Protocol meer- en hoogbegaafdheid.



Vergelijkbare documenten
Protocol (Hoog)begaafdheid B.S. Mikado

Meer- of Hoogbegaafdheidsprotocol

Protocol begaafdheid op de Curtevenne

Maart Protocol (Hoog)begaafdheid. Doel van het protocol.

Beleid (hoog)begaafdheid. Hoe gaan we om met begaafde en hoogbegaafde kinderen op De Krommen Hoek

Protocol begaafdheid op de Curtevenne

Protocol (Hoog) Begaafdheid

Protocol Hoogbegaafdheid

(Hoog)begaafde protocol OBS Prins Claus

Protocol Meer - en Hoogbegaafdheid Nutsschool Hertogin Johanna-Poolster

OBS De Hobbitstee Leerdam

- school de Ontmoeting Jenaplanschool voor basisonderwijs

3 Hoogbegaafdheid op school

Met ingang van het schooljaar hanteert de Vosseschans structureel beleid rond het omgaan met hoogbegaafdheid.

Protocol hoogbegaafdheid Protocol Hoogbegaafdheid

Signalering van (hoog)begaafdheid

Beleidsplan Begaafdheid

Samenvatting Protocol Excellente leerlingen

(hoog)begaafdheidsprotocol

Visie en beleid ten aanzien van beter presterende leerlingen

Plan van aanpak voor kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong of (hoog)begaafde kinderen

Alja de Bruin de Boer Jan Kuipers

KINDEREN DIE MEER KUNNEN

Meerbegaafden protocol

Protocol begaafdheid

Protocol Hoogbegaafdheid

PROTOCOL (Hoog)Begaafdheid

Protocol Hoogbegaafdheid

Ouderavond Plusgroep Marc Houben Josephine Close Véronique Kaanen

Intakeformulier groep 1-2

Protocol Begeleiding cognitief getalenteerde leerlingen

Beleid VPCO-Plusklas

BELEIDSPLAN BEGAAFDE - EN HOOGBEGAAFDE LEERLINGEN

Beleid Meer - en Hoogbegaafdheid NUT Periode januari 2014 t/m januari 2016

Kleuters met een A. En nu?

Protocol leertijdverkorting

Doelgroep en toelatingscriteria Plusklassen Samenwerkingsverband Kop van Noord-Holland

Hoogbegaafdheid & school

Om de kwaliteit van ons onderwijs te bewaken en de vorderingen van uw kind te volgen, nemen wij in iedere groep niet-methode gebonden toetsen af.

Protocol: Hoogbegaafdheid: Samenvatting protocol en ouderbrief

Om tot een verantwoorde beslissing te komen ten aanzien van al of niet bevorderen volgen wij het onderstaand stappenplan:

plusbeleid CBS de Vrijenburg inhoud

o.a. Carnaval, cito groep 1 en 2, protocol (meer)begaafdheid

DE PLUSBUS. Informatiebrochure voor ouders

Digitaal handelings protocol hoogbegaafdheid Handleiding webbased versie Versie upgrade 2011

Wat doet een kind op school? Leren! Verleggen van je grenzen en fouten maken.ook voor leerlingen die makkelijk leren!

Den Dolder, Beleidsplan meer- en hoogbegaafde kinderen bijgesteld november 2013

3. Handleiding bij de peuter-estafette

Hoogbegaafdenbeleid op de Waterspiegel

PROTOCOL (Hoog)Begaafdheid

2. Definitie. Inhoud. 1. Visie op het kind 2. Definitie 3. Doelgroep 4. Selectie&voortgang 5. Verantwoordelijkheid&communicatie

Achtergrondinformatie meer begaafdheid, hoog intelligent en hoogbegaafdheid

Zorgkinderen in groep 1 en 2

Vragenlijst leerkracht hoogbegaafd kind

Hieronder volgt een beknopte uitleg van de begrippen die u in het rapport zult tegenkomen.

Rooms Katholieke Basisschool De Tweemaster

Mijn kind heeft een LVB

Protocol Doubleren 1

Voor informatie:

Protocol (hoog)begaafden Prinses Julianaschool Versie 2, 2010

SOCIAAL-EMOTIONELE ONTWIKKELING

Talent is wie je bent. Protocol (Hoog)begaafdheid Stichting Openbaar Onderwijs Westland

Beleidsstuk. Beleidsstuk Meer- en hoogbegaafdheid

Stroomdiagram zorg. Versie september 2008

Oké-formulier. Overdrachtsformulier voorschoolse voorziening- basisonderwijs in de gemeente Deventer

Protocol overgang groep 2 naar groep 3

Deelzorgplan (Hoog)begaafdheid

ATTRIBUEREN OF TOESCHRIJVEN

De Ploeterklas* OG ZWeM

Beleid. (hoog)begaafde leerlingen

Beleid VPCO - Plusklas

Beleid slimme peuters op school

De VrijBaan Vragenlijst (specifiek voor iemand die geen werk heeft)

rapportage Portfolio Naast het rapport gebruiken de kinderen ook een portfolio, die ze eens per jaar in een gesprek presenteren aan hun ouders.

(Hoog)begaafdenwijzer Lorentzschool.

TEVREDENHEIDSONDERZOEK

Zelfbeeld. Het zelfvertrouwen wordt voor een groot deel bepaald door de ideeën die het kind over zichzelf heeft: het zelfbeeld.

