prof. dr. mr. E.J.W. Heithuis dr. R.P. van den Dool m.m.v. mr. dr. Q.WJ.C.H. Kok drs. IJ. de Nies Compendium vennootschapsbelasting Negende druk Deventer - 2010
INHOUDSOPGAVE Voorwoord / V Lijst van gebruikte afkortingen / VII Overige te raadplegen literatuur / IX 1 Inleiding /1 1.1 Vennootschapsbelasting /1 1.2 Klassieke stelsel /1 1.3 Ontwikkelingen binnen Nederland / 3 1.4 Ontwikkelingen binnen de Europese Unie / 5 1.5 Rechtsgrond / 8 2 Subjectieve belastingplicht /11 2.1 Inleiding /11 2.2 Vestigingsplaats als aangrijpingspunt voor de belastingplicht /11 2.3 Binnenlands belastingplichtige lichamen /15 2.3.1 Inleiding; fictie van art. 2 lid 5 Wet VPB 1969 / 15 2.3.2 Onbeperkt belastingplichtige lichamen /15 2.3.2.1 NV's en BV's /15 2.3.2.2 Open commanditaire vennootschappen /17 2.3.2.3 Andere vennootschappen met een in aandelen verdeeld kapitaal; vreemdrechtelijke rechtsvormen /18 2.3.2.4 Coöperaties en verenigingen op coöperatieve grondslag / 20 2.3.2.5 Onderlinge waarborgmaatschappijen e.a. / 20 2.3.2.6 Woningcorporaties / 21 2.3.2.7 Fondsen voor gemene rekening / 21 2.3.3 Beperkt belastingplichtige lichamen / 22 2.3.3.1 Verenigingen, stichtingen en andere niet-publiekrechtelijke rechtspersonen / 22 2.3.3.2 Overheidsbedrijven / 25 2.4 Buitenlands belastingplichtige lichamen / 28 2.4.1 Inleiding / 28 2.4.2 Verenigingen en andere rechtspersonen / 29 XI
2.4.3 2.4.4 2.5 2.5.1 2.5.2 2.5.3 2.5.4 2.5.5 2.5.6 2.6 2.6.1 2.6.2 2.6.2.1 2.6.2.2 2.6.2.3 2.6.2.4 2.6.2.5 2.6.2.6 2.6.2.7 2.6.3 2.6.3.1 2.6.3.2 3 3.1 3.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.2.1 3.3.2.2 3.4 3.4.1 3.4.1.1 3.4.1.2 3.4.1.3 3.4.2 3.4.2.1 3.4.2.2 3.5 3.5.1 3.5.2 Open commanditaire vennootschappen en andere vennootschappen / 29 Doelvermogens / 30 Nieuwe belastingplichtigen / 30 Inleiding / 30 Europees Economisch Samenwerkings Verband / 30 Europese naamloze vennootschap / 31 Europese coöperatieve vennootschap / 32 Openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid / 33 Vereniging of stichting tot instandhouding van een maatschappelijke onderneming / 34 Subjectieve vrijstellingen / 34 Inleiding / 34 Vrijstellingen van art. 5 Wet VPB 1969 / 35 Natuurschoonwetlichamen / 35 Pensioen- en VUT-fondsen / 36 Instellingen van weldadigheid of van algemeen nut / 36 Landbouwbedrijven en schade- en uitvaartverzekeraars / 37 Ziekenhuisverplegingsfondsen en ziektekostenverzekeraars / 37 Bedrijfsverenigingen / 37 Openbare leeszalen en bibliotheken / 38 Vrijstellingen van art. 6 Wet VPB 1969 / 38 Lichamen van algemeen maatschappelijk belang / 38 Lichamen van sociaal belang / 39 Objectieve belastingplicht / 41 Inleiding / 41 Uitgangspunt winstbepaling zelfstandige entiteiten / 42 Het fiscale kapitaalbegrip / 44 Algemeen / 44 Informeel kapitaal / 45 In de vermogenssfeer / 46 In de kostensfeer / 46 Winstbegrip / 48 Algemeen / 48 'Gezamenlijke voordelen, onder welke naam en welke vorm ook' / 48 Boekjaar / 49 Functionele valuta / 49 Twee winstbegrippen / 50 Het totaalwinstbegrip / 50 Toerekening aan jaren door middel van goed koopmansgebruik (jaarwinst) / 51 Totaalwinst / 52 Euro=eurostelsel / 52 Berekening totaalwinst; vermogensvergelijking / 52 XII
