Compendium vennootschapsbelasting



Vergelijkbare documenten
Compendium van de vennootschapsbelasting

Checklist Deelnemingsvrijstelling

EXAMENPROGRAMMA. Vakopleiding Bedrijfsadministratie & Accountancy (VBA ) Examen Belastingrecht niveau 6 Niveau

HOOFDSTUK 4 Op welk tijdstip wordt de winst in aanmerking genomen? / 73

Gegevens belastingplichtige. Naam. Adres Postcode Plaats Telefoon. Inspectienaam Boekjaar van.. t/m

Wegwijs in de Vennootschapsbelasting

Fiscale aspecten van aandelenvennootschappen met een dubbele vestigingsplaats

Deelnemings vrij stelling

Belastingrecht in Hoofdlijnen

Hoofdlijnen van het Nederlands belastingrecht

Vennootschapsbelasting. Bedrijfsfusie. Toepassing artikel 14, tweede lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting

EXAMENPROGRAMMA. Vakopleiding Bedrijfsadministratie & Accountancy (VBA ) Examen Belastingrecht niveau 6 Niveau

Bedrijfsfusie. Vennootschapsbelasting; bedrijfsfusie, laatstelijk gewijzigd bij Stcrt. 2008, 196

Collegeaantekeningen Belastingrecht 2 Week 2

Inhoud. Inleiding belastingrecht 19. Deel 1 Inkomstenbelasting 26. Lijst van afkortingen 15. Studiewijzer 17

Inhoud. Lijst van afkortingen 13. Studiewijzer 15. Inleiding belastingrecht 17. Deel 1 Inkomstenbelasting 24

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Vennootschapsbelasting. Artikel 28a; omzetting rechtspersoon

Vennootschapsbelasting -- Deel 1

Voor wat betreft de rentebetalingen wordt verwezen naar onderdeel a hiervoor.

Voor eventuele vragen over fusies en splitsingen kunt u zich richten tot ons kantoor. T Info@delissenmartens.nl

HRo - Vennootschapsbelasting -- Deel 1

EXAMENPROGRAMMA. Vakopleiding Bedrijfsadministratie & Accountancy (VBA ) Examen Belastingrecht niveau 6 Niveau

Vennootschapsbelasting -- Deel 5

PRAKTIJKNOTITIE Fiscaal. 1. Inleiding. 2. De fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting Inleiding Voorwaarden vormen fiscale eenheid VPB

Voorwaarden voor de toepassing van artikel 14c van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Besluit van 20 februari 2003, nr.

Elsevier Belastingcongres 2009

Fiscale eenheid. Impact spoedmaatregelen. Agenda. februari dr. A. Rozendal. Toepassing art. 10a. Toepassing art. 20a.

HRo - Vennootschapsbelasting -- Deel 5

Besluit juridische splitsing. Besluit juridische splitsing

Bedrijfsadministratie - GBE3.2 (FE) - Deel 2

Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, domein winstbelastingen

Fiscaal Boekenpakket Online Inhoud

Bart van der Vorm HetRegister

Fiscale aspecten van groepsfinanciering van vastgoed

Vennootschapsbelasting -- Deel 3

Belastingdienst 2015 Aangifte

1b Wanneer eindigt uw boekjaar? 31 december (boekjaar is gelijk aan kalenderjaar) Andere datum, namelijk. Telefoon: Fax: Naam: Adres:

Definitief aangiftebiljet winstbelasting 2012

Informatie ten behoeve van het deponeren van de rapportage bij het Handelsregister

HOOFDSTUK 2 Historisch overzicht van de wettelijke bepalingen 7

1 Begrippen en beginselen Overheidsheffingen Indeling en typering van belastingen Beginselen van belastingheffing 26 Opgaven 27

Definitief aangiftebiljet winstbelasting 2010

Bij veel organisaties zie je een tussenstap tussen het daadwerkelijke bedrijf en de mensen erachter:

mr. J. Vleggeert Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht

Transparante Vennootschap

EXAMENPROGRAMMA. Financieel-Administratief Diploma('s) Diplomalijn(en) Moderne Bedrijfsadministratie (MBA) Examen. Belastingwetgeving Niveau

HRo - Vennootschapsbelasting -- Deel 5

Reorganiseren in zwaar weer. Mr drs S.A.W.J. Strik Hoofd Vaktechniek Directe Belastingen, Ernst & Young

Vennootschapsbelasting -- Deel 2

Bijlage 1: Algemeen. Indien deze bijlage niet voldoende is, maak dan een kopie van deze bijlage.

