LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS Vak: KV Samenspel (2/2 lt/w) Specifiek gedeelte Studierichting: Muziek Studiegebied: Podiumkunsten Onderwijsvorm: KSO Graad : derde graad Leerjaar: eerste en tweede leerjaar Leerplannummer: 2015/032 (vervangt 97067) Nummer inspectie: 2015/1135/1//V17 Pedagogische begeleidingsdienst Huis van het GO! Willebroekkaai 36 1000 Brussel
KSO 3e graad Specifiek gedeelte Muziek 2 KV Samenspel (1e leerjaar: 2 lestijden/week, 2e leerjaar: 2 lestijden/week) Inhoud 1. Visie 3 2. Beginsituatie 5 3. Algemene doelstelling 6 4. Leerplandoelstellingen en leerinhouden 7 4.1. Optie klassieke muziek: 7 4.2. Optie jazz-pop-wereldmuziek: 9 5. Algemene pedagogisch-didactische wenken 11 5.1. Documenten van de leraar 11 5.2. Documenten van de leerling 12 5.3. Differentiëren in allerlei variaties 13 5.4. Samenwerking en vakgroepwerking 14 6. Minimale materiële vereisten 16 7. Evaluatie 17 8. Bibliografie 19
KSO 3e graad Specifiek gedeelte Muziek 3 KV Samenspel (1e leerjaar: 2 lestijden/week, 2e leerjaar: 2 lestijden/week) 1. Visie Het opleiden van muzikaal begaafde leerlingen tot een preprofessioneel niveau (minimaal het aanvangsniveau van het hoger onderwijs) is een complexe opdracht omwille van de breedte en de veelvormigheid van de vorming tot musicus: Artistieke/esthetische vorming Technische vorming (speelvaardigheid) Stilistisch-cognitieve en theoretische vorming (competentie tot muzikale interpretatie en inzicht) Algemene muzikale taligheid In de ontwikkeling van de muzikale en artistieke taligheid van de leerling neemt het instrument vanzelfsprekend een zeer bijzondere plaats in. De leerplannen KV Samenspel voor de tweede en derde graad KSO-podiumkunsten zijn niet opgesplitst in een aantal deelleerplannen die telkens verwijzen naar een welbepaalde instrumentengroep, wel wordt een onderscheid gemaakt tussen de optie klassieke muziek en de optie jazz-pop-wereldmuziek. Voorliggend deelleerplan is geschreven voor de groep houtblazers klassiek. Voor beide opties is de grote diversiteit ten gevolge van de veelheid aan mogelijke groepssamenstellingen het best gediend met het competentiegericht formuleren van relatief generieke doelstellingen en leerinhouden. Op deze wijze kan de leraar bij het implementeren van de leerplandoelstellingen maximaal rekening houden met de noden, mogelijkheden, interesses en verwachtingspatronen van de individuele leerling en groepen, maar tevens met de rijke stilistische, esthetische en functionele verscheidenheid van de muziek. De samenhang tussen de leerplannen KV Samenspel voor de tweede en derde graad vertaalt zich in een aantal leerlijnen. Het sturende element in deze leerlijnen is het geleidelijk verdiepen, verzelfstandigen en verruimen van de competentieontwikkeling volgens de basisdimensies van de muzikale competentie. In onderliggend leerplan worden de te verwerven competenties gerangschikt rond twee tot drie sleutelbegrippen: groepssyntactisch musiceren individueel muzikantschap improvisatievaardigheid 1 Deze sleutelbegrippen zijn telkens vertaalbaar naar de basisdimensies van competenties: kennis en inzicht, vaardigheid, attitude. Het globale leerproces doorheen de tweede en derde graad is er derhalve e e n van het geleidelijk aan klinkend en begrijpend vorm geven aan de partituur door de vermelde sleutelbegrippen dynamisch samen te brengen. Het zinvol implementeren van het leerplan is slechts mogelijk indien er tijdens de leer- en studieprocessen voortdurend teruggekoppeld wordt tussen de opgesomde sleutelbegrippen binnen de dimensies van kennis en inzicht, vaardigheid, attitude. Hierbij treedt idealiter de leraar geleidelijk aan steeds meer terug en wordt hij/zij coach van de zichzelf sturende leerling. Bovendien: om doelmatig en longitudinaal te kunnen werken dient de leerkracht vertrouwd te zijn met de doelstellingen en inhouden van zowel het leerplan voor de tweede graad als dit voor de derde graad 1 Voor de optie klassieke muziek als uitbreidingsdoelstelling alleen aanwezig in de derde graad.
