Anatomie van de Spieren



Vergelijkbare documenten
M. supraspinatus. Origo: Insertio: Innervatie: Functie: Fossa supraspinata. Tuberculum maius. N. suprascapularis. Abductie arm

6. Van welk deel van de wervelkolom is de vertebra prominens een onderdeel? 7. Hoe wordt de binnenste laag van het gewrichtskapsel genoemd?

Theorie-examen Anatomie 13 januari 2006.

Theorie-examen anatomie 12 januari 2007

Anatomie. Hier volgen 50 opgaven. Bij elke opgave zijn drie antwoorden gegeven. Slechts één van deze antwoorden is het goede.

1. m. Rectus Abdominis (rechte buikspier) A. Origo en insertie: van 5-7de rib naar schaambeen. C. Indeling en functie van de spier:

Anatomie van de heup. j 1.1

Theorie-examen anatomie 25 januari 2008

frontaal vlak sagittale as transversale as sagittaal vlak mediosagittaal (mediaan) vlak

Inhoud. Inleiding 1. 4 Anatomie van de schouder Anteflexie Retroflexie Abductie Adductie 46

Theorie - herexamen Anatomie 23 mei 2008

23-Oct-14. 6) Waardoor wordt hyperextensie van het kniegewricht vooral beperkt? A) Banden B) Bot C) Menisci D) Spieren

Belangrijkste spiergroepen

Henny Leentvaar (Sport)massage Pagina 1 van 7 spieren studie hulp

* short head: eind van coracoid van scapula * long head: supraglenoid deel scapula. * Ulna. * halverwege voorkant humerus.

Cursus Ontspanningsmassage. Bijlage spieren. Trapezius

Spiergroep Spier (onderdeel) Origo Insertie Innervatie Functie Ventrale spieren van de bovenarm (flexoren onderarm)

Gesloten vragen Functionele Anatomie II

De spieren (structuur)

Spierenbovensteextremiteit

Spiertabellen1.2. Bij 'Blok Locomotorisch Stelsel & Huid', 2 de kandidatuur geneeskunde

MASSAGETHERAPEUT

Spierenbovensteextremiteit

1. Welke structuur verbindt trochanter minor met de linea aspera? Linea pectinea

Skillslab handleiding

2. Bevestiging spieren. 3. Stevigheid (samen met spieren) 4. Beweeglijkheid (samen met spieren) 5. Aanmaak rode bloedcellen in beenmerg

Tabel van de perifere zenuwen [terminale takken]: bovenste extremiteit

7.Aa,b Heupspieren (heupgewrichtsspieren), oorsprong op os coxae. a lateraal aanzicht. b mediaal aanzicht. Afb. 7.Aa,b

Bouw van een skeletspier

Les Spierenondersteextremiteit. O: proximaal I : distaal

De antwoorden op de opdrachten E-Learning VAN WIT EN ZWART. Opdracht 1. A = M. tensor fasciae lata B = lig. capitis femoris

MASSAGETHERAPEUT

Reader Bowflex. Hogeschool van Amsterdam 09/2009

Skillslab handleiding

DE SCHOUDER van BINNEN naar BUITEN. Wietske Wind Thom van der Sloot


5 Bot tussenstof bestaat behalve uit calciumzouten eveneens uit: a) Fibreuze vezels b) Elastische vezels c) Reticulaire vezels d) Collagene vezels 6

Spieren van het bovenste membrum

DEEL II: HET ONDERSTE LIDMAAT (vervolg)

1. BEKKENGORDEL EN HEUP

Reader Pully. Hogeschool van Amsterdam 09/2009

Inhoud. Spiertrainer 4 Romp

Samenvatting Fysieke Ergonomie

Henny Leentvaar (Sport)Massage. Functie testen. Datum: 14 mei Opgesteld door: Henny Leentvaar

Sportmassage Theorie: samenvatting

Spierstelsel onderbeen en voet

Reina Welling WM/SM-theorieles 7. Waar zorgt de wervelkolom voor? (m.a.w. wat is de functie van de wervelkolom?)

Inleiding. Anatomie. Humerus

Inspectie, anatomische structuren en palpatie liggend

Diagnostiek aan de schoudergordel. Model orthopedische geneeskunde ( James Cyriax) (Dos winkel)

SPORTMASSAGE les 1 woensdag Hoofdstuk 1. Anatomie of ontleedkunde: Kennis van de bouw van het menselijk lichaam

Myologie specifiek: schouder en arm musculatuur. Fysiologie Huid Nieren en urinewegen. Uit welke spieren bestaat de rotatorcuff?

** Flexie van de pols wordt ook wel palmairflexie genoemd, extensie van de pols wordt ook dorsaal flexie of dorsaal extensie genoemd.

Krachttraining. Een krachttrainingsschema voor Bewegen, sport en maatschappij. Naam Klas Docent

De plaatsbepalende uitdrukkingen (mediaal, lateraal etc.) worden altijd gebruikt ten opzichte van een ander lichaamsdeel.

Opleidingsprogramma. Percutaneous Needle Electrolysis (PNE)

OPEN LESSEN HERFSTVAKANTIE FUNCTIONELE ANATOMIE Prof. dr. Ingrid Kerckaert 13u-14u15

Bewegingsleer Deel I De bovenste extremiteit

Anatomie en karate-bewegen

Anatomie van het bewegingsapparaat itemlijst

abductor Toestelinstellingen

BODY & POWER. Handboek Anatomie voor Fitness

6. Tweehandig brommeren: 1 knokkel draaien, terug, 1 knokkel draaien, terug, 1 knokkel draaien en uitstrijken over m. erector trunci (tot aan nek).