Vennootschapsbelasting -- Deel 2

INHOUDSOPGAVE. Woord vooraf /V. Lijst van gebruikte afkortingen /XV. HOOFDSTUK 1 Inleiding /1

CHECKLIST JURIDISCHE FUSIE

Overgangsrecht Wet op de vennootschapsbelasting 1969

SRA-Praktijkhandreiking. Spoedreparatie fiscale eenheid vennootschapsbelasting

Wet op de dividendbelasting 1965

De verslaggeving ten behoeve van de fiscus

Staatssecretaris beantwoordt vragen spoedreparatie fiscale eenheid

Stichting DIS Zorgcentrum Viliamare Bloemweg EJ ALMKERK. Betreft : Aangifte Vennootschapsbelasting 2015 Datum :

Bijlage 1: Algemeen. Indien deze bijlage niet voldoende is, u kunt dan een een kopie van deze bijlage maken. Pagina 1 van 13

Examenprogramma Belastingwetgeving 1

Vennootschapsbelasting -- Deel 4

Vindplaats: VFP 2015/78 Bijgewerkt tot: Auteur: Mr. C.A. Goosen en mevr. Mr. J. Kroonenberg [*]

Inhoudsopgave. Voorwoord Hoofdinhoudsopgave Introductie Trefwoorden. Fiscale eindejaarstips Belastingcijfers 2014.

Spoedreparatie fiscale eenheid. Michel Ruijschop

Memorandum RECENTE BELASTINGONTWIKKELINGEN MET BETREKKING TOT DE FISCALE EENHEID

HRo - Inkomstenbelasting - Winst -- Deel 6

8 Belastinglastverantwoording bij fiscale eenheid

Vennootschapsbelasting. Fiscale eenheid.

De Wet op de vennootschapsbelasting 1969 wordt als volgt gewijzigd:

Inkomstenbelasting. Vennootschapsbelasting. Geruisloze omzetting; standaardvoorwaarden; toelichting

Transcriptie:

prof. dr. mr. E.J.W. Heithuis dr. R.P. van den Dool m.m.v. mr. dr. Q.WJ.C.H. Kok drs. IJ. de Nies Compendium vennootschapsbelasting Negende druk Deventer - 2010

INHOUDSOPGAVE Voorwoord / V Lijst van gebruikte afkortingen / VII Overige te raadplegen literatuur / IX 1 Inleiding /1 1.1 Vennootschapsbelasting /1 1.2 Klassieke stelsel /1 1.3 Ontwikkelingen binnen Nederland / 3 1.4 Ontwikkelingen binnen de Europese Unie / 5 1.5 Rechtsgrond / 8 2 Subjectieve belastingplicht /11 2.1 Inleiding /11 2.2 Vestigingsplaats als aangrijpingspunt voor de belastingplicht /11 2.3 Binnenlands belastingplichtige lichamen /15 2.3.1 Inleiding; fictie van art. 2 lid 5 Wet VPB 1969 / 15 2.3.2 Onbeperkt belastingplichtige lichamen /15 2.3.2.1 NV's en BV's /15 2.3.2.2 Open commanditaire vennootschappen /17 2.3.2.3 Andere vennootschappen met een in aandelen verdeeld kapitaal; vreemdrechtelijke rechtsvormen /18 2.3.2.4 Coöperaties en verenigingen op coöperatieve grondslag / 20 2.3.2.5 Onderlinge waarborgmaatschappijen e.a. / 20 2.3.2.6 Woningcorporaties / 21 2.3.2.7 Fondsen voor gemene rekening / 21 2.3.3 Beperkt belastingplichtige lichamen / 22 2.3.3.1 Verenigingen, stichtingen en andere niet-publiekrechtelijke rechtspersonen / 22 2.3.3.2 Overheidsbedrijven / 25 2.4 Buitenlands belastingplichtige lichamen / 28 2.4.1 Inleiding / 28 2.4.2 Verenigingen en andere rechtspersonen / 29 XI

2.4.3 2.4.4 2.5 2.5.1 2.5.2 2.5.3 2.5.4 2.5.5 2.5.6 2.6 2.6.1 2.6.2 2.6.2.1 2.6.2.2 2.6.2.3 2.6.2.4 2.6.2.5 2.6.2.6 2.6.2.7 2.6.3 2.6.3.1 2.6.3.2 3 3.1 3.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.2.1 3.3.2.2 3.4 3.4.1 3.4.1.1 3.4.1.2 3.4.1.3 3.4.2 3.4.2.1 3.4.2.2 3.5 3.5.1 3.5.2 Open commanditaire vennootschappen en andere vennootschappen / 29 Doelvermogens / 30 Nieuwe belastingplichtigen / 30 Inleiding / 30 Europees Economisch Samenwerkings Verband / 30 Europese naamloze vennootschap / 31 Europese coöperatieve vennootschap / 32 Openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid / 33 Vereniging of stichting tot instandhouding van een maatschappelijke onderneming / 34 Subjectieve vrijstellingen / 34 Inleiding / 34 Vrijstellingen van art. 5 Wet VPB 1969 / 35 Natuurschoonwetlichamen / 35 Pensioen- en VUT-fondsen / 36 Instellingen van weldadigheid of van algemeen nut / 36 Landbouwbedrijven en schade- en uitvaartverzekeraars / 37 Ziekenhuisverplegingsfondsen en ziektekostenverzekeraars / 37 Bedrijfsverenigingen / 37 Openbare leeszalen en bibliotheken / 38 Vrijstellingen van art. 6 Wet VPB 1969 / 38 Lichamen van algemeen maatschappelijk belang / 38 Lichamen van sociaal belang / 39 Objectieve belastingplicht / 41 Inleiding / 41 Uitgangspunt winstbepaling zelfstandige entiteiten / 42 Het fiscale kapitaalbegrip / 44 Algemeen / 44 Informeel kapitaal / 45 In de vermogenssfeer / 46 In de kostensfeer / 46 Winstbegrip / 48 Algemeen / 48 'Gezamenlijke voordelen, onder welke naam en welke vorm ook' / 48 Boekjaar / 49 Functionele valuta / 49 Twee winstbegrippen / 50 Het totaalwinstbegrip / 50 Toerekening aan jaren door middel van goed koopmansgebruik (jaarwinst) / 51 Totaalwinst / 52 Euro=eurostelsel / 52 Berekening totaalwinst; vermogensvergelijking / 52 XII