Plusklaswijzer. Koningin Beatrixschool en Koning Willem-Alexanderschool

Protocol Doublure. Doublure protocol Basisschool De Zonnewijzer Diepenveen

ZITTENBLIJVEN OVERGAAN

Stimulerend signaleren

Beleid inzake meer- en hoogbegaafde leerlingen Agatha Snellenschool juni 2012

Inschrijfformulier Kidion

In dit document gaan we nader in op het schoolspecifieke beleid rondom meer- en hoogbegaafdheid. Allereerst bepalen we wat wij hieronder verstaan:

Borgdocument BAS + A Instroom. B Leerlingvolgsysteem. obs Valkenhorst Planningsysteem; instroom en leerlingvolgsysteem, pagina 1 van 6

Beleid Zorgverbreding aan de bovenkant. Beleid zorgverbreding aan de bovenkant

SKOEM e.o. Stichting Katholiek Onderwijs Echt-Maasbracht e.o. Overgang groep 1-2-3

Informatie Reflexis PlusKlas. De Wijzen uit het Oosten

S K O D. Stichting Katholiek Onderwijs Drimmelen. HB Protocol SKOD

Leerling volgen in hun ontwikkeling vanaf groep 1

Protocol Plusklas. Aanleiding

Beleidsplan plusklas OBS de Botter Ridderkerk

Competentiescan Klant exemplaar

Beide manieren van signaleren kunnen aanleiding zijn om een aanbod te genereren dat beter aansluit bij de onderwijsbehoeften van het kind.

Richtlijnen voor de overgang naar de volgende groep. Doubleren of Versnellen; te nemen stappen

Het schoolbeleid ten aanzien van doubleren

Transcriptie:

Protocol meer- en hoogbegaafdheid. Januari 212. 1

Inhoudsopgave Inleiding.. 2 Ontwikkelingsvoorsprong bij kleuters 3 Meer- en hoogbegaafdheid begaafdheid groep 3 tot en met 8 5 Bijlagen 1. De module Quickscan 2. Leerlingenvragenlijst 3. Vragenlijst onderbouw 4. Vragenlijst leerkracht 5. Onderpresteerderlijst 6. Materialenlijst Inleiding Het voor u liggende protocol van O.B.S. De Kern geeft aan welke stappen er achtereenvolgens gezet moeten worden om leerlingen, die op een of meer ontwikkelingsgebieden meer dan gemiddeld begaafd zijn, optimaal te begeleiden binnen onze school. Als O.B.S. De Kern vinden wij dat alle leerlingen, dus ook de meerbegaafde leerlingen de mogelijkheid moeten hebben een ononderbroken leerontwikkeling door te maken. In geval van meerbegaafdheid zijn daarvoor aanpassingen in de leerstof nodig. De begeleiding gebeurt voornamelijk binnen de groep, maar indien wenselijk ook buiten de groep. Alle leerlingen worden op hun mogelijkheden aangesproken; dit geldt zeker ook voor meerbegaafde leerlingen. Dit protocol geeft aan op welke manier wij als school hier invulling aan geven. Onder meerbegaafdheid verstaan we zowel hoogbegaafde leerlingen, als leerlingen die wel duidelijk meer aan kunnen. Onder hoogbegaafden vallen de leerlingen met een: IQ van boven de 13 en/of met hoge capaciteiten een grote motivatie om te presteren een grote creativiteit Onder creativiteit wordt dan bedoeld: een denkvermogen dat flexibel is associatief uiteenlopend intuïtief origineel en vaak buiten de geijkte paden Januari 212. 2

Ontwikkelingsvoorsprong bij kleuters Signalering: Signalering vindt plaats op de volgende manieren: Observaties door de leerkracht, waarbij gekeken wordt naar grote nieuwsgierigheid, veel algemene kennis, snel van begrip, creatief denkvermogen enz. Informatie uit de overdracht met de GGD, het consultatiebureau, de peuterspeelzaal of de dagopvang Het intakeformulier en een gesprek met de ouders van nieuwe leerlingen over de vroege ontwikkeling Het registratiesysteem van de groepen 1 en 2 waarbij de ontwikkelingsgebieden (cognitieve ontwikkeling, de werkhouding en de sociaal- emotionele ontwikkeling) een belangrijke rol spelen. De Quickscan van het DHH, zes weken na instroom in groep 1 Toetsuitslagen CITO LOVS taal en rekenen en de toets fonemisch bewustzijn Diagnosticering en begeleiding: De volgende stappen worden achtereenvolgens gezet: Het invullen van de signaleringslijst van groep 1 en 2. Hiermee kan gerichter bepaald worden hoe groot de kans is op een ontwikkelingsvoorsprong. Naar aanleiding van de signalering heeft de leerkracht en/ of de I.B.-er een gesprek met de ouders en eventueel het kind. Geeft de signalering en het gesprek een aanleiding voor verder onderzoek wordt er een traject uitgezet. Bij leerlingen die op één vakgebied uitblinken zal de begeleiding aangepast worden op dat gebied. In de kleutergroepen is het binnen de principes van basisontwikkeling mogelijk de leerling uit te dagen en aan te spreken op zijn mogelijkheden. Bij zeer grote voorsprong op meerdere gebieden en/of signalen van verveling en onvrede zal de school doortoetsen middels de CITO toetsen en/ of hulp inroepen van de orthopedagoog, werkzaam bij onderwijsstichting Arcade. Zo komt de ontwikkelingsvoorsprong in beeld en kan er een passend begeleidingsplan opgesteld worden. N.a.v. bovenstaande punten kunnen we twee groepen leerlingen onderscheiden: 1. Hoogbegaafden, bij wie sprake is van een IQ van boven de 13 en/of er sprake is van hoge intellectuele capaciteiten, een grote motivatie om te presteren en een grote creativiteit. In de kleutergroepen zal het vaak moeilijk zijn om het IQ vast te stellen en zal meer op de drie andere dingen gelet worden. 2. Meerbegaafden (leerlingen die vaak snel klaar zijn met hun werk, maar nog niet in staat zijn veel ingewikkelder stof te behappen) *In de ontwikkeling van het kind met een ontwikkelingsvoorsprong kun je al vroeg kenmerken onderscheiden van leer- en persoonlijkheidseigenschappen die we later in toenemende mate herkennen als eigen aan hoogbegaafde kinderen. Daarbij valt te denken aan de grotere leerstappen die het kind maakt, streven naar perfectionisme, al vroeg kunnen omgaan met humor, een brede algemene belangstelling en het soms sterk kunnen focussen op Januari 212. 3