Dissectie. Geïllustreerde handleiding

Skillslab handleiding

VGN immobilisatieprotocollen

Uit: prometheus. Reina Welling WM/SM-theorieles 2. Transversale / frontale as = van links naar rechts = rekstok

Lichamelijk onderzoek

ERASMUS MC MODIFICATIE VAN DE (REVISED) NOTTINGHAM SENSORY ASSESSMENT Handleiding

5 In welk deel van de wervelkolom treffen we de meeste wervels aan? A het cervicale deel B het lumbale deel C het sacrale deel D het thoracale deel

Krachttraining. Naam: Klas: Docent:

Inhoud. Krachttraining. Algemeen... 5

Het doorbewegen bij een dwarslaesie. Tetraplegie

Massage: het lichaam. Het gespierde lichaam. Psychowerk

Sport massage Praktijk

Musculus deltoideus Musculus teres minor Musculus teres major Locatie Functies Musculus subscapularis Trivia...

De uitdrukkingen profundus, internus, superficialis, externus worden gebruikt bij het herleiden naar de plaats van bv de spieren (vervoegingen)

Een fotoatlas van de. anatomie in vivo 2. Onderste extremiteit. Serge Tixa. Bohn Stafleu Van Loghum

De schakel tot. Mobiliteit / Stabiliteit. Overbelastingskwetsuren. Lichaamsscholing in de zwemsport: De schakel tot

Wat is een triggerpoint?

De gevolgen van de toename van de thoracale kyphose.

Spieractivatiepatronen tijdens fitness oefeningen op de Carving Pro. Maastricht University: Pieter Oomen (MSc) Hans Savelberg (PhD)

VUmc_CAT_BB_B15_ _inzage Friday, January 12, :42

Anatomische terminologie

DE INTRINSIEKE MUSCULATUUR VAN DE HAND: ANATOMIE EN FUNCTIE

KNGF-richtlijn Beroerte Verantwoording en Toelichting Map K

Plekken waar je extra aan gaat spannen kunnen zijn: andere kant, je nek, je rug en je buik.

6. Tweehandig brommeren: 1 knokkel draaien, terug, 1 knokkel draaien, terug, 1 knokkel draaien en uitstrijken over m. erector trunci (tot aan nek).

DEEL II: HET ONDERSTE LIDMAAT (vervolg)

Stabiliteit training. Wat, waarom en hoe?

2 De romp. Zichtbare en palpabele oriëntatiepunten van de romp

Linea intermedia Labium externum. Incisura ischiadica major. Spina ischiadica Incisura ischiadica minor Ramus ossis ischii. Ramus inferior ossis pubis

Anatomy Trains Myofacial Meridians

Transcriptie:

Schoudergordel en hals Schoudergordel M. Coracobrachialis M. Deltoideus M. Infraspinatus M. Latissimus dorsi M. Levator scapulae M. Pectoralis major Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 1

M. Pectoralis minor M. Rhomboideus major en minor M. Serratus anterior M. Subscapularis M. Supraspinatus M. Teres major M. Teres minor M. Trapezius Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 2

M. Coracobrachialis Functie Origo Insertie - Anteflexie arm: de bovenarm naar voren bewegen. - Hulp bij adductie arm: de bovenarm naar het lichaam - toe bewegen in zijwaartse richting. - Hulp bij endorotatie: de bovenarm naar binnen draaien in het schoudergewicht. Processi coracoideus scapulae. Margo medialis van de schacht van de humerus. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 3

M. Deltoideus Functie Voorste vezels: - Anteflexie arm: de arm naar voren bewegen. - Endorotatie: de arm naar binnen draaien in het schoudergewicht. - Abductie arm: de arm van het lichaam af bewegen in zijwaartse richting. Achterste vezels: - Retroflexie arm: de arm naar achteren bewegen. - Exorotatie: de arm naar buiten draaien in het schoudergewicht. - Abductie arm: de arm van het lichaam af bewegen Origo Insertie in zijwaartse richting Alle vezels: - Abductie tot 90 : de arm tot 90 van het lichaam af bewegen in zijwaartse richting. Pars clavicularis: Extremitas acromialis van de clavicula. Pars acrominalis: Het acromion. Pars spinata: De spina scapulae. Tuberositas deltoidea humeri. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 4

M. Infraspinatus Functie Origo Insertie - Exorotatie: de arm naar buiten draaien in het schoudergewricht. - Hulp bij retroflexie arm: de arm naar achteren bewegen. - Adductie arm met onderste vezels: de arm naar het lichaam toe bewegen in zijwaartse richting. - Rotator cuff spier, kapselspanner. Fossa en fascia infraspinata. Middelste facet van het tuberculum majus van de humerus. Uitgangshouding 1 Effleurage van de rand van het schouderblad naar de schoudertop Accenten, cirkel en dwars mogelijk Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 5

M. Latissimus dorsi Functie Origo Insertie Extra info: - Retroflexie arm: de arm naar achteren bewegen. - Adductie arm: de arm naar het lichaam toe bewegen in zijwaartse richting. - Endorotatie: de arm naar binnen draaien in het schoudergewricht. - Detractie scapula: de schouderblad naar beneden trekken. - Nevenfunctie: hulp bij een krachtige uitademing (hoest). Crista iliaca, fascia thoracolumbalis, 10e-12e rib en de processus spinosi Th7 - Th12 en L1 - L5. Crista tuberculi minoris van de humerus. Grootste spier van het lichaam Uitgangshouding 1 Aan de punt van de tafel staan ene hand op de schouder (homo), effleurage aan de hetero zijde van heup tot oksel. Zodra de pinkmuis in de oksel is stoppen. De arm recht boven de hand houden. Accenten, cirkel en dwars mogelijk.. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 6

M. Levator scapulae Functie - Elevatie: heffen van het schouderblad. - Endorotatie scapula: het schouderblad naar binnen draaien. - Lateroflexie nek: de nek zijwaards bewegen. - Hulpademhalingsspier. Origo Processus transversi C1 - C4. Insertie Angulus superior van de scapula. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 7

