VGN immobilisatieprotocollen
|
|
|
- Christina Willemsen
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 VGN immobilisatieprotocollen
2 VGN immobilisatieprotocollen INLEIDING De VGN immobilisatieprotocollen bevatten de richtlijnen die bepalen waar een correct aangelegd gipsverband aan hoort te voldoen. De immobilisatieprotocollen bieden de gipsverbandmeester bescherming, ook in juridische zin, als aannemelijk is gemaakt dat bij de diversiteit aan correct aangelegde gipsverbanden is gehandeld overeenkomstig deze immobilisatieprotocollen. In geval van strijdigheid zijn de VGN immobilisatieprotocollen ondergeschikt aan de opdracht van de behandelend arts. Het protocol voor iedere immobilisatie bestaat uit 2 onderdelen: 1 ALGEMENE REGELS Deze gelden voor iedere gipsimmobilisatie 2 IMMOBILISATIERICHTLIJN Deze beschrijft de richtlijn per immobilisatiegebied. 2/6
3 VGN immobilisatieprotocollen 1 ALGEMENE REGELS gipsimmobilisatie Gipsimmobilisaties dienen zo aangelegd te worden dat bijverschijnselen en complicaties vermeden en/of geminimaliseerd worden. Deze kunnen zijn: Stuwing: veneus en/of arterieel (met als gevolg verstoorde circulatie, sensibiliteit en motoriek en verhoogde pijn) Drukplekken Schuurplekken Smetten en verweken Stijfheid/contracturen van de aangedane en niet aangedane Spieratrofie Pruritus (jeuk) Allergie Trombose Huidbeschadigingen bij het verwijderen van gips 3/6
4 VGN immobilisatieprotocollen 2 De IMMOBILISATIERICHTLIJN Beschrijft de richtlijn per immobilisatie gebied De immobilisatierichtlijn bevat de volgende punten: De immobilisatierichtlijn geldt voor alle vormen van verbanden in het beschreven gebied (d.w.z. circulair, circulair-gespleten, spalken, afneembare gipsen) Ieder verband kan aangepast worden in unieke situaties. Deze aanpassing moet in de verslaglegging beschreven en/of onderbouwd worden Ieder verband kan aangepast worden in opdracht van de behandelend arts en/of op basis van de medische behandelprotocollen Er zijn geen richtlijnen opgenomen voor zeldzame en heel specifieke immobilisaties Begrenzingen Functionele stand betrokken Beschrijving van de betrokken anatomie Botten: Gewrichten: Weke delen van (kapsels, banden, pezen, spieren, vaten, zenuwen, huid) Beoogde bewegingsbeperkingen & toegestane bewegingen Bewegingsbeperking: Bewegingsvrijheid aangrenzende : Aandachtspunten 4/6
5 VGN immobilisatieprotocollen Inhoud Inleiding 1 Algemene regels gipsimmobilisatie 2 De immobilisatierichtlijn BOVENSTE EXTREMITEIT Bovenarmgips Humerusbrace Elleboog pols vrij Ulnabrace Onderarmgips Onderarmgips + vingers (duim vrij) Onderarmgips + duim (vingers vrij) Hand + vingers (duim vrij, pols vrij) Hand + duim (vingers vrij, pols vrij) Vingers pip & dip Vingers dip Duim - ip ONDERSTE EXTREMITEIT Bovenbeengips Kniekoker Tibiabrace Onderbeengips zonder teenplateau Onderbeengips met teenplateau Schoen Hallux spica WERVELKOLOM Lumbaal korset 3-punts korset 3-punts korset met schouder 5/6
6 VGN immobilisatieprotocollen Colofon Verenigde Gipsverbandmeesters Nederland december 2013 Op- of aanmerkingen kunt u sturen aan Mw. M. Rijsdijk in het VUMC Amsterdam [email protected] Eindredactie protocollen commissie Grafisch ontwerp en realisatie Frank Boesveld Ontwerp, Utrecht 6/6
7 VGN immobilisatieprotocol BOVENARMGIPS Algemene regels Immobilisatierichtlijn BOVENSTE EXTREMITEIT Bovenarmgips Humerusbrace Elleboog (pols vrij) Ulnabrace Onderarmgips Onderarmgips + vingers (duim vrij) Onderarmgips + duim (vingers vrij) Hand + vingers (duim vrij, pols vrij) Hand + duim (vingers vrij, pols vrij) Vingers (pip & dip) Vingers (dip) Duim (ip) ALGEMENE REGELS gipsimmobilisatie Gipsimmobilisaties dienen zo aangelegd te worden dat bijverschijnselen en complicaties vermeden en/of geminimaliseerd worden. Deze kunnen zijn: Stuwing: veneus en/of arterieel (met als gevolg verstoorde circulatie, sensibiliteit en motoriek en verhoogde pijn) Drukplekken Schuurplekken Smetten en verweken Stijfheid/contracturen van de aangedane en niet aangedane Spieratrofie Pruritus (jeuk) Allergie Trombose Huidbeschadigingen bij het verwijderen van gips De IMMOBILISATIERICHTLIJN Beschrijft de richtlijn per immobilisatiegebied De immobilisatierichtlijn geldt voor alle vormen van verbanden in het beschreven gebied (d.w.z. circulair, circulair-gespleten, spalken, afneembare gipsen) unieke situaties. Deze aanpassing moet in de verslaglegging beschreven en/of onderbouwd worden opdracht van de behandelend arts en/of op basis van de medische behandelprotocollen ONDERSTE EXTREMITEIT Bovenbeengips Kniekoker Tibiabrace Onderbeengips zonder teenplateau Onderbeengips met teenplateau Schoen Hallux spica WERVELKOLOM Lumbaal korset 3-punts korset 3-punts korset met schouder immobilisatieprotocol bovenste extremiteit BOVENARMGIPS 1/2
8 VGN immobilisatieprotocol BOVENARMGIPS Begrenzingen Proximaal Insertie m. deltoideus Distaal Hand: dorsaal tot aan caput MC 2-5 ventraal tot aan de middenlijn van de hand, moet volledige flexie MCP 2-5 toestaan Duim: bij voorkeur het CMC1 vrij, distale begrenzing tot halverwege het MC1 toegestaan ventraal tot halverwege de duimmuis, oppositie van de duim toestaan Functionele stand betrokken Elleboog Humero-ulnair gewricht: 90 Radio-ulnair gewricht: middenstand Pols Dorsaalflexie: 20 Ulnair deviatie: 10 Beschrijving van de betrokken anatomie Botten Humerus, radius, ulna, carpalia, metacarpalia Gewrichten Humero-ulnair, radio-ulnair proximaal en distaal, carpo-radiar, carpo-ulnair, intercarpale, CMC s Weke delen bovenarm, onderarm, pols en carpus (kapsels, banden, pezen, spieren, vaten, zenuwen, huid) Beoogde bewegingsbeperkingen & toegestane bewegingen Bewegingsbeperking Elleboog: flexie, extensie humero-ulnaire gewricht, rotatie proximale radio-ulnair gewricht Pols: palmair- en dorsaalflexie, ulnaire en radiaire deviatie (alle bewegingsrichtingen) Bewegingsvrijheid aangrenzende Schouder: volledige bewegingsvrijheid MCP 2-5: volledige bewegingsvrijheid, CMC 1: zoveel mogelijk bewegingsvrijheid Aandachtspunten Elleboogsplooi polstering en gipsverband moeten ruim, zonder insnoering over de elleboogsplooi aangelegd worden. Handpalm open Duimweb spanningsvrij immobilisatieprotocol bovenste extremiteit BOVENARMGIPS 2/2
9 VGN immobilisatieprotocol HUMERUSBRACE Algemene regels Immobilisatierichtlijn BOVENSTE EXTREMITEIT Bovenarmgips Humerusbrace Elleboog (pols vrij) Ulnabrace Onderarmgips Onderarmgips + vingers (duim vrij) Onderarmgips + duim (vingers vrij) Hand + vingers (duim vrij, pols vrij) Hand + duim (vingers vrij, pols vrij) Vingers (pip & dip) Vingers (dip) Duim (ip) ALGEMENE REGELS gipsimmobilisatie Gipsimmobilisaties dienen zo aangelegd te worden dat bijverschijnselen en complicaties vermeden en/of geminimaliseerd worden. Deze kunnen zijn: Stuwing: veneus en/of arterieel (met als gevolg verstoorde circulatie, sensibiliteit en motoriek en verhoogde pijn) Drukplekken Schuurplekken Smetten en verweken Stijfheid/contracturen van de aangedane en niet aangedane Spieratrofie Pruritus (jeuk) Allergie Trombose Huidbeschadigingen bij het verwijderen van gips De IMMOBILISATIERICHTLIJN Beschrijft de richtlijn per immobilisatiegebied De immobilisatierichtlijn geldt voor alle vormen van verbanden in het beschreven gebied (d.w.z. circulair, circulair-gespleten, spalken, afneembare gipsen) unieke situaties. Deze aanpassing moet in de verslaglegging beschreven en/of onderbouwd worden opdracht van de behandelend arts en/of op basis van de medische behandelprotocollen ONDERSTE EXTREMITEIT Bovenbeengips Kniekoker Tibiabrace Onderbeengips zonder teenplateau Onderbeengips met teenplateau Schoen Hallux spica WERVELKOLOM Lumbaal korset 3-punts korset 3-punts korset met schouder immobilisatieprotocol bovenste extremiteit HUMERUSBRACE 1/2
10 VGN immobilisatieprotocol HUMERUSBRACE Begrenzingen Proximaal Lateraal variërend vanaf acromio-claviculair gewricht (= met schouderkap) tot ongeveer een handbreedte boven de insertio m. deltoideus Mediaal tot in de oksel/overgang m. pectoralis, m. biceps brachii? Distaal Twee vingers proximaal van de elleboogsplooi, net over de epicondili lateralis en medialis, olecranon vrij Functionele stand betrokken Er zijn geen geïmmobiliseerde Beschrijving van de betrokken anatomie Botten Humerus Beoogde bewegingsbeperkingen & toegestane bewegingen Bewegingsbeperking Fractuurdelen van de humerus Bij humerusbrace met schouderkap wordt de abductie van de bovenarm beperkt Bij humerusbrace zonder schouderkap geen bewegingsbeperking in het schoudergewricht Bewegingsvrijheid aangrenzende Elleboog: volledige bewegingsvrijheid Aandachtspunten De brace moet de humerus over een zo groot mogelijke lengte ondersteunen terwijl de aangrenzende vrij moeten kunnen bewegen. Zwelling onderarm voorkomen/behandelen Plaatsing van de opening, de versteviging en de klittenbanden Gewrichten Schouder gewricht (bij brace met schouderkap) Weke delen van de bovenarm (kapsels, banden, pezen, spieren, vaten, zenuwen, huid) immobilisatieprotocol bovenste extremiteit HUMERUSBRACE 2/2
11 VGN immobilisatieprotocol ELLEBOOG pols vrij Algemene regels Immobilisatierichtlijn BOVENSTE EXTREMITEIT Bovenarmgips Humerusbrace Elleboog (pols vrij) Ulnabrace Onderarmgips Onderarmgips + vingers (duim vrij) Onderarmgips + duim (vingers vrij) Hand + vingers (duim vrij, pols vrij) Hand + duim (vingers vrij, pols vrij) Vingers (pip & dip) Vingers (dip) Duim (ip) ALGEMENE REGELS gipsimmobilisatie Gipsimmobilisaties dienen zo aangelegd te worden dat bijverschijnselen en complicaties vermeden en/of geminimaliseerd worden. Deze kunnen zijn: Stuwing: veneus en/of arterieel (met als gevolg verstoorde circulatie, sensibiliteit en motoriek en verhoogde pijn) Drukplekken Schuurplekken Smetten en verweken Stijfheid/contracturen van de aangedane en niet aangedane Spieratrofie Pruritus (jeuk) Allergie Trombose Huidbeschadigingen bij het verwijderen van gips De IMMOBILISATIERICHTLIJN Beschrijft de richtlijn per immobilisatiegebied De immobilisatierichtlijn geldt voor alle vormen van verbanden in het beschreven gebied (d.w.z. circulair, circulair-gespleten, spalken, afneembare gipsen) unieke situaties. Deze aanpassing moet in de verslaglegging beschreven en/of onderbouwd worden opdracht van de behandelend arts en/of op basis van de medische behandelprotocollen ONDERSTE EXTREMITEIT Bovenbeengips Kniekoker Tibiabrace Onderbeengips zonder teenplateau Onderbeengips met teenplateau Schoen Hallux spica WERVELKOLOM Lumbaal korset 3-punts korset 3-punts korset met schouder immobilisatieprotocol bovenste extremiteit ELLEBOOG pols vrij 1/2