3.5.3 Gemiste voordelen, de redelijk denkend ondernemer en gemengde kosten / 53 3.6 Objectieve vrijstellingen / 55 3.6.1 Vijf vrijstellingen in de Wet VPB 1969 / 55 3.6.2 Kwijtscheldingswinstvrijstelling / 56 3.7 De systematiek van art. 9 en 10 Wet VPB 1969 / 57 3.8 Jaarwinstbepaling / 57 3.8.1 Algemeen / 57 3.8.1.1 Goed koopmansgebruik en bestendige gedragslijn / 57 3.8.1.2 Balanscontinuïteit / 58 3.8.1.3 De beginselen van goed koopmansgebruik / 59 3.8.1.4 Realisatiebeginsel / 59 3.8.1.5 Voorzichtigheidsbeginsel / 60 3.8.1.6 Eenvoudsbeginsel / 61 3.8.2 Stelselwijziging / 62 3.8.2.1 Al dan niet verplichte stelselwijziging en incidenteel fiscaal voordeel / 62 3.8.2.2 Foutenleer / 64 3.8.3 Toestand op balansdatum / 64 3.9 De fiscale balans / 64 3.9.1 Waarderingsmethoden / 64 3.9.2 Vorderingen / 65 3.9.3 Voorraden / 65 3.9.4 Onderhanden werk / 66 3.9.5 Bedrijfsmiddelen / 66 3.9.5.1 Het begrip 'bedrijfsmiddel' / 66 3.9.5.2 Waardering van bedrijfsmiddelen en afschrijvingen / 67 3.9.5.3 Investeringsaftrek / 70 3.9.6 Deelnemingen / 70 3.9.7 Schulden, voorzieningen en pensioenverplichtingen / 71 3.10 Fiscale reserves / 73 3.10.1 Algemeen / 73 3.10.2 Kostenegalisatiereserve / 73 3.10.3 Herinvesteringsreserve / 75 3.10.4 Herbestedingsreserve voor lichamen van algemeen maatschappelijk of sociaal belang / 76 3.11 Eindafrekening / 77 3.11.1 Algemeen / 77 3.11.2 Verplaatsing vestigingsplaats uit Nederland / 78 3.11.3 Algemene eindafrekening; vangnetbepaling / 80 4 Objectieve belastingplicht; aanvullende bepalingen / 81 4.1 Inleiding / 81 4.2 Dooruitdelingsfaciliteit dividendbelasting, 'at arm's length'-beginsel en doorstroomlichamen / 82 4.2.1 Vermindering dividendbelasting / 82 XIII
4.2.2 'At arm's length'-beginsel / 83 4.2.3 Niet-aftrekbare renten en royalty's van doorstroomlichamen / 85 4.3 Kapitaalverkeer tussen aandeelhouders) en lichaam / 87 4.3.1 Algemeen / 87 4.3.2 De aftrekmogelijkheden van art. 9 Wet VPB 1969 / 88 4.3.2.1 Winstaandelen ten behoeve van het personeel / 88 4.3.2.2 Winstaandelen ter zake van overgenomen concessies, octrooien, enz. / 89 4.3.2.3 Winstdelingen voor de verzekeringnemers bij een verzekeringsmaatschappij / 90 4.3.2.4 Oprichtingskosten en kosten in verband met wijziging van het kapitaal / 90 4.3.2.5 Winstaandelen die toekomen aan coöperaties en beherende vennoten van open commanditaire vennootschappen / 91 4.3.2.6 Een redelijke rente over het eigen vermogen / 92 4.3.2.7 De coöperatie en coöperatieve vereniging / 93 4.3.2.8 Bijzondere aftrekposten voor lichamen van algemeen maatschappelijk belang / 95 4.3.3 Niet-aftrekbare uitgaven van art. 10 Wet VPB 1969 / 96 4.3.3.1 Algemeen / 96 4.3.3.2 Winstuitdelingen / 97 4.3.3.3 Belastingen / 97 4.3.3.4 Gebruikelijk loon / 98 4.3.3.5 Werkruimte directeur-aandeelhouder / 98 4.4 Uitgereikte aandelen en toegekende (werknemers)opties /100 4.5 Winstbepaling woningcorporaties /101 4.6 Wederverkoop van ter tijdelijke