LOOPBAAN & BURGERSCHAP 2013-2014
Wat is L & B? L & B staat voor Loopbaan en Burgerschap en is een onderdeel van je opleiding dat zich richt op jou als mens in de maatschappij. L & B richt zich op alle rollen die er van je gevraagd worden in de maatschappij met alle daarbij horende mogelijkheden, rechten en plichten. Je kunt L & B opspitsen in 2 gedeeltes: Loopbaan Burgerschap Loopbaan Tijdens de coachuren zal jouw loopbaan centraal staan. Wie ben jij en hoe leer je, wat heb jij nodig om te worden wat je worden wilt, wat vraagt het gekozen beroep van je etc. Je persoonlijke ontwikkeling staat daarbij centraal. In leerjaar 1 werk je, tijdens de coachuren, aan opdrachten die je meer zicht geven op deze vragen en de resultaten van deze opdrachten bewaar je in je portfolio. Hier wordt een basis gelegd waarop je, in de jaren die daarop volgen, je verder gaat ontwikkelen. Aan het einde van je opleiding is het laatste onderdeel van je examen een panelgesprek, waarbij jouw loopbaan centraal staat Burgerschap Burgerschap wordt onderverdeeld in vier dimensies nl: De politiek-juridische dimensie gaat over de bereidheid en het vermogen van mensen om deel te nemen aan de politieke besluitvorming. De economische dimensie heeft betrekking op twee deel terreinen. 1. Het gaat over het leveren van een bijdrage aan de arbeidsgemeenschap waar je deel van uit maakt. 2. En over het recht en de plicht van de burger om op een goede wijze als consument deel te nemen aan de maatschappij. De sociaal maatschappelijke dimensie heeft betrekking op de bereidheid en het vermogen om deel uit te maken van de gemeenschap en daar een bijdrage aan te leveren. De dimensie vitaal burgerschap heeft betrekking op de bereidheid en het vermogen om te reflecteren op de eigen leefstijl en zorg te dragen voor de eigen vitaliteit als burger en werknemer.
Leerjaar 1 Tijdens de coachuren werk je aan opdrachten. Hieronder staat uitgewerkt welke producten je per periode in je portfolio hebt zitten. PERIODE 1 MIJN OPLEIDING en IK PRODUCT DATUM PARAAF DOCENT Zelfportret (schrift en beeld) en CV (NL en coaching) Levenslijn Overzicht van kwaliteiten en vaardigheden Basis van een portfolio PERIODE 2 LEREN LEREN PRODUCT DATUM PARAAF DOCENT Leerstijlen test en conclusie Beschrijving van je kernkwadrant Samenwerken, jouw rol Vervolg op portfolio PERIODE 3 STAGEVOORBEREIDING PRODUCT DATUM PARAAF DOCENT Stageactieplan Jouw leerdoelen Sterkte zwakte analyse Overkoepelende reflectie aan de hand van leerkaarten
Op stage Voor L & B moet je een aantal opdrachten uitwerken tijdens de BPV periode. Er zijn tien beschreven waarvan je tijdens een BPV periode van 10 weken minimaal 2 moet maken. De stage opdrachten in de bijlage hebben allemaal te maken met Burgerschap op de terreinen Sociaal maatschappelijk dimensie Economische dimensie Politiek Juridisch dimensie De opdrachten gaan over regelgeving, procedures en afspraken binnen jouw stagebedrijf. Maar ook over samenwerken, de bedrijfscultuur en jouw beroepshouding. Tijdens elke stage kies je 2 opdrachten uit. (zie de bijlage) Dat betekent dat je aan het einde van leerjaar 3 zes opdrachten met een voldoende hebt afgerond. Je opdrachten laat je door je praktijkbegeleider beoordelen. Je coach/bpv-docent tekent je gemaakte opdrachten af op je overzicht L & B producten.