12 VGN immobilisatieprotocol ELLEBOOG pols vrij Begrenzingen Proximaal Insertie m. deltoideus Distaal Net proximaal van het processus styloideus ulnae Functionele stand betrokken Elleboog Humero-ulnair gewricht 90 Radio-ulnair gewricht middenstand Beschrijving van de betrokken anatomie Botten Humerus, radius, ulna Beoogde bewegingsbeperkingen & toegestane bewegingen Bewegingsbeperking Elleboog: flexie, extensie humero-ulnaire gewricht Bewegingsvrijheid aangrenzende Schouder: volledige bewegingsvrijheid Pols: volledige bewegingsvrijheid Aandachtspunten Elleboogsplooi polstering en gipsverband moeten ruim, zonder insnoering over de elleboogsplooi aangelegd worden Gewrichten Humero-ulnair, radio-ulnair Weke delen van de bovenarm, onderarm (kapsels, banden, pezen, spieren, vaten, zenuwen, huid) immobilisatieprotocol bovenste extremiteit ELLEBOOG pols vrij 2/2
13 VGN immobilisatieprotocol Ulnabrace Algemene regels Immobilisatierichtlijn BOVENSTE EXTREMITEIT Bovenarmgips Humerusbrace Elleboog (pols vrij) Ulnabrace Onderarmgips Onderarmgips + vingers (duim vrij) Onderarmgips + duim (vingers vrij) Hand + vingers (duim vrij, pols vrij) Hand + duim (vingers vrij, pols vrij) Vingers (pip & dip) Vingers (dip) Duim (ip) ALGEMENE REGELS gipsimmobilisatie Gipsimmobilisaties dienen zo aangelegd te worden dat bijverschijnselen en complicaties vermeden en/of geminimaliseerd worden. Deze kunnen zijn: Stuwing: veneus en/of arterieel (met als gevolg verstoorde circulatie, sensibiliteit en motoriek en verhoogde pijn) Drukplekken Schuurplekken Smetten en verweken Stijfheid/contracturen van de aangedane en niet aangedane Spieratrofie Pruritus (jeuk) Allergie Trombose Huidbeschadigingen bij het verwijderen van gips De IMMOBILISATIERICHTLIJN Beschrijft de richtlijn per immobilisatiegebied De immobilisatierichtlijn geldt voor alle vormen van verbanden in het beschreven gebied (d.w.z. circulair, circulair-gespleten, spalken, afneembare gipsen) unieke situaties. Deze aanpassing moet in de verslaglegging beschreven en/of onderbouwd worden opdracht van de behandelend arts en/of op basis van de medische behandelprotocollen ONDERSTE EXTREMITEIT Bovenbeengips Kniekoker Tibiabrace Onderbeengips zonder teenplateau Onderbeengips met teenplateau Schoen Hallux spica WERVELKOLOM Lumbaal korset 3-punts korset 3-punts korset met schouder immobilisatieprotocol bovenste extremiteit Ulnabrace 1/2
14 VGN immobilisatieprotocol Ulnabrace Begrenzingen Proximaal Ongeveer 3 cm. distaal van de elleboogsplooi Distaal Net proximaal van het processus styloideus ulnae Functionele stand betrokken Er zijn geen geïmmobiliseerde Beschrijving van de betrokken anatomie Botten Radius, ulna Beoogde bewegingsbeperkingen & toegestane bewegingen Bewegingsbeperking Fractuurdelen van de ulna Pro- en supinatie van de onderarm Bewegingsvrijheid aangrenzende Elleboog: volledige bewegingsvrijheid Pols: volledige bewegingsvrijheid Aandachtspunten De brace moet de ulna over een zo groot mogelijke lengte ondersteunen terwijl de aangrenzende vrij moeten kunnen bewegen Gewrichten Geen Weke delen van onderarm (kapsels, banden, pezen, spieren, vaten, zenuwen, huid) immobilisatieprotocol bovenste extremiteit Ulnabrace 2/2
15 VGN immobilisatieprotocol Onderarmgips Algemene regels Immobilisatierichtlijn BOVENSTE EXTREMITEIT Bovenarmgips Humerusbrace Elleboog (pols vrij) Ulnabrace Onderarmgips Onderarmgips + vingers (duim vrij) Onderarmgips + duim (vingers vrij) Hand + vingers (duim vrij, pols vrij) Hand + duim (vingers vrij, pols vrij) Vingers (pip & dip) Vingers (dip) Duim (ip) ALGEMENE REGELS gipsimmobilisatie Gipsimmobilisaties dienen zo aangelegd te worden dat bijverschijnselen en complicaties vermeden en/of geminimaliseerd worden. Deze kunnen zijn: Stuwing: veneus en/of arterieel (met als gevolg verstoorde circulatie, sensibiliteit en motoriek en verhoogde pijn) Drukplekken Schuurplekken Smetten en verweken Stijfheid/contracturen van de aangedane en niet aangedane Spieratrofie Pruritus (jeuk) Allergie Trombose Huidbeschadigingen bij het verwijderen van gips De IMMOBILISATIERICHTLIJN Beschrijft de richtlijn per immobilisatiegebied De immobilisatierichtlijn geldt voor alle vormen van verbanden in het beschreven gebied (d.w.z. circulair, circulair-gespleten, spalken, afneembare gipsen) unieke situaties. Deze aanpassing moet in de verslaglegging beschreven en/of onderbouwd worden opdracht van de behandelend arts en/of op basis van de medische behandelprotocollen ONDERSTE EXTREMITEIT Bovenbeengips Kniekoker Tibiabrace Onderbeengips zonder teenplateau Onderbeengips met teenplateau Schoen Hallux spica WERVELKOLOM Lumbaal korset 3-punts korset 3-punts korset met schouder immobilisatieprotocol bovenste extremiteit Onderarmgips 1/2
16 VGN immobilisatieprotocol Onderarmgips Begrenzingen Proximaal Ongeveer 3 cm. distaal van de elleboogsplooi Distaal Hand: dorsaal tot aan caput MC 2-5 ventraal tot aan de middenlijn van de hand, moet volledige flexie MCP 2-5 toestaan Duim: bij voorkeur het CMC1 vrij, distale begrenzing tot halverwege het MC1 toegestaan ventraal tot halverwege de duimmuis, oppositie van de duim toestaan Functionele stand betrokken Pols Dorsaalflexie 20⁰ Ulnair deviatie 10⁰ Beschrijving van de betrokken anatomie Botten Radius, ulna, carpalia, metacarpalia Gewrichten Radio-ulnair distaal, carporadiair, carpoulnair, intercarpale, CMC s Weke delen van de onderarm, pols en carpus (kapsels, banden, pezen, spieren, vaten, zenuwen, huid) Bewegingsbeperking & toegestane beweging Bewegingsbeperking Pols: palmair- en dorsaalflexie, ulnaire en radiaire deviatie (alle bewegingsrichtingen) Bewegingsvrijheid aangrenzende Elleboog, MCP 2-5: volledige bewegingsvrijheid, CMC1 zoveel mogelijk bewegingsvrijheid Aandachtspunten Handpalm open Duimweb spanningsvrij immobilisatieprotocol bovenste extremiteit Onderarmgips 2/2
17 VGN immobilisatieprotocol Onderarmgips + vingers Algemene regels Immobilisatierichtlijn BOVENSTE EXTREMITEIT Bovenarmgips Humerusbrace Elleboog (pols vrij) Ulnabrace Onderarmgips Onderarmgips + vingers (duim vrij) Onderarmgips + duim (vingers vrij) Hand + vingers (duim vrij, pols vrij) Hand + duim (vingers vrij, pols vrij) Vingers (pip & dip) Vingers (dip) Duim (ip) ALGEMENE REGELS gipsimmobilisatie Gipsimmobilisaties dienen zo aangelegd te worden dat bijverschijnselen en complicaties vermeden en/of geminimaliseerd worden. Deze kunnen zijn: Stuwing: veneus en/of arterieel (met als gevolg verstoorde circulatie, sensibiliteit en motoriek en verhoogde pijn) Drukplekken Schuurplekken Smetten en verweken Stijfheid/contracturen van de aangedane en niet aangedane Spieratrofie Pruritus (jeuk) Allergie Trombose Huidbeschadigingen bij het verwijderen van gips De IMMOBILISATIERICHTLIJN Beschrijft de richtlijn per immobilisatiegebied De immobilisatierichtlijn geldt voor alle vormen van verbanden in het beschreven gebied (d.w.z. circulair, circulair-gespleten, spalken, afneembare gipsen) unieke situaties. Deze aanpassing moet in de verslaglegging beschreven en/of onderbouwd worden opdracht van de behandelend arts en/of op basis van de medische behandelprotocollen ONDERSTE EXTREMITEIT Bovenbeengips Kniekoker Tibiabrace Onderbeengips zonder teenplateau Onderbeengips met teenplateau Schoen Hallux spica WERVELKOLOM Lumbaal korset 3-punts korset 3-punts korset met schouder immobilisatieprotocol bovenste extremiteit Onderarmgips + vingers 1/2
18 VGN immobilisatieprotocol Onderarmgips + vingers Begrenzingen Proximaal Ongeveer 3 cm. distaal van de elleboogsplooi Distaal Vingers: ventraal van einde tot halverwege de distale phalanx dorsaal vingertoppen/nagels zichtbaar Duim: bij voorkeur het CMC1 vrij, distale begrenzing tot halverwege het MC1 toegestaan ventraal tot halverwege de duimmuis, oppositie van de duim toestaan Functionele stand betrokken Pols Dorsaalflexie 20⁰, Ulnair deviatie 10⁰ MCP s 60-90⁰ flexie PIP & DIP 0⁰ Beschrijving van de betrokken anatomie Botten Radius, ulna, carpalia, metacarpalia, phalangen Gewrichten Radio-ulnair distaal, carpo-radiair, carpo-ulnair, intercarpale, CMC s, MCP s, PIP, DIP Weke delen van de onderarm, pols, hand en vingers (kapsels, banden, pezen, spieren, vaten, zenuwen, huid) Beoogde bewegingsbeperkingen & toegestane bewegingen Bewegingsbeperking Pols: palmair- en dorsaalflexie, ulnaire en radiaire deviatie (alle bewegingsrichtingen) Betrokken MCP s: flexie, extensie, ab- en adductie Betrokken PIP s en DIP s: flexie, extensie Naam immobilisatie Onderarmgips+vingers (gehele vingers, duim vrij) Bewegingsvrijheid aangrenzende : Elleboog: volledige bewegingsvrijheid Niet geïmmobiliseerde vingers en duim: volledige bewegingsvrijheid Aandachtspunten Functionele stand bewaken! immobilisatieprotocol bovenste extremiteit Onderarmgips + vingers 2/2
19 VGN immobilisatieprotocol Onderarmgips + duim Algemene regels Immobilisatierichtlijn BOVENSTE EXTREMITEIT Bovenarmgips Humerusbrace Elleboog (pols vrij) Ulnabrace Onderarmgips Onderarmgips + vingers (duim vrij) Onderarmgips + duim (vingers vrij) Hand + vingers (duim vrij, pols vrij) Hand + duim (vingers vrij, pols vrij) Vingers (pip & dip) Vingers (dip) Duim (ip) ALGEMENE REGELS gipsimmobilisatie Gipsimmobilisaties dienen zo aangelegd te worden dat bijverschijnselen en complicaties vermeden en/of geminimaliseerd worden. Deze kunnen zijn: Stuwing: veneus en/of arterieel (met als gevolg verstoorde circulatie, sensibiliteit en motoriek en verhoogde pijn) Drukplekken Schuurplekken Smetten en verweken Stijfheid/contracturen van de aangedane en niet aangedane Spieratrofie Pruritus (jeuk) Allergie Trombose Huidbeschadigingen bij het verwijderen van gips De IMMOBILISATIERICHTLIJN Beschrijft de richtlijn per immobilisatiegebied De immobilisatierichtlijn geldt voor alle vormen van verbanden in het beschreven gebied (d.w.z. circulair, circulair-gespleten, spalken, afneembare gipsen) unieke situaties. Deze aanpassing moet in de verslaglegging beschreven en/of onderbouwd worden opdracht van de behandelend arts en/of op basis van de medische behandelprotocollen ONDERSTE EXTREMITEIT Bovenbeengips Kniekoker Tibiabrace Onderbeengips zonder teenplateau Onderbeengips met teenplateau Schoen Hallux spica WERVELKOLOM Lumbaal korset 3-punts korset 3-punts korset met schouder immobilisatieprotocol bovenste extremiteit Onderarmgips + duim 1/3