belegging ingekochte aandelen / 101 4.7 Commissarisbeloning /102 4.8 Giften / 103 4.8.1 Algemeen /103 4.8.2 Afbakening zakelijke giften /103 4.8.3 Aftrekbaarheid niet-zakelijke giften /104 4.9 Afgezonderd particulier vermogen /104 5 Eigen vermogen versus vreemd vermogen; renteaftrek /107 5.1 Inleiding /107 5.2 Herkwalifïcatie van geldleningen in kapitaal /109 5.2.1 Verschillende behandeling van kapitaal en geldleningen in de Wet VPB 1969 / 109 5.2.2 Jurisprudentie Hoge Raad; schijnlening, deelnemerschapslening en bodemloze put /110 5.2.3 De schijnlening nader beschouwd; 'onzakelijke lening' /112 5.2.4 De deelnemerschapslening nader beschouwd /116 5.2.5 De bodemlozeputlening nader beschouwd /117 5.3 Renteloze en laagrentende geldleningen met een onbeperkte looptijd of een looptijd van langer dan tien jaar /118 XIV
5.3.1 Algemeen; korte historie /118 5.3.2 Ratio van art. 10b Wet VPB 1969 /119 5.4 Winstdrainage /120 5.4.1 Algemeen /120 5.4.2 Grondfiguren van de winstdrainage /120 5.4.3 Voorgeschiedenis; fraus legis en jurisprudentie Hoge Raad /124 5.4.4 Wettelijke reparatie in art. 10a Wet VPB 1969 /125 5.4.4.1 Plaatsing in wettelijke systematiek; fraus legis? /125 5.4.4.2 Enkele algemene aspecten van art. 10a Wet VPB 1969 /126 5.4.5 De 'besmette transacties' van art. 10a Wet VPB 1969 /130 5.4.5.1 Alleen specifieke rechtshandelingen /130 5.4.5.2 Winstuitdeling, teruggaaf van gestort kapitaal en kapitaalstorting /130 5.4.5.3 De interne verhanging en externe acquisitie /131 5.4.5.4 Andere situaties waarin art. 10a Wet VPB 1969 van toepassing is /133 5.4.5.5 Het tegenbewijs; zakelijkheidstoets en compenserende heffing /137 5.4.6 Samenloop met fiscale eenheid en juridische splitsing en fusie /142 5.4.7 Begrippen 'verbonden lichaam' en 'verbonden natuurlijk persoon' /142 5.5 Thin capitalisation /144 5.5.1 Algemeen / 144 5.5.2 Korte historie /144 5.5.3 'Thin capitalisation'-maatregel van art. lod Wet VPB 1969 / 145 5.5.3.1 Inpassing in het systeem /145 5.5.3.2 Groepsbegrip (art. 2:24b BW) /146 5.5.3.3 Vaste ratio en concernratio / 148 5.5.3.4 Plafondbepaiing / 149 5.5.3.5 Definitie begrippen 'vreemd vermogen' en 'eigen vermogen' /150 5.5.4 'Thin cap'-regels raken schuldeiser niet / 152 6 Deelnemingsvrijstelling /155 6.1 Inleiding; ne-bis-in-idembeginsel /155 6.2 Het begrip 'deelneming' /158 6.2.1 Algemeen /158 6.2.2 Het omvangscriterium /160 6.2.2.1 Ten minste 5% van het nominaal gestorte kapitaal /160 6.2.2.2 Soort aandelen, certificaten en opties op aandelen /161 6.2.2.3 Lidmaatschapsrechten van coöperaties en commanditaire participaties in open CVs /164 6.2.2.4 Samenhang met bijzondere regimes van de vrijgestelde en fiscale beleggingsinstelling /164 6.2.3 De beleggingsdeelneming /165 6.2.3.1 Vereisten /166 6.2.3.2 Fictieve beleggingen /167 6.2.3.3 Kwalificerende beleggingsdeelnemingen /169 6.2.3.4 Reële-heffingstoets /169 6.2.3.5 Bezittingentoets / 172 6.2.3.6 Jaarlijkse herwaarderingsverplichting /175 XV