KSO 3e graad Specifiek gedeelte Muziek 4 KV Samenspel (1e leerjaar: 2 lestijden/week, 2e leerjaar: 2 lestijden/week) Voor alle kunstvakken binnen de muziekafdeling geldt steeds dat zij een eigen interne dynamiek hebben, maar tevens steeds in een dynamische verhouding tot andere muziekvakken staan. De leerkracht dient deze verbondenheid steeds scherp voor ogen te houden en integrerend te werken. Elementaire regels voor alle muziekvakken en dus ook voor KV Instrument zijn: geen theorie of kennis omwille van de theorie of kennis; geen behavioristische en blinde training van (re)productievaardigheden maar begrijpende en inzichtelijke verwerving; geen vakken als een eiland omringd door een diepe oceaan, maar verbondenheid met en terugkoppeling naar andere vakken en disciplines. Met andere woorden: vakoverschrijding is in de muziekvakken ingebakken.
KSO 3e graad Specifiek gedeelte Muziek 5 KV Samenspel (1e leerjaar: 2 lestijden/week, 2e leerjaar: 2 lestijden/week) 2. Beginsituatie Het kunstsecundair onderwijs, studierichting Muziek, richt zich tot jongeren met een uitgesproken belangstelling voor kunst en cultuur die in zichzelf de wens en/of de competenties bespeuren om actief en op niveau een bijdrage te leveren tot de podiumkunsten of zichzelf en hun artistieke en muzikale talenten verder te ontwikkelen. De studierichting biedt aan deze jongeren een gestructureerde omgeving waar persoonlijke ontplooiing, studiediscipline en intermenselijk verantwoord handelen (én als kunstenaar én als denkend en voelend mens) samenwerken om tot maturiteit te komen. De meeste leerlingen die de derde graad aanvatten hebben gedurende het eerste en tweede leerjaar van de tweede graad per week 2 uur KV Samenspel gekregen, naast een aantal andere muziektheoretische, -praktische of ondersteunende vakken (KV Algemene muziekleer, KV Koorzang, KV Muziekesthetica, KV Muziektheorie, KV Instrument en KV Zang). Andere leerlingen volgden cursussen in het deeltijds kunstonderwijs of aan een jeugdmuziekschool. Voor nieuwe leerlingen die niet via de tweede graad optie muziek doorstromen worden oriënteringsproeven voorzien waarin gepeild wordt naar de mogelijkheden van de kandidaat-leerling om met goed gevolg de studie aan te vatten. Er wordt getest op muziektechnische vaardigheden, elementaire muziektheoretische kennis, gehoor, stem... Zelfs al mag (gezien het bovenstaande) verwacht worden dat alle leerlingen beschikken over een voldoende stevige basis wat muzikale competenties betreft, toch zullen er vermoedelijk ook verschillen in vaardigheid en artistieke rijpheid tussen de leerlingen geconstateerd worden, zowel ten gevolge van de voorgeschiedenis van de individuele leerling als ten gevolge van het zeer individuele tijdskader waarbinnen de artistieke of muzikale rijping zich ontwikkelt. Het wordt dan ook aanbevolen om in het eerste leerjaar individueel na te gaan in hoeverre de leerling beschikt over de gewenste startcompetenties voor de tweede graad. Eventueel kan aan de hand van een niveautoets vastgesteld worden of er lacunes zijn. Het is in ieder geval voor de leraar een prominente opdracht om te differentie ren waar nodig. Vakgroepoverleg met de collega s is het aangewezen middel om de continuïteit te waarborgen en leidt tot een grotere professionaliteit van de leerkracht. Overleg met de collega s leerkrachten van andere muziekvakken bewerkstelligt over de vakken heen samenhang en kan een gunstig effect hebben op het leren en het welzijn van de leerlingen. Het onderhouden van nauw contact met collega s die andere muziekvakken onderwijzen is dan ook ongemeen belangrijk.