M. Pectoralis major Functie Origo Insertie - Samen met de M. Latissimus dorsi de sterkste adductor: de arm naar het lichaam toe bewegen in zijwaartse richting. - Detractie: de schoudergordel naar beneden trekken (onderste vezels). - Endorotatie: de arm naar binnen draaien in het schoudergewricht. - Anteflexie arm: de arm naar voren bewegen. - Hulpademhalinggspier. Pars clavicularis: Mediale deel van de clavicula. Pars sternocostalis: Voorzijde en zijkant sternum en voorkant van de kraakbeenstukken van de 2e-6e rib. Pars abdominalis: Blad van de schede van de M. Rectus abdominis. Crista tuberculum majoris van de humerus. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 8

M. Pectoralis minor Functie Origo Insertie - Depressie: het schouderblad omlaag trekken. - Protractie: het schouderblad naar voren trekken. - Hulpademhalingsspier. Ligt geheel onder de M. Pectoralis major. Voorzijde 2e-5e rib. Processus coracoideus van de scapula. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 9

M. Rhomboideus major en minor Functie - Retractie: de schouderbladen naar de wervelkolom brengen, naar binnen brengen en fixeren tegen de romp. - Mediorotatie: hierbij verplaatst de onderpunt van het schouderblad zich naar het midden (richting wervelkolom). - Elevatie: het schouderblad optrekken. - Endorotatie scapula: het schouderblad naar binnen draaien. Origo Minor: Processus spinosi C6 - C7. Major: Processus spinosi Th1 - Th4. Insertie Margo medialis scapulae. Uitgangshouding 1 Effleurage van de rand van het schouderblad naar de wervels toe de druk bij de wervels af laten nemen. Accenten, cirkel en dwars mogelijk Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 10

M. Serratus anterior Functie - Depressie: het schouderblad omlaag trekken. - Protractie: het schouderblad naar voren trekken. - Laterorotatie: hierbij verplaatst de onderpunt van het schouderblad zich naar buiten (zijkant van het lichaam). - Exorotatie scapula: het schouderblad naar buiten draaien. - Hulpademhalingsspier. Origo Lateraal op de 1e-9e rib. Insertie Hele binnenrand van het schouderblad (margo medialis). Angulus superior en inferior van de scapula. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 11

M. Subscapularis Functie - Endorotatie arm: de arm naar binnen draaien in het schoudergewricht. - Adductie arm: de arm naar het lichaam toe bewegen in zijwaartse richting. - Fixatie van de kop van de humerus. - Rotator cuff spier, kapselspanner. Origo Fossa en fascia subscapularis. Insertie Tuberculum minus en stukje van de crista tuberculum minoris, tuberculum minoris en de schacht van de humerus. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 12

M. Supraspinatus Functie - Abductie arm: de arm van het lichaam af bewegen in zijwaartse richting. - Hulp bij exorotatie arm: de arm naar buiten draaien in het schoudergewricht. - Fixatie van de kop van de humerus. - Rotator cuff spier, kapselspanner. Origo Fossa en fascia supraspinata. Insertie Bovenste facet van het tuberculum majus van de humerus, gewrichtskapsel. Uitgangshouding 2 Effleurage met de pinkmuis van de schoudertop tot de wervelkolom, evt duim over duim Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 13

M. Teres major Functie - Adductie arm: de arm naar het lichaam toe bewegen in zijwaartse richting. - Endorotatie arm: de arm naar binnen draaien in het schoudergewricht. - Retroflexie arm: de arm naar achteren bewegen. Origo Margo lateralis en angulus inferior van de scapula. Insertie Crista tuberculi minoris van de humerus. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 14

M. Teres minor Functie - Exorotatie: de arm naar buiten draaien in het schoudergewricht. - Adductie arm: de arm naar het lichaam toe bewegen in zijwaartse richting. - Retroflexie arm: de arm naar achteren bewegen. - Rotator cuff spier, kapselspanner. Origo Bovenste deel van de margo lateralis en een deel van de fascia infraspinatus van de scapula. Insertie Onderste facet van het tuberculum majus van de humerus, gewrichtskapsel. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 15

M. Trapezius Functie Origo Insertie Bij gefixeerd hoofd en wervelkolom: Gehele spier: - Retractie scapula: het schouderblad naar achteren trekken. Pars descendens (afdalend deel): - Elevatie scapula: het schouderblad optrekken. - Exorotatie scapula: het schouderblad naar buiten draaien. - Wordt gebruikt bij het dragen van zware lasten met de arm. Pars transversa (dwars): - Retractie scapula: het schouderblad naar achteren trekken. - Fixeert de schouderbladen tegen de romp (bijvoorbeeld: steunen op de armen). Pars ascendens (opstijgend deel): - Depressie scapula: het schouderblad omlaag trekken. - Exorotatie scapula: het schouderblad naar buiten draaien. Bij gefixeerde scapula: Dubbelzijdig: - Retroflexie hoofd: het hoofd naar achteren bewegen. - Heterolaterale rotatie hoofd: het hoofd draaien aan de tegenovergestelde zijde. Pars descendens: - Retroflexie hoofd en halswervelkolom: het hoofd en de hals naar achteren bewegen. Linea semi-lunaris (halvemaanvormige lijn) van het achterhoofdsbeen, het lig. nuchae (nekband) en de processus spinosi C7 - Th12. Pars descendens: Laterale deel van de clavicula. Pars transversa: Het acromion. Pars ascendens: De spina scapulae. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 16

Uitgangshouding 2 Effleurrage in een 4 streek: 1 inzetten naast de wervelkolom naar de schoudertop 2 met de andere hand vanaf de wervelkolom (hoogte C7) naar de schoudertop 3 met de andere hand onder kontakt van de schoudertop omhoog tot de haargrens en onder druk terug 4 met de andere hand greep 2 herhalen Vanaf de voorzijde van de klant aan beide zijden: vanaf de haargrens, duimen in de nek en handen rond de spier tot de schoudertop (supineren) Kan ook vanaf de zijkant met 1 of 2 handen Accenten, cirkel en dwars mogelijk Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 17