6.2.3.7 De deelnemingsverrekening /176 6.2.4 Meesleep- en meetrekregeling; aflopende deelneming /181 6.2.4.1 Meesleepregeling; winstbewijzen en deelnemerschapsleningen /181 6.2.4.2 Meetrekregeling; aandelen, winstbewijzen en deelnemerschapsleningen /182 6.2.4.3 Aflopende deelneming /184 6.2.5 Sfeerovergang; compartimenteringsleer /185 6.3 De vrijgestelde voordelen /186 6.3.1 Voordelen 'uit hoofde van' de deelneming /186 6.3.1.1 Het algebraïsche begrip 'voordelen' /187 6.3.1.2 'Alle voordelen'; zowel dividenden als verkoopresultaten /187 6.3.2 Dividenduitkeringen /188 6.3.2.1 Verkapt of vermomd dividend /188 6.3.2.2 Meegekocht dividend /188 6.3.2.3 Winstbonus- en agiobonusaandelen en claims /189 6.3.3 Kosten verband houdend met de deelneming /190 6.3.4 Andere voordelen uit hoofde van de deelneming /191 6.3.4.1 Voordelen uit opties op aandelen /191 6.3.4.2 Voordelen uit 'earn-out'-regelingen en balansgaranties /193 6.3.4.3 Voordelen uit zogenoemde deelnemerschapsleningen /195 6.3.4.4 Valutakoersresultaten /195 6.3.4.5 Voordelen uit valuta-afdekkingsinstrumenten /196 6.4 Omzetting afgewaardeerde vorderingen in aandelenkapitaal en aanverwante rechtsfiguren /197 6.4.1 Vorderingen versus deelnemingen / 197 6.4.2 Korte historie /198 6.4.3 Huidige regime van art. 13ba Wet VPB 1969 /199 6.4.3.1 Algemeen /199 6.4.3.2 Relevante rechtshandelingen / 200 6.4.3.3 Opwaarderingsreserve / 201 6.4.4 Vervreemding van de schuldvordering en aanverwante figuren / 203 6.4.5 Samenloop met Iiquidatieverliesregeling / 206 6.5 Omzetting van een verlieslijdende vaste inrichting in een deelneming / 206 6.5.1 Onderscheid vaste inrichting en deelneming in het buitenland / 206 6.5.2 Incorporatie van verlieslijdende vaste inrichting in een deelneming / 208 6.5.2.1 Hoofdsysteem van art. 13c Wet VPB 1969 / 208 6.5.2.2 Antimisbruikbepalingen / 210 6.5.3 Samenloop met Iiquidatieverliesregeling / 211 6.6 De Iiquidatieverliesregeling / 211 6.6.1 Inleiding / 211 6.6.2 Achtergrond van de Iiquidatieverliesregeling / 212 6.6.3 Voorwaarden voor een liquidatieverlies / 213 6.6.4 Omvang van het liquidatieverlies / 213 6.6.4.1 Voor de deelneming opgeofferde bedrag / 214 XVI
6.6.4.2 Totaal van de liquidatie-uitkeringen / 215 6.6.5 Het tijdstip van verliesneming / 217 6.6.6 Liquidatie tussenhoudstervennootschap / 219 6.6.7 Aandelenfusie, splitsing en juridische fusie / 221 7 Fusies en splitsingen / 223 7.1 Inleiding / 223 7.2 Aandelenfusie / 224 7.2.1 Algemeen / 224 7.2.2 Voor de faciliteit kwalificerende aandelenfusie / 226 7.2.3 Voorwaarden voor toepassing van de faciliteit / 227 7.2.3.1 Niet gericht op ontgaan of uitstellen van belastingheffing / 227 7.2.3.2 Zekerheid vooraf / 229 7.2.4 Inhoud van de faciliteit; doorschuiving fiscale boekwaarde / 229 7.3 Bedrijfsfusie / 229 7.3.1 Algemeen / 229 7.3.2 Tegenprestatie en belastinglatentie / 231 7.3.3 Voorwaarden voor toepassing van de faciliteit / 234 7.3.3.1 Materiële onderneming / 234 7.3.3.2 Niet gericht op ontgaan of uitstellen van belastingheffing / 234 7.3.3.3 Zekerheid vooraf / 235 7.3.3.4 Relatie met Iiquidatieverliesregeling / 235 7.3.4 Tijdstip van overdracht; terugwerkende