20 VGN immobilisatieprotocol Onderarmgips + duim Begrenzingen Proximaal Ongeveer 3 cm. distaal van de elleboogsplooi Distaal Hand: dorsaal tot aan caput MC2-5 ventraal tot aan de middenlijn van de hand, moet volledige flexie MCP2-5 toestaan Duim: variërend van halverwege MC1 t/m de distale phalanx Functionele stand betrokken Pols Dorsaalflexie 20⁰, ulnaire deviatie 10⁰ Duim CMC1 midden oppositie MCP lichte flexie, pincetgreep met open duimweb IP 0⁰ Beschrijving van de betrokken anatomie Botdelen Radius, ulna, carpalia, metacarpalia, phalangen dig.1 Gewrichten Radio-ulnair distaal, carpo-radiair, carpo-ulnair, intercarpale, CMC s, MCP1, IP Weke delen van de onderarm, pols, hand en duim (kapsels, banden, pezen, spieren, vaten, zenuwen, huid) Beoogde bewegingsbeperkingen & toegestane bewegingen Bewegingsbeperking Pols: palmair- en dorsaalflexie, ulnaire en radiaire deviatie (alle bewegingsrichtingen) CMC1: flexie, extensie, ab- en adductie MCP1 (indien geïmmobiliseerd): flexie, extensie, ab- en adductie IP (indien geïmmobiliseerd): flexie, extensie Bewegingsvrijheid aangrenzende Elleboog: volledige bewegingsvrijheid Vingers: volledige bewegingsvrijheid MCP1 & IP (indien niet geïmmobiliseerd): volledige bewegingsvrijheid immobilisatieprotocol bovenste extremiteit Onderarmgips + duim 2/3
21 VGN immobilisatieprotocol Onderarmgips + duim Aandachtspunten Duimweb Zachte randen rond duim, m.n. palmair en palmaire/radiaire begrenzing rond MC2 Handpalm en duimmuis aanmodelleren Volledige bewegingsvrijheid IP gewricht (indien niet geïmmobiliseerd) immobilisatieprotocol bovenste extremiteit Onderarmgips + duim 3/3
22 VGN immobilisatieprotocol Hand + vingers Algemene regels Immobilisatierichtlijn BOVENSTE EXTREMITEIT Bovenarmgips Humerusbrace Elleboog (pols vrij) Ulnabrace Onderarmgips Onderarmgips + vingers (duim vrij) Onderarmgips + duim (vingers vrij) Hand + vingers (duim vrij, pols vrij) Hand + duim (vingers vrij, pols vrij) Vingers (pip & dip) Vingers (dip) Duim (ip) ALGEMENE REGELS gipsimmobilisatie Gipsimmobilisaties dienen zo aangelegd te worden dat bijverschijnselen en complicaties vermeden en/of geminimaliseerd worden. Deze kunnen zijn: Stuwing: veneus en/of arterieel (met als gevolg verstoorde circulatie, sensibiliteit en motoriek en verhoogde pijn) Drukplekken Schuurplekken Smetten en verweken Stijfheid/contracturen van de aangedane en niet aangedane Spieratrofie Pruritus (jeuk) Allergie Trombose Huidbeschadigingen bij het verwijderen van gips De IMMOBILISATIERICHTLIJN Beschrijft de richtlijn per immobilisatiegebied De immobilisatierichtlijn geldt voor alle vormen van verbanden in het beschreven gebied (d.w.z. circulair, circulair-gespleten, spalken, afneembare gipsen) unieke situaties. Deze aanpassing moet in de verslaglegging beschreven en/of onderbouwd worden opdracht van de behandelend arts en/of op basis van de medische behandelprotocollen ONDERSTE EXTREMITEIT Bovenbeengips Kniekoker Tibiabrace Onderbeengips zonder teenplateau Onderbeengips met teenplateau Schoen Hallux spica WERVELKOLOM Lumbaal korset 3-punts korset 3-punts korset met schouder immobilisatieprotocol bovenste extremiteit Hand + vingers 1/2
23 VGN immobilisatieprotocol Hand + vingers Begrenzingen Proximaal t/m Carpus, processus styloidius radius & ulna vrij Distaal Vingers: ventraal van einde tot halverwege de distale phalanx dorsaal vingertoppen/nagels zichtbaar Duim: uiterste distale begrenzing halverwege het MC1, bij voorkeur het CMC1 vrij ventraal tot halverwege de duimmuis, oppositie van de duim toestaan Functionele stand betrokken MCP s 60-90⁰ flexie PIP & DIP 0⁰ Beschrijving van de betrokken anatomie Botdelen Carpalia, metacarpalia, phalangen Gewrichten Intercarpale, CMC s, MCP s, PIP, DIP Weke delen van hand en vingers (kapsels, banden, pezen, spieren, vaten, zenuwen, huid) Beoogde bewegingsbeperkingen & toegestane bewegingen Bewegingsbeperking Betrokken MCP s: flexie, extensie, ab- en adductie Betrokken PIP s en DIP s: flexie, extensie Bewegingsvrijheid grenzende Pols: volledige bewegingsvrijheid Niet geïmmobiliseerde vingers en duim: volledige bewegingsvrijheid Aandachtspunten Functionele stand bewaken! immobilisatieprotocol bovenste extremiteit Hand + vingers 2/2
24 VGN immobilisatieprotocol Hand + duim Algemene regels Immobilisatierichtlijn BOVENSTE EXTREMITEIT Bovenarmgips Humerusbrace Elleboog (pols vrij) Ulnabrace Onderarmgips Onderarmgips + vingers (duim vrij) Onderarmgips + duim (vingers vrij) Hand + vingers (duim vrij, pols vrij) Hand + duim (vingers vrij, pols vrij) Vingers (pip & dip) Vingers (dip) Duim (ip) ALGEMENE REGELS gipsimmobilisatie Gipsimmobilisaties dienen zo aangelegd te worden dat bijverschijnselen en complicaties vermeden en/of geminimaliseerd worden. Deze kunnen zijn: Stuwing: veneus en/of arterieel (met als gevolg verstoorde circulatie, sensibiliteit en motoriek en verhoogde pijn) Drukplekken Schuurplekken Smetten en verweken Stijfheid/contracturen van de aangedane en niet aangedane Spieratrofie Pruritus (jeuk) Allergie Trombose Huidbeschadigingen bij het verwijderen van gips De IMMOBILISATIERICHTLIJN Beschrijft de richtlijn per immobilisatiegebied De immobilisatierichtlijn geldt voor alle vormen van verbanden in het beschreven gebied (d.w.z. circulair, circulair-gespleten, spalken, afneembare gipsen) unieke situaties. Deze aanpassing moet in de verslaglegging beschreven en/of onderbouwd worden opdracht van de behandelend arts en/of op basis van de medische behandelprotocollen ONDERSTE EXTREMITEIT Bovenbeengips Kniekoker Tibiabrace Onderbeengips zonder teenplateau Onderbeengips met teenplateau Schoen Hallux spica WERVELKOLOM Lumbaal korset 3-punts korset 3-punts korset met schouder immobilisatieprotocol bovenste extremiteit Hand + duim 1/2
25 VGN immobilisatieprotocol Hand + duim Begrenzingen Proximaal t/m Carpus, processus styloidius radius en ulna vrij Distaal Hand: dorsaal tot aan caput MC 2-5 ventraal tot aan de middenlijn van de hand, moet volledige flexie MCP 2-5 toestaan Duim: variërend van halverwege MC1 t/m de distale phalanx Functionele stand betrokken Duim CMC1 midden oppositie MCP lichte flexie, pincetgreep met open duimweb IP 0⁰ Beschrijving van de betrokken anatomie Botdelen Carpalia, metacarpalia, phalangen dig.1 Gewrichten Intercarpale, CMC1, MCP1, IP Weke delen van de hand en duim (kapsels, banden, pezen, spieren, vaten, zenuwen, huid) Beoogde bewegingsbeperkingen & toegestane bewegingen Bewegingsbeperking CMC1: flexie, extensie, ab- en adductie MCP1: flexie, extensie, ab- en adductie IP (indien geïmmobiliseerd): flexie, extensie Bewegingsvrijheid aangrenzende Pols: volledige bewegingsvrijheid Vingers: volledige bewegingsvrijheid IP (indien niet geïmmobiliseerd): volledige bewegingsvrijheid Aandachtspunten Duimweb Zachte randen rond duim, m.n. palmair en palmaire/radiaire begrenzing rond MC2 Handpalm en duimmuis aanmodelleren Volledige bewegingsvrijheid IP gewricht (indien niet geïmmobiliseerd) immobilisatieprotocol bovenste extremiteit Hand + duim 2/2
26 immobilisatie PROTOCOLLEN Vingers (PIP & DIP) Algemene regels Immobilisatierichtlijn BOVENSTE EXTREMITEIT Bovenarmgips Humerusbrace Elleboog (pols vrij) Ulnabrace Onderarmgips Onderarmgips + vingers (duim vrij) Onderarmgips + duim (vingers vrij) Hand + vingers (duim vrij, pols vrij) Hand + duim (vingers vrij, pols vrij) Vingers (pip & dip) Vingers (dip) Duim (ip) ALGEMENE REGELS gipsimmobilisatie Gipsimmobilisaties dienen zo aangelegd te worden dat bijverschijnselen en complicaties vermeden en/of geminimaliseerd worden. Deze kunnen zijn: Stuwing: veneus en/of arterieel (met als gevolg verstoorde circulatie, sensibiliteit en motoriek en verhoogde pijn) Drukplekken Schuurplekken Smetten en verweken Stijfheid/contracturen van de aangedane en niet aangedane Spieratrofie Pruritus (jeuk) Allergie Trombose Huidbeschadigingen bij het verwijderen van gips De IMMOBILISATIERICHTLIJN Beschrijft de richtlijn per immobilisatiegebied De immobilisatierichtlijn geldt voor alle vormen van verbanden in het beschreven gebied (d.w.z. circulair, circulair-gespleten, spalken, afneembare gipsen) unieke situaties. Deze aanpassing moet in de verslaglegging beschreven en/of onderbouwd worden opdracht van de behandelend arts en/of op basis van de medische behandelprotocollen ONDERSTE EXTREMITEIT Bovenbeengips Kniekoker Tibiabrace Onderbeengips zonder teenplateau Onderbeengips met teenplateau Schoen Hallux spica WERVELKOLOM Lumbaal korset 3-punts korset 3-punts korset met schouder immobilisatieprotocol bovenste extremiteit Vingers (PIP & DIP) 1/2
27 immobilisatie PROTOCOLLEN Vingers (PIP & DIP) Begrenzingen Proximaal Dorsaal tot gewrichtsspleet van MCP Ventraal ong. 5mm. distaal van de gewrichtslijn MCP Distaal Vingertop omsluitend, evt. nagel zichtbaar maken Functionele stand betrokken PIP & DIP 0⁰ Beoogde bewegingsbeperkingen & toegestane bewegingen Bewegingsbeperking Betrokken PIP & DIP: flexie, extensie Bewegingsvrijheid aangrenzende MCP: volledige bewegingsvrijheid Aandachtspunten Beschrijving van de betrokken anatomie Botdelen Proximale, midden en distale phalanx van de vinger Gewrichten PIP & DIP Weke delen van de vinger (kapsels, banden, pezen, spieren, vaten, zenuwen, huid) immobilisatieprotocol bovenste extremiteit Vingers (PIP & DIP) 2/2
28 VGN immobilisatieprotocol Vingers (DIP) & duim (IP) Algemene regels Immobilisatierichtlijn BOVENSTE EXTREMITEIT Bovenarmgips Humerusbrace Elleboog (pols vrij) Ulnabrace Onderarmgips Onderarmgips + vingers (duim vrij) Onderarmgips + duim (vingers vrij) Hand + vingers (duim vrij, pols vrij) Hand + duim (vingers vrij, pols vrij) Vingers (pip & dip) Vingers (dip) Duim (ip) ALGEMENE REGELS gipsimmobilisatie Gipsimmobilisaties dienen zo aangelegd te worden dat bijverschijnselen en complicaties vermeden en/of geminimaliseerd worden. Deze kunnen zijn: Stuwing: veneus en/of arterieel (met als gevolg verstoorde circulatie, sensibiliteit en motoriek en verhoogde pijn) Drukplekken Schuurplekken Smetten en verweken Stijfheid/contracturen van de aangedane en niet aangedane Spieratrofie Pruritus (jeuk) Allergie Trombose Huidbeschadigingen bij het verwijderen van gips De IMMOBILISATIERICHTLIJN Beschrijft de richtlijn per immobilisatiegebied De immobilisatierichtlijn geldt voor alle vormen van verbanden in het beschreven gebied (d.w.z. circulair, circulair-gespleten, spalken, afneembare gipsen) unieke situaties. Deze aanpassing moet in de verslaglegging beschreven en/of onderbouwd worden opdracht van de behandelend arts en/of op basis van de medische behandelprotocollen ONDERSTE EXTREMITEIT Bovenbeengips Kniekoker Tibiabrace Onderbeengips zonder teenplateau Onderbeengips met teenplateau Schoen Hallux spica WERVELKOLOM Lumbaal korset 3-punts korset 3-punts korset met schouder immobilisatieprotocol bovenste extremiteit Vingers (DIP) & duim (IP) 1/2