L & B in jaar 2 (en 3) Burgerschapsdagen In leerjaar 2 en 3 neem je deel aan burgerschapsdagen. Er worden 4 dagen per jaar georganiseerd over één van de genoemde dimensies. Over deze burgerschapsdagen krijg je informatie via je coach. Je meldt je s ochtends en doet de hele dag actief mee. Aan het einde van de dag ontvang je een bewijs van deelname. Dit bewijs bewaar je. L & B voor diplomering Voor het behalen van je diploma moet je het volgende hebben gedaan: Normering niveau 3-4 1. Het Loopbaan programma tijdens de coaching in het eerste jaar moet voldoende zijn afgerond. 2. Minimaal 6 L & B stage opdrachten zijn voldoende aan het einde van het 3 de jaar. 3. Bewijzen van deelname aan burgerschapsdagen. (minimaal 3) 4. Voldoende D Points. (zie D Points) 5. X Streamprogramma s: Ondernemen, Werken in de 21 ste eeuw, Leidinggeven, HBO. Het geheel van bewijzen, voorzien met data en handtekeningen lever je in bij je coach. Hij of zij controleert de stukken aan de hand van de bovenstaande normering. Wanneer het aan de gestelde norm voldoet, ontvang je het LLB bewijs. Eén exemplaar is voor jezelf en één is voor het Examenbureau.
Naam cursist Datum Opleiding en klas INHOUD Coachprogramma leerjaar 1 OVERZICHT LLB PRODUCTEN Datum Paraaf Burgerschap dagen (minimaal 3 van 4) 1. Politieke juridische dimensie 2. Economische dimensie 3. Sociaal maatschappelijke dimensie 4. Dimensie vitaal burgerschap L & B Stage opdrachten (minimaal 6) D Points 20 D Points Niveau 4 15 D Points Niveau 3 10 D Points Niveau 2 X Streamprogramma s: 1. Werken in de 21ste eeuw 2. Ondernemen 3. HBO
Indien de bovenstaande onderdelen zijn voldaan, ontvangt de cursist twee exemplaren van het L & B bewijs, waarvan één naar het examenbureau gaat.
BIJLAGE L & B OPDRACHTEN STAGE Opdracht 1: BEROEPSHOUDING Beroepshouding Een goede beroepshouding is essentieel in het vak en moet je oefenen tijdens je BPV. Tot de beroepshouding rekenen we o.a.: 1. Je aan de regels houden: op tijd komen, de procedures en voorschriften volgen, op de veiligheid letten, doen wat je opgedragen wordt, geen dingen doen die verboden zijn, bij je hebben wat je bij je hoort te hebben, je netjes afmelden als je verhinderd bent 2. Je aan afspraken houden: op tijd zijn voor gesprekken, doen wat er afgesproken is, je werk op tijd inleveren, op tijd waarschuwen als er iets mis dreigt te gaan, je aan de planning houden 3. Goed samenwerken: overleggen, open staan voor anderen, taken op je nemen en ze uitvoeren, je team niet in de steek laten, niet de kantjes eraf lopen, anderen Helpen als ze problemen hebben 4. Open staan voor kritiek: jezelf willen verbeteren, luisteren naar wat anderen over jou en je werk te vertellen hebben, naar je eigen manier van werken kijken 5. Voldoende zelfstandig kunnen werken, maar ook weten wanneer je hulp moet vragen: je eigen weg zoeken, zelf kijken waar je iets vinden kunt, zelf proberen, maar niet te lang blijven doormodderen 6. Initiatief tonen: zelf kijken wat er gedaan moet worden, niet alleen afwachten, zelf op zoek gaan naar informatie, verbetervoorstellen doen, vragen of je nog iets doen kunt Stel: je bent de directeur van jouw stageplek. Wat zou je van je werknemers verwachten? Waar moeten ze aan voldoen? Wat vind jij een professionele beroepshouding? Bespreek dit met je stagebegeleider