kracht / 235 7.3.5 Bedrijfsfusiefaciliteit van rechtswege; voorwaarden en indeplaatstreding / 236 7.3.6 Bedrijfsfusiefaciliteit op verzoek / 238 7.3.6.1 Standaardvoorwaarden / 238 7.3.6.2 Voorwaarde 1: Onderlinge vorderingen en schulden / 238 7.3.6.3 Voorwaarde 2: Verrekening van verliezen, buitenlandse resultaten en bronbelasting / 239 7.3.6.4 Voorwaarde 3: Overdragende vennootschap bezit aandelen in overnemende vennootschap / 240 7.3.6.5 Voorwaarde 4: Overdragende vennootschap houdt art. 13c-deelneming in overnemende vennootschap / 241 7.3.6.6 Voorwaarde 5: Latent liquidatieverlies / 241 7.3.6.7 Voorwaarde 6: Deelnemingsvrijstelling na bedrijfsfusie / 242 7.3.6.8 Voorwaarde 7: Overdragende rechtspersoon is stichting of vereniging / 242 7.3.6.9 Voorwaarde 8: Overnemende vennootschap is in buitenland gevestigd / 243 7.4 Juridische splitsing / 243 7.4.1 Algemeen / 243 7.4.2 Splitsing met fiscale afrekening / 247 7.4.3 Spiitsingsfaciliteit van rechtswege / 248 7.4.3.1 Indeplaatstreding; doorschuif fiscale boekwaarden / 248 7.4.3.2 Voorwaarden / 250 XVII
7.4.3.3 Niet gericht op ontgaan of uitstellen van belastingheffing / 252 7.4.3.4 Zekerheid vooraf / 255 7.4.3.5 Relatie met Iiquidatieverliesregeling / 255 7.4.4 Splitsingsfaciliteit op verzoek / 255 7.4.4.1 Standaardvoorwaarden / 255 7.4.4.2 Voorwaarde la: Onderlinge vorderingen en schulden / 256 7.4.4.3 Voorwaarde lb: Vorderingen op verbonden lichamen / 256 7.4.4.4 Voorwaarde 2: Verrekening van verliezen, buitenlandse resultaten en bronbelasting / 257 7.4.4.5 Voorwaarde 3: Afsplitsende rechtspersoon bezit aandelen in verkrijgende rechtspersoon / 258 7.4.4.6 Voorwaarde 4: Afsplitsende rechtspersoon houdt art. 13c-deelneming in verkrijgende rechtspersoon / 259 7.4.4.7 Voorwaarde 5: Latent liquidatieverlies / 259 7.4.4.8 Voorwaarde 6: Deelnemingsvrijstelling na afsplitsing / 260 7.4.4.9 Voorwaarde 7: Afsplitsende rechtspersoon is stichting of vereniging / 261 7.4.4.10 Voorwaarde 8: Verkrijgende rechtspersoon is buiten Nederland gevestigd / 261 7.4.5 Fiscale positie aandeelhouders splitsende rechtspersonen / 262 7.4.5.1 Aandeelhouder verdwijnende vennootschap / 262 7.4.5.2 Aandeelhouder verkrijgende vennootschap / 264 7.5 Juridische fusie / 264 7.5.1 Algemeen / 264 7.5.2 Fusie met fiscale afrekening / 267 7.5.3 Fusiefaciliteit van rechtswege / 268 7.5.3.1 Indeplaatstreding; doorschuif fiscale boekwaarden / 268 7.5.3.2 Voorwaarden / 270 7.5.3.3 Niet gericht op ontgaan of uitstellen van belastingheffing / 272 7.5.3.4 Zekerheid vooraf / 273 7.5.4 Fusiefaciliteit op verzoek / 273 7.5.4.1 Standaardvoorwaarden / 273 7.5.4.2 Voorwaarde 1: Onderlinge vorderingen en schulden / 274 7.5.4.3 Voorwaarde 2: Verrekening van verliezen, buitenlandse resultaten en bronbelasting / 275 7.5.4.4 Voorwaarde 3: Fuserende rechtspersoon bezit aandelen in andere fuserende rechtspersoon / 276 7.5.4.5 Voorwaarde 4: Fuserende rechtspersoon houdt art. 13c-deelneming in andere fuserende rechtspersoon / 276 7.5.4.6 Voorwaarde 5: Latent liquidatieverlies / 276 7.5.4.7 Voorwaarde 6: Verkrijgende rechtspersoon is buiten Nederland gevestigd / 277 7.5.5 Fiscale positie aandeelhouders fuserende rechtspersonen / 277 7.5.5.1 Aandeelhouder verdwijnende vennootschap / 277 7.5.5.2 Aandeelhouder verkrijgende vennootschap / 280 XVIII