29 VGN immobilisatieprotocol Vingers (DIP) & duim (IP) Begrenzingen Proximaal Dorsaal tot gewrichtsspleet van PIP Ventraal tot halverwege de midphalanx Distaal Vingertop omsluitend, evt. nagel zichtbaar maken Functionele stand betrokken DIP/IP 0⁰ Beschrijving van de betrokken anatomie Botdelen Midden en distale phalanx van de vinger, proximale en distale phalanx van de duim Beoogde bewegingsbeperkingen & toegestane bewegingen Bewegingsbeperking: Betrokken DIP/IP: flexie, extensie Bewegingsvrijheid aangrenzende : PIP/MCP1: volledige bewegingsvrijheid Aandachtspunten De immobilisatie moet zo aangebracht worden dat flexie in het PIP de spalk niet naar distaal doet verschuiven Gewrichten DIP/IP Weke delen van de vinger/duim (kapsels, banden, pezen, spieren, vaten, zenuwen, huid) immobilisatieprotocol bovenste extremiteit Vingers (DIP) & duim (IP) 2/2
30 VGN immobilisatieprotocol Bovenbeengips Algemene regels Immobilisatierichtlijn BOVENSTE EXTREMITEIT Bovenarmgips Humerusbrace Elleboog (pols vrij) Ulnabrace Onderarmgips Onderarmgips + vingers (duim vrij) Onderarmgips + duim (vingers vrij) Hand + vingers (duim vrij, pols vrij) Hand + duim (vingers vrij, pols vrij) Vingers (pip & dip) Vingers (dip) Duim (ip) ALGEMENE REGELS gipsimmobilisatie Gipsimmobilisaties dienen zo aangelegd te worden dat bijverschijnselen en complicaties vermeden en/of geminimaliseerd worden. Deze kunnen zijn: Stuwing: veneus en/of arterieel (met als gevolg verstoorde circulatie, sensibiliteit en motoriek en verhoogde pijn) Drukplekken Schuurplekken Smetten en verweken Stijfheid/contracturen van de aangedane en niet aangedane Spieratrofie Pruritus (jeuk) Allergie Trombose Huidbeschadigingen bij het verwijderen van gips De IMMOBILISATIERICHTLIJN Beschrijft de richtlijn per immobilisatiegebied De immobilisatierichtlijn geldt voor alle vormen van verbanden in het beschreven gebied (d.w.z. circulair, circulair-gespleten, spalken, afneembare gipsen) unieke situaties. Deze aanpassing moet in de verslaglegging beschreven en/of onderbouwd worden opdracht van de behandelend arts en/of op basis van de medische behandelprotocollen ONDERSTE EXTREMITEIT Bovenbeengips Kniekoker Tibiabrace Onderbeengips zonder teenplateau Onderbeengips met teenplateau Schoen Hallux spica WERVELKOLOM Lumbaal korset 3-punts korset 3-punts korset met schouder immobilisatieprotocol ONDERSTE extremiteit Bovenbeengips 1/2
31 VGN immobilisatieprotocol Bovenbeengips Begrenzingen Proximaal Lateraal 10 cm. onder de trochanter major Mediaal 10 cm. onder de liesplooi Distaal t/m MTP s Functionele stand betrokken Knie 15⁰ Bovenste spronggewricht 90⁰ Onderste spronggewricht middenstand TMT s natuurlijke lengte- en breedtegewelf van de voet Beschrijving van de betrokken anatomie Botten Femur, patella, tibia, fibula, tarsalia, metatarsalia Gewrichten Femorotibiale gewricht, tibiofibulaire gewricht, femoropatellair gewricht, talocrurale gewricht, talocalcaneonaviculare gewricht, intertarsale, tarsometatarsale Weke delen van bovenbeen, knie, onderbeen, enkel, tarsus en metatarsus (kapsels, banden, pezen, spieren, vaten, zenuwen, huid) Beoogde bewegingsbeperkingen & toegestane bewegingen Bewegingsbeperking Knie: flexie, extensie, rotatie in het onderbeen Enkel: dorsaal, plantairflexie Tarsus/metatarsus: in- en eversie Bewegingsvrijheid aangrenzende Heupgewricht: volledige flexie, extensie MTP s: flexie, extensie Aandachtspunten Fibulakopje en achillespees zodanig beschermen tegen de druk van het gips dat er geen letsel ontstaat immobilisatieprotocol ONDERSTE extremiteit Bovenbeengips 2/2
32 VGN immobilisatieprotocol Kniekoker Algemene regels Immobilisatierichtlijn BOVENSTE EXTREMITEIT Bovenarmgips Humerusbrace Elleboog (pols vrij) Ulnabrace Onderarmgips Onderarmgips + vingers (duim vrij) Onderarmgips + duim (vingers vrij) Hand + vingers (duim vrij, pols vrij) Hand + duim (vingers vrij, pols vrij) Vingers (pip & dip) Vingers (dip) Duim (ip) ALGEMENE REGELS gipsimmobilisatie Gipsimmobilisaties dienen zo aangelegd te worden dat bijverschijnselen en complicaties vermeden en/of geminimaliseerd worden. Deze kunnen zijn: Stuwing: veneus en/of arterieel (met als gevolg verstoorde circulatie, sensibiliteit en motoriek en verhoogde pijn) Drukplekken Schuurplekken Smetten en verweken Stijfheid/contracturen van de aangedane en niet aangedane Spieratrofie Pruritus (jeuk) Allergie Trombose Huidbeschadigingen bij het verwijderen van gips De IMMOBILISATIERICHTLIJN Beschrijft de richtlijn per immobilisatiegebied De immobilisatierichtlijn geldt voor alle vormen van verbanden in het beschreven gebied (d.w.z. circulair, circulair-gespleten, spalken, afneembare gipsen) unieke situaties. Deze aanpassing moet in de verslaglegging beschreven en/of onderbouwd worden opdracht van de behandelend arts en/of op basis van de medische behandelprotocollen ONDERSTE EXTREMITEIT Bovenbeengips Kniekoker Tibiabrace Onderbeengips zonder teenplateau Onderbeengips met teenplateau Schoen Hallux spica WERVELKOLOM Lumbaal korset 3-punts korset 3-punts korset met schouder immobilisatieprotocol ONDERSTE extremiteit Kniekoker 1/2
33 VGN immobilisatieprotocol Kniekoker Begrenzingen Proximaal Lateraal 10 cm. onder de trochanter major Mediaal 10 cm. onder de liesplooi Distaal 10 cm. boven laterale malleolus Functionele stand betrokken Knie 15⁰ flexie Beschrijving van de betrokken anatomie Botten Femur, patella, tibia, fibula Gewrichten Femorotibiale gewricht, tibiofibulaire gewricht, femoropatellair gewricht Weke delen van het bovenbeen, knie en onderbeen (kapsels, banden, pezen, spieren, vaten, zenuwen, huid) Beoogde bewegingsbeperkingen & toegestane bewegingen Bewegingsbeperking Knie: flexie, extensie, abductie en adductie Bewegingsvrijheid aangrenzende Heup en enkel: volledige flexie en extensie Aandachtspunten Patella, fibulakopje en achillespees zodanig beschermen tegen de druk van het gips dat er geen letsel ontstaat immobilisatieprotocol ONDERSTE extremiteit Kniekoker 2/2
34 VGN immobilisatieprotocol Tibiabrace Algemene regels Immobilisatierichtlijn BOVENSTE EXTREMITEIT Bovenarmgips Humerusbrace Elleboog (pols vrij) Ulnabrace Onderarmgips Onderarmgips + vingers (duim vrij) Onderarmgips + duim (vingers vrij) Hand + vingers (duim vrij, pols vrij) Hand + duim (vingers vrij, pols vrij) Vingers (pip & dip) Vingers (dip) Duim (ip) ALGEMENE REGELS gipsimmobilisatie Gipsimmobilisaties dienen zo aangelegd te worden dat bijverschijnselen en complicaties vermeden en/of geminimaliseerd worden. Deze kunnen zijn: Stuwing: veneus en/of arterieel (met als gevolg verstoorde circulatie, sensibiliteit en motoriek en verhoogde pijn) Drukplekken Schuurplekken Smetten en verweken Stijfheid/contracturen van de aangedane en niet aangedane Spieratrofie Pruritus (jeuk) Allergie Trombose Huidbeschadigingen bij het verwijderen van gips De IMMOBILISATIERICHTLIJN Beschrijft de richtlijn per immobilisatiegebied De immobilisatierichtlijn geldt voor alle vormen van verbanden in het beschreven gebied (d.w.z. circulair, circulair-gespleten, spalken, afneembare gipsen) unieke situaties. Deze aanpassing moet in de verslaglegging beschreven en/of onderbouwd worden opdracht van de behandelend arts en/of op basis van de medische behandelprotocollen ONDERSTE EXTREMITEIT Bovenbeengips Kniekoker Tibiabrace Onderbeengips zonder teenplateau Onderbeengips met teenplateau Schoen Hallux spica WERVELKOLOM Lumbaal korset 3-punts korset 3-punts korset met schouder immobilisatieprotocol ONDERSTE extremiteit Tibiabrace 1/2
35 VGN immobilisatieprotocol Tibiabrace Begrenzingen Proximaal Ventraal: proximaal t/m de tuberositas tibiae Dorsaal: zover uit de knieholte dat volledige flexie van de knie mogelijk is Distaal Ventraal en dorsaal: volledige dorsaal en plantair flexie van de enkel toelatend Mediaal en lateraal: tot over de malleoli Functionele stand betrokken Geen betrokken Beschrijving van de betrokken anatomie Botten Tibia, fibula Gewrichten Geen Weke delen van het onderbeen (kapsels, banden, pezen, spieren, vaten, zenuwen, huid) Beoogde bewegingsbeperkingen & toegestane bewegingen Bewegingsbeperking Fractuurdelen van de tibia Bewegingsvrijheid aangrenzende Knie en enkelgewricht: volledige bewegingsvrijheid Aandachtspunten De brace moet de tibia over een zo groot mogelijke lengte ondersteunen terwijl de aangrenzende vrij moeten kunnen bewegen immobilisatieprotocol ONDERSTE extremiteit Tibiabrace 2/2
36 VGN immobilisatieprotocol Onderbeengips zonder teenplateau Algemene regels Immobilisatierichtlijn BOVENSTE EXTREMITEIT Bovenarmgips Humerusbrace Elleboog (pols vrij) Ulnabrace Onderarmgips Onderarmgips + vingers (duim vrij) Onderarmgips + duim (vingers vrij) Hand + vingers (duim vrij, pols vrij) Hand + duim (vingers vrij, pols vrij) Vingers (pip & dip) Vingers (dip) Duim (ip) ALGEMENE REGELS gipsimmobilisatie Gipsimmobilisaties dienen zo aangelegd te worden dat bijverschijnselen en complicaties vermeden en/of geminimaliseerd worden. Deze kunnen zijn: Stuwing: veneus en/of arterieel (met als gevolg verstoorde circulatie, sensibiliteit en motoriek en verhoogde pijn) Drukplekken Schuurplekken Smetten en verweken Stijfheid/contracturen van de aangedane en niet aangedane Spieratrofie Pruritus (jeuk) Allergie Trombose Huidbeschadigingen bij het verwijderen van gips De IMMOBILISATIERICHTLIJN Beschrijft de richtlijn per immobilisatiegebied De immobilisatierichtlijn geldt voor alle vormen van verbanden in het beschreven gebied (d.w.z. circulair, circulair-gespleten, spalken, afneembare gipsen) unieke situaties. Deze aanpassing moet in de verslaglegging beschreven en/of onderbouwd worden opdracht van de behandelend arts en/of op basis van de medische behandelprotocollen ONDERSTE EXTREMITEIT Bovenbeengips Kniekoker Tibiabrace Onderbeengips zonder teenplateau Onderbeengips met teenplateau Schoen Hallux spica WERVELKOLOM Lumbaal korset 3-punts korset 3-punts korset met schouder immobilisatieprotocol ONDERSTE extremiteit Onderbeengips zonder teenplateau 1/2