bijzondere belangstellingen. Niet alle kinderen zullen deze kenmerken echter vasthouden en zelfs verder ontwikkelen. En daar ligt het belangrijkste verschil tussen kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong en kinderen die we later hoogbegaafd kunnen noemen.*(eleonoor van Gerven) Bij ons op O.B.S. De Kern bieden leerkrachten binnen de basisontwikkeling voor beide groepen extra materialen en ideeën aan. Ook de ontwikkelingsgebieden waarin een leerling geen of een (veel) mindere voorsprong heeft, worden gestimuleerd, zodat er geen eenzijdige aandacht uitgaat naar één vakgebied. Van leerlingen bij wie is gebleken dat zij meer aankunnen, worden ook meer/ andere dingen gevraagd. Ook wanneer het kind hier niet om vraagt, wordt dit af en toe geprobeerd. (eventuele onderpresteerders). Onze school kiest voor het inzetten van extra materialen voor verrijking en verdieping, voor het stimuleren en enthousiasmeren en een aanbod voor het leren lezen. Als blijkt dat bovenstaande maatregelen niet afdoende zijn en als de testen wijzen op een grote ontwikkelingsvoorsprong wordt met alle betrokkenen bepaald wat een vervolgstap zal worden. Meer- en hoogbegaafdheid groep 3 tot en met 8 Signalering: Signalering vindt plaats op de volgende manieren: Observaties door de leerkracht, waarbij gekeken wordt naar grote nieuwsgierigheid, veel algemene kennis, snel van begrip, creatief denkvermogen enz. Informatie vanuit het leerlingendossier Het onderwijskundig rapport en een gesprek met de ouders van nieuwe leerlingen over de ontwikkeling Toetsuitslagen CITO LOVS. De leerlingen moeten in principe een hoge A scoren. De Quickscan van het DHH, zes weken na instroom van groep 3 en aan het einde van eind groep 5. Verder onderzoek met het Digitaal Handelingsprotocol Hoogbegaafdheid. Signalen van onderpresteren (zie bijlage) Factoren als creativiteit, doorzettingsvermogen en intelligentie spelen een belangrijke rol (zie figuur: Triadisch interdependentiemodel Renzulli) Januari 212. 4

Diagnosticering en begeleiding: De volgende stappen worden achtereenvolgens gezet: Het invullen van de signaleringslijst. Hiermee kan gerichter bepaald worden hoe groot de kans is op meer- of hoogbegaafdheid. Naar aanleiding van de signalering heeft de leerkracht en/ of de I.B.-er een gesprek met de ouders en eventueel het kind. Geeft de signalering en het gesprek met de ouders een aanleiding voor verder onderzoek wordt er een traject uitgezet. Het invullen van het Digitaal Handelingsprotocol Hoogbegaafdheid. Bij dit protocol horen leerkracht, leerling en ouderformulieren. Bij leerlingen die op één vakgebied uitblinken zal de begeleiding aangepast worden op dat gebied. In groep 3 t/m 8 is het binnen de principes van het aanbieden van leerstof op maat mogelijk de leerling uit te dagen en aan te spreken op zijn mogelijkheden. Bij zeer grote voorsprong op meerdere gebieden en/of signalen van verveling en onvrede zal de school doortoetsen middels de CITO toetsen en/ of hulp inroepen van de orthopedagoog, werkzaam bij onderwijsstichting Arcade. Zo komt de ontwikkeling van het kind goed in beeld en kan er een passend begeleidingsplan opgesteld worden. Ouders en kind worden van meet af aan betrokken bij het hele proces. N.a.v. bovenstaande punten kunnen we twee groepen leerlingen onderscheiden: 1. Hoogbegaafden, bij wie sprake is van een IQ van boven de 13 en/of er sprake is van hoge intellectuele capaciteiten, een grote motivatie om te presteren en een grote creativiteit.. 2. Meerbegaafden, bij wie sprake is van een IQ van 12-13 (leerlingen die vaak snel klaar zijn met hun werk, maar nog niet in staat zijn veel ingewikkelder stof te behappen) Onze school kiest voor het inzetten van extra materialen voor verrijking en verdieping, voor het stimuleren en enthousiasmeren en een aanbod op maat voor één of meerdere vakgebieden Als blijkt dat bovenstaande maatregelen niet afdoende zijn en als de testen wijzen op een grote ontwikkelingsvoorsprong wordt met alle betrokkenen bepaald wat een vervolgstap zal worden. Naast verrijking en verdieping kan ook compacten en versnellen een optie zijn. Werken met De Pittige Plus torens. Het werken met De Pittige Plus torens: Voor meer- en hoogbegaafde leerlingen vanaf groep 3. Heeft pittige verrijkingsprojecten Zelfstandig werken, alleen of in kleine groepjes. De kinderen werken met hoofd, hart én handen. Biedt aantrekkelijke complexe activiteiten. Stimuleert de creativiteit, de motivatie en het divergente denken. Sinds 1 september 211 werken we op De Kern met De Pittige Plustorens. De groep kinderen voor wie De Pittige Plus Torens zijn ontwikkeld worden in de meeste scholen de pluskinderen of de plusgroep genoemd. Het betreft de meerbegaafde en hoogbegaafde leerlingen van de school. Statistisch is dat zo n 1 à 15% van de leerlingen van Januari 212. 5