Hals M. Erector trunci/spinae M. Scalenii M. Sternocleidomastoideus Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 18

M. Erector trunci/spinae Functie Origo Insertie Interspinale systeem (Mediale longitudinale systeem): - Extensie (strekken) van de wervelkolom. - Afvlakken van de kyfose en verdiepen van de lordose. - Stabilisatie. Intertransversale systeem (Laterale longitudinale systeem): - Extensie (strekken) van de wervelkolom. - Lateroflexie wervelkolom: de wervelkolom zijwaarts buigen. - Retroflexie wervelkolom: de wervelkolom naar achteren buigen. - Stabilisatie (bij dubbelzijdige contractie). Transverso-spinale systeem: - Rotatie wervelkolom heterolateraal: draaien van de wervelkolom aan de tegenovergestelde zijde waar de spier zich samentrekt - Stabilisatie (bij dubbelzijdige contractie). Spino transversale systeem (In hals gedeelte): - Rotatie hoofd en hals homolateraal: draaien van het hoofd en de hals aan de zijde waar de spier zich samentrekt. - Lateroflexie halswervelkolom: de halswervelkolom zijwaarts buigen. - Retroflexie halswervelkolom: de halswervelkolom naar achteren buigen. - Stabilisatie van hoofd en halswervelkolom. Os sacrum en crista iliaca tot op het achterhoofd. De spieronderdelen hechten zich aan aan de processus spinosi of processus transversie van de wervels en aan de ribben. De origo ligt steeds lager dan de insertie. De insertie beweegt naar de origo toe. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 19

Uitgangshouding 1 Effleurage dmv de vierstreek, accenten, cirkel en dwars Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 20

M. Scalenii Functie - Elevatie (heffen) van de ribben. - Lateroflexie van de halswervelkolom bij enkelzijdige contractie: de halswervelkolom zijwaarts buigen aan de zijde waar de spier zich samentrekt. - Stabilisatie bij dubbelzijdige contractie. - Rustige inademing. Origo Processus transversus vertebrae cervicis. Insertie Costa I en costa II. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 21

M. Sternocleidomastoideus Functie Enkelzijdige contractie (aanspanning): - Heterolaterale rotatie hoofd: het hoofd draaien aan de tegenovergestelde zijde. - Lateroflexie hoofd: het hoofd zijwaarts buigen. Dubbelzijdige contractie (aanspanning): - Retroflexie hoofd: het hoofd naar achteren bewegen. - Hulpademhalingsspier. Origo Caput mediale: Voorzijde van het manubrium sterni. Caput laterale: Mediale derde deel van de clavicula. Insertie Processus mastoideus, omgeving van de processus mastoideus. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 22

Heup, romp en bil Heup (gewricht) Adductoren M. Iliacus M. Psoas major M. Psoas minor (M. iliopsoas) M. Piriformis M. Rectus femoris M. Sartorius M. Tensor fasciae latae Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 23

Adductoren Functie Origo Insertie - Adductie been: het been naar het lichaam toe bewegen in zijwaardse richting. - Hulp bij exorotatie been: het been naar buiten draaien in het heupgewicht. M. Pectineus en M. Gracilis: - Hulp bij anteflexie been: het been naar voren bewegen. M. Adductor magnus: - Hulp bij retroflexie been: het been naar achteren bewegen. M.Gracilis (bi-articulaire spier): - Flexie knie in gebogen stand: het buigen van de knie in gebogen stand. - Extensie knie in gestrekte stand: het strekken van de knie in gestrekte stand. Van de ramus superior en inferior van het ossis pubis. M. Adductor magnus en M. Gracilis: Os ischium. M. Adductor longus: Middelste 3e deel van de mediale lip van de linea aspera. M. Adductor brevis: Labium mediale van de linea aspera. M. Pectineus: Proximale deel van de linea aspera. M. Adductor magnus: Mediale lip van de lineaaspera en epicondylus medialis. M. Gracilis: Mediale zijde tibia condyl. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 24

Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 25

M. Psoas major Functie Origo Insertie - Lordoseren: de lumbale wervel kolom naar achteren gekromd te houden. - Vooroverkantelen van het bekken. - Anteflexie been: het been naar voren bewegen. - Exorotatie been: het been naar buiten draaien in het heupgewricht. - Flexie wervelkolom: de wervelkolom naar voren buigen. - Abductie van het lendedeel van de wervelkolom:opheffen romp in zijlig. Samen met de M. Iliacus en de M. Psoas minor vormtdeze De M. Iliopsoas. Aan de voorzijde van de wervellichamen (dwarsuitsteeksels) van alle lumbale wervels (L1-L5) en de tussenliggende disci intervertebralis (T12-L4) en wervellichamen (T12-L5). Trochanter minor van het femur. M. Iliacus Functie Origo Insertie - Anteversie bekken: vooroverkantelen van het bekken. - Anteflexie been: het been naar voren bewegen. - Exorotatie been: het been naar buiten draaien in het heupgewricht. Binnenzijde van de crista iliaca, fossa iliaca en ligamenten aldaar. Trochanter minor van het femur, samen met de pees van de M. Psoas major. Samen met de M. Psoas major en de M. Psoas minor vormt deze de M. Iliopsoas. M. Psoas minor Een kleine spier die voor de M. Iliopsoas (M. Iliacus en de M. Psoas Major) loopt. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 26

Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 27

M. Piriformis Functie - Exorotatie been: het been naar buiten draaien in het heupgewricht. - Hulp bij Retroflexie been: het been naar achteren bewegen. - Hulp bij Abductie been: het been van het lichaam af bewegen in zijwaartse richting (als de heup geflecteerd is). Origo Facies pelvina van het sacrum tussen en lateraal van de foramen sacralia pelvina van S1 t/m S4, rand van het foramen ischiadicum major, facies pelvina van het lig. sacrotuberale. Insertie Bovenrand van de trochanter major van het femur (de spier loopt door het foramen ischiadicum majus). Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 28