37 VGN immobilisatieprotocol Onderbeengips zonder teenplateau Begrenzingen Proximaal Ong. 2 cm. onder fibulakopje Distaal t/m kopjes metatarsalia Functionele stand betrokken Bovenste spronggewricht 90⁰ Onderste sprong gewricht Middenstand TMT s Natuurlijke lengte- en breedte gewelf van de voet Beschrijving van de betrokken anatomie Botten Tibia, fibula, tarsalia, metatarsalia Gewrichten Talocrurale gewricht, talocalcaneonaviculare gewricht, intertarsale, tarsometatarsale Weke delen van het onderbeen en de voet (kapsels, banden, pezen, spieren, vaten, zenuwen en huid) Beoogde bewegingsbeperkingen & toegestane bewegingen Bewegingsbeperkingen Enkel: dorsaal en plantairflexie Tarsu/metatarsus: in- en eversie Bewegingsvrijheid aangrenzende Knie: volledige flexie en extensie MTP s: volledige flexie en extensie Aandachtspunten Voetgewelf aangemodelleerd Voorvoetspreiding bij belasten mogelijk immobilisatieprotocol ONDERSTE extremiteit Onderbeengips zonder teenplateau 2/2
38 VGN immobilisatieprotocol Onderbeengips met teenplateau Algemene regels Immobilisatierichtlijn BOVENSTE EXTREMITEIT Bovenarmgips Humerusbrace Elleboog (pols vrij) Ulnabrace Onderarmgips Onderarmgips + vingers (duim vrij) Onderarmgips + duim (vingers vrij) Hand + vingers (duim vrij, pols vrij) Hand + duim (vingers vrij, pols vrij) Vingers (pip & dip) Vingers (dip) Duim (ip) ALGEMENE REGELS gipsimmobilisatie Gipsimmobilisaties dienen zo aangelegd te worden dat bijverschijnselen en complicaties vermeden en/of geminimaliseerd worden. Deze kunnen zijn: Stuwing: veneus en/of arterieel (met als gevolg verstoorde circulatie, sensibiliteit en motoriek en verhoogde pijn) Drukplekken Schuurplekken Smetten en verweken Stijfheid/contracturen van de aangedane en niet aangedane Spieratrofie Pruritus (jeuk) Allergie Trombose Huidbeschadigingen bij het verwijderen van gips De IMMOBILISATIERICHTLIJN Beschrijft de richtlijn per immobilisatiegebied De immobilisatierichtlijn geldt voor alle vormen van verbanden in het beschreven gebied (d.w.z. circulair, circulair-gespleten, spalken, afneembare gipsen) unieke situaties. Deze aanpassing moet in de verslaglegging beschreven en/of onderbouwd worden opdracht van de behandelend arts en/of op basis van de medische behandelprotocollen ONDERSTE EXTREMITEIT Bovenbeengips Kniekoker Tibiabrace Onderbeengips zonder teenplateau Onderbeengips met teenplateau Schoen Hallux spica WERVELKOLOM Lumbaal korset 3-punts korset 3-punts korset met schouder immobilisatieprotocol ONDERSTE extremiteit Onderbeengips met teenplateau 1/2
39 VGN immobilisatieprotocol Onderbeengips met teenplateau Begrenzingen Proximaal 2 vingers onder fibulakopje Distaal 1 vingerbreedte voorbij de teentoppen Functionele stand betrokken Bovenste spronggewricht 90⁰ Onderste spronggewricht Middenstand TMT s Natuurlijke lengte- en breedtegewelf van de voet MTP s Lichte dorsaalflexie, PIP s en DIP s lichte plantairflexie Beschrijving van de betrokken anatomie Botten Tibia, fibula, tarsalia, metatarsalia, phalangen Gewrichten Talocrurale gewricht, talocalcaneonaviculare gewricht, intertarsale, tarsometatarsale, MTP s, IP, DIP s, PIP s Weke delen van het onderbeen en de voet (kapsels, banden, pezen, spieren, vaten, zenuwen en huid) Beoogde bewegingsbeperkingen & toegestane bewegingen Bewegingsbeperking Enkel: dorsaal- en plantairflexie Tarsus/metatarsus: in- en eversie Phalangen: lichte flexiebeperking Bewegingsvrijheid aangrenzende Knie: volledige flexie en extensie Aandachtspunten Voetgewelf aangemodelleerd immobilisatieprotocol ONDERSTE extremiteit Onderbeengips met teenplateau 2/2
40 VGN immobilisatieprotocol Gipsschoen Algemene regels Immobilisatierichtlijn BOVENSTE EXTREMITEIT Bovenarmgips Humerusbrace Elleboog (pols vrij) Ulnabrace Onderarmgips Onderarmgips + vingers (duim vrij) Onderarmgips + duim (vingers vrij) Hand + vingers (duim vrij, pols vrij) Hand + duim (vingers vrij, pols vrij) Vingers (pip & dip) Vingers (dip) Duim (ip) ALGEMENE REGELS gipsimmobilisatie Gipsimmobilisaties dienen zo aangelegd te worden dat bijverschijnselen en complicaties vermeden en/of geminimaliseerd worden. Deze kunnen zijn: Stuwing: veneus en/of arterieel (met als gevolg verstoorde circulatie, sensibiliteit en motoriek en verhoogde pijn) Drukplekken Schuurplekken Smetten en verweken Stijfheid/contracturen van de aangedane en niet aangedane Spieratrofie Pruritus (jeuk) Allergie Trombose Huidbeschadigingen bij het verwijderen van gips De IMMOBILISATIERICHTLIJN Beschrijft de richtlijn per immobilisatiegebied De immobilisatierichtlijn geldt voor alle vormen van verbanden in het beschreven gebied (d.w.z. circulair, circulair-gespleten, spalken, afneembare gipsen) unieke situaties. Deze aanpassing moet in de verslaglegging beschreven en/of onderbouwd worden opdracht van de behandelend arts en/of op basis van de medische behandelprotocollen ONDERSTE EXTREMITEIT Bovenbeengips Kniekoker Tibiabrace Onderbeengips zonder teenplateau Onderbeengips met teenplateau Schoen Hallux spica WERVELKOLOM Lumbaal korset 3-punts korset 3-punts korset met schouder immobilisatieprotocol ONDERSTE extremiteit Gipsschoen 1/2
41 VGN immobilisatieprotocol Gipsschoen Begrenzingen Proximaal 1 cm. onder de laterale en mediale malleolus Distaal 1 vingerbreedte voorbij de teentoppen Functionele stand betrokken Onderste spronggewricht Middenstand TMT s Natuurlijke lengte en breedte gewelf van de voet MTP s Lichte dorsaalflexie PIP s en DIP s Lichte plantairflexie Beschrijving van de betrokken anatomie Botten Tarsalia, metatarsalia, phalangen Gewrichten Talocrurale gewricht, talocalcaneonaviculare gewricht, intertarsale, tarsometatarsale, MTP s, IP, DIP s, PIP s Weke delen van de voet (kapsels, banden, pezen, spieren, vaten, zenuwen, huid) Beoogde bewegingsbeperkingen & toegestane bewegingen Bewegingsbeperking Tarsus/metatarsus: in- en eversie, afvlakken van de voetgewelven MTP s flexie Bewegingsvrijheid aangrenzende Bovenste spronggewricht: volledige flexie en extensie Aandachtspunten Voetgewelf aangemodelleerd Het proximale-dorsale deel van de schoen mag bij dorsaalflexie geen druk uitoefenen op de extensorpezen van de voet De hiel van de schoen mag bij plantairflexie geen druk uitoefenen op de achillespees immobilisatieprotocol ONDERSTE extremiteit Gipsschoen 2/2
42 VGN immobilisatieprotocol Hallux spica Algemene regels Immobilisatierichtlijn BOVENSTE EXTREMITEIT Bovenarmgips Humerusbrace Elleboog (pols vrij) Ulnabrace Onderarmgips Onderarmgips + vingers (duim vrij) Onderarmgips + duim (vingers vrij) Hand + vingers (duim vrij, pols vrij) Hand + duim (vingers vrij, pols vrij) Vingers (pip & dip) Vingers (dip) Duim (ip) ALGEMENE REGELS gipsimmobilisatie Gipsimmobilisaties dienen zo aangelegd te worden dat bijverschijnselen en complicaties vermeden en/of geminimaliseerd worden. Deze kunnen zijn: Stuwing: veneus en/of arterieel (met als gevolg verstoorde circulatie, sensibiliteit en motoriek en verhoogde pijn) Drukplekken Schuurplekken Smetten en verweken Stijfheid/contracturen van de aangedane en niet aangedane Spieratrofie Pruritus (jeuk) Allergie Trombose Huidbeschadigingen bij het verwijderen van gips De IMMOBILISATIERICHTLIJN Beschrijft de richtlijn per immobilisatiegebied De immobilisatierichtlijn geldt voor alle vormen van verbanden in het beschreven gebied (d.w.z. circulair, circulair-gespleten, spalken, afneembare gipsen) unieke situaties. Deze aanpassing moet in de verslaglegging beschreven en/of onderbouwd worden opdracht van de behandelend arts en/of op basis van de medische behandelprotocollen ONDERSTE EXTREMITEIT Bovenbeengips Kniekoker Tibiabrace Onderbeengips zonder teenplateau Onderbeengips met teenplateau Schoen Hallux spica WERVELKOLOM Lumbaal korset 3-punts korset 3-punts korset met schouder immobilisatieprotocol ONDERSTE extremiteit Hallux spica 1/2
43 VGN immobilisatieprotocol Hallux spica Begrenzingen Proximaal Tarso-metatarsale gewricht Distaal t/m de distale phalanx van de hallux Functionele stand betrokken Voet Plantigraad (neutrale stand) MTP 10 dorsaal flexie IP 0⁰ Beschrijving van de betrokken anatomie Botten Metatarsalia, phalangen digitus 1 Gewrichten MTP1, IP Weke delen van de voet (kapsels, banden, pezen, spieren, vaten, zenuwen, huid) Beoogde bewegingsbeperkingen & toegestane bewegingen Bewegingsbeperking MTP1: dorsaalflexie IP plantairflexie Bewegingsvrijheid aangrenzende MTP s en tarsus/metatarsus: volledige flexie en extensie Aandachtspunten Voorkom druk- en schuurplekken tussen dig. 1 en 2 immobilisatieprotocol ONDERSTE extremiteit Hallux spica 2/2
44 VGN immobilisatieprotocol Lumbaalkorset Algemene regels Immobilisatierichtlijn BOVENSTE EXTREMITEIT Bovenarmgips Humerusbrace Elleboog (pols vrij) Ulnabrace Onderarmgips Onderarmgips + vingers (duim vrij) Onderarmgips + duim (vingers vrij) Hand + vingers (duim vrij, pols vrij) Hand + duim (vingers vrij, pols vrij) Vingers (pip & dip) Vingers (dip) Duim (ip) ALGEMENE REGELS gipsimmobilisatie Gipsimmobilisaties dienen zo aangelegd te worden dat bijverschijnselen en complicaties vermeden en/of geminimaliseerd worden. Deze kunnen zijn: Stuwing: veneus en/of arterieel (met als gevolg verstoorde circulatie, sensibiliteit en motoriek en verhoogde pijn) Drukplekken Schuurplekken Smetten en verweken Stijfheid/contracturen van de aangedane en niet aangedane Spieratrofie Pruritus (jeuk) Allergie Trombose Huidbeschadigingen bij het verwijderen van gips De IMMOBILISATIERICHTLIJN Beschrijft de richtlijn per immobilisatiegebied De immobilisatierichtlijn geldt voor alle vormen van verbanden in het beschreven gebied (d.w.z. circulair, circulair-gespleten, spalken, afneembare gipsen) unieke situaties. Deze aanpassing moet in de verslaglegging beschreven en/of onderbouwd worden opdracht van de behandelend arts en/of op basis van de medische behandelprotocollen ONDERSTE EXTREMITEIT Bovenbeengips Kniekoker Tibiabrace Onderbeengips zonder teenplateau Onderbeengips met teenplateau Schoen Hallux spica WERVELKOLOM Lumbaal korset 3-punts korset 3-punts korset met schouder immobilisatieprotocol Wervelkolom Lumbaalkorset 1/2