KSO 3e graad Specifiek gedeelte Muziek 6 KV Samenspel (1e leerjaar: 2 lestijden/week, 2e leerjaar: 2 lestijden/week) 3. Algemene doelstelling Zoals gei mpliceerd in de bovenstaande visie streeft onderliggend leerplan naar het ontwikkelen van de nodige competenties die de leerling in staat stellen klinkend en begrijpend vorm te geven aan de partituur. Voor de tweede graad houdt dit in dat de leerlingen op een voldoende hoog niveau dienen gebracht te worden zodat ze hun artistieke ontplooiingsmogelijkheden kunnen maximaliseren en ze op comfortabele wijze de derde graad van het kunstsecundair onderwijs kunnen aanvatten. Teruggrijpend naar de twee/drie competentiegebieden (groepssyntactisch musiceren individueel muzikantschap improvisatievaardigheid) kan dit in volgende algemene doelstellingen voor de leerling op het einde van de tweede graad als volgt vertaald worden: Cognitieve doelstellingen: het verwerven van inzicht in en parate, toegepaste kennis van het klassieke, respectievelijk jazz/pop/wereldmuziek-idioom, samen met het verwerven van leerstrategieën om dieper te kunnen doordringen tot dat idioom Psychomotorische doelstellingen: het verwerven van de noodzakelijke algemene speeltechnische vaardigheden en de speeltechnische basisvaardigheden eigen aan het klassieke, respectievelijk jazz/pop/wereldmuziek-idioom om muzikaal verwerken op niveau mogelijk te maken Affectieve doelstellingen: het blijvend uitbouwen van gepaste artistieke attitudes en het aanscherpen van het empathisch vermogen om zich op rijke manier in composities in het klassieke idioom te kunnen inleven en deze verinnerlijking als sturend element voor de eigen creatieve productie te ervaren of aan te wenden De visie op het leren en het onderwijzen is de laatste jaren grondig gewijzigd. Naast het overbrengen van kennis wordt er meer en meer de nadruk gelegd op het aanleren van vaardigheden, de vorming van attitudes en op het zelfstandig kunnen omgaan met kennis/vaardigheden (leren leren). Dit is ook van toepassing op vakken die een groot aandeel vaardigheidscomponenten bevatten. De doelstellingen van ons onderwijs evolueren naar het leren probleemoplossend denken en uitwerken, het zelfstandig of in groep leren werken en het kunnen omgaan met de enorme hoeveelheden aan informatie, kennis en benodigde vaardigheden. In deze leerlinggerichte visie verschuift het accent van onderwijzen naar zelfstandig leren met als consequenties: de gewijzigde rol van de leraar: van overdrager van kennis en technieken naar begeleider van het leerprocessen; de keuze van een aangepaste didactiek met ruimte voor inductieve en interactieve werkvormen; een taakgerichte aanpak: leerlingen ontwikkelen hun competenties ten dele individueel of in groep aan de hand van realistische taken en/of opdrachten.
KSO 3e graad Specifiek gedeelte Muziek 7 4. Leerplandoelstellingen en leerinhouden 4.1. Optie klassieke muziek: 1e leerjaar: 2 lestijden/week, 2e leerjaar: 2 lestijden/week DECR. NR LEERPLANDOELSTELLINGEN De leerlingen kunnen 1. (relatief) zelfstandig muzikaal en artistiek functioneren in groepsverband op groepssyntactisch niveau. LEERINHOUDEN Samenspelvaardigheid: Zich als groepslid richten naar de andere groepsleden en voortdurend contact houden tijdens het musiceren Aangeven van inzetten Uitzetten van tempi op verstaanbare wijze Luistervaardigheid inzake intonatie, balans en opstelling: Onderlinge stemming Groepsgerichte aanpassing van de intonatie Omgaan met balans-/opstellingsverhoudingen binnen de groep Podiumvastheid als groepslid: Opkomen Stemmen Presenteren van het stuk Houding tijdens het spelen Groepsopstelling
KSO 3e graad Specifiek gedeelte Muziek 8 DECR. NR LEERPLANDOELSTELLINGEN De leerlingen kunnen 2. (relatief) zelfstandig muzikaal en artistiek functioneren als individu ter ondersteuning van het groepsmatig uitvoeren van composities. LEERINHOUDEN Bijdrage aan de groepsvisie: Uitvoering met (basis)kennis van de stijlelementen van het werk Overbrenging van de sfeer van de compositie Inzicht in de functie van de eigen partij binnen de compositie Intonatie van de eigen partij Omgaan met balans, opstelling en gehoorhygiëne: adequaat inschatten van het individueel geluidsvolume Respect voor podium, instrument, partituur en publiek Diepgaand beheersen van de eigen partij Muzikaal en artistiek functioneren binnen diverse groepsbezettingen en omgaan met flexibele bezetting: Verhoudingen/betekenis qua kleur en balans/opstelling in onderscheiden vormen van bezetting inschatten Eigen rol binnen het geheel aanpassen aan de specifieke bezetting 3. (D) creatief omgaan met muziek in samenspelverband. (D) Functioneel aanpassen van partituur en/of uitvoering (in termen van stijl, karakter, harmonie, compositie, bezetting ) Vrije keuze van de leraar
