspoedige taalontwikkeling van het kind is primair het gevolg van de onmiddellijke inzet van brede interventie na de diagnose en niet van de vroege detectie van het gehoorverlies zelf. Moeller, 2000; Yoshinago Itano,2004.

Neonatale gehoorscreening Ingevoerd in NL 2002-2005 2005 Vervanging CAPAS: Jongere leeftijd van screening en verwijzing (> 40 db) Minder last van tijdelijke geleidingscomponent Kinderen met achterstand niet goed te meten

Prevalentie gehoorverlies NICU populatie 3.2% Algemene populatie 0.1%

NICU patiënt Conductief gehoorverlies Gehoorgang OME obv maagsondes, O2 slangetjes Perceptief gehoorverlies Cochleair Retro-cochleair

Risicofactoren SNHL NICU Familial history of permanent childhood sensorineural hearing loss In utero infections, such as cytomegalovirus, herpes, toxoplasmosis sis or rubella Craniofacial anomalies, including morphological abnormalities of the pinna, ear canal, nose and throat Birth weight less than 1500 g Hyperbilirubinemia at serum levels requiring exchange transfusion Ototoxic medications, including but not limited to aminoglycosides alone or in combination with loop diuretics Cerebral complications (bacterial meningitis) Severe birth asphyxia (APGAR scores <5 5 at 1 min or <7 7 at 5 min.) Assisted ventilation lasting 5 days or longer Syndromes: stigmata or other findings associated with a syndrome known to include a sensorineural and/or conductive hearing loss Risk factors for hearing loss in the neonatal period according to the American Joint Committee on Infant Hearing 1994

Diagnostiek NICU ALGO (35-40 db) JGZ OAE (35 db)

Veranderde zorgvraag Begeleiding ouders (gezinsbegeleiding) KNO onderzoek Diagnostisch traject Medisch Audiologisch

Combi spreekuur Kinderaudioloog KNO arts Getrainde kinder-akoepedistes Gezinsbegeleiding Neonatoloog Genetica, radiologie (oogheelkunde, kinderneurologie)

Neonatologie Algemeen onderzoek Maturatie, algehele ontwikkeling

8-9 jr 9-10 jr >10 jr Leeftijdsverschuiving diagnostiek LEEFTIJD SKI / NEO-SKI 2006 LEEFTIJD SKI / NEO-SKI 2010 45 40 35 30 25 20 % 15 10 5 0-1 jr 1-2 jr 2-3 jr 3-4 jr 4-5 jr 5-6 jr 6-7 jr 7-8 jr 30 25 20 15 10 5 0 0 2-3 jr 3-4 jr 4-5 jr 5-6 jr 6-7 jr 7-8 jr 8-9 jr 9-10 jr >10 jr 1-2 jr 0-1 jr %

Tijdspad richtlijnen Audiologische evaluatie < 3 maanden na uitval neonatale screening Start revalidatie < 6 maanden Voldoet ons multidisciplinaire team ruimschoots aan

Doel diagnostisch traject Oorzaak gehoorverlies Niet urgent bij unilateraal of mild gehoorverlies Identificatie gehoorverlies Urgent Betrouwbare gehoordrempel is essentieel voor een passende interventie

Ontwikkeling auditieve systeem Aanleg structuren Neurale uitrijping Plasticiteit van hersenschors Voorwaarden: Interne (genetische) factoren Externe (sensorische) factoren stimulatie

Variabelen medisch Kind Maturatie Effusie middenoor Algehele (neurologische) ontwikkeling Vertraagd bij gehoorverlies Gehoordrempel lager bij algehele achterstand 1/3 populatie uitval neonatale screening heeft ook iets anders Growing into deficits

Variabelen audiologisch Gehoor Veranderde gehoordrempel Perceptief Conductief Betrouwbaarheid gehoordrempel

Ideale gehoormeting Objectief ernst van het gehoorverlies Oorspecifiek Frequentie specifiek Perceptieve drempel bepaling, ook ingeval van een geleidingscomponent

BERA Gouden standaard Duurt lang, stil liggen jonge kinderen < 3-53 5 mnd Cave premature/dysmature kinderen, BERA patroon afhankelijk van auditieve maturatie Komt heel goed overeen met 3 khz

ASSR Auditory Steady State Response Duurt lang, stil liggen jonge kinderen < 3-53 5 mnd Meerdere frequenties 500, 1000, 2000, 4000 Hz 1 en 4 Hz best overeenkomend