45 VGN immobilisatieprotocol Lumbaalkorset Begrenzingen Craniaal/dorsaal 3 cm. onder de angulus inferior scapula Caudaal/dorsaal begin bilspleet Craniaal/ventraal van ribbenboog vrij tot 5 cm. onder de tepellijn Caudaal/ventraal 1 vingerbreedte ruimte tussen liesplooi en corset, afsteunend op het os pubis Functionele stand betrokken Neutraal frontale vlak: 0 sagitale vlak: natuurlijke lordose Beschrijving van de betrokken anatomie Botten Vertebrae thoracalis 8-12, vertebrae lumbalis 1-5, sacrum, pelvis Gewrichten Art. zygo-apophyseale Th8-L5, discii intervertebralia Th8-L5, art. costovertebralis 8-12, art. lumbosacralis, art. sacroiliacalis Weke delen van de romp vanaf thoracaal 8 naar caudaal (ingewanden, kapsels, banden, pezen, spieren, vaten, zenuwen, huid) Beoogde bewegingsbeperkingen & toegestane bewegingen Bewegingsbeperking Flexie en extensie L1-L5, lateraalflexie L1-L5 Bewegingsvrijheid aangrenzende Volledige bewegingsvrijheid vanaf Th 8 naar craniaal en 90 flexie in de heupen Aandachtspunten Afsteunpunten zodanig beschermen tegen de druk van het gips dat er geen letsel ontstaat immobilisatieprotocol Wervelkolom Lumbaalkorset 2/2
46 VGN immobilisatieprotocol 3-Punts korset Algemene regels Immobilisatierichtlijn BOVENSTE EXTREMITEIT Bovenarmgips Humerusbrace Elleboog (pols vrij) Ulnabrace Onderarmgips Onderarmgips + vingers (duim vrij) Onderarmgips + duim (vingers vrij) Hand + vingers (duim vrij, pols vrij) Hand + duim (vingers vrij, pols vrij) Vingers (pip & dip) Vingers (dip) Duim (ip) ALGEMENE REGELS gipsimmobilisatie Gipsimmobilisaties dienen zo aangelegd te worden dat bijverschijnselen en complicaties vermeden en/of geminimaliseerd worden. Deze kunnen zijn: Stuwing: veneus en/of arterieel (met als gevolg verstoorde circulatie, sensibiliteit en motoriek en verhoogde pijn) Drukplekken Schuurplekken Smetten en verweken Stijfheid/contracturen van de aangedane en niet aangedane Spieratrofie Pruritus (jeuk) Allergie Trombose Huidbeschadigingen bij het verwijderen van gips De IMMOBILISATIERICHTLIJN Beschrijft de richtlijn per immobilisatiegebied De immobilisatierichtlijn geldt voor alle vormen van verbanden in het beschreven gebied (d.w.z. circulair, circulair-gespleten, spalken, afneembare gipsen) unieke situaties. Deze aanpassing moet in de verslaglegging beschreven en/of onderbouwd worden opdracht van de behandelend arts en/of op basis van de medische behandelprotocollen ONDERSTE EXTREMITEIT Bovenbeengips Kniekoker Tibiabrace Onderbeengips zonder teenplateau Onderbeengips met teenplateau Schoen Hallux spica WERVELKOLOM Lumbaal korset 3-punts korset 3-punts korset met schouder immobilisatieprotocol Wervelkolom 3-Punts korset 1/2
47 VGN immobilisatieprotocol 3-Punts korset Begrenzingen Craniaal/dorsaal 3 cm. onder de angulus inferior scapula Caudaal/dorsaal begin bilspleet Craniaal/ventraal 3 vingers onder halskuiltje Caudaal/ventraal 1 vingerbreedte ruimte tussen liesplooi en corset, afsteunend op het os pubis Functionele stand betrokken Neutraal Frontale vlak: 0 ; sagittale vlak: natuurlijke kyfose en lordose Beschrijving van de betrokken anatomie Botten Sternum, vertebrae thoracalis 5-12, vertebrae lumbalis 1-5, sacrum, pelvis Gewrichten Art. zygo-apophyseale Th8 L5, discii intervertebralia Th8-L5, art. sternocostalis, art. costovertebralis 8-12, art. lumbosacralis, art. sacroiliacalis Weke delen van de romp van af thoracaal 5 naar caudaal (ingewanden, kapsels, banden, pezen, spieren, vaten, zenuwen, huid) Beoogde bewegingsbeperkingen & toegestane bewegingen Bewegingsbeperking Flexie en extensie Th5- L5, lateraalflexie Th5-L5 Bewegingsvrijheid aangrenzende Volledige bewegingsvrijheid vanaf Th5 naar craniaal incl. schoudergordel, 90 flexie in de heupen Aandachtspunten Afsteunpunten zodanig beschermen tegen de druk van het gips dat er geen letsel ontstaat immobilisatieprotocol Wervelkolom 3-Punts korset 2/2
48 VGN immobilisatieprotocol 3-punts korset met schouder Algemene regels Immobilisatierichtlijn BOVENSTE EXTREMITEIT Bovenarmgips Humerusbrace Elleboog (pols vrij) Ulnabrace Onderarmgips Onderarmgips + vingers (duim vrij) Onderarmgips + duim (vingers vrij) Hand + vingers (duim vrij, pols vrij) Hand + duim (vingers vrij, pols vrij) Vingers (pip & dip) Vingers (dip) Duim (ip) ALGEMENE REGELS gipsimmobilisatie Gipsimmobilisaties dienen zo aangelegd te worden dat bijverschijnselen en complicaties vermeden en/of geminimaliseerd worden. Deze kunnen zijn: Stuwing: veneus en/of arterieel (met als gevolg verstoorde circulatie, sensibiliteit en motoriek en verhoogde pijn) Drukplekken Schuurplekken Smetten en verweken Stijfheid/contracturen van de aangedane en niet aangedane Spieratrofie Pruritus (jeuk) Allergie Trombose Huidbeschadigingen bij het verwijderen van gips De IMMOBILISATIERICHTLIJN Beschrijft de richtlijn per immobilisatiegebied De immobilisatierichtlijn geldt voor alle vormen van verbanden in het beschreven gebied (d.w.z. circulair, circulair-gespleten, spalken, afneembare gipsen) unieke situaties. Deze aanpassing moet in de verslaglegging beschreven en/of onderbouwd worden opdracht van de behandelend arts en/of op basis van de medische behandelprotocollen ONDERSTE EXTREMITEIT Bovenbeengips Kniekoker Tibiabrace Onderbeengips zonder teenplateau Onderbeengips met teenplateau Schoen Hallux spica WERVELKOLOM Lumbaal korset 3-punts korset 3-punts korset met schouder immobilisatieprotocol Wervelkolom 3-punts korset met schouder 1/2
49 VGN immobilisatieprotocol 3-punts korset met schouder Begrenzingen Craniaal/dorsaal Th3 Craniaal/lateraal Humeruskop vrij, 2 vingers uit de hals Craniaal/ventraal 3 vingers onder halskuiltje Caudaal/dorsaal Begin bilspleet Caudaal/ventraal 1 vingerbreedte ruimte tussen liesplooi en corset, afsteunend op het os pubis Functionele stand betrokken Neutraal Frontale vlak: 0 sagittale vlak: natuurlijke kyfose en lordose Beschrijving van de betrokken anatomie Botten Clavicula, scapula, sternum, vertebrae thoracalis 3-12, vertebrae lumbalis 1-5, sacrum, pelvis Gewrichten Art. sternoclaviculare, art. acromio-claviculare, art. zygo-apophyseale Th3 L5, discii intervertebralia Th3-L5, art. sternocostalis, art. costovertebralis 3-12, art. lumbosacralis, art. sacroiliacalis Weke delen van de romp van af thoracaal 3 naar caudaal (ingewanden, kapsels, banden, pezen, spieren, vaten, zenuwen, huid) Beoogde bewegingsbeperkingen & toegestane bewegingen Bewegingsbeperking Flexie en extensie Th3- L5, lateraalflexie Th3-L5 Bewegingsvrijheid aangrenzende Volledige bewegingsvrijheid vanaf Th3 naar craniaal incl. schoudergewricht, 90 flexie in de heupen Aandachtspunten Afsteunpunten zodanig beschermen tegen de druk van het gips dat er geen letsel ontstaat immobilisatieprotocol Wervelkolom 3-punts korset met schouder 2/2
ERASMUS MC MODIFICATIE VAN DE (REVISED) NOTTINGHAM SENSORY ASSESSMENT Handleiding
De Erasmus MC Modificatie van de (revised) Nottingham Sensory Assessment (EmNSA) 1 is een meetinstrument om bij patiënten met intracraniële aandoeningen de tastzin, de scherp-dof discriminatie en de propriocepsis
Theorie-examen Anatomie 13 januari 2006.
Theorie-examen Anatomie 13 januari 2006. 1. Wat is de diafyse van een pijpbeen? A. Het uiteinde van een pijpbeen. B. Het middenstuk van een pijpbeen. C. De groeischijf. 2. Waar bevindt zich de pink, ten
* short head: eind van coracoid van scapula * long head: supraglenoid deel scapula. * Ulna. * halverwege voorkant humerus.
BOVENSTE EXTREMITEITEN Spiergroep Spiernaam Aanhechtingsplaats proximaal Aanhechtingsplaats distaal Innervatie Functie Extensoren bovenarm * m. biceps brachii * short head: eind van coracoid van scapula
Tabel van de perifere zenuwen [terminale takken]: bovenste extremiteit
Tabel van de perifere zenuwen [terminale takken]: bovenste extremiteit n. radialis n. axillaris C5-Th1 C5,C6 ALLE dorsale boven- en onderarmspieren Extensoren van de schouder, elleboog, pols, Abductie,
Theorie - herexamen Anatomie 23 mei 2008
Theorie - herexamen Anatomie 23 mei 2008 1. Wat gebeurt er bij een excentrische contractie van een spier? A. De spier wordt korter. B. De spier wordt langer. C. De spierlengte blijft gelijk. 2. In welk
Praktische bijscholing 2017 Gips en verband. Inhoud. Gipsspalken en circulaire gipsen. Voorbereidingen gips 2. Aanleg kous watten en foam 3
Praktische bijscholing 2017 Gips en verband Inhoud Gipsspalken en circulaire gipsen Voorbereidingen gips 2 Aanleg kous watten en foam 3 Dompelen van een gipsspalk/ zwachtel 4 Envelopspalk van dig 4 en/of
Skillslab handleiding
Skillslab handleiding Faculteit Geneeskunde & Gezondheidswetenschappen Inleiding tot het orthopedisch onderzoek Academiejaar 2012-2013 Dr. Francis Hugelier - Dr. Jan Reniers Dr. Hans Van den Abbeele Met
6. Van welk deel van de wervelkolom is de vertebra prominens een onderdeel? 7. Hoe wordt de binnenste laag van het gewrichtskapsel genoemd?
Examen anatomie januari 2009 1. Wat kan gesteld worden van slow twitch spiervezels? A. Ze hebben een groot agonistisch vermogen. B. Ze hebben een groot anaeroob vermogen. C. Ze hebben een groot aeroob
Skillslab handleiding
Skillslab handleiding Faculteit Geneeskunde & Gezondheidswetenschappen Inleiding tot het orthopedisch onderzoek Academiejaar 2011-2012 Skillslabteam : Dr. Francis Hugelier - Dr. Jan Reniers Dr. Hans Van
Henny Leentvaar (Sport)Massage. Functie testen. Datum: 14 mei 2008. Opgesteld door: Henny Leentvaar
Henny Leentvaar (Sport)Massage Functie testen Datum: 14 mei 2008 Opgesteld door: Henny Leentvaar Functie testen Voordat kan worden overgegaan tot tapen of bandageren van een aangedane spier en/of gewricht
Anatomie. Hier volgen 50 opgaven. Bij elke opgave zijn drie antwoorden gegeven. Slechts één van deze antwoorden is het goede.
Examenstichting Perimedische Opleidingen Diploma: sportmassage, massage, wellness massage 22 januari 2010, Beschikbare tijd: 60 minuten Anatomie Aanwijzing: Hier volgen 50 opgaven. Bij elke opgave zijn
Bouw van een skeletspier
Reina Welling WM/SM-theorieles 5 Met dank aan Jolanda Zijlstra en Bart van der Meer Bouw van een skeletspier faculty.etsu.edu Welke eigenschappen horen bij type I en welke bij type II spiervezels? Vooral
OPEN LESSEN HERFSTVAKANTIE FUNCTIONELE ANATOMIE Prof. dr. Ingrid Kerckaert 13u-14u15
OPEN LESSEN HERFSTVAKANTIE 2016 FUNCTIONELE ANATOMIE Prof. dr. Ingrid Kerckaert 13u-14u15 WERKING KNIEGEWRICHT (beschouwingen uit de literatuur) PATELLA: - beschermt kniegewricht - is katrol voor pees
** Flexie van de pols wordt ook wel palmairflexie genoemd, extensie van de pols wordt ook dorsaal flexie of dorsaal extensie genoemd.