KSO 3e graad Specifiek gedeelte Muziek 9 4.2. Optie jazz-pop-wereldmuziek: 1e leerjaar: 2 lestijden/week, 2e leerjaar: 2 lestijden/week DECR. NR LEERPLANDOELSTELLINGEN De leerlingen kunnen 1. (relatief) zelfstandig muzikaal en artistiek functioneren in groepsverband op groepssyntactisch niveau. LEERINHOUDEN Samenspelvaardigheid: Zich als groepslid richten naar de andere groepsleden en voortdurend contact houden tijdens het musiceren Aangeven van inzetten Uitzetten van tempi op verstaanbare wijze Luistervaardigheid in functie van de uitvoering (vorm, thema, melodie...) Podiumvastheid als groepslid: Opkomen Stemmen Presenteren van het stuk Houding tijdens het spelen Groepsopstelling Bijdrage aan de groepsvisie: Uitvoering met (basis)kennis van de stijlelementen van het werk Overbrenging van de sfeer van de compositie Inzicht in de functie van het eigen aandeel binnen de uitvoering
KSO 3e graad Specifiek gedeelte Muziek 10 DECR. NR LEERPLANDOELSTELLINGEN De leerlingen kunnen 2. (relatief) zelfstandig muzikaal en artistiek functioneren als individu ter ondersteuning van het groepsmatig uitvoeren van composities. LEERINHOUDEN Intonatie van de eigen partij Omgaan met balans en gehoorhygiëne: adequaat inschatten van het individueel geluidsvolume Respect voor podium, instrument, partituur en publiek Diepgaand beheersen van de eigen partij Muzikaal en artistiek functioneren binnen diverse groepsbezettingen en omgaan met flexibele bezetting: Verhoudingen/betekenis qua kleur en balans in onderscheiden vormen van bezetting inschatten Eigen rol/functie binnen het geheel aanpassen aan de specifieke bezetting 3. creatief omgaan met muziek in samenspelverband Improvisatievaardigheid met behoud van het muzikaal en artistiek functioneren binnen de groep: Zich als groepslid richten naar de andere groepsleden en voortdurend contact houden tijdens het musiceren Scheppen van artistieke ruimte voor medemusicerenden tijdens improvisatiemomenten Vrije keuze van de leraar
KSO 2e graad Specifiek gedeelte Muziek 11 5. Algemene pedagogisch-didactische wenken 5.1. Documenten van de leraar Leerplan versus hand- en werkboek De leerkrachten zijn vrij in de keuze van eventuele hand- en werkboeken en ander didactisch materiaal (methodes). Het spreekt vanzelf dat ze dit materiaal vooraf moeten onderwerpen aan een grondige analyse, waarbij de vraag wordt gesteld in hoeverre dit materiaal de doelstellingen van het leerplan helpt te realiseren. Niet extern didactisch materiaal, maar wel het leerplan heeft prioriteit: al het andere is slechts een hulpmiddel om de doelstellingen te helpen realiseren. Agenda De agenda bevat relevante informatie die voor de taakuitvoering van de leraar noodzakelijk is. Dit houdt onder meer in: datum, lestijd, klas(sen); leerinhouden; opgaven (taken en toetsen) voor de leerlingen. Lesvoorbereidingen Het is zeer belangrijk dat de leerkracht voor elke les weet welke leerplandoelstellingen hij wil realiseren en welke didactische werkvormen hij daarvoor zal gebruiken. Een leraar improviseert niet, maar stemt het didactisch handelen doelgericht af op de realisatie van het leerplan. Als hij zijn leerlingen bovendien vooraf duidelijk maakt welke lesdoelstellingen hij wil nastreven verhoogt hij de transparantie van zijn onderwijs en wekt hij hun interesse. Duidelijk geformuleerde lesdoelstellingen hebben doorgaans een positieve invloed op het leerresultaat van leerlingen. Bij het maken van lesvoorbereidingen bezint de leraar zich over volgende punten: Wat zijn mijn lesdoelstellingen (als vertaling van leerplandoelstellingen)? Met welke leerinhouden wil ik mijn lesdoelstellingen realiseren? Welke didactische hulpmiddelen zal ik daarvoor inschakelen? Welke didactische werkvormen zal ik daarvoor hanteren? (Welke didactische werkvormen zijn, gezien het doel en de leerinhouden, het meest geschikt?) Welke groeperingsvormen zijn het meest geschikt? Jaar(vorderings)plan: een nuttig instrument voor een efficie nt tijdsgebruik Een jaar(vorderings)plan is geen louter administratief document dat enkel dient om voor te leggen aan directie, inspectie of begeleiding. Het is een uitgewerkt ontwerp waarin de leerplandoelstellingen en leerinhouden die in het graadsleerplan beschreven worden, evenwichtig verdeeld worden over de twee leerjaren. Om te waken over de continuïteit van het leerplan en de horizontale en verticale samenhang te verzekeren en tevens om de leerstof en leerdoelen van elk leerjaar af te bakenen, worden jaarplannen het best opgesteld in samenspraak en in overleg met de collega s van de vakgroep. Een goed en werkzaam jaarplan dient gezien te worden als een duidelijke synopsis van de leerstof die binnen een schooljaar zal worden gerealiseerd. Het is een middel om het timemanagement op jaarbasis op een oordeelkundige en gestructureerde manier te organiseren. Bij het begin van het schooljaar fungeert dit document als ruggengraat voor de verdere ontwikkeling van een jaarvorderingsplan. Het afgewerkte jaar(vorderings)plan biedt tevens een overzicht van de behandelde leerstof.