OAE Otoacoustic emission Cochlea Functioneel middenoor Meestal TEOAE/CEOAE Snel 35 db

Tympanogram 226 Hz >9 mnd 1000 Hz < 3 mnd Beide frequencies 3-93 9 mnd Snel Vocht, perforatie, onderdruk Cave cerumen, smalle gehoorgang

Observatie audiometrie BOA (behavioural observation audiometry) 0-33 mnd VRA (visual reinforced audiometry) 3 mnd tot 2,5 jr

Toonaudiogram Kinderaudiometrie Bloktest 2,5 4 jaar 3 jaar cognitie < 3,5 met 2 personen Normaal toon audiogram > 4 jaar

Medische analyse Multidisciplinair team Radiologie (CT/MRI) Genetica ccmv (concert studie/hielprik)

KNO onderzoek Algemeen KNO onderzoek Speciale aandacht: Oorschelp Vaak beperkt tot otoscoop Diepte gehoorgang Aspect soms TV beperkt Craniofaciale kenmerken

Etiologie slechthorendheid Percentage algemeen Genetisch 50% Non-genetisch 25% Onbekend 25% Decibel studie Verworven 30% (mn pre- en perinatale oorzaken) Genetisch 39% Divers 7% Onbekend 24%

Conductief gehoorverlies Extern Oorschelp en gehoorgang Middenoor Trommelvlies Malleus Incus Stapes Ronde en ovale nis

Atresie oor, gehoorgang

Perceptief gehoorverlies Cochlea en vestibulum 2,5 winding van de cochlea Vestibulum Vestibulaire aquaduct Inwendige gehoorgang N VIII Cochlearis Vestibularis superior en inferior N VII

CT cochlea

MRI cochlea en inwendige gehoorgang

Cochleaire malformatie Mondini malformaties Large vestibulair aquaduct

Aplasie cochlea

Mondini malformatie

Mondini malformatie

Milde Mondini

Milde Mondini

LVAS

Populatie 53 neonaten (29 jongens, 24 meisjes) 30 JGZ Teamvisit: gestational age 38.8 weken 23 NICU Teamvisit: gestational age 34.8 weken

Risicofactoren gehoorverlies (American Joint Committee on Infant Hearing) Risk factor NICU JGZ Total Birth weight less than 1500 g 11 0 11 Syndromes: stigmata or other findings associated with a syndrome known to include a 8 2 10 sensorineural and/or conductive hearing loss Ototoxic medication 7 0 7 Assisted ventilation lasting 5 days or longer 6 0 6 Craniofacial anomalies 5 2 7 Cerebral complications 3 2 5 Familial history of permanent childhood sensorineural hearing loss 3 3 6 Severe birth asphyxia (APGAR scores <5 at 1 min or <7 at 5 min.) 3 0 3 In utero infections, such as cytomegalovirus, herpes, toxoplasmosis or rubella 1 1 2 Hyperbilirubinemia at serum levels requiring exchange transfusion 1 0 1

Gehoordrempels JGZ-NICU

Gehoor verbeterende therapie Buisjes Reconstructie van de gehoorbeen keten Hoortoestellen Bone conducting device Cochleair implantaat Auditory Brainstem Implant

OME Allergie Schisis Gem 9 mnd in situ Mogen ip zwemmen zonder dopjes

Keten reconstructie Oorzaak Leeftijd Congenitaal Stapes fixatie Hamerkop fixatie Cholesteatoom Chronische otitis media, atelectase SI gewricht 12 jr, of eerder indien infectie eerder wenst

Hoortoestellen Kan vanaf paar weken na geboorte Bilateraal Combinatie met solo-apparatuur Ook therapie voor OME indien buisjes te veel infectie met zich meebrengt

Bone conduction device Oticon en Cochlear Schroef vanaf 4-64 6 jr

Cochleair implantaat Kinderen bilateraal 10-12 12 maanden Cochlear ivm langdurig bewezen kwaliteit zorg en apparatuur

ABI Dysfuntie van NVIII Aplasie Neurofibromatosis Ongeval, afscheuren van NVIII Nieuw, prognose heel anders dan CI

Evaluatie revalidatie Controle van het gehoor na therapie Cave onvoldoende winst na MOD bij gemend gehoorverlies Indien onvoldoende Onvoldoende effectieve therapie Veranderde hoordrempel Veranderde situatie van het kind

Vragen?