de school. Het is de groep kinderen met een IQ vanaf 115. Deze pluskinderen worden door de reguliere leerstof van de basisschool niet voldoende uitgedaagd. Dit zijn de kinderen die minder uitleg en minder herhaling nodig hebben dan de gemiddelde leerlingen om zich nieuwe dingen eigen te maken. Het zijn de leerlingen die zich gaan vervelen als ze geen verrijkingsstof aangereikt krijgen. Ze leren niet door oefening en herhaling, maar op inzicht. Januari 212. 6

Bijlage 1. 1. De module Quickscan De Quickscan is de voorloopmodule op het gebruik van het DHH. Deze module wordt daarom ook wel de Nulmodule genoemd (zie stroomschema op pagina 5). Het invullen van de Quickscan voor een leerling is altijd de taak van de groepsleerkracht. De IB heeft zicht op groepsresultaten en beheert het archief. Indien u onderzoek wilt gaan doen met het DHH naar een specifieke leerling, bijvoorbeeld omdat ouders of groepsleerkracht hebben aangegeven dat zij vermoeden dat de leerling begaafd is, dan slaat u deze Nulmodule over en begint direct in de module die volgens uw eigen inzicht van toepassing is. Omdat de Quickscan een grofmazig instrument is, dat geen uitspraken doet of de leerling al dan niet begaafd is, maken we gebruik van één informatiebron: de groepsleerkracht. Triangulatie (het verzamelen van gegevens uit meerdere bronnen om de betrouwbaarheid van de resultaten te verhogen) vindt daarom in tegenstelling tot in de modules Signalering en Diagnostiek niet plaats. Wij adviseren om de Quickscan op maximaal drie momenten in de schoolloopbaan van een leerling af te nemen: Uiteraard geldt dat u de Quickscan in groep 3 en groep 5 alleen inzet voor die leerlingen die nog niet eerder herkend zijn als begaafde leerling en waarvoor geen andere zorgaspecten al eerder herkend zijn (autisme, dyslexie, leerzwak et cetera). In alle gevallen is het zo dat u het resultaat van de Quickscan naast u neer kunt leggen en zelfstandig een besluit kunt nemen. Dus als de scan aangeeft dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat onderzoek met het DHH gewenst is, kunt u langs de normale weg altijd en op elk gewenst moment een dossier voor de leerling aanmaken. Deze module kent drie fase: 1. Het invullen van de quickscan 2. Het bekijken van het resultaat 3. Beslissen over het vervolgtraject. U kunt van alle formulieren zowel een lege als een ingevulde versie afdrukken. U volgt hier voor eenvoudig de instructie op het scherm. 1.1. Het onderzoek U maakt voor uw groep een bestand aan. U geeft daarbij de groep een ook voor de toekomst herkenbare naam: bijvoorbeeld groep 1/21-211. Vervolgens volgt u de instructie op het scherm om een leerlinglijst in te voeren. U maakt op dit punt dus niet voor elke leerling apart een dossierblad aan! Mocht u in de toekomst leerlingen willen toevoegen of verwijderen aan een groep dat kan dat eenvoudig. Vervolgens vult u voor elke leerling van uw groep een Quickscan in. De Quickscan kan gebruikt worden om te bepalen of het verstandig is voor een leerling een traject in het DHH te gaan opstarten. De Quickscan vraagt u op vier aspecten aan te geven of u bepaalde gedragsaspecten bij de leerling herkent. Het invullen van de Quickscan neemt ongeveer vijf minuten per leerling in beslag. We adviseren u de vragen vanuit uw eerste ingeving te beantwoorden. Januari 212. 7