Checklist LO: Onderzoek van de pols en hand Algemene instructies Stelt u zich voor aan patiënt. Vertel welk onderzoek u gaat verrichten en instrueer de proefpersoon in begrijpelijk Nederlands. Zorg ervoor
Post-Op braces S t a b i l i s e r e n e n i m m o b i l i s e r e n p r o d u c t i n f o r m a t i e
Post-Op braces t a b i l i s e r e n e n i m m o b i l i s e r e n p r o d u c t i n f o r m a t i e OT TO BOCK POT- OP BRCE --------------------------- eer en meer worden bij postoperatieve of posttraumatische
Hoezo? Het gips mag niet nat worden? Onderzoek en ontwikkeling van een zwemgips uit Delta-Cast Conformable
Hoezo? Het gips mag niet nat worden? Onderzoek en ontwikkeling van een zwemgips uit Delta-Cast Conformable Voorwoord Een vaak gestelde vraag op de gipskamer is: Mag het gips nat worden? of Kan ik ermee
Theorie-examen anatomie 12 januari 2007
Theorie-examen anatomie 12 januari 2007 1. Welke uitspraak met betrekking tot spiercontracties is altijd juist? A. Bij concentrische contracties wordt de spanning in de spier kleiner. B. Bij excentrische
www.fysionair.nl [email protected] Josya Sijmonsma Fysiotherapeut Oedeemtherapeut Kinesio Taping Instructeur / Medical Taping Specialist Specialisaties o.a. Manuele therapie Mulligan Myofeedback Neurologie
Theorie-examen anatomie 25 januari 2008
Theorie-examen anatomie 25 januari 2008 1. Welke van de volgende spieren is eenkoppig? A. De m. biceps brachii. B. De m. coracobrachialis. C. De m. gastrocnemius. 2. Welke van de volgende spieren geeft
Beroepsopdracht van Çagdas Mutlu & Monique Frederiks Hogeschool van Amsterdam ASHP, opleiding fysiotherapie Inhoudsopgave
Beroepsopdracht van Çagdas Mutlu & Monique Frederiks Hogeschool van Amsterdam ASHP, opleiding fysiotherapie 2009 Inhoudsopgave Voorwoord 3 Inleiding 4 Product omschrijving 4 Gebruikswijze dvd 4 Opbouw
Tape- instructieboekje van BSN medical. Voor het aanleggen van diverse, vaak voorkomende tape-bandages
Tape- instructieboekje van BSN medical Voor het aanleggen van diverse, vaak voorkomende tape-bandages Tape- instructieboekje van BSN medical Inhoud Preventieve vingerbandage 4 Living splint 5 Duimbandage
Handchirurgische technieken
Handchirurgische technieken bij patiënten met spastische CP Johan Vehof Plastisch chirurg, European board certified handchirurg Vrijdag 6 oktober 2017 Inventarisatie Stap 1: Inventarisatie Stap 2: Doel
2. Bevestiging spieren. 3. Stevigheid (samen met spieren) 4. Beweeglijkheid (samen met spieren) 5. Aanmaak rode bloedcellen in beenmerg
Anatomy is destiny Sigmund Freud Belangrijkste botten Nomenclatuur Reina Welling WM/SM-theorieles 1 Osteologie bekken en onderste extremiteit Myologie spieren bovenbeen Met dank aan Jolanda Zijlstra en
DE INTRINSIEKE MUSCULATUUR VAN DE HAND: ANATOMIE EN FUNCTIE
DE INTRINSIEKE MUSCULATUUR VAN DE HAND: ANATOMIE EN FUNCTIE Prof.dr. P.M.N. Werker, plastisch chirurg, Universitair Medisch Centrum Groningen 1. Inleiding Intrinsieke musculatuur van de hand betreft die
Gesloten vragen Functionele Anatomie II
Gesloten vragen Functionele Anatomie II 2013-2014 1. Ab- en adductie vindt plaats om een longitudinale as 2. In de anatomische houding is, in het sagittale vlak van de wervelkolom, lumbaal een lordose
Lichamelijk onderzoek
Hoofdstuk 3 Lichamelijk onderzoek Het lichamelijk onderzoek omvat de volgende onderdelen: -- inspectie in rust -- passief en actief uitgevoerd onderzoek naar de beweeglijkheid van de cervicale wervelkolom,
23-Oct-14. 6) Waardoor wordt hyperextensie van het kniegewricht vooral beperkt? A) Banden B) Bot C) Menisci D) Spieren
Vlak As Beweging Gym Frontaal Sagitale Ab-adductie Radslag Latero flexie Ulnair-radiaal deviatie Elevatie-depressie Sagitaal Frontale Flexie-extensie Salto Transversale Ante-retro flexie Dorsaal flexie
18 10 2008 Bijscholing BorgInsole 1
Intoeing - Outtoeing Intoeing Outtoeing Problemen ter hoogte van Voet Enkel Tibia Knie Femur Heup Intoeing - Outtoeing Oorzaak Structureel Osteair Intoeing - Outtoeing Therapie Chirurgie In- of outtoeing
KNGF-richtlijn Beroerte Verantwoording en Toelichting Map K
KNGF-richtlijn Beroerte Verantwoording en Toelichting Map K K.3.5 Brunnstrom Fugl-Meyer assessment (Aanbevolen generiek meetinstrument) Het Brunnstrom Fugl-Meyer assessment (BFM) is een test, waarmee de
Het partieel immobiliserende verband van de knie.
Het partieel immobiliserende verband van de knie. De knie is een gecompliceerd gewricht. - Het heeft een ingewikkeld meervoudig bandsysteem. - Het bestaat uit niet congruente gewrichtsvlakken - Het heeft
Inleiding. Anatomie. Humerus
Inleiding Koos van Nugteren De elleboog verbindt de bovenarm met de onderarm. Buiging van de arm zorgt ervoor dat we de hand in de richting van het hoofd en de schouder kunnen bewegen. Activiteiten als
Spiergroep Spier (onderdeel) Origo Insertie Innervatie Functie Ventrale spieren van de bovenarm (flexoren onderarm)
Spiergroep Spier (onderdeel) Origo Insertie Innervatie Functie bovenarm ) m. biceps brachii - caput breve Supraglenoid deel scapula Top processus coracoideus lateralis tot m. coracobrachialis Radius en
Waarom meten Podologen zoveel?
Waarom meten Podologen zoveel? Borgions Paul MsC Pod Secretaris Belgische Vereniging der podologen Podoloog Podologisch Centrum Rotselaar (met focus naar Topsporters en kinderen) Biomechanicus voor KRC
Fracturen van de hand. Mark de Vries Kim Wilhelm
Fracturen van de hand Mark de Vries Kim Wilhelm Epidemiologie: waar hebben we t over? 15-20 % van alle fracturen: Fracturen van carpalia, metacarpalia & phalangen Hand fracturen: 59 % phalanx fracturen
Fracturen en luxaties hand
Fracturen en luxaties hand phalanx fracturen hand veel voorkomende fracturen op EHBO indien verkeerde behandeling: aanzienlijk functieverlies kans op arbeidsongeschiktheid goede behandeling: anatomische
Bewegingsleer DeelIDebovensteextremiteit
Bewegingsleer DeelIDebovensteextremiteit Bewegingsleer Deel I De bovenste extremiteit I.A. Kapandji Bohn Stafleu van Loghum Houten 2009 Ó 2009 Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Uitgeverij
Afdeling Handchirurgie
Europees erkend Hand Trauma Centrum Medisch Protocol Proximale phalanx schacht fracturen v.2-07/2013 Fracturen van de proximale phalangen van de hand komen veel voor. Deze fracturen zijn berucht om hun
Cursus Ontspanningsmassage. Bijlage spieren. Trapezius
Cursus Ontspanningsmassage Bijlage spieren. Trapezius De trapezius (monnikskapspier) is een ruitvormige spier boven aan de achterkant van het lichaam. De trapezius loopt van de schedelbasis tot aan het
DEEL II: HET ONDERSTE LIDMAAT (vervolg)
Inleiding tot het orthopedisch onderzoek 1 DEEL II: HET ONDERSTE LIDMAAT (vervolg) 3. ENKEL EN VOET 3.1. Inspectie in staande houding m. gastrocnemius Calcaneum Valgushoek achillespees met hiel Malleolus
Anatomie van de heup. j 1.1
j1 Anatomie van de heup De Latijnse naam voor het heupgewricht is art. coxae, het is een kogelgewricht (art. spheroidea). In het gewricht kan om drie assen bewogen worden. As Vlak Beweging Transver- Sagittaal
m 2 POls Hand elleboog p O ls Han D elleb OO g Aqtor! 40 > Health Supplies
m 2 pols hand elleboog 40 > Aqt Healt Wrist brace Wrist brace Thumb Spica Artrose. Reuma. Polsverstuikingen. Zwaar-aluminium palmaire splint. Klittenbandsluiting. Luchtdoorlaatbaar. Omtrek pols (cm) XS
frontaal vlak sagittale as transversale as sagittaal vlak mediosagittaal (mediaan) vlak
j1 Anatomie van de heup As Vlak Beweging De Latijnse naam voor het heupgewricht is art. coxae; en het is een kogelgewricht (art. spheroidea). In het gewricht kan om drie assen bewogen worden. transversaal
M. supraspinatus. Origo: Insertio: Innervatie: Functie: Fossa supraspinata. Tuberculum maius. N. suprascapularis. Abductie arm
M. supraspinatus Fossa supraspinata Tuberculum maius N. suprascapularis Abductie arm M. infraspinatus Fossa infraspinata Tuberculum maius N. suprascapularis Exorotatie arm M. teres maior Dorsale zijde
Luxaties van schouder elleboog en vingers. Compagnonscursus 2012
Luxaties van schouder elleboog en vingers Compagnonscursus 2012 De schouder - Epidemiologie Meest gedisloceerde gewricht: NL 2000/jaar op SEH 45% van alle luxaties betreffen schouder 44% in de leeftijdsgroep
1. m. Rectus Abdominis (rechte buikspier) A. Origo en insertie: van 5-7de rib naar schaambeen. C. Indeling en functie van de spier:
1. m. Rectus Abdominis (rechte buikspier) A. Origo en insertie: B. Overspanning van: C. Indeling en functie van de spier: D. Bijzonderheden: E. Voorbeelden van oefeningen: van 5-7de rib naar schaambeen
Afdeling Handchirurgie
Paramedisch Proximale phalanx schacht fracturen v.2-07/2013 Dit protocol betreft de nabehandeling van fracturen van de schacht van de proximale phalanx. Bij fracturen van de schacht in combinatie met een
Anatomie van de Spieren
Schoudergordel en hals Schoudergordel M. Coracobrachialis M. Deltoideus M. Infraspinatus M. Latissimus dorsi M. Levator scapulae M. Pectoralis major Bron:afbeeldingen en omschrijving: SWSportmassage.nl
Inspectie, anatomische structuren en palpatie liggend
Inleiding tot het orthopedisch onderzoek 1 2.3. ENKEL EN VOET 2.3.1. Inspectie in staande houding m. gastrocnemius Calcaneum Valgushoek achillespees met hiel Malleolus medialis en lateralis Lengtegewelf
Spierstelsel onderbeen en voet
Spierstelsel onderbeen en voet Jan van Ede - Semester 2 Cursusjaar 2013 - studentnummer 931951 Spierstelsel onderbeen en voet 1 december 2013 Inhoudsopgave Voorwoord 3 1 Onderbeenmusculatuur (exentrieke
Diagnostiek aan de schoudergordel. Model orthopedische geneeskunde ( James Cyriax) (Dos winkel)
Diagnostiek aan de schoudergordel Model orthopedische geneeskunde ( James Cyriax) (Dos winkel) Doorsnede art. humeri bicepspees, loopt door bovenkant van kapsel en voorkomt inklemming van kapsel in gewrichtsspleet
Mineraal- en kunststof gipsverband
Patiënteninformatie Mineraal- en kunststof gipsverband rkz.nl U heeft zojuist een kunststof of een mineraal gipsverband (gipsspalk) gekregen. Het gipsverband zorgt ervoor dat de botbreuk in een goede stand
Auteur(s): R. v.d. Meer Titel: De omdraaiplastiek Jaargang: 19 Jaartal: 2001 Nummer: 4 Oorspronkelijke paginanummers:
Auteur(s): R. v.d. Meer Titel: De omdraaiplastiek Jaargang: 19 Jaartal: 2001 Nummer: 4 Oorspronkelijke paginanummers: 171-182 Deze online uitgave mag, onder duidelijke bronvermelding, vrij gebruikt worden
Afdeling Handchirurgie
Paramedisch protocol MCP resectie artroplastiek v.2-09/2013 Dit protocol is bedoeld voor de postoperatieve nabehandeling van een MCP resectie artroplastiek met een prothese. In dit protocol wordt als voorbeeld
Posttraumatische pijn pols. Maatschap plastische chirurgie JBZ Pascal Brouha Ewald Dumont Ralph Franken Roland Hermens Brigitte van der Heijden
Posttraumatische pijn pols Maatschap plastische chirurgie JBZ Pascal Brouha Ewald Dumont Ralph Franken Roland Hermens Brigitte van der Heijden Primair Differentiaal diagnosen distale radius fractuur Scaphoid
Afdeling Gipskamer, locatie AZU. Omgaan met een (kunststof) gipsverband
Afdeling Gipskamer, locatie AZU Omgaan met een (kunststof) gipsverband Inleiding U heeft op de afdeling Spoedeisende Hulp of op de gipskamer een (kunststof)gipsverband gekregen. Deze folder informeert
ISPO JAAR CONGRES 2011. Biomechanica en vervaardiging enkel voet orthese bij Cerebrale Parese
ISPO JAAR CONGRES 2011 Biomechanica en vervaardiging enkel voet orthese bij Cerebrale Parese Lichamelijk onderzoek Gangbeeld analyse, MRI, röntgen Algemene lichamelijke conditie Mobiliteit van heup,knie,en
Bewegingsleer Deel II De onderste extremiteit
Bewegingsleer Deel II De onderste extremiteit Bewegingsleer Deel II De onderste extremiteit I.A. Kapandji Bohn Stafleu van Loghum Houten 2009 Ó 2009 Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Uitgeverij
Het doorbewegen bij een dwarslaesie. Tetraplegie
Het doorbewegen bij een dwarslaesie Tetraplegie Inhoud Inleiding 3 Algemene opmerkingen 3 Zelfstandig doorbewegen 4 Doorbewegen door een hulppersoon 9 De Sint Maartenskliniek 24 Colofon 24 Inleiding In
Drukverbanden, tape- Constructies en bandages
Henny Leentvaar (Sport)Massage Drukverbanden, tape- Constructies en bandages Datum: 3 juni 2008 Opgesteld door: Henny Leentvaar Druk verbanden Bij een kneuzing of verstuiking wordt de ice regel uitgevoerd.