3.5.3 Gemiste voordelen, de redelijk denkend ondernemer en gemengde kosten / 53 3.6 Objectieve vrijstellingen / 55 3.6.1 Vijf vrijstellingen in de Wet VPB 1969 / 55 3.6.2 Kwijtscheldingswinstvrijstelling / 56 3.7 De systematiek van art. 9 en 10 Wet VPB 1969 / 57 3.8 Jaarwinstbepaling / 57 3.8.1 Algemeen / 57 3.8.1.1 Goed koopmansgebruik en bestendige gedragslijn / 57 3.8.1.2 Balanscontinuïteit / 58 3.8.1.3 De beginselen van goed koopmansgebruik / 59 3.8.1.4 Realisatiebeginsel / 59 3.8.1.5 Voorzichtigheidsbeginsel / 60 3.8.1.6 Eenvoudsbeginsel / 61 3.8.2 Stelselwijziging / 62 3.8.2.1 Al dan niet verplichte stelselwijziging en incidenteel fiscaal voordeel / 62 3.8.2.2 Foutenleer / 64 3.8.3 Toestand op balansdatum / 64 3.9 De fiscale balans / 64 3.9.1 Waarderingsmethoden / 64 3.9.2 Vorderingen / 65 3.9.3 Voorraden / 65 3.9.4 Onderhanden werk / 66 3.9.5 Bedrijfsmiddelen / 66 3.9.5.1 Het begrip 'bedrijfsmiddel' / 66 3.9.5.2 Waardering van bedrijfsmiddelen en afschrijvingen / 67 3.9.5.3 Investeringsaftrek / 70 3.9.6 Deelnemingen / 70 3.9.7 Schulden, voorzieningen en pensioenverplichtingen / 71 3.10 Fiscale reserves / 73 3.10.1 Algemeen / 73 3.10.2 Kostenegalisatiereserve / 73 3.10.3 Herinvesteringsreserve / 75 3.10.4 Herbestedingsreserve voor lichamen van algemeen maatschappelijk of sociaal belang / 76 3.11 Eindafrekening / 77 3.11.1 Algemeen / 77 3.11.2 Verplaatsing vestigingsplaats uit Nederland / 78 3.11.3 Algemene eindafrekening; vangnetbepaling / 80 4 Objectieve belastingplicht; aanvullende bepalingen / 81 4.1 Inleiding / 81 4.2 Dooruitdelingsfaciliteit dividendbelasting, 'at arm's length'-beginsel en doorstroomlichamen / 82 4.2.1 Vermindering dividendbelasting / 82 XIII

4.2.2 'At arm's length'-beginsel / 83 4.2.3 Niet-aftrekbare renten en royalty's van doorstroomlichamen / 85 4.3 Kapitaalverkeer tussen aandeelhouders) en lichaam / 87 4.3.1 Algemeen / 87 4.3.2 De aftrekmogelijkheden van art. 9 Wet VPB 1969 / 88 4.3.2.1 Winstaandelen ten behoeve van het personeel / 88 4.3.2.2 Winstaandelen ter zake van overgenomen concessies, octrooien, enz. / 89 4.3.2.3 Winstdelingen voor de verzekeringnemers bij een verzekeringsmaatschappij / 90 4.3.2.4 Oprichtingskosten en kosten in verband met wijziging van het kapitaal / 90 4.3.2.5 Winstaandelen die toekomen aan coöperaties en beherende vennoten van open commanditaire vennootschappen / 91 4.3.2.6 Een redelijke rente over het eigen vermogen / 92 4.3.2.7 De coöperatie en coöperatieve vereniging / 93 4.3.2.8 Bijzondere aftrekposten voor lichamen van algemeen maatschappelijk belang / 95 4.3.3 Niet-aftrekbare uitgaven van art. 10 Wet VPB 1969 / 96 4.3.3.1 Algemeen / 96 4.3.3.2 Winstuitdelingen / 97 4.3.3.3 Belastingen / 97 4.3.3.4 Gebruikelijk loon / 98 4.3.3.5 Werkruimte directeur-aandeelhouder / 98 4.4 Uitgereikte aandelen en toegekende (werknemers)opties /100 4.5 Winstbepaling woningcorporaties /101 4.6 Wederverkoop van ter tijdelijke belegging ingekochte aandelen / 101 4.7 Commissarisbeloning /102 4.8 Giften / 103 4.8.1 Algemeen /103 4.8.2 Afbakening zakelijke giften /103 4.8.3 Aftrekbaarheid niet-zakelijke giften /104 4.9 Afgezonderd particulier vermogen /104 5 Eigen vermogen versus vreemd vermogen; renteaftrek /107 5.1 Inleiding /107 5.2 Herkwalifïcatie van geldleningen in kapitaal /109 5.2.1 Verschillende behandeling van kapitaal en geldleningen in de Wet VPB 1969 / 109 5.2.2 Jurisprudentie Hoge Raad; schijnlening, deelnemerschapslening en bodemloze put /110 5.2.3 De schijnlening nader beschouwd; 'onzakelijke lening' /112 5.2.4 De deelnemerschapslening nader beschouwd /116 5.2.5 De bodemlozeputlening nader beschouwd /117 5.3 Renteloze en laagrentende geldleningen met een onbeperkte looptijd of een looptijd van langer dan tien jaar /118 XIV