1. Kenmerken van begaafdheid Dit eerste aspect wordt u gevraagd of u kenmerken van begaafdheid bij de leerling herkent. Er worden vijf kenmerken genoemd. U kunt van meer dan een kenmerk aangeven dat u dit gedrag bij de leerling ziet. Indien u geen kenmerken herkent hoeft u niets in te vullen! 2. Didactische prestaties Hier vragen we u te benoemen of u een van de benoemende didactische prestatiesituaties bij de leerling herkent. U kunt kiezen uit drie omschrijvingen. U kunt slechts één aspect aanklikken. Indien u geen van de situaties herkent dan vult u niets in. 3. Didactische attitude Hier vult u in voor welk type taken de leerling een voorkeur heeft, u maakt uw keuze uit twee omschrijvingen. Als deze voorkeur voor u niet zichtbaar is, dan laat u de vraag open. 4. Pedagogische ontwikkeling Bij dit laatste aspect wordt u gevraagd of de genoemde pedagogische aspecten herkenbaar zijn bij de leerling. Er worden vijf kenmerken genoemd. U kunt van meer dan een kenmerk aangeven dat u dit gedrag bij de leerling ziet. Indien u geen kenmerken herkent hoeft u niets in te vullen! Nota bene: Als geen van de kenmerken op een leerling van toepassing is, dan klikt u toch onderaan op de kop opslaan om ervoor te zorgen dat de resultaten ook voor deze leerling zichtbaar worden in het groepsoverzicht. In dit geval krijgt u uiteraard het advies om geen dossier voor de leerling aan te maken. 1.2 Het bekijken van het resultaat De resultaten van de Quickscan zijn op drie manieren terug te vinden. In de eerste plaats kunt u van de resultaten over uw eigen groep een overzicht krijgen. Daarbij ziet u van elke leerling direct het resultaat. In de tweede plaats kunt u van alle groepen die u heeft ingevoerd (op schoolniveau) het resultaat zien. In de derde plaats kunt u eenmaal ingevulde scans opslaan in een archief zodat ze voor de toekomst worden bewaard, maar uit het overzicht van het huidige schooljaar zijn verwijderd. 1.2.1 Op groepsniveau U vindt het resultaat van de Quickscan terug in het groepsoverzicht. Achter de naam van elke leerling kunt u precies zien of de manier waarop u antwoord heeft gegeven een indicatie of contra-indicatie vormt voor een onderzoek naar een leerling met behulp van het DHH. Daarbij zijn er drie adviezen mogelijk: 1. Op het eerste gezicht lijkt er geen aanleiding te zijn voor verder onderzoek met het DHH. 2. Ga direct door naar module 1 Signalering. 3. Ga direct door naar module 2 Diagnostiek. Betrouwbaarheid van het advies Het computerprogramma genereert een advies op basis van door u zelf ingevoerde gegevens. Indien informatie onvolledig of onjuist is, wordt daarmee de betrouwbaarheid van het advies negatief beïnvloed. Om de betrouwbaarheid van resultaten te vergroten is het goed om in het team op basisniveau te oefenen met het herkennen van signaalgedrag inzake begaafdheid. Bovendien is het wijsheid te zorgen dat basale theoretische kennis aanwezig is. Het lezen van de eerste twee hoofdstukken uit het boek Professioneel omgaan met begaafde leerlingen is vanuit theoretisch perspectief in elk geval aan te raden. Verantwoording voor de adviezen De Quickscan is ontwikkeld op verzoek van gebruikers. Zij wilden graag weten hoe zij konden bepalen of er nu wel of geen onderzoek naar een leerling gedaan moest worden. In het verleden gaven we aan dat er vier redenen zijn om onderzoek te gaan doen. Eén van deze redenen is al voldoende om een onderzoek op te starten: 1. De ouders melden dat zij indicaties voor begaafdheid waarnemen; Januari 212. 8

2. De leerkracht ziet in het gedrag van de leerling indicaties voor begaafdheid; 3. De leerling presteert uitzonderlijk goed; 4. De leerling laat een sterk afwijkende tendens zien in schoolprestaties in een ontwikkelingslijn over meerdere LVS/toetsmomenten. Door deze insteek werd er relatief veel aan het persoonlijk inzicht van elke individuele leerkracht op een school overgelaten. De Quickscan maakt het mogelijk hierin meer systematisch op te treden en is de vijfde mogelijkheid. Uit de verschillende leer- en persoonlijkheidseigenschappen van begaafde leerlingen hebben we vijf kenmerken geselecteerd die in vanuit theoretische opvattingen over begaafdheid als indicatie voor het leervermogen van de leerling worden benoemd. Daarbij heeft de didactische prestatie en de didactische attitude eveneens een signaalfunctie gekregen. Laatste factor is het pedagogisch functioneren. Uitgangspunt is dat disfunctioneren van de leerling ruis kan veroorzaken bij de interpretatie van het leerling-gedrag in relatie tot vermeende begaafdheid. Nadat de lijst in het voorjaar 21 was samengesteld is een grote groep leerkrachten benaderd met de vraag of zij voor hun hele klas de Quickscan wilde invullen. Het doel was dat wij op basis van de proefnorm die we uitgezet hadden konden beoordelen of deze norm redelijk was. Na een eerste meting (voorjaar 21) is besloten de norm aan te scherpen tot de huidige norm. Een tweede meting maakte duidelijk dat deze norm ons doel representeerde (najaar 21). De Quickscan beoogt bij consistent invullen in ongeveer 2% van alle leerlingen te komen tot een advies voor verder onderzoek met het DHH. Niet van al deze leerlingen zal na diagnostisch onderzoek gezegd kunnen worden dat het waarschijnlijk lijkt dat zij kunnen komen tot prestaties op begaafd niveau. Het DHH richt zich op een groep van ongeveer 1% leerlingen die over capaciteiten op begaafd niveau beschikt. Voor een aantal leerlingen zal dus in het vervolgtraject een conclusie komen dat de leerling naar waarschijnlijkheid niet tot de doelgroep van het protocol behoort. 1.2.2 Op schoolniveau Het overzicht op schoolniveau is vooral interessant voor de IB of specialist begaafdheid in uw team. Deze kan met behulp van dit overzicht van elke groep waarvoor een Quickscan is afgenomen, direct zien wat de resultaten op niveau van die groep zijn. Zo kunt u precies zien voor hoeveel leerlingen er binnen uw school een advies is gegeven onderzoek te gaan doen met het DHH. U kunt daarbij ook precies zien met welke module geadviseerd is om te beginnen. Als u afspraken gemaakt heeft in uw team dat de scan afgenomen gaat worden, heeft u zo snel zicht op het totaal beeld dat dit oplevert. Daardoor wordt het mogelijk een inschatting maken van de tijdinvestering en begeleiding die voor elke groep (op termijn) ingeruimd moet worden voor het begeleiden en/of coördineren van het onderzoek. 1.2.3 Gegevens uit het verleden afgenomen scans Om te voorkomen dat u na verloop van enkele jaren een onoverzichtelijk hoeveelheid groepen heeft waarvoor een Quickscan is ingevuld, is een archieffunctie ontwikkeld. We raden u aan om aan het einde van een schooljaar van elke groep de resultaten te verplaatsen naar het archief en deze in het archief te behouden tot dat de laatste leerling uit die groep de school heeft verlaten. Op deze manier kunt u in later jaren, indien gewenst, nog eens nazien wat de resultaten van de scan van een bepaalde leerling waren. 1.3 Beslissen over het vervolgtraject. Per leerling gaat u op basis van het advies na afronding van de scan zelf beslissen of u al dan niet met behulp van het DHH verder onderzoek wilt doen naar een leerling. Indien verder onderzoek geadviseerd wordt, kunt u direct vanuit dit scherm een dossier voor de leerling gaan aanmaken. Indien er onvoldoende signalen zijn ingevoerd maar u wilt toch verder Januari 212. 9