M. Rectus femoris Functie Een biarticulaire spier die zorgt voor: De M. Rectus femoris is een onderdeel van de M. Quadriceps femoris. - buiging (anteflexie) van het heupgewricht. - strekking (extensie) van het kniegewricht. Origo Caput longum: Spina iliaca anterior inferior. Caput brevis: Rand van het acetabulum. Insertie Bovenrand van de patella en via het ligamentum patella aan de tuberositas tibiae. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 29

M. Sartorius Functie Origo Insertie - Een bi-articulaire spier die de heup flecteert (buigt). - Hulp bij exorotatie: het been naar buiten draaien in het heupgewricht. - Abductie bovenbeen: het bovenbeen naar buiten bewegen in zijwaartse richting. In het kniegewricht: - Flexie knie: buigen van de knie. - Endorotatie onderbeen: het onderbeen naar binnen draaien in het kniegewricht. Spina iliaca anterior superior. Mediale zijde van de tibia condyl. M. Tensor fasciae latae Functie - Anteflexie been: het been naar voren bewegen. - Abductie been: het been van het lichaam af bewegen in zijwaartse richting. - Endorotatie been: het been naar binnen draaien in het heupgewricht. - Stabiliseren van het kniegewricht in gestrekte stand. Origo Spina iliaca anterior superior en de voorste rand van de crista iliaca. Insertie Via de tractus iliotibialis naar de condylus lateralis tibiae. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 30

Romp M. Diaphragma M. Erector trunci/spinae (zie hals) M. Intercostalis externi & M. Intercostalis interni M. Obliquus externus abdominis M. Obliquus internus abdominis M. Quadratus lumborum M. Rectus abdominis M. Transversus abdominis Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 31

M. Diaphragma Functie - Ademhalingsspier. Bij contractie (aanspanning) vindt inademing plaats, bij ontspanning uitademing. Origo Pars sternalis: Processus xiphoideus en kraakbeenderen 5e en 6e rib. Pars costalis: Kraakbeenderen 7e en 8e rib, benige uiteinden van de 9e - 12e rib. Pars lumbalis: Lumbale wervelkolom. Insertie Centrum tendineum. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 32

M. Intercostalis externi & M. Intercostalis interni Functie M. Intercostalis externi: - Elevatie van de ribben (vergroting van de thorax). - Inspiratiespieren (inademing). M. Intercostalis interni: - Depressie van de ribben (verkleining van de thorax). - Expiratiespieren (uitademing). Origo Onderrand van de ribben. Insertie M. Intercostalis externi: Bovenrand van de onderliggende rib, verzelverloop van lateraal-boven naar mediaal-onder. M. Intercostalis interni: Bovenrand van de onderliggende rib, vezelverloop van mediaal-boven naar lateraal-onder. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 33

M. Obliquus externus abdominis Functie - Anteflexie wervelkolom: de wervelkolom voorover buigen. - Heterolaterale rotatie wervelkolom: de wervelkolom draaien aan de tegenovergestelde zijde waar de spier zich samentrekt. Origo Buitenvlakte costae 5 t/m 12 en lendefascie Insertie Crista iliaca, linea alba(rectusschede), ligamentum inguinale (liesband). Extra info: Schuine buikspieren V zakje Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 34

M. Obliquus internus abdominis Functie - Anteflexie wervelkolom: de wervelkolom voorover buigen. - Homolaterale rotatie wervelkolom: de wervelkolom draaien aan de zijde waar de spier zich samentrekt. - Retroversie bekken: het bekken achterover kantelen. Origo Fascia thoracolumbalis, crista iliaca, laterale deel van het ligamentum inguinale (liesband). Insertie Schede van de M. Rectus abdominis, binnenzijde van de onderste 3 ribben. Extra info: schuine buikspieren Λ dakje Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 35

M. Quadratus lumborum Functie - Vormt de achterste buikwand. - Lateroflexie romp bij enkelzijdige contractie: de romp zijwaarts buigen aan de zijde waar de spier zich samentrekt. - Stabilisatie bij dubbelzijdige contractie. Origo Crista iliaca. Insertie Costa XII en processus transversus L1-L5. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 36

M. Rectus abdominis Functie onderste punt vast: ventraalflexie romp en thorax naar Beneden trekken (uitademing) Bovenste punt vast: bekken achterover kantelen Beide punten vast: spanning in de buikholte verhogen (uitademing of buikpers) Origo Processus xiphoideus, kraakbeenstukken van de 5 e en 7 e rib. Insertie Bovenrand van het os pubis. Extra info: rechte buikspier.. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 37

M. Transversus abdominis Functie Origo Insertie - spanning in de buikholte vergroten - Ondersteuning van de ingewanden. - Expiratiespier (uitademing). Kraakbeenderen van de onderste 6 ribben, fascia thoracolumbalis, ligamentum inguinale (poupart) (liesband), crista illiaca. Linea alba. (rectusschede) Extra info: dwarse buikspier. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 38

Bil M. Gluteus maximus M. Gluteus medius M. Gluteus minimus Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 39

M. Gluteus maximus Functie Origo Insertie - Retroflexie been: het been naar achteren bewegen. - Hulp bij exorotatie: het been naar buiten draaien in het heupgewricht. - Bij gefixeerd been: achterover halen (kantelen) van het bekken. - Aanspannen van de tractus iliotibialis. - Delen van de spier geven abductie en adductie. Achterste deel van het crista iliaca, buitenvlak van os ilium, dorsale zijde van de 4e en 5e sacrale wervel en thoracolumbale fascie. Tub. glutea (femur) en tractus iliotibialis. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 40