5.3.1 Algemeen; korte historie /118 5.3.2 Ratio van art. 10b Wet VPB 1969 /119 5.4 Winstdrainage /120 5.4.1 Algemeen /120 5.4.2 Grondfiguren van de winstdrainage /120 5.4.3 Voorgeschiedenis; fraus legis en jurisprudentie Hoge Raad /124 5.4.4 Wettelijke reparatie in art. 10a Wet VPB 1969 /125 5.4.4.1 Plaatsing in wettelijke systematiek; fraus legis? /125 5.4.4.2 Enkele algemene aspecten van art. 10a Wet VPB 1969 /126 5.4.5 De 'besmette transacties' van art. 10a Wet VPB 1969 /130 5.4.5.1 Alleen specifieke rechtshandelingen /130 5.4.5.2 Winstuitdeling, teruggaaf van gestort kapitaal en kapitaalstorting /130 5.4.5.3 De interne verhanging en externe acquisitie /131 5.4.5.4 Andere situaties waarin art. 10a Wet VPB 1969 van toepassing is /133 5.4.5.5 Het tegenbewijs; zakelijkheidstoets en compenserende heffing /137 5.4.6 Samenloop met fiscale eenheid en juridische splitsing en fusie /142 5.4.7 Begrippen 'verbonden lichaam' en 'verbonden natuurlijk persoon' /142 5.5 Thin capitalisation /144 5.5.1 Algemeen / 144 5.5.2 Korte historie /144 5.5.3 'Thin capitalisation'-maatregel van art. lod Wet VPB 1969 / 145 5.5.3.1 Inpassing in het systeem /145 5.5.3.2 Groepsbegrip (art. 2:24b BW) /146 5.5.3.3 Vaste ratio en concernratio / 148 5.5.3.4 Plafondbepaiing / 149 5.5.3.5 Definitie begrippen 'vreemd vermogen' en 'eigen vermogen' /150 5.5.4 'Thin cap'-regels raken schuldeiser niet / 152 6 Deelnemingsvrijstelling /155 6.1 Inleiding; ne-bis-in-idembeginsel /155 6.2 Het begrip 'deelneming' /158 6.2.1 Algemeen /158 6.2.2 Het omvangscriterium /160 6.2.2.1 Ten minste 5% van het nominaal gestorte kapitaal /160 6.2.2.2 Soort aandelen, certificaten en opties op aandelen /161 6.2.2.3 Lidmaatschapsrechten van coöperaties en commanditaire participaties in open CVs /164 6.2.2.4 Samenhang met bijzondere regimes van de vrijgestelde en fiscale beleggingsinstelling /164 6.2.3 De beleggingsdeelneming /165 6.2.3.1 Vereisten /166 6.2.3.2 Fictieve beleggingen /167 6.2.3.3 Kwalificerende beleggingsdeelnemingen /169 6.2.3.4 Reële-heffingstoets /169 6.2.3.5 Bezittingentoets / 172 6.2.3.6 Jaarlijkse herwaarderingsverplichting /175 XV