onderzoek doen, dan doet u dit via de gebruikelijke weg. U maakt een dossier aan vanuit het scherm Beheer, optie Leerlingen. Wij willen erop wijzen dat de Quickscan altijd een moment opname is en absoluut geen uitsluitsel kan geven over eventuele begaafdheid van de leerling. De gebruiker bepaalt daarbij steeds zelf welke waarde hij aan een gegeven advies wil toekennen. Het is altijd mogelijk een gegeven advies naast u neer te leggen en op basis van uw eigen indruk een ander besluit te nemen dan wordt aangeraden. Tot slot willen we op dit punt aangeven dat twee verschillende personen een heel verschillend beeld kunnen hebben van een leerling. Indien dat het geval is, raden we u aan de leerling altijd het voordeel van de twijfel te geven. 1.4 Toelichting op het stroomschema Op de volgende pagina treft u een globaal schema aan met daarin het proces van handelingsgericht werken zoals dat met het DHH gevolgd zou kunnen worden. U kunt voor elke leerling insteken in elke fase van het protocol waarvan het startblokje lichtgrijs gearceerd is. Dit betekent dat u de fase voor Diagnostiek altijd vooraf laat gaan door een intakegesprek met ouders, groepsleerkracht en (afhankelijk van de leeftijd) de leerling. Vervolgens kunt u voor uw strategie bepaling in het stroomschema zien wat de meest logische vervolgstap is voor uw traject. U kunt echter steeds afwijken van deze begeleidingsroute en een eigen route inzetten. U bent dus niet verplicht om bij de Quickscan te beginnen, u kunt ook bij een van de andere modules beginnen. Januari 212. 1

Bijlage 2. Leerlingenvragenlijst groep 3-8 Naam leerling: Geboortedatum: Groep: Invuldatum: Let wel: dit is geen test of toets. Jouw juf of meester wil alleen graag weten hoe jij over de onderstaande vragen denkt. Je ziet hier een aantal uitspraken. Het is de bedoeling dat je steeds aangeeft of je het er mee eens bent met de uitspraak of dat je het er niet mee eens bent. Je kunt kiezen uit: Mee eens: E Beetje mee eens: BE Mee oneens: O Tot slot zijn er twee open vragen. Hier mag jezelf het antwoord op de vraag opschrijven. Ik ga meestal met plezier naar school. Ik vind dat ik goed mijn best doe. Ik vind dat ik op school veel leer. Ik kan goed zelfstandig werken. Ik kan het werk maken zonder de uitleg van de juf/meester. Ik denk dat ik een van de beste leerlingen van de groep ben. Ik ben vaak eerder klaar met mijn werk. E BE O Ik verveel me bij: Rekenen Taal Spelling Topondernemers Verkeer E BE O Ik leer heel gemakkelijk en kan goed onthouden Ik vind het oplossen van ingewikkelde problemen leuk Ik heb vaak originele ideeën Ik doe mijn best om geen fouten te maken E BE O Januari 212. 11

Wanneer ik toch een fout maak, vind ik dat erg Ik ben zenuwachtig als ik een spreekbeurt moet houden Ik ben zenuwachtig als ik een proefwerk moet maken Ik heb vrienden/ vriendinnen in de groep Mijn groepsgenoten begrijpen meestal wat ik bedoel Ik word vaak gepest of geplaagd E BE O Open vragen: Mijn hobby s zijn: Op school wil ik graag meer leren over: Je bent nu klaar. Je kunt dit formulier bij je juf of meester inleveren. Bedankt voor het invullen. Januari 212. 12