M. Gluteus medius Functie - Abductie been: het been van het lichaam af bewegen in zijwaardte richting. - Bekken horizontaal houden bij de loopfunctie. - Endorotatie been: het been naar binnen draaien in het heupgewricht (synergie). Voorste vezels: - Hulp bij anteflexie: het been naar voren bewegen. - Hulp bij endorotatie: het been naar binnen draaien in het heupgewricht. Achterste vezels: - Hulp bij retroflexie: het been naar achteren bewegen. - Hulp bij exorotatie: het been naar buiten draaien in het heupgewricht. Origo Buitenvlak van os ilium en de gluteaalaponeurose (bovenste bilspierlijn). Ventrale 3/4 deel van de crista iliaca. Insertie Aan de trochanter major van het femur en lateraal op de trochanter major. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 41

M. Gluteus minimus Functie - Abductie been: het been van het lichaam af bewegen in zijwaardte richting. - Bekken horizontaal houden bij de loopfunctie. - Endorotatie been: het been naar binnen draaien in het heupgewricht (synergie). Voorste vezels: - Hulp bij anteflexie: het been naar voren bewegen. - Hulp bij endorotatie: het been naar binnen draaien in het heupgewricht. Achterste vezels: - Hulp bij retroflexie: het been naar achteren bewegen. - Hulp bij exorotatie: het been naar buiten draaien in het heupgewricht. Origo Buitenvlak van os ilium en de gluteaalaponeurose (bovenste bilspierlijn). Ventrale 3/4 deel van de crista iliaca. Insertie Aan de trochanter major van het femur en lateraal op de trochanter major. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 42

Boven en Onderbeen Bovenbeen voorkant/zijkant Adductoren zie romp M. Quadriceps femoris M. Sartorius zie romp M. Tensor fasciae latae Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 43

M. Quadriceps femoris Functie - Een krachtige strekking (extensie) van het kniegewricht. - De M. Rectus femoris is een bi-articulaire spier, die zorgt voor buiging (anteflexie) van het heupgewricht. Origo Insertie De M. Quadriceps femoris bestaat uit: M. Rectus femoris M. Vastus medialis M. Vastus lateralis M. Vastus intermedius M. Rectus femoris: Caput longum: Spina iliaca anterior inferior. Caput brevis: Rand van het acetabulum. Spina iliaca anterior inferior. M. Vastus medialis: Linea aspera van het femur. M. Vastus lateralis: Laterale schacht en de linea aspera van het femur. M. Vastus intermedius: Voorvlakte ne linea aspera van het femur. Bovenrand van de patella en via het ligamentum patella aan de tuberositas tibiae. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 44

Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 45

Bovenbeen achterkant M. Biceps femoris M. Semimembranosus M. Semitendinosus Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 46

M. Biceps femoris Functie - Retroflexie been: het been naar achteren bewegen (als de knie gebogen is!). - Flexie knie: het buigen van de knie. - Exorotatie been: het been naar buiten draaien in het heupgewricht. - Exorotatie onderbeen in gebogen stand: het onderbeen naar buiten draaien in het kniegewricht. - Adductie bovenbeen: het bovenbeen naar het lichaam toe bewegen in zijwaartse richting. - Stabiliseren van het kniegewricht. Samen met de M. Semimembranosus en de M. Semitendinosus vormt deze de Hamstrings. Origo Lange kop : het tuber ischiadicum. Korte kop : vanaf het middelste derde deel van de linea aspera. Insertie Caput fibulae en laterale tibia condyl. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 47

M. Semimembranosus Functie - Retroflexie been: het been naar achteren bewegen (als de knie gebogen is!). - Flexie knie: het buigen van de knie. - Endorotatie been: het been naar binnen draaien in het heupgewricht. - Endorotatie onderbeen: het onderbeen naar binnen draaien in het kniegewricht. - Adductie been: het been naar het lichaam toe bewegen in zijwaartse richting. - Stabiliseren van het kniegewricht. Samen met de M. Biceps femoris en de M. Semitendinosus vormt deze de Hamstrings. Origo Laterale deel van het tuber ischiadium. Insertie Mediale tibia condyl en kapsel van het kniegewricht. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 48

M. Semitendinosus Functie - Retroflexie been: het been naar achteren bewegen (als de knie gebogen is!). - Flexie knie: het buigen van de knie. - Endorotatie been: het been naar binnen draaien in het heupgewricht. - Endorotatie onderbeen: het onderbeen naar binnen draaien in het kniegewricht. - Adductie been: het been naar het lichaam toe bewegen in zijwaartse richting. - Stabiliseren van het kniegewricht. Samen met de M. Semimembranosus en de M. Biceps femoris vormt deze de Hamstrings. Origo Mediale deel van het tuber ischiadium. Insertie Mediale tibia condyl. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 49

Onderbeen voorkant/zijkant M. Extensor digitorum longus M. Extensor hallucis longus M. Peroneus longus M. Peroneus brevis M. Tibialis anterior Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 50

M. Extensor digitorum longus Functie Origo Insertie - Dorsaalflexie: optrekken (strekken) van de voet en tenen. - Pronatie: de binnenkant van de voet naar omlaag bewegen C.q. de buitenkant naar boven draaien. Condylus lateralis tibiae, caput en margo anterior fibulae, fascia cruris en membrana interossea. Dorsale aponeurosen van de 2e - 5e teen. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 51

M. Extensor hallucis longus Functie Origo Insertie - Extensie: strekken van de grote teen. - Dorsaalflexie: optrekken (strekken) van de voet. Facies medialis fibulae en de membrana interossea. Dorsale aponeurose van de eind phalanx van de 1e (grote) teen. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 52

M. Peroneus longus & M. Peroneus brevis Functie - Plantairflexie: wegduwen (buigen) van de voet. - Eversie/Pronatie: de binnenkant van de voet naar omlaag bewegen c.q. de buitenkant naar boven draaien. Origo Longus: Condylus lateralis van de tibia, caput fibulae. (Het kapsel van articulatio tibiofibularis). Brevis: Laterale vlak van de fibula. Insertie Longus: Basis van het os metatarsale I, laterale zijde van het os cuneiforme I. Brevis: Tuberositas van het os metatarsale V Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 53