KSO 2e graad Specifiek gedeelte Muziek 12 Het is raadzaam dat dit werkinstrument jaarlijks gee valueerd en bijgestuurd wordt en dat men bijgevolg gebruik maakt van ervaringen uit het verleden. Een jaarplan zou immers een dynamisch document moeten zijn. Vanzelfsprekend worden niet alleen de vier vaardigheden en de functionele kennis in het jaar(vorderings)plan opgenomen wanneer die aan bod komen, maar ook taken en projectopdrachten (tenzij die vermeld worden op de lesvoorbereidingen). Het weliswaar summier vermelden van de gehanteerde didactische werkvormen en het gebruik van didactische hulpmiddelen verhoogt de transparantie van het jaar(vorderings)plan en verschaft de leraar een overzicht van zijn onderwijs om, indien nodig, tijdig bij te sturen. Dit leerplan wil geen expliciet model van jaar(vorderings)plan voorschrijven of opleggen. Het behoort immers tot de pedagogische vrijheid van de vakgroepen van een school om een model te ontwerpen dat het beste aansluit bij haar visie op het leerplan. Evaluatieschrift Het evaluatieschrift (al dan niet in elektronische vorm) is een essentieel document waarin de leraar cijfermatig en verbaal alle evaluatiegegevens inventariseert. Hij beperkt zich daarbij niet tot gegevens in verband met de functionele kennis, maar hij maakt ook aantekeningen aangaande het beheersingsniveau van de vaardigheden (zowel receptieve als productieve) en de evaluatie van attitudes. Aangezien het ook de rapportcijfers, de commentaar op het rapport en de eventuele remedie ring bevat, is het evaluatieschrift een onmisbaar document op ouderavonden, klassenraden en bij eindbeslissingen. Wat de vaardigheden betreft is het aangewezen om per rapportperiode alle vaardigheden in te oefenen en te toetsen. 5.2. Documenten van de leerling Agenda Naast een bron van informatie voor de leerling, waarin hij zijn leerstof, opdrachten en resultaten noteert, is de leerlingenagenda een belangrijk communicatiekanaal met de ouders. Via de agenda kan de leraar de ouders permanent informeren over de vorderingen van hun kind. Hij laat de leerlingen de behaalde cijfers in hun agenda inschrijven, parafeert deze en noteert zelf duidelijke veranderingen in het leergedrag, remediëringsopdrachten en inhaallessen. Door de agenda als adequaat communicatiemiddel te gebruiken, komen ouders niet voor verrassingen te staan en worden betwistingen vermeden. De leraar ziet er regelmatig op toe dat de leerlingen hun agenda net en volledig invullen en zorgt er zelf voor dat de lesonderwerpen voldoende worden afgebakend. Notities In klassieke lessituaties wordt in de notities van de leerlingen de leerstof op overzichtelijke wijze geordend. De leraar verstrekt in het begin van het schooljaar duidelijke instructies in verband met een goede indeling. De wijze waarop de leerstof in de notities wordt ingedeeld, kan het voorwerp zijn van overleg in de vakgroep: eenvormigheid over de jaren en graden heen bevordert immers de transparantie voor de leerlingen. De leraar ziet toe op de kwaliteit van de notities. De bijzondere situatie voor het vak Samenspel (voornamelijk individuele lessen waar het didactisch proces overwegend plaatsgrijpt door en via het instrument) worden eerder zelden notities in de klassieke betekenis genomen, maar wordt normaliter wel de partituur (van welke vorm dan ook) tijdens de lessen drager van didactische en artistieke opmerkingen en aanduidingen. Het is wenselijk dat de leraar bewaakt dat deze werkwijze gestructureerd verloopt (en waar nodig aangevuld wordt met andere, misschien meer klassieke wijzen van notitie nemen) zodat de leerling doorheen zijn leerproces steeds ondubbelzinnig terug kan grijpen naar de didactische en artistieke opmerkingen die tijdens de lessen gegeven werden.