8 Geruisloze terugkeer uit de BV / 281 8.1 Inleiding / 281 8.2 Terugkeerfaciliteiten in de fiscale wetgeving / 281 8.2.1 In vogelvlucht / 281 8.2.2 Omzetting meervoudige VPB- en AB-claim in enkelvoudige IB-claim / 283 8.2.2.1 Doorschuiving fiscale boekwaarden / 283 8.2.2.2 AB-claim vóór de terugkeer wijkt af van IB-claim na de terugkeer / 285 8.2.2.3 Terugkeerreserve / 286 8.2.3 Faciliteiten alleen op verzoek / 286 8.3 Eisen gesteld aan de terugkeerfaciliteit / 287 8.3.1 Voortzettingseis en rechtsvorm na de terugkeer / 287 8.3.2 Aandeelhouderseis / 288 8.3.3 Ontbindingseis / 288 8.3.4 Ondernemingsvermogenseis / 289 8.3.5 Toegestane lichamen / 290 8.3.5.1 NV of BV of vergelijkbare buitenlandse lichamen / 290 8.3.5.2 In Nederland gevestigd of vaste inrichting in Nederland / 290 8.4 Gevolgen voor compensabele verliezen / 291 8.4.1 Algemeen / 291 8.4.2 Verplichte herwaardering activa en passiva / 291 8.4.3 Verhoging boekwaarde en fiscale reserves / 291 8.4.4 Na de terugkeer resterende compensabele verliezen / 292 8.5 Waardebepaling aandelen en onderneming / 293 8.6 Positieve of negatieve terugkeerreserve / 294 8.7 Nadere voorwaarden / 295 8.7.1 Algemeen / 295 8.7.2 Schulden en vreemd vermogen / 296 8.7.3 Lijfrente- en pensioenverplichtingen / 297 8.7.4 Vordering en schulden russen BV en voortzetters / 298 8.8 Gevolgen voor de voortzettende aandeelhouders in de inkomstenbelasting / 299 8.9 Enkele tijdsbepalingen / 300 8.9.1 Het overgangstijdstip / 300 8.9.2 Terugwerkende kracht / 300 8.9.3 Verzoek tot toepassing van de faciliteit / 301 9 Fiscale eenheid / 303 9.1 Inleiding / 303 9.2 Karakter van de fiscale eenheid / 304 9.3 Voor- en nadelen van de fiscale eenheid / 305 9.4 Vereisten voor het aangaan van een fiscale eenheid / 307 9.4.1 Op verzoek; beperkte terugwerkende kracht van maximaal drie maanden / 308 9.4.2 Bezitsvereiste van ten minste 95% / 308 9.4.2.1 Middellijk aandelenbezit en verschillende soorten aandelen / 309 XIX
9.4.2.2 Economische en juridische eigendom / 310 9.4.3 Samenvallende boekjaren / 313 9.4.4 Dezelfde winstbepalingen bij moeder- en dochtermaatschappij / 313 9.4.5 Vestigingsplaatseisen voor de moeder- en dochtermaatschappij / 314 9.4.6 Kwalificerende rechtsvorm / 316 9.4.7 Geen voorraadaandelen / 317 9.5 Einde van de fiscale eenheid / 318 9.5.1 Gevallen waarin de fiscale eenheid eindigt / 318 9.5.2 Voeging en ontvoeging in hetzelfde boekjaar / 319 9.6 De gevolgen bij voeging in een fiscale eenheid / 320 9.6.1 Waardesprong als gevolg van de voeging in een fiscale eenheid / 320 9.6.2 Dochtermaatschappij sluit boekjaar af / 322 9.6.3 Door de dochtermaatschappij te volgen gedragslijn / 322 9.6.4 Entreeheffingen van art. 15ab Wet VPB 1969 / 323 9.6.4.1 Herwaardering van aandelen in de dochtermaatschappij / 323 9.6.4.2 Verrekening van op het