M. Tibialis anterior Functie Origo Insertie - Dorsaalflexie voet: optrekken (strekken) van de voet. - Supinatie: de buitenkant van de voet naar omlaag bewegen C.q. de binnenkant naar boven draaien. - Inversie van het onderste spronggewricht. Distaal van de laterale tibiacondyl en membrana interossea. Aan de mediale zijde van de voet op basis van metatarsale I en os cuneiforme I. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 54

Onderbeen achterkant M. Flexor digitorum longus M. Flexor hallucis longus M. Gastrocnemius M. Plantaris M. Soleus M. Tibialis posterior Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 55

M. Flexor digitorum longus Functie Origo Insertie - Plantairflexie voet: wegduwen (buigen) van de voet. - Supinatie: de buitenkant van de voet naar omlaag bewegen C.q. de binnenkant naar boven draaien. - Ondersteuning van het lengtegewelf. Vanaf het achtervlak van de tibia en de membrana interossea. Onder bijna alle botjes van de tarsus (niet aan de calcaneustalus) en metatarsalis II-V. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 56

M. Flexor hallucis longus Functie Origo Insertie - Plantairflexie grote teen: buigen van de grote teen, zonodig ook de andere tenen. - Supinatie: de buitenkant van de voet naar omlaag bewegen C.q. de binnenkant naar boven draaien. Vanaf het 2/3 deel van het achtervlak van de fibula en de membrana interossea. De basis van het eind phalanx van de 1e (grote) teen (plantairzijde). Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 57

M. Gastrocnemius Functie Origo Insertie - Flexie knie: het buigen van de knie. - Plantairflexie voet: wegduwen (buigen) van de voet. - Supinatie: de buitenkant van de voet naar omlaag bewegen c.q. de binnenkant naar boven draaien. Samen met de M. Soleus vormt deze de M. Triceps surae. Caput mediale: Aan de achterzijde van de mediale condylus van de femur. Caput laterale: Aan de achterzijde van de laterale condylus van de femur. Boven/achterzijde van de calcaneus. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 58

M. Plantaris Functie Origo Insertie - Plantairflexie: wegduwen (buigen) van de voet. - Flexie knie: het buigen van de knie. - Supinatie: de buitenkant van de voet naar omlaag bewegen c.q. de binnenkant naar boven draaien. Condylus lateralis van het femur. Achillespees. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 59

M. Soleus Functie - Plantairflexie: wegduwen (buigen) van de voet. - Supinatie: de buitenkant van de voet naar omlaag bewegen c.q. de binnenkant naar boven draaien. Samen met de M. Gastrocnemius vormt deze de M. Triceps surae. Origo Dorsale zijde van de caput fibula en dorsale zijde van proximaal een derde deel van de fibula en tibia. Insertie Boven/achterzijde van de calcaneus (via achillespees). Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 60

M. Tibialis posterior Functie Origo Insertie - Plantairflexie voet: wegduwen (buigen) van de voet. - Supinatie: de buitenkant van de voet naar omlaag bewegen c.q. de binnenkant naar boven draaien. Vanaf de achtervlakken van de fibula en de tibula en de membrana interossea. Aan de drie ossa cuneiformia. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 61

Bovenarm M. Biceps brachii M. Brachialis internus M. Coracobrachialis M. Deltoideus M. Triceps brachii Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 62

M. Biceps brachii Functie Schouder: - Anteflexie arm: de arm naar voren bewegen. - Abductie arm (lange kop): de arm van het lichaam af bewegen in zijwaartse richting. - Endorotatie arm (lange kop): de arm naar binnen draaien in het schoudergewricht. - Adductie arm (korte kop): de arm naar het lichaam toe bewegen in zijwaartse richting. Elleboog: - Flexie: het buigen van de elleboog. Onderarm: - Supinatie: het naar buiten draaien van de hand, waardoor de duim van binnen naar buiten gaat wijzen (handpalm naar boven). Origo Longus (lange kop): Tuberculum supra-glenoidale, achterste deel van het labrum glenoidale. Brevis (korte kop): Processus coracoideus van de scapula. Insertie Tuberositas radii. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 63

M. Brachialis internus Functie - Flexie elleboog: buiging in het ellebooggewricht. - Kapselspanner. Origo Midden van de voorvlakte van de humerus. Insertie Tuberositas ulnae. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 64

M. Coracobrachialis Functie Origo Insertie - Anteflexie arm: de bovenarm naar voren bewegen. - Hulp bij adductie arm: de bovenarm naar het lichaam toe bewegen in zijwaartse richting. - Hulp bij endorotatie: de bovenarm naar binnen draaien in het schoudergewicht. Processi coracoideus scapulae. Margo medialis van de schacht van de humerus. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 65

M. Deltoideus Functie Voorste vezels: - Anteflexie arm: de arm naar voren bewegen. - Endorotatie: de arm naar binnen draaien in het schoudergewicht. - Abductie arm: de arm van het lichaam af bewegen in zijwaartse richting. Achterste vezels: - Retroflexie arm: de arm naar achteren bewegen. - Exorotatie: de arm naar buiten draaien in het schoudergewicht. - Abductie arm: de arm van het lichaam af bewegen in zijwaartse richting. Alle vezels: - Abductie tot 90 : de arm tot 90 van het lichaam af bewegen in zijwaartse richting. Origo Pars clavicularis: Extremitas acromialis van de clavicula. Pars acrominalis: Het acromion. Pars spinata: De spina scapulae. Insertie Tuberositas deltoidea humeri. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 66

M. Triceps brachii Functie Schouder: - Retroflexie arm: de arm naar achteren bewegen. - Adductie arm (lange kop): de arm naar het lichaam toe bewegen in zijwaartse richting. Elleboog: - Extensie: het strekken van de elleboog. Origo Caput longum (aan de binnenkant van de arm): Tuberculum infra-glenoidale. Caput laterale (aan de buitenkant van de arm): Achtervlakte van de Humerus, septum intermusculaire. Caput mediale (aan de binnenkant van de arm): Distale deel van de achterzijde van de humerus, septum intermusculaire. Insertie Olecranon van de ulna. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 67