Bijlage 3 Observatie groep 1-2 Deze lijst vult u in m.b.v. het computerprogramma. In deze vragenlijst wordt uw oordeel gevraagd. Uit twee tegengestelde uitspraken kiest u die het meest van toepassing is. Wat u niet direct kunt invullen laat u open. Bij twijfel kiest u een 3. U kunt het formulier ook eerst met een potlood invullen om na een extra observatie definitief te kiezen. Vervolgens voert u de gegevens in het computerprogramma in. Zie ook bijlage 2. Naam: Geboortedatum: School/Instantie: Leerkracht: Groep: Datum afname: Leeftijd: Nationaliteit/ Taal: 1. Vindt leren leuk 5 4 3 2 1 Vindt leren niet leuk 2. kan goed met lego en ander constructiemateriaal werken 3. heeft uitgesproken mening 5 4 3 2 1 Kan niet goed met constructiemateriaal werken 5 4 3 2 1 Heeft geen uitgesproken mening 4. toont zelfvertrouwen 5 4 3 2 1 Is onzeker 5. heeft veel vriendjes 5 4 3 2 1 Heeft weinig vriendjes 6. toont 5 4 3 2 1 Geeft snel op doorzettingsvermogen 7. zet zich in om het 5 4 3 2 1 Zet zich weinig in om het te doen goed te doen 8. heeft humor 5 4 3 2 1 Heeft weinig humor 9. een specifieke, gedurende lange tijd interesse op een bepaald terrein 1. heeft ruime Woordenschat 11. kan logisch denken, ziet relaties, verbanden, grotere patronen 5 4 3 2 1 Toont weinig interesse 5 4 3 2 1 Heeft beperkte woordenschat 5 4 3 2 1 Heeft veel tijd nodig om iets te begrijpen 12. werkt snel 5 4 3 2 1 Werkt langzaam 13. heeft een sterke concentratie 14. heeft een rijke fantasie, groot voorstellingsvermogen 15. moet vaak even iets vasthouden 16. is in bijna alle ontwikkelingsgebieden geïnteresseerd 17. uit zich goed (wat er in hem omgaat) 18. overziet hoeveelheden 5 4 3 2 1 Heeft een zwakke concentratie 5 4 3 2 1 Heeft weinig fantasie 5 4 3 2 1 Raakt nauwelijks voorwerpen aan 5 4 3 2 1 Heeft beperkte interesse in de ontwikkelingsgebieden 5 4 3 2 1 Uit zich niet over wat er in hem omgaat 5 4 3 2 1 Heeft weinig besef van hoeveelheden Januari 212. 13

19. is nieuwsgierig, stelt vragen, is opmerkzaam, observeert 2. kan zijn of haar gevoelens onder woorden brengen 21. heeft een taalgebruik boven leeftijdsniveau 22. bedenkt creatieve oplossingen voor bepaalde problemen 23. werkt netjes en precies 24. is handig met knutselen, knippen en plakken 25. gaat graag naar school 26. tekent beter dan je op grond van de leeftijd zou verwachten 27. kan eenvoudige rekensommen oplossen 5 4 3 2 1 Is niet nieuwsgierig en stelt weinig vragen 5 4 3 2 1 Kan gevoelens niet onder woorden brengen 5 4 3 2 1 Heeft beperkt taalgebruik 5 4 3 2 1 Is niet creatief in het oplossen van problemen 5 4 3 2 1 Werkt slordig en onnauwkeurig 5 4 3 2 1 Is onhandig met knutselen 5 4 3 2 1 Gaat niet graag naar school 5 4 3 2 1 Tekent onder leeftijdsniveau 5 4 3 2 1 Kan nog n iet rekenen 28. is zelfstandig 5 4 3 2 1 Vraagt veel hulp 29. is onderzoekend, experimenteert, bouwt en ontwerpt 3. heeft een goede luisterhouding 31. verveelt zich bijna Nooit 5 4 3 2 1 Is passief 5 4 3 2 1 Heeft een slechte luisterhouding 5 4 3 2 1 Verveelt zich regelmatig 32. kent reeds enige 5 4 3 2 1 Kent nog geen letters letters 33. heeft een sterk 5 4 3 2 1 Heeft moeite met onthouden geheugen 34. beweegt veel 5 4 3 2 1 Is een stilzitter 35. kan zich in anderen verplaatsen 5 4 3 2 1 Kan zich moeilijk in anderen verplaatsen 36. heeft een realistisch beeld van de eigen 5 4 3 2 1 Heeft geen reële verwachtingen van eigen kunnen mogelijkheden 37. kan zich goed concentreren op een 5 4 3 2 1 Is gauw afgeleid bij een opdracht opdracht 38. is trots op prestatie 5 4 3 2 1 Staat onverschillig ten opzichte van geleverde prestaties 39. zoekt contact met leeftijdgenoten 4. kan eenvoudige woorden lezen 41. is gevoelig, zorgzaam 42. speelt veel met anderen 43. kan aandachtig luisteren 5 4 3 2 1 Zoekt contact met jongere kinderen 5 4 3 2 1 Kan nog niet lezen 5 4 3 2 1 Staat onverschillig tegenover anderen 5 4 3 2 1 Speelt veel alleen 5 4 3 2 1 Wendt zich snel tot iets anders Januari 212. 14