6.2.3.7 De deelnemingsverrekening /176 6.2.4 Meesleep- en meetrekregeling; aflopende deelneming /181 6.2.4.1 Meesleepregeling; winstbewijzen en deelnemerschapsleningen /181 6.2.4.2 Meetrekregeling; aandelen, winstbewijzen en deelnemerschapsleningen /182 6.2.4.3 Aflopende deelneming /184 6.2.5 Sfeerovergang; compartimenteringsleer /185 6.3 De vrijgestelde voordelen /186 6.3.1 Voordelen 'uit hoofde van' de deelneming /186 6.3.1.1 Het algebraïsche begrip 'voordelen' /187 6.3.1.2 'Alle voordelen'; zowel dividenden als verkoopresultaten /187 6.3.2 Dividenduitkeringen /188 6.3.2.1 Verkapt of vermomd dividend /188 6.3.2.2 Meegekocht dividend /188 6.3.2.3 Winstbonus- en agiobonusaandelen en claims /189 6.3.3 Kosten verband houdend met de deelneming /190 6.3.4 Andere voordelen uit hoofde van de deelneming /191 6.3.4.1 Voordelen uit opties op aandelen /191 6.3.4.2 Voordelen uit 'earn-out'-regelingen en balansgaranties /193 6.3.4.3 Voordelen uit zogenoemde deelnemerschapsleningen /195 6.3.4.4 Valutakoersresultaten /195 6.3.4.5 Voordelen uit valuta-afdekkingsinstrumenten /196 6.4 Omzetting afgewaardeerde vorderingen in aandelenkapitaal en aanverwante rechtsfiguren /197 6.4.1 Vorderingen versus deelnemingen / 197 6.4.2 Korte historie /198 6.4.3 Huidige regime van art. 13ba Wet VPB 1969 /199 6.4.3.1 Algemeen /199 6.4.3.2 Relevante rechtshandelingen / 200 6.4.3.3 Opwaarderingsreserve / 201 6.4.4 Vervreemding van de schuldvordering en aanverwante figuren / 203 6.4.5 Samenloop met Iiquidatieverliesregeling / 206 6.5 Omzetting van een verlieslijdende vaste inrichting in een deelneming / 206 6.5.1 Onderscheid vaste inrichting en deelneming in het buitenland / 206 6.5.2 Incorporatie van verlieslijdende vaste inrichting in een deelneming / 208 6.5.2.1 Hoofdsysteem van art. 13c Wet VPB 1969 / 208 6.5.2.2 Antimisbruikbepalingen / 210 6.5.3 Samenloop met Iiquidatieverliesregeling / 211 6.6 De Iiquidatieverliesregeling / 211 6.6.1 Inleiding / 211 6.6.2 Achtergrond van de Iiquidatieverliesregeling / 212 6.6.3 Voorwaarden voor een liquidatieverlies / 213 6.6.4 Omvang van het liquidatieverlies / 213 6.6.4.1 Voor de deelneming opgeofferde bedrag / 214 XVI

6.6.4.2 Totaal van de liquidatie-uitkeringen / 215 6.6.5 Het tijdstip van verliesneming / 217 6.6.6 Liquidatie tussenhoudstervennootschap / 219 6.6.7 Aandelenfusie, splitsing en juridische fusie / 221 7 Fusies en splitsingen / 223 7.1 Inleiding / 223 7.2 Aandelenfusie / 224 7.2.1 Algemeen / 224 7.2.2 Voor de faciliteit kwalificerende aandelenfusie / 226 7.2.3 Voorwaarden voor toepassing van de faciliteit / 227 7.2.3.1 Niet gericht op ontgaan of uitstellen van belastingheffing / 227 7.2.3.2 Zekerheid vooraf / 229 7.2.4 Inhoud van de faciliteit; doorschuiving fiscale boekwaarde / 229 7.3 Bedrijfsfusie / 229 7.3.1 Algemeen / 229 7.3.2 Tegenprestatie en belastinglatentie / 231 7.3.3 Voorwaarden voor toepassing van de faciliteit / 234 7.3.3.1 Materiële onderneming / 234 7.3.3.2 Niet gericht op ontgaan of uitstellen van belastingheffing / 234 7.3.3.3 Zekerheid vooraf / 235 7.3.3.4 Relatie met Iiquidatieverliesregeling / 235 7.3.4 Tijdstip van overdracht; terugwerkende kracht / 235 7.3.5 Bedrijfsfusiefaciliteit van rechtswege; voorwaarden en indeplaatstreding / 236 7.3.6 Bedrijfsfusiefaciliteit op verzoek / 238 7.3.6.1 Standaardvoorwaarden / 238 7.3.6.2 Voorwaarde 1: Onderlinge vorderingen en schulden / 238 7.3.6.3 Voorwaarde 2: Verrekening van verliezen, buitenlandse resultaten en bronbelasting / 239 7.3.6.4 Voorwaarde 3: Overdragende vennootschap bezit aandelen in overnemende vennootschap / 240 7.3.6.5 Voorwaarde 4: Overdragende vennootschap houdt art. 13c-deelneming in overnemende vennootschap / 241 7.3.6.6 Voorwaarde 5: Latent liquidatieverlies / 241 7.3.6.7 Voorwaarde 6: Deelnemingsvrijstelling na bedrijfsfusie / 242 7.3.6.8 Voorwaarde 7: Overdragende rechtspersoon is stichting of vereniging / 242 7.3.6.9 Voorwaarde 8: Overnemende vennootschap is in buitenland gevestigd / 243 7.4 Juridische splitsing / 243 7.4.1 Algemeen / 243 7.4.2 Splitsing met fiscale afrekening / 247 7.4.3 Spiitsingsfaciliteit van rechtswege / 248 7.4.3.1 Indeplaatstreding; doorschuif fiscale boekwaarden / 248 7.4.3.2 Voorwaarden / 250 XVII