KSO 2e graad Specifiek gedeelte Muziek 13 Teneinde met de leerlingen duidelijke afspraken te maken is het aanbevolen om een blad met studieafspraken aan de leerlingen te bezorgen. Dit kan praktische informatie bevatten omtrent evaluatie, notities, handboeken, opdrachten, huislectuur, oefen- en instudeerroutine enz. en wordt met het oog op de uniformiteit binnen het vak het best door de vakgroep geformuleerd. Leerlingen hebben nood aan duidelijke richtlijnen en structuren. De studieafspraken worden in het begin van het schooljaar besproken met de leerlingen. Het is raadzaam de set studieafspraken jaarlijks te evalueren en bij te sturen: studieafspraken zouden immers - zoals een jaar(vorderings)plan - een dynamisch object moeten zijn. 5.3. Differentie ren in allerlei variaties Klassen, zeker in het kunstonderwijs, vormen zelden een homogene groep. Hierdoor is differentiatie een noodzaak. Differentiatie in leerinhouden en taken Het manipuleren van de verschillende regelaars van een mengtafel bepaalt het muzikale eindresultaat... Op dezelfde wijze wordt de moeilijkheidsgraad van de leerplandoelstellingen niet bepaald door één parameter, maar door het samenspel van de verschillende parameters: taak, soort leerinhoud, kenmerken van de leerinhoud en verwerkingsniveau. Voor echt kunstonderwijs moeten leerlingen geconfronteerd worden met een gevarieerd artistiek en creatief aanbod én met uitdagende taken. Zo kan het zeer waardevol zijn om een moeilijker verwerkingsniveau te verbinden met een opgave of opdracht die eenvoudiger is qua onderliggende structuur en technische vaardigheidsvereisten, of net omgekeerd. Zwakkere leerlingen zou men ook meer tijd, meer ondersteuning... kunnen geven bij het uitvoeren van dezelfde basisopdrachten. Voor sterkere leerlingen zou men een langere muziektekst, een hoger verwerkingsniveau, een complexere opdracht... kunnen voorzien. Deze taken mogen echter geen extra belasting vormen. Differentiatie in werkvormen en leeractiviteiten Elke leerling heeft zijn eigen leerstijl. Het is de unieke weg die elk individu volgt om informatie te verwerven en te verwerken, zijn/haar eigen manier om een leertaak of een probleem aan te pakken. Leerstijlen zijn het resultaat van een ontwikkeling in het leergedrag en als dusdanig veranderbaar. De leraar kan hierop inspelen door variatie te brengen in de interactie- en organisatievormen van de les. Op die manier motiveert hij de leerlingen en ondersteunt hij hen in het verwerven van een gevarieerd gamma aan strategiee n. Veelvuldig gebruik maken van en regelmatig afwisselen tussen interactieve en individualiserende werkvormen zorgt ervoor dat elke leerling aan zijn trekken komt. Ook de leraar heeft een eigen doceerstijl, moet zich hiervan bewust zijn en de vaardigheid bezitten om andere werkvormen en media te gebruiken dan die welke aan de eigen voorkeur beantwoorden. Door het hanteren van gevarieerde activerende werkvormen kunnen heterogene groepen gevormd worden waarbij sterkere leerlingen kunnen ingeschakeld worden in het leerproces van zwakkere. Indien de (klas)situatie het toelaat kan de leraar bijvoorbeeld van de sterkere leerling een assistent maken bij het verbeteren van oefeningen en prestaties in de klas. Zowel de sterkere als de zwakkere leerling kunnen hieruit extra motivatie putten.
KSO 2e graad Specifiek gedeelte Muziek 14 Differentiatie en remedie ren Onderwijs beoogt steeds een maximaal rendement voor elke individuele leerling. Differentie ren en remedie ren horen dan ook bij de klaspraktijk. Het is belangrijk dat de leraar gei ndividualiseerde feedback geeft en ook remediëringsopdrachten op maat voorziet. Waar mogelijk is het misschien interessant om een zwakkere leerling zijn prestaties te laten zelfevalueren en daarna een herkansing te geven. 5.4. Samenwerking en vakgroepwerking Overleg binnen de vakgroep en/of binnen het schoolteam is essentieel om horizontale en verticale gelijkgerichtheid te verzekeren, jonge en beginnende collega s te ondersteunen en ervaren collega s te inspireren. Door samenwerking kunnen leraren hun eigen aanpak toetsen en bijsturen. Het is een essentieel onderdeel van het proces van zelfevaluatie en draagt bij tot de integrale kwaliteitszorg van een school. Om de longitudinaliteit te verzekeren is het essentieel dat binnen de school een goede vakgroepwerking wordt georganiseerd: door horizontale en verticale coördinatie ontstaat een consistente opbouw van de leerstofpakketten doorheen de verschillende leerjaren en graden. Opdat vakgroepwerking efficie nt zou verlopen is het aangewezen om een vakcoo rdinator te kiezen, voor iedere vergadering een agenda op te stellen en de gemaakte afspraken in een formeel verslag vast te leggen. Bij het begin van de volgende vergadering wordt dan best nagegaan en kort opgetekend hoe de gemaakte afspraken zijn verlopen. De verslaggever zorgt ervoor dat alle leden zo snel mogelijk een kopie van het verslag ontvangen en dat er rekening wordt gehouden met eventuele op- of aanmerkingen vooraleer de definitieve versie van het verslag aan alle leden en aan de directie wordt overhandigd. Om de communicatie met de directie te bevorderen, kan de vakcoo rdinator belangrijke beslissingen mondeling toelichten. Nieuwe collega s hebben ook baat bij dergelijke verslagen. Het is een uitstekende manier om snel en efficie nt wegwijs te geraken in een nieuwe school. Enkele voorbeelden van items die tijdens een vakgroepvergadering kunnen worden besproken: De leerlijn over de jaren en graden heen (longitudinaliteit) Nastreven van vakoverschrijdende eindtermen Keuze en gebruik van leermiddelen (hand- en werkboeken, didactische uitrusting) Inrichting vaklokaal Nascholingsbeleid Organisatie extra-pedagogische activiteiten (intra en extra muros) Organisatie van toetsen Organisatie van artistieke proeven Indeling notities van de leerlingen Integratie van ICT Studieafspraken met de leerlingen Didactische vernieuwingen en multiplicatie (n.a.v. vakliteratuur of nascholing). Taalbeleid en vakspecifieke terminologie Evaluatie en remedie ring