voegingstijdstip aanwezige latente liquidatieverliezen / 324 9.6.4.3 Onderlinge vordering/schuldverhoudingen tussen moeder- en dochtermaatschappij / 325 9.6.5 Samenloop met de innovatiebox / 326 9.7 Belastingheffing tijdens het bestaan van een fiscale eenheid / 326 9.7.1 Gevolgen van het gevoegd zijn in een fiscale eenheid / 326 9.7.2 Toepassing kwijtscheldingswinstvrijstelling / 327 9.7.3 Voorkoming van buitenlandse winstbelasting / 329 9.8 Verbreking van de fiscale eenheid / 330 9.8.1 Aanvang nieuw boekjaar voor dochtermaatschappij / 331 9.8.2 Fiscale indeplaatstreding / 331 9.8.2.1 Gevolgen voor herinvesteringsreserve / 332 9.8.2.2 Waardering van de deelneming en bepaling van het opgeofferde bedrag / 334 9.8.3 Onderlinge vordering/schuldverhoudingen tussen moeder- en dochtermaatschappij / 335 9.8.4 Ontvoeging in het zicht van liquidatie / 336 9.8.5 Oneigenlijk gebruik in relatie tot art. 13d Wet VPB 1969 / 338 9.8.6 Samenloop met de innovatiebox / 338 9.9 Vertekening van verliezen van vóór en na de fiscale eenheid / 339 9.9.1 Verrekening van verliezen van vóór het voegingstijdstip (voorvoegingsverliezen) / 339 9.9.1.1 Verrekening van voorvoegingsverliezen met nieuw opgerichte dochtermaatschappij / 342 9.9.1.2 Fictieve winstsplitsing / 342 9.9.1.3 Transacties binnen de fiscale eenheid / 343 9.9.2 Verliesverrekening over het ontvoegingstijdstip / 345 9.9.2.1 Verrekening van voorvoegingsresultaten / 345 9.9.2.2 Verrekening van fiscale-eenheidsresultaten / 345 XX
9.9.3 Toepassing van de inhaalregeling, doorschuifregeling en stallingsregeling van vóór en na de fiscale eenheid / 347 9.10 Antimisbruikbepaling ter zake van binnen de fiscale eenheid overgedragen vermogensbestanddelen / 348 9.10.1 Algemeen / 348 9.10.2 Voorwaarden voor toepassing van art. 15ai Wet VPB 1969 / 349 9.10.2.1 De besmette transactie / 350 9.10.2.2 Beëindiging van de fiscale eenheid / 351 9.10.2.3 Sanctietermijnen / 352 9.10.3 Inhoud van de sanctie van art. 15ai Wet VPB 1969 / 353 9.10.4 Bijzondere regels in relatie tot de herinvesteringsreserve / 354 9.11 Fiscale eenheid met een buitenlands belastingplichtige / 356 9.11.1 Fiscale eenheid met een buitenlandse dochtermaatschappij / 356 9.11.2 Fiscale eenheid met een buitenlandse moedermaatschappij / 357 9.12 Enkele aanvullende regels in de Invorderingswet 1990 / 358 9.12.1 Verrekening van belastingschulden met belastingvorderingen / 359 9.12.2 Hoofdelijke aansprakelijkheid voor de vennootschapsbelastingschuld / 360 10 Nederlands inkomen bij buitenlands belastingplichtigen / 361 10.1 Inleiding / 361 10.2 Regelingen ter voorkoming van dubbele belasting / 362 10.2.1 Algemeen / 362 10.2.2 Methoden ter voorkoming van dubbele belasting / 363 10.2.3 Verdragswoonplaats / 364 10.2.4 Diverse inkomensbestanddelen / 365 10.3 Het Nederlands inkomen / 366 10.3.1 Algemeen / 366 10.3.2 Belastbaar Nederlandse bedrag / 366 10.3.3 Winst uit onderneming / 367 10.3.3.1 Algemeen / 367 10.3.3.2 Begrip 'vaste inrichting' / 367 10.3.3.3 Begrip 'vaste vertegenwoordiger' / 368 10.3.3.4 Bepaling omvang