Onderarm, pols en hand M. Brachioradialis M. Extensor digiti minimi M. Extensor digitorum communis M. Extensor carpi radialis M. Extensor carpi ulnaris M. Extensor indicis Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 68

M. Extensor pollicus M. Flexor carpi ulnaris M. Flexor carpi radialis M. Flexor digitorum superficialis M. Flexor digitorum profundus M. Flexor pollicis longus M. Palmaris longus M. Pronator teres M. Pronator quadratus M. Supinator Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 69

M. Brachioradialis Functie - Flexie elleboog: buigen van de elleboog. - Vanuit supinatiestand en gestrekt: naar binnen draaien van de hand, waardoor de duim van buiten naar binnen gaat wijzen (handpalm naar beneden). - Vanuit pronatiestand en gebogen: naar buiten draaien van de hand, waardoor de duim van binnen naar buiten gaat wijzen (handpalm naar boven). Origo Laterale zijde van de humerus (margo lateralis tot aan de Laterale epicondylis). Insertie Met een lange pees tot proximaal van de processus styloideus radii, schacht van de radius. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 70

M. Extensor digiti minimi Functie - Strekken de pink (en vingers) - Hulp bij dorsaalflexie: optrekken (strekken) van de pols. Origo Laterale condyl van de humerus en aan de dorsale zijde van de ulna en de radius. Insertie Dorsale aponeurose van de 5e vinger. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 71

M. Extensor digitorum communis Functie - Strekken de vingers. - Hulp bij dorsaalflexie: optrekken (strekken) van de pols. Origo Laterale condyl van de humerus en aan de dorsale zijde van de ulna en de radius. Insertie Dorsale aponeurose van de 2e - 5e vinger. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 72

M. Extensor carpi radialis & M. Extensor carpi ulnaris Functie - Dorsaalflexie: optrekken (strekken) van de pols. - Ulnair abductie: de hand beweegt zijwaarts in het polsgewricht in de richting van de pink. - Radiaal abductie: de hand beweegt zijwaarts in het polsgewricht in de richting van de duim. Origo Laterale condyl van de humerus en aan de dorsale zijde van de ulna en de radius. Insertie M. extensor carpi radialis: Os metacarpale II en III. M. extensor carpi ulnaris: Os metacarpale V. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 73

M. Extensor indicis Functie Origo Insertie - Strekken de wijsvinger (en vingers). - Hulp bij dorsaalflexie: optrekken (strekken) van de pols. Aan de dorsale zijde van de ulna en de radius. Dorsale aponeurose van de 2e vinger. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 74

M. Extensor pollicus Functie Origo Insertie - Strekken van de duim. - Hulp bij dorsaalflexie: optrekken (strekken) van de pols. Aan de dorsale zijde van de ulna en de radius. Proximale phalanx van de duim. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 75

M. Flexor carpi radialis & M. Flexor carpi ulnaris Functie - Flexie pols: optrekken van de hand in het polsgewricht. - Ulnair abductie: de hand beweegt zijwaarts in het polsgewricht in de richting van de pink. - Radiaal abductie: de hand beweegt zijwaarts in het polsgewricht in de richting van de duim. M. flexor carpi radialis: - Pronatie: het naar binnen draaien van de hand, waardoor de duim van buiten naar binnen gaat wijzen (handpalm naar beneden). Origo Mediale condyl van de humerus en aan de binnenzijde van de ulna en de radius. Insertie M. flexor carpi ulnaris: Os pisiforme en os hamatum. M. flexor carpi radialis: Palmaire vlak van de basis van het os metacarpale II. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 76

M. flexor digitorum superficialis & M. flexor digitorum profundus Functie Origo Insertie - Buiging van de vingers. - Hulp bij palmair flexie: buigen van de hand naar beneden in het polsgewricht. Mediale condyl van de humerus en aan de binnenzijde van de ulna en de radius. Hecht met 4 pezen vast aan de zijdelingse beenranden in het midden van de middelste phalangen van de 2e - 5e vinger. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 77

M. Flexor pollicis longus Functie Origo Insertie - Flexie duim: buigen van de duim. - Palmair flexie pols: buigen van de hand naar beneden in het polsgewricht. Mediale condyl van de humerus en aan de binnenzijde van de radius. Proximale phalanx van de duim. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 78

M. Palmaris longus Functie Origo Insertie - Palmair flexie pols: buigen van de hand naar beneden in het polsgewricht. Mediale condyl van de humerus en aan de binnenzijde van de ulna. Meest oppervlakkige spier. In de hand gaat de pees over in de aponeurosis palmaris, een stevige peesplaat aan de binnenzijde van de hand. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 79

M. Pronator teres & M. Pronator quadratus Functie - Flexie elleboog: optrekken van de onderarm in het elleboogsgewricht. - Pronatie: het naar binnen draaien van de hand, waardoor de duim van buiten naar binnen gaat wijzen (handpalm naar beneden) Origo M. Pronator teres: Mediale epicondyl van de humerus en aan de processus coronoideus van de ulna. M. Pronator quadratus: Distaal 1/4 van voorvlak van de ulna. Insertie M. Pronator teres: In het midden van het zijvlak (tuberositas) van de radius. M. Pronator quadratus: Distaal 1/4 van vo orvlak van de radius. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 80

M. Supinator Functie Origo Insertie - Supinatie: het naar buiten draaien van de hand, waardoor de duim van binnen naar buiten gaat wijzen (handpalm naar boven). Laterale epicondyl van de humerus, crista en groeve (fossa) van de ulna. Lateraal, voor- en achtervlaktes proximaal 1/3 van de radius. Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl Pagina 81