KSO 2e graad Specifiek gedeelte Muziek 15 Dit leerplan wil de pedagogische vrijheid van de scholen respecteren en laat een aantal belangrijke opties (vooral i.v.m. evaluatie) over aan de vakgroepen. Het is de bedoeling dat de vakgroepen deze vrijheid aangrijpen om hun stempel te drukken op de concrete pedagogisch-didactische invulling van hun vak door na gezamenlijk overleg doordachte keuzes te maken m.b.t. het aantal en de aard van eventuele projectopdrachten; de puntenverdeling tussen de verschillende examenonderdelen; evaluatiecriteria voor productieve vaardigheden ; de opmaak van het jaar(vorderings)plan. Het spreekt vanzelf dat deze vrijheid niet mag leiden tot een minimalistische aanpak. De gemaakte keuzes moeten pedagogisch gefundeerd zijn en gemotiveerd worden in een formeel verslag en eventueel opgenomen worden in het schoolwerkplan en/of het schoolreglement. De eerste drie aspecten kunnen ook worden opgenomen in het blad met studieafspraken om een zo transparant mogelijk evaluatiebeleid te voeren.
KSO 2e graad Specifiek gedeelte Muziek 16 6. Minimale materie le vereisten 2 Kwaliteitsvolle geluidsinstallatie met aansluitmogelijkheid voor pc/laptop en de meest recente modellen van muziekdragers Voldoende muzieklessenaars en aangepaste stoelen/krukken Ruim lokaal met uitmuntende akoestiek Voor de niet of moeilijk verplaatsbare instrumenten: aanwezigheid van muziekinstrumenten van goede kwaliteit Kwaliteitsvolle versterkings- en ondersteuningsapparatuur, gee igend of bruikbaar voor het onderwezen instrument Ter beschikking op de school: Keyboard met key-transpose of synthesizer Spiegel Opbergruimte Ee n of meerdere computers met goede geluidskaart en internetaansluiting 2 Inzake veiligheid is de volgende wetgeving van toepassing: - Codex - ARAB - AREI - Vlarem Deze wetgeving bevat de technische voorschriften die in acht moeten genomen worden m.b.t.: - De uitrusting en inrichting van lokalen; - De aankoop en het gebruik van toestellen, materiaal en materieel. Zij schrijven voor dat: - Duidelijke Nederlandstalige handleidingen en een technisch dossier aanwezig moeten zijn; - Alle gebruikers de werkinstructies en onderhoudsvoorschriften dienen te kennen en correct kunnen toepassen; - De collectieve veiligheidsvoorschriften nooit mogen gemanipuleerd worden; - De persoonlijke beschermingsmiddelen aanwezig moeten zijn en gedragen worden, daar waar de wetgeving het vereist.
KSO 2e graad Specifiek gedeelte Muziek 17 7. Evaluatie Doelstelling Evaluatie wordt beschouwd als de waardering van het werk waarmee leraar en leerlingen samen bezig zijn. Het is de bedoeling dat zowel de leraar als de leerling informatie krijgen over het bereiken van de doelstellingen en over het leerproces. De leraar gebruikt deze informatie bij toekomstige besluiten over de manier van lesgeven. Daarenboven is evaluatie de evaluatie- en rapporteringspraktijk een belangrijke pijler binnen de kwaliteitszorg van de school en als dusdanig spoort de evaluatie met de schoolvisie op leren. Omdat evaluatie naar de leerlingen toe eenvormigheid moet vertonen over de vakken en de leerjaren heen, is het logisch dat: de school hierover haar visie ontwikkelt; de betrokken leerkrachten deze visie concretiseren voor hun vak in de vakgroepwerking. De leerling en zijn ouders vinden in de rapportering (score, commentaar, remediëring) bruikbare informatie over de doelmatigheid van de gevolgde studiemethode. Kwaliteitsvol evalueren De leraar houdt rekening met verschillende criteria die bijdragen tot kwaliteitsvolle leerlingenevaluatie: Geïntegreerde evaluatie De leraar stemt de doelstellingen, het lesgeven en de evaluatie op elkaar af. Er zijn verschillende vragen of opdrachten voorzien voor verschillende doelstellingen. De lat ligt voldoende hoog voor iedereen. De leerlingen weten wat ze moeten doen. Het is ook nuttig om eventueel de evaluatietaak te maken voor je de les uitwerkt. Representativiteit/validiteit De leraar ontwerpt een evaluatietaak die de competenties die hij wil beoordelen goed weerspiegelt. Daarvoor moet wat de leraar wil meten geëxpliciteerd zijn en moet hij meten wat hij wil weten. Transparantie De leraar maakt aan de leerlingen duidelijk wat hij evalueert, hoe hij evalueert en welke beoordelingscriteria hij gebruikt. Reproduceerbaarheid/betrouwbaarheid De leraar zorgt dat evaluatieresultaten niet worden beïnvloed door toevalligheden en storende factoren. De vragen zijn onderling onafhankelijk en er zijn voldoende vragen voorzien. Een leerling moet steeds een vergelijkbaar resultaat halen, ongeacht wie de evaluatietaak afneemt en beoordeelt of in welke omstandigheden de evaluatietaak wordt afgenomen. Bij twijfel kan per twee beoordeeld worden. Eerlijkheid De leraar zorgt ervoor dat de evaluatie fair is voor alle leerlingen (ongeacht geslacht, etnische achtergrond, sociaaleconomische status, beperking ). Betrokkenheid De leraar laat leerlingen mee participeren in het evaluatieproces (voor, tijdens (bv. via zelf-, peer of coevaluatie) en/of na de evaluatie).