7.4.3.3 Niet gericht op ontgaan of uitstellen van belastingheffing / 252 7.4.3.4 Zekerheid vooraf / 255 7.4.3.5 Relatie met Iiquidatieverliesregeling / 255 7.4.4 Splitsingsfaciliteit op verzoek / 255 7.4.4.1 Standaardvoorwaarden / 255 7.4.4.2 Voorwaarde la: Onderlinge vorderingen en schulden / 256 7.4.4.3 Voorwaarde lb: Vorderingen op verbonden lichamen / 256 7.4.4.4 Voorwaarde 2: Verrekening van verliezen, buitenlandse resultaten en bronbelasting / 257 7.4.4.5 Voorwaarde 3: Afsplitsende rechtspersoon bezit aandelen in verkrijgende rechtspersoon / 258 7.4.4.6 Voorwaarde 4: Afsplitsende rechtspersoon houdt art. 13c-deelneming in verkrijgende rechtspersoon / 259 7.4.4.7 Voorwaarde 5: Latent liquidatieverlies / 259 7.4.4.8 Voorwaarde 6: Deelnemingsvrijstelling na afsplitsing / 260 7.4.4.9 Voorwaarde 7: Afsplitsende rechtspersoon is stichting of vereniging / 261 7.4.4.10 Voorwaarde 8: Verkrijgende rechtspersoon is buiten Nederland gevestigd / 261 7.4.5 Fiscale positie aandeelhouders splitsende rechtspersonen / 262 7.4.5.1 Aandeelhouder verdwijnende vennootschap / 262 7.4.5.2 Aandeelhouder verkrijgende vennootschap / 264 7.5 Juridische fusie / 264 7.5.1 Algemeen / 264 7.5.2 Fusie met fiscale afrekening / 267 7.5.3 Fusiefaciliteit van rechtswege / 268 7.5.3.1 Indeplaatstreding; doorschuif fiscale boekwaarden / 268 7.5.3.2 Voorwaarden / 270 7.5.3.3 Niet gericht op ontgaan of uitstellen van belastingheffing / 272 7.5.3.4 Zekerheid vooraf / 273 7.5.4 Fusiefaciliteit op verzoek / 273 7.5.4.1 Standaardvoorwaarden / 273 7.5.4.2 Voorwaarde 1: Onderlinge vorderingen en schulden / 274 7.5.4.3 Voorwaarde 2: Verrekening van verliezen, buitenlandse resultaten en bronbelasting / 275 7.5.4.4 Voorwaarde 3: Fuserende rechtspersoon bezit aandelen in andere fuserende rechtspersoon / 276 7.5.4.5 Voorwaarde 4: Fuserende rechtspersoon houdt art. 13c-deelneming in andere fuserende rechtspersoon / 276 7.5.4.6 Voorwaarde 5: Latent liquidatieverlies / 276 7.5.4.7 Voorwaarde 6: Verkrijgende rechtspersoon is buiten Nederland gevestigd / 277 7.5.5 Fiscale positie aandeelhouders fuserende rechtspersonen / 277 7.5.5.1 Aandeelhouder verdwijnende vennootschap / 277 7.5.5.2 Aandeelhouder verkrijgende vennootschap / 280 XVIII

8 Geruisloze terugkeer uit de BV / 281 8.1 Inleiding / 281 8.2 Terugkeerfaciliteiten in de fiscale wetgeving / 281 8.2.1 In vogelvlucht / 281 8.2.2 Omzetting meervoudige VPB- en AB-claim in enkelvoudige IB-claim / 283 8.2.2.1 Doorschuiving fiscale boekwaarden / 283 8.2.2.2 AB-claim vóór de terugkeer wijkt af van IB-claim na de terugkeer / 285 8.2.2.3 Terugkeerreserve / 286 8.2.3 Faciliteiten alleen op verzoek / 286 8.3 Eisen gesteld aan de terugkeerfaciliteit / 287 8.3.1 Voortzettingseis en rechtsvorm na de terugkeer / 287 8.3.2 Aandeelhouderseis / 288 8.3.3 Ontbindingseis / 288 8.3.4 Ondernemingsvermogenseis / 289 8.3.5 Toegestane lichamen / 290 8.3.5.1 NV of BV of vergelijkbare buitenlandse lichamen / 290 8.3.5.2 In Nederland gevestigd of vaste inrichting in Nederland / 290 8.4 Gevolgen voor compensabele verliezen / 291 8.4.1 Algemeen / 291 8.4.2 Verplichte herwaardering activa en passiva / 291 8.4.3 Verhoging boekwaarde en fiscale reserves / 291 8.4.4 Na de terugkeer resterende compensabele verliezen / 292 8.5 Waardebepaling aandelen en onderneming / 293 8.6 Positieve of negatieve terugkeerreserve / 294 8.7 Nadere voorwaarden / 295 8.7.1 Algemeen / 295 8.7.2 Schulden en vreemd vermogen / 296 8.7.3 Lijfrente- en pensioenverplichtingen / 297 8.7.4 Vordering en schulden russen BV en voortzetters / 298 8.8 Gevolgen voor de voortzettende aandeelhouders in de inkomstenbelasting / 299 8.9 Enkele tijdsbepalingen / 300 8.9.1 Het overgangstijdstip / 300 8.9.2 Terugwerkende kracht / 300 8.9.3 Verzoek tot toepassing van de faciliteit / 301 9 Fiscale eenheid / 303 9.1 Inleiding / 303 9.2 Karakter van de fiscale eenheid / 304 9.3 Voor- en nadelen van de fiscale eenheid / 305 9.4 Vereisten voor het aangaan van een fiscale eenheid / 307 9.4.1 Op verzoek; beperkte terugwerkende kracht van maximaal drie maanden / 308 9.4.2 Bezitsvereiste van ten minste 95% / 308 9.4.2.1 Middellijk aandelenbezit en verschillende soorten aandelen / 309 XIX