Opdracht 2: BEDRIJFSCULTUUR Bedrijfscultuur is de manier waarop het er in een bedrijf dagelijks aan toe gaat. Meestal wordt de cultuur van een bedrijf individueel doorgegeven door je rechtstreekse baas en door je collega s. Dat gebeurt zowel bewust als onbewust. Je kunt de bedrijfscultuur op jouw stageplek ontdekken door je het volgende af te vragen: Welke 10 woorden zou je gebruiken om het bedrijf te omschrijven Wat vindt jouw stage bedrijf belangrijk in de omgang met elkaar Welk gedrag wordt gewaardeerd en beloond Welke persoonlijkheden voelen zich goed in het bedrijf De bedrijfscultuur kun je ook aflezen aan de volgende signalen: Uitstraling bedrijf: De huisstijl van een bedrijf kan veel verraden. Toont de advertentie/website lachende jonge mensen en is de lay-out uitbundig dan mag je ervan uitgaan dat de bedrijfscultuur ook wel een beetje zo is. Let ook op bedrijfsbrochures en websites. Decor: De uitstraling van de plaats waar je moet werken verschaft ook informatie: is het een saai gebouw of juist kleurrijk ingericht. Is het rommelig of juist netjes? Omgangsvormen: Gaat men formeel of vriendschappelijk met elkaar om. Mag je iedereen bij de voornaam noemen of zeg je mijnheer, mevrouw. Wordt er gelachen of stil gewerkt? Hiërarchische verhoudingen: zijn er veel tussenschakels tussen jou en de baas of heb je contact met je baas. Zit je leidinggevende tussen het personeel of moet je een afspraak maken om met hem/haar in contact te komen? Ondernemerschap: worden jouw ideeën en suggesties gewaardeerd of moet je je stil houden? Beschrijf aan de hand van bovengenoemde punten de bedrijfscultuur op jouw stageplek
Opdracht 3: WIE IS HIER DE BAAS? Wie is de baas op jouw stageplek en hoe heeft hij/zij dat voor elkaar gekregen? Wat maakt nu dat de onderneming winst maakt of goed loopt? Ook jij zult in je beroep ondernemerschap nodig hebben. Interview je baas met deze vraag als uitgangspunt. Maak van te voren een lijstje met minimaal 10 vragen, met daarop in ieder geval vragen over wat voor persoon moet je zijn om ondernemer te zijn? Wat doet hij/zij om de onderneming gezond te houden? Opdracht 4: ORGANOGRAM Jouw stage bedrijf is op een bepaalde manier georganiseerd. Op die manier probeert men te bereiken dat er optimaal wordt samengewerkt. Geef in een organogram aan hoe jouw stage bedrijf is georganiseerd. Zoek op internet informatie op over het organogram, zodat je weet wat er van je verwacht wordt bij deze opdracht. Geef aan waar jouw plek in de organisatie is Opdracht 5: WERKOVERLEG In elk bedrijf vindt werkoverleg plaats. Dit overleg draagt bij aan de manier van (samen)werken. Er worden taken verdeeld, werkwijzen besproken en afspraken gemaakt. Goed overleg wordt voorbereid en volgens vaste regels gevoerd. Bovendien moet er van het overleg een verslag worden gemaakt. Maak notulen van een werkoverleg Bereid een volgend werkoverleg voor Opdracht 6: KLACHTEN OP JE STAGE Doe de servicegerichtheidstest op www.123test.nl Beschrijf of je je herkent in deze test. Ben jij in staat om klachten goed af te handelen of vind je dat lastig? Heb je tijdens je stage te maken gehad met een klacht van een klant of collega? Beschrijf de klacht en hoe je die hebt opgelost Beschrijf hoe in jouw bedrijf de afhandeling van klachten is geregeld