44. kan hoeveelheden overzien 5 4 3 2 1 Kan nog geen hoeveelheden overzien 45. maakt voor zijn leeftijd moeilijke 5 4 3 2 1 Maakt voor zijn leeftijd simpele puzzels puzzels 46. houdt van memory en puzzels, waarbij 5 4 3 2 1 Is niet geïnteresseerd in geheugenspelletjes je iets moet onthouden 47. onafhankelijk, kan 5 4 3 2 1 Heeft veel ondersteuning nodig alleen spelen en werken 48. kiest gevarieerde 5 4 3 2 1 Kiest eenzijdige werkjes werkjes 49. toont brede 5 4 3 2 1 Heeft beperkte belangstelling interesse 5. houdt van rennen, stoeien en sporten 5 4 3 2 1 Houdt niet van rennen, stoeien en sporten 51. neemt initiatieven 5 4 3 2 1 Is afwachtend 52. gaat leuk met 5 4 3 2 1 Gaat niet leuk met kinderen om kinderen om 53. kan goed tellen 5 4 3 2 1 Kan nog niet tellen 54. speelt graag alleen 5 4 3 2 1 Speelt niet graag alleen 55. is niet gauw van slag 5 4 3 2 1 Is gauw van slag 56. toont initiatieven 5 4 3 2 1 Toont weinig initiatief 57. voelt zich betrokken bij wat er in de groep gebeurt 58. heeft interesse in de uitleg 59. heeft een leidersrol in de groep 6. begrijpt veel dingen snel 5 4 3 2 1 Voelt zich niet betrokken bij de groep 5 4 3 2 1 Heeft geen interesse in de uitleg 5 4 3 2 1 Heeft geen leidersrol in de groep 5 4 3 2 1 Heeft veel uitleg nodig Aanvullende opmerkingen over de leerling: Aanvullende opmerkingen over de lijst: Januari 212. 15

Bijlage 4. Vragenlijst leerkracht signalering Naam: School: Naam leerkracht: Geboortedatum: Invuldatum: Groep: Geef aan welke van de onderstaande uitspraken wel (=ja) dan niet (= nee) van toepassing zijn op de leerling. Wanneer u het beslist niet weet of echt niet kunt kiezen, vult u niets in. Ja nee 1. is snel van begrip 2. beschikt over een brede belangstelling, kan over veel dingen meepraten 3. heeft een hekel aan routinematig werk en herhalingsopdrachten 4. wil van alles weten en is volhardend in het doorvragen, met name in het stellen van waarom-vragen 5. ziet verbanden die de meeste kinderen niet zien 6. spreekt in goed opgebouwde zinnen en toont daarbij een rijke woordenschat 7. zegt, vraagt of maakt dingen die niet altijd door de andere kinderen begrepen worden 8. komt met ongebruikelijke, oorspronkelijke oplossingen 9. heeft een fijnzinnig gevoel voor humor 1. is graag in zijn/ haar eentje met iets bezig 11. is vindingrijk 12. beschikt over een rijke fantasie Januari 212. 16

13. kan goed zelfstandig werken 14. beschikt over een prima concentratie 15. is uit zichzelf voor het werk op school gemotiveerd 16. is opgenomen in de klas/ groep 17. is behulpzaam t.o.v. medeleerlingen 18. vraagt om een positieve manier aandacht van de leerkracht 19. heeft het naar de zin op school 2. toont in ruime mate zelfvertrouwen 21. stelt reële eisen aan zichzelf 22. is een echte doorzetter Ja nee 23. behoort overwegend tot de beste leerlingen 24. blinkt in het bijzonder uit op een bepaald gebied / Namelijk: Opmerkingen: Januari 212. 17

Januari 212. 18

Bijlage 5. Signaleringslijst onderpresteren U kunt deze lijst invullen bij een vermoeden van onderpresteren Naam leerling: Geboortedatum: Leeftijd: Groep: Leerkracht: Invuldatum: 1. Lage test/ toetsresultaten * 2. Presteert op of onder niveau in lezen, taal of rekenen * 3. Dagelijks schoolwerk niet of slecht af, inclusief huiswerk * 4. Superieur in begrijpen en onthouden (eventueel selectief) van begrippen * 5. Grote kloof in kwaliteit tussen schriftelijk en verbaal werk * 6. Grote feitelijke kennis 7. Grote fantasie, creativiteit, verbeelding, is inventief 8. Voortdurend ontevreden met geleverd werk, ook in expressievakken 9. Probeert nieuwe activiteiten te vermijden, is perfectionistisch, wil mislukkingen voorkomen 1. Toont initiatief in het voortzetten van eigen keuze projecten 11. Heeft breed interessegebied en mogelijke speciale deskundigheid op een bepaald gebied * 12. Toont negatieve zelfwaardering door terugtrekken of agressief gedrag, negatieve zelfprojectie op * anderen 13. Functioneert niet gemakkelijk en/ of constructief in een groep, doet niet graag mee aan groepsactiviteiten 14. Geeft blijk van scherpzinnige, sensitieve gevoeligheid en waarneming van problemen ten opzichte van zichzelf, anderen, levensvraagstukken, waaruit blijkt dat hij/ zij vooruit is 15. Heeft onrealistische zelfverwachting, te hoog of te laag 16. Geen voldoening over leerstofaanbod, houd niet van instampen, geheugenwerk 17. Is gemakkelijk afleidbaar, kan zich moeilijk concentreren op een taak 18. Onverschillige of negatieve houding tegenover school 19. Biedt weerstand tegen pogingen van de leerkracht om hem/ haar te motiveren 2. Heeft moeilijkheden in vriendschapsrelaties, in het sluiten van vriendschappen 21. Lijkt lui, zich vervelen, is met andere dingen bezig, maar weet bij navraag toch waar de les over gaat Score (bij 1 aangekruiste vakjes, inclusief de * vakjes is er zeer waarschijnlijk sprake van onderpresteren) Aantal aangekruiste items Aantal aangekruiste items met een * : : Sprake van onderpresteren : ja / nee* *)invullen wat van toepassing is Januari 212. 19