9.4.2.2 Economische en juridische eigendom / 310 9.4.3 Samenvallende boekjaren / 313 9.4.4 Dezelfde winstbepalingen bij moeder- en dochtermaatschappij / 313 9.4.5 Vestigingsplaatseisen voor de moeder- en dochtermaatschappij / 314 9.4.6 Kwalificerende rechtsvorm / 316 9.4.7 Geen voorraadaandelen / 317 9.5 Einde van de fiscale eenheid / 318 9.5.1 Gevallen waarin de fiscale eenheid eindigt / 318 9.5.2 Voeging en ontvoeging in hetzelfde boekjaar / 319 9.6 De gevolgen bij voeging in een fiscale eenheid / 320 9.6.1 Waardesprong als gevolg van de voeging in een fiscale eenheid / 320 9.6.2 Dochtermaatschappij sluit boekjaar af / 322 9.6.3 Door de dochtermaatschappij te volgen gedragslijn / 322 9.6.4 Entreeheffingen van art. 15ab Wet VPB 1969 / 323 9.6.4.1 Herwaardering van aandelen in de dochtermaatschappij / 323 9.6.4.2 Verrekening van op het voegingstijdstip aanwezige latente liquidatieverliezen / 324 9.6.4.3 Onderlinge vordering/schuldverhoudingen tussen moeder- en dochtermaatschappij / 325 9.6.5 Samenloop met de innovatiebox / 326 9.7 Belastingheffing tijdens het bestaan van een fiscale eenheid / 326 9.7.1 Gevolgen van het gevoegd zijn in een fiscale eenheid / 326 9.7.2 Toepassing kwijtscheldingswinstvrijstelling / 327 9.7.3 Voorkoming van buitenlandse winstbelasting / 329 9.8 Verbreking van de fiscale eenheid / 330 9.8.1 Aanvang nieuw boekjaar voor dochtermaatschappij / 331 9.8.2 Fiscale indeplaatstreding / 331 9.8.2.1 Gevolgen voor herinvesteringsreserve / 332 9.8.2.2 Waardering van de deelneming en bepaling van het opgeofferde bedrag / 334 9.8.3 Onderlinge vordering/schuldverhoudingen tussen moeder- en dochtermaatschappij / 335 9.8.4 Ontvoeging in het zicht van liquidatie / 336 9.8.5 Oneigenlijk gebruik in relatie tot art. 13d Wet VPB 1969 / 338 9.8.6 Samenloop met de innovatiebox / 338 9.9 Vertekening van verliezen van vóór en na de fiscale eenheid / 339 9.9.1 Verrekening van verliezen van vóór het voegingstijdstip (voorvoegingsverliezen) / 339 9.9.1.1 Verrekening van voorvoegingsverliezen met nieuw opgerichte dochtermaatschappij / 342 9.9.1.2 Fictieve winstsplitsing / 342 9.9.1.3 Transacties binnen de fiscale eenheid / 343 9.9.2 Verliesverrekening over het ontvoegingstijdstip / 345 9.9.2.1 Verrekening van voorvoegingsresultaten / 345 9.9.2.2 Verrekening van fiscale-eenheidsresultaten / 345 XX