Opdracht 7: ARBO Slechte werkomstandigheden zijn vaak de oorzaak van ziekte of letsel bij werknemers. Op elke werkplek moeten daarom veiligheidsmaatregelen genomen worden. Werkgevers en werknemers zijn hier samen verantwoordelijk voor. Ook zijn er regels vastgelegd hoe je op een werkplek met het milieu omgaat Maak een rondgang op jouw werkplek en informeer naar de volgende zaken: Welke veiligheidsmaatregelen herken jij in jouw stage bedrijf? Hoe gaat het bedrijf om met brand/overval/bommelding? Welke milieukenmerken en logo s kom je tegen in jouw stage bedrijf? Wat zijn de functies van deze kenmerken en logo s? Welke verplichtingen heb jij binnen je stage bedrijf met betrekking tot de veiligheid? Vergelijk de huisregels van het bedrijf met betrekking tot veiligheid van personeel. Vergelijk deze met de eisen die de Arbowet stelt Wat kan jouw leidinggevende je vertellen over de Arbowet? Opdracht 8: ERGONOMIE Ergonomie is de studie die probeert de beste houdingen voor mensen in werksituaties te vinden. Deze studie levert informatie op over de mogelijkheden om het menselijk lichaam zo goed mogelijk in te zetten bij het uitvoeren van werkzaamheden. Denk aan: werkhoudingen, tillen, dragen van lasten, herhaalde bewegingen, werkplekinrichting, veiligheid, gezondheid. Onderzoek jouw arbeidsomstandigheden en beschrijf die Onderzoek wat jouw bedrijf weet van ergonomie en of er iets mee gedaan wordt Onderzoek het verschil tussen theorie en praktijk en beschrijf het verschil Opdracht 9: PAPIERWINKEL In elk bedrijf of instelling wordt er met contracten en andere papieren gewerkt. Denk aan offertes of nota s. Hiermee wordt een overeenkomst die meestal eerst mondeling is gesloten, vastgelegd. Het nut hiervan is dat als er later onenigheid is, je terug kunt vallen op de ondertekende overeenkomst. Op die manier bewijs je ook op school dat je iets af hebt of goed gedaan hebt. Pak je stage contract erbij. Leg in eenvoudige woorden uit wat daar precies staat en waar je je aan moet houden. Dat was een makkie. Nu even wat anders. Vraag aan een medewerker naar een contract wat daar gebruikt wordt. Onderzoek of je daar zelfstandig uit komt en anders vraag je tijd van je collega om je dat uit te leggen. Beschrijf wat er in het contract staat en waarom dat er staat.
Opdracht 10: VERZIN EEN. Je loopt stage en voert opdrachten en taken uit die deels nieuw voor je zijn en misschien weet je al veel van het werk. Daarnaast is het overal belangrijk om te vernieuwen. Dat zorgt dat een bedrijf gezond blijft. Nieuwe producten of verbeteringen die zorgen dat iets in minder tijd kan gedaan worden. Bedenk voor het bedrijf/instelling waar jij werkt een nieuwe dienst of product. Het kan ook zo zijn dat je een verbetering weet aan te brengen in iets wat al bestaat. Er zijn voorbeelden genoeg van verbeteringen in een bedrijf die bedacht zijn door een stagiaire. Leg je product/dienst/verbetering voor aan je stagebegeleider of leidinggevende. Beschrijf in een verslag wat je als verbetering hebt aangedragen. Feedback op de stage opdrachten Op de volgende pagina staat een formulier dat je bij de gemaakte opdracht voegt. Zowel de begeleider op het stage adres als je coach, geven feedback op je gemaakte opdracht. De gemaakte opdracht en het feedback formulier stop je in je portfolio. Resultaten overzicht L & B stage opdrachten In het onderstaande schema kun je bijhouden welke opdrachten je voldoende hebt afgerond. BPV periode PRODUCT 1 ste jaar 2 de jaar 3 de jaar 1. Beroepshouding 2. Bedrijfscultuur 3. Wie is hier de baas? 4. Organogram 5. Werkoverleg 6. Klachten op je stage 7. ARBO 8. Ergonomie 9. Papierwinkel 10. Verzin een
Feedback formulier LB stage opdrachten Naam opdracht. Datum:.. Feedback van... (Stagebegeleider) Handtekening stagebegeleider. Opmerkingen coach: Handtekening coach