KSO 2e graad Specifiek gedeelte Muziek 18 Authenticiteit De leraar gaat in de evaluatietaak uit van levensechte, reële situaties. Cognitieve complexiteit De leraar daagt leerlingen uit om in de evaluatietaak hogere cognitieve vaardigheden toe te passen (bv. probleemoplossend denken, kritisch denken, redeneren ). Verantwoording De leraar rechtvaardigt de beoordeling van de evaluatietaak. Impact De leraar houdt rekening met de invloed die de evaluatie heeft op het leergedrag van de leerlingen en op de eigen onderwijspraktijk. Differentiatie In de evaluatie kan de leraar differentiëren door keuzevragen te voorzien, voorbeeldvragen uit de les als toetsvragen aan te bieden, verschillende wijzen van toetsen toe te laten voor dezelfde doelstellingen, te varie ren in toetsmateriaal Feedback geven (mondeling en schriftelijk) is een goede manier om via evaluatie gedifferentieerd te werken met leerlingen. Door feedback te geven stimuleert en motiveert de leraar het leerproces van de leerlingen zodat ze de vooropgestelde doelstellingen kunnen bereiken. Feedback geven kan op taakniveau (juist of fout), op procesniveau (het leerproces, de gebruikte strategie), zelfregulatie (gericht op zelf evalueren en zelfstandig werken) en op persoonlijk niveau. Effectieve feedback beantwoordt volgende vragen: hoe doet de leerling het, wat is het doel van de leerling en wat nu? Soorten Er bestaand verschillende evaluatievormen: observeren, co-evaluatie (waarbij leerling en leraar samen evalueren), peerevaluatie (waarbij leerlingen elkaars werk beoordelen), zelfevaluatie, portfolio, toets, projectwerk Het gaat niet zozeer om welke evaluatievorm de beste is, wel om afwisseling te brengen in de evaluatiepraktijk gezien de verscheidenheid aan leerlingen. Het kiezen van de juiste evaluatievorm hangt bovendien af van het doel van de evaluatie (bv. vaststellen, rapporteren, remediëren, onderwijsaanpak evalueren, vaardigheden evalueren ) en het moment waarop je evalueert. Bronnen BERBEN, M. & VAN TEESELING, M, Differentiëren is te leren. Omgaan met verschillen in het voortgezet onderwijs., CPS Onderwijsontwikkeling en advies, Amersfoort, 2014 COUBERGS, C., Struyven, K., Engels, N., COOLS, W. & DE MARTELAER, K., Binnenklasdifferentiatie. Leerkansen voor alle leerlingen., Acco, Leuven, 2013 COUBERGS, C. & STRUYVEN, K., Zomerdriedaagse. Verschillen als troef., Brussel, 1-3 juli 2014 HARRE, K., SMEYERS, L. & VANHOOF, J., Evaluatiepraktijk op school. 10 pijlers voor een kwaliteitsvolle leerlingenevaluatie., Politeia nv, 2014 HATTIE, J., Leren zichtbaar maken., Abimo, 2013 Steunpunt Diversiteit en Leren, Evalueren om te leren. Document geraadpleegd op 19/11/2014: http://www.diversiteitenleren.be/sites/default/files/evalueren_om_te_leren_0.pdf
KSO 2e graad Specifiek gedeelte Muziek 19 8. Bibliografie Een geactualiseerd bibliografie kan men terugvinden in de virtuele klas op Smartschool.