9.9.3 Toepassing van de inhaalregeling, doorschuifregeling en stallingsregeling van vóór en na de fiscale eenheid / 347 9.10 Antimisbruikbepaling ter zake van binnen de fiscale eenheid overgedragen vermogensbestanddelen / 348 9.10.1 Algemeen / 348 9.10.2 Voorwaarden voor toepassing van art. 15ai Wet VPB 1969 / 349 9.10.2.1 De besmette transactie / 350 9.10.2.2 Beëindiging van de fiscale eenheid / 351 9.10.2.3 Sanctietermijnen / 352 9.10.3 Inhoud van de sanctie van art. 15ai Wet VPB 1969 / 353 9.10.4 Bijzondere regels in relatie tot de herinvesteringsreserve / 354 9.11 Fiscale eenheid met een buitenlands belastingplichtige / 356 9.11.1 Fiscale eenheid met een buitenlandse dochtermaatschappij / 356 9.11.2 Fiscale eenheid met een buitenlandse moedermaatschappij / 357 9.12 Enkele aanvullende regels in de Invorderingswet 1990 / 358 9.12.1 Verrekening van belastingschulden met belastingvorderingen / 359 9.12.2 Hoofdelijke aansprakelijkheid voor de vennootschapsbelastingschuld / 360 10 Nederlands inkomen bij buitenlands belastingplichtigen / 361 10.1 Inleiding / 361 10.2 Regelingen ter voorkoming van dubbele belasting / 362 10.2.1 Algemeen / 362 10.2.2 Methoden ter voorkoming van dubbele belasting / 363 10.2.3 Verdragswoonplaats / 364 10.2.4 Diverse inkomensbestanddelen / 365 10.3 Het Nederlands inkomen / 366 10.3.1 Algemeen / 366 10.3.2 Belastbaar Nederlandse bedrag / 366 10.3.3 Winst uit onderneming / 367 10.3.3.1 Algemeen / 367 10.3.3.2 Begrip 'vaste inrichting' / 367 10.3.3.3 Begrip 'vaste vertegenwoordiger' / 368 10.3.3.4 Bepaling omvang winst uit onderneming / 369 10.3.3.5 Ander Nederlands inkomen / 370 10.3.4 Inkomen uit aanmerkelijk belang / 371 10.3.4.1 Algemeen / 371 10.3.4.2 Definitie 'aanmerkelijk belang' / 372 10.4 Vervoersondernemingen / 373 11 Verliesverrekening / 375 11.1 Achterwaartse en voorwaartse verliesverrekening / 375 11.1.1 De termijnen / 375 11.1.2 Enkele formele regels / 377 11.2 Beperking verliesverrekening voor houdster- en financieringsüchamen / 378 11.2.1 Inleiding; het Bosal-arrest van het HvJ EG / 378 XXI

11.2.2 Kwalificatie als houdster- of financieringslichaam / 379 11.2.3 De beperking van de verliesverrekening / 379 11.3 De handel in verlieslichamen / 380 11.3.1 Algemeen; het fenomeen van de handel in verrekenbare verliezen / 380 11.3.2 Korte historie; art. 20 lid 5 (oud) Wet VPB 1969 / 383 11.3.3 Art. 20a Wet VPB 1969 / 384 11.3.3.1 Aandeelhouderstoets; wijziging van het uiteindelijke belang in het verlieslichaam / 385 11.3.3.2 Werkzaamhedentoets; beleggingstoets en inkrimpingstoets / 389 11.3.3.3 Overige aspecten van art. 20a Wet VPB 1969 / 392 12 Tarief en wijze van heffing / 395 12.1 Algemeen vennootschapsbelastingtarief van 25,5% / 395 12.2 Nihiltarief voor fiscale beleggingsinstellingen / 397 12.3 Extra heffingen bovenop het algemene vennootschapsbelastingtarief / 397 12.4 Wijze van heffing / 398 12.5 Vertekening van voorheffingen / 400 13 Bijzondere regelingen / 403 13.1 Inleiding / 403 13.2 Innovatiebox / 404 13.2.1 Inleiding / 404 13.2.2 Bijzonder tarief van 5% / 404 13.2.3 Voorwaarden / 405 13.2.4 Voorbeelden / 407 13.3 Handel in herinvesteringsreservelichamen / 408 13.3.1 Algemeen; wat is het misbruik? / 408 13.3.2 De regeling van art. 12a Wet VPB 1969 / 409 13.3.2.1 Aandeelhouderstoets / 410 13.3.2.2 Beleggingstoets / 411 13.3.2.3 Antimisbruikmaatregel / 411 13.4 Bijzondere regimes voor vrijgestelde en fiscale beleggingsinstellingen / 412 13.4.1 Inleiding / 412 13.4.2 Het vrijgestelde beleggingsinstellingenregime (VBI-regime) / 412 13.4.2.1 Achtergrond van een nieuw deluxe beleggingsinstellingenregime / 412 13.4.2.2 Het nieuwe VBI-regime in kort bestek; subjectieve vrijstelling / 413 13.4.2.3 Voorwaarden voor het nieuwe VBI-regime / 413 13.4.2.4 Aanpalende regels in de vennootschaps- en inkomstenbelasting / 414 13.4.3 Het fiscale-beleggingsinstellingenregime (FBI-regime) / 414 13.4.3.1 Achtergrond van het fiscale-beleggingsinstellingenregime / 414 13.4.3.2 De kern van het bijzondere regime; 0%-tarief en doorstootverplichting / 415 13.4.3.3 Voorwaarden voor statusverkrijging / 417 13.4.3.4 Voor uitdeling beschikbare winst; herbeleggings- en afrondingsreserve / 418 XXII

13.4.3.5 Statusovergangen / 419 13.5 Omzetting van rechtspersonen / 420 13.5.1 Inleiding / 420 13.5.2 Afrekeningsficties in art. 28a Wet VPB 1969 / 420 13.6 Bijzonder regime voor verzekeringsondernemingen / 422 13.6.1 Inleiding / 422 13.6.2 Besluit winstbepaling en reserves verzekeraars / 423 13.6.2.1 Aanvullende regels; premiereserve / 423 13.6.2.2 Egalisatie- en calamiteitenreserve / 423 Trefwoordenregister / 425 XXIII