winst uit onderneming / 369 10.3.3.5 Ander Nederlands inkomen / 370 10.3.4 Inkomen uit aanmerkelijk belang / 371 10.3.4.1 Algemeen / 371 10.3.4.2 Definitie 'aanmerkelijk belang' / 372 10.4 Vervoersondernemingen / 373 11 Verliesverrekening / 375 11.1 Achterwaartse en voorwaartse verliesverrekening / 375 11.1.1 De termijnen / 375 11.1.2 Enkele formele regels / 377 11.2 Beperking verliesverrekening voor houdster- en financieringsüchamen / 378 11.2.1 Inleiding; het Bosal-arrest van het HvJ EG / 378 XXI
11.2.2 Kwalificatie als houdster- of financieringslichaam / 379 11.2.3 De beperking van de verliesverrekening / 379 11.3 De handel in verlieslichamen / 380 11.3.1 Algemeen; het fenomeen van de handel in verrekenbare verliezen / 380 11.3.2 Korte historie; art. 20 lid 5 (oud) Wet VPB 1969 / 383 11.3.3 Art. 20a Wet VPB 1969 / 384 11.3.3.1 Aandeelhouderstoets; wijziging van het uiteindelijke belang in het verlieslichaam / 385 11.3.3.2 Werkzaamhedentoets; beleggingstoets en inkrimpingstoets / 389 11.3.3.3 Overige aspecten van art. 20a Wet VPB 1969 / 392 12 Tarief en wijze van heffing / 395 12.1 Algemeen vennootschapsbelastingtarief van 25,5% / 395 12.2 Nihiltarief voor fiscale beleggingsinstellingen / 397 12.3 Extra heffingen bovenop het algemene vennootschapsbelastingtarief / 397 12.4 Wijze van heffing / 398 12.5 Vertekening van voorheffingen / 400 13 Bijzondere regelingen / 403 13.1 Inleiding / 403 13.2 Innovatiebox / 404 13.2.1 Inleiding / 404 13.2.2 Bijzonder tarief van 5% / 404 13.2.3 Voorwaarden / 405 13.2.4 Voorbeelden / 407 13.3 Handel in herinvesteringsreservelichamen / 408 13.3.1 Algemeen; wat is het misbruik? / 408 13.3.2 De regeling van art. 12a Wet VPB 1969 / 409 13.3.2.1 Aandeelhouderstoets / 410 13.3.2.2 Beleggingstoets / 411 13.3.2.3 Antimisbruikmaatregel / 411 13.4 Bijzondere regimes voor vrijgestelde en fiscale beleggingsinstellingen / 412 13.4.1 Inleiding / 412 13.4.2 Het vrijgestelde beleggingsinstellingenregime (VBI-regime) / 412 13.4.2.1 Achtergrond van een nieuw deluxe beleggingsinstellingenregime / 412 13.4.2.2 Het nieuwe VBI-regime in kort bestek; subjectieve vrijstelling / 413 13.4.2.3 Voorwaarden voor het nieuwe VBI-regime / 413 13.4.2.4 Aanpalende regels in de vennootschaps- en inkomstenbelasting / 414 13.4.3 Het fiscale-beleggingsinstellingenregime (FBI-regime) / 414 13.4.3.1 Achtergrond van het fiscale-beleggingsinstellingenregime / 414 13.4.3.2 De kern van het bijzondere regime; 0%-tarief en doorstootverplichting / 415 13.4.3.3 Voorwaarden voor statusverkrijging / 417 13.4.3.4 Voor uitdeling beschikbare winst; herbeleggings- en afrondingsreserve / 418 XXII
13.4.3.5 Statusovergangen / 419 13.5 Omzetting van rechtspersonen / 420 13.5.1 Inleiding / 420 13.5.2 Afrekeningsficties in art. 28a Wet VPB 1969 / 420 13.6 Bijzonder regime voor verzekeringsondernemingen / 422 13.6.1 Inleiding / 422 13.6.2 Besluit winstbepaling en reserves verzekeraars / 423 13.6.2.1 Aanvullende regels; premiereserve / 423 13.6.2.2 Egalisatie- en calamiteitenreserve / 423 Trefwoordenregister / 425 XXIII