De casus is bedoeld voor medisch studenten in de doctoraalfase van de opleiding.
Casus 12L Fase A Titel Tak op de weg. Onderwerp Radiuskopfractuur Inhoudsdeskundige Dr. P.A. van Luijt, traumatoloog Technisch verantwoordelijke E. Beekhuizen, COO ontwikkelaar Opleidingsniveau studenten
FUNCTIONELE INVALIDITEIT ONDERSTE EXTREMITEIT AMA-GUIDES ZESDE EDITIE NOV-richtlijnen
FUNCTIONELE INVALIDITEIT ONDERSTE EXTREMITEIT AMA-GUIDES ZESDE EDITIE NOV-richtlijnen Jan D. Visser 1 REGIO S ONDERSTE EXTREMITEIT Heup: vanaf het kraakbeen van het acetabulum tot halverwege het bovenbeen.
De polsfractuur. Fysiotherapie. Beter voor elkaar
De polsfractuur Fysiotherapie Beter voor elkaar 2 Wat is een polsfractuur? Bij een polsfractuur, of wel een gebroken pols, is er een breuk van het spaakbeen of de ellepijp. Een spaakbeen breuk wordt ook
Inhoud. Inleiding 1. 4 Anatomie van de schouder 41 4.1 Anteflexie 42 4.2 Retroflexie 42 4.3 Abductie 44 4.4 Adductie 46
Inhoud Inleiding 1 1 Anatomie van de heup 3 1.1 Anteflexie 4 1.2 Retroflexie 6 1.3 Abductie 7 1.4 Adductie 8 1.5 Exorotatie 9 1.6 Endorotatie 12 1.7 Ligamenten van de heup 12 1.8 Schema 14 2 Anatomie van
Krachttraining. Een krachttrainingsschema voor Bewegen, sport en maatschappij. Naam Klas Docent
Krachttraining Een krachttrainingsschema voor Bewegen, sport en maatschappij Naam Klas Docent Inhoudsopgave Inleiding... 3 Musculus biceps brachii... 4 Informatie... 4 Oefening... 4 Musculus pectoralis
https://www.visiblebody.com/anatomy-and-physiology-apps/human-anatomy-atlas
Amstelveen, 29 april 2017 Beste collega s In juni gaan we met het schoudernetwerk weer naar de snijzaal. Om deze sessie goed voor te bereiden een kleine opfrissing van de anatomie middels deze mailronde.
Fixatie en revalidatiesysteem
Fixatie en revalidatiesysteem Neofrakt is het enige fixatiesysteem dat zelfmodellerend, corrigeerbaar en afneembaar is. Bovendien kunnen Neofrakt -systemen herhaaldelijk gedragen worden zonder dat het
UCL letsel ANATOMIE. A.MP in extensie = test van ACL B.MP in flexie = test van PCL. Ulnair Collateraal Ligament 28-6-2012
UCL letsel ANATOMIE A.MP in extensie = test van ACL B.MP in flexie = test van PCL Spring functie vergelijk met aanleggen van een boot Ulnair Collateraal Ligament Ski duim - acuut letsel gamekeeper s thumb
ONGEVALLENCHIRURGIE/SPOEDEISENDE HULP. Gipsverband BEHANDELING
ONGEVALLENCHIRURGIE/SPOEDEISENDE HULP Gipsverband BEHANDELING Gipsverband U hebt op de afdeling Spoedeisende Hulp of op de Gipskamer een (kunststof) gipsverband gekregen. Deze folder informeert u hoe u
Afdeling Handchirurgie
Paramedisch Extensorpeesletsel zone 3 & 4 Boutonnière v.1-01/2013 Een boutonnière deformiteit (knoopsgatdeformiteit) beschrijft een 'zigzag'-collaps van een vinger of duim waarbij het PIP gewricht in flexie
Belangrijkste spiergroepen
Welkom 2. Anatomie 2.6.7. Belangrijkste spiergroepen Als coach: belangrijk om belangrijkste spieren van het lichaam te kennen + ligging en functie van de spieren Ligging: beschreven a.d.h.v. oorsprong
Onderbeenbrace Informatie en adviezen voor het dragen van een onderbeenbrace
U heeft zojuist een onderbeenbrace gekregen in verband met een botbreuk in uw onderbeen. Met behulp van deze brace kan uw gebroken been in een goede stand genezen. De brace biedt bescherming aan de botbreuk,
Informatiebrochure. Gipsverbanden
Informatiebrochure Gipsverbanden dddd Beste patiënt, U heeft net een gipsverband gekregen, waardoor uw arm of been in een goede stand kan genezen. Een goed immobilisatieverband vermindert de pijn in belangrijke
Opdrachten Pathologie Hoofdstuk 3 / Bouw van het skelet
Opdrachten Pathologie Hoofdstuk 3 / Bouw van het skelet Het Skelet: Schedel Romp, bestaat uit: o Borstkas: 12 paar ribben/cotae: 7 paar ware ribben; 3 paar valse ribben; 2 paar zwevende ribben. o Borstbeen/Sternum:
Tricky pricks. Lenie Jacobs. 7 april Infiltratietechnieken voor de huisarts
Tricky pricks Infiltratietechnieken voor de huisarts Lenie Jacobs 7 april 2013 Vooraf Anamnese Klinisch onderzoek ev. Beeldvorming Diagnose Steeds conservatief denken: Natuurlijk verloop causale therapie
16-9-2014. Myologie specifiek: schouder en arm musculatuur. Fysiologie Huid Nieren en urinewegen. Uit welke spieren bestaat de rotatorcuff?
Reina Welling WM/SM-theorieles 9 Met dank aan Jolanda Zijlstra en Bart van der Meer niow.nl Uit welke spieren bestaat de rotatorcuff? Welke van deze spieren geeft endorotatie in het art. humeri? Welke
FUNCTIONELE INVALIDITEIT ONDERSTE EXTREMITEIT AMA-GUIDES ZESDE EDITIE NOV-richtlijnen
REGIO S ONDERSTE EXTREMITEIT FUNTIONELE INVALIDITEIT ONDERSTE EXTREMITEIT AMA-GUIDES ZESDE EDITIE NOV-richtlijnen Heup: vanaf het kraakbeen van het acetabulum tot halverwege het bovenbeen. Knie: vanaf
Gipsverband Arm / been
Gipsverband Arm / been Ziekenhuis Gelderse Vallei Inhoud Inleiding 3 Uw eerste uur met gips 3 Pijn 3 Zwelling 3 Aandachtspunten 4 Bewegen 4 Arm 4 Been 4 Douchen 5 Jeuk en huidbeschadiging 5 Krukken 5 Loopgips
Gipsfolder. Beter voor elkaar
Gipsfolder Beter voor elkaar Gipsverband U heeft zojuist een gipsverband van gips of kunststof gekregen. Deze folder geeft u hier informatie over. Gips-, kunststof en softcastverband. Deze verbanden worden
Oefeningen voor patiënten met reumatoïde artritis
Het is belangrijk om de oefeningen die u in het ziekenhuis hebt gedaan thuis dagelijks voort te zetten. Dit om de gewrichten en spieren in een goede conditie te houden. Probeer op een vast tijdstip te
Hieronder volgen enkele tips:
Gipsverbanden Inleiding U hebt op de afdeling Spoedeisende hulp of op de gipskamer een (kunststof) gipsverband gekregen. Deze folder informeert u hoe u hiermee moet omgaan, waar u rekening mee moet houden
(1) Naam en Geb. datum (2) Type trauma scherp crush - avulsie - moderate crush - severe crush
w Riichttlliijjnen Handttherapiie na periiffeer zenuwllettsell Versie 0.3 dec 2005 Verwijzing van operateur met volgende gegevens: (1) Naam en Geb. datum (2) Type trauma scherp crush - avulsie - moderate
Chirurgie/Orthopedie Gipskamer
Chirurgie/Orthopedie Gipskamer Gips- en kunststofverband U heeft op één van de gipskamers van Reinier de Graaf een gips-, of kunststof verband gekregen. Dit gips heeft als doel om het lichaam te ondersteunen
Registratie-richtlijnen D001 WERKGERELATEERDE AANDOENINGEN VAN DE BOVENSTE EXTREMITEIT
WERKGERELATEERDE AANDOENINGEN VAN DE BOVENSTE EXTREMITEIT (Inclusief 506.21: Ontstekingen door overmatige inspanning van peesscheden; 506.22: Ontstekingen door overmatige inspanning van het weefsel van
Sportmassage Theorie: samenvatting
Hoofdstuk 1 Anatomie of ontleedkunde: Kennis van de bouw van het menselijk lichaam 1.1 Plaatsbepalende uitdrukkingen Anatomische stand (de stand die gebruikt wordt voor de inspectie van personen): Rechtop,
Kunststofgips en softgips is al na 30 minuten helemaal uitgehard. Softgips wordt niet zo hard als ander gips, maar blijft wat flexibel en soepel.
Gipsverband Er is bij u op de Spoedeisende hulp of gipskamer een gipsverband aangelegd om uw been en/of voet of om uw arm en/of hand, namelijk: Gipsspalk (mineraalgips) Circulair gips (kunststofgips) Softgips
Gipsverbanden. Chirurgie
Gipsverbanden Chirurgie Inhoudsopgave Inleiding...4 Het gipsverband...4 Stevigheid...4 Gips en water...5 Zwelling...5 Oefeningen...6 Armoefeningen...6 Beenoefeningen...6 Elleboogkrukken...6 Loopgips...7
Sporttaping: een korte kennismaking
Sporttaping: een korte kennismaking Anatomie van een gewricht Een gewricht bestaat uit twee of meerdere botstukken die kunnen bewegen ten opzichte van elkaar. De stabiliteit wordt door 3 componenten bepaald.
Samenvatting Fysieke Ergonomie
Samenvatting Fysieke Ergonomie Gezocht, geschreven, gekopieerd, geplakt, gemaakt, etc. door Jurriën Dijkstra. Met dank aan Benne Draijer en Liesbeth Stam voor het controleren van de gegevens. Samenvatting
COMPENSEREN VAN FUNCTIONELE BEPERKINGEN BIJ NEUROLOGISCHE AANDOENINGEN
MultiMotion Verzorging van dynamisch corrigeerbare contracturen COMPENSEREN VAN FUNCTIONELE BEPERKINGEN BIJ NEUROLOGISCHE AANDOENINGEN basko.com MultiMotion Dynamisch correctie systeemscharnier Het dynamische
SPORTMASSAGE les 1 woensdag 190907. Hoofdstuk 1. Anatomie of ontleedkunde: Kennis van de bouw van het menselijk lichaam
SPORTMASSAGE les 1 woensdag 190907 Hoofdstuk 1 Anatomie of ontleedkunde: Kennis van de bouw van het menselijk lichaam 1.1 plaatsbepalende uitdrukkingen anatomische stand ( de stand die gebruikt wordt voor
